DRU 44 MF Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van DRU 44 MF (48 pagina’s), behorend tot de categorie Haarden. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 83 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over DRU 44 MF of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | DRU |
| Categorie: | Haarden |
| Model: | 44 MF |
Handleiding DRU 44 MF – volledige tekst
DRU 44MF 6 03. 27647. 000 Voorwoord Bij deze haard ontvangt u deze installatievoorschriften en gebruiksaanwijzing. U vindt er naast instructies voor het plaatsen en informatie over het gebruik, ook adviezen omtrent veiligheid en onderhoud. Lees dit boekje zorgvuldig, vooraleer met de plaatsing aan te vatten en het toestel in gebruik te nemen. Bewaar dit boekje, zodat een volgende gebruiker er zijn voordeel mee kan doen. 1. Inleiding Met de aankoop van een DRU heeft u een kwaliteitsproduct gekocht, een toestel dat symbool staat voor een nieuwe generatie energiezuinige en milieuvriendelijke verwarmingstoestellen, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van zowel convectiewarmte als stralingswarmte. Door toepassing van een revolutionair verbrandingsconcept levert een DRU verbluffende resultaten en voldoet aan de strenge milieu- en veiligheidsnormen.
Daarbij kunt u blijven genieten van een mooi vlammenspel. De toestellen worden geproduceerd volgens ISO 9002 en met de modernste productiemiddelen. Mocht er onverhoopt toch iets aan uw toestel mankeren, dan kunt u altijd een beroep doen op de DRU service. Dit toestel is ontworpen om te worden geplaatst in een woonruimte en hermetisch aangesloten aan een rookgasafvoerkanaal (schoorsteen). Een vakkundige plaatsing, een goedwerkende schoorsteen en een afdoende verluchting zijn een waarborg voor een langdurige en feilloze werking van Uw toestel. Laat u bij plaatsing en aansluiting adviseren of helpen door een vakman. 2. Veiligheid Het toestel is ontworpen voor verwarmingsdoeleinden. Dit houdt in dat alle oppervlaktes, inclusief het glas, zeer heet kunnen worden (> 100° C).
Plaats geen gordijnen, kleren, wasgoed, meubels of andere brandbare materialen bovenop of in de nabijheid van het toestel. Het is raadzaam, na installatie van de haard, deze enige uren op de hoogste stand te stoken en daarbij tevens goed te ventileren, zodat de hittebestendige lak de kans heeft om uit te harden.
Dit kan gepaard gaan met enige rookontwikkeling, doch deze verdwijnt vanzelf na enige tijd. Regelmatige reiniging en onderhoud van toestel en schoorsteen is noodzakelijk voor een langdurige en veilige werking van uw installatie. Volg hiervoor nauwgezet de instructies in het betreffende hoofdstuk. Bij schoorsteenbrand zet je de luchtschuiven van het toestel onmiddellijk dicht, verlucht de kamer en bel de brandweer.
DRU 44MF 7 03. 27647. 000 Gebroken of gebarsten glas moet worden vervangen alvorens het toestel opnieuw in gebruik te nemen. Het toestel is specifiek ontworpen om bepaalde soorten brandstoffen te gebruiken. In de technische specificaties in bijlage vindt U hiervan de detail. Het is absoluut verboden andere dan deze brandstoffen te gebruiken. Uw toestel kan hierdoor sneller beschadigd worden. Het is bovendien schadelijk voor het milieu. 3. Installatievoorschrift 3. 1. Vooraf De kachel moet hermetisch worden aangesloten op een goed werkende schoorsteen, voldoende afgeschermd zijn van brandbare materialen (vloer en wanden), in een ruimte met voldoende verluchting. Informeer naar nationale of plaatselijke normen en voorschriften terzake. Uw verdeler kan u hierin adviseren. Raadpleeg eventueel ook brandweer en/of verzekeringsmaatschappij naar specifieke voorschriften of vereisten.
Neem ook kennis van de technische specificaties in bijlage van deze handleiding alvorens met de installatie aan te vatten. 3. 1. 1. De schoorsteen De schoorsteen (het rookkanaal) heeft een dubbele functie: Het aanzuigen van de lucht vanuit de kamer, nodig voor de verbranding van de brandstof in de kachel of open haard. Het afvoeren van de verbrandingsgassen door thermische en natuurlijke trek. De thermische trek ontstaat door het warmteverschil tussen de lucht in en buiten het rookkanaal. De opgewarmde lucht in het rookkanaal is lichter dan de koudere lucht buiten het kanaal en stijgt daarom omhoog, samen met de verbrandingsgassen. Natuurlijke trek wordt veroorzaakt door omgevingsfactoren o. a. de wind. Het is verboden om meerdere toestellen op een enkele schoorsteen aan te sluiten (bv. de centrale verwarmingsketel), tenzij lokale of nationale reglementeringen hierin voorzien.
De schoorsteen voldoet best aan de volgende voorwaarden: Het rookkanaal moet gemaakt zijn van vuurvast materiaal. Elementen van keramiek of roestvrij staal verdienen aanbeveling. De schoorsteen moet luchtdicht en goed gereinigd zijn, en een voldoende trek garanderen (een trek of onderdruk van 15 tot 20 Pa tijdens normaalbelasting is ideaal).
DRU 44MF 8 03. 27647. 000 Hij moet zo verticaal mogelijk lopen, vertrekkend van de uitgang van het toestel. Richtingsveranderingen en horizontale stukken zijn afgeraden, wegens verstoring van de rookgasafvoer en mogelijke ophoping van roet (verstopping. ). De binnenmaten van de schoorsteen mogen niet te groot zijn om de rookgassen niet te sterk te laten afkoelen. Voor aanbevolen schoorsteendiameter, zie technische specificatie in bijlage. Indien het rookkanaal behoorlijk geïsoleerd is, kan de diameter eventueel groter zijn. De sectie van het rookkanaal moet vooral constant zijn. Verbredingen, en vooral vernauwingen, verstoren de vlotte rookgasafvoer en worden best vermeden. Hetzelfde geldt voor een dekplaat of afvoerkap bovenop de schoorsteen.
Let er op dat hierdoor de uitmondingsectie niet vernauwt, en dat de kap zodanig ontworpen is dat, bij wind, de afvoer van de rookgassen niet belemmerd, maar bevorderd wordt. Vooral als het rookkanaal door onverwarmde ruimten loopt of buitenwanden heeft, is bijkomende isolatie belangrijk. Metalen schoorstenen, of schoorsteengedeelten buiten de woning, moeten steeds worden uitgevoerd in dubbelwandig geïsoleerde buizen. Het buitendaks gedeelte van de schoorsteen moet steeds geïsoleerd zijn. De schoorsteen dient voldoende hoog te zijn (minimum 4 meter), en uitmonden in een zone die niet verstoord wordt door omliggende gebouwen, nabijstaande bomen of andere hindernissen. Als vuistregel geldt: 60 cm boven de nok van het dak. Indien de nok meer dan 3 meter verwijderd is van de schoorsteen, zie dan de afmetingen aangegeven in figuur hieronder.
Afhankelijk van eventueel nabijgelegen gebouwen en/of bomen, moet de schoorsteen hoger zijn. 3. 1. 2. Ventilatie van het lokaal Verbranding van hout, kolen of gas verbruikt zuurstof. Het is dus van groot belang dat de ruimte waar het toestel geïnstalleerd wordt, voldoende verlucht of geventileerd wordt.
DRU 44MF 9 03. 27647. 000 Plaats desnoods in de kamer een verluchtingsrooster die toevoer van verse lucht garandeert. Deze voorziening is zeker nodig bij goed geïsoleerde ruimtes, wanneer er mechanische ventilatie aanwezig is. Let ook op andere luchtverbruikers die in dezelfde ruimte of in de woning aanwezig zijn, zoals een ander verwarmingstoestel, een dampkap, een droogkast of een badkamerventilator. Gebruik deze toestellen niet als de haard brandt, of zorg voor een extra luchttoevoer in functie van deze toestellen. 3. 1. 3. Vloer, wanden Voorzie voldoende afstand tussen het toestel en brandbare materialen zoals houten wanden en meubels. Voor vrijstaande toestellen dient deze afstand minimaal 40 cm te bedragen. De vloer moet voldoende draagkrachtig zijn. Een brandbare vloer moet voldoende beschermd worden tegen warmteuitstraling door middel van een onbrandbare beschermplaat.
Een vloerkleed moet minimaal 80cm van het vuur verwijderd zijn. Voor verdere specifieke richtlijnen, zie technische specificatie in bijlage. 3. 2. Voorbereidende werkzaamheden Controleer het toestel onmiddellijk bij ontvangst op transportschade en/of zichtbare schade en breng desgevallend de leverancier op de hoogte. Stel het toestel intussen niet in werking. Teneinde beschadiging van het toestel te vermijden bij plaatsing, en om het toestel gemakkelijker te kunnen manipuleren, is het aangeraden vooraf eerst alle niet-vaste onderdelen uit de kachel te verwijderen (vuurvaste stenen, aslade, stookrooster). Let bij het uithalen van deze stukken op hun positie, zodat u ze achteraf op de juiste manier weer in het toestel kan plaatsen. Met het toestel worden de volgende accessoires meegeleverd: Een stel poten Een aansluitkraag met bevestigingsbeugels Een “koude hand” voor de deur.
Een “koude hand” voor het uitnemen van de aslade. Een trekschepje voor de assen 3. 2. 1. Montage van de poten Kantel de kachel achterover op de rugzijde en monteer nu de 4 poten op de kachel.
Gebruik de sluitringen en moeren (M8), die reeds gemonteerd zijn op de bodemplaat. 3. 2. 2. Rookgasuitgang Uw toestel laat de volgende aansluitingen toe: topaansluiting en achteraansluiting. Afhankelijk van de verkozen aansluiting, kan een van de twee openingen worden afgesloten met het meegeleverde afsluitdeksel, en de andere worden voorzien van de meegeleverde aansluitkraag. Gebruik hiervoor de meegeleverde bevestigingsmaterialen.
DRU 44MF 10 03.27647.000 en zorg voor een goede afdichting van aansluitkraag en deksel op het toestel door middel van de bijgeleverde kit of paste. 3.2.3. Montage van de “koude hand” Zie figuur voor montage. 3.2.4. Montage van de knop van de schudstang. De knop kan eenvoudig op de schudstang gedraaid worden. 3.3. Afwerking Wanneer het toestel op de juiste plaats staat, en hermetisch op de schoorsteen is aangesloten, worden alle losse delen terug in het toestel geplaatst. Uw toestel is nu gebruiksklaar. Let op: laat het toestel NOOIT branden zonder binnenplaten of vuurvaste stenen. 3.4. Verpakkingsmaterialen De verpakkingsmaterialen moeten op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen worden afgevoerd.
DRU 44MF 11 03. 27647. 000 4. Gebruiksaanwijzing 4. 1. Brandstof Dit toestel is uitsluitend geschikt voor het stoken van hout, bruinkoolbriketten en kolen. Alle andere brandstoffen zijn verboden. Het gebruik ervan kan leiden tot ernstige schade aan Uw toestel. Stook ook geen behandeld hout, zoals sloophout, geverfd hout, geïmpregneerd hout of verduurzaamd hout, multiplex of spaanplaat. Het stoken ervan, evenals van kunststof, oud papier en huishoudelijk afval is sterk vervuilend voor het toestel, de schoorsteen en het milieu. Een schoorsteenbrand kan hiervan het gevolg zijn. Hout Gebruik bij voorkeur hard hout. Eik, berk en fruitbomenhout zijn zeer goede houtsoorten om te stoken. Het hout moet minstens 2 jaar goed gedroogd zijn op een overdekte en goed verluchte plaats. Reeds gekloven hout droogt beter. Het maximale vochtpercentage voor droog hout is 20%.
Nat hout is als brandstof niet bruikbaar, u heeft er geen warmte van, alle energie gaat verloren in het verdampen van het vocht, er komen slechtruikende gassen vrij en er is veel roetaanslag op de ruit van de deur en in de schoorsteen. Bruinkoolbriketten Bruinkoolbriketten branden op ongeveer dezelfde manier als hout. Zorg ervoor dat vooraleer U briketten gaat stoken, er een goed houtskoolbed in de kachel aanwezig is. Kolen Antracietkolen bestaan er in verschillende categorieën. Sommige kenmerken kunnen bij wet bepaald zijn. Zo moet antraciet “A” minder dan 10% vluchtige bestanddelen bevatten, antraciet “B” minder dan 12%. Het asgehalte kan variëren van 3 tot 13%. Voor een goede werking van Uw toestel wordt het gebruik van antraciet “A” met een laag asgehalte aanbevolen.
Brandstof met een hoog asgehalte heeft immers een lagere stookwaarde, er moet vaker ontast worden, en het vuur dooft sneller. Het aanbevolen kaliber is 12/22 of 20/30. 4. 2.
Aanmaken Om voldoende trek te creëren in de schoorsteen en om alzo geen rook in de kamer te bekomen, moet de schoorsteen voor het aanmaken van de haard eerst voldoende opgewarmd worden. Bij een koude schoorsteen kan men best een “lokvuur” maken, door bv. een prop (kranten-) papier boven de vlamplaat aan te steken. Het toestel wordt aangemaakt met (kranten)papier en/of aanmaakblokjes en kleine stukjes hout. 1 : primaire lucht 2 : secundaire lucht ○ = open ● = gesloten 1 2 09-20015-097.
DRU 44MF 12 03. 27647. 000 Losse stapeling Compacte stapeling Zet de deur op een kier en de luchtschuiven geheel open. Zie figuur hiernaast voor de werking van de luchtschuiven. Het is belangrijk dat het aanmaakvuur hevig doorbrandt. Daarna kunnen er dikkere stukjes hout op en kan de deur gesloten worden. Is het vuur voldoende gestabiliseerd en is er voldoende gloed dan kunnen hout of bruinkoolbriketten worden opgelegd. 4. 3. Stoken met hout De beste regeling van de vuurhaard bekomt men door de aanmaakluchtschuif onderaan volledig te sluiten en de luchttoevoer volledig te regelen met de bovenste luchtschuif. Indien deze regeling onvoldoende blijkt, of om het vuur aan te wakkeren, kan tijdelijk de onderste luchtschuif gedeeltelijk geopend worden voor extra luchttoevoer. Zorg dat de deur van de kachel steeds goed gesloten is. Stook nooit met open deur. Vul tijdig brandstof bij.
Vul nooit teveel ineens. Best is de vuurhaard tot maximaal een derde te vullen en regelmatig bij te vullen. Open de vuldeur steeds langzaam en open ze steeds voor een zo kort mogelijke tijd. Vooraleer wordt bijgevuld, zorg ervoor dat het houtskoolbed gelijkmatig over de stookvloer verdeeld wordt, en ga na dat er net achter het vuurrooster voldoende gloed is zodat de vulling onmiddellijk vuur vat. Open desnoods de aanmaakluchtschuif onderaan voor een tijdje. Wanneer het hout los gestapeld wordt, zal het zeer vlug verbranden omdat de zuurstof elk stuk hout gemakkelijk kan bereiken. Deze stapeling gebruikt men wanneer men kort wil stoken. Wanneer het hout compacter gestapeld wordt, zal het langzamer verbranden aangezien de lucht slechts bepaalde stukken hout kan bereiken. Het hout wordt best op deze manier gestapeld wanneer men voor een langere tijd wil stoken.
Als deze stoffen zich teveel afzetten in de schoorsteen, kan er bij een plotse hoge temperatuur een schoorsteenbrand ontstaan. Daarom is het noodzakelijk regelmatig het toestel flink door te stoken, zodat geringe afzettingen van teer en creosoot onmiddellijk verdwijnen. Bij een te lage stand gaat er zich ook teer afzetten op de ruit en de deuren. Het is beter, bij milde buitentemperatuur, de kachel slechts enkele uren per dag intens te laten branden. 4. 4. Stoken met kolen VOOR HET STOKEN VAN KOLEN WORDT DE LUCHTSCHUIF BOVENAAN STEEDS GESLOTEN GEHOUDEN. Is het vuur voldoende gestabiliseerd en is er voldoende gloed dan kan een eerste schep kolen op het vuur. Eens de kolen vuur gevat hebben, vervolledigt u de vulling. Let erop dat u het vuur niet dooft door er in een keer te veel kolen op te doen. Regel na een tijdje doorbranden de stand van de luchtschuif onderaan de deur.
DRU 44MF 13 03.27647.000 de luchtschuif onderaan volledig open. Gebruik nu het schudrooster of het meegeleverde trekschepje en schud tot er gloeiende deeltjes in de aslade vallen en vul daarna de kolen bij. Zet na enkele minuten de luchtschuif weer in de gewenste stand. Doe er maximaal zoveel kolen bij tot u nog juist de gloed kunt zien van de vorige vulling. Als de vuurkorf of de gietijzeren lamellen rood gloeiend staan, bent u te hard aan het stoken. 4.5. Stoken op laag regime (voor toestellen geschikt voor continu gebruik) Om het toestel als een “continu vuur” te gebruiken, kan men de primaire en secundaire luchtinlaten zo kiezen tot je de juiste brandstenheid bekomt. Zorg er steeds voor dat er voldoende gloed op de stookbodem aanwezig is. 4.6. Ontassen Onderaan de vuurhaard is het toestel voorzien van een stook- of schudrooster doorheen dewelke de assen in de asbak belanden.
Door heen en weer bewegen van de schudstang en/of gebruik van het trekschepje kunnen de assen verwijderd worden. Met de bijgeleverde “koude” hand kan de asbak uit het toestel genomen worden (zie figuur). Van hout hebt u relatief weinig assen en is het niet nodig uw toestel elke keer te ontassen, het stoken van hout in een asbed geeft overigens een betere verbranding. Bij kolenstook moet regelmatig ontast worden en de aslade tijdig geledigd worden. De assen mogen de onderzijde van het stookrooster NOOIT raken 4.7. Doven Vul geen brandstof bij en laat de kachel gewoon uitgaan. Als een vuur getemperd wordt door de luchttoevoer te verminderen, komen veel schadelijke stoffen vrij. Het vuur moet daarom vanzelf uitbranden en mag pas verlaten worden als het goed gedoofd is. 4.8. Weersomstandigheden Waarschuwing!
Bij nevel en dichte mist wordt de afvoer van de rookgassen door de schoorsteen sterk bemoeilijkt, en kunnen rookgassen neerslaan en stankoverlast geven. Indien het niet echt nodig is, kunt u beter onder deze weersomstandigheden niet stoken.
DRU 44MF 14 03.27647.000 5. Onderhoud Het vraagt weinig moeite om uw toestel in goede staat te houden. Controleer regelmatig of het dichtingkoord van de deuren nog goed afsluit. Het toestel wordt aan de buitenzijde zuiver gemaakt met een vochtig zeemvel, als het voldoende koud is. Poets het toestel nooit wanneer het nog warm is. Kleine verfbeschadigingen kunnen bijgewerkt worden met een spuitbus. Uw verdeler kan U de gepaste spuitbus bezorgen. Bij het eerste gebruik na het spuiten kan Uw toestel nog wat geur afgeven. Dit verdwijnt echter snel. Kleine emailbeschadigingen worden hersteld met een reparatiekit van de gewenste kleur, beschikbaar bij Uw verdeler. Het glas wordt gereinigd met in de handel verkrijgbare glasreinigingsproducten (bv. producten voor keramische kookplaten). Uw installateur kan U ook aangepaste producten bezorgen. Gebruik echter nooit schurende of bijtende producten.
Een eventueel slecht lopende luchtschuif kan worden geregeld met de twee schroeven in de frontplaat boven de luchtopeningen (zie figuur). Aan het eind van het stookseizoen sluit u de schoorsteen af met een prop krantenpapier. U kunt nu de kachel inwendig goed schoon maken. Vernieuw indien nodig de koordafdichtingen en kit eventuele lekkages dicht. Verwijder eventueel ook de vlamplaat bovenaan in de vuurhaard voor een grondige reiniging. Vooraleer het stookseizoen aan te vangen, laat U eerst de schoorsteen door een erkend vakman vegen. Ook tijdens het stookseizoen is het nuttig de schoorsteen op roet te controleren. Controle en onderhoud van de schoorsteen is een wettelijke verplichting. Wanneer bovenstaande punten in acht genomen worden, zult U in volle tevredenheid kunnen genieten van uw kachel.
DRU 44MF 15 03.27647.000 6. Garantie De garantie op uw DRU houtkachel wordt u verleend door uw leverancier. In geval van klachten dient u altijd met hem contact op te nemen. Uw leverancier zal DRU inschakelen als hij dit nodig acht. De fabrieksgarantie is 7 jaar en gaat in op de datum van aankoop, met de volgende uitzonderingen met betrekking tot de garantietermijn: 2 jaar op bewegende delen, zoals: scharnieren kleppen deursluiting 2 jaar op het email 6 maanden op slijtagedelen. Dit betreft delen die direct aan het vuur zijn Blootgesteld, zoals: vuurvaste stenen of de wand of bodem van de verbrandingskamer remplaat, e.d. glas afdichtingen De fabrieksgarantie betreft de gratis levering van een vervangend onderdeel.
De garantie komt te vervallen in geval van: gebruik van ongeschikte brandstof oververhitting van het toestel het niet opvolgen van de installatievoorschriften of wettelijke vereisten het niet opvolgen van de gebruiksinstructies gebrek aan onderhoud vervuiling van het glas door thermische belasting
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met DRU 44 MF stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Haarden DRU
Handleiding Haarden
Nieuwste handleidingen voor Haarden