Efco Tuareg 92 Handleiding

Efco Grasmaaier Tuareg 92

Bekijk gratis de handleiding van Efco Tuareg 92 (352 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Efco Tuareg 92 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/352
APACHE 92 - TUAREG 92
GBOPERATOR’S INSTRUCTION BOOK
DBETRIBS- UND WARTUNGSANLEITUNG
FMANUEL D’UTILISATION ET D’ENTRETIEN
IMANUALE USO E MANUTENZIONE
NLGEBRUIKS- EN ONDERHOUDSHANDLEIDING
EMANUAL DE USO Y MANTENIMIENTO
PLINSTRUKCJA OBSŁUGI I KONSERWACJI
HUHASZNÁLATI ÚTMUTATÓ

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Efco
Categorie: Grasmaaier
Model: Tuareg 92

Handleiding Efco Tuareg 92 – volledige tekst

181INLEIDINGBeste klant,Wij danken u voor het aanschaffen van deze tractormaaier van Emak S. p. A. een onderneming met een uitstekende reputatie in Europa en daarbuiten als fabrikant van maaiers en accessoires van hoge kwaliteit voor het onderhoud van gazons. OVER DEZE HANDLEIDINGDeze handleiding moet u op een zo eenvoudig mogelijke wijze aanwijzingen geven voor veilige installatie en bediening en veilig onderhoud van uw tractormaaier en u informatie verstrekken over opties en mogelijkheden. De handleiding is daarom bedoeld voor alle personen die met de tractormaaier werken tijdens de installatie, bediening en bij onderhoudswerkzaamheden. Bestudeer de handleiding aandachtig voordat u met de maaier aan de slag gaat. Volg de instructies in deze gebruikershandleiding nauwgezet op voor een eenvoudiger bediening, optimaal gebruik en een lange levensduur.

SYMBOLEN DIE IN DEZE GEBRUIKERSHANDLEIDING WORDEN GEBRUIKTSYMBOOL BETEKENISDeze symbolen betekenen “ATTENTIE” en “WAARSCHUWING”ATTENTIE” en “WAARSCHUWING”WAARSCHUWING”, zij geven u informatie over mogelijke oorzaken van beschadiging van uw maaier en/of van verwondingen van de gebruiker. Dit symbool wijst op een belangrijke instructie, eigenschap, procedure of aangelegenheid waar u goed op moet letten en waar u zich aan moet houden tijdens de montage, de bediening en het onderhoud van de maaier. Dit symbool duidt op bruikbare informatie met betrekking tot de maaier of de accessoires. Dit symbool verwijst naar een afbeelding in het voorste gedeelte van de gebruikershandleiding. Er staat altijd een nummer van de afbeelding bij vermeld.

Dit symbool is een verwijzing naar een ander hoofdstuk of een andere gebruikershandleiding en wordt meestal getoond met het nummer van het hoofdstuk waarnaar het verwijst. BELANGRIJKE INFORMATIEDeze gebruikershandleiding is een onderdeel van de tractormaaier en moet daarom bij de maaimachine worden geleverd als u deze verkoopt. Bewaar het daarom voor later gebruik.

Stel de maaier pas in bedrijf wanneer u alle instructies, restricties en aanbevelingen die in deze gebruikershandleiding staan, grondig hebt gelezen, waarbij u speciale aandacht hebt besteed aan het hoofdstuk "Veiligheid bij bediening". De tekeningen en afbeeldingen die in deze gebruikershandleiding staan, zullen misschien niet altijd overeenkomen met de werkelijkheid, maar het doel ervan is de beschrijving van de belangrijkste principes van het apparaat. IN GEVAL VAN TWIJFELIn de praktijk zullen zich vaak onvoorziene situaties voordoen die niet in deze gebruikershandleiding kunnen worden opgenomen en niet kunnen worden beschreven.

Aarzel dus niet om - als u ooit twijfels hebt over een procedure of als er iets onduidelijk is of u vragen hebt - om contact op te nemen met een van onze meer dan 100 erkende, professioneel uitgeruste servicecentra in heel Europa, waar getrainde en geteste deskundigen klaar zullen staan om u te helpen.

1821 TECHNISCHE INFORMATIE1.1 | GEBRUIKMaaiers met het bedrijfsmerk APACHE/TUAREG zijn twee-assige tractormaaiers die ontworpen zijn voor het maaien van zowel onderhouden als onverzorgde grasvelden op vlak terrein en hellingen met een helling tot 22° (40%), vrij van vreemde voorwerpen (stenen, takken, botten, harde voorwerpen enz.). De tractormaaier kan worden gebruikt voor het maaien van meerjarige vegetatie, vermengd met frambozen- en zwartebessenstruiken en divers ander onkruid.Ieder gebruik van deze tractormaaier, dat niet wordt beschreven in deze gebruikershandleiding en dat verder gaat dan het gebruik dat hier wordt beschreven, wordt beschouwd in strijd te zijn met het beoogde doel of gebruik. De fabrikant van de maaier is niet verantwoordelijk voor schade die uit een dergelijk gebruik voortvloeit; het risico wordt gedragen door de gebruiker.

De gebruiker is er ook verantwoordelijk voor dat de condities in acht worden genomen, die door de fabrikant worden voorgeschreven voor de bediening, het onderhoud en de reparaties van deze maaier, die alleen mag worden gebruikt, onderhouden en gerepareerd door personen die van deze condities op de hoogte zijn en die zijn geïnformeerd over mogelijke gevaren.Alleen accessoires die zijn goedgekeurd door de fabrikant, mogen op de maaier worden aangesloten. Het gebruik van andere accessoires zal tot gevolg hebben dat de garantie onmiddellijk komt te vervallen.

1831. 2 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN VAN DE TRACTORMAAIERDe tractormaaier bestaat uit de volgende basisgedeelten:1. 2(1) Kap met opslagruimteDe kap is een combinatie van kunststoffen en metalen afdekkingen voor de opslagruimte van de accu en de brandstoftank. (2) Frame met bumperHet frame met bumpers dient als een draagelement voor de meeste van de hoofdonderdelen van de maaier. (3) Vooras met wielen inclusief stuurinrichting*De vooras maakt dat de wielen kunnen draaien. De wielen worden gedraaid door middel van het stuurwiel en een mechanisme. De 92 EVO 4x4 maaier is voorzien van voorwielaandrijving. Aandrijving van alle wielen wordt automatisch ingeschakeld en het vermogen wordt afhankelijk van de actuele tractieomstandigheden en de rijrichting (vooruit of achteruit), over de individuele assen verdeeld. (4) MaaimechanismeHet maaimechanisme maait het gras. Het bevindt zich onder de maaier.

Het maaimechanisme bestaat uit een kap, een hoofdplaat en maaimeshouders en twee enorme maaimessen. Het maaimechanisme wordt aangedreven door middel van de motor van het maaimechanisme via een elektromagnetische koppeling en een V-riem. (5) Motor, versnellingsbak, met aandrijving van de achterwielen door middel van een by-pass. De viertakt-benzinemotor is op het frame gemonteerd aan de achterzijde van de maaier. De versnellingsbak met hydrostatische transmissie van het vermogen is bedoeld voor het overschakelen tussen de versnellingen tijdens het rijden. De by-passhendel bevindt zich op de achterplaat van de maaier. Deze dient om de versnellingsbak in te schakelen of uit te schakelen voor de achterwielen. (6) Kantelframe van de maaierHet kantelframe is bedoeld als hulpmiddel bij onderhouds- en servicewerkzaamheden en om de gebruiker te beschermen tegen takken van bomen en struiken.

De stoel die wordt gebruikt, garandeert een veilige en comfortabele bediening. *OPGELET: Wegens constructietechnische redenen, de ontkoppeling van de aandrijving van de vooras van de 92 EVO 4x4 is niet mogelijk – het hydraulische systeem is niet voorzien van een by-passklep en dat beperkt de mogelijkheden de machine te verplaatsen aanzienlijk, wanneer de motor niet loopt. Als de maaier dan wordt verplaatst, wordt de vooras aanzienlijk overbelast en dat kan leiden tot beschadiging. De by-passhendel op deze maaier wordt voornamelijk gebruikt om het hydrostatische systeem te ontluchten. De maaier mag niet worden gebruikt (in de versnelling) als de bypasshendel in de uitgeschakelde stand staat - er is dan gevaar dat de transmissie wordt beschadigd.

1841.3 PRODUCTIDENTIFICATIELABEL EN ANDERE LABELS MET SYMBOLEN, DIE OP DE TRACTORMAAIER WORDEN GEBRUIKT1.3.1 PRODUCTIDENTIFICATIELABELIedere tractormaaier is voorzien van een productidentificatielabel, dat zich onder de zitting van de stoel bevindt. U kunt erbij komen door de stoel op te tillen.1.3.11. Model maaier2. Type motor3. Jaar van productie4. Gewicht5. Naam en adres van de fabrikant6. Merkteken van naleving van het product7.

Logo van de fabrikantDe verkoper zal het serienummer noteren aan de binnenzijde van de voorpagina van deze handleiding, wanneer de maaier wordt overgedragen.1.3.2 ANDERE LABELS EN HUN BETEKENISDe volgende labels en stickers zijn op de maaier bevestigd:Labels op het maaimechanisme:1.3.2aGevaar Niet staanop draaigereedschap100dBGegarandeerd geluidsniveau volgens richtlijn 2000/14/EGLabels op de carrosserie onder de zitting van de stoel:1.3.2bGevaarNiet aanraken tijdens gebruikVolg de aanwijzingen in de handleiding bij reparatieStap niet van de maaier tijdens het rijden.Voorzichtig, verbogen voorwerpenLees de handleidingMaai niet in de nabijheid van mensenNeem geen passagiers meeRij niet haaks op de richting van de hellingHoud onbevoegden op een veilige afstandMaximale helling

185Labels aan de achterzijde van de maaier:1.3.2cVoorzichtig Heet oppervlak!Gevaar voor brandwonden!Labels bij het rijhendel:1.3.2dChokeCruise control0Cruise-control gedeactiveerd1Cruise-control geactiveerd SnelTraagVVooruitNNeutraalVoorAchteruitHet is streng verboden labels en symbolen die op de maaier zijn bevestigd, te verwijderen of te beschadigen. Als het label beschadigd is of onleesbaar, neem contact op met de leverancier of fabrikant van de machine en vraag om een vervangend label.

1882. VEILIGHEID EN GEZONDHEID TIJDENS HET WERKTractormaaiers van de modellen 92 EVO en 92 EVO 4x4 onder de merknaam worden geproduceerd in overeenstemming met de geldende Europese veiligheidsnormen. De fabrikant van de maaier bevestigt dit in de Verklaring van overeenkomst die is bijgesloten aan het eind van deze gebruikershandleiding ( 10). Als deze maaier op juiste wijze en volgens de gebruikershandleiding wordt gebruikt, is de maaier zeer veilig. In het geval dat geen gevolg wordt gegeven aan de veiligheidsvoorschriften en niet alle waarschuwingen in deze gebruikershandleiding in acht worden genomen, kan deze tractormaaier handen of benen afhakken en voorwerpen wegslingeren, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel of een ongeval met dodelijke afloop, schade of beschadiging van de maaier of van een van de onderdelen of accessoires ervan. 2.

1 VEILIGHEIDSINSTRUCTIESDe persoon die primair verantwoordelijk is voor eigen veiligheid en die van anderen tijdens het gebruik van de tractormaaier, is de gebruiker. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor letsel van personen of schade aan de maaier en ecologische schade, die voortvloeit uit gebruik en bediening van de maaier die niet in overeenstemming is met alle veiligheidsvoorschriften die in deze gebruikershandleiding zijn opgenomen. 2. 1. 1 ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES. De maaier mag alleen worden bestuurd door een persoon ouder dan 18 jaar die deze gebruikershandleiding heeft gelezen. De gebruiker van de maaier is verantwoordelijk voor de veiligheid van personen in de buurt van het werkterrein van de maaier. Het is niet toegestaan technische modificaties aan de maaier en haar accessoires zonder de schriftelijke toestemming van de fabrikant.

Blijf niet staan in de buurt van de maaier of onder de maaier, als deze wordt opgetild en als deze opgetild niet voldoende is geborgd tegen vallen of omvallen. Schakel het maaimechanisme en de motor altijd uit en verwijder de sleutel uit het contact wanneer u:} de maaier schoonmaakt}gras dat zich heeft verzameld, uit het maaimechanisme verwijdert. } een onbekend voorwerp hebt gereden en het nodig is te controleren of de maaier is beschadigd of als het nodig is de schade te herstellen} de maaier veel meer trilt dan anders en het nodig is de oorzaak van de trillingen vast te stellen} u bezig bent de motor of andere bewegende onderdelen te repareren (maak ook de bougiekabels los)2. 1. 2 KLEDING EN BESCHERMENDE UITRUSTING VAN DE BESTUURDER. Draag tijdens het werken met de maaier altijd de juiste werkkleding. Draag nooit losse kleding en een korte broek.

Draagt tijdens het werken met de maaier altijd stevig gesloten schoeisel, het liefst met antislipzolen. Bedien de maaier nooit terwijl uw sandalen draagt of blootsvoets. Geluids- en trillingswaarden op de plaats van de operator in deze handleiding ( 1. 4) zijn in navolging van de vereisten van richtlijnen EU 2003/10/EG (blootstelling aan lawaai) en 2002/44/EG (blootstelling aan vibraties), die de voorwaarden voor gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen reguleren tegen lawaai en vibraties, als ook de vermindering van de tijd waarin de operator aan vibraties wordt blootgesteld door het nemen van tijdige pauzes. De fabrikant van de maaier adviseert u altijd gehoorbescherming te dragen tijdens het werken met de maaier. Volgt u deze instructies niet op dan kunt u blijvend letsel oplopen.

1892. 1. 3 VOORDAT U DE MAAIER IN GEBRUIK NEEMT. Gebruik de tractormaaier niet als deze is beschadigd of als een van de beschermende elementen ontbreekt. Alle kappen en andere beschermende elementen moeten op hun plaats zitten. Verwijder daarom niet de beschermende elementen van de maaier en stel ze niet buiten werking. Controleer regelmatig dat deze elementen goed werken. Werk niet met de maaier nadat u alcohol of drugs hebt gebruikt of medicijnen die uw waarneming nadelig kunnen beïnvloeden. Werk niet met de maaier als u lijdt aan duizeligheid of flauwte of als u op andere wijze verzwakt bent of niet goed geconcentreerd. Voordat u de maaier in gebruikt neemt, leer alles over de bedieningselementen en zorg ervoor dat u ze zo kunt bedienen dat u, zo nodig, de motor onmiddellijk kunt stoppen of uitzetten. Pas de stand van de motorregelaar of snelheidsbeperking niet aan.

Voordat u begint te werken met de maaier moet u van het oppervlak van het terrein dat u gaat maaien, alle stenen, stukken hout, draad, botten, gevallen takken en andere items verwijderen, die tijdens het maaien zouden kunnen worden weggeslingerd. Verhelp alle storingen voordat u de maaier opnieuw gaat gebruiken. Controleer, voor u aan de slag gaat, grondig dat de riemen zijn gespannen, de messen scherp zijn en de ruimte binnen in het maaimechanisme vrij is. 2. 1. 4 TIJDENS HET GEBRUIK VAN DE MAAIER. De maaier mag niet worden gebruikt op hellingen van meer dan 22° (40%). Transport van passagiers, dieren of vrachten direct op de maaier is verboden. Transport van vrachten is alleen toegestaan op aanhangwagens die zijn goedgekeurd door de fabrikant van de maaier. Zelfs als u de maaier maar voor korte tijd alleen laat, moet u de sleutel uit het contact nemen.

Als u met de maaier wegrijdt van het werkterrein waar u gras maait, moet u altijd het maaimechanisme uitschakelen en het omhoog brengen in de transportpositie. Maai niet in de buurt van hopen materiaal, gaten of oevers.

De tractormaaier kan plotseling omver rollen als het wiel over de rand van een gat of greppel komt of bij een rand die afkalft. Blijf tijdens het werken uit de buurt van betonnen ondersteuningen, boomstronken en randen van borders en voetpaden, deze mogen niet in contact komen met de messen omdat dat kan leiden tot beschadiging van het maaimechanisme en het mechanisme van de maaier. Stop, als u op een massief voorwerp botst, en schakel het maaimechanisme en de motor uit en inspecteer de gehele maaier, vooral de stuurinrichting. Voer zo nodig reparaties uit voordat u de motor weer start. Werk, als dat mogelijk is, niet met de maaier in nat gras. Verminderde tractie kan slippen tot gevolg hebben. Blijf uit de buurt van obstakels (bijv. een plotselinge verandering van de helling, greppels, enz. ) waar de maaier zou kunnen kantelen.

Als het maaimechanisme is uitgeschakeld moet het altijd in de transportpositie staan. Probeer niet de stabiliteit van de maaier te verbeteren door de grond aan te stampen. Werk alleen met de maaier bij daglicht of bij goed kunstlicht. Het is niet toegestaan met de maaier op de openbare weg te rijden. Draag bij het bedienen van de maaier geen losse kleding en korte broeken, gebruik stevig volledig gesloten schoeisel. Bedien de maaier nooit terwijl uw sandalen draagt of blootsvoets. Laat de motor niet draaien in gesloten ruimten. De uitlaatgassen bevatten stoffen die reukloos en giftig zijn, en mogelijk dodelijk. Steek niet uw handen of benen onder de afdekking van het maaimechanisme. Breng nooit een deel van uw lichaam in de buurt van de roterende of bewegende onderdelen van de maaier. Start de motor niet zonder dat een uitlaat is gemonteerd.

Gewoonlijk overschrijdt het geluid dat wordt geproduceerd tijdens het maaien niet de waarden voor akoestische druk en voor akoestisch vermogen die worden opgegeven in deze gebruikershandleiding.

190( 1. 4). In bepaalde gevallen kan het echter onder bepaalde omstandigheden en wegens de gesteldheid van het terrein gedurende korte tijd de aangegeven geluidsniveaus overschrijden. De fabrikant van de maaier adviseert u gehoorbescherming te gebruiken wanneer u met de maaier werkt omdat het belasten van het gehoororgaan met een uitzonderlijk hoog geluidsniveau of de effecten van lawaai op de lange termijn kan/kunnen leiden tot permanente beschadiging van het gehoor. Houd altijd uw aandacht volledig bij het rijden en bij de andere werkzaamheden die u met de maaier uitvoert. De meest voorkomende oorzaken van het verlies van controle over de maaier zijn bijvoorbeeld:} Verlies van wieltractie. } Veel te hoge snelheid, het niet aanpassen van de snelheid aan de actuele omstandigheden en de kenmerken van het terrein. } Plotseling remmen waarbij de wielen blokkeren.

} Maaier gebruiken voor doeleinden waarvoor deze niet is ontworpen. 2. 1. 5 NA HET VOLTOOIEN VAN DE WERKZAAMHEDEN MET DE MAAIER. Houd de maaier en accessoires altijd goed schoon en in goede technische staat. De roterende messen zijn scherp en kunnen verwondingen veroorzaken. Draag altijd beschermende handschoenen of omwikkel de messen, wanneer u de messen hanteert. Controleer regelmatig de moeren en bouten waarmee de messen vastzitten en controleer dat zij met het juiste hoeveelheid aanzetmoment zijn aangedraaid ( 6. 3. 6). Let er vooral op dat de borgmoeren goed vastzitten. Wanneer de moer voor een tweede keer wordt losgedraaid, neemt de kracht van de bevestiging af en moet de moer worden vervangen door een nieuwe. Inspecteer regelmatig alle componenten en vervang de componenten die volgens de aanbevelingen van de fabrikant moeten worden vervangen. 2.

Het maaien op hellingen vraagt altijd meer aandacht van de gebruiker. Als u niet zeker bent van uzelf, of als het werk boven vaardigheidsniveau is, maai dan niet op hellingen. Tractormaaiers kunnen worden gebruikt op hellingen van maximaal 22° (40%) en alleen parallel aan de helling, d. w. z. omhoog en omlaag. Meer informatie 5. 5. 4. Ga extra voorzichtig te werk wanneer u van richting verandert. Draai alleen op een helling als het werkelijk niet anders kan. Kijk goed uit voor gaten, wortels en ongelijk terrein. Oneffen terrein kan ertoe leiden dat uw maaier omvalt. Hoog gras kan obstakels aan het zicht onttrekken. Verwijder daarom van tevoren alle ongewenste voorwerpen uit het terrein dat u wilt maaien. Kies een zodanige snelheid dat u niet hoeft te stoppen op een heuvel. Wees zeer voorzichtig bij het vastmaken van de verschillende bevestigingspunten van de hefinrichting.

Aanhangers kunnen de stabiliteit van de maaier doen afnemen. Voer alle bewegingen op een helling langzaam en gelijkmatig uit. Verander niet plotseling van snelheid of richting. Start of stop niet op een helling. Als de wielen tractie verliezen, stop dan de aandrijving van de messen en rij langzaam van de helling. Begin op een helling zeer voorzichtig en langzaam te rijden zodat de maaier niet de "wegspringt". Verminder altijd de rijsnelheid van de maaier voor de helling en breng vooral de snelheid tot een minimum terug wanneer u naar beneden rijdt, zodat u kunt profiteren van het remmende effect van de transmissie. Dit remeffect is aanzienlijk groter op de AC 92-23 4x4 maaier.

1912. 3 KINDVEILIGHEIDAls de gebruiker niet alert is op de aanwezigheid van kinderen kan er een tragisch ongeluk plaatsvinden. De beweging van een tractormaaier trekt de aandacht van kinderen. Ga er nooit van uit dat kinderen op de plaats zullen blijven waar u ze het laatst zag. Laat geen kinderen toe zonder toezicht op terreinen waar u bezig bent met het maaien van het gras. Wees altijd voorbereid - zet de motor af als er kinderen naar u toe komen. Kijk voor en tijdens het achteruitrijden achter u en naar de grond. Vervoer geen kinderen, zij kunnen vallen en zich ernstig verwonden of er kan een gevaarlijke situatie ontstaan als zij de bediening van de tractormaaier verhinderen. Geef kinderen nooit toestemming de maaier te bedienen. Wees extra voorzichtig op plaatsen met beperkt zicht (bij bomen, struiken, muren, enz. ). 2.

4 BRANDVEILIGHEIDWanneer u achteruit rijdt met de tractormaaier moet u fundamentele regels en voorschriften voor werkveiligheid en brandbeveiliging die gelden voor de werkzaamheden met dit type maaier, in acht nemen. Verwijder regelmatig brandbare materialen (droog gras, bladeren, enz. ) uit het gebied rond de uitlaat, de motor, de accu en overal waar zij in contact kunnen komen met benzine of olie, en vervolgens kunnen vlam vatten en de maaier in brand kunnen zetten. Laat de motor van de tractormaaier afkoelen voordat u de tractormaaier parkeert in een gesloten ruimte. Wees extra voorzichtig met benzine, olie of andere brandbare stoffen. Dit zijn zeer brandbare stoffen en de dampen ervan zijn explosief. Rook niet tijdens deze werkzaamheden.

Draai nooit de dop van de benzinetank los en vul nooit benzine bij wanneer de motor loopt, de motor heet is of de maaier in een gesloten ruimte staat. Controleer voor gebruik de benzineleidingen en vul geen benzine bij tot in de hals van tank. De hitte die wordt gegenereerd door de motor en door de zon en het uitzetten van de brandstof kunnen ertoe leiden dat de benzine overloopt en er brand ontstaat.

Gebruik voor het opslaan van brandstoffen tanks die speciaal voor dat doel zijn ontworpen. Bewaar nooit een tank met benzine en parkeer nooit de maaier in een gebouw in de buurt van een warmtebron. Wees extra voorzichtig wanneer u met de accu werkt. Het gas in de accu is zeer explosief, rook daarom niet in de buurt van de accu en gebruik geen open vuur, zodat ernstige verwondingen kunnen worden voorkomen. 2. 5 GEVAARLIJKE ONDERDELEN VAN DE MAAIER - RESTGEVAREN. De tractormaaier is zo ontworpen dat deze, wanneer hij op de juiste manier en in perfecte technische staat wordt gebruikt, geen gevaar oplevert voor de bestuurder en zijn omgeving. Toch kunnen er zich tijdens het gebruik, onderhoud en afstellen situaties voordoen die gevaar opleveren voor de werknemers, als zij er niet van op de hoogte zijn en zich niet houden aan de hier gegeven veiligheidsinstructie.

Deze gevaren vormen de zogenaamde restgevaren - het zijn gevaren die blijven bestaan, zelfs nadat alle preventieve en beschermende maatregelen overwogen en uitgevoerd zijn. Tijdens het gebruik, onderhoud en afstellen van de maaier zijn er restrisico's. Daarom moet elke persoon die met de maaier in aanraking komt, deze gevaren kennen en alle aanbevelingen voor de beperking van deze gevaren opvolgen. MAAIMESSEN. De roterende maaimessen zijn zeer scherp en als u ermee in aanraking komt, bestaat er een ernstig risico op letsel aan de ledematen. Steek niet uw handen of benen onder de afdekking van het maaimechanisme. Breng nooit een deel van uw lichaam in de buurt van de roterende of bewegende messen van de maaier. Probeer niet met uw handen of met andere voorwerpen de bewegende maaimessen tegen te houden.

192BEWEGENDE EN HETE ONDERDELEN ! Als de motor draait, zijn er onderdelen die ronddraaien en die ernstig letsel kunnen toebrengen aan verschillende delen van het lichaam. Bij onderhoud of afstelling van onderdelen die zich onder de motorkap of onder de opgeheven maaier bevinden, moet dus verhoogde aandacht worden besteed en mag nooit een lichaamsdeel in de buurt van bewegende delen worden gebracht. Alleen een persoon met een perfecte kennis van de bewegingsprincipes van deze onderdelen mag ze onderhouden en afstellen. Tijdens het gebruik worden de onderdelen die zich onder de kap bevinden heet, en wanneer deze met een onbeschermd lichaamsdeel in contact komen, kunnen ernstige brandwonden ontstaan. Daarom moet u, voordat u de kap opent om onderhouds- of servicewerkzaamheden uit te voeren, de maaier altijd laten afkoelen en veiligheidshandschoenen gebruiken.PLAATS VAN DE BESTUURDER !

Op de plaats van de bestuurder bestaat het gevaar van het platform te vallen of uit te glijden ten gevolge van onoplettendheid. Wees daarom altijd voorzichtig bij het op- of afstappen van de maaier. Een ander gevaar voor de bestuurder is vermoeidheid, stress of verkeerd gedrag, veroorzaakt door overbelasting van het werk, onvoldoende verlichting van het gemaaide gebied of lawaai tijdens het werk. Het is daarom noodzakelijk gehoorbescherming te gebruiken bij het gebruik van de maaier, uzelf niet te overbelasten en pauzes te nemen.BRANDSTOFTANK ! De brandstof in de brandstoftank is een zeer ontvlambare stof, waarvan de dampen explosief zijn. Bij het werken met brandstof of in de nabijheid van de brandstoftank (ook als die gesloten is), mag u nooit roken, nooit in de buurt komen met een open vlam of met voorwerpen die hoge temperaturen genereren.

1933. DE MAAIER KLAAR MAKEN VOOR GEBRUIK3. 1 UITPAKKEN EN INSPECTERENDit hoofdstuk is in de eerste plaats bedoeld voor de monteurs van de verkoper die de maaier klaarmaken voor de gebruiker in het kader van de pre-sales service. In het geval dat u uw maaier reeds gemonteerd en gebruiksklaar ontvangen hebt, gaat u direct naar hoofdstuk 4. In het geval dat u de maaier zelf hebt uitgepakt, dan is het noodzakelijk hem gebruiksklaar te maken volgens de aanwijzingen in dit hoofdstuk. Indien u niet zeker bent van de procedure of u hebt onvoldoende uitrusting, gereedschap of ervaring, aarzel dan niet om contact op te nemen met de verkoper van de maaier. Wij raden aan alle montagewerkzaamheden uit te voeren met ten minste twee personen. Inspecteer de verpakte maaier onmiddellijk na aflevering op beschadigingen. Informeer de vervoerder als u beschadigingen vindt.

Als de klacht niet op tijd wordt ingediend, kan geen schadevergoeding worden geëist. Controleer dat het model van de maaier het model is dat u hebt besteld. Pak, in het geval van een onregelmatigheid, de maaier niet uit en breng de leverancier onmiddellijk hiervan op de hoogte. 3. 11. Verpakking van de krat 2. Stoel 3. Opklapframe 4. Stuurwiel 5. Documentatie (geplaatst onder de kap)Verwijder met een geschikt stuk gereedschap (bijv. een breekijzer of hamer, enz. ) de krat (1) en pak de maaier uit. Voer een visuele inspectie uit van de maaier en de losse onderdelen en kijk naar beschadigingen die tijdens het vervoer kunnen zijn opgetreden. Pak alle afzonderlijk verpakte onderdelen uit en inspecteer ze.

2 VERWERKING VAN DE VERPAKKINGNa het uitpakken van de accessoires is het belangrijk dat het verpakkingsmateriaal goed bij het afval wordt verwerkt of wordt gerecycled. De verwerking moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de in het land van de gebruiker geldende wetten voor afvalverwerking. De verwijdering kan worden uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf. 3. 3 MONTAGE VAN DE AFZONDERLIJK VERPAKTE SAMENSTELLENOmdat het hier werkzaamheden van technische aard betreft, wordt deze maaier voorbereid voor gebruik door de leverancier van de tractormaaier (volgens onderstaande instructies). Verwijder, voordat u met de installatie begint, alle verpakkings-, beschermings- en bevestigingsmaterialen.

1943. 3aa) Installeren van de veren van de stoel:}Kantel de stoel. } Schroef de bouten los die de veer van de zitting onder de beugel vasthouden. Installeer vervolgens de veren zo dat zij boven de beugel zitten. } Stel de afstand in van de stoel tot het stuurwiel door de hendel in te drukken die de stoel op zijn plaats houdt en die onderdeel uitmaakt van de stoel. U mag beslist niet op de stoel gaan zitten voordat de veren van de stoel zijn geïnstalleerd. Anders kan er een botsing met de kap plaatsvinden en kan deze worden beschadigd. 3. 3bb) Installeren van het stuurwiel:} Sla met een hamer en een geschikte doorslag de pen (2) uit, die in het gat van de as is geplaatst (1). } Het stuurwiel kan op twee hoogten worden ingesteld door middel van twee gaten in de stuurwielas.

Kies de optimale positie voor het stuurwiel, bevestig het op de as (1) en draai totdat de gaten in het stuurwiel en de as tegenover elkaar uitkomen. } Plaats de pen weer in het gat en sla de pen vast met een hamer. 3. 3c c) Stel het inklapframe in op de juiste positie:} Stel met de hendels van de snelkoppeling het opklapframe in de verticale positie. 3. 3dd) De accu aansluiten:} Open de bergruimte in de kap en draai de bouten op de polen van de accu los. } Zwarte draad Plaats deze op de (+)-pool van de accu en zet de draad vast met de bout. } Bruine draad Plaats deze op de (-)-pool van de accu en zet de draad vast met de bout. Wanneer u de draden anders vastzet dan hierboven wordt beschreven, zal dat beschadiging van de maaier tot gevolg hebben. Wanneer u de accu loskoppelt, maak dan eerst de negatieve (–)-pool los van de accu.

Wanneer u de accu in gebruik neemt en wanneer u onderhoudswerkzaamheden aan de accu uitvoert, ga dan te werk volgens de instructies in de gebruikershandleiding voor de accu. Volg ook alle veiligheidsinstructies die daarin worden beschreven. Maak nu de maaier klaar voor gebruik volgens de aanwijzingen in het volgende hoofdstuk. 3.

4 CONTROLES VOORAFGAAND AAN HET OPSTARTENOmdat het hier werkzaamheden van technische aard betreft wordt deze maaier voorbereid voor gebruik door de verkoper van de tractormaaier (volgens de instructies van de fabrikant). 3. 4. 1 HET OLIEPEIL CONTROLERENU kunt pas het oliepeil controleren als de maaier horizontaal staat. De dop van de vulopening bevindt zich op de motorbeplating aan de achterzijde van de maaier. Schroef de oliepeilstok eruit, veeg de stok droog, steek hem er weer in en schroef hem er weer in. Schroef hem er dan weer uit en lees het oliepeil af. Oliepeil op de peilstok:(1) - (ADD) laag oliepeil(2) - (FULL) maximum oliepeil.

195Het oliepeil moet tussen de twee markeringen op de peilstok staan. Zo niet, voeg dan motorolie toe totdat de "FULL" markering wordt bereikt. Het type van de motorolie wordt vermeld in de gebruikershandleiding van de motor. U moet het oliepeil controleren voordat u gras gaat maaien. 3. 4. 2 DE ACCU CONTROLERENControleer het laadniveau van de accu volgens de instructies in de gebruikershandleiding van de accu. 3. 4. 3 DE BRANDSTOFTANK VULLEN MET BRANDSTOFOm veiligheidsredenen wordt de tractormaaier vervoerd zonder brandstof en daarom moet voorafgaand aan het eerste opstarten brandstof in de tank worden gedaan. De brandstoftank bevindt zich aan de voorzijde van de maaier en heeft een capaciteit van 19 l. Gebruik alleen benzine met het octaangetal dat wordt aangeduid in de gebruikershandleiding van de motor, d. w. z. loodvrije benzine Euro 95.

Defecten die veroorzaakt worden door een verkeerde brandstof vallen niet onder de garantie. Vul de brandstoftank alleen wanneer de motor is uitgeschakeld en de motor koud is. Vul de brandstoftank in een goed geventileerde ruimte. Eet en rook niet en gebruik geen open vuur wanneer u met brandstoffen werkt. Gebruik voor het vullen van de brandstoftank een geschikte trechter. Let erop dat u bij het vullen van de tank geen brandstof morst. Gemorste brandstof kan gemakkelijk vlam vatten. Als u brandstof morst, veeg de gemorste brandstof dan grondig droog. Bewaar brandstof buiten het bereik van kinderen. Procedure voor het tanken van brandstof:} Draai de tankdop los. Open deze langzaam want er kan overdruk in de brandstoftank heersen die wordt veroorzaakt door benzinedampen. } Plaats een trechter in de opening van de brandstoftank en begin de brandstof uit de voorraadtank te gieten.

} Veeg na het vullen van de brandstoftank altijd het gebied rond de opening van de brandstoftank droog en ook de opening van de brandstoftank zelf. U kunt het brandstofniveau aflezen aan de strepen.

} U wordt geadviseerd de brandstoftank regelmatig schoon te maken omdat onzuiverheden in de brandstof kunnen leiden tot storingen van de motor. 3. 4. 4 DE BANDENSPANNING CONTROLERENControleer de bandenspanning, voordat u de maaier in gebruik neemt. De bandenspanning verschilt naargelang het gebruikte type. De juiste bandenspanning wordt altijd op de banden aangegeven. Overschrijd niet de maximale bandenspanning die op de banden staat vermeld. 3. 4. 5 HET OLIEPEIL IN HET HYDRAULISCH CIRCUIT CONTROLEREN (VAN TOEPASSING OP MODEL 92 EVO 4X4)De maaier is voorzien van een hydraulisch circuit met een overlooptank met de voorgeschreven hoeveelheid olie. Het oliepeil in de tank kan tijdens het transport dalen. De overlooptank bevindt zich in het achterste gedeelte van de maaier onder de motorkap.

} Controleer dat het oliepeil tussen de twee merktekens op de peilstok van afsluitdop staat, vul, als dat nodig is, de vereiste hoeveelheid van de voorgeschreven olie bij. } Veeg het gebied rond de tankopening en de tankopening zelf schoon. Maak ook regelmatig de gehele tank schoon, omdat vuil in de olie de levensduur van het oliefilter bekort en een defect tot gevolg kan hebben.

196Het systeem wordt volledig ontlucht tijdens de eerste paar uren dat u met de maaier rijdt - wij adviseren u de maaier 1 tot 2 uur "in te rijden" met een niet te zware belasting.3.4.6 EEN LEKKAGETEST UITVOEREN OP HET HYDRAULISCH CIRCUITControleer het hydraulische circuit visueel op olielekken, namelijk de plaatsen waar de fittingen met de transmissies verbonden zijn. Als u lekken ontdekt, breng dan uw servicecentrum op de hoogte.3.5 DE MAAIER VAN DE PALLET AFRIJDEN} Breng twee geschikte rijplanken in gereedheid en plaats ze naast de pallet zodat de wielen van de maaier ervan af kunnen rijden.

Als u van de pallet rijdt zonder rijplanken, bestaat het gevaar dat u de onderzijde van de maaier beschadigt!} Breng het maaimechanisme omhoog in de transportstand door aan de hendel voor het heffen van het maaimechanisme te trekken ( 4.2.1 (10)).} Beweeg de gashendel vanuit stand ongeveer voor de helft ( 4.2.1 (5)).} Trek de chokehendel uit ( 4.2.1 (6)).} Zet de by-passhendel in positie "1" ( 4.2.1 (11)).} Start de maaier door de sleutel in positie ( 4.2.1(1)) te zetten en rijd de maaier langzaam van de pallet af.Nadere bijzonderheden over het starten en uitzetten van de motor worden gegeven in 5.2 en 5.3.

DE MAAIER BEDIENENDe getoonde locaties van bedieningselementen zullen mogelijk niet overeenkomen met werkelijke locatie, dit is afhankelijk van de configuratie van de maaier.4.1 LOCATIE VAN DE BELANGRIJKSTE BEDIENINGSELEMENTEN4.1(1) Hoofdschakelaar Aan/Uit (2) Schakelaar die het mogelijk maakt het maaimechanisme achteruitrijdend te bedienen(3) Indicatielampje vrijstand versnelling(4) Indicatielampje voor opladen van accu(5) Motorurenteller(6) Schakelaar activering maaimechanisme(7) Indicatielampje activering maaimechanisme en uitloop(8) Hendel parkeerrem (9) Rempedaal(10) Pedaal voor differentieelvergrendeling(11) Hendel voor de hoogteafstelling van het maaimechanisme(12) Gashendel(13) Uitschakeling cruise control(14) Rijhendel(15) Choke(16) By-passhendel(17) Bedieningshendels kantelframe4.2 BESCHRIJVING EN FUNCTIES VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN(1) HOOFDSCHAKELAARVoor het starten / uitzetten van de motor.

198(2) DEACTIVERING VAN DE ONTKOPPELING VAN HET MAAIMECHANISME VOOR ACHTERUITRIJDENSchakelaar R dient om de functie van de automatische ontkoppeling van het maaimechanisme bij achteruitrijden uit te schakelen ( 5.5.1).De schakelaar moet ingedrukt worden wanneer het maaidek al automatisch ontkoppeld is, maar de messen nog niet gestopt zijn met draaien (ong. 4 seconden) of wanneer het maaidek gestart wordt onmiddellijk voordat het achteruitrijpedaal wordt ingetrapt.

Dan wordt met iedere daaropvolgende verandering in de rijrichting van achteruit naar vooruit de ontkoppeling van het maaimechanisme weer geactiveerd.(3) INDICATIELAMPJE VRIJSTAND VERSNELLING Het controlelampje dient om aan te geven dat de rijhendel in de neutrale stand staat.Brandt niet - de rijhendel staat in stand F (vooruit) of R (achteruit)Brandt groen - de rijhendel staat in de stand N (Neutraal - Vrij) (4) INDICATIELAMPJE VOOR OPLADEN VAN ACCUHet controlelampje dient om het niveau van de accu aan te geven. Wanneer de sleutel in het slot zit en de motor niet draait, kan deze het volgende signaleren:LANGZAAM ROOD KNIPPEREN:U moet de accu vervangen.SNEL ROOD KNIPPEREN: De accu is bijna leeg en er kunnen problemen zijn met het starten van de maaierOPGELET: Als het signaallampje knippert nadat de motor is gestart, werkt het laadsysteem van de accu niet goed.

Als dit gebeurt, is het nodig contact op te nemen met een erkend servicecentrum en de motor te laten inspecteren.(5) MOTORURENTELLERToont het aantal motoruren.Knoeien aan de teller zal de garantie doen vervallen – de aansluiting van de teller van de motoruren is voorzien van een verzegeling.Neem onmiddellijk contact op met het servicewerkplaats als de teller van de motoruren niet goed werkt.(6) INDICATIELAMPJE ACTIVERING MAAIMECHANISME EN UITLOOPDeze indicator geeft aan dat het maaimechanisme is ingeschakeld en omlaag staat.

199Brandt Het maaimechanisme is ingeschakeldKnipperenHet maaimechanisme is uitgeschakeld, maar de messen draaien nog (de indicator knippert ongeveer 10 seconden)(7) SCHAKELAAR ACTIVERING MAAIMECHANISMECruise control wordt alleen gebruikt wanneer u in een lange rechte lijn rijdt. U kunt pas van richting veranderen wanneer u de cruise control het uitgeschakeld.UITGESCHAKELDUitschakeling van het maaimechanisme / het maaimechanisme is uitgeschakeldINGESCHAKELD Het maaimechanisme inschakelen(8) HENDEL PARKEERREMDe hendel van de parkeerrem heeft twee standen. In positie (1) is de rem niet ingeschakeld, wanneer u de hendel in positie (2) hebt gezet en het rempedaal indrukt, wordt de parkeerrem ingeschakeld (remt).

Wanneer u op het rempedaal drukt, wordt de parkeerrem uitgeschakeld en wordt de hendel automatisch vrijgegeven en in positie (1) gezet.(9) REMPEDAALDe tractormaaier gaat langzamer rijden wanneer u het rempedaal intrapt. Gebruik de rem nooit tegelijkertijd met de functie voor de rijrichting - het gevaar bestaat dat u dan de transmissie beschadigt!(10) PEDAAL VOOR DIFFERENTIEELVERGRENDELINGHet pedaal wordt alleen gebruikt als dat nodig is en alleen wanneer u recht vooruit rijdt. De hendel heeft twee posities:Wanneer u het pedaal indrukt, wordt de vergrendeling ingeschakeld. Wanneer u het pedaal loslaat, wordt de vergrendeling automatisch uitgeschakeld.

200Gebruik de vergrendeling alleen wanneer u het recht vooruit rijdt en alleen als het nodig is (bij verlies van tractie). Gebruik de vergrendeling van het differentieel nooit wanneer u van rijrichting verandert. U zou dan de transmissie ernstig kunnen beschadigen!(11) HENDEL VOOR DE HOOGTEAFSTELLING VAN HET MAAIMECHANISMEMet deze hendel stelt u de hoogte af van het maaimechanisme tot de grond.De hendel heeft 4 werkstanden (50 - 60 - 75 - 100 mm), waarbij de overeenkomstige maaihoogte 5 tot 10 cm bedraagt. Hoe hoger het nummer van de hendelstand, hoe hoger de vegetatiehoogte blijft na het maaien.Er is ook 1 transportpositie, die 120 mm boven de grond is.

Wanneer de hendel in de transportpositie staat, kunt u het maaimechanisme niet inschakelen omdat in deze stand een veiligheidsschakelaar is ingebouwd.Wanneer u rijdt zonder te maaien, moet de hendel in de transportpositie staan!De mulch-functie kan worden verbeterd door middel van een speciaal accessoire, een zogeheten “mulch-set”, die wordt geleverd als een speciaal accessoire voor het maaien van goed onderhouden gazons.(12) GASHENDELVoor het regelen van de snelheid van de motor.

Er zijn de volgende standen:MAX Maximumsnelheid van de motorMIN Minimumsnelheid van de motor (stationair)(13) UITSCHAKELING CRUISE CONTROLDeze hendel schakelt de mechanische cruise-controlfunctie uit zodat het heel nauwkeurig rijden met de maaier bij een lage snelheid mogelijk wordt.Schakel de cruise-control niet uit wanneer u aan hoge snelheid rijdt!0 Cruise-control is uitgeschakeld1 Cruise-control is ingeschakeld

201(14) HENDEL RIJRICHTINGRegelt het vermogen dat op de achterwielen wordt overgebracht en de snelheid van de maaier in beide richtingen. In de basisinstelling is er een mechanische cruise-controlfunctie, die automatisch wordt uitgeschakeld wanneer het rempedaal wordt ingedrukt.FVoorwaartse aandrijvingDe hendel dichter naar de letter F verplaatsen geeft een hogere snelheid en vice versa.N Neutraal De maaier is stationairRAchterwaartse aandrijvingDe hendel dichter naar de letter R verplaatsen geeft een hogere snelheid en vice versa.U kunt de rijrichting pas veranderen van vooruit in achteruit of van achteruit in vooruit als u de maaier hebt stilgezet.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Efco Tuareg 92 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden