Einhell Royal MKS 38/40 Handleiding

Einhell Zaagmachine Royal MKS 38/40

Bekijk gratis de handleiding van Einhell Royal MKS 38/40 (116 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Einhell Royal MKS 38/40 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/116
Bedienungsanleitung
Motor-Kettensäge
Operating Instructions
Gas Chain Saws
Mode d’emploi
Tronçonneuses à essence
Handleiding
motorkettingzaag
Brukerveiledning
Benzin Kædesav
Istruzioni per l’uso della
Motosega a catena
Naputak za upotrebu
Motorna lančana pila
H
Használati utasítás
Motor- láncfěrész
Instrukcja obsługi
Mechaniczna piła łańcuchowa
Art.-Nr.:45.014.94I-Nr.:01014
MKS38/40
®
Anleitung MKS 38-40 SPK 1 10.05.2004 15:05 Uhr Seite 1

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Einhell
Categorie: Zaagmachine
Model: Royal MKS 38/40

Handleiding Einhell Royal MKS 38/40 – volledige tekst

ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENNLLET OP. Bij het werken met op brandstof draaiende gereedschappen dienen steeds de volgende grondregels in acht teworden genomen om het risico van lichamelijk letsel en/of schade aan het toestel te verminderen. Lees deze instructies voordat u de zaag in werking stelt en bewaar ze goed. 1. Werk met de zaag NIET met maar één hand. Andersbestaat het gevaar dat de bedieningspersoon, eenhelper of toeschouwer een blessure oploopt. Een ket-tingzaag is geconstrueerd om met twee handen teworden geleid. 2. Werk NIET met de zaag als u moe bent. 3. Draag veiligheidsschoenen, nauwsluitende kleding,werkhandschoenen, een veiligheidsbril, oorbescher-mer en een hoofddeksel. 4. Wees voorzichtig bij het hanteren met motorbrand-stof. Start de zaag op een afstand van minstens 3 mvan de plaats waar u de brandstof heeft ingegoten. 5.

Let bij het zagen van een tak die onder spanningstaat op een eventuele terugstoot als de spanningvan het hout plots nalaat. 14. Let er goed op dat de handvaten droog, schoon envrij zijn van olie of brandstofmengsel. 15. Werk met de kettingzaag alleen op goed verluchteplaatsen. 16. Zaag met de kettingzaag GEEN boom, tenzij u eenovereenkomstige opleiding hebt gekregen. 17. Het gehele onderhoud van de kettingzaag, afgezienvan de punten vermeld in deze handleiding en onder-houdsinstructies, mag alleen door de dienst naverkoop voor kettingzagen worden uitgevoerd. 18. Breng de koker voor de geleiderail aan voordat u dekettingzaag transporteert. 19. Werk met de kettingzaag NIET naast of in de aan-wezigheid van ontvlambare vloeistoffen of gassenhetzij binnen in een ruimte of buiten. Er bestaatexplosie- en/of brandgevaar. 20.

Giet er geen brandstof, olie of smeermiddel in terwijlde kettingzaag draait. 21. GEBRUIK ALLEEN GEPAST ZAAGMATERIAAL:22. Snijd alleen hout. Gebruik de kettingzaag niet voorwerkzaamheden waarvoor ze ongeschikt is. Snijdmet de kettingzaag b. v. geen plastiek, metselwerk enevenmin materialen die niet tot het bouwvak behoren. AANWIJZING: Het onderstaande aanhangsel is voor-namelijk bedoeld voor de eindverbruiker of onregel-matige gebruiker. Deze modellen zijn geconcipieerd omaf en toe door huiseigenaars, bewoners van een land-huis of vakantiebungalow en door kampeerders te wor-den gebruikt en dienen voor alle algemene werkzaamhe-den b. v. rooien, snoeien, brandhout snijden etc. Ze zijnniet voorzien voor vrij lange werkzaamheden. Als er vrijlang aan één stuk met het toestel wordt gewerkt kunnener zich circulatiestoornissen voordoen als gevolg vanvibratie in de handen van de bedieningspersoon.

Als de top van de raileen dergelijk contact krijgt, zou de geleiderail bliksem-snel omhoog of terug naar de bedieningspersoon kun-nen worden gestoten. Als de kettingzaag langs debovenkant van de geleiderail wordt vastgeklemd, zou degeleiderail evenwel snel naar de bedieningspersoon toeworden teruggestoten. In de beide gevallen zou u de controle over de zaag kun-nen verliezen en zwaar letsel oplopen. Reken niet hele-maal op de veiligheidsinrichtingen die in de zaag geïnte-greerd zijn. Als gebruiker van een kettingzaak dient urekening te houden met meerdere punten om uw zaag-taken zonder ongelukken en zonder letsel te kunnenuitvoeren. 1. Als u oorzaak en gevolg van terugstoten principieelbegrijpt kan daardoor het verrassingsmoment wordenverminderd of uitgesloten. Plotse reacties dragen bijtot ongelukken. 2.

NLhelpt u terugstoten op te vangen en de controle overde zaag te behouden. Laat ze niet los. 3. Zorg ervoor dat het gebied waarin u zaagt vrij is vanhindernissen. De top van de geleiderail mag bij hetsnijden met de zaag geen boomstam, tak of ietsdergelijks raken. 4. Snijd met hoog motortoerental. 5. Buig niet te ver naar voren of zaag niet bovenschouderhoogte. 6. Scherp en onderhoud de kettingzaag conform deinstructies van de fabrikant. 7. Gebruik alleen reserverails en -kettingen die door defabrikant goedgekeurd zijn. AANWIJZING: Een kettingzaag met een geringeterugstoot komt overeen met het terugstootvermogen. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUC-TIESOp de kettingremhendel / handbeschermer van de ket-tingzaag is er een veiligheidsplaatje aangebracht. Leeshet opschrift op dit plaatje en de veiligheidsinstructies opdeze bladzijden nauwkeurig voordat u de zaag in werk-ing stelt.

SYMBOLEN EN KLEUREN (fig. 1)GROEN AANBEVOLENAanbevolen werkwijze om te zagen. LET OP:Pas op voor terugstoten. De zaag niet met één handvasthouden. Contact met de top van de railvermijden. AANBEVOLENDe zaag naar behoren mettwee handen vasthouden. GEVAAR. PAS OP VOOR TERUGSTOTEN. TERUGSTOOT kan zich voordoen als de NEUS of deTOP van de geleiderail een voorwerp raakt of als hethout de kettingzaag in de snede vastklemt. Als de top van de rail contact krijgt, zou de geleiderailbliksemsnel omhoog of terug naar de bedieningspersoonkunnen worden gestoten. KLEMT de kettingzaag langs de ONDERKANT van degeleiderail, kan de zaag naar voren, weg van de bedien-ingspersoon, worden GETROKKEN. KLEMT de ket-tingzaag langs de BOVENKANT van de geleiderail, kanze snel naar de bedieningspersoon terug wordenGESTOTEN. In de beide gevallen kunt u de controle over de zaag ver-liezen en zwaar letsel oplopen.

Terugstoten op grond vande draaiende ketting of van een vastgek-lemde zaag zijn de voornaamste gevarenvan een kettingzaag en het hoofdoorzaakvan de meeste ongelukken. Fig. 2AFig. 2BAABAABCHOU REKENING MET:DRAAITERUGSTOOT(fig. 2A)A = Richting van deterugstootB = Reactiezone van deterugstootSTOOT-(KLEMTERUGSTOOT)EN TREKREACTIES(fig. 2B)A = trekkenB = vaste voorwerpenC = stoten39Anleitung MKS 38-40 SPK 1 10. 05. 2004 15:05 Uhr Seite 39.

De gebruiker is gehoudenplaatselijke, in de respectievelijke provincie geldendeen nationale wetten en / of voorschriften ter regelingvan het gebruik van vonkroosters na te leven. Bijkomende informatie vindt u in de veiligheidsinstruc-ties. 5 KETTINGREMHENDEL / HANDBESCHERMERbeschermt de linkerhand van de bedieningspersoonmocht die bij draaiende zaag wegglijden van devoorste greep. 5 KETTINGREM is een veiligheidsfunctie ter verminder-ing van letsel als gevolg van terugstoten; door dezerem wordt de roterende zaagketting binnen millisecon-den stilgezet. Ze wordt geactiveerd door de KETTIN-GREMHENDEL. 10 STOPSCHAKELAAR stopt de motor onmiddellijk alshij uitgeschakeld wordt. De stopschakelar dient opEIN (AAN) te worden gezet om de motor (opnieuw) testarten. 11 VEILIGHEIDSLOSSER voorkomt een toevallige ver-hoging van de motortoeren.

De gashendel (19) kanalleen worden ingedrukt als de veiligheidslosser inge-drukt is. 20 KETTINGVANGELEMENT reduceert het letselgevaarmocht de zaagketting bij draaiende motor scheurenof ontglijden. Het kettingvangelement dient om eenom zich heen slagende ketting op te vangen.

21 UITLAATBESCHERMER voorkomt dat handen enbrandbare materialen in contact komen met een heteuitlaat. 22 STOOTDOORN dient ter bescherming van uzelf envergemakkelijkt het snijden. De stootdoorn versterktde stabiliteit als u verticale sneden uitvoert. AANWIJZING: Maakt u zich vertrouwd met de zaag enhaar onderdelen. VEILIGHEIDSFUNCTIESDe cijfers vermeld in de onderstaande beschrijving komen overeen met de cijfers op de voorafgaande pagina zodat ude veiligheidsfuncties gemakkelijker kunt terugvinden. 2223540Anleitung MKS 38-40 SPK 1 10. 05. 2004 15:05 Uhr Seite 40.

NLINSTRUCTIES VOOR DE ASSEMBLAGEGEREEDSCHAP VOOR DE ASSEMBLAGEU hebt het volgende gereedschap nodig om de ket-tingzaag te assembleren:1. Ringsleutel/platte open sleutel/schroevendraaier (in de gebruikersset begrepen). 2. Hoogvaste werkhandschoenen (door de gebruiker te voorzien). VOORWAARDEN VOOR DE ASSEMBLAGEBij de nieuwe kettingzaag dient u de ketting bij te rege-len, de brandstoftank met de juiste brandstofmengelingte vullen en de olietank met olie te vullen voordat u dezaag in werking mag stellen. Lees deze handleiding volledig alvorens met de zaag tewerken. Neem in het bijzonder alle veiligheidsmaatrege-len in acht. Deze handleiding is zowel een document waarin u alleinformatie nodig voor het veilig werken met de zaagterugvindt als een handboek dat algemene inlichtingenbij de assemblage, de werking en het onderhoud van dezaag bevat.

AANBRENGEN VAN DE GELEIDERAIL / ZAAGKET-TING / AFDEKKING VAN DE KOPPELINGAANBRENGEN VAN DE GELEIDERAIL:GEBRUIK ALLEEN DE ORIGINELE RAIL met oliedoor-laatopeningen (A), zie hierboven (fig. 3A), om te verzek-eren dat aan de rail en aan de ketting daadwerkelijk oliewordt toegevoerd. 1. Vergewis u er zich van dat de kettingremhendel naar de stand ONTKOPPELD is teruggetrokken (fig. 3B). 2. Verwijder de 2 railbevestigingsmoeren (B). Draai de 2 schroeven achteraan aan de afdekking (C) van de koppeling los. Neem de afdekking af (fig. 3 C). 3. Draai de justeerschroef (D) met een schroevendraaier TEGEN DE RICHTING VAN DE WIJZERS VAN DE KLOK IN tot de AREND (E) (uitstekend punt) zich aan het einde van zijn schuifafstand in richting koppelingscilinder en tandwiel bevindt (fig. 3 D). 4. Plaats het gekeepte einde van de geleiderail over de 2 railbouten (F).

Schuif de ketting rondom het tandwiel (B) achter de koppeling (C). De kettingschakels moeten tussen de tanden in worden gevoegd (fig. 4 B). 3. Voer de aandrijfschakels de gleuf (D) in en leid ze rond het uiteinde van de rail (fig. 4 B). AANWIJZING: Het zou kunnen dat de zaagketting aande onderkant van de rail lichtjes doorhangt. Dit is nor-maal. 4. Breng de afdekking van de koppeling aan en bevestig ze met 2 schroeven. Daarbij mag de ketting niet van de rail afglijden. Haal de 2 moeren handvast aan en volg de instructies voor het afstellen van de spanning in hoofdstuk AFSTELLEN VAN DE KETTINGSPANNING op. AANWIJZING: De railbevestigingsmoeren worden nuslechts handvast aangehaald omdat de zaagketting nogmoet worden ingesteld. Volg de instructies in hoofdstukAFSTELLEN VAN DE KETTINGSPANNING op.

AFSTELLEN VAN DE KETTINGSPANNINGDe juiste spanning van de zaagketting is uiterst belan-grijk en dient vóór het starten en gedurende alle zaagw-erkzaamheden te worden gecontroleerd. Als u even de tijd neemt de zaagketting naar behoren afte stellen zal u in staat zijn betere sneden uit te voerenen zal de levensduur van de ketting langer worden. AFSTELLEN VAN DE ZAAGKETTING:1. Hou de top van de geleiderail omhoog en draai de justeerschroef (D) MET DE WIJZERS VAN DE KLOK MEE om de spanning van de ketting te verhogen. Draait u de schroef TEGEN DE RICHTING VAN DE WIJZERS VAN DE KLOK IN, gaat de spanning van de ketting verminderen. Vergewis u er zich van dat de ketting helemaal rondom de geleiderail is aangelegd (fig. 5). 2. Na het justeren – de top van de rail wijst steeds LET OP: Start de motor van de zaag PASals de zaag helemaal geassembleerd enklaar is.

Als de zaagketting correct is gespannen, hou dan de top van de geleiderail recht omhoog en haal de beide bevestigingsmoeren van de rail goed aan. MECHANISCHE TEST VAN DE KETTINGREMDe kettingzaag is voorzien van een kettingrem die letselsop grond van het gevaar voor terugstoten vermindert. Derem wordt geactiveerd door druk uit te oefenen op deremhendel als bij een terugstoot b. v. de hand van debedieningspersoon tegen de hendel slaat. Bij activeringvan de rem stopt de ketting abrupt. CONTROLEREN VAN DE KETTINGREM:1. De kettingrem is ONTKOPPELD (ketting kan bewe-gen) als de REMHENDEL NAAR ACHTEREN IS GETROKKEN EN GEARRETEERD IS (fig. 7 A). 2. De kettingrem is INGEKOPPELD (ketting is gear-reteerd) als de remhendel naar voren is getrokken. De ketting mag dan niet meer kunnen bewegen (fig. 7 B). AANWIJZING: De remhendel moet in de beide standenvastklikken.

Gebruik de zaag niet als u een harde weer-stand voelt of als de hendel niet kan worden verschoven. Breng de zaag dan onmiddellijk naar de professioneledienst na verkoop om ze te laten herstellen.

MOTORBRANDSTOF EN OLIEMOTORBRANDSTOFGebruik voor optimale resultaten normale loodvrijebrandstof gemengd met speciale 2-takt-motorolie in eenmengverhouding van 40 tot 1. Fig. 6ACBVOORZICHTIG. Een nieuwe zaagkettingwordt langer en moet bijgevolg na ca. 5 sne-den worden bijgeregeld. Dit is bij nieuwekettingen normaal en toekomstige afstellin-gen zullen minder vaak moeten worden uit-gevoerd. LET OP: De kettingrem is wel bedoeld omhet letselrisico als gevolg van terugstoot teverminderen, maar ze kan geen behoorlijkebescherming bieden als met de zaagzorgeloos wordt gewerkt. Controleer de ket-tingrem altijd voor elk gebruik van de zaagen ook regelmatig terwijl u er mee werkt. Fig. 5BVOORZICHTIG. Als de zaagketting TE LOSof TE HARD GESPANNEN is, gaan detanden, de geleiderail, de ketting en hetlager van de krukas sneller afslijten. Fig.

6informeert over de correcte koude spanning(A) en warme spanning (B) en dient als aan-wijzing voor verdere afstellingen van dezaagketting (C). 42Fig. 7BFig. 7ALET OP: Gebruik voor deze zaag nooitonverdunde brandstof. De motor zou daar-door schade oplopen en u zou het recht opgarantie voor dit product verliezen. Gebruikgeen brandstofmengeling die langer dan 90dagen is opgeslagen. LET OP: Als u een 2-takt-olie in afwijkingvan de speciale olie gebruikt, dient u super-olie voor luchtgekoelde 2-takt-motoren meteen mengverhouding van 40 tot 1 tegebruiken. Neem geen 2-takt-olieproductmet een mengverhouding van 100 tot 1. Door onvoldoend oliën wordt de motorbeschadigd en u verliest in dit geval hetrecht op garantie voor de motor. Anleitung MKS 38-40 SPK 1 10. 05. 2004 15:06 Uhr Seite 42.

NLBRANDSTOFMENGELINGMeng de brandstof met 2-takt-olie in een goedgekeurdreservoir. De correcte mengverhouding van brandstof totolie vindt u terug in de mengtabel. Schud het reservoir goed om alles zorgvuldig te vermen-gen. BRANDSTOF EN OLIËNAANBEVOLEN BRANDSTOFFENSommige gebruikelijke soorten benzine zijn vermengdmet additieven zoals alcohol- of etherverbindingen omaan normen voor zuivere uitlaatgassen te beantwoorden. De motor draait tevredenstellend op alle soorten benzinedie als aandrijfmiddel bedoeld zijn, ook op met zuurstofverrijkte soorten benzine. OLIËN VAN DE KETTING EN HET LAGERTelkens als u de brandstoftank vult dient u de kettingoli-etank bij te vullen. Wij bevelen olie voor kettingen, railsen vertandingen aan die additieven bevat om wrijving enslijtage te reduceren en inkepingen op geleiderail en ket-ting te voorkomen.

Laat de motor 10 seconden warmdraaien. Druk op de losser (E) en breng hem naar de stand LEERLAUF (stationair draaien) en ga over naar stap 9 (fig. 10 E). 9. Breng de gele smoorhendel (F) naar de stand (BETRIEB (bedrijf)) (fig. 10 F). Indien de motor niet start, herhaalt u de boven beschreven stappen. HERSTARTEN VAN DE WARME MOTOR1. Vergewis u er zich van dat de schakelaar naar de stand EIN (AAN) is gebracht. 2. Schuif de smoorhendel naar de stand (HALB (half)). 3. Druk tien keer op de knop van de benzinepomp. 4. Zet de bedrijfsgrendel. 5. Trek tien keer de starterkoord. De motor moet LET OP: Bij onvoldoend oliën vervalt uwrecht op garantie voor de motor. LET OP: Start of bedien de zaag nooit alsde geleiderail en de ketting niet naarbehoren erop geplaatst zijn. Benzine- en oliemengeling 40 tot 1 Alleen olieFig. 9AFig. 8AABCBCDFig. 9BFig. 9CFFig. 9DEAFig. 10AFig. 10BDFig. 10CBEFig. 10DFig.

Breng de gashendel naar de stand 1/3 toerental en activeer dan meteen de kettingremhendel (C). 6. De ketting moet abrupt stoppen. Laat vervolgens de veiligheidslosser meteen los. 7. Als de kettingrem naar behoren werkt, stopt u de motor en brengt u de kettingrem opnieuw naar de stand “ONTKOPPELD”. OLIËN VAN DE ZAAGKETTING / GELEIDERAILHet voldoend oliën van de zaagketting dient altijdgewaarborgd te zijn om de wrijving op de geleiderail tereduceren. De geleiderail en de ketting mogen nooit zonder olie zijn. Als u de zaag met te weinig olie gebruikt, gaat het sni-jvermogen achteruit, wordt de levensduur van dezaagketting korter, wordt de ketting snel bot en slijt degeleiderail flink af op grond van oververhitting. Te weinigolie ziet u aan de ontwikkeling van rook, aan hetverkleuren van de geleiderail of aan de vorming van teer.

AANWIJZING: De zaagketting gaat tijdens het gebruiklanger worden, vooral als ze nieuw is; daarom dient u zevan tijd tot tijd te justeren en na te spannen. Een nieuweketting moet na ca. 5 bedrijfsminuten worden gejusteerd.

AUTOMATISCHE SMEERINRICHTINGDe kettingzaag is uitgerust met een automatischesmeerinrichting met tandwielaandrijving. Deze inrichtingvoorziet de geleiderail en de ketting automatisch van dejuiste hoeveelheid olie. Naarmate het motortoerentalwordt verhoogd, gaat ook de olie sneller naar de plaatvan de geleiderail stromen. Er is geen afstelmogelijkheidvoor het debiet. De olievoorraad raakt ongeveer op het-zelfde moment op als de brandstofvoorraad. ALGEMENE INSTRUCTIES VOOR HET SNIJDENVELLENVellen betekent het afzagen van een boom. Kleinebomen met een diameter van 15 tot 18 cm zaagt mennormaal met één snede af. Bij grotere bomen moetenkerfsneden worden aangezet. Kerfsneden bepalen de richting waarin de boom gaatvallen. VELLEN VAN EEN BOOM:AANWIJZING: De valrichting (B) wordt door de kerf-snede bepaald.

Voordat u begint te snijden dient u reken-ing te houden met de plaats van grotere takken en metde natuurlijke schuinte van de boom om het neerkomenvan de boom te schatten. LET OP: Voordat u begint te snijden dient ueen pad (A) te plannen en vrij te legen omzich terug te kunnen trekken. De terugtrek-pad moet naar achteren en diagonaal t. o. v. de achterzijde van de te verwachten valricht-ing verlopen, zoals voorgesteld in fig. 12. LET OP: Bij het vellen van een boom opeen helling moet de bedieningspersoon vande kettingzaag op de opstijgende kant vande helling gaan staan omdat de boom nahet vellen hoogstwaarschijnlijk de hellingeraf gaat rollen of glijden. Fig. 11BAC44LET OP: Activeer de kettingrem langzaamen met overleg. De zaag mag niets aanrak-en en mag evenmin vooraan omlaaghangen.

NLALGEMENE RICHTLIJNEN VOOR HET VELLEN VANBOMENNormaal worden bij het vellen 2 hoofdsneden toegepast:inkepen (C) en velsnede (D). Begin met de bovenste kerfsnede (C) aan de overkantvan de valzijde van de boom (E). Let er op bij de onder-ste snede niet de diep de boomstam in te snijden. De inkeping (C) mag niet te diep zijn zodat een ver-ankeringspunt (F) van voldoende breedte en diktegewaarborgd is. De inkeping moet breed genoeg zijn omhet neerkomen van de boom zo lang mogelijk te control-eren. Zaag de boomstam nooit helemaal door. Er moet altijdeen verankeringspunt blijven staan. Het veranker-ingspunt houdt de boom op zijn plaats. Als de boomhelemaal wordt doorgezaagd kunt u de valrichting nietmeer controleren. Steek een wig of een velhefboom de snede in nog voor-dat de boom onstabiel wordt en begint te bewegen.

Opdie manier kan de geleiderail niet in de velsnede wordenvastgeklemd als u de valrichting verkeerd heeft geschat. Verbiedt toeschouwers de toegang tot het gebied waarde boom gaat neerkomen voordat u hem omverduwt. VELSNEDE:1. Voorkom het vastklemmen van de geleiderail of de ketting (B) in de snede d. m. v. houten of plastiek wiggen (A). Wiggen controleren eveneens het vellen (fig. 14 A). 2. Is de diameter van het te snijden hout groter dan de lengte van de geleiderail, maakt u twee sneden zoals getoond in de figuur (fig. 14 B). VERWIJDEREN VAN TAKKENTakken worden van de gevelde boom verwijderd. Verwijder de steuntakken (A) pas als de stam op lengteis gesneden (fig. 15). Takken waarop spanning staatdienen van beneden naar boven te worden gesnedenzodat de kettingzaag niet kan worden vastgeklemd. OP LENGTE SNIJDENSnij een gevelde boomstam op de juiste lengte.

Let eropdat u veilig staat en ga aan de bovenkant van de stamgaan staan als u op een helling zaagt. De stam moetindien mogelijk ondersteund zijn zodat het af te snijdeneinde niet op de grond ligt.

Als de beide einden van destam ondersteund zijn en u in het midden moet snijden,maak dan een halve snede van boven door de stam envervolgens de snede van beneden naar boven. Daardoorvoorkomt u het vastklemmen van de geleiderail en deketting in de stam. Let er goed op dat de ketting bij hetop maat snijden niet de grond in snijdt want daardoorwordt de ketting snel bot. Ga bij het op maat snijden alti-jd aan de bovenkant van de helling gaan staan. 1. Stam over de totale lengte ondersteund: snij van LET OP: Vel geen boom als er een hardewind of wind uit wisselende richtingen waaitof als het gevaar voor schade aan eigendombestaat. Raadpleeg een specialist voor hetvellen van bomen. Vel geen boom als die opleidingen terecht zou kunnen komen en ver-wittig de overheid die voor deze leidingbevoegd is voordat u de boom velt. LET OP: Ga nooit voor een boom gaanstaan die ingekeept is.

boven en let er goed op niet de grond in te snijden (fig. 16 A). 2. Stam aan slechts één uiteinde ondersteund: snij eerst 1/3 van de stamdiameter van beneden naar boven om het afbreken te voorkomen. Snij dan van boven naar de eerste snede toe om het vastklemmen te vermijden (fig. 16 B). 3. Stam aan de beide uiteinden ondersteund: snij eerst 1/3 van de stamdiameter van boven naar beneden om het afbreken te voorkomen. Snij dan van beneden naar de eerste snede toe om het vastklemmen te vermijden (fig. 16 C). AANWIJZING: Om een boomstam op lengte te snijdengebruikt u best een zaagbok. Is dit niet mogelijk is hetaan te raden de stam op te tillen of te ondersteunenm. b. v. stronken van takken of via steunblokken. Zorgervoor dat de te snijden stam veilig is ondersteund.

OP LENGTE SNIJDEN OP EEN ZAAGBOKVoor uw veiligheid en om het zaagwerk te vergemakke-lijken is de juiste positie vereist om de stam recht naarbeneden op lengte te snijden (fig. 17). VERTICAAL SNIJDEN:A. Hou de zaag met de beide handen vast en leidt ze tijdens het snijden rechts aan uw lichaam voorbij. B. Hou de linkerarm zo recht mogelijk. C. Verdeel uw gewicht op beide voeten (fig. 17). ONDERHOUDSINSTRUCTIESAlle onderhoudswerkzaamheden aan de kettingzaag,behalve de onderhoudspunten vermeld in deze handleid-ing, dienen door een deskundige te worden uitgevoerd. PREVENTIEF ONDERHOUDGoed, preventief onderhoud aan de hand van een regel-matig controleschema verlengt de levensduur en ver-betert het vermogen van de kettingzaag. De volgendeonderhoudschecklist dient als richtlijn voor een dergelijkschema.

Maak de luchtfilter schoon. Was de filter in schoon warm zeepsop. Laat hem dan aan de lucht helemaal drogen. AANWIJZING: Het is aan te raden een filter altijd inreserve te houden. 4. Zet de luchtfilter terug in. Breng de afdekking van de motor/luchtfilter weer aan. Let erop dat de afdekking exact terug op zijn plaats komt. Haal de bevestig-ingsschroeven van de afdekking aan. BRANDSTOFFILTERNLLET OP: Gebruik de zaag nooit zonderluchtfilter. Anders worden stof en vuil demotor in gezogen die daardoor schadeoploopt. Hou de luchtfilter schoon. LET OP: Onderhoud de zaag nooit als demotor nog warm is, anders zou u uw han-den of vingers verbranden. Fig. 17BACVOORZICHTIG. Gebruik de zaag nooit zon-der de brandstoffilter. Telkens na 20 bedrijf-suren dient de brandstoffilter te worden ver-vangen. Maak de brandstoftank helemaalleeg voordat u de filter verwisselt.

NL1. Neem de dop van de brandstoftank af. 2. Buig een zachte metalen draad passend. 3. Steek de draad de opening van de brandstoftank in en haak de brandstofslang eraan vast. Trek de brand-stofslang behoedzaam de opening uit tot u hem met de vingers kan vastgrijpen. AANWIJZING: Trek de slang niet helemaal de tank uit. 4. Til de filter (A) de tank uit (fig. 19). 5. Trek de filter met een draaiende beweging eraf. Verwijder de filter. 6. Zet er een nieuwe filter in. Steek een einde van de fil-ter de tankopening in. Vergewis u er zich van dat de filter in de onderste hoek van de tank zit. Schuif de fil-ter, indien nodig, met een lange schroevendraaier op zijn juiste plaats. 7. Vul de tank met verse brandstof/olie. Zie hoofdstuk MOTORBRANDSTOF EN OLIE. Breng de dop op de tank terug aan. VONKROOSTER (fig.

20A)AANWIJZING: Bij een vervuild vonkrooster zal het ver-mogen van de motor flink achteruitgaan. 1. Verwijder de twee bevestigingsmoeren van de rail (A) en draai de twee schroeven (B) los die de afdekking van de kettingrem bevestigen (fig. 20 A). 2. Verwijder de afdekking van de kettingrem. Verwijder de 3 schroeven waarmee de uitlaat op de cilinder is vastgemaakt. U kunt de uitlaat afnemen als de beves-tigingsschroeven verwijderd zijn (fig. 20 B). 3. Scheidt de uitlaathelften (C) van elkaar. Verwijder de koel- (D) en afstandsbuizen (E). 4. Verwijder het oude vonkrooster en zet er een nieuw rooster in (F) (fig. 20 B). 5. Assembleer de componenten van de uitlaat en breng de uitlaat terug aan op de cilinder. Haal de schroeven goed aan. BOUGIEAANWIJZING: Om het volle vermogen van de motor teverzekeren, dient de bougie schoon te zijn en de juisteafstand te hebben. 1.

Schuif de STOP-schakelaar naar beneden. 2. Trek de kabel (A) al draaiend af van de bougie (B) (fig. 21). 3. Verwijder de bougie met behulp van een bougiesleu-tel. GEBRUIK GEEN ANDER GEREEDSCHAP. 4. Zet er een nieuwe bougie in, afstand: 0,635 mm.

CARBURATORAFSTELLINGDe carburator is reeds in de fabriek afgesteld voor eenoptimaal vermogen. Mochten bijregelingen noodzakelijk zijn, breng dan dezaag naar een vakbedrijf in uw buurt. OPBERGEN VAN DE KETTINGZAAGAls u een kettingzaag langer dan 30 dagen opbergt,dient de zaag hiervoor klaargemaakt te worden. Anderszou de rest van de brandstof die zich in de carburatorbevindt verdampen en een rubberachtig bezinkselachterlaten. Dit zou de start kunnen bemoeilijken endure herstelwerkzaamheden tot gevolg hebben. 1. Neem de dop van de brandstoftank langzaam eraf om eventuele druk in de tank af te laten. Maak de tank voorzichtig leeg. 2. Start de motor en laat hem draaien tot de zaag stopt teneinde de brandstof uit de carburator te verwijderen. 3. Laat de motor afkoelen (ca. 5 minuten). 1. Verwijder de bougie met behulp van een bougiesleu-tel. 4.

Giet een koffielepel schone tweetaktolie de verbrand-ingskamer in. Trek meermaals langzaam aan de starterkoord om de binnenste componenten van een laag te voorzien. Zet de bougie er weer in (fig. 22). AANWIJZING: Berg de zaag op een droge plaats en zover mogelijk van eventuele ontstekingsbronnen, b. v. kachel, warmwaterboiler die op gas draait, gasdrogeretc. op. Fig. 19AFig. 20AABFig. 20BEEDFFig. 21ABFig. 2247Anleitung MKS 38-40 SPK 1 10. 05. 2004 15:06 Uhr Seite 47.

NLOPNIEUW GEREEDMAKEN VAN DE ZAAG1. Verwijder de bougie. 2. Haal de starterkoord snel door om overtollige olie uitde verbrandingskamer te verwijderen. 3. Maak de bougie schoon en let op de juiste ontstek-ingsafstand of monteer een nieuwe bougie met de correcte afstand. 4. Maak de zaag klaar om ermee te werken. 5. Vul de tank met de juiste brandstof-oliemengeling. Zie hoofdstuk MOTORBRANDSTOF EN OLIE. De vertanding dient na 10 bedrijfsuren of eenmaal perweek, naarmate welk geval er zich eerst voordoet, metolie te worden gesmeerd. Vóór het oliën dient u de ver-tanding van de geleiderail grondig schoon te maken. GEREEDSCHAP VOOR HET OLIËN:De oliespuit (optie) is aan te bevelen om olie op de ver-tanding van de geleiderail aan te brengen. De oliespuitheeft een naaldpunt dat noodzakelijk is om olie op degetande punten aan te brengen. GA ALS VOLGT TE WERK OM DE VERTANDING TEOLIËN:1.

Schuif de STOP-schakelaar naar beneden. AANWIJZING: Om de vertanding van de geleiderail teoliën hoeft de zaagketting niet te worden verwijderd. Hetoliën kan tijdens het werk gebeuren. 2. Maak de vertanding van de geleiderail schoon. 3. Steek het naaldpunt van de oliespuit (optie) het olievulgat in en spuit er olie in tot die aan de buitenkant van de vertanding te voorschijn komt (fig. 23). 4. Draai de zaagketting met de hand. Herhaal het oliën tot de gehele vertanding met olie is gesmeerd. ONDERHOUD VAN DE GELEIDERAIL:De meeste problemen met de geleiderail kunt uvoorkomen door de kettingzaag goed te onderhouden. Een onvoldoend geoliede geleiderail en het gebruik vande zaag met een te HARD GESPANNEN ketting dragenaan een snelle slijtage van de geleiderail bij. Om de slijtage van de rail te verminderen bevelen wij devolgende stappen voor het onderhoud van de geleiderailaan.

Scherp de punten alleen met naar buiten gerichtebewegingen (fig. 25) en neem de waarden volgens fig. 24 in acht. Na het scherpen moeten alle snijschakels even breed enlang zijn. 3 tot 4 keer na het scherpen van de snijvlakken dient utelkens de hoogte van de diepten te controleren en die,indien nodig, met een vlakvijl en de optioneelbijgeleverde sjabloon dieper te leggen en dan de voorstehoek af te ronden (fig. 26). GELEIDERAIL – De geleiderail dient om de 8 werkurente worden omgedraaid om een gelijkmatige slijtage teverzekeren. Maak de gleuf van de geleiderail en het olievulgat altijdschoon m. b. v. het optioneel bijgeleverde reinigings-gereedschap voor railgleuven (fig. 27). Controleer de randen van de railgleuf regelmatig op slij-LET OP: Draag bij onderhoudswerkzaamhe-den altijd veiligheidshandschoenen. Onderhoud de zaag niet als de motor nogwarm is.

LET OP: Een scherpe ketting produceertwelgevormde spanen. Als de ketting zaag-meel produceert, is ze aan een scherpbeurttoe. Fig. 23LET OP: Een correct afgestelde snijdiepte iseven belangrijk als een correcte gescherpteketting. Fig. 2448VOORZICHTIG. De vertanding van denieuwe ketting is in de fabriek reeds voorafmet olie gesmeerd. Als u de vertanding nietals volgt met olie smeert, zal de scherptevan de tanden en bijgevolg het zaagvermo-gen achteruitgaan waardoor u het recht opgarantie verliest. LET OP: Draag hoogvaste werkhandschoe-nen als u de geleiderail en de kettinghanteert. Fig. 26Fig. 25Anleitung MKS 38-40 SPK 1 10. 05. 2004 15:06 Uhr Seite 48.

NLtage, verwijder baarden en, indien nodig, vijl de randenvan de railgleuf recht m. b. v. een vlakvijl (fig. 28). SLIJTAGE VAN DE GELEIDERAIL – Draai de gelei-derail met regelmatige tussenpozen om (b. v. telkens na 5werkuren) zodat de rail boven en beneden gelijkmatigafslijt. OLIEDOORLAATOPENINGEN – Oliedoorlaatopeningenop de geleiderail moeten worden schoongemaaktteneinde het behoorlijk oliën van de rail en de ketting tij-dens het bedrijf te verzekeren. AANWIJZING: De toestand van de oliedoorlaatopenin-gen kan gemakkelijk worden gecontroleerd. Als de door-laatopeningen schoon zijn, gaat er enkele secondennaar het starten van de zaag automatisch olie wegspat-ten van de ketting. De zaag heeft een automatischesmeerinrichting.

ONDERHOUD VAN DE KETTINGKETTINGSPANNING:Controleer dikwijls de spanning van de ketting en regeldie zo vaak mogelijk bij zodat de ketting nauw bij degeleiderail aansluit, maar nog los genoeg is om met dehand te kunnen worden getrokken. INLOPEN VAN EEN NIEUWE ZAAGKETTING:Een nieuwe ketting en geleiderail dienen na minder dan5 sneden te worden bijgeregeld. Dit is normaal tijdens deinloopperiode en de afstanden tussen verdere bijregelin-gen zullen alsmaar groter worden. OLIËN VAN DE KETTING:Vergewis u er zich van dat de automatische smeerin-richting naar behoren werkt. Zorg voor een steedsgevulde olietank met olie voor ketting, geleiderail en ver-tanding. Terwijl u met de zaag werkt, dienen de gelei-derail en de ketting altijd voldoende te worden geoliedom wrijving met de geleiderail te verminderen. De geleiderail en de ketting mogen nooit zonder olie zijn.

SCHERPEN VAN DE KETTING:Voor het scherpen van de ketting is speciaal gereed-schap vereist waarmee gewaarborgd is dat de messenmet de juiste hoek en de juiste diepte worden gescherpt. Aan de onervaren gebruiken van kettingzagen is aan tebevelen de zaagketting door een deskundige van delokale dienst na verkoop te laten scherpen. Als u hetscherpen van uw eigen zaagketting aandurft, koop danhet speciale gereedschap aan bij de professionele dienstna verkoop. Fig. 28Fig. 27LET OP: Verwijder nooit meer dan 3schakels uit een kettinglus. Anders zou devertanding schade kunnen oplopen. 49LET OP: Maak een nieuwe ketting nooit opeen afgesleten vertanding of op een afstel-ring vast. Anleitung MKS 38-40 SPK 1 10. 05. 2004 15:06 Uhr Seite 49.

NLFOUTEN VAN DE MOTOR VERHELPEN50ProbleemDe motor start niet of hij start maarblijft niet draaien.De motor start maar draait niet metvol vermogen.Motor draait onregelmatigGeen vermogen bij belastingMotor draait onrustiger.Bovenmatig veel rook.MOGELIJKE OORZAAKFoutief verloop van de start.Fout ingestelde carburatormengeling.Bougie vol roet.Brandstoffilter verstopt geraakt.Verkeerde stand van de hendel aande choke.Vervuild vonkrooster.Vervuilde luchtfilterFout ingestelde carburatormengeling.Fout ingestelde carburatormengeling.Fout ingestelde bougie.Fout ingestelde carburatormengeling.Verkeerde brandstofmengeling.VERHELPENVolg de instructies in deze handleid-ing op.Laat de carburator instellen door degeautoriseerde dienst na verkoop.Bougie schoonmaken / afstellen ofvervangen.Vervang de brandstoffilter.Breng de hendel naar de stand(BETRIEB (bedrijf)).Vervang het vonkrooster.Filter verwijderen, schoonmaken enterug op zijn plaats zetten.Laat de carburator instellen door degeautoriseerde dienst na verkoop.Laat de carburator instellen door degeautoriseerde dienst na verkoop.Bougie schoonmaken / afstellen ofvervangen.

114 GARANTIEOp het in de handleiding genoemde toestel geven wij 2 jaar garantie voor hetgeval dat ons product gebreken mocht vertonen. De periode van 2 jaar gaat inmet de gevaarovergang of de overname van het toestel door de klant. De garantie kan enkel worden geclaimd op voorwaarde dat het toestel naarbehoren is onderhouden en gebruikt conform de handleiding. Vanzelfsprekend blijven u de wettelijke garantierechten binnen deze 2 jaarbehouden. De garantie geldt voor het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland of vande respectievelijke landen van de regionale hoofdverdeler als aanvulling van deter plaatse geldende wettelijke voorschriften. Gelieve zich tot uw contactper-soon van de regionaal bevoegde klantendienst of tot het hieronder vermeldeserviceadres te wenden.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Einhell Royal MKS 38/40 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden