Dometic ECD Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Dometic ECD (212 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen. Heb je een vraag over Dometic ECD of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Dometic |
| Categorie: | Airco |
| Model: | ECD |
Handleiding Dometic ECD – volledige tekst
NLNederlands1 Belangrijke opmerkingen. 562 Verklaring van de symbolen. 563 Doelgroep(en). 574 Beoogd gebruik. 575 Verklaring van de symbolen op het toestel. 576 Voorinstallatie. 577 Installatie. 598 Verwijdering. 629 Technische gegevens. 6210 Wettelijk. 6311 Garantie. 631 Belangrijke opmerkingenLees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en volg alle instructies, richtlijnen en waarschuwingen in deze handleiding op omervoor te zorgen dat u het product te allen tijde op de juiste manier installeert, gebruikt en onderhoudt. Deze gebruiksaanwijzingMOET bij dit product worden bewaard. Door het product te gebruiken, bevestigt u hierbij dat u alle instructies, richtlijnen en waarschuwingen zorgvuldig hebt gelezenen dat u de voorwaarden zoals hierin beschreven begrijpt en accepteert.
U gaat ermee akkoord dit product alleen te gebruikenvoor het beoogde doel en de beoogde toepassing en in overeenstemming met de instructies, richtlijnen en waarschuwingenzoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing en in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Het niet lezen enopvolgen van de hierin beschreven instructies en waarschuwingen kan leiden tot letsel voor uzelf en anderen, schade aan uwproduct of schade aan andere eigendommen in de omgeving. Deze gebruiksaanwijzing, met inbegrip van de instructies, richtlijnenen waarschuwingen, en de bijbehorende documentatie kan onderhevig zijn aan wijzigingen en updates. Voor de recentsteproductinformatie, bezoek documents. dometic. com. 2 Verklaring van de symbolenEen signaalwoord gee informatie over veiligheid en eigendomsschade en gee demate of ernst van het gevaar aan. GEVAAR.
Duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen,ernstig letsel of de dood tot gevolg hee. WAARSCHUWING. Duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen,ernstig letsel of de dood tot gevolg kan hebben. LET OP.
Duidt op een situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden totmateriële schade. INSTRUCTIE Aanvullende informatie voor het gebruik van het product. 2. 1 Aanvullende richtlijnenOm het risico op ongevallen en verwondingen te verminderen, dient u de volgenderichtlijnen in acht te nemen voordat u doorgaat met het installeren van dit apparaat:• Lees alle veiligheidsinformatie en instructies door en volg deze. • Lees deze instructies voorafgaand aan de installatie van dit product en zorg ervoordat u deze geheel begrijpt. • De installatie moet voldoen aan alle van toepassing zijnde lokale of nationale regels,waaronder de nieuwste uitgave van de volgende maatstaven:• American Boat and Yacht Council (ABYC)• ANSI/NFPA 70, National Electrical Code (NEC)2. 2 VeiligheidsaanwijzingenGEVAAR. Brand- of explosiegevaar. Sommige modellen gebruikenbrandbaar koudemiddel.
Het niet in acht nemen van de volgende waarschuwingen hee ernstig ofzelfs dodelijk letsel tot gevolg:Reparaties mogen uitsluitend door opgeleid onderhoudspersoneelworden uitgevoerd. Niet installeren of opslaan op een locatie met continu werkendeontstekingsbronnen. Alle vereiste ventilatieopeningen vrijhouden van belemmeringen. Koudemiddelbuizen niet doorboren. Raadpleeg het typeplaatje van het product voor het type koudemiddel. WAARSCHUWING. Brand- en/of explosiegevaarHet niet in acht nemen van de volgende waarschuwingen kan leiden tot dedood of ernstig letsel:Gebruik geen mogelijke ontstekingsbronnen om koudemiddellekkente detecteren of op te sporen. Gebruik geen gasontladingslamp of eenandere detector met open vlam. De detectieapparatuur moet geschikt zijn voor het type koudemiddeldat in het product wordt gebruikt. Raadpleeg het typeplaatje voor hetgebruikte koudemiddel.
Elektronische lekzoekers mogen worden gebruik om koudemiddellekkente detecteren, maar hun gevoeligheid is mogelijk onvoldoende voorbrandbare koudemiddelen waardoor mogelijk een nieuwe kalibratienoodzakelijk is.
Kalibreer detectieapparatuur in een ruimte zonderkoudemiddel. WAARSCHUWING. KoolmonoxidegevaarHet niet in acht nemen van de volgende waarschuwingen kan leiden tot dedood of ernstig letsel:Installeer of gebruik een onafhankelijke airconditioner niet in het onderruimof in de machinekamer, of nabij een interne verbrandingsmotor. Kies delocatie zodanig dat er geen direct contact kan zijn met dampen uit hetonderruim en/of het motorhuis. Controleer of de condensaatafvoerleiding correct is geïnstalleerd enafgedicht. Laat een condensaatafvoerleiding niet eindigen binnen eenstraal van 0,91 m (3 ) van een uitlaatsysteem van een motor of generator,in een ruimte met een motor of generator, of in een onderruim, tenzijde afvoerleiding goed is aangesloten op een afgedichte condensaat-of douchecarterpomp.
Als de afvoerleiding niet goed is geïnstalleerd,kunnen er gevaarlijke dampen in de afvoerleiding terechtkomen en deleefruimte verontreinigen. Installeer de airconditioning niet op een plaats waar hij koolmonoxide,brandstofdampen of andere schadelijke dampen in de leefruimtes van hetschip kan circuleren. WAARSCHUWING. Gevaar voor elektrische schokkenDe installatie mag alleen worden uitgevoerd door een bevoegde elektricien. WAARSCHUWING. Gevaar voor elektrische schokken, brand en/ofexplosiesHet niet opvolgen van deze voorzorgsmaatregelen kan leiden tot ernstigletsel of de dood. Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen (inclusief kinderen)met een lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperking of gebrek aanervaring of kennis, tenzij zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in hetgebruik van het apparaat door een volwassene die verantwoordelijk is voorhun veiligheid.
Kinderen moeten onder toezicht staan om te garanderen datze niet met het toestel spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogenniet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd. Dit apparaat mag nietpubliekelijk toegankelijk zijn. 56.
NLWAARSCHUWING. ExplosiegevaarHet niet opvolgen van deze voorzorgsmaatregelen kan leiden tot ernstigletsel of de dood. Installeer de airconditioner niet op een locatie waar zich benzinemotoren,tanks, LPG/CNG-cilinders, regelaars, kleppen, of koppelingenvan brandstofleidingen bevinden. Tenzij anders gelabeld, voldoenzelfregulerende apparaten niet aan de federale vereisten voorontstekingsbeveiliging. Het niet in acht nemen van deze waarschuwingkan leiden tot ernstig letsel of de dood. Elektrische componenten die vlambogen of vonken kunnen veroorzaken,mogelijk uitsluitend worden vervangen door onderdelen die door defabrikant van het toestel worden voorgeschreven. Vervanging door andereonderdelen kan leiden tot ontbranden van het koudemiddel in het gevalvan lekkage. WAARSCHUWING.
Gevaar voor elektrische schokkenHet niet opvolgen van deze voorzorgsmaatregelen kan leiden tot ernstigletsel of de dood. Zorg ervoor dat de airconditioning goed geaard is om het gevaar vanelektrische schokken te minimaliseren. Raadpleeg de installatierichtlijnenvoor meer informatie. Voor elke geïnstalleerde airconditioning is een specialestroomonderbreker vereist. Als er slechts één airconditioner isgeïnstalleerd, is voor de zeewaterpomp geen speciale stroomonderbrekernodig. Als twee of meer airconditioningsapparaten gebruikmaken vandezelfde zeewaterpomp, worden de draden van de pomp aangeslotenop een pomprelaispaneel (PRP), dat op zijn beurt zijn eigen specifiekestroomonderbreker hee voor de pomp (max. 20 A). Raadpleeg hetaansluitschema dat bij het PRP is geleverd.
Bij alle elektrische aansluitingenin het onderruim en/of onder de waterlijn moeten afdichtende,warmtekrimpende kabelverbinders worden gebruikt. Veldbedrading moet voldoen aan de elektrische voorschrienvan ABYC. De voeding naar het apparaat moet binnen het op hetgegevensplaatje aangegeven bedrijfsspanningsbereik liggen.
Terbeveiliging van vertakte circuits moeten zekeringen van de juistegrootte of HACR-stroomonderbrekers worden geïnstalleerd. Raadpleeghet gegevensplaatje voor de maximale grootte van de zekering/stroomonderbreker (MFS) en de minimale circuitcapaciteit (MCA). LET OP. Dit apparaat bevat gefluoreerde broeikasgassen in hermetisch afgeslotenapparatuur. Raadpleeg het label op het productgegevensplaatje vande condensor voor de hoeveelheid koelmiddel in gewicht en GWP. Dehoeveelheid toegevoegd koelmiddel moet worden genoteerd op het labelvan het apparaat. LET OP. Gebruik geen koperbuizen om het product te duwen, trekken, heffen ofdragen.
3 Doelgroep(en)De mechanische en elektrische installatie en de instelling van het toestelmoeten worden uitgevoerd door een bevoegde technicus die zijnvaardigheden en kennis met betrekking tot de constructie en bediening vanapparatuur en installaties in motorvoertuigen hee bewezen en die vertrouwdis met de toepasselijke regelgeving van het land waarin de apparatuur moetworden geïnstalleerd en/of gebruikt en die een veiligheidstraining heegevolgd om de gevaren te herkennen en te voorkomen. 4 Beoogd gebruikDeze handleiding is bedoeld voor de installatie van zelfregulerendeairconditioningssystemen DCU, DLU, DTG, ECD, GT, GTX, GTX-LP, GVTX en TX (hierna'aiconditioner' genoemd). De airconditioning is bedoeld voor gebruik op boten enjachten. Deze airconditioning is alleen geschikt voor het beoogde gebruik en detoepassing in overeenstemming met deze gebruiksaanwijzing.
Dit product is alleen geschikt voor het beoogde gebruik en de toepassing inovereenstemming met deze gebruiksaanwijzing. Deze handleiding gee informatie die nodig is voor een correcte installatie en/of correct gebruik van het product. Een slechte installatie en/of onjuist gebruik ofonderhoud leidt tot onvoldoende prestaties en mogelijke storingen.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor letsel of schade aan het product diehet gevolg is van:• Onjuiste installatie, montage of aansluiting, inclusief te hoge spanning• Onjuist onderhoud of gebruik van andere dan door de fabrikant geleverde originelereserveonderdelen• Wijzigingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant• Gebruik voor andere doeleinden dan beschreven in deze handleidingDometic behoudt zich het recht voor om het uiterlijk en de specificaties van het productte wijzigen. 5 Verklaring van de symbolen op het toestelLet op. Brandgevaar/ontvlambaar materiaalLet op. Licht ontvlambaar materiaal. Brandbaar koudemiddel. Veiligheidsklasse koudemiddel A2LLees de gebruiksaanwijzing. Lees de servicehandleiding. 6 VoorinstallatieLET OP.
De zelfstandige condensaatafvoerbakken van de DTG, GTX, GVTX en TX zijnuitgerust met trillingsisolatoren die in de bodem van de bak zijn geïnstalleerd. Deze isolatoren zijn ontworpen om de trillingen te dempen die wordenveroorzaakt door de werkende airconditioning en die wordt overgebrachtnaar het montageoppervlak. Wees voorzichtig bij het verplaatsen van deairconditioning over montageoppervlakken, omdat de isolatoren beschadigdkunnen raken. LET OP. De airconditioning moet op een laag, vlak en effen oppervlak wordengemonteerd, zoals onder in een kluisje, onder een slaapkooi ofkombuisstoel, of op een vergelijkbare plaats. Zorg ervoor dat de bekabeling niet wordt blootgesteld aan slijtage,corrosie, buitensporige druk, trilling, scherpe randen of andere nadeligeomgevingseffecten, waaronder effecten door veroudering of continuetrilling veroorzaakt door bijvoorbeeld compressoren of ventilatoren.
NL6.1 De installatielocatie bepalen1. Plaatsing van GVTX en TX ten opzichte van luchtstroom1123456456231 3,00 in (7,62 cm) 4 4,00 in (10,16 cm)2 Koellichaam 5 Afvoerlucht-rooster3 Schutbord 6 LuchtstroomPlaatsing van alle andere airconditioningsapparaten ten opzichte van de luchtstroom132132451 4,00 in (10,16 cm) 4 3,00 in (7,62 cm)2 Afvoerlucht-rooster 5 Schutbord3 Luchtstroom2. Kies een locatie met voldoende luchtstroom. Het afvoerluchtrooster moet aan devoorzijde ten minste 4,00 in (10,16 cm) aan vrije ruimte voor luchtcirculatie hebben,vrij van obstakels.3. Als de airconditioning loodrecht ten opzichte van het afvoerlucht-rooster staat, zorgdan voor een minimale vrije ruimte van 3,00 in (7,62 cm) voor luchtcirculatie aan deluchtinlaatzijde.4.
Alleen GVTX en TX: Zorg voor een minimale vrije ruimte van 3,00 in (7,62 cm)boven en onder het koellichaam.6.2 De aanjager draaienIn dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe de aanjager voor elk type apparaat moet wordengedraaid. Draai indien nodig de aanjager in de richting waarin de meest directeluchtstroom door de buisleidingen kan worden afgevoerd.6.2.1 Aanjagers GTX, GVTX, DTG en TXAanjagerrotatie systeem GTX, GVTX, DTG en TX121 Adjustment screw2 Blower1. Draai de stelschroef op de bevestigingsring van de aanjager los.2. Draai de aanjager in de gewenste stand.3. Draai de stelschroef aan.6.2.2 Aanjagers MCS, ECD en GTAanjagerrotatie systeem MCS, ECD en GT58
4 Roosters en overgangsdozen plaatsenHoud rekening met het volgende bij het plaatsen van de roosters en overgangsdozen:• Monteer het toevoerlucht-rooster zo hoog mogelijk op een plaats waar gelijkmatigeluchtverdeling in de passagiersruimte gewaarborgd is. Richt de lamellen van hetluchtrooster omhoog. • Monteer het afvoerlucht-rooster zo laag mogelijk en zo dicht mogelijk bij deairconditioning om luchtstroom naar de verdamper te garanderen. • Richt de uitlaat van de toevoerlucht niet naar het afvoerlucht-rooster omdat hetsysteem anders kortsluit. • Zorg voor voldoende ruimte achter het toevoerlucht-rooster ten behoeve van deovergangsdoos en buisleidingen. Raadpleeg Specificaties op pagina637 InstallatieWAARSCHUWING. Gevaar voor elektrische schokkenDe installatie mag alleen worden uitgevoerd door een bevoegde elektricien. 7. 1 Installatie van de montagesteunen en condensaatafvoerLET OP.
NL3 Slag uitslaanInstallatie van condensaatafvoer voor alle andere airconditioningsapparaten123451 Locking nut 4 Solid washer2 Afvoerbak 5 PVC-fitting 0,5 in (12,7 mm) HB x 0,5 in(12,7 mm) MPT)3 Vloeistof-afdichtring1. Voor units GTX, GVTX, DTG en TX units:a) Gebruik het kleine uiteinde van de slangfitting om een slak uit een naar achterengerichte afvoeropening te slaan door er één keer snel op te slaan met eenrubberen hamer. Gooi de uitgeslagen slak weg.b) Omwikkel het schroefdraaduiteinde van de slangfitting met loodgieterstape.c) Schroef de slangfitting in de afvoeropening met schroefdraad en draai fittingstevig vast.2. Voor alle andere airconditionings:a) Leid de slangfitting door een vaste afdichtring en een vloeistofdichte afdichtringen draai fitting in de afvoeropening.b) Zet vast met een borgmoer.3. Bevestig de afvoerslang aan de slangfitting met een roestvrijstalen slangklem.4.
NL5. Breng één montageplaat aan weerszijden van de afvoerbak aan, op gelijke afstand. Installatie van schuimgreepisolatie op units GVTX en TX1231 Schuimgreepisolatie2 Handgreepopening3 Afvoerbak6. Voor units GVTX en TX:a) Verwijder de folie die de zelfklevende achterkant van de schuimgreepisolatiebedekt. b) Plaats de schuimgreepisolatie zodanig dat de opening van de handgreepvolledig wordt afgedekt met de klevende zijde naar de afvoerbak gericht. c) Druk rond de opening van de handgreep om de schuimgreepisolatie aan deafvoerbak te bevestigen. 7. 2 Installatie van buisleidingenWAARSCHUWING. Brand- of explosiegevaarExterne apparatuur met mogelijke ontstekingsbronnen mogen niet inde leidingen worden geïnstalleerd, met uitzondering van apparaten dieworden vermeld voor gebruik met het specifieke toestel.
Bij modellen die brandbare koudemiddelen gebruiken, die via eenluchtkanalensysteem worden aangesloten op een of meer ruimtes, moetde aanvoer- en retourlucht direct naar de ruimte worden geleid. Openruimtes zoals in verlaagde plafonds mogen niet worden gebruikt voor eenretourluchtkanaal. Leid buisleidingen niet door een machinekamer of een gebied waar zekunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke dampen of uitlaatgassen. Houd u aan de volgende voorwaarden bij het aanbrengen van de buisleidingen:• Buisleidingen moeten de juiste afmetingen hebben voor uw toepassing. • Laat buisleidingen zo recht, glad en strak mogelijk lopen, om het aantal bochten enlussen van 90° tot een minimum te beperken omdat bochten nadelig kunnen zijnvoor de luchtstroom. • Maak de buisleidingen stevig vast om doorzakken te voorkomen. • Zorg ervoor dat de buisleidingen niet afgeplat of geknikt worden.
Als een overgangsdoos wordt gebruikt, moet het totale oppervlak van de toevoerlucht-kanalen die de kast verlaten ten minste gelijk zijn aan het totale oppervlak van detoevoerleidingen die de kast in gaan. Raadpleeg Specificaties op pagina63Buisverbindingen1 34521 Glasvezelisolatie 4 Mylar binnenbuisslang2 Montagering 5 Duct tape3 Overgangsdoos1. Schuif de mylar binnenbuisslang rond de montagering naar de overgangsdoos. 2. Schroef drie of vier roestvrijstalen schroeven door mylar buisslang in debevestigingsring en klem daarbij twee of drie draden vast met behulp van deschroefkoppen. 3. Schuif de glasvezelisolatie rond de mylar binnenbuisslang naar de overgangsdoos. Zet alles vast met duct tape. 7. 3 Het zeewatersysteem installerenLET OP. Als u deze procedure niet volgt, vervalt de garantie.
Neem de volgende overwegingen in acht bij het instellen van het zeewatersysteem:• De zeef moet zich onder de pomp bevinden. • Slangen moeten dubbel worden vastgeklemd. • De slangen mogen niet knikken, lussen of hogere bereiken hebben waarin zich luchtkan verzamelen. • De pomp en zeef moeten zich onder de waterspiegel bevinden. • De rompinlaat, kogelklep, slang en zeef mogen niet kleiner zijn dan de pompinlaat. • Breng de fitting van de rompinlaat zo ver mogelijk onder de waterspiegel aan. • De pomp moet een speciale rompinlaat hebben. • Vermijd elleboogstukken van 90,00 ° zo veel mogelijk. • Zorg ervoor dat de pompkop in de richting van de waterstroming wordt gedraaid. • Borg alle schroefdraadverbindingen met loodgieterstape. Raadpleeg Specificaties op pagina63 voor de maximale en minimalewatertemperatuur en drukwaarden. Zeewatersysteem61.
NL12346101189751 Zeewater-uitlaat 7 Omhoog lopende inlaatstroom2 Uitlaatstroom 8 Kogelklep3 Airconditioning 9 Waterschep-rompinlaat4 Zeewaterpomp 10 Waterspiegel5 Slangklemmen 11 De richting van de pompkopzeef corri-geren6 Zeef1. Plaats een waterschep-rompinlaat voor zeewater zo dicht mogelijk bij de kiel en zover mogelijk onder de waterspiegel. Zet de waterschep-rompinlaat vast met eenafdichtmiddel voor maritiem gebruik dat is ontworpen voor gebruik onder water. 2. Breng een bronzen zeewaterkraan met volledige doorstroming aan op dewaterschep-rompinlaat. 3. Breng een zeewaterzeef aan onder het niveau van de pomp met toegang tot hetfilter. 4. Monteer de pomp boven de zeef en ten minste 30 cm (1 ) onder de waterspiegel. 5. Verbind de zeewaterkraan en zeef middels een versterkte, omhooglopende slangvoor maritiem gebruik. 6.
Sluit de afvoer van de pomp omhooglopend aan op de onderste inlaat van decondensorspoel van de airconditioning met een versterkte slang met diameter van5/8 inch voor maritiem gebruik. 7. Sluit de afvoer van de condensorspoel aan op de buitenboord-uitlaatfitting middelseen versterkte slang met diameter van 5/8 inch voor maritiem gebruik. 8. Voorkom bij de zeewaterslang schuren, verhogingen en het gebruik van 90°-bochtstukken. Elk elleboogstuk van 90° is gelijk aan 2,5 (0,76 m) slang en eenelleboogstuk van 90° op de uitlaat van de pomp is gelijk aan 20,0 (6,10 m) slang. 9. Borg alle slangverbindingen met dubbele klemmen van RVS. Breng de klemmen inomgekeerde richting aan waar nodig. 10. Sluit alle metalen onderdelen die in contact komen met zeewater aan op hetaansluitsysteem van het vaartuig. 7. 4 Elektrische verbindingen makenWAARSCHUWING.
Gevaar voor elektrische schokkenSchakel altijd de stroomonderbreker van de airconditioning uit voordat ude elektrische kast opent. Het niet in acht nemen van deze waarschuwingkan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Zorg ervoor dat de schakelkast zich op een plaats bevindt waar deze isbeschermd tegen water. LET OP. Sluit de airconditioning aan op het aansluitsysteem van de boot om corrosiedoor elektrische strooistroom te voorkomen. Alle pompen, metalen kleppenen aansluitingen in de zeewaterkringloop die van de airco geïsoleerd zijnmet PVC- of rubberslangen, moeten afzonderlijk worden gekoppeld aan hetaansluitsysteem van de boot. INSTRUCTIE Als het systeem niet correct is geaard en verbonden, vervalt degarantie. Alle conditioningsapparaten hebben een klemmenstrook, gelabeld voor de juisteaansluitingen, in de elektrische kast. Het aansluitschema in de elektrische kast heevoorrang op de ABYC-normen. Gebruik een stroomonderbreker van de juiste grootteom het systeem te beschermen, zoals aangegeven op het gegevensplaatje van deairconditioning.
Gebruik minimaal een bootkabel van 12 AWG om de airconditioningen de zeewaterpomp van stroom te voorzien. Breng alle verbindingen tot stand metringvormige of borgende vorkaansluitingen. Let op het volgende bij het maken van elektrische verbindingen:• De aarding van de wisselstroom (AC) moet worden aangesloten op deaardaansluiting (GRND) op het aansluitblok voor de netvoeding. • Verbindingen tussen de aardgeleider van het wisselstroomsysteem (AC) van hetvaartuig en het negatieve gelijkstroomsysteem (DC) van het vaartuig moeten wordengemaakt als onderdeel van de bedrading van het vaartuig. Controleer bij onderhoudof vervanging van bestaande apparatuur met een op het chassis gemonteerdeaardingsbout de bedrading van het vaartuig op deze verbindingen. • GVTX- en TX-airconditioners zijn ontworpen om te werken op wisselstroom ofhoogspannings-gelijkstroom.
Zorg er in de boot voor dat de gelijkstroomaardrail opexact een punt is verbonden met de wisselstroomaardrail. Controleer vóór het opstarten alle elektrische aansluitingen en maak deze waar nodigopnieuw vast. 8 VerwijderingVOORZICHTIG. BrandgevaarDit toestel bevat ontvlambaar isolerend blaasgas. Laat het toestel alleen door een specialist verwijderen en afvoeren. Gooi het verpakkingsmateriaal indien mogelijk altijd in recyclingafvalbakken. Vraag het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw dealer naar informatie overhoe het product kan worden weggegooid in overeenstemming met alle vantoepassing zijnde nationale en lokale regelgeving.
9 Technische gegevensLees deze instructies volledig door en plan vervolgens de aansluitingen dieop de airconditioning moeten worden gemaakt (inclusief buisleidingen,condensafvoerleiding, zeewaterinlaat- en afvoerslangen, elektrischevoedingsaansluitingen, plaats van de bediening en plaatsing van de zeewaterpomp),zodat deze gemakkelijk toegankelijk zijn voor geleiding en toekomstig onderhoud. 9. 1 Locaties van onderdelenIdentificatie van onderdelen van het airconditioningssysteem62.
NL1 Toevoerlucht-rooster en overgangsdoos 9 Afsluitklep zeewaterkraan2 Digitale weergave 10 Zeewaterzeef3 Schakelkast 11 Pomp4 Optionele externe luchtsensorkabel 12 Aansluiting voor condensaatafvoerslang5 Afvoerslang voor zeewater 13 Montageplaat6 Buitenboord-uitlaat 14 Airconditioning7 Inlaatslang voor zeewater 15 Retourluchtrooster en -filter8 Waterschep-rompinlaat voor zeewater 16 Geïsoleerde flexibele buisleidingen9. 2 SpecificatiesDe koelkring bevat een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar ontvlambaarkoelmiddel. Het schaadt de ozonlaag niet en versterkt het broeikaseffect niet. Lekkendkoelmiddel kan vlam vatten. Dit product bevat gefluoreerde broeikasgassen. Het koelaggregaat is hermetisch afgesloten. Tabel 13: Minimale afmetingen van kanalen en roosters per BTU-capaciteit3.
INSTRUCTIE Als niet aan deze omstandigheden wordt voldaan, werkt hetapparaat mogelijk met een verminderde capaciteit. 10 WettelijkAlleen GVTX-modellen: Om te voldoen aan IEC 60533, mag u het product nietbinnen 9,8 (3,00 m) van een ontvangstantenne installeren. 11 GarantieZie onderstaande paragrafen voor informatie over garantie en ondersteuning in de VS,Canada en alle andere regio’s. Verenigde Staten en CanadaBEPERKTE GARANTIE BESCHIKBAAR OP DOMETIC. COM/EN-US/TERMS-AND-CONDITIONS-CONSUMER/WARRANTY.
MOCHT U VRAGEN HEBBEN OF EENGRATIS KOPIE VAN DE BEPERKTE GARANTIE WILLEN VERKRIJGEN, NEEM DANCONTACT OP MET:DOMETIC CORPORATIONMARINE CUSTOMER SUPPORT CENTER2000 NORTH ANDREWS AVENUEPOMPANO BEACH, FLORIDA, USA 330691-800-542-2477 Azië-Pacific (APAC) landenNeem contact op met de verkoper of met de vestiging van de fabrikant in uw land(zie dometic. com/dealer) als het product niet naar behoren werkt. De garantie vantoepassing op uw product bedraagt 1 jaar. Stuur voor de afhandeling van reparaties of garantie volgende documenten mee:• Een kopie van de factuur met datum van aankoop• De reden voor de claim of een beschrijving van de foutHoud er rekening mee dat eigenmachtige of niet-professionele reparatie gevolgen voorde veiligheid kan hebben en dat de garantie hierdoor kan komen te vervallen.
Alleen AustraliëOnze producten worden geleverd met garanties die niet kunnen worden uitgeslotenonder de Australische Consumentenwet. U hebt recht op een vervanging of vergoedingvoor ernstig falen en op compensatie voor elk ander redelijkerwijs te voorzien verlies ofschade. U hebt bovendien recht op reparatie of vervanging van de producten indien deproducten niet van acceptabele kwaliteit zijn en de fout niet gelijk staat aan ernstig falen. 63.
NLAlleen Nieuw-ZeelandDit garantiebeleid is onderhevig aan de voorwaarden en garanties die verplicht zijnzoals geïmpliceerd door de Wet op Consumentengaranties 1993(NZ).Alle andere regio’sDe wettelijke garantieperiode is van toepassing. Als het product defect is, neem dancontact op met de vestiging van de fabrikant in uw land (zie dometic.com/dealer) of uwverkoper.Stuur voor de afhandeling van reparaties of garantie volgende documenten mee:• Een kopie van de factuur met datum van aankoop• De reden voor de claim of een beschrijving van de foutHoud er rekening mee dat eigenmachtige of niet-professionele reparatie gevolgen voorde veiligheid kan hebben en dat de garantie hierdoor kan komen te vervallen.64
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Dometic ECD stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco Dometic
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco