Dovre 2100R Handleiding

Dovre Haarden 2100R

Bekijk gratis de handleiding van Dovre 2100R (60 pagina’s), behorend tot de categorie Haarden. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Dovre 2100R of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/60
2100 03.27855.100 1
INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN EN GEBRUIKSAANWIJZING
INSTALLATION ET MODE D’EMPLOI
INSTALLATION INSTRUCTIONS AND OPERATING MANUAL
EINBAUANLEITUNG UND GEBRAUCHSANWEISUNG
INBOUWHAARD / FOYER
FIREPLACE / KAMINEINSATZ
2100- serie

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Dovre
Categorie: Haarden
Model: 2100R

Handleiding Dovre 2100R – volledige tekst

2100 03. 27855. 100 4 Voorwoord Bij deze haard ontvangt u deze installatievoorschriften en gebruiksaanwijzing. U vindt er naast instructies voor het plaatsen en informatie over het gebruik, ook ad-viezen omtrent veiligheid en onderhoud. Lees dit boekje zorgvuldig, vooraleer met de plaatsing aan te vatten en het toestel in gebruik te nemen. Bewaar dit boekje, zodat een volgende gebruiker er zijn voordeel mee kan doen. 1. InleidingMet de aankoop van een DOVRE toestel heeft u een kwaliteitsproduct gekocht, een toestel dat symbool staat voor een nieuwe generatie energiezuinige en milieuvrien-delijke verwarmingstoestellen, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van zowel convectiewarmte als stralingswarmte. De toestellen worden geproduceerd volgens ISO 9002 en met de modernste produc-tiemiddelen.

Mocht er onverhoopt toch iets aan uw toestel mankeren, dan kunt u altijd een be-roep doen op de DOVRE service. Dit toestel is ontworpen om te worden geplaatst in een woonruimte en moet herme-tisch worden aangesloten aan een rookgasafvoerkanaal (schoorsteen). Een vakkundige plaatsing, een goedwerkende schoorsteen en een afdoende verluch-ting zijn een waarborg voor een langdurige en feilloze werking van Uw toestel. Laat u bij plaatsing en aansluiting adviseren of helpen door een vakman. De fabri-kant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor problemen veroorzaakt door een slechte plaatsing. 2. VeiligheidDe haard wordt best geplaatst, in bedrijf gesteld en gecontroleerd door een bevoegd installateur, die tevens op de hoogte is van de nationaal en lokaal geldende voor-schriften terzake. Het toestel is ontworpen voor verwarmingsdoeleinden.

Dit houdt in dat alle opper-vlaktes, inclusief het glas, zeer heet kunnen worden (> 100°C). Plaats geen gordijnen, kleren, wasgoed, meubels of andere brandbare materialen bovenop of in de nabijheid van het toestel.

Het is raadzaam, na installatie van de haard, deze enige uren op de hoogste stand te stoken en daarbij tevens goed te ventileren, zodat de hittebestendige lak de kans heeft om uit te harden. Dit kan gepaard gaan met enige rookontwikkeling, doch deze verdwijnt vanzelf na enige tijd. Regelmatige reiniging en onderhoud van toestel en schoorsteen zijn noodzakelijk voor een langdurige en veilige werking van uw installatie. Volg hiervoor nauwgezet de instructies in het betreffende hoofdstuk. Bij schoorsteenbrand zet je de luchtschuiven van het toestel onmiddellijk dicht ver-lucht de kamer en bel de brandweer. Gebroken of gebarsten glas moet worden vervangen alvorens het toestel opnieuw in gebruik te nemen. Het toestel is specifiek ontworpen om bepaalde soorten brandstoffen te gebruiken. In de technische specificaties in bijlage vindt U hiervan de detail.

Het is absoluut verboden andere dan deze brandstoffen te gebruiken. Uw toestel kan hierdoor snel-ler beschadigd worden. Het is bovendien schadelijk voor het milieu.

2100 03. 27855. 100 5 3. Installatievoorschrift 3. 1. Vooraf De haard moet hermetisch dicht worden aangesloten op een goed werkende schoor-steen, voldoende afgeschermd zijn van brandbare materialen (vloer en wanden), in een ruimte met voldoende verluchting. Informeer naar nationale of plaatselijke normen en voorschriften terzake. Uw verde-ler kan u hierin adviseren. Raadpleeg eventueel ook brandweer en/of verzekeringsmaatschappij naar specifieke voorschriften of vereisten. Neem ook kennis van de technische specificaties in bijlage van deze handleiding alvorens met de installatie aan te vatten. 3. 1. 1. De schoorsteen De schoorsteen (het rookkanaal) heeft een dubbele functie :  Het aanzuigen van de lucht vanuit de kamer, nodig voor de verbranding van de brandstof in de kachel of open haard.  Het afvoeren van de verbrandingsgassen door thermische en natuurlijke trek.

De thermische trek ontstaat door het warmteverschil tussen de lucht in en buiten het rookkanaal. De opgewarmde lucht in het rookkanaal is lichter dan de koude-re lucht buiten het kanaal en stijgt daarom omhoog, samen met de verbran-dingsgassen. Natuurlijke trek wordt veroorzaakt door omgevingsfactoren o. a. de wind. Het is verboden om meerdere toestellen op een enkele schoorsteen aan te sluiten (bv. de centrale verwarmingsketel), tenzij lokale of nationale reglementeringen hier-in voorzien. Ga na welke schoorsteen nodig is voor het gekozen toestel, en of de bestaande schoorsteen geschikt is. Laat u hierbij adviseren door een specialist. De schoorsteen voldoet best aan de volgende voorwaarden :  Het rookkanaal moet gemaakt zijn van vuurvast materiaal. Elementen van kera-miek of roestvrij staal verdienen aanbeveling.

 De schoorsteen moet luchtdicht en goed gereinigd zijn, en een voldoende trek garanderen (een trek of onderdruk van 15 tot 20 Pa tijdens normaalbelasting is ideaal).  Hij moet zo verticaal mogelijk lopen, vertrekkend van de uitgang van het toestel.

Richtingsveranderingen en horizontale stukken zijn af te raden, wegens versto-ring van de rookgasafvoer en mogelijke ophoping van roet (verstopping. ).  De binnenmaten van de schoorsteen mogen niet te groot zijn om de rookgassen niet te sterk te laten afkoelen. Voor aanbevolen schoorsteendiameter, zie techni-sche specificatie in bijlage. Indien het rookkanaal behoorlijk geïsoleerd is, kan de diameter eventueel groter zijn.  De sectie van het rookkanaal moet vooral constant zijn. Verbredingen, en vooral vernauwingen, verstoren de vlotte rookgasafvoer en worden best vermeden. Hetzelfde geldt voor een dekplaat of afvoerkap bovenop de schoorsteen. Let.

2100 03. 27855. 100 6 erop dat hierdoor de uitmondingsectie niet vernauwt, en dat de kap zodanig ontworpen is, dat bij wind, de afvoer van de rookgassen niet belemmerd, maar bevorderd wordt.  Vooral als het rookkanaal door onverwarmde ruimten loopt of buitenwanden heeft, is bijkomende isolatie belangrijk. Metalen schoorstenen, of schoorsteen-gedeelten buiten de woning, moeten steeds worden uitgevoerd in dubbelwandig geïsoleerde buizen. Het buitendaks gedeelte van de schoorsteen moet steeds geïsoleerd zijn.  De schoorsteen dient voldoende hoog te zijn (minimum 4 meter), en uitmonden in een zone die niet verstoord wordt door omliggende gebouwen, nabijstaande bomen of andere hindernissen. Als vuistregel geldt: 60 cm boven de nok van het dak. Indien de nok meer dan 3 meter verwijderd is van de schoorsteen, zie dan de afmetingen aangegeven in figuur hieronder.

Afhankelijk van eventueel nabij-gelegen gebouwen en / of bomen, moet de schoorsteen hoger zijn. 3. 1. 2. Ventilatie van het lokaal Verbranding van hout, kolen of gas verbruikt zuurstof. Het is dus van groot belang dat de ruimte waar het toestel geïnstalleerd wordt, voldoende verlucht of geventi-leerd wordt. Bij een onvoldoende verluchting kan de verbranding verstoord worden, en kan de feilloze afvoer van de rookgassen door de schoorsteen niet meer gegarandeerd wor-den, met mogelijk rookuitwasemingen in de woonkamer tot gevolg. Vooral bij een open haard zal samen met de rookgassen, veel omgevingslucht door de schoorsteen naar buiten gezogen worden, en is voldoende verluchting of ventilatie uitermate belangrijk. Plaats desnoods in de kamer een verluchtingsrooster die toevoer van verse lucht garandeert.

Zowel het materiaal (gietijzer) als de vormge-ving (verhoogd stralingsoppervlak door ribben) bevorderen de warmteoverdracht van de haard naar de omgevingslucht. Doordat de lucht opgewarmd wordt, stijgt deze en ontstaat er een natuurlijke warme luchtstroom, de zgn. convectielucht. De-ze warme lucht kan naar keuze zowel in de kamer zelf uitmonden als naar een ande-re ruimte geleid worden. Om de convectielucht optimaal op te warmen en te geleiden is het noodzakelijk dat de luchtstroom niet gehinderd wordt. Het is dus van belang dat er voldoende ruimte min 1 m hoogste punt van het dak binnen een afstand van 3 m. 3 m min 0. 5 m.

2100 03.27855.100 7 tussen de haard zelf en de bekledingsmaterialen gelaten wordt, en dat er voldoende grote inlaat- en uitlaatopeningen voorzien worden voor de convectieluchtstroom. De convectielucht kan zowel vanuit de kamer als van buiten de kamer (andere kamer, kelder, rechtstreeks buiten) onderaan de haard aange-bracht worden. Indien de convectielucht (rechtstreeks of onrechtstreeks) van buiten wordt aangebracht, kan dit tevens dienst doen als aanvoer van verse lucht voor de verbranding. Zorg alleszins voor een goede luchthuishouding en verzeker u ervan dat er zeker voldoende ex-tra lucht in het lokaal gebracht wordt. Let ook op andere luchtverbruikers die in dezelf-de ruimte of in de woning aanwezig zijn, zoals een ander verwarmingstoestel, een dampkap, een droogkast of een badkamerventilator.

Ge-bruik deze toestellen niet als de haard brandt, of zorg voor een extra luchttoevoer in functie van deze toestellen. 3.1.3. Vloer, wanden Brandbaar materiaal moet voldoende beschermd worden. In de vloer onder de haard en in de wanden rond de haard mogen geen elektrische leidingen aanwezig zijn. De vloer moet voldoende draagkrachtig zijn. Onder het toestel Onder het toestel moet alle brandbaar materiaal verwijderd worden, of speciaal be-schermd met min. 6 cm betonplaat en 10 cm isolatie. Vloer rond het toestel Een vloer uit brandbaar materiaal rond het toestel moet afdoende beschermd wor-den in de volgende zone: Naar voor : hoogte van de onderkant haard plus 30 cm, doch minimaal 60 cm. Opzij : hoogte van de onderkant haard plus 20 cm, doch minimaal 40 cm. Wanden, plafond V > H + 30 > 60 S > H + 20 > 40

2100 03.27855.100 8 3.2. Voorbereidende werkzaamheden Controleer het toestel onmiddellijk bij ontvangst op transportschade en/of zichtbare schade en breng desgevallend de leverancier op de hoogte. Stel het toestel intussen niet in werking. Teneinde beschadiging van het toestel te vermijden bij plaatsing, en om het toestel gemakkelijker te kunnen manipuleren, kan het nuttig zijn vooraf eerst een deel of alle niet-vaste onderdelen uit de haard te verwijderen (vuurvaste stenen, vlamplaat, enz.). Let bij het uithalen van de onderdelen op hun positie, zodat u ze achteraf op de juiste manier opnieuw in het toestel kan plaatsen. Met het toestel worden de volgende losse onderdelen meegeleverd :  Een aansluitkraag met bevestigingsmateriaal  Een “koude hand” voor het openen van de deur  Een “koude hand” voor het uitnemen van de aslade.

Brandbare wanden achter, naast of boven de haard moeten beschermd worden met min. 10 cm stenen wand en 10 cm isolatie. Niet-brandbare materialen worden best geïsoleerd met minstens 6 cm isolatie. 3.1.4. Brandbaar materiaal rondom de haard In het stralingsbereik van de haard Houd minstens 80 cm afstand tussen de vuuropening van de haard en brandbaar materiaal. Deze afstand kan tot 40 cm gereduceerd worden indien het brandbaar materiaal voldoende afgeschermd wordt en goed verlucht. Buiten het stralingsbereik van de haard Houd minstens 5 cm afstand tussen de ombouw van de haard en brandbaar materi-aal. Plaatsen van brandbare materialen die slechts met een klein vlak tegen de om-bouw komen (bv. wandbekleding) is toegestaan indien de ombouw van de haard voldoende geïsoleerd is. Een houten sierbalk mag niet binnen de straling van het vuur geplaatst worden.

Buiten de straling moet steeds 1 cm rondom verluchting aangebracht worden om warmteop-bouw te vermijden. (zie figuur). Rondom de convectie-uitlaatopeningen mag binnen een afstand van 50 cm geen brandbaar materiaal aanwezig zijn. min 1 cm min 1 cm

2100 03. 27855. 100 9 3. 2. 1 Montage van de aansluitkraag Monteer de aansluitkraag op de rookvang met de bijgele-verde bouten en moeren. Zorg voor een goede afdichting van de aansluitkraag door middel van de bijgevoegde kit. 3. 2. 2. Montage van de vlamplaat Uw haard is uitgerust met een vlamp-laat, die als functie heeft het verleis van warmte door de schouw te beper-ken. Monteer de vlamplaat door deze schuin naar boven gericht in de haard te plaatsen. De vlamplaat rust op twee nokken aan de zijkant en op de richel achter de luchtgeleider 3. 2. 3 Montage van de handgreep Type veer: De veer wordt op de grendel gedraaid. Type houten handvat: De schroef M8x50 wordt samen met de sluitring in het houten handvat gebracht en dan aan het verloopstuk geschroefd. 3. 2. 4 Aanpassing van de draairichting van de deur De deur van Uw haard kan zowel links als rechts draaiend geopend worden.

Kijk wat voor U de gemakkelijkste draairichting is en wijzig indien nodig de draairichting als volgt: Schroef de hendel van de deur. Schroef de sluitnok van de deur uit de stijl. Trek de scharnierpennen uit het scharnier, ondersteun de deur. Neem de sluitringen van de scharniernok en plaats deze aan de andere zijde, Positioneer de deur boven de scharniernokken en plaats vervol-gens de scharnierpennen Schroef de grendel aan de andere zijde van de deur, Schroef de sluitnok aan de andere zijde in de stijl, De sluiting van de deur is bij te stellen door de twee bevesti-gingsbouten van de scharnierlijst (voor 2100/2 en /3 de verstel-bare scharniernok) aan de binnenzijde van de haard iets los te draaien, waarna de scharnierstijl verschoven kan worden, Met behulp van de stelschroef kan de scharnierstijl in de breedte van het toestel gepositioneerd worden. 3. 2. 5.

Verplaatsen van het zijglas voor toestel 2100/2 Wanneer U bij een 2100/2 het zijglas naar de andere zijwand wilt verplaatsen, schroef dan de glasruit en de gietijzeren afdekplaat van de haard os, door middel van 2 metalen plaatjes en een gietijzeren strip aan de bovenzijde. Let op dat U de afdekplaat en en het afdichtvilt op de glasruit niet beschadigt. De glasruit heeft aan de bovenzijde geen afdichtvilt. Schroef de glasruit en de afdekplaat in de juiste posi-tie terug.

2100 03. 27855. 100 10 3. 3. Installatie 3. 3. 1. Plaatsing en aansluiting Plaats de haard op de gewenste hoogte. Zorg ervoor dat hij vast en waterpas staat en dat de zijwanden loodrecht op het bodemvlak staan. Plaats de haard voldoende ver van de muren zodat, na het aanbrengen van de no-dige isolatie, minimaal 5 cm vrije luchtdoor-laat overblijft tussen achterwand en muur Sluit de haard hermetisch op de schoorsteen aan volgens de regels van de kunst. Controleer, voordat de haard verder wordt ingebouwd, of er voldoende trek is in de schoorsteen, en of de aansluiting van het rookkanaal op het toestel geheel dicht is. Maak ter controle een klein hevig vuur met krantenpapier en droog dun hout. Indien een gemetseld rookkanaal wordt toegepast, wacht hiermee tot het kanaal voldoende droog is. 3. 3. 2. Inbouw Begin met het metselwerk rond de voet van de haard.

In dit metselwerk worden de luchtinlaatrooster geplaatst. De minimale luchtinlaatopening is 250 cm². De roosters kunnen aan alle zijden geplaatst worden. Belangrijk is dat de lucht vrij in de convectieruimte kan stromen. Wanneer er gebruik gemaakt wordt van een luchtklepset (om buitenlucht in de convectieruimte te bren-gen), niet vergeten de regelknop in te metselen. Het is aan te bevelen de convectieruimte aan de binnenzijde extra te bekleden met een reflecterend isolatiemateriaal. Dit voorkomt onnodige warmte-uitstraling naar eventuele buitenmuren of naastgelegen ruimtes, evenals aantasting van eventuele spouwmuurisolatie. Let erop, dat de deuren van de haard vrij over het plateau voor de haard kunnen draaien. Metsel de schouw verder op tot aan de rookvang. Zorg dat tussen de haard en het metselwerk altijd minstens 2 mm speling blijft voor de warmte-uitzetting van de haard.

Gebruik hiervoor eventueel hittebestendige strips. Ondersteuning van de bovenbouw: Het metselwerk boven de haard mag niet op de haard rusten. Hiervoor moet een ondersteuning worden gebruikt.

2100 03.27855.100 11 De convectieruimte: Het is noodzakelijk dat de convectieruimte aan de bovenzijde luchtdicht wordt afge-sloten. Gebruik hiervoor een afdekplaat van bv. staal, beton of een ander onbrand-baar, hittebestendig materiaal. Plaats desgewenst extra isolatie bovenop deze afdek-plaat. Zorg er tevens voor dat de plaat waterpas ligt. De afdekplaat moet minimum 30 cm boven de rookvang worden geplaatst. De uit-laatroosters dienen vlak onder deze plaat te worden aangebracht. Zorg dat de door-laat van de convectieluchtopeningen voldoende groot is: minimum 500 cm². In de convectieruimte mag nooit brandbaar materiaal gebruikt worden. Let op bij gebruik van andere hulpmaterialen zoals ijzer, dat deze niet als warmtebrug gaan werken. Figuur volgende pagina geeft voorbeeld van plaatsing van de haard in brandbare materialen. 3.4.

Afwerking Wanneer het toestel op de juiste plaats staat, hermetisch op de schoorsteen is aan-gesloten, en volledig ingebouwd, worden alle losse delen terug in het toestel ge-plaatst. Uw toestel is nu gebruiksklaar. Afhankelijk van de gebruikte materialen voor de inbouw, kan het raadzaam zijn nog een zekere tijd te wachten tot alle metselwerk e.d. gedroogd zijn vooraleer kan wor-den gestookt. Let op: laat het toestel NOOIT branden zonder binnenplaten of vuurvaste ste-nen. 3.5. Verpakkingsmaterialen De verpakkingsmaterialen moeten op verantwoorde wijze en conform de overheids-bepalingen worden afgevoerd.

2100 03. 27855. 100 13 4. Gebruiksaanwijzing 4. 1. BrandstofDit toestel is uitsluitend geschikt voor het stoken van hout en bruinkoolbriketten. Bij gebruik van een kolenkorf kan men ook kolen stoken. Alle andere brandstoffen zijn verboden. Het gebruik ervan kan leiden tot ernstige schade aan Uw toestel. Stook ook geen behandeld hout, zoals sloophout, geverfd hout, geïmpregneerd hout of verduurzaamd hout, multiplex of spaanplaat. Het stoken ervan, evenals van kunststof, oud papier en huishoudelijk afval is sterk vervuilend voor het toestel, de schoorsteen en het milieu. Een schoorsteenbrand kan hiervan het gevolg zijn. Hout: Gebruik bij voorkeur hard hout. Eik, berk en fruitbomenhout zijn zeer goede hout-soorten om te stoken. Het hout moet minstens 2 jaar goed gedroogd zijn op een overdekte en goed verluch-te plaats. Reeds gekloven hout droogt beter.

Het maximale vochtpercentage voor droog hout is 20%. Nat hout is als brandstof niet bruikbaar, u heeft er geen warmte van, alle energie gaat verloren in het verdampen van het vocht, er komen slechtruikende gassen vrij en er is veel roetaanslag op de ruit van de deur en in de schoorsteen. Bruinkoolbriketten: Bruinkoolbriketten branden op ongeveer dezelfde manier als hout. Zorg ervoor dat vooraleer U briketten gaat stoken, er een goed houtskoolbed in de kachel aanwezig is. Kolen: Antracietkolen bestaan er in verschillende categorieën. Sommige kenmerken zijn bij wet bepaald: antraciet “A” moet minder dan 10% vluchtige bestanddelen bevatten, terwijl antraciet “B” minder dan 12% moet bevatten. Het asgehalte kan variëren van 3 tot 13%. Wij bevelen antraciet “A” met een laag asgehalte aan.

Brandstof met een hoog asgehalte heeft immers een lagere stookwaarde, moet vaker ontast worden en dooft sneller. Het aanbevolen kaliber is: 12/22 of 20/30. 4. 2.

Aanmaken Om voldoende trek te creëren in de schoorsteen en om alzo geen rook in de kamer te bekomen, moet de schoorsteen voor het aanmaken van de haard eerst voldoende op-gewarmd worden. Bij een koude schoorsteen kan men best een "lokvuur" maken, door bv. een prop (kranten)-papier boven de vlamplaat aan te steken. Het toestel wordt aangemaakt met (kranten)papier en/of aanmaakblokjes en kleine stukjes hout. Zet de deur op een kier en de luchtschuiven geheel open. Zie figuur hiernaast voor de werking van de luchtschuiven. Het is belangrijk dat het aanmaakvuur hevig doorbrandt. Daarna kunnen er dikkere stukjes hout op en kan de deur gesloten worden. Is het vuur voldoende gestabili-seerd en is er voldoende gloed dan kan hout worden opgelegd.

2100 03. 27855. 100 14 4. 3. Stoken met hout De beste regeling van de vuurhaard bekomt men door de aanmaakluchtschuif on-deraan volledig te sluiten en de luchttoevoer volledig te regelen met de bovenste luchtschuif. Indien deze regeling onvoldoende blijkt, of om het vuur aan te wakke-ren, kan tijdelijk de onderste luchtschuif gedeeltelijk geopend worden voor extra luchttoevoer. Vul tijdig brandstof bij. Vul nooit teveel ineens. Best is de vuurhaard tot maximaal een derde te vullen en regelmatig bij te vullen. Open de vuldeur steeds langzaam. Vooraleer wordt bijgevuld, zorg ervoor dat het houtskoolbed gelijkmatig over de stookvloer verdeeld wordt, en ga na dat er net achter het vuurrooster voldoende gloed is zodat de vulling onmiddellijk vuur vat. Open desnoods de aanmaakluchtschuif onderaan voor een tijdje.

Wanneer het hout los gestapeld wordt, zal het zeer vlug verbranden omdat de zuurstof elk stuk hout gemakkelijk kan bereiken. Deze stapeling gebruikt men wanneer men kort wil stoken. Wanneer het hout compacter gestapeld wordt, zal het langzamer verbranden aangezien de lucht slechts bepaalde stukken hout kan bereiken. Het hout wordt best op deze manier gestapeld wanneer men voor een langere tijd wil stoken. Wanneer u langdurig hout op een lage stand stookt, kan er zich in de schoorsteen een afzetting van teer en creosoot vormen. Teer en creosoot zijn zeer brandbaar. Als deze stoffen zich teveel afzetten in de schoorsteen, kan er bij een plotse hoge temperatuur een schoorsteenbrand ontstaan. Daarom is het noodzakelijk regelmatig het toestel flink door te stoken, zodat geringe afzettingen van teer en creosoot on-middellijk verdwijnen.

Bij een te lage stand gaat er zich ook teer afzetten op de ruit en de deuren. Het is beter, bij milde buitentemperatuur, de haard slechts enkele uren per dag in-tens te laten branden. De haard kan zowel open als gesloten worden gestookt.

Wanneer met open deuren wordt gestookt, is het raadzaam om een vonkenscherm voor het vuur te plaatsen. 4. 4 Het stoken van kolen Om kolen te stoken heeft U een kolenkorf nodig. VOOR HET STOKEN VAN KOLEN WORDT DE LUCHSCHUIF BO-VENAAN STEEDS GESLOTEN GEHOUDEN EN WORDT HET ROOS-TER OPEN GEZET DOOR DE SCHUDSTANG NAAR VOOR TE TREKKEN. Maak een intens vuurtje met krantenpapier en klein droog hout of gebruik aanmaak-blokjes met hout. Wanneer het hout goed brandt, doet U er een schep kolen op. Eens de kolen vuur gevat hebben, vervolledigt U de vulling. losse stapeling compacte stapeling.

2100 03.27855.100 15 Let erop dat U het vuur niet dooft door er in één keer te veel kolen op te doen. Regel na 20 à 30 minuten de stand van de onderste luchtschuif. Net voor het bijvullen zet U de luchtschuif onderaan de deur volledig open. Gebruik nu het schudrooster en schud tot er gloeiende deeltjes in de aslade vallen en vul daarna kolen bij. Let erop dat het rooster open blijft door de schudstang naar voor te trekken. Doe er steeds maximaal zoveel kolen bij tot U nog juist de gloed kunt zien van de vorige vulling. Zet na enkele minuten de luchtschuif weer in de gewenste positie. De aslade moet geledigd worden voordat de assen de onderzijde van het stookroos-ter raken. Met de bijgeleverde “koude” handgreep kan de asbak uit het toestel geno-men worden. 4.5.

Stoken op laag regime (voor toestellen geschikt voor continu gebruik) Om het toestel als een “continu vuur” te gebruiken, kan men de primaire en secun-daire luchtinlaten zo kiezen tot dat je de juiste brandsnelheid bekomt. Zorg er steeds voor dat er voldoende gloed op de stookbodem aanwezig is. 4.6. Ontassen De aslade moet geledigd worden voordat de assen de onderzij-de van het stookrooster raken. Met de bijgeleverde “koude” handgreep kan de asbak uit het toestel genomen worden. Van hout hebt u relatief weinig assen en is het niet nodig de stookvloer elke keer volledig te ontassen, het stoken van hout in een asbed geeft overigens een betere verbranding. 4.7. Doven Vul geen brandstof bij en laat de haard gewoon uitgaan. Als een vuur getemperd wordt door de luchttoevoer te verminderen, komen veel schadelijke stoffen vrij.

Het vuur moet daarom vanzelf uitbranden en mag pas verla-ten worden als het goed gedoofd is. 4.8. Weersomstandigheden Waarschuwing! Bij nevel en dichte mist wordt de afvoer van de rookgassen door de schoorsteen sterk bemoeilijkt, en kunnen rookgassen neerslaan en stankoverlast geven. Indien het niet echt nodig is, kunt u beter onder deze weersomstandigheden niet stoken.

2100 03.27855.100 16 5. Onderhoud Het vraagt weinig moeite om uw toestel in goede staat te houden. Controleer regelmatig of het dichtingkoord van de deuren nog goed afsluit. Kleine verfbeschadigingen kunnen bijgewerkt worden met een spuitbus. Uw verdeler kan U de gepaste spuitbus bezorgen. Bij het eerste gebruik na het spuiten kan Uw toestel nog wat geur afgeven. Dit ver-dwijnt echter snel. Het glas wordt gereinigd met in de handel verkrijgbare glasreinigingsproducten (bv. producten voor keramische kookplaten). Uw installateur kan U ook aangepaste pro-ducten bezorgen. Gebruik echter nooit schurende of bijtende producten. Aan het eind van het stookseizoen sluit u de schoorsteen af met een prop kranten-papier.U kunt nu de kachel inwendig goed schoon maken. Vernieuw indien nodig de koordafdichtingen en kit eventuele lekkages dicht.

Verwijder eventueel ook de vlam-plaat bovenaan in de vuurhaard voor een grondige reiniging. Om desgevallend de deuren te verwijderen, verwijdert U de scharnierpen zoals hier-naast aangegeven. Vooraleer het stookseizoen aan te vangen, laat U eerst de schoorsteen door een erkend vakman vegen. Ook tijdens het stookseizoen is het nuttig de schoorsteen op roet te controleren. Controle en onderhoud van de schoorsteen is een wettelijke verplichting. Wanneer bovenstaande punten in acht genomen worden, zult U in volle tevredenheid kunnen genieten van uw haard.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Dovre 2100R stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden