Danfoss DHP-L Opti Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Danfoss DHP-L Opti (31 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Danfoss DHP-L Opti of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Danfoss |
| Categorie: | Warmtepomp |
| Model: | DHP-L Opti |
Handleiding Danfoss DHP-L Opti – volledige tekst
1 Voorwoord Als u een warmtepomp van Danfoss koopt, investeert u in eenbetere toekomst. Een Danfoss warmtepomp wordt geclassificeerd als een hernieuwbareenergiebron en dat houdt in dat deze goed voor ons milieu is. De warm-tepomp is een veilige en makkelijke oplossing die u tegen lage kostenwarmte, warm water en in bepaalde gevallen ook koeling voor hethuishouden geeft. Wij danken u voor het vertrouwen dat u in ons heeft door een warmte-pomp van Danfoss te kopen. Wij hopen dat u er vele jaren plezier vanzult hebben. Met vriendelijke groet,Danfoss Heat Pumps Gebruikershandleiding VUBMA910 – 3
2 VeiligheidsvoorschriftenGEVAAR! De voorkant van de warmtepomp mag uitsluitenddoor een erkende servicemonteur worden geopend.Voorzichtig! Dit product mag niet worden gebruikt doorpersonen (waaronder kinderen) met verminderde fysieke,sensorische of mentale vermogens of gebrekkige kennis ofervaring, tenzij onder supervisie van of geïnformeerd over defuncties van het product door een veiligheidsfunctionaris.Let op! Zorg ervoor dat er geen kinderen met het productspelen.De installatie kan worden beschouwd als zijnde onderhoudsvrij, maarenig toezicht is wel noodzakelijk.Voordat u de instellingen van de regelaar verandert, moet u eerstnagaan wat deze veranderingen inhouden.Neem voor eventuele servicewerkzaamheden contact op met uw instal-lateur.2.1 Installatie en onderhoudGEVAAR!
GEVAAR! Alleen erkende koeltechnici mogen werkzaamhedenverrichten aan het koudemiddelcircuit.2.2 Aanpassingen aan het systeemAlleen erkende installateurs mogen aanpassingen uitvoeren aan de vol-gende onderdelen:•Warmtepompeenheid•Leidingen voor koudemiddel, brine, water en stroom•VeiligheidsklepHet is niet toegestaan om bouwtechnische installaties uit te voeren dievan invloed kunnen zijn op de betrouwbaarheid van de warmtepomp.2.3 VeiligheidsklepDe volgende veiligheidsvoorschriften hebben betrekking op de veiligh-eidsklep van het warmwatercircuit met bijbehorende overstortleiding:•Blokkeer nooit de verbinding met de overstortleiding van de vei-ligheidsklep.•Water zet uit als het opwarmt. Hierdoor komt er wat water uit hetsysteem via de overstortleiding. Het water dat uit de overstortleid-ing komt, kan heet zijn!
3 Over uw warmtepompDe warmtepomp is een complete warmtepompinstallatie voor ver-warming en warm water. Bepaalde modellen hebben een ingebouwdeboiler. Met behulp van de TWS-techniek (Tap Water Stratificator) wordteen efficiëntere warmteoverdracht gerealiseerd en een effectieve strati-ficatie van het water in de boiler.De warmtepomp is voorzien van regelapparatuur die via een bediening-spaneel wordt bediend.Warmte wordt afgegeven aan het huis met behulp van een watergedra-gen verwarmingssysteem.
De warmtepomp levert een zo groot moge-lijk deel van de warmtevraag voordat de bijverwarming ter ondersteun-ing wordt ingeschakeld.De warmtepompinstallatie bestaat uit vijf basiseenheden: 34512 Legenda1 Warmtepompeenheid met compressor,warmtewisselaar, circulatiepompen voorbrine- en verwarmingssystemen, kleppen enveiligheidsuitrusting.2 Boiler3 Driewegklep of shuntklep die het opge-warmde water doorsluist naar het verwar-mingssysteem van het huis of naar de boiler,afhankelijk van de vraag of er warmte ofwarm water geproduceerd moet worden.4 Bijverwarming met een elektrisch verwar-mingselement gemonteerd op de aanvoer-leiding van het verwarmingssysteem.5 RegelsystemenBuitengedeelte en ontdooifunctieGeldt voor de DHP-A. 6 – Gebruikershandleiding VUBMA910
De DHP-A is voorzien van een buitengedeelte dat de energie in de bui-tenlucht benut tot een minimumtemperatuur van -20°C. Het buitenge-deelte heeft een batterij waarmee de brinevloeistof gratis energie uit debuitenlucht haalt. Tijdens bedrijf wordt de batterij gekoeld door deenergie-uitwisseling terwijl tegelijkertijd de luchtvochtigheid ervoorzorgt dat deze met vorst wordt bedekt. De DHP-A heeft een automatis-che functie om de batterij te ontdooien met de geproduceerde warmte-energie. Indien nodig start de ontdooiprocedure. Dit houdt het vol-gende in:•De ontdooiprocedure start wanneer de temperatuur van de brinev-loeistof de ingestelde grenswaarde voor ontdooien bereikt. •De compressor wordt stopgezet, zodat de ontdooiprocedure decompressor niet onnodig belast. De compressor wordt echter nietstopgezet wanneer deze warm water produceert, omdat de boilerwordt afgekoeld bij ontdooien.
De ventilator van het buitenge-deelte wordt bij ontdooien stopgezet om het ontdooien sneller telaten verlopen. •De shuntklep in de warmtepomp gaat open, zodat de warme bri-nevloeistof vanuit de ontdooitank wordt vermengd met de koudebrinevloeistof die circuleert in het buitengedeelte. Het mengselheeft een temperatuur van ongeveer 15°C. •De brinevloeistof van 15 graden laat het aangevroren vocht op debatterij smelten terwijl de vloeistof flink wordt afgekoeld. •Als de brinevloeistof niet langer wordt afgekoeld naar temperatu-ren onder 11°C is de batterij voldoende ontdooid. •De shuntklep sluit de toevoer van warme brinevloeistof vanuit deontdooitank af. •Er wordt weer overgeschakeld op normaal bedrijf. ToerentalregelingGeldt voor bepaalde warmtepompmodellen.
Om een warmtepomp zo effectief mogelijk te kunnen laten werken, zijnzowel voor het verwarmingssysteem als voor het brinecircuit optimaleomstandigheden vereist. Het temperatuurverschil tussen de aanvoer-leiding en retourleiding van het verwarmingssysteem moet continu bin-nen het interval van 7–10°C liggen.
Een warmtepomp met circulatiepompen met toerentalregeling zorgt ervoortdurend voor dat deze temperatuurverschillen in stand wordengehouden. Regelapparatuur registreert of het evenwicht aan het ver-schuiven is en zal naar behoefte de snelheid van de circulatiepompenopvoeren of verlagen. HGW-techniekGeldt voor bepaalde warmtepompmodellen.De HGW-techniek is een nieuwe en unieke methode voor warmwater-productie.Terwijl het water wordt opgewarmd voor het verwarmingssysteem vanhet huis loopt er een klein gedeelte via een extra heetgaswisselaar diehet water opwarmt voordat het de boiler ingaat. Een shuntklep regeltde flow tussen warm water en verwarmingssysteem.Bij warmteproductie zorgt de shunt voor een bepaalde flow via de heet-gaswisselaar naar de boiler.
De flow door de shunt wordt voortdurendgeregeld door de regeling van de warmtepomp en wel door het verstu-ren van openings- of sluitingspulsen naar de shunt. BoilerDe Danfoss warmtepompen DHP-H en DHP-C worden geleverd met eeningebouwde boiler van 180 liter. Ze zijn voorzien van een TWS-spoel die 8 – Gebruikershandleiding VUBMA910
zorgt voor een efficiëntere warmteoverdracht en stratificatie van hetwater in de boiler.12345786Legenda1 Warmtapwater2 Piektemperatuursensor3 Boiler4 TWS-spoel5 Starttemperatuursensor6 Aanvoerleiding naar TWS-spoel7 Retourleiding vanaf TWS-spoel8 Koudwaterleiding De warmwaterproductie heeft een hogere prioriteit dan de warmtepro-ductie.De temperatuur van het warme water kan niet worden afgesteld. Nor-maal gesproken wordt de warmwaterproductie niet stopgezet bij eenbepaalde temperatuur maar als de bedrijfspressostaat zijn maximalewerkdruk heeft bereikt, overeenkomend met een warmwatertempera-tuur van circa 50-55°C.Met een regelmatig tijdsinterval ertussen wordt het water in de boilerextra sterk opgewarmd met de ingebouwde bijverwarming om bacter-ievorming te voorkomen, een zogenaamde anti-legionellafunctie.
Het affabriek ingestelde tijdsinterval bedraagt zeven dagen (kan worden aan-gepast). Als de anti-legionellafunctie actief is, produceert de warmte-pomp warm water tot de temperatuur voor de starttemperatuursensor(5) 60°C is.In het menu TEMPERATUUR van het regelsysteem wordt een aantalgemeten en berekende temperaturen weergegeven voor het warmewater en de aanvoerleiding. Daar wordt de actuele temperatuur aan-gegeven voor de piektemperatuursensor (2) en tevens welke tempera-tuur de aanvoerleiding heeft bij warmte- en warmwaterproductie. Detemperatuur van de aanvoerleiding ligt vaak hoger dan de maximaaltoegestane warmwatertemperatuur, maar dat is normaal bij de produc-tie van warm water. Gebruikershandleiding VUBMA910 – 9
De boilers voor de DHP-A wijken af van de andere warmtepompen doorde functie voor het ontdooien van het buitengedeelte. BijverwarmingAls de warmtebehoefte groter is dan de compressorcapaciteit van dewarmtepomp, wordt in de bedrijfsmodus AUTO automatisch de bijver-warming ingeschakeld. De bijverwarming bestaat uit een elektrisch ver-warmingselement op de aanvoerleiding met twee verschillende vermo-gens, BIJVERW. 1 en BIJVERW. 2 en met vermogensregeling in drie stap-pen. De DHP-A heeft drie vermogens, BIJVERW. 1, BIJVERW. 2 en BIJ-VERW. 3 en heeft vermogensregeling in vijf stappen.Tabel 1. Vermogensstappen van de bijverwarming in kWDHP-H, DHP-L, DHP-C DHP-A230V 400V 230V 400VStap 1 1,5 3 1,5 3Stap 2 3 6 3 6Stap 3 4,5 9 4,5 9Stap 4 12Stap 5 15Stap +4 12Stap +5 15De twee vermogensstappen, stap 4 en stap 5 voor de DHP-A, kunnenniet worden ingeschakeld zolang de compressor in bedrijf is.
De bijver-warmingsstappen +4 en +5 kunnen worden ingeschakeld terwijl decompressor loopt en mogen alleen worden geselecteerd op voor-waarde dat in het pand waar de warmtepomp geïnstalleerd is de warm-tevraag groot is en de elektrische installatie van het pand is aangepastvoor een hoog stroomverbruik.Bij eventuele alarmen wordt de bijverwarming automatisch ingescha-keld, op voorwaarde dat de bedrijfsmodus AUTO is geselecteerd en datminimaal één bijverwarmingsstap is toegestaan. 10 – Gebruikershandleiding VUBMA910
4 RegelsysteemDe warmtepomp heeft een ingebouwd regelsysteem dat wordtgebruikt om automatisch de warmtevraag te berekenen in het huiswaar de warmtepomp is geïnstalleerd en om te controleren of de juistehoeveelheid warmte wordt geproduceerd en afgegeven wanneer datnodig is.Het regelsysteem wordt bediend met behulp van een toetsenpaneel eninformatie wordt in een display en met een indicator getoond.Let op! De informatie in het display en de menu's varieert,afhankelijk van het warmtepompmodel en de aangeslotenaccessoires. 213KAMERGEEN WARMTEVRAAG AUTO20°CBEDRIJF1. Toetsenpaneel2. Indicator3. Display4.1 Toetsenpaneel+ Het plusteken wordt gebruikt om omhoog te scrollen in een menu enom de waarden te verhogen.- Het minteken wordt gebruikt om omlaag te scrollen in een menu enom de waarden te verlagen.> De rechterpijl wordt gebruikt om een waarde te selecteren of eenmenu te openen.
< De linkerpijl wordt gebruikt om te annuleren of om een menu te ver-laten.4.2 IndicatorDe indicator onderaan op het bedieningspaneel kan drie standen aang-even:•Geen licht, betekent dat er geen spanning op de warmtepompstaat.•Constant groen licht, betekent dat er spanning op de warmtepompstaat en dat deze gereed is voor de productie van warmte of warmwater.•Knipperend groen licht, betekent dat er een alarm actief is.4.3 DisplayDe display geeft informatie weer over de werking, status en eventuelealarmmeldingen van de warmtepomp.Symbolen die de status van de warmtepomp tonen:Symbool BetekenisWP Geeft aan dat de compressor in bedrijf is.BLIKSEM Geeft aan dat de bijverwarming in bedrijf is.
Het cijfergeeft aan welke bijverwarmingsstap er geactiveerd is.HUIS Geeft aan dat de warmtepomp warmte produceert voorhet verwarmingssysteem.KRAAN Geeft aan dat de warmtepomp warmte produceert voorde boiler.F FLOWSEN-SOR Een F geeft aan dat de flowsensor geïnstalleerd is.KLOK Geeft aan dat de functie voor kostenbeheersing (kamer-verlaging) actief is.TANK Geeft het warmwaterniveau in de boiler aan. Als er warmwater wordt geproduceerd voor de boiler, wordt dit aan-gegeven met een knipperend tank-pictogram. Een blik-sem bij het symbool geeft doorverwarming aan (anti-legionellafunctie). 12 – Gebruikershandleiding VUBMA910
Symbool BetekenisVIERKANT Geeft aan dat de bedrijfspressostaat is geactiveerd of datde temperatuur van de drukleiding de maximale temper-atuur heeft bereikt.ONTDOOI-PERIODE Wordt weergegeven wanneer ontdooien is geactiveerd(geldt voor de DHP-A).VENTILATOR Wordt weergegeven wanneer de ventilator is geacti-veerd (geldt voor de DHP-A).L = Lage snelheid, H = Hoge snelheidKOELING Wordt weergegeven als er koeling wordt geproduceerd.A = Actieve koeling.De volgende bedrijfsinformatie kan worden getoond:Melding BetekenisKAMER Geeft de ingestelde KAMER-waarde weer. Standaard-waarde: 20°C.Indien de optionele kamersensor is geïnstalleerd, geeftdeze de werkelijke temperatuur en de gewenste bin-nentemperatuur tussen haakjes weer.START Geeft aan dat er warmte- of warmwaterproductie nodigis en dat de warmtepomp gaat starten.EVU-STOP Geeft aan dat de extra functie EVU actief is.
Melding BetekenisKOELING Wordt weergegeven als er passief koeling wordt gepro-duceerd.ACTIEVE KOELING Wordt weergegeven als er actief koeling wordt gepro-duceerd.ONTDOOIPERIODEX(Y) Wordt weergegeven wanneer ontdooien actief is. Xgeeft de actuele gerealiseerde temperatuur aan. Y geeftaan bij welke temperatuur het ontdooien klaar is (geldtvoor de DHP-A).4.4 HoofdmenuHet displaymenu INFORMATIE wordt gebruikt om de functies van dewarmtepomp in en af te stellen en wordt geopend door op een linker-of rechterknop te drukken. Het menu ziet er als volgt uit:INFORMATIEBEDRIJFWARMSTOOKLIJNTEMPERATUURBEDRIJFSTIJDONTDOOIPERIODE21341. Submenu's2. Terug3. Cursor4. Als er een pijl wordt getoond,zijn er meer submenu's, gaomlaagDruk op de knoppen + en - om de cursor tussen de submenu's te ver-plaatsen. Druk op de rechterknop om een submenu te kiezen. Druk opde linkerknop om terug te gaan in het menu.
5 Instellingen en afstellingenBij de installatie voert een erkende installateur een basisinstelling uitvan de warmtepomp. Hieronder wordt een aantal instellingen en afstel-lingen beschreven, die u zelf kunt uitvoeren.Let op! Voordat u de instellingen van de regelaar verandert,moet u eerst nagaan wat deze veranderingen inhouden. Noteerook de basisinstelling.5.1 Instellen van bedrijfsmodus BEDRIJFWARMTEPOMPBIJVERWARM.WARMWATERAUTO1. Open het submenu BEDRIJF in hetmenu INSTALLATIE. Het sterretje toontde huidige keuze2. Markeer de nieuwe stand met behulpvan de knop + of -.3. Druk één keer op de rechterknop omde keuze te bevestigen.4. Druk twee keer op de linkerknop.U kunt uit de volgende bedrijfsmodi kiezen:Bedrijfsmodus Betekenis (UIT) De installatie is volledig uitgeschakeld.
Deze moduswordt ook gebruikt om bepaalde alarmmeldingen te bev-estigen.AUTO De warmtepomp en de bijverwarming worden automa-tisch geregeld door het regelsysteem.WARMTEPOMP Het regelsysteem wordt dusdanig ingesteld dat alleen dewarmtepompeenheid (compressor) mag werken. In dezebedrijfsmodus wordt doorverwarming (anti-legionella-functie) van het warm water niet uitgevoerd, omdat ergeen bijverwarming mag worden gebruikt. Gebruikershandleiding VUBMA910 – 15
Bedrijfsmodus BetekenisBIJVERWARM. Het regelsysteem laat alleen de bijverwarming werken.WARMWATER In deze modus produceert de warmtepomp alleen warmwater. Er gaat geen warmte naar het verwarmingssys-teem.Voorzichtig! Als de bedrijfsmodus UIT of WARMWATER voorlangere periodes wordt gebruikt tijdens de winter, moet hetwater van het verwarmingssysteem in de installatie wordenafgetapt, omdat er anders vorstschade kan ontstaan.5.2 Binnentemperatuur afstellenDe binnentemperatuur wordt afgesteld door de warmstooklijn van dewarmtepomp te wijzigen. De warmstooklijn is het instrument van hetregelsysteem om de aanvoertemperatuur te berekenen voor het waterdat naar het verwarmingssysteem wordt getransporteerd. De warm-stooklijn is een grafiek die de buitentemperatuur vergelijkt met de aan-voertemperatuur. Hoe kouder de buitentemperatuur, hoe meer warmteer aan het verwarmingssysteem wordt geleverd.
De warmstooklijnwordt tijdens de installatie afgesteld. Deze moet echter later worden bij-gesteld om te zorgen voor een aangename binnentemperatuur onderalle weersomstandigheden. Een correct ingestelde warmstooklijn zorgtvoor een beperking van het onderhoud en bespaart energie.Er zijn twee manieren om de warmstooklijn af te stellen: in het submenuWARMSTOOKLIJN en met de KAMER-waarde. WARMSTOOKLIJN afstellenHieronder wordt een typische warmstooklijn getoond. Bij een buiten-temperatuur van 0°C moet de aanvoertemperatuur 40°C zijn. Bij eenkoudere buitentemperatuur dan 0°C wordt er warmer aanvoerwaterdan 40°C naar de radiatoren gestuurd en bij een warmere buitentem-peratuur dan 0°C wordt er koeler aanvoerwater dan 40°C gestuurd. Als ude "STOOKLIJN"-waarde verhoogt, wordt de warmstooklijn steiler enwanneer u deze verlaagt, wordt de warmstooklijn vlakker. 16 – Gebruikershandleiding VUBMA910
Deze manier van instellen van de binnentemperatuur moet wordengebruikt om een langetermijntemperatuur in te stellen, aangezien datde meest energiezuinige en kostenbesparende manier is.42 0 0 -2 02 44 05 6 23151. Aanvoertemperatuur (°C)2. Maximale instelwaarde3. Buitentemperatuur (°C)4. 0℃5. Ingestelde waarde (stand-aard 40°C)De volgende parameters kunnen worden afgesteld:Parameter BeschrijvingSTOOKLIJN Als u de STOOKLIJN-waarde verhoogt, wordt de warmstooklijnsteiler en wanneer u deze verlaagt, wordt de warmstooklijnvlakker.
Verhogen voor een warmere binnentemperatuur, ver-lagen voor een lagere temperatuur.MIN De laagste instelwaarde voor de aanvoertemperatuur.MAX De hoogste instelwaarde voor de aanvoertemperatuur.STOOKLIJN 5 Voor het afstellen van de warmstooklijn bij een buitentemper-atuur van +5°CSTOOKLIJN 0 Voor het afstellen van de warmstooklijn bij een buitentemper-atuur van 0℃ Gebruikershandleiding VUBMA910 – 17
Parameter BeschrijvingSTOOKLIJN -5 Voor het afstellen van de warmstooklijn bij een buitentemper-atuur van -5℃WARMTE-STOP De functie die alle warmteproductie stopt als de buitentemper-atuur gelijk is aan of hoger is dan de ingestelde waarde voor dewarmtestop.Let op! Een hoge temperatuur in een vloerverwarmingssysteemkan een parketvloer beschadigen.Stel de warmstooklijn in het submenu WARMSTOOKLIJN als volgt af:WARMSTOOKLIJNSTOOKLIJNMINMAXSTOOKLIJN 5STOOKLIJN -5STOOKLIJN 0WARMTESTOP40˚C22˚C70˚C0˚C0˚C0˚C17˚C1. Open het submenu WARMSTOOKLIJN in hetmenu INFORMATIE2. Kies de gewenste parameter met de knop +of -.3. Open de parameter door één keer op derechterknop te drukken.4. Verhoog of verlaag de waarde met de knop+ of -.5. Druk drie keer op de linkerknop. KAMER-waarde afstellenDe warmstooklijn en daarmee de binnentemperatuur kunnen ook wor-den beïnvloed door de "KAMER"-waarde te wijzigen.
Als de “KAMER”-waarde wordt gebruikt om de warmstooklijn van het systeem te beïnv-loeden, wordt de warmstooklijn niet steiler of vlakker zoals wanneer de“STOOKLIJN”-waarde wordt gewijzigd. In plaats daarvan wordt degehele warmstooklijn parallel met 3°C verschoven voor iedere graad datde “KAMER”-waarde wordt gewijzigd.Let op! Stel de KAMER-waarde alleen af bij een tijdelijkeverhoging of verlaging van de binnentemperatuur.Wijzig de KAMER-waarde als volgt: 18 – Gebruikershandleiding VUBMA910
1. Druk één keer op de knop + of - om de KAMER-waarde voor wijzi-gen te openen.2. Verhoog of verlaag de KAMER-waarde met behulp van de knop-pen + of - om de binnentemperatuur te wijzigen.3. Wacht 10 seconden of druk één keer op de linkerknop om hetmenu te verlaten.5.3 Aflezen van temperaturen TEMPERATUURBUITENKAMERAANV.LEIDINGRETOURLEIDINGINTEGRAALWARMWATERBRINE VAN0˚C20˚C38(70)˚C34(48)˚C52˚C-660-7˚CTussen haakjes worden de instelwaarde voor deaanvoerleiding en de max-waarde voor de retour-leiding getoond. De max-waarde geeft aan bijwelke temperatuur de compressor wordt stopge-zet. In dit menu kunnen geen waarden wordengewijzigd.Hier worden de verschillende temperaturen getoond, die de installatieheeft.
Alle temperaturen worden 100 minuten terug in de tijd opgesla-gen, zodat ze ook in de vorm van grafieken kunnen worden weergeg-even.Als voor KAMER 20°C wordt aangegeven, heeft dat geen gevolgen voorde stooklijn. Als KAMER hoger of lager is, wordt aangegeven dat destooklijn omhoog of omlaag is verschoven.5.4 Aflezen van bedrijfstijd BEDRIJFSTIJDWARMTEPOMPBIJVERW. 1BIJVERW. 2WARMWATER0H0H0H0HWARMTEPOMP toont de totale tijd in uren die de warmtepomp sinds deinstallatie in bedrijf is geweest.BIJVERW. 1 en 2 hebben betrekking op de vermogensstappen 3 kW en 6kW van de bijverwarming. Gebruikershandleiding VUBMA910 – 19
WARMWATER maakt deel uit van de totaaltijd WARMTEPOMP en geeftde uren aan die de warmwaterproductie sinds de installatie in bedrijf isgeweest.5.5 Handmatig ontdooien, buitengedeelteAls het nodig is om de warmtepomp te ontdooien, kunt u in de regelaarhandmatig een ontdooiprocedure uitvoeren.Zo kunt u handmatig ontdooien:1. Druk één keer op de rechter- of linkerknop om het menu INFOR-MATIE te openen. De cursor staat bij de menu-optie BEDRIJF.2. Druk op de omlaag-knop om de cursor te verplaatsen naar demenu-optie ONTDOOIPERIODE.3. Open het menu door één keer op de rechterknop te drukken.4. Druk op de omlaag-knop om de cursor te verplaatsen naar demenu-optie MANUEEL ONTD.5. Druk één keer op de rechterknop.6. Druk één keer op de omhoog-knop om het ontdooien te starten.7. Druk drie keer op de linkerknop om het menu te verlaten. 20 – Gebruikershandleiding VUBMA910
6 Regelmatige controles6.1 Werking controlerenBij normaal bedrijf brandt de alarmindicator constant groen om aan tegevendat alles in orde is. Bij een alarm knippert deze groen en wordt tegelij-kertijd een tekstbericht op het displayscherm weergegeven.ALARMFOUT LAGE DRUKControleer regelmatig de alarmindica-tor om zeker te weten dat de installa-tie naar behoren functioneert. Bij eenalarm zal de warmtepomp indienmogelijk warmte afgeven aan hethuis, primair met de compressor ensecundair met bijverwarming. Dewarmwaterproductie zal stoppen omaan te geven dat er iets is gebeurd dataandacht vereist.Een alarm wordt op het displayscherm aangegeven met de tekst ALARMen een alarmmelding. Mogelijke alarmmeldingen zijn:Melding BetekenisFOUT HOGE DRUK Het verwarmingscircuit is het hogedrukcircuit van dewarmtepomp.Controleer het niveau van het circuit en verhelp indiennodig zoals hieronder.
Reset het alarm zoals hieronderFOUT LAGE DRUK Het brinecircuit is het lagedrukcircuit van de warmte-pomp. Controleer het niveau van het circuit zoals hier-onder. Neem contact op met de servicemonteur. Gebruikershandleiding VUBMA910 – 21
Melding BetekenisFOUT FASESEQ. Kan worden weergegeven in verband met storingen in hetelektrische net, bijvoorbeeld na een tijdelijke stroomon-derbreking.Reset het alarm zoals hieronder. Indien nodig de spanningenkele minuten uitschakelen.Andere alarm-melding Reset het alarm zoals hieronder. Als het alarm blijft bes-taan, moet u contact opnemen met de servicemonteur.Alarm resettenAlarmmeldingen die niet automatisch worden gereset, moeten wordenbevestigd. Bevestig het alarm door de warmtepomp in de bedrijfsmo-dus OFF te zetten en vervolgens weer in de gewenste bedrijfsmodus.6.2 Waterniveau van verwarmingscircuit controlerenDe systeemdruk van de installatie moet één keer per maand wordengecontroleerd. De externe manometer moet een waarde aangeven tus-sen 1-1,5 bar.
Als de waarde lager is dan 0,8 bar wanneer het water inhet verwarmingssysteem koud is, moet er water worden bijgevuld(geldt bij gesloten expansievat). Voor het bijvullen van het verwar-mingssysteem kunt u gewoon kraanwater gebruiken. In uitzonderlijkesituaties kan de waterkwaliteit ongeschikt zijn voor het bijvullen van hetverwarmingssysteem (bijtend of kalkhoudend water). Neem bij twijfelcontact op met uw installateur.Let op! Gebruik geen additieven voor waterbehandeling in hetwater voor het verwarmingssysteem!Let op! Het gesloten expansievat bevat een met lucht gevuldebel die variaties in het volume van het verwarmingssysteemopvangt. De lucht mag er onder geen beding uit wordengehaald. 22 – Gebruikershandleiding VUBMA910
6.3 Niveau van het brinecircuit controlerenHet brinecircuit moet zijn gevuld met de juiste hoeveelheid vloeistof,omdat er anders bedrijfsstoringen kunnen ontstaan.De brinevloeistof moet worden bijgevuld als het niveau van de vloeistofzo ver daalt, dat deze niet meer te zien is in het expansievat.Legenda12Afbeelding 1. Niveau,brinevloeistof1 Correct niveau2 Te laag niveauDe eerste maand na de start van de installatie kan het niveau van de bri-nevloeistof iets dalen. Dat is normaal. Het vloeistofniveau kan ook varië-ren door de temperatuur in de warmtebron, maar het vloeistofniveaumag onder geen beding zo ver dalen dat deze niet meer te zien is in hetexpansievat.Voor DHP-A met op druk gebracht brinecircuit geldt dat de manometervan het expansievat ca.
1,0 bar moet aangeven.Neem voor het bijvullen van brinevloeistof altijd contact op met uwinstallateur.6.4 Veiligheidskleppen controlerenDe twee veiligheidskleppen van de installatie moeten minimaal vierkeer per jaar worden gecontroleerd om te voorkomen dat het mecha-nisme verstopt raakt door kalkafzetting.De veiligheidsklep van de boiler beschermt tegen overdruk in de geslo-ten boiler. Deze is op de koudwaterinlaat gemonteerd met de uitloopnaar beneden. Als de veiligheidsklep van de boiler niet regelmatigwordt gecontroleerd, bestaat het gevaar dat de boiler beschadigd raakt.Het is normaal dat er bij het opladen van de boiler kleine hoeveelhedenwater uit de veiligheidsklep komen, met name bij verbruik van grotehoeveelheden warm water. Gebruikershandleiding VUBMA910 – 23
Beide veiligheidskleppen controleert u door de dop een kwartslagrechtsom te draaien, zodat er via de overstortleiding wat water uit deklep komt. Als een van de kleppen niet werkt, moet deze worden ver-vangen. Neem contact op met uw installateur.De openingsdruk van de veiligheidskleppen kan niet worden aange-past.6.5 Bij lekkageBij eventuele lekkage in de warmwaterleidingen tussen de warmte-pomp en aftappunten sluit u onmiddellijk de afsluitklep voor de koud-watertoevoer. Neem vervolgens contact op met uw installateur.Bij lekkage in het koudemiddelcircuit schakelt u de warmtepomp uit enneemt u onmiddellijk contact op met uw installateur.6.6 Vuilzeven voor verwarmings- en brinecircuitsschoonmakenLet op! Voordat u begint met schoonmaken, moet dewarmtepomp worden uitgeschakeld met de hoofdschakelaar.Let op! De vuilzeven moeten na de installatie twee keer per jaarworden schoongemaakt.
Het interval kan worden verlengd alsblijkt dat twee keer per jaar schoonmaken niet nodig is.Let op! Houd een doek bij de hand als u de dop van de vuilzeefopent, omdat er normaal gesproken een beetje vloeistof uitkomt. 24 – Gebruikershandleiding VUBMA910
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Danfoss DHP-L Opti stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Warmtepomp Danfoss
Handleiding Warmtepomp
Nieuwste handleidingen voor Warmtepomp