DRU Global 60 Triple BF Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van DRU Global 60 Triple BF (36 pagina’s), behorend tot de categorie Haarden. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 246 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over DRU Global 60 Triple BF of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | DRU |
| Categorie: | Haarden |
| Model: | Global 60 Triple BF |
Handleiding DRU Global 60 Triple BF – volledige tekst
NederlandsINTALLATIEHANDLEIDING1. InleidingAls fabrikant van gasverwarmingstoestellen ontwikkelt en produceert DRU producten volgens de hoogst mogelijkekwaliteits-, prestatie- en veiligheidseisen. Dit toestel heeft een CE-label; het voldoet daarmee aan de essentiëleeisen van de Europese Gastoestellenrichtlijn. Bij het toestel worden een installatiehandleiding en eengebruikershandleiding geleverd. Als installateur dient u erkend en vakbekwaam te zijn op het gebied vangasverwarming. De installatiehandleiding geeft u de informatie die u nodig hebt om het toestel zo te installerendat het goed en veilig functioneert. Deze handleiding schenkt aandacht aan de installatie van het toestel en de daarbij geldende voorschriften. Daarnaast treft u technische gegevens van het toestel aan en informatie over onderhoud, eventueel optredendestoringen en de mogelijke oorzaak hiervan.
De afbeeldingen vindt u achterin dit boekje in de bijlage. U dient deze installatiehandleiding volledig en zorgvuldig te lezen en te gebruiken, alvorens u dit toestel installeert. Indien u gebruik maakt van het DRU Powervent-systeem® of het DRU Smartvent-systeem® dient u óók eerst dedaarbij behorende installatiehandleiding volledig en zorgvuldig te lezen en te gebruiken alvorens u de installatiebegint. In de handleidingen worden de volgende markeringen gebruikt om belangrijke informatie aan te geven:ØUit te voeren acties. TipSuggesties en adviezen. Let opDeze instructies zijn noodzakelijk ter voorkoming van mogelijke problemen bij installatie en/of gebruik. Let opDeze instructies zijn noodzakelijk ter voorkoming van brand, persoonlijk letsel of andere ernstige schades. Na oplevering dient u de handleidingen te overhandigen aan de gebruiker. 2.
Door bedrijfsinterne maatregelen is gewaarborgd dat seriematig geproduceerde toestellen aan de essentiële eisenvan de van kracht zijnde EG-richtlijnen en de daarvan afgeleide normen voldoen. Deze verklaring verliest haargeldigheid als zonder schriftelijke toestemming van DRU wijzigingen aan het toestel worden aangebracht. U kunt een kopie van het keuringscertificaat downloaden via www. druservice. com. M. J. M. GeltenAlgemeen directeurPostbus 1021, 6920 BA DuivenRatio 8, 6921 RW Duivenwww. dru. nlProduct:Type:Van toepassing zijnde EG-richtlijnen:Toegepaste geharmoniseerde normen:gasverwarmingstoestelGlobal 60 Triple BF2009/142/ECNEN-EN-613NEN-EN-613/AINL.
NederlandsINSTALLATIEHANDLEIDING3. VEILIGHEID3. 1 Algemeen. Let op- Houdt u zich aan de algemeen geldende voorschriften en aan de voorzorgsmaatregelen/veiligheids-instructies in deze handleiding. - Controleer eerst in Bijlage 2, Tabel 2 de exacte technische uitvoering van het te installeren toestel. 3. 2 VoorschriftenInstalleer het toestel volgens de geldende nationale, lokale en bouwkundige (installatie)voorschriften. 3.
3 Voorzorgsmaatregelen / veiligheidsinstructies bij installatieVolg de onderstaande voorzorgsmaatregelen/veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op:ØInstalleer en onderhoud het toestel alleen als u een erkende en vakbekwame installateur op het gebied vangasverwarming bent;Øbreng geen wijzigingen aan het toestel aan;Øindien u een inbouwtoestel installeert;- gebruik onbrandbaar en hittebestendig materiaal voor de boezem inclusief de bovenkant van de boezem, hetmateriaal ín de boezem en de achterwand waartegen het toestel wordt geplaatst.
Bij plaatsing van een toestel met open verbranding (type B 11 AS/BS) is geenboezemventilatie nodig indien er sprake is van een bestaand schoorsteenkanaal met een gemetseldevuurplaats, die de warmte voldoende kan absorberen;- gebruik hittebestendige elektrische aansluitingen en plaats deze vrij van het toestel;Øindien u een toestel installeert met een open verbranding: gebruik een geschikt verbrandingsgasafvoersysteem datvoorzien is van het CE-label en zorg voor afdoende ventilatie van de opstellingsruimte volgens regelgeving.
Øindien u een toestel installeert met een gesloten verbranding: gebruik uitsluitend de door DRU geleverdeconcentrische systemen;Øindien u een vrijstaand toestel installeert:- plaats het toestel op de minimaal aangegeven afstand vanaf de achterwand zoals verderop in de tekstaangegeven;- houdt rekening met de minimale afstand tot zijwand(en) en de ruimte boven het toestel (zie Bijlage 3, afb. 2).
Ødek het toestel niet af en/of pak het niet in met een isolatiedeken of enig ander materiaal;Øhoud brandbare objecten en/of materialen op minimaal 500 mm afstand van het toestel;Øgebruik uitsluitend de bijbehorende hout-/kiezelset en plaats deze exact volgens de beschrijving;Ølaat de ruimte rondom de waakvlambrander, 2e thermokoppel of ionisatiepen vrij;Øzorg ervoor dat er geen vuil in de gasleidingen en aansluitingen zit;Øplaats een gaskraan conform de geldende voorschriften;Øcontroleer de complete installatie op gasdichtheid vóór ingebruikname;Øvoorkom, indien uw toestel hiervan voorzien is, het blokkeren van de drukvereffeningsluik(en) aan de bovenkantvan het toestel en controleer of deze goed aansluit(en) op het afdichtingsvlak voordat u het toestel inbouwt;Øontsteek het toestel niet voordat het volledig gastechnisch en afvoertechnisch is geïnstalleerd, volg eerst deprocedure zoals beschreven in hoofdstuk 7.
NederlandsINSTALLATIEHANDLEIDING3. 4 Tweede thermokoppelbeveiliging (indien van toepassing, zie Bijlage 2, Tabel 2)Het kan zijn dat het te installeren toestel is uitgevoerd met 2 thermokoppels. Thermokoppel 1 bevindt zich altijd bijde waakvlambrander, thermokoppel 2 bevindt zich altijd elders boven de hoofdbrander. Indien het toestel is uitgerust met een tweede thermokoppelbeveiliging op de hoofdbrander moet u weten datdeze ingrijpt als er geen goede overloop heeft plaatsgevonden van de waakvlambrander op de hoofdbrander ofvan de hoofdbrander zelf. De gastoevoer zal na 22 seconden onderbroken worden. Voor het oplossen van eenslechte of geen overloop van de waakvlambrander op de hoofdbrander gaat u naar het storingszoekschema inBijlage 1. 3.
5 Oxypilot-beveiliging (indien van toepassing, zie Bijlage 2, Tabel 2)Indien het toestel is uitgerust met een oxypilot-beveiliging moet u weten dat deze ingrijpt (de waakvlam engastoevoer naar de hoofdbrander worden uitgeschakeld) als er onvoldoende verbrandingslucht (zuurstof) wordtaangeleverd en/of er onvoldoende thermische trek in het afvoersysteem is. Is de aanvoer van verbrandingslucht weer voldoende is, kan het toestel opnieuw gestart worden. De toevoer van verse lucht kan geregeld worden door ventilatieopeningen aan te brengen/open te zetten in deruimte waar het toestel is opgesteld. 4. UitpakkenSchenk aandacht aan de onderstaande punten bij het uitpakken:ØVerwijder alle verpakkingsmaterialen. ØNeem alle meegeleverde onderdelen in, op en/of aan het toestel uit/weg. ØControleer het toestel met toebehoren op (transport)schade. ØNeem indien nodig contact op met uw leverancier.
ØInstalleer nóóit een beschadigd toestel. ØVerwijder eventuele schroeven als het toestel daarmee aan de vlonder of pallet is vastgemaakt. Let opGlas is een keramisch materiaal. Zeer kleine oneffenheden in de ruiten zijn onvoorkoombaar en vallen binnen degestelde kwaliteitsnormen. Let opHoud plastic zakken bij kinderen vandaan.
NederlandsINSTALLATIEHANDLEIDING5. InstallatieLees de handleiding zorgvuldig door voor een goede en veilige installatie van het toestel. Let op Installeer het toestel in de volgorde zoals in dit hoofdstuk is beschreven. ØInstalleer het toestel volgens de geldende nationale, lokale en bouwkundige (installatie)voorschriften. ØHoudt u zich aan de voorschriften/instructies zoals vermeld in deze handleiding. 5. 1 GassoortOp het typeplaatje staat vermeld voor welke gassoort, gasdruk en voor welk land dit toestel is bestemd. Hettypeplaatje bevindt zich op het toestel of kan vastzitten aan een ketting en dient dan aan de ketting bevestigd teblijven. Let opControleer of het toestel geschikt is voor de gassoort en gasdruk ter plaatse. 5. 1. 1 Ombouw gassoortIndien u dit toestel wilt ombouwen naar een andere gassoort neem dan contact op met de serviceafdeling van DRUen vraag naar de mogelijkheden.
Het ombouwen dient verricht te worden door een erkende gas-installateur. 5. 2 Aansluiting5. 2. 1 GasaansluitingIn de gasleiding dient een gaskraan geplaatst te worden conform de geldende voorschriften. Let opZorg dat er geen vuil in de gasleidingen en aansluitingen zit;Voor de gasaansluiting gelden de volgende eisen:- dimensioneer de gasleiding zodanig dat geen drukverlies kan optreden;- de gaskraan heeft een goedkeur (in de EU is dat het CE merk); - de gaskraan is altijd bereikbaar. 5. 2. 2 Elektrische aansluitingZorg, indien van toepassing, bij elektrische aansluiting van 230 Volt voor een goede aarding. Plaats deze elektrischeaansluiting vrij van het toestel zo laag mogelijk in de boezem. Dit in verband met de temperatuurontwikkeling inde boezem. Plaats de ontvanger zo mogelijk pas na het afronden van eventuele bouwkundige werkzaamheden. Indien dat niet mogelijk is:.
Let op- Plaats het toestel altijd op minimaal 500 mm afstand van brandbare objecten of materialen;- Plaats de afvoerpijpen zo dat nooit een brandgevaarlijke situatie kan ontstaan;- Plaats het toestel voor een wand van onbrandbaar en hittebestendig materiaal;- Houd een minimale afstand tussen toestel en achterwand indien aangegeven in de maatschets(zie Bijlage 3, Afb. 2);- Neem afdoende maatregelen om te hoge temperaturen van een eventuele wand achter de boezem tevoorkomen, inclusief de materialen en/of voorwerpen die zich achter de wand bevinden;- Dek het toestel niet af en/of pak het niet in met een isolatiedeken of enig ander materiaal;- Zorg voor een stabiele opstelling van het te installeren toestel. Bevestig het toestel, indien van toepassing,aan de wand met behulp van de muurbeugels en/of zet de verlengpoten vast met parkers.
Let opHoud, indien u een inbouwtoestel installeert rekening met;- De inbouwafmetingen volgens Bijlage 3, Afb. 1 en 2. ØZorg voor een gasaansluiting ter plekke; zie voor details paragraaf 5. 2. ØMaak een doorvoer voor het verbrandingsgasafvoersysteem of het concentrische systeem met de onderstaandediameters; zie voor details paragraaf 5. 7 of 5. 8:- de pijpdiameter +10 mm voor een doorvoer door onbrandbaar materiaal;- de pijpdiameter +100 mm voor een doorvoer door brandbaar materiaal. Let opAanvullende instructies, specifiek voor het toestel dat u installeert, vindt u vanaf hoofdstuk 5. 9. NL.
NederlandsINSTALLATIEHANDLEIDING5. 4 Plaatsen van een inbouwtoestel (indien van toepassing)Niet alle inbouwtoestellen van DRU worden standaard geleverd met een bedieningsluik. Indien niet inbegrepen, isdit bedieningsluik los verkrijgbaar. Bij toestellen met gesloten verbranding (type C11/C31) adviseren wij altijdgebruik te maken van het Dru-bedieningsluik. Bij toestellen met een open verbranding (type B 11 AS/BS) is eenbedieningluik niet van toepassing. In dit hoofdstuk wordt uitgegaan van een toepassing met bedieningsluik. Let op. Mocht u geen gebruik maken van een aanbevolen Dru-bedieningsluik, houdt dan de in hoofdstuk 5. 4 tot en met5. 6 vermelde veiligheden en noodzakelijke instructies strikt in acht.
Indien u geen gebruik maakt van het bedieningsluik, houdt u dan ook rekening met:- de toegankelijkheid van alle componenten die normaal in het bedieningsluik worden geplaatst;- de maximale temperatuur van deze componenten (Maximaal 55 °C). Het gasregelblok is onder het toestel aan de branderplaat gemonteerd. Het dient losgenomen te worden en later inhet bedieningsluik geplaatst te worden. Zie voor plaatsing van het gasregelblok in het bedieningsluik paragraaf 5. 6. Ga als volgt te werk:ØMaak de leidingen los van het gasregelblok (flexibele gasleiding, aluminium waakvlamleiding en thermokoppel 1);. Let opDe rode draad van thermokoppel 2, indien van toepassing, blijft aangesloten op het gasregelblok. ØMaak het gasregelblok los van de branderplaat door de parker los te schroeven. ØRol voorzichtig de rode en zwarte draad van thermokoppel 2 uit als dit van toepassing is.
Let op- Voorkom dat de ontstekingskabel in contact komt met andere bedrading;- Het typeplaatje dient bevestigd te blijven aan de ketting. ØStel de hoogte van het toestel in met behulp van de stelvoeten (indien van toepassing). ØZet het toestel waterpas. TipHet inbouwframe bij de meeste 2- of 3-zijdige toestellen is nastelbaar. Hierdoor kunt u het inbouwframe goed latenaansluiten op de boezem. Voor 2- of 3-zijdige toestellen, die niet nastelbaar zijn, verwijzen wij naar hoofdstuk 5. 9'Aanvullende instructies'. Let opontsteek het toestel niet voordat het volledig gastechnisch en afvoertechnisch is geïnstalleerd, volg eerst deprocedure zoals beschreven in hoofdstuk 7. 3. 5. 5 Plaatsen boezem (indien van toepassing)Voor een goede afvoer van de warmte dient er voldoende ruimte rondom het toestel aanwezig te zijn.
De boezem moet voldoende geventileerd worden door middel van ventilatieopeningen (ingaand en uitgaand). Let op- Gebruik onbrandbaar en hittebestendig materiaal voor de boezem inclusief de bovenkant van de boezem, hetmateriaal ín de boezem en de achterwand van de boezem;- Voorkom dat het toestel wordt belast door het gewicht van de boezem bij gebruik van steenachtigematerialen;- De doorlaat van de, zo hoog mogelijk geplaatste, ventilatieopeningen (uitgaand) staan vermeld in Bijlage 2,Tabel 2. NL.
NederlandsINSTALLATIEHANDLEIDING. Let opHoud bij het plaatsen van de boezem rekening met (zie Bijlage 3, Afb. 2):- De plaats voor het bedieningsluik: dit moet zo laag mogelijk geplaatst worden;- De afmetingen van het bedieningsluik; zie plaatsen bedieningsluik paragraaf 5. 6;- Niet bij alle toestellen wordt het Dru-bedieningsluik standaard meegeleverd. Wij adviseren desondanks alleenvan een, eventueel los leverbaar, Dru-bedieningsluik gebruik te maken. B 11 AS/BS toestellen uitgezonderd. Mocht u hier niet voor kiezen, dan dient u ten behoeve van de ingaande ventilatie een zo laag mogelijkgeplaatste ventilatie-opening van 100 cm2 te maken.
- De plaats van de ventilatieopeningen (V) (uitgaand);- Houd een afstand tussen de bovenkant van de ventilatieopening (uitgaand) en het plafond van de woningvan minimaal 30 cm;- De afmeting van de ruit zodat deze geplaatst/verwijderd kan worden na het plaatsen van de boezem;- De bescherming van het gasregelblok en de leidingen tegen cement en kalk. - Plaats de sierstrips, kaders en dergelijke zo mogelijk pas na het uitvoeren van de eventuele bouwkundigewerkzaamheden. Voorkom het gebruik van schildersplakband. Indien dit niet mogelijk is: gebruik een goedekwaliteit schildersplakband en verwijder deze direct na de stuc- of schilderwerkzaamheden. TipBreng de ventilatieopeningen (uitgaand) bij voorkeur aan weerszijden van de boezem aan. U kunt gebruik makenvan DRU ventilatie-elementen.
Controleer, voordat u de boezem helemaal dicht maakt:- of het afvoer / concentrische systeem op de juiste manier is geplaatst. - de borging met parkers van de kanalen, de bevestigingsbeugels en evt. klembanden, die later onbereikbaarzijn. ØStuc, indien van toepassing, niet op of over de randen van het inbouwframe, omdat:- door de warmte van het toestel scheuren kunnen ontstaan;- de ruit niet meer verwijderd/geplaatst kan worden.
ØLaat bij toepassing van steenachtige materialen en/of afwerking met stucwerk de boezem vóór ingebruikname vanhet toestel minimaal 6 weken drogen ter voorkoming van scheuren. 5. 6 Plaatsen bedieningsluik (indien van toepassing)Het bedieningsluik (zie ook paragraaf 5. 4 en 5. 5) wordt zo laag mogelijk in de boezem geplaatst. Let op- De onderkant van het bedieningsluik mag niet hoger worden geplaatst dan het branderbed in het toestel. - Plaats het bedieningsluik en de beugel met het gasregelblok en toebehoren alleen binnenshuis op een drogeplek. In het bedieningsluik wordt een aantal componenten geplaatst zoals het typeplaatje, het gasregelblok, deontvanger behorende bij de afstandsbediening en, indien van toepassing, de componenten behorende bij het DRUPowervent-systeem®. Ga als volgt te werk bij het plaatsen van het bedieningsluik; zie Bijlage 3, Afb.
3 voor details:ØMaak in de boezem een opening zoals beschreven in de handleiding van het bedieningsluik. ØPlaats het binnenframe (1); draai hiervoor bouten (5) los. Tip- Bij een boezem van steen kan het binnenframe meegemetseld worden;- Bij een ander materiaal kunt u het binnenframe vastkitten of met vier verzonken schroeven vastzetten. ØBevestig het gasregelblok aan de beugels van het binnenframe (2). ØControleer of leidingen en aansluitingen vrij van vuil zijn. ØSluit de leidingen weer aan op het gasregelblok. Let op- Vermijd knikken in de leidingen;- Draai de flexibele gasleiding en de waakvlamleiding gasdicht aan.
- Draai het thermokoppel eerst handvast aan en;- Draai het vervolgens een kwartslag aan met een passende sleutel;- De waakvlamleiding moet beschermd worden tegen mogelijk corrosieve invloeden door bijvoorbeeld vocht,naar beneden gevallen specie, naar beneden gevallen vuil uit de schoorsteen, enz. De waakvlamleiding moetpermanent vrij gehouden worden van de grond en van de wanden van de ruimte waarin het toestel wordtingebouwd.
NederlandsINSTALLATIEHANDLEIDINGØVoorkom vuil in de gasleidingen en aansluitingen. ØSluit de gasleiding met gaskraan aan. ØOntlucht de gasleiding. ØPlaats de ontvanger in de houder (3); zie voor aansluiten paragraaf 6. 1. ØPlaats het typeplaatje in de daarvoor bestemde klem (6). ØBevestig het buitenframe met deurtje (4) aan het binnenframe met behulp van 2 inbusbouten (5). TipU kunt het buitenframe zo plaatsen dat het deurtje links- of rechts draaiend is. 5. 7 Verbrandingsgasafvoersysteem bij toestellen met een open verbrandingIndien het toestel geschikt is voor aansluiting op een bestaand schoorsteenkanaal in Groot-Brittannië (class 1chimney), is de los meegeleverde Engelse beschrijving ‘Fitting into a conventional class 1 chimney’ mede vantoepassing. Dit boekje bevat naast installatie-instructies ook aanvullende testen.
In deze situatie wordt het gebruikvan een RVS flexibele afvoerpijp over de gehele lengte met een trekverhogende kap aanbevolen. 5. 7. 1 AlgemeenDe aansluitmaat en de minimale lengte van het afvoersysteem zijn aangeven in Bijlage 2, tabel 2. Het toestel dient te worden aangesloten volgens de geldende nationale, lokale en bouwkundige(intallatie)voorschiften. Plaats het toestel alleen in een goed geventileerde ruimte welke voldoet aan de geldendenationale, lokale en bouwkundige (installatie)voorschriften om voldoende luchttoevoer te waarborgen. Let op- Bij installatie in een woning met een mechanisch luchtafzuigsysteem en/of een open keuken met afzuigkap iseen permanente ventilatieopening nodig in de opstellingsruimte; zie de gasinstallatievoorschriften en delokale regelgeving voor afmetingen en overige noodzakelijke voorzieningen.
- Er is geen boezemventilatie nodig bij een bestaand schoorsteenkanaal met een gemetselde vuurplaats die dewarmte voldoende kan absorberen. Ventilatieopening in de boezem geldt dus niet voor de class 1 chimney inde UK. 5. 7.
2 Aansluiting verbrandingsgasafvoersysteem (indien een class 1 schoorsteenkanaal niet vantoepassing is)Voor aansluiting op een bestaand schoorsteenkanaal is voor de afvoer van de verbrandingsgassen een flexibeleRVS afvoerpijp over de gehele lengte noodzakelijk, tenzij anders aangegeven. Een trekverhogende kap wordthierbij aanbevolen. Let op- Voorkom dat vuil uit een bestaand schoorsteenkanaal in de verbrandingsgasafvoer terecht kan komen. - Voorkom valse trek door de ruimte tussen het bestaande schoorsteenkanaal en het afvoermateriaal goed af tesluiten. - Bochten scherper dan 45 graden zijn in het verbrandingsgasafvoersysteem niet toegestaan, tenzij andersaangegeven. - Houd een afstand van minimaal 50 mm aan tussen de buitenkant van het afvoersysteem en de wanden en/-ofhet plafond.
Als het systeem wordt ingebouwd in bijvoorbeeld een koof, dient deze rondom uitgevoerd teworden in onbrandbaar materiaal;- Gebruik hittebestendig isolatiemateriaal bij doorvoer door brandbaar materiaal. - Gebruik een geschikt verbrandingsgasafvoersysteem met de juiste diameter voorzien van het CE-merk. Let opSommige hittebestendige isolatiematerialen bevatten vluchtige componenten, die langdurig een onaangenamegeur verspreiden; deze zijn niet geschikt. Plaats het verbrandingsgasafvoersysteem als volgt:ØSluit de pijpstukken of flexibele RVS afvoer aan. Let op- Zorg ervoor dat de juiste insteeklengte behouden blijft;- Borg de verbindingen op plaatsen, die na installatie onbereikbaar zijn met een parker. NL.
NederlandsINSTALLATIEHANDLEIDING5. 8 Verbrandingsgasafvoer- /verbrandingsluchttoevoersysteem bij toestellen met eengesloten verbranding5. 8. 1 AlgemeenHet type afvoersysteem van het toestel is aangegeven in de Bijlage 2, Tabel 2. Het toestel wordt aangesloten op een gecombineerd verbrandingsgasafvoer-/verbrandingsluchttoevoersysteem,hierna te noemen het concentrische systeem. De doorvoer naar buiten kan zowel met een geveldoorvoer als met een dakdoorvoer worden gemaakt. Eventueel kan gebruikt gemaakt worden van een bestaand schoorsteenkanaal (zie paragraaf 5. 8. 4). Let op- Gebruik uitsluitend het door DRU geleverde concentrische systeem. Dit systeem is samen met het toestelgekeurd.
DRU kan de goede en veilige werking van andere systemen niet garanderen en accepteert hiervoorgeen verantwoordelijkheid, of aansprakelijkheid;- Gebruik voor aansluiting op een bestaand schoorsteenkanaal uitsluitend de door DRU geleverde aansluitset. Het concentrische systeem wordt opgebouwd vanaf (de aansluitstomp van) het toestel. Als door bouwkundige omstandigheden het concentrische systeem eerst wordt geplaatst, kan het toestel latereventueel met een telescopisch pijpstuk worden aangesloten. 5. 8. 2 Opbouw concentrisch systeemAfhankelijk van de opbouw van het concentrische systeem moet het toestel verder afgesteld worden meteventueel een restrictieschuif of luchtinlaatgeleider. Zie de Tabellen 4 en 6 voor het bepalen voor de juiste afstelling en paragraaf 'Afstellen toestel' voor de werkwijze.
Het concentrische systeem met geveldoorvoer of dakdoorvoer moet aan de volgende voorwaarden voldoen:- In Bijlage 2, Tabel 4 of 5 is te vinden of er en hoeveel minimale verticale lengte concentrische pijp aangeslotendient te worden. - Bepaal de toelaatbaarheid van de gewenste afvoer. Bij gebruik van een geveldoorvoer geldt:- De totale verticale pijplengte, bij toepassing met geveldoorvoer, mag een maximale lengte hebben welke ukunt terugvinden in de Bijlage 2, Tabel 4.
- De minimale verticale pijplengte, bij toepassing van een geveldoorvoer, kunt u terugvinden in Bijlage 2, Tabel4. - De totale horizontale pijplengte, bij toepassing met geveldoorvoer, mag een maximale lengte hebben welkeu kunt terugvinden in de Bijlage 2, Tabel 4 (exclusief geveldoorvoer; zie Bijlage 3, Afb. 4). Bij gebruik van een dakdoorvoer geldt:- De opbouw van het gekozen systeem, bij toepassing met dakdoorvoer, moet toelaatbaar zijn volgens Bijlage2, Tabel 5. (Zie de hieronder beschreven werkwijze)In de onderstaande werkwijze is aangegeven hoe de toelaatbaarheid bij toepassing van een dakdoorvoer van eenconcentrisch systeem wordt vastgesteld. 1) Tel het aantal benodigde 45° en 90° bochten2) Tel het totale aantal hele meters horizontale pijplengte;3) Tel het totale aantal hele meters verticale en/of schuine pijplengte (exclusief dakdoorvoer).
4) Zoek in de eerste 2 kolommen van Tabel 5 het aantal benodigde bochten en de totale horizontale pijplengte. 5) Zoek in de bovenste rij van Tabel 5 de gewenste totale verticale en/of schuine pijplengte. 6) Als u in een hokje met een letter uitkomt, is het door u gekozen concentrische systeem toelaatbaar. 7) Stel met behulp van Tabel 6 vast hoe het toestel afgesteld moet worden. 5. 8. 3 Plaatsen concentrisch systeem. Let op- Houd een afstand van minimaal 50 mm aan tussen de buitenkant van het concentrische systeem en dewanden en/of het plafond. Als het systeem wordt ingebouwd in bijvoorbeeld een koof, dient deze rondomuitgevoerd te worden in onbrandbaar materiaal;- Gebruik hittebestendig isolatiemateriaal bij doorvoer door brandbaar materiaal;- De rozet van de geveldoorvoer is te klein om de opening bij doorvoer door brandbaar materiaal af te dichten.
Daarom moet eerst een hittebestendige tussenplaat van voldoende grootte op de muur worden bevestigd. Vervolgens wordt de rozet op de tussenplaat gemonteerd. NL.
NederlandsINSTALLATIEHANDLEIDINGDe dakdoorvoer kan zowel in een schuin dak als in een platdak uitmonden. De dakdoorvoer kan geleverd worden met een plakplaat voor een plat dak dan wel met een universeel verstelbarepan voor een schuin dak. Let opSommige hittebestendige isolatiematerialen bevatten vluchtige componenten, die langdurig een onaangenamegeur verspreiden; deze zijn niet geschikt. Ga als volgt te werk bij het plaatsen van het concentrische systeem:ØBouw het systeem op vanaf (de aansluitstomp van) het toestel. ØSluit de concentrische pijpstukken en indien nodig de bocht(-en) aan. ØBreng op elke verbinding een klemband met siliconen afdichtring aan. ØZet de klemband met een parker vast aan de pijp op plaatsen die na installatie onbereikbaar zijn. ØBreng voldoende muurbeugels aan, zodat het gewicht van de pijpen niet op het toestel rust.
ØBevestig de geveldoorvoer vanaf de buitenzijde met vier schroeven. ØBepaal de resterende lengte voor de gevel- of dakdoorvoer en maak deze op maat, zorg dat de juiste insteeklengtebehouden blijft. ØPlaats de geveldoorvoer met de (ril/fels-) naad aan de bovenkant;. Let op- Plaats bij gebruik van de geveldoorvoer de muurdoorvoer met een afschot van 1 cm / meter naar buiten tervoorkoming van inwaterend regenwater. 5. 8. 4 Aansluiting bestaand schoorsteenkanaalU kunt het toestel op een bestaand kanaal aansluiten. In de schoorsteen wordt een flexibele RVS pijp geplaatst met bijpassende diameter aan de rookgasafvoerpijp, voorde afvoer van de verbrandingsgassen. De ruimte er omheen wordt als verbrandingsluchttoevoer gebruikt. Bij aansluiting op een bestaand schoorsteenkanaal gelden de volgende eisen:- alleen toegestaan met gebruik van de speciale DRU schoorsteenaansluitset.
Het installatievoorschrift wordtmeegeleverd;- de inwendige afmeting moet minimaal 150 x 150 mm zijn;- de verticale lengte bedraagt maximaal 12 meter;- de totale horizontale pijplengte mag een maximale lengte hebben welke u kunt terugvinden in de tabel inBijlage 2, Tabel 4;- het bestaande schoorsteenkanaal moet schoon zijn;- het bestaande schoorsteenkanaal moet dicht zijn. Voor het afstellen van het toestel gelden dezelfde voorwaarden/instructies als voor het concentrische systeemzoals hierboven is beschreven. NL.
NederlandsINSTALLATIEHANDLEIDING5. 9 Aanvullende instructiesHet inbouwframe van dit toestel is niet verstelbaar. ØBevestig het toestel aan de wand d. m. v. muurbeugels (B) (zie Bijlage 3, afb. 1). TipVoor dit toestel zijn er verlengpoten verkrijgbaar. 5. 9. 1 Toestel hangend plaatsen Dit toestel is geschikt om hangend aan een wand te plaatsen;ØBepaal de plaats en de hoogte van het toestel (zie bijlage 3, Afb. 1a en 1b)ØBevestig het wandbeugel (C) aan de wand met behulp van de meegeleverde keilbouten. Let opBevestig het toestel aan een verticale wand van solide, onbrandbaar en hittebestendig materiaal. Ø Gebruik de slotgaten van de wandbeugels om waterpas te stellen. Ø Draai 2 stelvoetjes met borgmoer onder uit het toestel en plaats deze achter in het toestel (A). Let opVoorkom dat het toestel op het gasregelblok rust.
ØPlaats het toestel in de wandbeugel, de muurbeugel (B) haakt in wandbeugel (C). ØGebruik de stelvoetjes (A) om het toestel verticaal waterpas te zetten, en borg deze met de moer. Let opVoor een juiste plaatsing van het gasregelblok en overige te plaatsen componenten adviseert DRU het los leverbarebedieningsluik (zie ook hoofdstuk 5. 4 t/m 5. 6). 5. 10. RuitenNa het plaatsen van de houtset kunnen de ruiten geplaatst worden zoals hieronder is beschreven. Let op- Voorkom beschadiging bij het verwijderen/plaatsen van de ruiten;- Gebruik de bijgeleverde dopsleutel voor het losdraaien/vastzetten van de parkers;- Vermijd/verwijder vingerafdrukken op de ruiten omdat deze inbranden. 5. 10. 1 Verwijderen voorruitVoor het verwijderen van de voorruit volgt u onderstaande aanwijzingen (zie Bijlage 3, afb. 5 t/m 8):ØDraai de parker van de staande sierstrip (A) en verwijder de sierstrip.
ØDraai de 3 parkers van de onderste ruitklem (C) uit het frame en verwijder de onderste ruitklem;. Let opHoud bij de volgende actie het glasraam vast om te voorkomen dat deze onbedoeld naar voren valt. ØDraai de 2 parkers boven uit het frame en verwijder de ruitklemstrip boven (D);ØPak de ruit aan beide zijkanten vast. ØKantel de ruit aan de bovenkant iets naar u toeØNeem de ruit uit. 5. 10. 2 Verwijderen zijrruitDe zijruiten moeten vervangen worden in geval van een scheur of breuk in de ruit. ØVerwijder de voorruit; zie paragraaf 5. 10. 1. ØVerwijder de parkers van de onderste en de achterste klemstrip met behulp van de bijgeleverdedopsleutel. Let opHoud bij de volgende actie de zijruit vast om te voorkomen dat deze onbedoeld naar voren valt. ØDraai de parker uit de bovernste ruitklemstrip en verwijder de bovenste glasstrip.
NederlandsINSTALLATIEHANDLEIDING5. 10. 3 Plaatsen ruitHet plaatsen van de ruit gaat in omgekeerde volgorde van het verwijderen zoals hierboven is beschreven. Let op- Vermijd/verwijder vingerafdrukken op de ruit omdat deze inbranden;- Draai de parkers niet te vast ter voorkoming van afbreken en/of doldraaien: vast=vast,- Plaats de ruit met het logo rechtsonder. Let opZorg dat de voorruit volledig aansluit op de zijruit (er mag geen opening ontstaan tussen de zijruit en de voorruit). Indien de voor- en zijruit niet op elkaar aansluiten;ØDraai de parkers in de klemstrippen van de zijruit enkele slagen los,ØSchuif de zijruit strak tegen de voorruit aan. Let opVoorkom dat er afdichtingsband tussen de voor en zijruit zit (waar de ruiten op elkaar aansluiten). ØDraai de parkers van de klemstippen vast. 5.
11 Afstellen toestelHet toestel dient zo afgesteld te worden dat het goed functioneert in combinatie met het toegepasteafvoersysteem. Daartoe wordt eventueel een restrictieschuif geplaatst en/of wordt de luchtinlaatgeleiderverwijderd. De voorwaarden voor toepassing met geveldoorvoer en dakdoorvoer staan vermeld in Bijlage 2,Tabellen 4, 5 en 6. Dit toestel is geschikt voor Powervent®. Voor meer informatie zie de installatiehandleiding van de Powervent®. 5. 11. 1 Restrictieschuif (R)De restrictieschuif (R) is los meegeleverd. Deze wordt als volgt geplaatst (zie Bijlage 3, afb. 9):ØDraai de 2 reeds geplaatste parkers (U) uit de verbrandingskamer. ØPlaats de restrictieschuif (R). Deze valt deels over het gat van de uitlaatpijp. ØDraai tegelijkertijd de 2 parkers (U) enkele slagen aan, maar nog niet helemaal vast;.
NederlandsINSTALLATIEHANDLEIDING5. 12 Plaatsen hout- of kiezelsetHet toestel wordt geleverd met een houtset of een kiezelset. Let opHoudt u zich strikt aan onderstaande instructies ter voorkoming van onveilige situaties:Øgebruik uitsluitend de meegeleverde hout- of kiezelset;Øplaats de hout- en kiezelset exact volgens de beschrijving;Ølaat de waakvlambrander en de ruimte eromheen vrij (zie Bijlage 3, afb. 11);Ølaat thermokoppel 2 en de ruimte er omheen vrij (zie Bijlage 3, afb. 12;ØLaat, in geval van een houtset, de luchtopeningen tussen de branderbak en de plaat rondom de brander geheelvrij;5. 12. 1 HoutsetDe houtset bestaat uit chips (zie Bijlage 3, afb. 13) en een aantal stammen. ØIdentificeer de stammen A t/m D aan de hand van Bijlage 3, afb. 14. TipMaak bij de identificatie gebruik van de brandvlekken op de stammen.
ØPlaats stam A achter de (hoofd)brander tegen de positiebeugel en verdeel de chips (zie Bijlage 3, afb. 15). ØPlaats stam B op de positiebeugel. Stam B raakt zowel de uitstekende rand van het kapje om de waakvlam als stamA (zie Bijlage 3, afb. 16);ØPlaats stam C, deze steunt op stam B. ØPlaats stam D op de positiebeugel. De punt van stam D raakt stam A (zie Bijlage 3, afb. 17);. Let opDe stammen mogen het branderdek niet helemaal afdekken, omdat- De hoofdbrander dan niet goed ontsteekt; dit kan tot onveilige situaties leiden. - Sneller vervuiling optreedt door roetvorming. - Het vlambeeld verstoord wordt. ØIndien van toepassing en gewenst verdeel het gloeimateriaal over de brander(s). Let opLeg het gloeimateriaal vast onder chips en/of de houtset. 5. 12. 2 KiezelsetDe kiezelset bestaat uit witte carrarastenen. ØVerwijder de 3 positiebeugels (P) door de parkers (O) eruit te draaien.
NederlandsINSTALLATIEHANDLEIDING6. Aansturing/bedieningHet toestel wordt geleverd met een draadloze afstandsbediening. Het regelen van de vlamhoogte, het ontstekenen het uitschakelen, gebeurt met behulp van een afstandsbediening die een ontvanger aanstuurt. In deGebruikershandleiding, hoofdstuk 4, Draadloze afstandsbediening, is de bediening van het toestel inclusief dewerking van de afstandsbediening beschreven. Let opOntsteek het toestel niet voordat het volledig gastechnisch en afvoertechnisch is geïnstalleerd, volg eerst deprocedure zoals beschreven in hoofdstuk 7. 3;Het aansluiten van de ontvanger wordt hieronder toegelicht. 6. 1 Aansluiten ontvangerUw toestel is uitgerust met een elektronische ontsteking via de afstandbediening. De ontvanger moet op het toestel worden aangesloten voordat de batterijen worden geplaatst. ØSluit de ontvanger aan volgens Bijlage 3, Afb. 38.
ØBuig de antenne (N) uit de clips en zet deze omhoog (Bijlage 3, Afb. 39). Tip- De stekkers hebben verschillende maten die corresponderen met de connectoren. - De grootte van het oog correspondeert met de grootte van de schroef;- De kleur van oog en schroef correspondeert eveneens. - Plaats de batterijen zoals hieronder beschreven in paragraaf 6. 1. 1;. Let op- Leg de ontstekingskabel niet over en/of langs metalen, stenen of betonnen delen: dit verzwakt de vonk. Zorgdat de kabel geheel vrijhangt. - Zorg, indien van toepassing, dat de draden van thermokoppel 2 vrij liggen van delen die warm worden. - Houd de ontstekingskabel minimaal 10 cm van de antenne verwijderd om te voorkomen dat de ontvangerbeschadigt. - Vermijd stofvorming op of in de ontvanger: dek deze af bij werkzaamheden.
- Plaats de ontvanger in de daarvoor bestemde houder onder het toestel of in het bedieningsluikje volgensBijlage 3, Afb. 39. - Indien u gebruik wilt maken van een adapter, garandeert alleen een door DRU geleverde adapter een goedewerking van de ontvanger. 6. 1.
1 Plaatsen / vervangen batterijen van ontvangerGa bij het plaatsen van de batterijen als volgt te werk:ØPak de ontvanger en schuif de deksel eraf. ØPlaats of verwijder de 4 penlite (type AA) batterijen. Let op- Let op de "+" en "-" polen van de batterijen en de ontvanger;- Gebruik alkalinebatterijen; oplaadbare batterijen zijn niet toegestaan. - Batterijen vallen onder "klein chemisch afval" en mogen dus niet bij het huisvuil. ØSchuif de deksel terug. ØPlaats de ontvanger terug. 6. 2 Instellen communicatiecodeVoordat het toestel in gebruik wordt genomen, moet een communicatiecode ingesteld worden tussen deafstandsbediening en de ontvanger. Als de ontvanger of de afstandsbediening wordt vervangen, moet een nieuwe code ingesteld worden. Ga als volgt te werk:ØPlaats indien nodig de batterijen in de batterijhouder van de ontvanger; zie paragraaf 6. 1. 1.
NederlandsINSTALLATIEHANDLEIDING6. 3 Alternatieve bedieningKachels, uitgevoerd met elektronische ontsteking met een radiografische afstandsbediening, kunnen op eenalternatief extern besturingssysteem (bv. Domotica) aangesloten worden. Hiervoor bestaan 4 aansluitpunten aande zijkant van de ontvanger (zie Bijlage 3, Afb. 44). Voor het aansluiten van een externe besturing is een“aansluitkabel Domotica voor Mertik GV60” nodig. Raadpleeg de service website van DRU. De volgende contacten zijn mogelijk:- Ontsteking: sluit beide contacten 1 + 3, één seconde (wanneer een 2de thermokoppel aanwezig is, moet dekachel voor minimaal 20 sec. op volstand branden voordat de gewenste stand kan worden gekozen). - Vlam (om)hoog: sluit contact 1 één keer kort per stap of houd 12 seconden in voor de hoogste stand.
- Vlam (om)laag tot en met uitschakelen (waakvlam blijft aan): sluit contact 3 één keer kort per stap of houd 12seconden in voor laagste stand (uitgeschakeld). - Toestel volledig uitschakelen (ook waakvlam): sluit alle drie de contacten 1 + 2 + 3, één seconde. De kachel zal altijd blijven reageren op de met de kachel meegeleverde radiografische afstandsbediening. Het extern besturingssysteem kan gebruik maken van één van de twee modussen van deze afstandsbediening:1. Manuele modeDeze mode van de afstandsbediening is passief en zal geen actie ondernemen mits deze wordt bediend. Het externe besturingssysteem kan de functies hoog-laagstand, ontsteken en uitschakelen regelen.
TipIndien het externe besturingssysteem beschikt over een intelligente klokfunctie en/of thermostaatfunctie, zou demet de kachel meegeleverde afstandsbediening de manuele mode moeten hebben om interruptie van dezefuncties te voorkomen. 2. Klok/thermostaat modeDeze mode van de afstandsbediening is actief en zal de klokfunctie en thermosstatische functie op zich nemen. Het externe besturingssysteem kan de functies hoog-laagstand, ontsteken en uitschakelen regelen.
Tip- Wanneer de haard is uitgezet (ook de waakvlam), handmatig of door één van de beveiligingen, is hetontsteken van de haard om veiligheidsredenen gedurende een periode van 3 minuten geblokkeerd. - Wanneer het niet meer mogelijk is de kachel met het externe besturingssysteem te bedienen, zet toestel uiten weer aan met de meegeleverde afstandsbediening. 7. EindcontroleTer controle van de goede en veilige werking van het toestel dient u de onderstaande controles uit te voeren vóóringebruikname. 7. 1 Gasdichtheid. Let opAlle aansluitingen dienen gasdicht te zijn. Controleer de aansluitingen op gasdichtheid. Het gasregelblok mag aan een druk van maximaal 50 mbar blootgesteld worden. 7. 2 Gasdruk/voordrukDe branderdruk is fabrieksmatig afgesteld; zie typeplaatje. Let opDe voordruk in huisinstallaties dient gecontroleerd te worden omdat deze onjuist kan zijn.
ØControleer de voordruk; zie Bijlage 3, Afb 41 voor de meetnippel op het gasregelblok. ØNeem contact op met het energiebedrijf als de voordruk niet juist is. NL.
NederlandsINSTALLATIEHANDLEIDING7. 3 Ontsteking waakvlam- en hoofdbranderZie voor het aansteken van de waakvlambrander en de hoofdbrander de Gebruikershandleiding, hoofdstuk 4,paragraaf 4. 2, Afstandsbediening. 7. 3. 1 Eerste keer ontsteken van het toestel na installatie of na werkzaamheden aan het toestel. Let opOntsteek het toestel de eerste keer na installatie, of nadat er werkzaamheden aan zijn verricht, zonder het glasraam. Ontlucht de gasleiding indien nodig.
Ga als volgt te werk;ØNeem, indien nodig, het glasraam weg;ØStart de ontstekingsprocedure volgens hoofdstuk 4 uit de gebruikershandleiding;ØIndien de waakvlam niet ontsteekt:- herhaal de ontstekingsprocedure totdat de waakvlambrander ontsteekt;- raadpleeg het storingszoekschema (Bijlage 1) als dit met enkele pogingen niet lukt;ØNa het ontsteken van de waakvlam zal, gedurende de ontstekingsprocedure, de hoofdbrander ontsteken;ØControleer of de hoofdbrander blijft branden;ØIndien de hoofdbrander niet blijft branden:- herhaal de ontstekingsprocedure totdat de hoofdbrander blijft branden;- raadpleeg het storingszoekschema (Bijlage 1) als dit met enkele pogingen niet lukt;ØSchakel het toestel uit;ØMonteer vervolgens het glasraam zoals beschreven in hoofdstuk 5. 10;ØHerhaal de ontstekingsprocedure enkele malen en voer de controles uit zoals beschreven in hoofdstuk 7. 3.
2;ØDe waakvlam moet vanaf nu vlot ontsteken. TipBij controle of de hoofdbrander blijft branden kan het zijn dat deze toch na 22 seconden uitschakelt. Dit wordt danveroorzaakt omdat het toestel is uitgerust met een tweede thermokoppel en het glasraam niet geplaatst is. U kuntdit beschouwen als zijnde dat de hoofdbrander blijft branden. Let op- Tijdens het ontstekingsproces is het niet toegestaan de regelknop B op het gasregelblok handmatig tebedienen. - Wacht altijd 5 min.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met DRU Global 60 Triple BF stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Haarden DRU
Handleiding Haarden
Nieuwste handleidingen voor Haarden