Ei Electronics EI146E Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Ei Electronics EI146E (28 pagina’s), behorend tot de categorie Rookmelder. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 93 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Ei Electronics EI146E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Ei Electronics |
| Categorie: | Rookmelder |
| Model: | EI146E |
Handleiding Ei Electronics EI146E – volledige tekst
ROOK- EN HITTEMELDERS 230V~ Ei140e SerieHandleidingMet alkaline back-up batterij© Ei Electronics 2022P/N B20581 Rev1Lees de handleiding zorgvuldig door en bewaar deze zolang als het product wordt gebruikt. Het bevat essentiële informatie over de werking en installatie van uw melder. De handleiding moet worden beschouwd als onderdeel van het product.Als u de melder alleen installeert MOET de handleiding aan de eigenaar van de woning worden gegeven. De handleiding moet aan elke daaropvolgende gebruiker worden doorgegeven.
2SymbolenlijstSymbool BeschrijvingDe symbolen op deze pagina worden gebruikt in overeenstem-ming met EN 62368-1, IEC 60417, ISO 7000 en normen die worden toegepast. Deze symbolen worden gebruikt om informatie over het veilige en juiste gebruik van onze apparaten. Deze symbolen zijn vindbaar op het apparaat zelf, op de verpak-king of in bijbehorende documentatie.Apparaten van klasse IIEen elektrisch apparaat van klasse II (klasse 2) of dubbel geïsoleerd is zodanig ontworpen dat het hoeft niet geaard te worden.WEEE symboolGeeft aan dat het apparaat naar een Recyclepunt moet worden gebracht wanneer het apparaat vervangen moet worden.Gekruiste verfkwastDit geeft aan dat het apparaat niet geschilderd mag worden.UKCA-keurmerkDit geeft aan dat dit product voldoet aan de relevante normen met betrekking tot producten die verkocht worden binnen het Verenigd Koninkrijk.
De UKCA-markering is ook te vinden op producten die buiten het renigd Koninkrijk worden Veverkocht en ontworpen voor verkoop in het Verenigd Koninkrijk.Einde levensduurDit geeft de datum aan waarna het apparaat moet worden vervangen.CE-markeringDit geeft aan dat dit product voldoet aan de relevante EN-normen voor producten die worden verkocht binnen de Europese Economische Ruimte (EER).
De CE-markering is ook te vinden op producten die buiten de EER worden verkocht en die die in de EER zijn vervaardigd of ontworpen voor verkoop in de EER.Beschermende aardingDit identificeert de aardklemmen.Mobius Loop Dit geeft aan dat de verpakking van dit product gerecycled kan worden.SchroevendraaierDit geeft de plaats aan dat wordt gebruikt om de melder los te maken van de montageplaat.Groene puntDit is een Europees handelsmerk dat aangeeft dat de fabrikant financieel heeft bijgedragen aan de recycling van verpakkingen in Europa.
3Handleiding installateurQuick start montage instructiesPLAATS DE MELDER IN HET MIDDEN VAN HET PLAFOND EN MINIMAAL 50 CM VAN DE MUUR OF ANDERE OBSTAKELSDRAAD NAAR DE KLEMMEN OP DE MONTAGEPLAAT EN BEVESTIG DE MONTAGEPLAAT AAN HET PLAFOND MET BEHULP VAN DE MEEGELEVERDE SCHROEVENBEPAA DE JUISTE MONTAGEPLAATSL 1SCHUIF MELDER OP MONTAGEPLAAT. ER MOET EEN KLIK HOORBAAR ZIJN ALS DE SABOTAGEBESTENDIGE VERGRENDELING VASTKLIKTSCHUIF OP MELDER3HOUD DE TESTKNOP OP HET MELDER INGEDRUKT. HET ALARM OP DE MELDER EN OP EVENTUEEL ALLE ANDERE DOOR GEKOPPELDE MELDERS MOET HOORBAAR ZIJN. ALARMEN TESTEN4BEVESTIGINGS- EN DRAADMONTAGEPLAAT250cm 50cmLET OP: DIT GEDEELTE IS SLECHTS EEN RICHTLIJN. LEES DE VOLLEDIGE INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIE1. InleidingDe Ei140e-serie wordt geleverd met een Easi-Fit-montageplaat waarmee de melder snel en eenvoudig geïnstalleerd kan worden.
Bovendien kan de melder eenvoudig verwijderd en vervangen worden. Wanneer de melder op de Easi-Fit-montageplaat wordt geschoven, wordt er automatisch verbinding gemaakt met de netvoeding en de batterij.Er kunnen maximaal 12 melders onderling verbonden worden, waarbij alle melders afgaan als één melder rook detecteert.De melders kunnen onderling gekoppeld worden via een IC-draad of door middel van een RF verbinding. Om de melders draadloos te koppelen heb je een RadioLINK-montageplaat (Ei168RC) nodig.Alle melders beschikken over een test-/pauzeknop.
Als deze wordt ingedrukt terwijl de melder in alarm is, wordt het alarm 10 minuten onderdrukt.Visuele indicatorenGroene LED – VoedingRode LED – Zelftest, alarm (als tegelijkertijd het alarm klinkt), "hush"-modus, Geheugen of storingOperationele levensduur 10 jaarDoorkoppelingTot 12 melders kunnen doorgekoppeld worden via een bedraad of draadloos systeem (met de optionele Ei168RC montageplaat)BevestigingGeleverd met Easi-fit manipu-latiebeveiligde montageplaat met integraal klemmenblok en bedrading afdekkap, inclusief schroeven en pluggenBedrijfstemperatuur -10°C tot +40°C* Vochtigheidsbereik 15% tot 95% (niet condenserend)Plastic materiaal HIPS (UL94V-0 vlamvertragend geclassificeerd) AfmetingenEi146e: Product - Ø148mm x 50mmVerpakking - 155mm x 155mm x 62mmEi144e: Product - Ø148mm x 61mmVerpakking - 155mm x 155mm x 67mmGewicht 350g (inclusief verpakking)Garantie 5 jaar (beperkt)Goedkeuringen KM522831, EN14604:2005+AC 2008,KM83678, BS5446-2:2003* Temperatuur en luchtvochtigheidsomstandigheden zijn voor normaal gebruik en opslag.
Melders werken buiten deze bereiken zoals vereist door de specifieke productnormen. Langdurige blootstelling aan omstandigheden buiten deze bereiken kan de levensduur van het product verlagen. Voor advies over langer gebruik buiten deze bereiken moet u de fabrikant raadplegen.
62. 1 Belangrijke veiligheidsaanwijzingenWAARSCHUWING: Melders die worden gevoed door netvoeding moeten geïnstalleerd en doorgekoppeld worden door een gekwalificeerde installateur in overeenstemming met de plaatselijke voorschriften voor elektrische installaties. Het niet correct installeren van deze melder kan de gebruiker blootstellen aan gevaar voor elektrische schok of brand en kan het product beschadigen. De melder is ontworpen om permanent bevestigd te worden, waarbij het eigen ingebouwde klemmenblok wordt gebruikt voor de aansluiting op de netvoeding. De montageplaat kan direct aan het plafond worden vastgeschroefd. Deze kan ook op een standaard verdeeldoos worden vastgeschroefd. De melder mag niet worden blootgesteld aan druppels of spetters. Aan de onderkant van de melder bevinden zich belangrijke markeringen.
WAARSCHUWING: In de elektrische installatie van het gebouw moet een al-polige hoofdschakelaar worden ingebouwd. WAARSCHUWING: Batterijen mogen niet worden blootgesteld aan overmatige hitte, zoals zonlicht en vuur. BELANGRIJK: Alternatieve energie - (windenergie, zonne-energie, UPS etc. )Dit product is ontworpen om aangesloten te worden op een Pure of True Sine Wave 230V AC-voeding. Als het wordt aangesloten op een voedingsbron die gebruik maakt van een omvormer, bijv. een zonnepaneel, moet de Total Harmonic Distortion (THD) minder dan 5% zijn. Neem bij twijfel contact op met de fabrikant van de omvormer. Dit geldt ook voor batterijgevoede UPS (onderbrekingsvrije voeding)-omvormers. BELANGRIJK: Lichtdimmercircuits – De melders mogen niet worden gevoed vanuit een lichtdimmercircuit.
BELANGRIJK: Installeer melders in nieuwe of nietgerenoveerde gebouwen totdat alle werkzaamheden zijn afgerond. BELANGRIJK: De melder mag niet worden aangesloten als de bedradingsisolatie van het huis wordt gecontroleerd met hoogspanning, d. w. z. gebruik geen hoogspanningsisolatietester op de melder.
7BELANGRIJK: In Nederland vereist de wetgeving (met het Bouwbesluit 2012) dat rookmelders voor woonfuncties aangesloten moeten worden op een voorziening voor elektriciteit in die woning. Daarnaast moet de rookmelder een back-up batterij hebben voor het geval de elektrische installatie spanningsuitval heeft, waardoor de rookmelder kan blijven functioneren.
2.2 Plaatsing van de rookmelders en hittemeldersDe 230V gevoede Ei rookmelders mogen toegepast worden in nieuwbouw- en bestaande woningen, studentenhuizen (logiesfunctie) en renovaties zoals aangewezen in het Bouwbesluit 2012.In het Bouwbesluit wordt beschreven voor welke woonfuncties in bestaande bouw en nieuwbouw rookmelders verplicht zijn, in welke ruimtes deze geplaatst dienen te worden, wat de eisen aan deze melders zijn, en in combinatie met de NEN 2555 hoe de exacte projectering van de melders dient te gebeuren.Sinds het bouwbesluit 2012 actueel is moet er in een woning op elke bouwlaag die met een vaste trap bereikbaar is minimaal één rookmelder geplaatst worden.Vanuit een verblijfsruimte gezien, moet in elke ruimte waardoor een vluchtroute voert (meestal de hal en/of de overloop), ten minste één rookmelder zijn aangebracht die voldoet aan en is geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen als bedoeld in NEN 2555.Daarnaast moet in iedere verblijfsruimte en vluchtroute in de woning het minimale geluidsniveau van het alarmsignaal van de rookmelder 65 dB(A) zijn.
In iedere slaapruimte (bedruimte) moet dat minimaal 75 dB(A) zijn, beide gemeten op elk punt in die ruimtes. Dit kan het installeren van extra rookmelders en/of het koppelen van rookmelders inhouden. Gekoppelde rookmelders: wanneer één melder rook detecteert, gaan alle doorgekoppelde melders af.2.3 Welke melder in welke ruimte?Locatie Ei146eOptische rookmelderEi144eHittemelder (i)Gang, galerij, vluchtroutes✔ ✗Keukens / garages✗ ✔ (iii)Woonkamers ✔ ✔ (ii)Slaapkamers ✔ ✗Douche / badkamers✗ ✗
8Onderstaande tabel en uitleg zijn bedoeld voor het optimaal beveiligen tegen brand, en beschrijven dus meer mogelijkheden dan het Bouwbesluit en NEN 2555.(i) Een hittemelder mag alleen worden gebruikt in een ruimte die grenst aan een vluchtroute, in combinatie met rookmelders op de vluchtroutes. Alle melders moeten doorgekoppeld zijn, om ervoor te zorgen dat een vroegtijdige waarschuwing gehoord wordt.(ii) Sommige brandweerkorpsen (die bezorgd zijn over de trage reactie van hittemelders) adviseren dat rookmelders in woonkamers worden geplaatst. Plaats hittemelders alleen als valse alarmen zeer waarschijnlijk zijn en het acceptabel is dat een waarschuwing alleen wor dt afgegeven door de hittemelder als er zeer significant vlammend vuur in de ruimte is.
Als deur(en) en ramen niet gesloten zijn om de brand en hitte te beperken, is het extreem onwaarschijnlijk dat de hittemelder zou reageren voor een rookmelder die buiten in de galerij is geplaatst.(iii) In gesloten keukens met gesloten deuren.Voorbeeld voor plaatsing rook- en hittemelders2.4 Waar in de ruimte?De locaties moeten voldoen aan van toepassing zijnde voorschriften voor gebouwen.PlafondmontageHete rook stijgt op en verspreidt zich, dus een centrale positie aan het plafond is de beste locatie. De lucht is “dood” en beweegt niet in hoeken, daarom moeten melders niet in de buurt van hoeken worden gemonteerd.
9Bij schuine plafondsBij schuine plafonds moet de melder tussen 3 en 60 cm onder het hoogste punt horizontaal worden gemonteerd, afhankelijk van de hoogte van de kamer en de dakhelling. Stilstaande lucht in de nok (warmtelaag) kan voorkomen dat rook de melder bereikt. (zie afbeelding 2a & 2b). 50cm (min)PLEKKEN METDODE LUCHTIDEALITER INHET MIDDEN VANHET PLAFONDNOOIT BINNEN50 cm VANWANDEN / HOEKENAfb.1αhα 30 h = tussen 30 cm en 50 cm Hoogte van de ruimteTot en met 6 mAfb.2aαhα 30 = tussen 40 cm en 60 cm hHoogte van de ruimte6 m tot 8 mAfb.2b
102. 5 Te vermijden locatiesRook- of hittemelders NIET plaatsen in een van de volgende ruimtes:• Badkamers, doucheruimtes of andere ruimtes waar de melder geactiveerd kan worden door stoom, condensatie. • Locaties waar de normale temperatuur boven 40°C of onder -10°C kan komen (bijv. stookruimtes, direct boven ovens of ketels, etc. ) waarbij hitte/stoom voor valse alarmen kan zorgen. • Minder dan 50 cm van een decoratief object, in de buurt van een deur, verlichtingsarmatuur, raamkozijn, etc. , die ervoor kunnen zorgen dat hitte of rook niet in de melder kunnen komen. • Oppervlakken die normaal gesproken warmer of kouder zijn dan de rest van de ruimte (bijv. zolderluik). Temperatuurverschillen kunnen ervoor zorgen dat hitte of rook de melder niet bereiken. • Naast of direct boven verwarmingstoestellen of ventilatieroosters, ramen, wandventilatie-openingen etc.
11Hittemelders niet direct boven een gootsteen of kookplaat plaatsen - Houd minimaal 1 meter horizontale afstand tussen deze objecten en de melder.2.6 Bevestiging en bedradingSchakel de AC-netvoeding uit voordat je de montageplaat gaat aansluiten en bevestigen.WAARSCHUWING: om letsel te voorkomen, dient dit apparaat aan het plafond te worden bevestigd zoals in de installatie-instructie staat omschreven.1. Selecteer een locatie in overeenstemming met het advies in de vorige delen.2. Plaats de montageplaat precies waar je de melder wilt monteren. Markeer met een potlood de locatie van de twee schroefgaten. Zorg ervoor dat elektrische bedrading in het plafond wordt vermeden en boor gaten met een boor van 5,0 mm door het midden van de gemarkeerde locaties. Duw de meegeleverde kunststof pluggen in de geboorde gaten.3.
Til de bedrading afdekkap op met een platkopschroev-endraaier zoals weergegeven in afbeelding 3.De bedrading moet als volgt verbonden worden met het klemmenblok op de montageplaat. Maximaal aandraaimoment schroeven: 0,5Nm(5,1kgf.cm):L: Live (Fase)- verbinden met de bedrading van de woning die bruin gekleurd of met L gemarkeerd is.N: Neutral (Nul)- verbinden met de bedrading van de woning die blauw gekleurd of met N gemarkeerd is.WAARSCHUWING: De melder moet vast zijn aangesloten (overeenkomstig de norm NEN 1010) op een eindgroep van de elektrotechnische installatie.WAARSCHUWING: Het door elkaar gebruiken (of slecht afsluiten) van de fase- en nulgeleiderverbindingen bij het koppelen van melders zal alle melders beschadigen. Zorg ervoor dat draden met dezelfde kleur worden gebruikt in de ruimtes voor fase-, nulgeleider- en koppelingsdraden.
12Wij adviseren nadrukkelijk om het volgende te controleren voordat de melder wordt aangesloten: • controleer op fase en nulgeleider met een tester met twee sondes. • controleer op fase met een neon tester. • controleer of de doorgekoppelde draad NIET aangesloten is op fase, nulgeleider of aarde. Gebruik geen aardedraad voor de koppeldraad.Opmerking: De melder hoeft niet geaard te worden.Echter,de gemarkeerde aansluitklem is voorzien voor het gemak van de installateur, zodat koperen aardedraad of groen/geel gekleurde kabel veilig afgesloten kan worden.Om melders door te koppelen moeten alle interconnect-klemmen samen worden gekoppeld zoals weergegeven in afbeelding 6 (zie deel 2.7 - ).Melders doorkoppelen4.
Als de installatiedraden verzonken zijn, moeten de draden door de achterste opening in de montageplaat worden gebracht, zoals weergegeven in afbeelding 4.Als de installatiedraden langs het oppervlak lopen:(a) positioneer de montageplaat zodanig, dat de kabelgoot identiek is aan de weergave in afbeelding 4.(b) de montageplaat heeft een verwijderbaar deel, neem dit weg voor directe koppeling met 25 mm kabelgoot zoals weergegeven in afbeelding 5. Bij koppeling met 16 mm kabelgoot moet voorzichtig rond het gemarkeerde deel worden gesneden, waarbij de bovenkant intact blijft en het deel wordt vervangen. (Als u geen oppervlakbedrading gebruikt, moet het verwijderbare deel vanwege elektrische veiligheidsredenen op z‘n plek blijven).N: NEUTRAL -NUL (BLAUW)IC: INTERCONNECT - DOORKOPPELEN (BIJV.
13Er zijn twee andere posities die ook geschikt zijn voor de ingang (en uitgang) van de oppervlakbedrading in de melder. De ene bevindt zich naast het verwijderbare deel en de ander direct ertegenover. 5. Lijn de montageplaat nauwkeurig uit en schroef deze vast op z‘n plek. Sluit de draden aan op het klemmenblok. Bij verzonken bedrading moet ervoor worden gezorgd dat de achterste pakking de rand van de opening in het plafond afsluit. Dit is om te voorkomen dat tocht het binnendringen van rook/hitte in de melder beïnvloedt. Als de opening te groot is of als de melder deze niet afdicht, moet deze worden afgedicht met siliconenrubber of een soortgelijk middel. 6. Vervang de bedrading afdekkap. 7. Sluit de batterij aan op de batterijclip. Plaats de melder voorzichtig in de juiste positie op de montageplaat en schuif hem er vervolgens op. 8. Houd de test-/pauzeknop 10 seconden ingedrukt.
Het alarm klinkt. Na het loslaten van de testknop stopt het alarm van de deze melder onmiddellijk en het alarm van de onderling verbonden melders stoppen enkele seconden later. 9. Verbind de netvoeding met het meldercircuit. Controleer of de groene led brandt. 10. Breng de ‘groepenkastlabel’ aan, die zich op of in de buurt van de groepenkast bevindt en noteer installatiedatum en aantal melders op de groep. 11. Controleer of de melder correct werkt (zie deel 3 - uw melder onderhouden). 2. 7 Melders doorkoppelenBij doorgekoppelde melders klinken alle melders als een melder brand detecteert. Op alle melders klinkt het alarm, alleen op de melder die brand detecteert knippert de rode led-alarmindicator. Hittemelders moeten altijd doorgekoppeld zijn naar rookmelders om te zorgen voor vroegtijdige waarschuwing.
Ze zijn niet geschikt als brandveilig-heidsvoorziening, tenzij ze deel uitmaken van een brandbeveiligingssysteem, dat wil zeggen wanneer ze onderling verbonden zijn met een of meer rookmelders.
14WAARSCHUWING: Verbind de 230V-melders niet met een vaste bedrading met laagspanning of batterij gevoede Ei Electronics-apparaten of elk ander type melder dat door een andere fabrikant is geproduceerd. Als dit wel gebeurt kan dit leiden tot beschadiging van de melders en gevaar voor elektrische schok of brand.Systemen die meer dan 3 of 4 melders gebruiken moeten zeer nauwkeurig worden gepland, om ervoor te zorgen dat er geen overmatig vals alarm is, bijv. door kookdampen of stoom. Het volgende wordt geadviseerd:Een Ei Electronics-regelschakelaar (model Ei1529RC of Ei450) moet geïntegreerd in het systeem en toegankelijk zijn voor alle bewoners, zodat de bron van een alarm snel geïdentificeerd kan worden.Breng elektrische aansluitingen tot stand zoals weergegeven in afbeelding 6.Gebruik montagedraad (aders massief/H07V-U): blauw, bruin, groen/geel 2,5mm 2 en zwart, oranje 1,5mm2.
De bedrading dient als volgt op de bodemplaat te worden aangesloten:L (Live): Fase – aansluiten met bruine draad;N (Neutral): Nul – aansluiten met blauwe draad.IC (interconnect/koppeldraad): gebruiken alleen wanneer melders gekoppeld worden. Gebruik voor het bedraad doorkoppelen van melders geen aardedraad of een draad die later verward kan worden met de bestaande bedrading (geen bruin, zwart, grijs, blauw of geel-groen; neem bijv. oranje).De koppelingsdraad (kabel minimaal 0,75 mm 2) moet behandeld worden alsof hij een fasedraad is. Hij moet voorzien zijn van isolatie en een mantel.De maximale lengte om melders bedraad te kunnen koppelen is 250 meter (max. 50 Ohm).Deze rook-/hittemelders mogen uitsluitend onderling verbonden zijn binnen de grenzen van de woonruimte van één gezin.
15woonruimtes kunnen er overmatige valse alarmen optreden. Het is mogelijk dat niet iedereen weet dat ze getest worden of dat er sprake is van een vals alarm vanwege bijvoorbeeld koken.De melder kan ook RF-doorgekoppeld worden aan andere RF-melders en -apparaten door het installeren van een Ei168RC montageplaat.
Voor gedetailleerde gebruikersinstructies over het gebruik van de Ei168RC, raadpleeg de Ei168RC handleiding.2.8 MELDER VERWIJDERENZoek verwijdergleufSteek de schroevendraaier erinSchuif de melder van de montageplaatMelder verwijderenDuw met de ingebrachte schroevendraaier het onderste deel van de melder weg van de schroevendraaier, in de richting van de pijl op de kap.Houd het onderste deel van de melder vast en neem dit van de basisplaat weg door de melder richting de vloer naar beneden te brengen.Steek een platkopschroevendraaier er horizontaal circa 1cm in het midden van de verwijdergleuf in. Zoek de pijl aan de voorzijde van de melder. De gleuf bevindt zich direct boven de pijl.WAARSCHUWING: Voeding loskoppelen voor verwijderen
16Deel voor gebruikers3.1 uw melder testenAlle melders moeten regelmatig worden getest, om er zeker van te zijn dat deze correct werken. Richtlijnen en best practices voor testen zijn: 1. Nadat het systeem is geïnstalleerd.2. Een keer per maand daarna. 3. Na langere afwezigheid van de woning (bijv. na een vakantie). 4. Na reparatie of onderhoud van een van de melders of huishoudelijke elektrische werkzaamheden.Inspectie- en testprocedure(i) Controleer of de groene led stroomindicator continu brandt. (Controleer stroomonderbrekers, zekeringen, bedrading etc. als hij niet brandt.)(ii) Controleer of de rode led op de kap eenmaal per 40 seconden knippert om aan te geven dat de melder normaal werkt. Als in het geheugen is vastgelegd dat de melder in de afgelopen 24 uur is afgegaan, knippert de rode led tweemaal per 40 seconden.
Na 24 uur wordt het geheugen gewist of als de testknop wordt ingedrukt.(iii) Controleer ook of er geen storingen zijn, d.w.z. GEEN piepgeluiden (als dit het geval is moet u de indicatoroverzichtstabel raadplegen).Voeding controlerenTestControleer of er een groen lampje brandt op de afdekking.Houd de test-knop 10 seconden ingedrukt. Het alarm zal luid klinken.3. uw melder onderhouden
17(iv) Controleer op tekenen van verontreiniging, zoals spinnenwebben of stof, en reinig de melder, indien nodig, zoals beschreven in het gedeelte "Uw melder reinigen". (v) Houd de testknop maximaal 10 seconden ingedrukt om te controleren of de sensorkamer, de elektronica en de sounder werken. Wanneer de testknop wordt ingedrukt knippert de rode LED op de melder en gaat het alarm af. Het alarm stopt als de knop wordt losgelaten. Het indrukken van de testknop is de beste manier om te controleren of de melder correct werkt. Bij deze handeling wordt ook het geheugen gewist. (vi) Alleen doorgekoppelde melders - Test de eerste melder door de Test-knop 10 seconden ingedrukt te houden. Nadat de eerste alarm klinkt moeten alle melders binnen 10 seconden klinken. Het rode lampje, alleen op het eerste apparaat, knippert ongeveer één keer per seconde.
Na het loslaten van de Test-knop, stopt de plaatselijke alarm direct en blijven de doorgekoppelde melders nog 3-4 seconden klinken (bij testen met RF-doorkoppeling kan dit iets langer duren). Deze functie is een geluidsverificatie dat de doorkoppeling in orde is. Controleer alle andere melders op dezelfde manier. (vii) Controleer de werking van de back-up batterij direct na installatie en vervolgens minimaal eenmaal per jaar als volgt:- Schakel de netvoeding uit op de verdeelkast en controleer of het groene indicatorlampje uit is. - Houd de Test/Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop) gedurende 10 seconden ingedrukt en controleer of de alarm goed te horen is. - Controleer de melder gedurende 3 minuten op storingspiepjes en knipperende rode led foutindicator (zie tabel “ ” om te kijken wat u in dat Storingsmodigeval moet doen. - Schakel de netvoeding weer in op de verdeelkast.
Netvoeding voor langere tijd uitschakelenAls de woning regelmatig worden voor langere tijd wordt verlaten zonder ingeschakelde netvoeding moeten de melders worden verwijderd van de montageplaten om te voorkomen dat de batterijen helemaal leeglopen.
18hitte, aangezien de resultaten misleidend kunnen zijn, tenzij juiste apparatuur wordt gebruikt.3.2 De batterij vervangenOPMERKING: Constante blootstelling aan hoge of lage temperaturen of hoge vochtigheid kan de levensduur van de batterij verkorten.1. Schakel de netvoeding naar de melder uit (De groene LED op de melder gaat uit).2. Verwijder de melder zoals beschreven wordt in de sectie ‘MELDER VERWIJDEREN’.3. Zoek het batterijvak in de montageplaat van de melder (Zie afbeelding hieronder).4. Klik de batterij uit de aansluitingen op de batterijclip.5. Plaats de nieuwe batterij in de melder door deze in de batterijclip te vast te klikken. Gebruik alleen 9V-alkalinebatterijen zoals Duracell MN1604 of Energizer 522. Andere batterijen kunnen problemen veroorzaken.We adviseren een batterij te gebruiken waarvan de vervangingsdatum ten minste twee jaar later is.
Bij een eerdere vervangingsdatum gaat de melder voortijdig piepen.6. Schuif de melder terug op de montageplaat. Er is een klik te horen als de melder vastklikt. (De melder kan pas op de montageplaat teruggeplaatst worden als er een batterij geplaatst is.)7. Houd de testknop ingedrukt. De melder gaat nu in alarm.Schakel de netvoeding naar de melder weer in (De groene led op kap gaat nu branden).BATTERIJCLIPMONTAGEPLAAT4-WEGSTEKKER VOOR AANSLUITING OP CONTRASTEKKER OP MONTAGEPLAAT VOOR VERBINDING MET NETVOEDING BATTERIJEN9 VoltBatterij
19SchoonvegenVeeg de melder schoon met een schone, vochtige doek en droog grondig af3.3 Uw melder reinigenReinig uw melder regelmatig. In stoffige ruimtes kan het nodig zijn om de melder vaker te reinigen.Gebruik het smalle mondstuk van uw stofzuiger om stof, insecten en spinnenwebben te verwijderen van de zijkanten en afdekkingsgleuven waar de luchtstroom naar binnen gaat. Reinig de buitenste afdekking door deze af en toe met een schone, vochtige doek af te vegen en vervolgens goed te drogen met een pluisvrije doek. Gebruik geen reinigingsmiddelen, bleekmiddelen, afwasmiddelen of poetsmiddelen, waaronder die in spuitbussen.WAARSCHUWING: VERF UW MELDER NIET.Behalve het reinigen en vervangen van de batterij backup zoals hierboven beschreven, is ander onderhoud door de klant niet nodig. Reparaties, indien nodig, moeten worden uitgevoerd door de fabrikant.
Alle melders zijn gevoelig voor het binnendringen van stof en insecten, wat kan leiden tot foutieve alarmen of een defecte melder.In bepaalde omstandigheden kunnen verontreinigingen zich ondanks regelmatige reiniging ophopen in de rooksensorkamer, waardoor de melder klinkt of defect raakt. Wij kunnen niets doen aan verontreiniging, aangezien deze volledig onvoorspelbaar is en beschouwd wordt als normale slijtage. Om deze reden valt verontreiniging niet onder de garantie.StofzuigenStofzuig rond de ventilatiegaten aande zijkant om te reinigen
20WAARSCHUWING: Als uw melder afgaat en u niet zeker bent van de oorzaak, moet u ervan uitgaan dat het alarm het gevolg is van een echte brand en moet de woning onmiddellijk worden ontruimd.1. Controleer deuren van een ruimte op hitte of rook. Open geen hete deur. Gebruik een alternatieve vluchtroute. Sluit alle deuren achter u bij het verlaten.2. Als er veel rook is, moet u wegkruipen, waarbij u dicht bij de grond blijft. Adem indien mogelijk kort in door een natte doek of houd uw adem in. Mensen overlijden vaker door het inademen van rook dan door vlammen.3. Ga zo snel mogelijk naar buiten. Niet stoppen om dingen in te pakken. Zorg voor een vooraf afgesproken ontmoetingspunt buiten voor alle gezinsleden. Controleer of iedereen aanwezig is.4. Bel onmiddellijk de brandweer met een mobiele telefoon of met de telefoon van de buren.
Bel de brandweer voor elke brand, hoe klein deze ook is, want brand kan zich plotseling verspreiden. Bel de brandweer ook als het alarm automatisch wordt overgedragen naar een meldkamer. Het kan zijn dat de verbinding niet werkt.5. NOOIT een brandende woning weer betreden.4. Wat te doen bij een alarmNOOIT
IndicatorenModusInschakelen Schuif opmontageplaatDetectie van brandGeactiveerdvia doorkoppelingIndrukken van deTest-hush-knopop de melder die de brand detecteertAls er een storing is, zal het alarm ook een keer piepen.= led brandt continu = led ipperkn t = Alarmx 10minStand-byTesten(Maandelijks)Test-knopindrukken eningedrukt houdenHandeling Groene LED(voeding)Rode LED(alarm)GeluidNormale modusIn alarmmodus= Pieptx 1111Als de vervangdatum op het label aan de zijkant van de melder is verstreken, vervangt u de melder1x 1Groene LED(voeding)Rode LED(alarm)Wat te doenWat dit betekent230V-voeding weer aansluiten230V-voeding uitPieptStoringsmodi indicatorenBack-up batterij bijna leegelke 40 secafwisselend elke 20 secBatterij vervangenelke40 secx 1elke0.5 secx 1elke0.5 sec0-24hx 2elke40 secx 1elke10 secWat u hoort/zietelke40 secx1elke40 secx1elke20 secx1+x1x1x1Back-up batterij bijna leeg +SensorstoringSensorstoring Melder vervangenMelder vervangenx1Memory-mode (geheugenmodus)StoringBack-up batterij bijna leegTest-knop indrukken en ingedrukt houdenSensorstoringHandeling Groene LED(voeding)Rode LED(alarm)PieptStoringsmodi indicatoren bij het indrukken van de test-/onderdrukkingsknopx 1 x 1Test-knop indrukken en ingedrukt houden5.1 indicatoroverzichtstabellen
225.2 Probleemoplossing1. UW MELDER MAAKT GEEN GELUID ALS U DE TEST-KNOP INDRUKT(1) Controleer of de melder correct is bevestigd op de montageplaat.(2) Wacht 15 seconden na het aansluiten van de voeding voordat er wordt getest met de knop.(3) Houd de knop minimaal 10 seconden stevig ingedrukt.(4) Als het alarm niet afgaat, moet uw melder worden geretourneerd voor reparatie of vervanging - zie het gedeelte 8.1 “UW MELDER LATEN ONDERHOUDEN”.2. UW MELDER AFGAAT ZONDER DUIDELIJKE REDEN(1)Als er na ontruiming en observatie van de woning geen teken van rook, hitte of geluid te zien is dat erop wijst dat er brand is, controleer dan de woning zorgvuldig voor het geval er ergens een klein brandje aan het smeulen is.(2) Controleer op rook, dampen, stoom, zeer hete lucht, etc.
(3)Vind de melder die afgaat en een knipperende rode led heeft.(4) Als u de woning zorgvuldig hebt onderzocht en zeker weet dat het vals alarm is, drukt u kort op de Test/Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop) om de melder 10 minuten te onderdrukken. Gedurende deze tijd zullen ook doorgekoppelde melders onderdrukt worden. Als de melder zich in de ‘Hush’-modus (onderdrukkingsmodus) bevindt, blijft de rode led knipperen als deze de aanwezigheid van rook of hitte detecteert. Na 10 minuten wordt de melder teruggezet naar de normale modus.
Als aanvullende onderdrukkingstijd nodig is, moet u de Test/Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop) weer indrukken.(5) Als vaak vals alarm voorkomt, kan het noodzakelijk zijn om de melder uit de buurt van de bron van damp te verplaatsen of als de melder blijft klinken zonder dat er rook of hitte is en het reinigen van de melder het probleem niet oplost, moet de melder worden vervangen.3. DOORGEKOPPELDE MELDERS GAAN NIET ALLEMAAL AF(1) Houd de Test-knop minimaal 10 seconden ingedrukt om ervoor te zorgen dat het signaal wordt overgedragen naar alle doorgekoppelde melders.
23(2) Als dat niet het geval is en u een bedrade doorkoppeling hebt, adviseren wij u om een gekwalificeerde installateur te raadplegen.(3) Als de melder is uitgerust met een RF-montageplaat voor draadloze doorkoppeling, moet gecontroleerd worden dat alle melders in het RadioLINK-systeem gevoed worden en correcte huiscode hebben.4. HET INDRUKKEN VAN DE TEST/HUSH-KNOP ( T E S T - / O N D E R D R U K K I N G S K N O P ) ONDERDRUKT HET ALARM NIETZorg er altijd voor dat u de Test/Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop) indrukt op de melder die klinkt en een knipperende rode led heeft.5. UW MELDER PIEPT/KNIPPERTDe melder controleert de batterij, sensor en elektronica automatisch en regelmatig om ervoor te zorgen dat deze allemaal naar behoren werken.
Als een storing wordt herkend, waarschuwt de melder de bewoner via korte piepjes en rode LED knipperingen.(1) Als de batterij leeg is, piept de melder en knippert de rode LED elke 40 seconden tegelijkertijd. Vervang de batterij volgens de stappen aangegeven in gedeelte 3.2 - " ".DE BATTERIJ VERVANGEN(2)Als het melder een fout heeft gevonden met de sensor/thermistor, zal het piepen en de rode LED knipperen, maar tegelijkertijd. In dit NIETgeval moet de melder worden teruggestuurd voor reparatie of vervanging, zie gedeelte 8 - "SERVICE EN GARANTIE".(3) Als zowel een bijna lege batterij als een sensor-/thermistorfout tegelijkertijd bestaan, zal het melder een pieptoon en knipperen van de rode LED afwisselen met een enkele pieptoon. In dit geval moet de melder worden teruggestuurd voor reparatie of vervanging, zie gedeelte 8 - “SERVICE EN GARANTIE”.
24Als een brandbeveiligingssysteem is geïnstalleerd, moeten de fundamentele voorzorgsmaatregelen altijd worden getroffen, waaronder die hieronder: • Lees alle aanwijzingen door. • BELANGRIJK: Ervaring leert dat kinderen niet worden gewekt door het geluid van rookmelders. Het is belangrijk dat kinderen nooit alleen in een huis worden achtergelaten. Huishoudens moeten een noodplan hebben voor het geval er brand uitbreekt en dit oefenen, zodat iedereen weet hoe men moet vluchten bij brand. De hoogste prioriteit tijdens brand ligt bij het wekken van alle slapende kinderen en samen met alle andere bewoners onmiddellijk naar een veilige plaats buiten het terrein waar de brand plaatsvindt gaan. De brandweer dient altijd te worden gebeld, hoe klein de brand ook is.
• Gebruik het testen van de melder als een middel om uw gezin bekend te maken met het alarmgeluid en om brandoefeningen regelmatig met alle gezinsleden uit te voeren. Herhaal vluchtroutes zodat iedereen thuis weet wat hij/zij moet doen als het alarm klinkt. Raadpleeg voor meer informatie uw plaatselijke brandweer. • Om gevoeligheid voor brand te behouden, mag de melder niet worden geverfd en mag deze niet worden afgedekt en; moet de ophoping van spinnenwebben, stof of vet worden voorkomen. • Als een melder beschadigd is of niet correct werkt, mag u niet proberen om deze te repareren. Melder retourneren - zie deel 8 - "SERVICE EN GARANTIE". • De melder is alleen bedoeld voor woningen. • Brandmelders zijn geen vervanging van een verzekering. De leverancier of fabrikant is niet uw verzekeraar. • Gooi uw melder niet in vuur.6. Belangrijke beschermingen
25Rook-/ hittemelders kunnen een aanzienlijke bijdrage leveren om het gevaar voor overlijden door brand te verlagen.Onafhankelijke autoriteiten hebben echter aangegeven dat deze systemen ondoeltreffend kunnen zijn in enkele brandsituaties. Daarvoor zijn er een aantal redenen: - De melders werken niet als de netvoeding uitgeschakeld of losgekoppeld is en de back-up batterij leeg is. Test de melder regelmatig om te controleren dat de voeding naar behoren werkt. - De melders detecteren geen brand als er niet voldoende hitte/rook in de melders komt. Het kan zijn dat hitte/rook de melder niet bereikt als de brand te ver weg is, bijvoorbeeld als de brand op een andere verdieping is, achter een gesloten deur, in een schoorsteen, in een spouwmuur of als aanwezige tocht de hitte/rook weghoudt.
Het plaatsen van hittemelders en rookmelders aan beide kanten van gesloten deuren en door de gehele woning of gebouw zoals aanbevolen in deze handleiding maakt vroegtijdige detectie zeer waarschijnlijker. - Melders worden mogelijk niet gehoord. Het kan zijn dat personen die onder invloed zijn van drugs of alcohol niet wakker worden van de melder. - De melders detecteren mogelijk niet elke soort brand om vroegtijdig te waarschuwen. - De melders hebben een beperkte levensduur. De fabrikant adviseert om maandelijks te testen en de melder na maximaal 10 jaar te vervangen, als voorzorgsmaatregel.7. Beperkingen van brandmelders
268. 1 Uw melder laten onderhoudenAls uw melder niet werkt nadat u zorgvuldig alle aanwijzingen hebt doorgelezen en dit in de garantieperiode valt, moet gecontroleerd worden of de melder correct is geïnstalleerd en 230V-voeding ontvangt. Neem daarna contact met ons op. Als geadviseerd wordt om uw melder te retourneren, moet u ervoor zorgen dat de melder in een doos met vulling wordt geplaatst en dat de melder niet op de montageplaat is gemonteerd (aangezien de melder kan piepen of een alarm kan afgeven als de Test/Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop) wordt ingedrukt tijdens het verzenden), met de aankoopbon en een beschrijving van de aard van de storing. 8. 2 Milieu en garantieRookmelders hebben geen onbeperkte levensduur. Vervang de rookmelder elke 10 jaar. Een sticker op de zijkant van de rookmelder geeft de vervangingsdatum aan.
Rookmelders en de batterijen moeten in Nederland milieuvriendelijk worden gerecycled. Zie daartoe www. wecycle. nl. Daarom treft u deze sticker op de rookmelder aan. 8. 3 Garantie en servicebepalingHemmink garandeert vijf jaar productgarantie na aankoopdatum, tegen alle defecten die niet veroorzaakt zijn door verkeerd gebruik of beschadiging van de melder. De schade ontstaan door brand is niet te verhalen op de fabrikant of leverancier. Wanneer product niet correct werkt en u heeft de testprocedures zoals beschreven doorlopen (zie ook www. eielectronics. nl), dan dient u contact op te nemen met uw installateur / leverancier / woningbouwvereniging. Zij zullen u verder helpen met de oplossing voor de storing. Wanneer uiteindelijk na alle inspanningen geen 8. Service engarantieHet symbool met de doorgekruiste klikobak op uw product wil zeggen dat het niet met het normale huisafval mee kan.
Een correcte afvalscheiding beschermt natuur enmens Wanneer u dit product weggooit, scheidt u het aub. van het normale huisvuil om er ker van te zijn dat het op zede juiste manier gerecycled kan rden.
27Ei Electronics, Shannon, Co. Clare, IrelandNominale activeringsomstandigheden/-ge eligheid, reactievo vertraging (reactietijd) en prestaties tijdens een brandGeslaagdOperationele betrouwbaarheid GeslaagdTolerantie voor spanningstoevoer GeslaagdReactievertraging en temperatuurweerstand GeslaagdTrillingsweerstand GeslaagdVochtigheidsweerstand GeslaagdCorrosieweerstand GeslaagdElektrische stabiliteitDe conformiteitsverklaring nr. 21-0002 kan worden geraadpleegd op www.eielectronics.com/complianceGeslaagd21DoP Nr. 21-0002EN14604:2005 + AC:2008Rookmelders:Ei146eHittemelders:Ei144eBrandveiligheid 2797resultaat kan worden bereikt en u kunt aanspraak maken op de productgarantie, dan kan contact gezocht worden met Hemmink.
Vraag naar afdeling verkoop voor nadere instructies over verpakken, beschrijving defect/klacht, waar het product gekocht is, welke aankoopinformatie en voor het verstrekken van een retournummer.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Ei Electronics EI146E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Rookmelder Ei Electronics
Handleiding Rookmelder
Nieuwste handleidingen voor Rookmelder