Dantherm AC 7000 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Dantherm AC 7000 (52 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen. Heb je een vraag over Dantherm AC 7000 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Dantherm |
| Categorie: | Airco |
| Model: | AC 7000 |
Handleiding Dantherm AC 7000 – volledige tekst
InhoudsopgavenlInhoudsopgaveAanwijzingen voor het gebruik van deze handleiding. 4Symbolen. 4Veiligheid. 6Bedoeld gebruik. 8Logisch voorspelbaar verkeerd gebruik. 8Persoonlijke kwalificaties. 8Persoonlijke beschermingsuitrusting. 9Veiligheidssymbolen en plaatjes op het apparaat. 9Restgevaren. 10Gedrag bij noodgevallen. 11Informatie over het apparaat. 12Beschrijving van het apparaat. 12Overzicht van het apparaat. 13Transport en opslag. 14Transport. 14Opslag. 15Montage en in gebruik nemen. 16Leveromvang. 16Apparaat uitpakken. 16In gebruik nemen. 16Bediening. 20Nabestelbare accessoires. 32Defecten en storingen. 33Onderhoud. 35Onderhoudsintervallen. 35Onderhouds- en verzorgingsrapport. 35Werkzaamheden voor aanvang van het onderhoud. 36Koudemiddelkringloop. 36Veiligheidssymbolen en plaatjes op het apparaat. 37Behuizing reinigen.
37Visuele controle van het inwendige van het apparaat op vervuilingen. 37Luchtfilter reinigen. 38Buiteneenheid ontluchten. 38Activiteiten na het onderhoud. 38Technische bijlage. 39Technische gegevens. 39Recycling. 48ORIGINELE EU-conformiteitsverklaring. 493.
Aanwijzingen voor het gebruik van deze handleiding:SymbolenAanwijzingen voor het gebruik van deze handleidingSymbolen GEVAARDit symbool wijst op gevaren voor het leven en de gezondheid van personen door hetontvlambare koudemiddel. Waarschuwing voor elektrische spanningDit symbool wijst op gevaren voor het leven en de gezondheid van personen door elektrischespanning. WAARSCHUWINGDit signaalwoord wijst op een gevaar met een middelmatige risicograad, dat indien nietvermeden de dood of zwaar letsel tot gevolg kan hebben. VOORZICHTIGDit signaalwoord wijst op een gevaar met een lage risicograad, dat indien niet vermedengering lof matig letsel tot gevolg kan hebben.LET OPHet signaalwoord wijst op belangrijke informatie (bijv.
op materiële schade), maar niet opgevaren.InfoAanwijzingen met dit symbool helpen u bij het snel en veilig uitvoeren van uwwerkzaamheden.Handleiding opvolgenAanwijzingen met dit symbool wijzen u erop dat de handleiding moet worden opgevolgd.Veiligheidsbril dragenAanwijzingen met dit symbool wijzen u erop dat de oogbescherming moet worden gebruikt.Veiligheidsmasker dragenAanwijzingen met dit symbool wijzen u erop dat een beschermmasker moet worden gebruikt.Beschermende handschoenen dragenAanwijzingen met dit symbool wijzen u erop dat veiligheidshandschoenen moeten wordengedragen.Voetbescherming dragenAanwijzingen met dit symbool wijzen u erop dat veiligheidsschoenen moeten wordengedragen.De actuele versie van deze handleiding kunt u downloaden via de volgende link:4
Veiligheid:VeiligheidLees deze handleiding vóór het in gebruik nemen / gebruik van het apparaat zorgvuldigen bewaar de handleiding altijd in de directe omgeving van de opstellocatie resp. bijhet apparaat. WAARSCHUWINGLees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies en aanwijzingen kunnen een elektrischeschok, brand en/of zwaar letsel veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor later gebruik. Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en bovendien door personen met verminderdegeestelijke, sensorische of mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en kennisworden gebruikt, als ze onder toezicht staan of m. b. t. het veilig gebruik van het apparaat zijngeïnstrueerd en de hierdoor ontstane gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogenniet door kinderen worden uitgevoerd zonder toezicht. • Gebruik het apparaat niet in ruimten of omgevingen met explosiegevaar en plaats hetdaar nooit. • Gebruik het apparaat niet in agressieve atmosferen. • Plaats het apparaat rechtop en stabiel op een horizontaal en vlakke ondergrond. • Drink nooit van het water-glycolmengsel. Het water-glycolmengsel vakkundig recyclen. • De tank uitsluitend vullen met het water-glycolmengsel. • Laat het apparaat na een vochtige reiniging drogen. Gebruik het niet in natte toestand. • Gebruik of bedien het apparaat niet met vochtige of natte handen. • Stel het apparaat niet bloot aan een gerichte waterstraal. • Steek nooit voorwerpen of ledematen in het apparaat. • Het apparaat niet afdekken tijdens bedrijf. • Ga niet op het apparaat zitten. • Het apparaat is geen speelgoed. Houd kinderen en dieren uit de buurt.
• Controleer voor elk gebruik van het apparaat de accessoires en aansluitonderdelenhiervan op mogelijke beschadigingen. Gebruik geen defecte apparaten ofapparaatonderdelen.
• Zorg dat alle elektrische kabels buiten het apparaat zijn beschermd tegenbeschadigingen (bijv. door dieren). Gebruik het apparaat nooit bij schade aan elektrischekabels of aan de netaansluiting. • De netaansluiting moet voldoen aan de gegevens in de technische bijlage. • Steek de netstekker in een volgens de voorschriften gezekerd stopcontact. • Bij het kiezen van verlengsnoeren de technische gegevens opvolgen. Het verlengsnoervolledig uitrollen. Voorkom elektrische overbelasting. • Voor aanvang van onderhouds-, verzorgings- of reparatiewerkzaamheden aan hetapparaat de stekker uit het stopcontact trekken. • Schakel het apparaat uit en verwijder het netsnoer uit het stopcontact als u het apparaatniet gebruikt. 6.
Veiligheid:nl• Gebruik het apparaat nooit als u schade aan de netstekker of het netsnoer constateert. Wordt het netsnoer van dit apparaat beschadigd, moet het door de fabrikant of deklantendienst hiervan of door een vergelijkbaar gekwalificeerde persoon wordenvervangen, zodat gevaren worden voorkomen. Defecte netsnoeren vormen een ernstig gevaar voor de gezondheid. • In het display is een back-up-batterij van het type CR2032 ingebouwd. • De back-up-batterij van het type CR2032 mag alleen door een elektromonteur wordenvervangen, resp. uit- en ingebouwd. • Er mogen geen oplaadbare batterijen in het apparaat worden ingebouwd. • Nooit batterijen opladen die niet oplaadbaar zijn. • Verschillende batterijtypen, evenals nieuwe en gebruikte batterijen mogen niet samenworden gebruikt. • Ontladen batterijen moeten worden uitgebouwd. Batterijen bevatten milieugevaarlijkestoffen.
De batterijen volgens de nationale voorschriften recyclen (zie hoofdstukrecycling). • Batterijen niet inslikken. Wordt een batterij ingeslikt, kan dit binnen 2uur zorgen voorernstige verbrandingen/bijtwonden. Het verbrandingsletsel kan tot de dood leiden. • Denkt u dat een batterij is ingeslikt of op een andere wijze in het lichaam is gekomen,bezoek dan direct een arts. • Houd nieuwe en gebruikte batterijen, evenals een geopend batterijvak, uit de buurt vankinderen. • Gebruik geen beschadigde batterijen. Beschadigde batterijen kunnen zichonvoorspelbaar gedragen en leiden tot brand, explosies of letselgevaar. • De batterijen niet blootstellen aan brand of te hoge temperaturen. Vuur oftemperaturen boven 75 °C kunnen een explosie veroorzaken. • Houd bij het opstellen van het apparaat rekening met de minimale afstanden t. o. v.
Houd alleveiligheidssymbolen, stickers en etiketten in een leesbare toestand. • Voor opslag of transport al het condens aftappen. Drink het niet. Er bestaat gevaar voorde gezondheid. • Transporteer het apparaat uitsluitend rechtop. Veiligheidsinstructies voor apparaten met brandbare koudemiddelen• Plaats het apparaat alleen in ruimten waar eventuele koudemiddelverliezen zich nietkunnen ophopen. Ongeventileerde ruimten waarin het apparaat wordt geïnstalleerd,gebruikt of opgeslagen, moeten dusdanig zijn gebouwd dat eventuelekoudemiddelverliezen zich niet kunnen ophopen. Zo wordt brand- of explosiegevaardoor ontsteking van het koudemiddel door elektrische kachels, fornuizen of andereontstekingsbronnen vermeden. • Plaats het apparaat alleen in ruimten waar geen ontstekingsbron (bijv. open vlammen,ingeschakeld gastoestel of een elektrische kachel) aanwezig is.
Veiligheid:Bedoeld gebruik• Installeer, bedien en bewaar het apparaat AC 7000 alleen in een ruimte met eenoppervlak van meer dan 4m2. • Het apparaat zo opslaan, dat geen mechanische schade kan ontstaan. • R454C heeft een laag GWP (Global Warming Potential) van 148 en een ODP (OzonDepletion Potential) van 0. • De maximale koudemiddelvulhoeveelheid in de technische gegevens aanhouden. • Niet in boren en geen branders gebruiken. • Gebruik geen voorwerpen voor het versnellen van het ontdooiproces, behalve degenendie door de fabrikant zijn toegestaan. De volgende werkzaamheden mogen alleen door servicepersoneel worden uitgevoerd:• Iedereen die aan het koudemiddelkringloop werkt, moet een vaardigheidsbewijs van eenbevoegde instantie kunnen tonen, die de competentie in de veilige omgang metkoudemiddelen op basis van een in de industrie bekende procedure aantoont.
• Servicewerkzaamheden mogen uitsluitend volgens de voorschriften van de fabrikantworden uitgevoerd. Is voor de onderhouds- en servicewerkzaamheden ondersteuningvan meer personen noodzakelijk, moet de persoon die geschoold is in de omgang metbrandbare koudemiddelen de werkzaamheden continu bewaken. • De gehele koudemiddelkringloop is een onderhoudsvrij, hermetisch gesloten systeem enmag alleen door gespecialiseerde bedrijven op het gebied van koel- en koudetechniek ofdoor de fabrikant worden onderhouden, resp. gerepareerd. Bedoeld gebruikGebruik het apparaat uitsluitend voor het koelen of circuleren van de ruimtelucht inbinnenruimten, volgens de technische gegevens. Elk ander gebruik dan het bedoeld gebruik is, geldt als verkeerd gebruik. Logisch voorspelbaar verkeerd gebruik• Plaats het apparaat niet op een natte resp. overstroomde ondergrond.
• Leg geen voorwerpen, zoals kledingstukken op het apparaat. • Gebruik de ruimte-eenheid niet in de buitenlucht. • Het apparaat nooit onderdompelen in water.
• Geen eigenhandige constructieve wijzigingen, evenals aan- of ombouwwerkzaamhedenaan het apparaat uitvoeren. Persoonlijke kwalificatiesPersonen die dit apparaat gebruiken moeten:• zich bewust zijn van de gevaren die bij werkzaamheden met en aan elektrische apparatenin vochtige omgeving ontstaan. • De handleiding, vooral het hoofdstuk veiligheid hebben gelezen en begrepen. Onderhoudswerkzaamheden waarvoor het openen van de behuizing noodzakelijk is, mogenuitsluitend door gespecialiseerde bedrijven op het gebied van koel- en koudetechniek of doorde fabrikant worden uitgevoerd. 8.
Veiligheid:Persoonlijke beschermingsuitrustingnlPersoonlijke beschermingsuitrustingVeiligheidsbril dragenBij inbedrijfstelling, onderhoudswerkzaamheden en het verhelpen van storingen eengeschikte veiligheidsbril dragen.Veiligheidsmasker dragenBij reinigings- en onderhoudswerkzaamheden een geschikt stofmasker dragen.Beschermende handschoenen dragenDraag bij inbedrijfstelling, onderhoudswerkzaamheden en het verhelpen van storingengeschikte veiligheidshandschoenen.Voetbescherming dragenDraag bij transport, inbedrijfstelling, onderhoudswerkzaamheden en het verhelpen vanstoringen geschikte veiligheidsschoenen.Veiligheidssymbolen en plaatjes op het apparaatLET OPVerwijder geen veiligheidssymbolen, stickers of etiketten van het apparaat.
Houd alleveiligheidssymbolen, stickers en etiketten in een leesbare toestand.De volgende veiligheidssymbolen en plaatjes zijn aangebracht op het apparaat:Handleiding opvolgenDit symbool wijst u erop dat de gebruiksaanwijzing moet worden opgevolgd.Reparatiehandleiding opvolgenRecycling-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan de koudemiddel-kringloop mogen alleen volgens de gegevens van de fabrikant en door perso-nen met een bevoegdheidscertificaat worden uitgevoerd. De betreffende repa-ratiehandleiding is op aanvraag verkrijgbaar bij de fabrikant.9
Veiligheid:RestgevarenRestgevaren GEVAARKoudemiddel R454CH221 – Ontvlambaar gas.H280 – Bevat gas onder druk; kan ontploffen bij verwarming.P210 – Verwijderd houden van warmte, hete oppervlakken, vonken, open vuur en andereontstekingsbronnen. Niet roken.P377 – Brand door lekkend gas: niet blussen, tenzij het lek veilig gedicht kan worden.P381 – In geval van lekkage alle ontstekingsbronnen wegnemen.P410 en P403 - Tegen zonlicht beschermen. Op een goed geventileerde plaats bewaren. Waarschuwing voor elektrische spanningWerkzaamheden aan elektrische onderdelen mogen alleen door een geautoriseerdgespecialiseerd bedrijf worden uitgevoerd!
Waarschuwing voor elektrische spanningVoor alle werkzaamheden aan het apparaat de netstekker uit het stopcontact verwijderen!Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte handen.De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken door de netstekker vast te pakken. WAARSCHUWINGVan dit apparaat kunnen gevaren uitgaan als het ondeskundig of niet volgens het bedoeldgebruik wordt gebruikt door niet geïnstrueerde personen! Zorg dat wordt voldaan aan depersoonlijke kwalificaties! WAARSCHUWINGHet apparaat is geen speelgoed en hoort niet in kinderhanden. WAARSCHUWINGVerstikkingsgevaar!Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren. Voor kinderen kan dit gevaarlijkspeelgoed zijn. GEVAARLaat het water-glycolmengsel nooit in de buurt van uw ogen komen! Komt het water-glycolmengsel in uw ogen, moet u ze onmiddellijk met schoon water uitspoelen!
Veiligheid:Gedrag bij noodgevallennlLET OPTransporteer en gebruik het apparaat altijd rechtop, om beschadigingen aan het apparaatte voorkomen. Het mag niet worden gekanteld of op de zijkant worden gelegd!LET OPGebruik het apparaat nooit zonder geplaatst luchtfilter! Zonder luchtfilter vervuild hetapparaat inwendig, hierdoor kan de capaciteit worden verminderd en het apparaat wordenbeschadigd.Gedrag bij noodgevallen1. Schakel het apparaat uit.2. Het apparaat scheiden van het stroomnet: De netstekker van het netsnoer uit hetstopcontact trekken door de netstekker vast te pakken.3. Sluit een defect apparaat niet opnieuw aan op de netaansluiting.11
Informatie over het apparaat:Beschrijving van het apparaatInformatie over het apparaatBeschrijving van het apparaatHet apparaat dient in eerste instantie voor ruimtekoeling en puntgerichte koeling. Bovendienbiedt het apparaat de mogelijkheid de ruimtelucht te circuleren. De bediening van het apparaat gebeurt via het bedieningspaneel op het apparaat. Het apparaat is een airconditioner met gescheiden koelcircuits. De koudemiddelkringloop vande ruimte-eenheid is hermetisch gesloten. Voor het afvoeren van de warmte wordt deze viaeen warmtewisselaar afgegeven aan het tweede koelcircuit. Een tweede circuit transporteerthet verwarmde water-glycolmengsel naar de buiteneenheid, voor het weer afkoelen hiervan.Het koudemiddel koelt de lucht die uit de ruimte komt en neemt hierbij de warmte op. De zogekoelde lucht wordt via de ventilator naar de opstelruimte geleid.
Informatie over het apparaat:Overzicht van het apparaatnlOverzicht van het apparaatRuimte-eenheid12435678910111213Buiteneenheid14161718192015Nr. Aanduiding1 Bedieningspaneel2 Transportgreep3 Netaansluiting4 Hoofdschakelaar5 Transportrollen6 Luchtinlaat met luchtfilter7 Aansluiting leiding naar de ruimte-eenheid (OUT)8 Aansluiting leiding naar de ruimte-eenheid (IN)9 Schroefdop tank10 Vulpeilindicatie11 Aansluiting voor condensafvoerslang12 Netaansluitkabel naar buiteneenheid13 Luchtuitlaat14 Ventilator15 Transportgreep16 Netaansluiting buiteneenheid17 Aansluiting leiding naar de buiteneenheid (OUT)18 Aansluiting leiding naar de buiteneenheid (IN)19 Aansluiting condensafvoerslang20 Ontluchtingsplug warmtedragervloeistof13
Transport en opslag:TransportTransport en opslagLET OPHet apparaat kan beschadigd raken als het niet correct wordt opgeslagen of getransporteerd. De informatie m. b. t. het transport en de opslag van het apparaat opvolgen. TransportVoetbescherming dragenDraag bij transport, inbedrijfstelling, onderhoudswerkzaamheden en het verhelpen vanstoringen geschikte veiligheidsschoenen. Houd er rekening mee dat er eventueel extra transportvoorschriften zijn voor apparaten metbrandbaar koudemiddel. De plaatsing van de uitrusting of het maximale aantalapparaatonderdelen, dat samen mag worden getransporteerd, staat in de te gebruikentransportvoorschriften. De ruimte-eenheid staat op vier bewegende transportrollen en kan door een persoon wordenverplaatst. Hiervoor kunnen de aan de zijkanten aangebrachte transportgrepen (2) wordengebruikt. Voor het optillen (bijv.
over drempels, randen) is een tweede persoon nodig. Gebruikin dit geval een palletwagen of een vorkheftruck. Vóór elk transport de volgende instructies opvolgen:• Het apparaat uitschakelen. • De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken door het vastpakken van denetstekker. • De verbinding tussen de ruimte-eenheid en de buiteneenheid loskoppelen. • Verwijder het resterende condens uit het apparaat. • De remmen van de transportrollen(5) loszetten. • Gebruik het netsnoer niet als trektouw. Tijdens het transport de volgende instructies opvolgen:• Transporteer het apparaat rechtop. • Het apparaat alleen over een vlak en glad oppervlak rollen. • Gebruik de aan de zijkant op de ruimte-eenheid aangebrachte transportgrepen (2) alleenvoor het rollen van het apparaat. Bij de het dragen van het apparaat hulp vragen van eentweede persoon.
Gebruik bovendien een palletwagen of een vorkheftruck. • Gebruik de transportgreep (15) op de buiteneenheid voor het dragen van het apparaat. De buiteneenheid kan worden gedragen door één persoon.
Transport en opslag:OpslagnlOpslagVóór elke opslag de volgende aanwijzingen opvolgen:• Verwijder de resterende condens uit het apparaat.• De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken door de stekker vast tepakken.Zorg voor de volgende opslagcondities als het apparaat niet wordt gebruikt:• Het apparaat alleen opslaan in een ruimte met een oppervlak van meer dan 4m2.• Bewaar het apparaat alleen in ruimten waar geen ontstekingsbron (bijv. open vlammen,ingeschakeld gastoestel of een elektrische kachel) aanwezig is.• Het apparaat droog en tegen vocht en hitte beschermd opslaan.• Het apparaat rechtopstaand opslaan op een locatie die beschermd is tegen stof endirect zonlicht.• Bescherm het apparaat indien nodig met een hoes tegen binnendringen van stof.• Plaats geen andere apparaten of voorwerpen op het apparaat, zodat beschadigingenaan het apparaat worden voorkomen.15
Montage en in gebruik nemen:LeveromvangMontage en in gebruik nemenLeveromvang• 1 x ruimte-eenheid• 1 x buiteneenheid• 1 x slangset standaard• 1 x verbindingskabel voor de elektrische verbinding van buiteneenheid en ruimte-eenheid• 1 x netsnoer met netaansluiting (voor ruimte-eenheid)• 1xhandleidingApparaat uitpakken1. Open de doos en het apparaat hieruit halen.2. Verwijder de verpakking volledig van het apparaat.3. Het netsnoer volledig afwikkelen. Controleer of het netsnoer niet is beschadigd enbeschadig het niet bij het afwikkelen.In gebruik nemenHoud bij het opstellen van het apparaat rekening met de minimale afstanden t.o.v.
wandenen voorwerpen, volgens hoofdstuk technische gegevens.ABCCDRuimte-eenheidopstellenHoud bij het opstellen van het apparaat rekening met het volgende:• Plaats het apparaat alleen in ruimtes waarin eventuele koudemiddelverliezen zich nietkunnen ophopen.• Plaats het apparaat alleen in ruimten waar geen ontstekingsbron (bijv. open vlammen,ingeschakeld gastoestel of een elektrische kachel) aanwezig is.• Controleer de toestand van het netsnoer, voordat het apparaat weer in gebruik wordtgenomen. Bij twijfel aan de probleemloze toestand hiervan, contact opnemen met deklantendienst.16
Montage en in gebruik nemen:In gebruik nemennl• Plaats het apparaat rechtop en stabiel op een horizontaal en vlakke ondergrond.• Controleer of de remmen van de transportrollen van de ruimte-eenheid (5) zijnvastgezet.• Voorkom struikelgevaar bij het leggen van het netsnoer, resp. andere elektrischesnoeren, vooral bij het opstellen van het apparaat middenin een ruimte. Gebruiksnoerbruggen.• Zorg dat verlengsnoeren volledig zijn uit-, resp.
afgerold.• Zorg dat de luchtinlaat en luchtuitlaten, evenals de aansluiting voor deafvoerluchtslang vrij zijn.• Zorg dat gordijnen of andere voorwerpen de luchtstroming niet hinderen.BuiteneenheidopstellenLET OPHoud er rekening mee dat de buiteneenheid aan de voorkant minimaal 3m afstand tot dedichtstbijzijnde wand of andere voorwerpen moet hebben.Houd bij het opstellen van het apparaat rekening met het volgende:• Plaats het apparaat rechtop en stabiel op een horizontale en vlakke ondergrond.• Zorg dat gordijnen of andere voorwerpen de luchtstroming niet hinderen.Luchtfilter plaatsenLET OPGebruik het apparaat nooit zonder geplaatst luchtfilter! Zonder luchtfilter vervuild hetapparaat inwendig, hierdoor kan de capaciteit worden verminderd en het apparaat wordenbeschadigd.1. De twee schroeven(22) links- en rechtsboven van het ventilatierooster bij deluchtinlaat(6) losdraaien.2.
Verwijder het ventilatierooster bij de luchtinlaat(6) en controleer of het luchtfilter(21)al is geplaatst.2122643. Mocht het luchtfilter(21) nog niet zijn geplaatst, plaats dan het luchtfilter(21) in defilterhouder en daarna in de hiervoor bedoelde uitsparing.4. Het ventilatierooster bij de luchtinlaat(6) weer plaatsen en het ventilatierooster links-en rechtsboven met de twee schroeven(22) vastschroeven.17
Montage en in gebruik nemen:In gebruik nemenRuimte-eenheiden buiteneenheidmet elkaarverbindenVeiligheidsbril dragenBeschermende handschoenen dragenLET OPZowel de ruimte-eenheid, als de buiteneenheid zijn uitgerust met Flat-Face-koppelingen. Ditmaakt het lekvrij koppelen, resp. loskoppelen met zeer weinig kracht mogelijk.LET OPWordt het apparaat op een gevoelige ondergrond opgesteld, bescherm deze dan tijdens hetinstalleren door de betreffende afdekkingen.Aansluitingen bijde buiteneenheidLET OPHoud er rekening mee dat de maximale lengte van de condensafvoerslang 30m is. Eenslangset wordt meegeleverd.LET OPHoud er rekening mee dat de maximale lengte van de aansluitkabel 30m is.161718192018
Montage en in gebruik nemen:In gebruik nemennlAansluitingen bij deruimte-eenheid789101112131. De meegeleverde condensafvoerslangen in de hiervoor bedoelde aansluiting van debuiteneenheid (19) en de aansluiting bij de ruimte-eenheid(11) steken.2. De andere uiteinden van de slangen naar een geschikte afvoer (bijv. een afvoerputje ofeen voldoende groot opvangreservoir) leiden. De condensafvoerslang mag niet wordengeknikt en mag niet stijgend worden gelegd naar de afvoer, omdat het condens andersniet kan weglopen.3. De buiteneenheid en de ruimte-eenheid met de verbindingskabel met dekabelaansluitingen (12 en 16) verbinden.4. De ruimte-eenheid en de buiteneenheid via de aansluitingen OUT en IN (aansluiting 17en aansluiting 8, evenals aansluiting 7 en aansluiting 18) met de meegeleverde slangsetverbinden.5. Controleer of in de tank(9) voldoende vloeistoffen aanwezig is.
Controleer ook hetglycolgehalte met een antivriestester volgens de technische gegevens en de tankindien nodig bijvullen met het water-glycol-mengsel.ð Laat het apparaat na het opstellen 2uur rusten, voordat u het weer inschakelt.Netsnoer aansluiten Waarschuwing voor elektrische spanningDe netstekker niet aanraken met vochtige of natte handen.De netstekker van het netsnoer in het stopcontact steken door het vastpakken van denetstekker.1. Het netsnoer in de netaansluiting(3) van de ruimte-eenheid steken.2. De netstekker in een volgens de voorschriften afgezekerd stopcontact steken.19
BedieningBedieningHet apparaat heeft na het opstellen 2 uur rechtop gestaan.Vermijd open deuren en ramen.ApparaatinschakelenNadat het apparaat klaar voor gebruik is opgesteld, zoals in het hoofdstuk in gebruik nemen isbeschreven, kan het worden ingeschakeld.Ga als volgt te werk, voor het inschakelen van het apparaat:1. De hoofdschakelaar(4) naar de stand I schakelen.ð Het bedieningspaneel gaat branden en het apparaat initialiseert zichzelf automatisch,intussen verschijnt het volgende scherm.ð Na 30 seconden verschijnt het hoofdbeeldscherm.19. Mar. 2024, 11:5017,8 °CGewenstewaardeVentilatorsnelheidKoelenVentilatieAutoWeekschemaTimerBedrijfsuren0Temperatuur24 / 17,82. Open de ontluchtingsplug (20) en laat de lucht indien nodig uit het systeem ontsnappen.3.
De ontluchtingsplug(20) weer vastdraaien.BasisinstellingenInfoDe weergegeven temperatuur in het midden van het hoofdbeeldscherm is de werkelijkewaarde (omgevingswaarde). Rechts op het hoofdbeeldscherm worden in het veldtemperatuur de ingestelde gewenste waarde en de actuele werkelijke waarde weergegeven.InfoOp het hoofdscherm op het symbool drukken, alle actuele en al uitgevoerde instellingenen waarschuwingsmeldingen worden weergegeven.Nieuwe meldingen worden direct naast het symbool met een gele punt weergegeven.InfoDrukt u op het hoofdscherm op het symbool , worden de gegevens van de fabrikantweergegeven. Hiermee kunt u contact opnemen met de klantendienst.20
BedieningnlInfoBepaalde invoer moet door drukken op het schakelvlak Opslaan of Terug wordengeactiveerd. Via het schakelvlak Terug, worden de instellingen alleen opgeslagen als hetschakelvlak Opslaan niet aanwezig is.Wordt het display een bepaalde tijd niet bediend, wordt het automatisch gedimd. Dit kuntu in het menu Instellingen deactiveren.InfoUitgevoerde instellingen, die niet met Opslaan of Terug zijn bevestigd, worden nietopgeslagen.Taal, datum en tijdinstellenGa als volgt te werk voor het instellen van de, taal, de dag en de tijd:1. Druk op het hoofdbeeldscherm op het symbool .ð Het display schakelt om naar het volgende submenu.WeekschemaTaalTijdinstellingTerugMenu2. Druk op het schakelvlak Taal.ð Het display schakelt om naar menu Taal.ð Er is al een taal voorgeselecteerd.3.
Druk op het schakelvlak voor de gewenste taal, voor het selecteren hiervan.ð U kunt de talen Duits, Engels, Frans, Spaans of Italiaans selecteren.ð Het schakelvlak Opslaan verschijnt.DuitsEngelsFransSpaansTaalOpslaanTerug4. Druk op het schakelvlak Opslaan, voor het bevestigen van de instelling.21
Bedieningð Het display schakelt om naar het volgende submenu.WeekschemaTaalTijdinstellingTerugMenu5. Druk op het schakelvlak Tijdinstellingen.ð Het display schakelt om naar menu Tijdinstellingen.29 Jul. 202415 24MaandagDagMaandJaarUurMinutenTijdinstellingTerugOpslaan6. Druk op het symbool (Waarde verlagen) of het symbool (Waarde verhogen), voor hetinstellen van dag, maand, jaar, uur en minuten.7. Druk op het schakelvlak Opslaan.ð De basisinstellingen zijn uitgevoerd.8. Drukt u op het schakelvlak Terug, komt u weer in het hoofdbeeldscherm.22
BedieningnlTemperatuur-instelling1. Druk op het schakelvlak Gewenste waarde.ð Het geselecteerde schakelvlak krijgt een grijze achtergrond.19. Mar. 2024, 11:50+ 21 °C -GewenstewaardeVentilatorsnelheidKoelenVentilatieAutoWeekschemaTimerBedrijfsuren0Temperatuur21 / 17,82. Druk op het schakelvlak- of +, voor het instellen van de gewenste waarde voor detemperatuur.ð Na korte tijd wordt de werkelijke waarde weer in het midden van het displayweergegeven. Gewenste en werkelijke waarde worden weer rechts in het veldtemperatuur weergegeven.19. Mar. 2024, 11:5017,8 °CGewenstewaardeVentilatorsnelheidKoelenVentilatieAutoWeekschemaTimerBedrijfsuren0Temperatuur21 / 17,8Ventilatorsnelheidinstellen1.
Druk op het hoofdbeeldscherm op het schakelvlak Ventilatorsnelheid.ð Het geselecteerde schakelvlak krijgt een grijze achtergrond.VentilatorsnelheidKoelenVentilatieAutoWeekschemaTimerBedrijfsuren0Temperatuur21 / 17,819. Mar. 2024, 11:50Gewenstewaarde2. Druk op het schakelvlakken- of +, voor het instellen van de gewensteventilatorsnelheid.ð De geactiveerde ventilatorsnelheid kan op de zwarte balk worden afgelezen. Elkebalk staat voor een ventilatorsnelheid.Niveau 1 komt overeen850 m³/h Niveau 4 komt overeen1150 m³/hNiveau 2 komt overeen950 m³/h Niveau 5 komt overeen1250 m³/hNiveau 3 komt overeen1050 m³/h Niveau 6 komt overeen1450 m³/h23
BedieningBedrijfsmodiinstellenHet apparaat heeft drie verschillende bedrijfsmodi: Koelen, ventilatie en automatisch bedrijf.Ga als volgt te werk, voor het instellen van de bedrijfsmodi:1. Druk op het hoofdbeeldscherm op het schakelvlak Koelen.ð Het geselecteerde schakelvlak krijgt een grijze achtergrond.ð Rechtsboven op het display verschijnt het symbool voor de bedrijfsmodus Koelen.19. Mar. 2024, 11:50GewenstewaardeVentilatorsnelheidVentilatieAutoWeekschemaTimerBedrijfsuren0Temperatuur21 / 17,817,8 °CKoelenð De lucht wordt afgekoeld tot de bij Gewenste waarde ingestelde temperatuur. Deeerder ingestelde ventilatorsnelheid wordt ook geactiveerd. Het apparaat schakeltnaar de standby-modus.2.
Druk op het hoofdbeeldscherm op het schakelvlak Ventilatie.ð Het geselecteerde schakelvlak krijgt een grijze achtergrond.ð Rechtsboven op het display verschijnt het symbool voor de bedrijfsmodus Ventilatie.19. Mar. 2024, 11:50GewenstewaardeVentilatorsnelheidKoelenVentilatieAutoWeekschemaTimerBedrijfsuren0Temperatuur21 / 17,817,8 °Cð De lucht wordt niet gekoeld, maar met de geselecteerde ventilatorsnelheidgecirculeerd. Hierbij is het watercircuit naar de buiteneenheid uitgeschakeld.3. Druk op het schakelvlak Auto.ð Het geselecteerde schakelvlak krijgt een grijze achtergrond.ð Rechtsboven op het display verschijnt het symbool voor automatisch bedrijf.19. Mar.
BedieningnlWeekschemainstellen1. Druk op het hoofdbeeldscherm op het symbool .ð Het display schakelt om naar het volgende submenu.WeekschemaTaalTijdinstellingTerugMenu2. Druk op het schakelvlak Weekschema.ð Het display schakelt om naar het submenu Weekschema.Nog geen weekschema aangemaakt.Klik op "Nieuw" in de menubalk hieronder, voor het maken van eentoevoeging aan het weekschema.TerugWissenNieuwBewerken3. Druk op het schakelvlak Nieuw, voor het aanmaken van een nieuw weekschema.ð Het display schakelt om naar het submenu Schakeltijd.WeekschemaVentilatorsnelheidGewenste waardeTijdMaandagNiveau 121 °C12:00AfbrekenOpslaanSchakeltijd4. Druk op het schakelvlak Weekschema.ð Het display schakelt om naar het menu Dag.-MaandagDinsdagWoensdagDonderdagVrijdagZaterdagZondagMaandagVrijdagAnnulerenDagModus selecteren5.
Druk op de gewenste weekdag, voor het activeren hiervan.ð Het schakelvlak krijgt een grijze achtergrond.6. Druk op het schakelvlak Modus selecteren, voor het bevestigen van de invoer.25
Bedieningð Het display schakelt weer om naar menu Schakeltijd.WeekschemaVentilatorsnelheidGewenste waardeTijdMaandagNiveau 121 °C12:00AfbrekenOpslaanSchakeltijd7. Druk op het schakelvlak Ventilatorsnelheid, voor het instellen van het gewenste niveau.ð Het display schakelt om naar het menu Ventilatorsnelheid.UitschakelenNiveau 1Niveau 2Niveau 3Niveau 4Niveau 5Niveau 6AutoVentilatorsnelheidAnnulerenSelecterenð Druk op het schakelvlak Niveau 1 - niveau 6 (activering van een ventilatorsnelheid), ophet schakelvlakAuto (activering van automatisch bedrijf) of op het schakelvlakUitschakelen (ventilatie is gedeactiveerd).ð Het geselecteerde schakelvlak krijgt een grijze achtergrond.8.
Druk op het schakelvlak Selecteren, voor het bevestigen van de invoer.ð Het display schakelt terug naar menu Schakeltijd.WeekschemaVentilatorsnelheidGewenste waardeTijdMaandagNiveau 121 °C12:00AfbrekenOpslaanSchakeltijd9. Druk op het schakelvlak Gewenste waarde.ð Het display schakelt om naar menu Gewenste waarde.AnnulerenSelecterenGewenste waardeWelke gewenste waarde moet worden ingesteld?- 21 °C +26
Bedieningnl10. Druk op het schakelvlak- of +, voor het instellen van de gewenste waarde voor detemperatuur.11. Druk op het schakelvlak Selecteren, voor het opslaan van de invoer.ð Het display schakelt terug naar menu Schakeltijd.WeekschemaVentilatorsnelheidGewenste waardeTijdMaandagNiveau 121 °C12:00AfbrekenOpslaanSchakeltijd12. Druk op het schakelvlak Tijd.ð Het display schakelt om naar menu Tijd.00 h30minWanneer moet het programma starten?AnnulerenSelecterenTijd13. Druk op het symbool (Waarde verlagen) of het symbool (Waarde verhogen), voorhet instellen van uren, minuten en seconden.14. Druk op het schakelvlak Selecteren, voor het bevestigen van de invoer.ð De bedrijfsmodus ventilatie met de ingestelde ventilatorsnelheid en hetautomatisch bedrijf starten op de ingestelde tijd.ð Het display schakelt terug naar menu Schakeltijd.15. Druk op het schakelvlak Opslaan.16.
BedieningVergrendelings-functieinschakelenMet de vergrendelingsfunctie kunt u verhinderen dat de toetsen op het bedieningspaneelworden gebruikt.Ga als volgt te werk voor het invoeren van een eigen PIN:1. Druk op het hoofdbeeldscherm op het symbool .ð Het display schakelt om naar het volgende submenu.WeekschemaTaalTijdinstellingTerugMenu2. Druk op het symbool (vooruit/achteruit).3. Druk op het schakelvlak Vergrendelingsinstellingen.TerugMenuDisplayhelderheidVergrendelingsinstellingenBluetooth-instellingenApparaatinformatieð Het display schakelt om naar het menu Vergrendelingsinstellingen.Kiosk-modusOpties kiosk-modusBij een geactiveerde kiosk-modus wordt deze altijd na 30 secondeningeschakeld. Hiervoor is het bedienen van apparaatfuncties niet nodig.VergrendelingsinstellingenTerug4.
Druk op het schakelvlak Kiosk-modus.ð Het display schakelt om naar het submenu voor het aanmaken van de PIN.5. Druk daarna op het lege schakelvlak en daarna in het volgende menu een 5-cijferige PINinstellen.6. Druk op het schakelvlak OK en daarna opnieuw op OK.ð De schermvergrendeling is geactiveerd en het apparaat kan niet meer wordenbediend.ð Op het hoofdbeeldscherm verschijnt het symbool rechtsonder in het display.28
BedieningnlVergrendelings-functie voorbepaalde functiesinschakelenGa als volgt te werk als u de PIN alleen voor bepaalde functies wilt activeren:1. Druk op het scherm Vergrendelingsinstellingen, op het schakelvlak Opties kiosk-modus.ð Het display voor invoer van de PIN verschijnt.2. Uw PIN invoeren.ð Het display schakelt om naar het menu Opties kiosk-modus.TerugVentilatorsnelheidTimerWeekschemaOpties kiosk-modus3. Druk op het gewenste schakelvlak, voor het activeren van de functie of instelling.ð Het geselecteerde schakelvlak krijgt een grijze achtergrond.TerugVentilatorsnelheidTimerWeekschemaOpties kiosk-modusOpslaan4.
Druk op het schakelvlak Opslaan, voor het activeren van de vergrendelingsfunctie voorde geselecteerde functie of instelling.ð De vergrendelingsfunctie blijft ook na het uit- en weer inschakelen van hetapparaat geactiveerd.InfoU kunt de vergrendelingsfunctie voor een functie weer opheffen, door op het geactiveerdeschakelvlak te drukken en daarna op het schakelvlak Opslaan te drukken.29
BedieningStandaardinstel-ling na eenstroomuitval her-stellenWordt de stroom na een stroomuitval weer ingeschakeld, is het apparaat na het inschakelenin de standby-modus en zijn de standaardinstellingen geselecteerd. Ga als volgt te werk voorhet weer activeren van de instellingen van voor de stroomuitval:1. Druk op het hoofdbeeldscherm op het symbool.ð Het display schakelt om naar het volgende submenu.WeekschemaTaalTijdinstellingTerugMenu2. Druk twee keer op het symbool (vooruit).TerugMenuInstellingen3. Druk op het schakelvlak Instellingen.ð Het display schakelt om naar het menu Instellingen.TerugDisplayhelderheid verlagen bij 30 seconden geen gebruikBedrijf na stroomuitval weer voortzettenVergrendel-PINVergrendel-PIN instellenInstellingenAlgemeen4.
Druk op het schakelvlak Bedrijf na stroomuitval voortzetten.TerugDisplayhelderheid verlagen bij 30 seconden geen gebruikBedrijf na stroomuitval weer voortzettenVergrendel-PINVergrendel-PIN instellenInstellingenAlgemeen5. Druk op het schakelvlak Terug, tot u weer terugkomt in het hoofdbeeldscherm.30
BedieningnlAutomatischontdooienLET OPProbeer nooit met gereedschap of andere voorwerpen het ijs van de buiteneenheid tekrabben of te kloppen, omdat de buiteneenheid dan kan worden beschadigd. Wacht tot deautomatische ontdooiing is voltooid. Wordt de ontdooiing niet volledig uitgevoerd(restijsvorming), neem contact op met de klantendienst.Bij lage omgevingstemperaturen kan de verdamper tijdens klimaatbeheersing bevriezen.Het apparaat zal met de heetgasinleiding een automatische ontdooiing uitvoeren. Op hetdisplay van het bedieningspaneel(1) wordt rechtsboven het symbool weergegeven enkrijgt het schakelvlak Koelen een grijze achtergrond. Het apparaat is in de ontdooimodus.Hierbij wordt heet koudemiddel in de bevroren verdamper geleid, zodat de oppervlakkenhiervan ontdooien.
Het automatisch ontdooien kan niet handmatig worden geactiveerd ofgedeactiveerd.De tijdsduur van het ontdooien kan variëren. De in het apparaat ingebouwde heetgas-ontdooiautomaat zal de ontdooicyclus met regelmatige tussenpozen zelfstandiginschakelen.Het apparaat tijdens het automatisch ontdooien niet uitschakelen. De netstekker niet uithet stopcontact trekken.Na het automatisch ontdooien draait het apparaat ca.90seconden, onafhankelijk van deomgevingstemperatuur en de gewenste ruimtetemperatuur, voor het circuleren van deruimtelucht.
Daarna werkt het apparaat weer verder met de ingestelde waarden.Buiten gebruikstellen Waarschuwing voor elektrische spanningRaak de netstekker niet aan met vochtige of natte handen.• Het apparaat uitschakelen, door de hoofdschakelaar(4) naar de stand 0 te schakelen.• De netstekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken door de stekker vast tepakken.• Reinig het apparaat volgens het hoofdstuk onderhoud.• Indien nodig het condensreservoir legen.• Het apparaat opslaan volgens het hoofdstuk transport en opslag.31
Defecten en storingennlDefecten en storingenHet apparaat is tijdens de productie meerdere keren op een goede werking getest. Mochtener desondanks storingen ontstaan, controleer het apparaat dan op basis van de volgendelijst. LET OPWacht na alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden minimaal 3 minuten. Schakel hetapparaat daarna weer in. Veiligheidsbril dragenBij inbedrijfstelling, onderhoudswerkzaamheden en het verhelpen van storingen eengeschikte veiligheidsbril dragen. Beschermende handschoenen dragenDraag bij inbedrijfstelling, onderhoudswerkzaamheden en het verhelpen van storingengeschikte veiligheidshandschoenen. Het apparaat startniet:• Controleer de netaansluiting. • Controleer het netsnoer en de stekker op beschadigingen. Constateert ubeschadigingen, probeer dan niet het apparaat weer in gebruik te nemen.
Is het netsnoer van dit apparaat beschadigd, dan moet dit door de fabrikant of diensklantendienst of door een vergelijkbaar gekwalificeerde persoon worden vervangen,zodat gevaren worden voorkomen. • Controleer de afzekering van de gebouwinstallatie. • De bedrijfstemperatuur in het hoofdstuk technische bijlage aanhouden. • Mocht het apparaat niet opstarten, laat dan een elektrische controle uitvoeren door eengespecialiseerd vakbedrijf of door de fabrikant. • Laat het apparaat na het uitschakelen enkele minuten afkoelen, voordat u het weerinschakelt. Het apparaat werktzonder of met eengereduceerdekoelcapaciteit:• Controleer of de bedrijfsmodus Koeling of automatisch bedrijf is ingesteld. • Controleer de luchtfilter(s) op vervuilingen. Luchtfilter(s) indien nodig reinigen, resp. vervangen. • Controleer de minimale afstanden t. o. v. wanden en objecten. Zet het apparaat evt.
verder in de ruimte. • Controleer de temperatuurinstellingen op het apparaat. Verlaag de ingesteldetemperatuur, als deze boven de ruimtetemperatuur ligt. Het apparaat maaktherrie, resp. trilt:• Controleer of het apparaat rechtop en stabiel staat.
Condens lekt uit deruimte-eenheid:• Controleer het apparaat op lekkages. De compressor startniet:• Controleer of de oververhittingsbeveiliging van de compressor is geactiveerd. Scheidhet apparaat van het stroomnet en laat het ca. 10 minuten afkoelen voordat het weeraansluit op het stroomnet. • De compressor start evt. met 3 minuten vertraging, omdat deze een interne beveiligingheeft tegen directe herinschakeling. 33.
Defecten en storingenHet apparaatwordt zeer heet,maakt herrie,resp. verliestcapaciteit:• Controleer de luchtinlaten en het luchtfilter op vervuilingen. Verwijder uitwendigevervuilingen.• Controleer het apparaat uitwendig op vervuilingen (zie hoofdstuk onderhoud). Laat eeninwendig vervuild apparaat reinigen door een gespecialiseerd bedrijf op het gebied vankoel- en koudetechniek of door de fabrikant.Werkt hetapparaat na dezecontroles nog nietprobleemloos:• Neem contact op met de klantenservice. Breng het apparaat indien nodig voor reparatienaar een gespecialiseerd bedrijf op het gebied van koel- en koudetechniek of naar defabrikant.34
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Dantherm AC 7000 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden