Daikin LMDLN175AV3 Handleiding

Daikin Koelkast LMDLN175AV3

Bekijk gratis de handleiding van Daikin LMDLN175AV3 (68 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen. Heb je een vraag over Daikin LMDLN175AV3 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/68
INSTALLATION & OPERATION MANUAL
Monoblock for Refrigeration
LMD Wall Mounted
Italian
English
Français
Nederlands
Monoblock System for Refrigeration
Monoblock System for Refrigeration
Italian
English
Français
Deutsch
Nederlands
Manuale Installazione & Uso
Monoblocco per Refrigerazione
Installation & Operating Manual
Monoblock for Refrigeration
Manuel d'installation et d'utilisation
Monobloc pour la réfrigération
Installations- und Bedienungsanleitung
Monoblock Kuhlgeräte
Gebruikers en onderhoudshandleiding
Monoblok koeleenheden

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Daikin
Categorie: Koelkast
Model: LMDLN175AV3

Handleiding Daikin LMDLN175AV3 – volledige tekst

55 INHOUD 1. Veiligheidsaanbevelingen 2. Tabel met waarschuwings- en aandachtsplaten 3. Beschrijving van de unit 4. Werking 5. Verplaatsen 6. Montage 6.1 Platen 6.2 Afmetingen 6.3 Locatie 6.4 Vrije ruimte 6.5 Montage 6.6 Veiligheidsvoorzieningen 6.7 Reiniging 7. De unit aansluiten 7.1 Elektrische aansluiting 8. Elektrische bediening 8.1 Bedieningspaneel 8.2 Drukknoppen en signalen op het elektronische bedieningspaneel 8.3 Instructies om de parameters op het display weer te geven 9. Controles, regels en aanpassingen 9.1 Starten 10. Bedrading 11. Onderhoud en reparaties 12. Routinematig onderhoud 12.1 Periodiek onderhoud 12.2 Onderhoud dat door gekwalificeerde technici of door de fabrikant moet worden uitgevoerd 12.3 Storingzoeken 12.4 Alarmen 13. Reserveonderdelen bestellen 14. De verpakking weggooien 15. De unit liquideren

56 Bedankt dat u voor Daikin hebt gekozen. Lees deze instructies zorgvuldig door. Ze bevatten details en advies over de juiste montagemethode, het gebruik en het onderhoud om zo een maximaal betrouwbare, efficiënte en duurzame unit te krijgen. 1 Veiligheidsaanbevelingen Volg tijdens de montage en het gebruik van de unit onderstaande aanbevelingen.  De montage moet strikt volgens de schema's en instructies van de fabrikant gebeuren.  Schade door verkeerde aansluitingen is niet inbegrepen.  Het elektrische systeem waar de unit geplaatst wordt, moet aan de relevante normen voldoen.  Onderhoud wordt uitgevoerd door daartoe opgeleid personeel of door de fabrikant volgens de bepalingen in EN378. WAARSCHUWING Draag veiligheidshandschoenen om uw handen tegen snijwonden te beschermen.

Het is voor gebruikers ten stelligste aanbevolen om contact op te nemen met de fabrikant alvorens iets uit te voeren aan de unit of de unit te gebruiken op een andere manier dan wat door de fabrikant wordt aanbevolen (met name voor het toepassingsgebied) en zich te informeren over mogelijke gevaren en contra-indicaties bij een verkeerd gebruik van de machine.  Deze instructies moeten worden gevolgd bij gebruik van de unit, alsook de gebruiksbestemming die door de leverancier is aangegeven. Elk verkeerd gebruik kan schade aan de unit veroorzaken en houdt een ernstig gezondheidsrisico in. OPGELET De unit is niet geschikt voor ruimtes met ontploffingsgevaar. Het gebruik van de unit in omgevingen met ontploffingsgevaar is daarom ten strengste verboden. OPGELET De unit is niet geschikt voor ruimtes met een hoog zoutgehalte.

Scherm in dergelijke gevallen de condensor en de verdamper op een geschikte manier af. Als er voor onderhoud aan het koelmiddelcircuit gewerkt moet worden, draineer het systeem dan en laat het op atmosferische druk komen. WAARSCHUWING Stel het koelmiddel niet bloot aan de lucht. Het moet door gespecialiseerde technici met geschikt gereedschap worden gerecupereerd.

 De hoeveelheid en het type te gebruiken koelmiddel staan op de gegevensplaat.  Gebruik geen ander koelmiddel (vooral ontvlambare vloeistoffen, bijvoorbeeld koolwaterstof) of lucht.  Het koelmiddelcircuit of de bijbehorende onderdelen mogen niet aangepast of veranderd worden (bijvoorbeeld: lassen op de compressorbehuizing)  De eindgebruiker dient het systeem tegen extern brandgevaar te beschermen.

57 2 Tabel met waarschuwings- en aandachtsplaten Koelmiddel Koelmiddel Condensafvoerleiding Opgelet: warme of koude onderdelen Opgelet: Schakel de unit uit alvorens eraan te werken. Opgelet: gevaar voor elektrocutie Sluit deze kabel op een stroomonderbreker aan, nooit rechtstreeks op de hoofdleiding Draairichting Kleuren van voedingskabels Opgelet – belangrijk: Reinig de condensor regelmatig door er van binnen naar buiten lucht door te blazen. Stop de unit alvorens deze te reinigen.

58 3. Beschrijving van de unit De LMD-reeks bestaat uit luchtgekoelde condensatie-units op basis van het principe met enkelvoudige blokken. Deze bestaan uit: 1. een condensatie-unit buiten de koelruimte. 2. een geïsoleerde panel 3. een verdamper in de ruimte; 4. een elektrisch bedieningspaneel op de condensatie-unit; 4. Werking Enkelvoudige LMD-blokken zijn compressie-units waar koude wordt geproduceerd door bij lage druk een koelmiddelvloeistof (type hfk) in een warmtewisselaar (verdamper) te verdampen. De daaruit voortkomende damp wordt door mechanische compressie bij een hogere druk terug naar een vloeistof omgezet, gevolgd door koeling in een andere warmtewisselaar (condensor). De compressor is hermetisch afgesloten en maakt heen- en weergaande bewegingen, met een eenfasige of driefasige voeding.

De ontdooiing gebeurt automatisch in vooraf ingestelde cycli, door middel van verwarmingen; manuele ontdooiing is ook mogelijk. 5. Verplaatsen De unit kan met til- en transportmiddelen verplaatst worden. La movimentazione della macchina può essere effettuata con mezzi di sollevamento e trasporto. WAARSCHUWING Zorg dat er niemand in het bedieningsgebied van het til- of transportmiddel staat om mogelijke ongevallen met personen te voorkomen. Als de unit in een houten behuizing of kist zit, zet de verpakking dan goed vast alvorens deze te verplaatsen. De unit mag niet te snel opgetild worden, zodat de verpakte unit niet gevaarlijk kan schommelen of vallen.

OPGELET Oplosmiddel is niet toegestaan. 7 De unit aansluiten OPGELET Controleer dat de netspanning en de frequentie met de waarden op de gegevensplaat overeenkomen alvorens de unit aan te sluiten. Spanningstolerantie: +/- 10% in vergelijking met nominale waarde. 7. 1 Elektrische aansluiting Controleer de paneelonderdelen alvorens de unit aan te sluiten. Hou bij de keuze voor een beveiliging rekening met het volgende: als de potentiële kortsluitstroom bij het installatiepunt hoger is dan 10 KA, plaats dan een begrenzer die de piekwaarde limiteert op 17 KA. Potentiële kortsluitstroom (Ik): de stroom die aanwezig zou zijn bij een storing door verwaarloosbare impedantie als het circuit geen overstroombeveiliging heeft. Piekwaarde: maximumwaarde van potentiële kortsluitstroom.

OPGELET Voor de aansluiting op het elektrische net kiest de installateur een geschikte veiligheidsvoorziening (een stroomonderbreker of een differentieelschakelaar) op basis van de betrokken leiding en van de absorptie die op de plaat van de unit staat.

62 geel/groen = aarding bruin = fase b) 230V/3/50-60Hz 4 draden grijs = fase geel/groen = aarding bruin = fase zwart = fase c) 400/3/50 Hz 5 draden blauw = neutraal geel/groen = aarding bruin = fase zwart = fase grijs = fase We raden aan om een microschakelaar (niet meegeleverd) op de deur van de koelruimte te plaatsen, die: - het licht in de koelruimte doet branden, de unit stopt en - het temperatuuralarm uitschakelt (tot ongeveer één uur nadat de deur gesloten is) telkens wanneer de deur geopend wordt. De vereiste kabel zit bij de unit. Sluit deze aan, rekening houdend met het volgende: microschakelaar gesloten = deur gesloten. OPGELET De bovenstaande microschakelaar wordt niet meegeleverd met de unit. Als de kabel van het microdeurcontact losgekoppeld of beschadigd is, dan gebeurt hetzelfde als bij een open deur met een aangesloten contact.

WAARSCHUWING Defecte elektrische onderdelen mogen uitsluitend door daartoe opgeleid personeel vervangen worden. De elektrische aansluiting moet door gekwalificeerd personeel gebeuren. 8 Elektrische bediening 8.1 Bedieningspaneel Elektronische regeleenheid: deze kan de temperatuur in de koelruimte wijzigen en alle functies van het koelsysteem regelen. 8.2 Drukknoppen en signalen op het elektronische bedieningspaneel SET (ENTER) Indrukken en loslaten (Eventuele) alarmberichten weergeven Het menu openen OMHOOG Indrukken en loslaten Door het menu scrollen Waarden verhogen Omlaag Indrukken en loslaten Door het menu scrollen Waarden verlagen

63 AAN/UIT Ten minste 5 sec. ingedrukt houden De AAN/UIT-functie activeren Betekenis van de leds In de volgende tabel wordt de betekenis van enkele punten op het display beschreven. Compressorled Altijd aan: actieve compressor Knippert: vertraging, geblokkeerde beveiliging of activering Ontdooiled (ontdooien) Altijd aan: actieve ontdooiing Knippert: Manuele activering of met I.D. Ventilatorled Altijd aan: actieve ventilatoren Ledalarm Altijd aan: alarm Knippert: gedempt alarm Led AUX Altijd aan: Cellicht AAN 8.3 Instructies om de parameters op het display weer te geven Door de knop kortstondig in te drukken, wordt het menu geopend. Als er geen actieve alarmen zijn, dan wordt het label "Set" weergegeven.

Met de knoppen en kan er door de menumappen genavigeerd worden: - SET: instellingenmap - Pb1: map met waarden omgevingssonde - Pb2: map met waarden sonde bij einde ontdooien Het instelpunt instellen: Druk op de knop wanneer het label "Set" wordt weergegeven en vervolgens opnieuw op "Set" om de ingestelde waarden weer te geven. De waarde van het instelpunt wordt weergegeven. Om het instelpunt te wijzigen, moet u binnen 15 seconden de knoppen en indrukken. Druk op set om de wijziging te bevestigen en wacht 15 seconden alvorens het menu te verlaten. De sondes weergeven: Wanneer de labels Pb1 of Pb2 worden weergegeven, wanneer de knop wordt ingedrukt, dan worden de gemeten waarden van de bijbehorende sonde weergegeven. Pb1 toont de celtemperatuur Pb2 toont de temperatuur bij het einde van het ontdooien.

De handmatige ontdooicyclus starten: Druk ten minste vijf seconden op de knop om een ontdooicyclus te starten. Cellichtactivering: Het cellicht wordt ingeschakeld wanneer de knop wordt ingedrukt.

64 AAN/UIT-functie: Wanneer de AAN/UIT-knop ten minste 5 seconden wordt ingedrukt, dan gaat het toestel in stand-by en wordt UIT weergegeven. Met deze instelling is de unit niet actief. Druk opnieuw op de knop op het toestel AAN te zetten. WAARSCHUWING De unit krijgt stroom, zelfs als er op de regeleenheid UIT wordt weergegeven. 9 Controles, regels en aanpassingen Controleer het volgende alvorens de unit in te schakelen: - De borgschroeven zitten goed vast. - De elektrische aansluitingen zijn correct aangesloten. Als de unit geopend is: - Er ligt geen gereedschap meer in. - De montage is juist gebeurd. - Er zijn geen gaslekken. - Het deksel aan de voorkant zit goed vast. 9. 1 Starten Voer het volgende uit alvorens de unit te starten: - Sluit de unit op de netspanning aan.

De lichtgevende schakelaar gaat branden - Als de unit een voorverwarmingscyclus heeft, laat deze dan ten minste 3 uur in deze toestand. - Als de unit een spanningsmonitor heeft, laat deze dan ten minste 7 minuten in deze toestand om de telfase uit te voeren. - Schakel de bediening in door toets 0/1 in te drukken. - Stel de vereiste temperatuur van de koelruimte in. OPGELET Bereik middelhoge temperatuur: +5 -5°C Bereik lage temperatuur: -18 -25°C OPGELET Controleer 24 uur na de opstart de toestand van de verdamper. Als er ijsvorming is, dan moet de ontdooifrequentie verhoogd worden. Bij units met lage temperatuur moet de toestand van de verdamper in de eerste maand wekelijks gecontroleerd worden. 10. Bedrading Deze instructies voor gebruik en onderhoud bevatten een bedradingschema, specifiek voor de units van de LMS-reeks. 11.

Onderhoud en reparaties Goed onderhoud is essentieel voor een langere levensduur, perfecte werkomstandigheden en een hoog rendement van de unit, maar ook voor de veiligheidsvoorzieningen van de fabrikant.

12 Routinematig onderhoud Voor een goede werking van de unit moet de condensor regelmatig gereinigd worden (de frequentie is afhankelijk van de omgeving waar de unit is geplaatst). Schakel de unit uit en reinig deze door lucht van binnen naar buiten te blazen. Als er geen luchtdrukpistool beschikbaar is, gebruik dan een borstel met lange haren aan de buitenkant van de condensor. Laat units met watergekoelde condensoren door een loodgieter reinigen met speciaal ontkalkmiddel. WAARSCHUWING Draag veiligheidshandschoenen om uw handen tegen snijwonden te beschermen.

65 WAARSCHUWING Schakel de unit uit alvorens er werkzaamheden aan te verrichten. 12. 1 Periodiek onderhoud Controleer regelmatig de slijtage van de elektrische contacten en de schakelaars voor bediening op afstand; vervang ze indien nodig. 12. 2 Onderhoud dat door gekwalificeerde technici of door de fabrikant moet worden uitgevoerd De volgende handelingen moeten door gekwalificeerde technici of door de fabrikant worden uitgevoerd. De gebruiker mag onder geen beding:  elektrische onderdelen vervangen;  aan de elektrische apparatuur werken;  mechanische onderdelen repareren;  aan het koelsysteem werken;  aan het bedieningspaneel, de AAN/UIT-schakelaar en de noodschakelaar werken;  aan de beschermings- en veiligheidsvoorzieningen werken. 12. 3 Storingzoeken De volgende problemen kunnen optreden als de unit in werking is: 1 Compressorstops.

De unit beschikt over een oververhittingsbeveiliging die de compressor stopt wanneer de maximaal toegestane temperatuur van motorwikkelingen overschreden is. Mogelijke oorzaken: - onvoldoende ventilatie van de ruimte waar de unit staat; - anomalie in de netspanning; - slechte werking van de condensorventilator. De beveiliging wordt automatisch teruggesteld. 2 IJsvorming op de verdamper waardoor de normale luchtstroom belemmerd wordt. Mogelijke oorzaken: - de deur wordt te vaak geopend; - slechte werking van de verdamperventilator; - defecte elektromagnetische klep (bij modellen met ontdooiing door middel van heet gas); - defecte verwarming ontdooiing (bij modellen met elektrische ontdooiing); - defect ontdooiproces. In dit geval kunnen er maatregelen getroffen worden: Verhoog de temperatuur om het ontdooiproces te beëindigen met enkele graden, verhoog het aantal ontdooicycli.

Controleer: - of de unit stroom krijgt; - of de netspanningskabel goed is aangesloten; - de zekeringen in het elektrische paneel. Onvoldoende rendement van de unit: Als er geen storingen in de unit gevonden zijn, controleer dan dat: de deuren van de koelruimte perfect afgesloten worden; er geen koudeverspreiding is; de koelruimte slim wordt gebruikt; er geen niet-bevroren vloeistoffen of voedsel in de lagetemperatuurruimte geplaatst zijn; de verdamper ijsvrij is. We raden aan om de machines ver van de deuren te plaatsen, vooral wanneer de koelruimte vaak wordt geopend.

66 WAARSCHUWING: Het is absoluut verboden om beschermingsmiddelen te verwijderen terwijl de machine in werking is. Deze zijn er om de veiligheid van de gebruiker te verzekeren. 12. 4 Alarmen Label Storing Oorzaak Oplossing probleem E1 Omgevingssonde (Pb1) • waarden buiten het bedrijfsbereik • defecte / kortgesloten / onderbroken sonde • Controleer het type sonde (NTC). • Controleer de bedrading van de sondes. • Vervang de sonde. E2 Sonde voor einde van ontdooicyclus (Pb2) • waarden buiten het bedrijfsbereik • defecte / kortgesloten / onderbroken sonde • Controleer het type sonde (NTC). • Controleer de bedrading van de sondes. • Vervang de sonde. AH1 Alarm van HOGE omgevingstemperatuur • overschrijding van de vooraf ingestelde temperatuur (over het maximale vooraf ingestelde differentieel) • controleer de werking van de compressor.

• controleer de cel (openstaande deuren), of er een warm product aanwezig is enz. AL1 Alarm van LAGE omgevingstemperatuur overschrijding van de vooraf ingestelde temperatuur (over het minimale vooraf ingestelde differentieel) • controleer de werking van de regeleenheid. OPd Alarm voor geopende deur • deur open nPA Hoge druk Telkens wanneer de drukschakelaar geactiveerd wordt, worden de zoemer en de rode led geactiveerd. Als er gedurende 1 uur meer dan 10 activeringen zijn, dan wordt de unit automatisch uitgeschakeld. • Slechte werking van de condensorventilator. • Vuile condensor Sondealarmen "E1" en "E2" starten enkele seconden na de storing in de betrokken sonde; ze stoppen automatisch enkele seconden nadat de sonde haar normale werking hervat. Controleer de aansluitingen alvorens de sonde te vervangen.

Temperatuuralarmen "AH1" en "AL1" stoppen automatisch zodra de thermostaattemperatuur weer normale waarden heeft en wanneer het ontdooien start. WAARSCHUWING Wanneer de hogedrukschakelaar uitvalt, stopt de unit en gaat de alarmled aan. Het alarm wordt automatisch teruggesteld.

67 WAARSCHUWING Versleten onderdelen mogen alleen door gekwalificeerd personeel of door de fabrikant vervangen worden. 14 De verpakking weggooien Verpakking uit hout, plastic en polystyreen dient volgens de geldende bepalingen in het land van gebruik te worden weggegooid. 15 De unit liquideren Stel onderdelen die moeten worden weggegooid niet bloot aan het milieu. Deze moeten worden verwerkt door bedrijven die zich bezighouden met de ophaling en recycling van speciaal afval conform de van kracht zijnde regels in het land waar de unit wordt gebruikt. WAARSCHUWING Stel het koelmiddel niet bloot aan de lucht. Dit moet worden verwerkt door bedrijven die zich bezighouden met de ophaling en recycling van speciaal afval.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Daikin LMDLN175AV3 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden