Ei Electronics Ei3016RF Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Ei Electronics Ei3016RF (100 pagina’s), behorend tot de categorie Rookmelder. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 359 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Ei Electronics Ei3016RF of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Ei Electronics |
| Categorie: | Rookmelder |
| Model: | Ei3016RF |
Handleiding Ei Electronics Ei3016RF – volledige tekst
Ei3024 / 3016 / 3014MeldersHandleiding230V AC Netspanning gevoedeLees de handleiding zorgvuldig door en bewaar deze zolang als het product wordt gebruikt. Het bevat essentiële informatie over de werking en installatie van uw melder. De handleiding moet worden beschouwd als onderdeel van het product.Als u de melder alleen installeert MOET de handleiding aan de eigenaar van de woning worden gegeven. De handleiding moet aan elke daaropvolgende gebruiker worden doorgegeven.
5De Ei3024 is een multisensor-brandmelder met hittegevoelige optische rooksensor en automatische stofcompensatie, waardoor sneller gereageerd wordt op veel verschillende soorten brand. De melder detecteert rook en hitte van een brand en is ideaal voor in de gang, overloop, woonkamer en slaapkamer. De Ei3016 is een optische rookmelder, met een beproefde optische sensor en automatische stofcompensatie, waardoor sneller gereageerd wordt op smeulende brand. De melder is ideaal voor in de gang, overloop, woonkamer en slaapkamer. De Ei3014 is een hittemelder met een klasse A1 hittedetectiesensor. De melder kan alleen worden gebruikt als onderdeel van een branddetectiesysteem, d. w. z. doorgekoppeld met Ei Electronics netvoeding-multisensor-brand- of rookmelders. De melder is ideaal voor keukens, garages, ketelhuizen en andere ruimtes waar er normaal gesproken veel damp, rook of stof is, d. w.
z. plekken waar rookmelders niet geïnstalleerd kunnen worden zonder risico op overmatig vaak vals alarm. Tot en met 12 melders kunnen zonder beperkingen doorgekoppeld worden, waarbij alle melders klinken als een melder een brand detecteert. Het kan een bedrade doorkoppeling zijn, een draadloze doorkoppeling of een combinatie van beide (voor de draadloze optie moet een Ei3000MRF SmartLINK-module worden toegevoegd aan elke melder, afzonderlijk verkrijgbaar). Bij meer dan 12 melders verwijzen wij naar onze website www. eielectronics. nl/draadlooskoppelen. Of neemt u contact op met onze adviseurs bij Hemmink. De Ei3000-serie wordt geleverd met een montageplaat waarmee snelle en eenvoudige installatie van de melder mogelijk wordt gemaakt. De netvoeding en batterijvoeding worden automatisch verbonden als de melder op de montageplaat wordt geschoven.
Als deze wordt ingedrukt terwijl de melder in alarmtoestand is, wordt het alarm 10 minuten onderdruktVisuele indicatoren Groene led - voeding Gele led - storing, einde van de levensduurRode led - Geheugen of alarm (als tegelijkertijd de claxon klinkt)AudioLINK AanwezigOperationele levensduur 10 jaar1.2 Technische specificaties
Langdurige blootstelling aan omstandigheden buiten deze bereiken kan de levensduur van het product verlagen. Voor advies over langer gebruik buiten deze bereiken moet u de fabrikant raadplegen.
112.1 Belangrijke veiligheidsaanwijzingenMelders die worden gevoed door netvoeding moeten geïnstalleerd en doorgekoppeld worden door een gekwalificeerde installateur in overeenstemming met de plaatselijke voorschriften voor elektrische installaties. Het niet correct installeren van deze melder kan de gebruiker blootstellen aan gevaar voor elektrische schok of brand en kan het product beschadigen.De melder is ontworpen om permanent bevestigd te worden, waarbij het eigen ingebouwde klemmenblok wordt gebruikt voor de aansluiting op de netvoeding. De montageplaat kan direct aan het plafond worden vastgeschroefd. Deze kan ook op een standaard verdeeldoos worden vastgeschroefd. Het typische stroomverbruik is 3mA. De melder mag niet worden blootgesteld aan druppels of spetters.
Aan de onderkant van de melder bevinden zich belangrijke markeringen.Alternatieve energie - (windenergie, zonne-energie, UPS etc.)Dit product is ontworpen om aangesloten te worden op een Pure of True Sine Wave 230V AC-voeding. Als het wordt aangesloten op een voedingsbron die gebruik maakt van een omvormer, bijv. een zonnepaneel, moet de Total Harmonic Distortion (THD) minder dan 5% zijn. Neem bij twijfel contact op met de fabrikant van de omvormer. Dit geldt ook voor batterijgevoede UPS (onderbrekingsvrije voeding)-omvormers.Lichtdimmercircuits – De melders mogen niet worden gevoed vanuit een lichtdimmercircuit.Installeer melders niet in nieuwe of gerenoveerde gebouwen totdat alle werkzaamheden zijn afgerond.De melder mag niet worden aangesloten als de bedradingsisolatie van het huis wordt gecontroleerd met hoogspanning, d.w.z. gebruik geen hoogspanningsisolatietester op de melder.
12De melder moet 24 uur per dag continu gevoed worden, dus is het belangrijk dat deze niet op een circuit is aangesloten dat uitgeschakeld kan worden door een schakelaar.In Nederland vereist de wetgeving (met het Bouwbesluit 2012) dat rookmelders voor woonfuncties aangesloten moeten worden op een voorziening voor elektriciteit in die woning.
Daarnaast moet de rookmelder een back-up batterij hebben voor het geval de elektrische installatie spanningsuitval heeft, waardoor de rookmelder kan blijven functioneren.2.2 Plaatsing van de rookmelders en hittemeldersDe 230V gevoede Ei rookmelders mogen toegepast worden in nieuwbouw- en bestaande woningen, studentenhuizen (logiesfunctie) en renovaties zoals aangewezen in het Bouwbesluit 2012.In het Bouwbesluit wordt beschreven voor welke woonfuncties in bestaande bouw en nieuwbouw rookmelders verplicht zijn, in welke ruimtes deze geplaatst dienen te worden, wat de eisen aan deze melders zijn, en in combinatie met de NEN 2555 hoe de exacte projectering van de melders dient te gebeuren.Sinds het bouwbesluit 2012 actueel is moet er in een woning op elke bouwlaag die met een vaste trap bereikbaar is minimaal één rookmelder geplaatst worden.Komende vanuit een verblijfsruimte, moet in elke ruimte waardoor een vluchtroute voert (meestal de hal en/of de overloop), ten minste één rookmelder zijn aangebracht die voldoet aan en is geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen als bedoeld in NEN 2555.Daarnaast moet in iedere verblijfsruimte en vluchtroute in de woning het minimale geluidsniveau van het alarmsignaal van de rookmelder 65 dB(A) zijn.
In iedere slaapruimte (bedruimte) moet dat minimaal 75 dB(A) zijn, beide gemeten op elk punt in die ruimtes. Dit kan het installeren van extra rookmelders en/of het koppelen van rookmelders inhouden. Gekoppelde rookmelders: wanneer één melder rook detecteert, gaan alle doorgekoppelde melders af.
132.3 Welke melder in welke ruimte?Onderstaande tabel en uitleg zijn bedoeld voor het optimaal beveiligen tegen brand, en beschrijven dus meer mogelijkheden dan het Bouwbesluit en NEN 2555.Locatie Ei3024 Multisensor-brandmelderEi3016 Optische rookmelderEi3014 Hittemelder (i)Gang, galerij, vluchtroutes ✔ ✔ ✗Keukens / garages ✗ ✗ ✔ (iii)Woonkamers ✔ ✔ ✔ (ii)Slaapkamers ✔ ✔ ✗Douche / badkamers ✗ ✗ ✗(i) Een hittemelder mag alleen worden gebruikt in een ruimte die grenst aan een vluchtroute, in combinatie met multisensor-brandmelders of rookmelders op de vluchtroutes. Alle melders moeten doorgekoppeld zijn, om ervoor te zorgen dat een vroegtijdige waarschuwing gehoord wordt.(ii) Sommige brandweerkorpsen (die bezorgd zijn over de trage reactie van hittemelders) adviseren dat multi-sensor brandmelders of rookmelders in woonkamers worden geplaatst.
Plaats hittemelders alleen als valse alarmen zeer waarschijnlijk zijn en het acceptabel is dat een waarschuwing alleen wordt afgegeven door de hittemelder als er zeer significant vlammend vuur in de ruimte is. Als deur(en) en ramen niet gesloten zijn om de brand en hitte te beperken, is het extreem onwaarschijnlijk dat de hittemelder zou reageren voor een multisensor-brandmelder of rookmelder die buiten in de galerij is geplaatst.(iii) In gesloten keukens met gesloten deuren.
152.4 Waar in de ruimte?De locaties moeten voldoen aan van toepassing zijnde voorschriften voor gebouwenNOOIT BINNEN50 cm VANWANDEN / HOEKEN50 cm(min)PLEKKEN METDODE LUCHTIDEALITER INHET MIDDEN VANHET PLAFONDAfb.1PlafondmontageHete rook stijgt op en verspreidt zich, dus een centrale positie aan het plafond is de beste locatie. De lucht is “dood” en beweegt niet in hoeken, daarom moeten melders niet in de buurt van hoeken worden gemonteerd. Melder plaatsen:- Op minimaal 50 cm afstand van wanden (zie afbeelding 1).- Op minimaal 50 cm afstand van verlichtingsarmaturen of decoratieve objecten die het binnendringen van rook/hitte in de melder zouden kunnen voorkomen.
162.5 Te vermijden locatiesRook-, hitte- of multi-sensor brandmelders NIET plaatsen in een van de volgende ruimtes:• Badkamers, doucheruimtes of andere ruimtes waar de melder geactiveerd kan worden door stoom, condensatie. • Locaties waar de normale temperatuur boven 40°C of onder 4°C kan komen (bijv. stookruimtes, direct boven ovens of ketels, etc.) waarbij hitte/stoom voor valse alarmen kan zorgen.• Minder dan 50 cm van een decoratief object, in de buurt van een deur, verlichtingsarmatuur, raamkozijn, etc., die ervoor kunnen zorgen dat hitte of rook niet in de melder kunnen komen.Bij schuine plafondsOp plekken met een schuin of puntdak plafond dient u de melder tussen 30 en 60 cm onder het hoogste punt horizontaal te monteren (dakhelling vanaf 15˚). Stilstaande lucht in de nok (warmtelaag) kan voorkomen dat rook de melder bereikt. (zie afbeelding 2).Afb.2
• Plaats de melder minimaal 1 meter van dimmerverlichting en -bedrading aangezien sommige dimmers interferentie kunnen veroorzaken.• Plaats de melder op minimaal 1,5 meter en leg bedrading op minimaal 1 meter afstand van fluorescerende verlichtingsarmaturen, aangezien elektrisch “lawaai” en/of flikkeren van invloed kunnen zijn op de melder. Sluit bedrading niet op hetzelfde circuit aan als fluorescerende verlichting of dimmers.• Niet plaatsen in ruimtes met veel insecten. Kleine insecten die in de optische rooksensor komen kunnen intermitterende valse alarmen veroorzaken. Insecten op en verontreiniging van de hittesensor kan de reactietijd vertragen.• Niet plaatsen in een klamme of vochtige ruimte.Hittemelders niet direct boven een gootsteen of kookplaat plaatsen - Houd minimaal 1 meter horizontale afstand tussen deze objecten en de melder.
182.6 Bevestiging en bedradingSchuimplafondpakking(moet aangebracht zijn)50 cm(min)50 cm(min)Breng schroevendraaier in ombedradingsafdekking op tetillen en weg te nemenAfb.31. Selecteer een locatie in overeenstemming met het advies in de vorige delen.2. Koppel de -netvoeding los van het circuit dat gebruikt zal worden.3. Til de bedradingsafdekking op zoals weergegeven in afbeelding 3. De bedrading moet als volgt verbonden worden met het klemmenblok op de montageplaat:L: Live (Fase) - verbinden met de bedrading van de woning die bruin gekleurd of met L gemarkeerd is.N: Neutral (Nul) - verbinden met de bedrading van de woning die blauw gekleurd of met N gemarkeerd is.IC: Interconnect (Koppeldraad) - zie afbeelding 5 en 6 en meer informatie in deel 2.7.Opmerking: De melder moet vast zijn aangesloten (overeenkomstig de norm NEN 1010) op een eindgroep van de elektrotechnische installatie.
19 Waarsc huwing: Het door elkaar gebruiken (of niet-aangesloten laten) van de fase- en nuldraad bij het doorkoppelen van melders kan alle melders beschadigen. Zorg ervoor dat draden met dezelfde kleur worden gebruikt in de ruimtes voor fase-, nul- en koppeldraden.Wij adviseren nadrukkelijk om het volgende te controleren voordat de melder wordt aangesloten:• controleer op fase en nulgeleider met een tester met twee sondes. • controleer op fase met een neon tester. • controleer of de doorgekoppelde draad NIET aangesloten is op fase, nulgeleider of aarde. Gebruik geen aardedraad voor de koppeldraad. Opmerking: De melder hoeft niet geaard te worden.
Echter, de gemarkeerde aansluitklem is voorzien voor het gemak van de installateur, zodat koperen aardedraad of groen/geel gekleurde kabel veilig afgesloten kan worden.Om melders door te koppelen moeten alle interconnect-klemmen samen worden gekoppeld zoals weergegeven in afbeelding 8 (zie deel Melders doorkoppelen).4. Als de installatiedraden verzonken zijn, moeten de draden door de achterste opening in de montageplaat worden gebracht, zoals weergegeven in afbeelding 4.Als de installatiedraden langs het oppervlak lopen:(a) positioneer de montageplaat zodanig, dat de kabelgoot identiek is aan de weergave in afbeelding 4.(b) de montageplaat heeft een verwijderbaar deel, neem dit weg voor directe koppeling met 25 mm kabelgoot zoals weergegeven in afbeelding 5.
Bij koppeling met 16 mm kabelgoot moet voorzichtig rond het gemarkeerde deel worden gesneden, waarbij de bovenkant intact blijft en het deel wordt vervangen. (Als u geen oppervlakbedrading gebruikt, moet het verwijderbare deel vanwege elektrische veiligheidsredenen op z‘n plek blijven).
20Er zijn twee andere posities die ook geschikt zijn voor de ingang (en uitgang) van de oppervlakbedrading in de melder. De ene bevindt zich naast het verwijderbare deel en de ander direct ertegenover.5. Lijn de montageplaat nauwkeurig uit en schroef deze vast op z‘n plek. Sluit de draden aan op het klemmenblok. Bij verzonken bedrading moet ervoor worden gezorgd dat de achterste pakking de rand van de opening in het plafond of de wand afsluit. Dit is om te voorkomen dat tocht het binnendringen van rook/hitte in de melder beïnvloedt. Als de opening te groot is of als de melder deze niet afdicht, moet deze worden afgedicht met siliconenrubber of een soortgelijk middel.6. Vervang de bedradingsafdekking en plaats de melder voorzichtig op de basis en schuif de melder erop (zie afbeelding 6).7. Verbind de netvoeding met het meldersgroep.
Controleer of het groene lampje op de voorkant van de melder brandt. 8. Druk op de Test/Hush-knop (test/onderdrukkings-knop) en houd deze 10 seconden ingedrukt (zie afbeelding 7). De claxon klinkt. Ga na of u de doorgekoppelde melders ook binnen deze tijd hoort. De Test-knop laat de plaatselijke claxon klinken, die direct stopt bij loslaten. Daarna hoort u alle doorgekoppelde melders, omdat de claxons van deze melders nog eens 3 seconden afgaan.BEDRADING INVOERL: LIVE - FASE (BRUIN)N: NEUTRAL -NUL (BLAUW)IC: INTERCONNECT - DOORKOPPELEN (BIJV. ORANJE)AARDE(GROEN/GEEL) Afb.4 Afb.5
22 Opmerking: In een Ei Electronics-alarmsysteem kunnen maximaal 12 brand-, rook-, hitte-, koolmonoxidemelders en toebehoren zonder beperkingen doorgekoppeld worden. (Elke melder uit de Ei3000-serie kan ook doorgekoppeld worden naar een Ei2110e-, Ei160e- en Ei140RC-serie). Bij meer dan 12 melders verwijzen wij naar onze website www. eielectronics. nl/draadlooskoppelen. Of neemt u contact op met onze adviseurs bij Hemmink. WAARSCHUWING: Koppel deze melders niet aan een ander type Ei-melder (behalve degene die hierboven worden vermeld) of aan een ander model dat geproduceerd is door een andere fabrikant. Als dit wel gebeurt kan dit leiden tot beschadiging van de melders en gevaar voor elektrische schok of brand. Systemen die meer dan 3 of 4 melders gebruiken moeten zeer nauwkeurig worden gepland, om ervoor te zorgen dat er geen overmatig vals alarm is, bijv. door kookdampen of stoom.
Het volgende wordt geadviseerd: • In een RF-systeem moet een Ei Electronics-regelschakelaar (Ei450) worden geïntegreerd en toegankelijk zijn voor alle bewoners, zodat de bron van een alarm snel geïdentificeerd kan worden. Dit is met name belangrijk als brand- en koolmonoxidemelders in hetzelfde systeem worden gebruikt, want de bewoner moet alle ramen en deuren open zetten als het om een koolmonoxide-incident gaat, maar moet alle ramen en deuren sluiten om een brand te vertragen. • Alle melders moeten regelmatig gereinigd en onderhouden worden. • Een gekwalificeerde persoon moet erbij gehaald kunnen worden voor het snel verwijderen van melders die vals alarm afgeven (d. w. z. melder met snel knipperende rode led-alarmindicator), die ervoor zorgen dat alle andere melders klinken. Breng elektrische aansluitingen tot stand zoals weergegeven in afbeelding 8.
23L (Live): Fase – aansluiten met bruine draad; N (Neutral): Nul – aansluiten met blauwe draad. En alleen wanneer rookmelders gekoppeld worden: IC (=interconnect/koppeldraad) gebruiken. Gebruik voor het bedraad doorkoppelen van rookmelders (max. 12 melders) geen aardedraad of een draad die later verward kan worden met de bestaande bedrading (geen bruin, zwart, grijs, blauw of geel-groen; neem bijv. oranje).De maximale lengte om rookmelders bedraad te kunnen koppelen is 250 meter (max. 50 Ohm). Raden we met behulp van standaard draad (2.5 mm2 H07V-U); blauw en bruin. De melder kan ook RF-doorgekoppeld worden aan andere RF-melders en -apparaten door het installeren van een Ei3000MRF SmartLINK-module. Zie de handleiding van de Ei3000MRF voor meer informatie over RF-doorkoppeling.
Deze is ook uitgerust om te werken in een hybride systeem (combinatie van bedrade en RF-doorgekoppelde melders en -apparaten).Let op: in een hybride systeem met koolmonoxide-, hitte-, brand-, rookmelders adviseren wij het gebruik van een melder uit de Ei3000-serie als de hybride koppeling met het RF-deel van het systeem.Controleer of de melders correct werken, zie het deel UW MELDER TESTEN EN ONDERHOUDEN.
242.8 Melder verwijderen* Voeding loskoppelen voor verwijderen *Verwijdergleuf opsporen Schroevendraaier inbrengenSchuif melder van basis Melder wegnemenVind de pijl aan de voorzijde van de melder. De gleuf bevindt zich direct boven de pijlMet ingebrachte schroevendraaier moet het onderste deel van de melder weg van de schroevendraaier worden gedrukt, in de richting van de pijlen op de afdekkingHoud het onderste deel van de melder vast en neem dit van de basisplaat weg door de melder richting de vloer naar beneden te brengenBreng een platkopschroevendraaier ca. 10 mm horizontaal in het midden van de verwijdergleuf in
263.1 Uw melder testen en onderhoudenAlle melders moeten regelmatig worden getest, om er zeker van te zijn dat deze correct werken. Richtlijnen en best practices voor testen zijn: 1. Nadat het systeem is geïnstalleerd. 2. Een keer per maand daarna. 3. Na langere afwezigheid van de woning (bijv. na een vakantie). 4. Na reparatie of onderhoud van een van de melders of huishoudelijke elektrische werkzaamheden.(i) Controleer of de groene led stroomindicator continu brandt. (ii) Controleer ook of er geen storingen zijn, d.w.z. GEEN knipperende groene, gele of rode led (als dit het geval is moet u de indicatoroverzichtstabel raadplegen).Inspectie- en testprocedure Voeding controleren TestControleer of er een groen lampje brandt op de afdekkingHoud de test-knop 10 seconden ingedrukt. Het alarm zal luid klinken
27(iii) Houd de Test-knop 10 seconden ingedrukt en controleer of het alarm klinkt. Hiermee wordt de werking van de sensor, elektronica en claxon getest. Het alarm stopt als de knop wordt losgelaten. Het indrukken van de Test-knop simuleert rook en/of hitte en is daarom de beste manier om te controleren of de melder correct werkt. (Raadpleeg de indicatoroverzichtstabel als de rode of gele led knippert). (iv) Alleen doorgekoppelde melders - Test de eerste melder door de Test-knop 10 seconden ingedrukt te houden. Nadat de eerste claxon klinkt moeten alle melders binnen 10 seconden klinken. Na het loslaten van de Test-knop, stopt de plaatselijke claxon direct en blijven de doorgekoppelde melders nog 3-4 seconden klinken. Deze functie is een geluidsverificatie dat de doorkoppeling in orde is. Controleer alle andere melders op dezelfde manier.
Netvoeding voor langere tijd uitschakelenAls de woning regelmatig worden voor langere tijd wordt verlaten zonder ingeschakelde netvoeding moeten de melders worden verwijderd van de montageplaten en moeten de Ei3000MRF-modules (indien geplaatst) worden verwijderd om te voorkomen dat de batterijen helemaal leeglopen. (Dit gebeurt soms bij vakantiehuisjes die alleen ‘s zomers bezet zijn).
28De Ei3000MRF-modules (indien aanwezig) moeten terug worden geplaatst op de melders en de melders moeten terug worden geplaatst op de montageplaten als de woning weer bezet is. Zorg ervoor dat de oorspronkelijke RF-module weer met dezelfde melder wordt gekoppeld.(Langetermijnopslag (langer dan 1 jaar) kan de batterijen zodanig beschadigen, dat ze niet opnieuw worden opgeladen als de melders weer op de netvoeding worden aangesloten).WAARSCHUWING: NIET TESTEN MET VLAM Dit kan de melder in brand zetten en de woning beschadigen. Wij adviseren ook om niet te testen met hitte, aangezien de resultaten misleidend kunnen zijn, tenzij speciale apparatuur wordt gebruikt.3.2 Uw melder reinigenReinig uw melder regelmatig.
In stoffige ruimtes kan het nodig zijn om de melder vaker te reinigen.Gebruik het smalle mondstuk van uw stofzuiger om stof, insecten en spinnenwebben te verwijderen van de zijkanten en afdekkingsgleuven waar de luchtstroom naar binnen gaat. Reinig de buitenste afdekking door deze af en toe met een schone, vochtige doek af te vegen en vervolgens goed te drogen met een pluisvrije doek. Gebruik geen reinigingsmiddelen, bleekmiddelen, afwasmiddelen of poetsmiddelen, waaronder die in spuitbussen. StofzuigenStofzuig rond de ventilatiegaten aande zijkant om te reinigenSchoonvegenVeeg de melder schoon met een schone, vochtige doek en droog grondig af
29WAARSCHUWING: Verf uw melder niet. Behalve de hierboven beschreven reiniging, is ander onderhoud door de klant niet nodig. Onderhoud of reparaties moeten worden uitgevoerd door de fabrikant. Alle melders zijn gevoelig voor het binnendringen van stof en insecten, wat kan leiden tot foutieve alarmen of een defecte melder. In bepaalde omstandigheden kunnen verontreinigingen zich ondanks regelmatige reiniging ophopen in de rooksensorkamer, waardoor de melder klinkt of defect raakt. Wij kunnen niets doen aan verontreiniging, aangezien deze volledig onvoorspelbaar is en beschouwd wordt als normale slijtage. Om deze reden valt verontreiniging niet onder de garantie.
31NOOIT(i). Controleer deuren van een ruimte op hitte of rook. Open geen hete deur. Gebruik een alternatieve vluchtroute. Sluit alle deuren achter u bij het verlaten. (ii). Als er veel rook is, moet u wegkruipen, waarbij u dicht bij de grond blijft. Adem indien mogelijk kort in door een natte doek of houd uw adem in. Mensen overlijden vaker door het inademen van rook dan door vlammen.(iii). Ga zo snel mogelijk naar buiten. Niet stoppen om dingen in te pakken. Zorg voor een vooraf afgesproken ontmoetingspunt buiten voor alle gezinsleden. Controleer of iedereen aanwezig is. (iv). Bel onmiddellijk de brandweer met een mobiele telefoon of met de telefoon van de buren. Bel de brandweer voor elke brand, hoe klein deze ook is, want brand kan zich plotseling verspreiden. Bel de brandweer ook als het alarm automatisch wordt overgedragen naar een meldkamer.
33Uw melder maakt geen geluid als de u de Test-knop indrukt• Controleer of de melder correct is bevestigd op de montageplaat.• Wacht 15 seconden na het aansluiten van de voeding voordat er wordt getest met de knop.• Houd de knop minimaal 10 seconden stevig ingedrukt.• Als de claxon niet afgaat, moet uw melder worden geretourneerd voor reparatie of vervanging - zie deel UW MELDER LATEN ONDERHOUDEN.Uw melder afgaat zonder duidelijke reden• Als de melder afgaat zonder dat er tekenen van brand zijn zoals rook, hitte of geluid, moet u uw gezin naar een veilige plek brengen, voordat u op onderzoek uitgaat. Controleer de woning zorgvuldig op een mogelijke kleine smeulende brand.
Controleer op rook, dampen, stoom, zeer hete lucht, etc.• Vind de melder die afgaat en een knipperende rode led heeft.• Als u de woning zorgvuldig hebt onderzocht en zeker weet dat het vals alarm is, drukt u kort op de Test/Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop) om de melder 10 minuten te onderdrukken. Gedurende deze tijd zullen ook doorgekoppelde melders onderdrukt worden. Als de melder zich in de ‘Hush’-modus (onderdrukkingsmodus) bevindt, blijft de rode led knipperen als deze de aanwezigheid van rook of hitte detecteert. Na 10 minuten wordt de melder teruggezet naar de normale modus. Als aanvullende onderdrukkingstijd nodig is, moet u de Test/Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop) weer indrukken.
• Als vaak vals alarm voorkomt, kan het noodzakelijk zijn om de melder uit de buurt van de bron van damp te verplaatsen of als de melder blijft klinken zonder dat er rook of hitte is en het reinigen van de melder het probleem niet oplost, moet de melder worden vervangen.
34Doorgekoppelde melders gaan niet allemaal af• Houd de Test-knop minimaal 10 seconden ingedrukt om ervoor te zorgen dat het signaal wordt overgedragen naar alle doorgekoppelde melders.• Als dat niet het geval is en u een bedrade doorkoppeling hebt, adviseren wij u om een gekwalificeerde installateur te raadplegen.• Als de melder is uitgerust met een RF-module voor draadloze doorkoppeling, moet gecontroleerd worden dat alle melders in het RadioLINK-systeem gevoed worden en correcte huiscode hebben. (zie de handleiding voor deEi3000MRF SmartLINK-module).Het indrukken van de Test/Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop) onderdrukt het alarm nietZorg er altijd voor dat u de Test/Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop) indrukt op de melder die klinkt en een knipperende rode led heeft.Uw melder piept enknippertIn stand-by-modus klinkt, piept of knippert de melder niet.
Het enige lampje dat brandt is de groene led-stroomindicator.De melder controleert de batterij, sensor en elektronica automatisch en regelmatig om ervoor te zorgen dat deze allemaal naar behoren werken. Als een storing wordt herkend, waarschuwt de melder de bewoner via korte piepjes en de gele led foutindicator, die elke 48 seconden knippert. De melder geeft ook storingen aan als de Test-knop wordt ingedrukt.Zie indicatoroverzichtstabellen op de volgende pagina‘s.
36Statuselke48 secx2elke8 secx2Om het geheugente wissenKlinkt totdat detest-knop wordt losgelatenHoud de test-knop >20s ingedruktTest-knop indrukken eningedrukt houden Handeling Rode led(alarm)GeluidMemory-mode (geheugenmodus)0-24u>24u +Het alarmgeheugen is een belangrijke functie en waarschuwt de eigenaar van de woning dat de melder eerder een brand heeft gedetecteerd en in alarmtoestand is geweest terwijl niemand in de woning was. Met de geheugenfunctie kan ook gedetecteerd worden welke melder eerder het gehele alarmsysteem heeft geactiveerd, wat ook zeer van pas kan komen als het gehele alarmsysteem in alarmtoestand is geweest en vervolgens is gestopt zonder duidelijke reden. Als de bronmelder is geïdentificeerd, kan er gericht worden gehandeld, bijv.
bij een brandalarmgebeurtenis in het geheugen moet de oorzaak van het valse alarm worden onderzocht door ervoor te zorgen dat keuken- of badkamerdeuren gesloten blijven, om te voorkomen dat zeer hete lucht of stoom van kookplaat/douche de hittesensor van de melder bereikt, moet de melder verder weg van de bron van stoom of condensatie worden verplaatst, moet de melder worden vervangen als vermoed wordt dat deze defect is of moet de melder op korte termijn worden verwijderd. De geheugenfunctie heet twee bedrijfsmodi: - geheugenindicatie gedurende 24 uur na het alarm. - geheugenoproep op aanvraag. 24 uur-geheugenindicators: Gedurende 24 uur na alarmering knippert de rode led 2 keer per 48 seconden (ca. ). Geheugenoproep op aanvraag: Om de geheugenstatus te bekijken, moet de Test-knop ingedrukt worden gehouden, waarna de rode led twee keer knippert om een evt.
alarmgebeurtenis in het geheugen over te brengen. Geheugen resetten: Houd de Test-knop minimaal 20 seconden ingedrukt. Dek de claxon af met een doek om het alarm gedurende deze periode te dempen. Het leegmaken van het geheugen wordt aangegeven door de rode led, die 1 seconde lang knippert.
37elke48 secelke48 secelke48 secGroene led1(voeding)Gele led2(storing)Rode led(alarm)Wat te doenWat ditbetekent230V-voedingweer aansluiten230V-voedingweer aa luitenns230V-voeding uit230V-voeding uit,back-up batterijbijna leegPieptStoringsmodi en geheugenindicatorMeldervervangenelke48 secBack-up batterijbijna leeg MeldervervangenSe orstoringnsMeldervervangenEinde van de levensduurbij het indrukkenvan de test-knopMax. stofcompen tiesais bereikt1 AAN als 230V-voeding is ingeschakeld, knippert iedere 48 sec. als deze op de back-up batterij loopt, UIT als 230V-voeding en back-up batterij zijn uitgeschakeld.2 Als u twijfelt over het aantal keer knipperen van de gele led, kunt u te allen tijde de test-knop indrukken als er een storing is. Er zit 8 sec. tussen het relevante aantal keer knipperen.
Opmerking: Storingspiepjes kunnen worden onderdrukt door het indrukken van de Test/Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop).zie deel Maximalestofcompen tiesaEr een alarm isgeweest tijdens uw afwezigheidDeel Meldergeheugencont lerenroKnippert inover enstemmingemet het storingstypeStoringspiepjes zijn onde rukt. Snelheid van rdde knippe nde gele led regeeft storingstype aanIndien ve t kan het piepen reisweer worden onderdrukt door het indrukken van de Test-h -knopush(onderdrukkin nop)gskWat u hoort/zietx2x1x1x1x2x3x4elke48 secx3elke8 secx4
38De melder kan diens status en geschiedenis communiceren via verschillende led-knippersignalen en piepjes. Een uitgebreider rapport van alle dergelijke gebeurtenissen is echter beschikbaar d.m.v. de AudioLINK-download via de app.Storing back-up batterij bijna leeg Als de reservebatterij leeg is, wordt een korte piep afgegeven en knippert de gele led foutindicator elke 48 seconden. In zo‘n geval moet gecontroleerd worden of de groene led stroomindicator continu brandt. Als deze uit is, of elke 48 seconden knippert, krijgt de melder geen 230V AC-netvoeding en wordt gevoed door de back-up batterij. De piep die elke 48 seconden wordt afgegeven is een indicatie dat de batterij leeg is. De batterij kan niet worden vervangen. Controleer zekeringen, installatieautomaten en bedrading om de oorzaak van de onderbreking van de netvoeding te achterhalen.
Neem bij twijfel contact op met een gekwalificeerde installateur. Als de netvoeding is hersteld, wordt de batterij opgeladen en moeten de piepjes binnen 2 uur stoppen. Als de piepjes na 2 uur nog klinken en het groene lampje brandt, kan het zijn dat er een ander probleem is met de melder. De melder moet worden geretourneerd voor reparatie of vervanging - zie deel UW MELDER LATEN ONDERHOUDEN. SensorstoringDe melder controleert regelmatig of de optische rooksensor en/of thermistor-hittesensor correct werken. Als de melder een storing op de sensor herkent, geeft deze 2 korte piepjes af en knippert de gele led 2 keer per 48 seconden. In dat geval moet de melder moet worden geretourneerd voor reparatie of vervanging - zie deel UW MELDER LATEN ONDERHOUDEN.Einde van de levensduur Als de melder langer dan 10 jaar is geplaatst, geeft deze 3 korte piepjes af en knippert de gele led
393 keer per 48 seconden om aan te geven dat het einde van de levensduur is bereikt. De gehele melder moet worden vervangen (controleer de vervanging ook aan de hand van de datum op de sticker aan de zijkant van de melder). Koppel eerst de netvoeding los en vervang de melder - zie deel ‘Melder verwijderen’. Maximale stofcompensatie (alleen Ei3016 en Ei3024)De melder bewaakt de ophoping van stof in de optische rookkamer en compenseert deze, waardoor de kans op vals alarm wordt verlaagd. Als de melder echter 4 korte piepjes afgeeft en de gele led 4 keer knippert als de Test-knop wordt ingedrukt, geeft de melder aan dat de maximale stofcompensatie is bereikt. Als dit gebeurt, blijft de melder gewoon werken, maar is er een verhoogde kans op vals alarm, dat wordt veroorzaakt door de stofophoping. Als de ophoping snel plaatsvindt (bijv.
door stof van vloerbedekking die wordt vervangen) en de melders klinken, heeft de stofcompensatie enkele uren nodig. In dit geval moet de melder van het plafond worden weggenomen, 5 minuten losgekoppeld blijven, en vervolgens worden teruggeplaatst (de lucht mocht schoon zijn, d. w. z. vrij van stof en rook). De stofcompensatie werkt nu snel, binnen 60 seconden. Storingspiepjes tijdelijk onderdrukken Als de Test/Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop) wordt ingedrukt op een melder die storingspiepjes afgeeft en waarvan de gele led foutindicator knippert, wordt de melder onderdrukt (Fault Hush-modus (storingsonderdrukkingsmodus)) gedurende 12 uur. De melder klinkt/werkt echter normaal als de melder binnen deze periode een brand detecteert (behalve als de gedetecteerde storing een sensorstoring is).
De gele led foutindicator blijft nog steeds knipperen om aan te geven dat de storing nog steeds aanwezig is. Dit is een handige functie als de storing‘s nachts optreedt, want dan wordt de overlast voor slapende personen in het gebouw tot een minimum beperkt.
41herhaald. Een sensorstoring kan slechts een keer worden onderdrukt.Beperkingen van brandmeldersMulti-sensor brand-, rook-, hittemelders kunnen een aanzienlijke bijdrage leveren om het gevaar voor overlijden door brand te verlagen. Onafhankelijke autoriteiten hebben echter aangegeven dat deze systemen ondoeltreffend kunnen zijn in enkele brandsituaties. Daarvoor zijn er een aantal redenen:- De melders werken niet als de netvoeding uitgeschakeld of losgekoppeld is en de back-up batterij leeg is. Test de melder regelmatig om te controleren dat de voeding naar behoren werkt.- De melders detecteren geen brand als er niet voldoende hitte/rook in de melders komt.
Het kan zijn dat hitte/rook de melder niet bereikt als de brand te ver weg is, bijvoorbeeld als de brand op een andere verdieping is, achter een gesloten deur, in een schoorsteen, in een spouwmuur of als aanwezige tocht de hitte/rook weghoudt. Het plaatsen van hittemelders en rookmelders aan beide kanten van gesloten deuren en door de gehele woning of gebouw zoals aanbevolen in deze handleiding maakt vroegtijdige detectie zeer waarschijnlijker. - Melders worden mogelijk niet gehoord. Het kan zijn dat personen die onder invloed zijn van drugs of alcohol niet wakker worden van de melder. - De melders detecteren mogelijk niet elke soort brand om vroegtijdig te waarschuwen.- De melders hebben een beperkte levensduur. De fabrikant adviseert om maandelijks te testen en de melder na maximaal 10 jaar te vervangen, als voorzorgsmaatregel.
42Als een brandbeveiligingssysteem is geïnstalleerd, moeten de fundamentele voorzorgsmaatregelen altijd worden getroffen, waaronder die hieronder: • Lees alle aanwijzingen door. • Gebruik het testen van de melder als een middel om uw gezin bekend te maken met het alarmgeluid en om brandoefeningen regelmatig met alle gezinsleden uit te voeren. Herhaal vluchtroutes zodat iedereen thuis weet wat hij/zij moet doen als het alarm klinkt. Raadpleeg voor meer informatie uw plaatselijke brandweer. • Om gevoeligheid voor brand te behouden, mag de melder niet worden geverfd en mag deze niet worden afgedekt en; moet de ophoping van spinnenwebben, stof of vet worden voorkomen. • Als een melder beschadigd is of niet correct werkt, mag u niet proberen om deze te repareren. Melder retourneren - zie deel 7 - .‘ ’SERVICE EN GARANTIE• De melder is alleen bedoeld voor woningen.
447.1 Uw melder laten onderhoudenAls uw melder niet werkt nadat u zorgvuldig alle aanwijzingen hebt doorgelezen en dit in de garantieperiode valt, moet gecontroleerd worden of de melder correct is geïnstalleerd en 230V-voeding ontvangt. Neem daarna contact met ons op.Als geadviseerd wordt om uw melder te retourneren, moet u ervoor zorgen dat de melder in een doos met vulling wordt geplaatst en dat de melder niet op de montageplaat is gemonteerd (aangezien de melder kan piepen of een alarm kan afgeven als de Test/Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop) wordt ingedrukt tijdens het verzenden), met de aankoopbon en een beschrijving van de aard van de storing.7.2 Milieu en garantieRookmelders hebben geen onbeperkte levensduur. Vervang de rookmelder elke 10 jaar.
Een sticker op de zijkant van de rookmelder geeft de vervangingsdatum aan (vervangen voor….datum/productienummer).Rookmelders en de batterijen moeten in Nederland milieuvriendelijk worden gerecycled. Zie daartoe www.wecycle.nl. Daarom treft u deze sticker op de rookmelder aan.Het symbool met de doorgekruiste klikobak op uw product wil zeggen dat het niet met het normale huisafval mee kan. Een correcte afvalscheiding beschermt natuur en mens. nneer u dit product weggooit, scheidt u het aub Wavan het normale huisvuil om er zeker van te zijn dat het op de juiste manier gerecycled kan worden. Voor verdere informatie over inzameling en afvalverwerking kunt u contact opnemen met uw lokale milieustraat / eco-station of uw leverancier.
45Garantie en servicebepalingDe leverancier garandeert vijf jaar productgarantie na aankoopdatum, tegen alle defecten die niet veroorzaakt zijn door verkeerd gebruik of beschadiging van de melder.De schade ontstaan door brand is niet te verhalen op de fabrikant of leverancier.Wanneer rookmelder niet correct werkt en u heeft de testprocedures zoals beschreven doorlopen (zie ook www.eielectronics.nl), dan dient u contact op te nemen met uw installateur / leverancier / woningbouwvereniging. Zij zullen u verder helpen met de oplossing voor de storing.Wanneer uiteindelijk na alle inspanningen geen resultaat kan worden bereikt en u kunt aanspraak maken op de productgarantie, dan kan contact gezocht worden met de importeur van Ei Electronics in Nederland (voor adres zie hieronder of kijk op www.eielectronics.nl).
Vraag naar afdeling verkoop voor nadere instructies over verpakken, beschrijving defect/klacht, waar het product gekocht is, welke aankoopinformatie en voor het verstrekken van een retournummer.Betreft het een fabrieksfout dan zal de fabrikant het product repareren of vervangen. Installatie/plaatsing valt hier niet onder.Repareer of sleutel niet zelf aan de melder. Hierdoor vervalt het recht op garantie, maar belangrijker; het kan de gebruiker blootstellen aan elektriciteit of brandgevaar.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Ei Electronics Ei3016RF stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Rookmelder Ei Electronics
Handleiding Rookmelder
Nieuwste handleidingen voor Rookmelder