Daikin LMCMD060AV3 Handleiding

Daikin Koelkast LMCMD060AV3

Bekijk gratis de handleiding van Daikin LMCMD060AV3 (64 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 44 mensen. Heb je een vraag over Daikin LMCMD060AV3 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/64
INSTALLATION & OPERATION MANUAL
Monoblock for Refrigeration
LMC Roof Mounted
Italian
English
Français
Nederlands
Monoblock System for Refrigeration
Monoblock System for Refrigeration
Italian
English
Français
Deutsch
Nederlands
Manuale Installazione & Uso
Monoblocco per Refrigerazione
Installation & Operating Manual
Monoblock for Refrigeration
Manuel d'installation et d'utilisation
Monobloc pour la réfrigération
Installations- und Bedienungsanleitung
Monoblock Kuhlgeräte
Gebruikers en onderhoudshandleiding
Monoblok koeleenheden

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Daikin
Categorie: Koelkast
Model: LMCMD060AV3

Handleiding Daikin LMCMD060AV3 – volledige tekst

50 INHOUD 1. Veiligheidsaanbevelingen 2. Tabel met waarschuwings- en aandachtsplaten 3. Beschrijving van de unit 4. Werking 5. Verplaatsen 6. Montage 6.1 Platen 6.2 Afmetingen 6.3 Locatie 6.4 Vrije ruimte 6.5 Montage 6.6 Het afstandsbedieningspaneel plaatsen 6.7 Veiligheidsvoorzieningen 6.8 Reiniging 7. De unit aansluiten 7.1 Elektrische aansluiting 7.2 Aansluiting op het watersysteem 8. Elektrische bediening 8.1 Bedieningspaneel 9. Controles, regels en aanpassingen 9.1 Starten 9.2 Het toetsenbord vergrendelen/ontgrendelen 10. Bedrading 11. Onderhoud en reparaties 12. Routinematig onderhoud 12.1 Periodiek onderhoud 12.2 Onderhoud dat door gekwalificeerde technici of door de fabrikant moet worden uitgevoerd 12.3 Storingzoeken 12.4 Alarmen 13. Reserveonderdelen bestellen 14. De verpakking weggooien 15. De unit liquideren

51 Bedankt dat u voor Daikin hebt gekozen. Lees deze instructies zorgvuldig door. Ze bevatten details en advies over de juiste montagemethode, het gebruik en het onderhoud om zo een maximaal betrouwbare, efficiënte en duurzame unit te krijgen. 1. Veiligheidsaanbevelingen Volg tijdens de montage en het gebruik van de unit onderstaande aanbevelingen.  De montage moet strikt volgens de schema's en instructies van de fabrikant gebeuren.  Schade door verkeerde aansluitingen is niet inbegrepen.  Het elektrische systeem waar de unit geplaatst wordt, moet aan de relevante normen voldoen.  Onderhoud wordt uitgevoerd door daartoe opgeleid personeel of door de fabrikant volgens de bepalingen in EN378. WAARSCHUWING Draag veiligheidshandschoenen om uw handen tegen snijwonden te beschermen.

Het is voor gebruikers ten stelligste aanbevolen om contact op te nemen met de fabrikant alvorens iets uit te voeren aan de unit of de unit te gebruiken op een andere manier dan wat door de fabrikant wordt aanbevolen (met name voor het toepassingsgebied) en zich te informeren over mogelijke gevaren en contra-indicaties bij een verkeerd gebruik van de machine.  Deze instructies moeten worden gevolgd bij gebruik van de unit, alsook de gebruiksbestemming die door de leverancier is aangegeven. Elk verkeerd gebruik kan schade aan de unit veroorzaken en houdt een ernstig gezondheidsrisico in. OPGELET De unit is niet geschikt voor ruimtes met ontploffingsgevaar. Het gebruik van de unit in omgevingen met ontploffingsgevaar is daarom ten strengste verboden. OPGELET De unit is niet geschikt voor ruimtes met een hoog zoutgehalte.

Scherm in dergelijke gevallen de condensor en de verdamper op een geschikte manier af. Als er voor onderhoud aan het koelmiddelcircuit gewerkt moet worden, draineer het systeem dan en laat het op atmosferische druk komen. WAARSCHUWING Stel het koelmiddel niet vrij aan de lucht. Het moet door gespecialiseerde technici met geschikt gereedschap worden gerecupereerd.

 De hoeveelheid en het type te gebruiken koelmiddel staan op de gegevensplaat.  Gebruik geen ander koelmiddel (vooral ontvlambare vloeistoffen, bijvoorbeeld koolwaterstof) of lucht.  Het koelmiddelcircuit of de bijbehorende onderdelen mogen niet aangepast of veranderd worden (bijvoorbeeld: lassen op de compressorbehuizing)  De eindgebruiker dient het systeem tegen extern brandgevaar te beschermen.

52 2. Tabel met waarschuwings- en aandachtsplaten Koelmiddel Condensafvoerleiding Opgelet: warme of koude onderdelen Opgelet: Schakel de unit uit alvorens eraan te werken. Opgelet: gevaar voor elektrocutie Sluit deze kabel op een stroomonderbreker aan, nooit rechtstreeks op de hoofdleiding. Draairichting Kleuren van voedingskabels Opgelet – belangrijk: Reinig de condensor regelmatig door er van binnen naar buiten lucht door te blazen. Stop de unit alvorens deze te reinigen. Kabel verlichting ruimte Kabel microdeurcontact Kabel deurverwarming

53 3. Beschrijving van de unit De LMC-reeks bestaat uit luchtgekoelde of watergekoelde (optioneel) condensatie-units op basis van het principe met enkelvoudige blokken. Deze bestaan uit: 1. een condensatie-unit buiten de koelruimte; 2. een verdamper in een geïsoleerde omkasting buiten de koelruimte; 3. een elektrisch bedieningspaneel op de condensatie-unit; 4. een op de wand gemonteerd afstandsbedieningspaneel. 4. Werking Enkelvoudige LMC-blokken zijn compressie-units waar koude wordt geproduceerd door bij lage druk een koelmiddelvloeistof (type hfk) in een warmtewisselaar (verdamper) te verdampen. De daaruit voortkomende damp wordt door mechanische compressie bij een hogere druk terug naar een vloeistof omgezet, gevolgd door koeling in een andere warmtewisselaar (condensor).

De compressor is hermetisch afgesloten en maakt heen- en weergaande bewegingen, met een eenfasige of driefasige voeding. De ontdooiing gebeurt automatisch in vooraf ingestelde cycli; manuele ontdooiing is ook mogelijk. 5. Verplaatsen De unit kan met til- en transportmiddelen verplaatst worden. WAARSCHUWING Zorg dat er niemand in het bedieningsgebied van het til- of transportmiddel staat om mogelijke ongevallen met personen te voorkomen. Als de unit in een houten behuizing of kist zit, zet de verpakking dan goed vast alvorens deze te verplaatsen. De unit mag niet te snel opgetild worden, zodat de verpakte unit niet gevaarlijk kan schommelen of vallen.

D) Plaats een afvoerleiding op de afvoeraansluiting voor het ontdooide water in het onderste gedeelte van de unit. Opmerking: LMC-units verdampen het ontdooide water automatisch; de afvoer is er slechts in geval van problemen. Spuit silicone rond de hele zone. Condensafvoerleiding D. 10 Oplossing 1 Oplossing 2 Mod. A LMCMD050 / LMCMLN100 378 LMCMD060-075 / LMCLN170 357 LMCMD100-120-122 / LMCLN200 390 LMCMD150-200 / LMCLN300 427 LMCMD300 542

55 6.4 Vrije ruimte Laat bij de plaatsing van de unit voldoende ruimte vrij om de unit in veilige omstandigheden te kunnen openen, correct te kunnen gebruiken en gemakkelijk te kunnen onderhouden. 6.5 Montage A) Maak een opening met geschikte afmetingen in de muur van de koelruimte (zie bovenstaande afbeeldingen). Plaats de unit op de muur van de koelruimte door het verdampergedeelte in de opening te steken. B) Zet de unit met de meegeleverde schroeven vast. 6.6 Het afstandsbedieningspaneel plaatsen: Bevestig de muurplaat via de voorgeboorde gaten; zorg dat het paneel verticaal blijft hangen. Plaats de verbindingskabel tussen het paneel en de unit, maar bundel deze niet met andere kabels. OPGELET Controleer dat de unit en de bijbehorende toestellen tijdens het transport geen schade hebben opgelopen.

Let in het bijzonder op de onderdelen die aan de klep van het elektrische paneel en aan de leidingen van het koelmiddelcircuit zijn bevestigd. Monteer de unit zoals afgebeeld; let erop dat de elektrische aansluitingen correct worden aangesloten. 6.7 Veiligheidsvoorzieningen De unit beschikt over de volgende mechanische veiligheidsvoorzieningen: 1. Vaste bescherming aan de bovenkant en de zijkant voor verdamper en condensatie- unit, vastgezet met borgschroeven. 2. Externe ventilatorbeschermingen op de verdamper- en condensatie-units, vastgezet met schroeven. De unit beschikt over de volgende elektrische veiligheidsvoorzieningen: a. Bescherming van ventilatoren (van motoren) tegen hoge vermogensabsorptie; met automatische reset. b. Hogedrukschakelaar (alleen voor speciale onderdelen) als bescherming tegen te hoge druk; met automatische reset. WAARSCHUWING

56 De bovenstaande voorzieningen zijn er om de veiligheid van de gebruiker te verzekeren. 6. 8 Reiniging Reinig de unit zorgvuldig. Verwijder alle resten van stof, vreemde stoffen en vuil die er tijdens de verplaatsing gekomen zijn. Gebruik detergent en ontvetter. OPGELET Oplosmiddel is niet toegestaan. 7. De unit aansluiten OPGELET Controleer dat de netspanning en de frequentie met de waarden op de gegevensplaat overeenkomen alvorens de unit aan te sluiten. Spanningstolerantie: +/- 10% in vergelijking met nominale waarde. 7. 1 Elektrische aansluiting Controleer de paneelonderdelen alvorens de unit aan te sluiten. OPGELET Voor de aansluiting op het elektrische net kiest de installateur een geschikte veiligheidsvoorziening (een stroomonderbreker of een differentieelschakelaar) op basis van de betrokken leiding en van de absorptie die op de plaat van de unit staat.

Als er meerdere units in een koelruimte staan, dan moet elke unit een eigen veiligheidsvoorziening hebben. Sluit de unit aan, rekening houdende met de kleuren van de voedingskabels: a) 230V/1/50-60Hz 3 draden blauw = neutraal geel/groen = aarding bruin = fase b) 230V/3/50-60Hz 4 draden grijs = fase geel/groen = aarding bruin = fase zwart = fase c) 400/3/50 Hz 5 draden blauw = neutraal geel/groen = aarding bruin = fase zwart = fase grijs = fase We raden aan om een microschakelaar (niet meegeleverd) op de deur van de koelruimte te plaatsen, die: - het licht in de koelruimte doet branden, de unit stopt en - het temperatuuralarm uitschakelt (tot ongeveer één uur nadat de deur gesloten is) telkens wanneer de deur geopend wordt. De vereiste kabel zit bij de unit. Sluit deze aan, rekening houdend met het volgende: microschakelaar gesloten = deur gesloten.

OPGELET De bovenstaande microschakelaar wordt niet meegeleverd met de unit. Als de kabel van het microdeurcontact losgekoppeld of beschadigd is, dan gebeurt hetzelfde als bij een open deur met een aangesloten contact.

57 aan te sluiten met een zekering die geschikt is voor de deurverwarming. De unit is ook uitgerust met een kabel om op de lamp in de koelruimte aan te sluiten (de lamp moet een spanning van 230 V en een maximaal vermogen van 100 Watt hebben). OPGELET Sluit het microdeurcontact, het licht van de koelruimte of de deurverwarmingskabels niet aan op 230V. Bij elke kabel hoort een plaatje waarop staat hoe deze aangesloten moet worden. WAARSCHUWING Defecte elektrische onderdelen mogen uitsluitend door daartoe opgeleid personeel vervangen worden. De elektrische aansluiting moet door gekwalificeerd personeel gebeuren. 7. 2 Aansluiting op het watersysteem (watercondensor) Deze aansluiting is alleen nodig als de unit een watergekoelde condensor heeft. De aanwijzingen ervoor staan op de tags aan de INLAAT- en UITLAATLEIDINGEN.

De aangesloten leidingen mogen nooit een kleinere diameter hebben dan die van de unit. De waterdruk moet minimaal 1 bar bedragen voor een juiste werking van de unit. 8 Elektrische bediening 8. 1 Bedieningspaneel SET: Display INSTELPUNT: De ingestelde waarde wordt weergegeven door deze knop in te drukken en los te laten. Wijziging INSTELPUNT: Als de knop 3 seconden lang wordt ingedrukt, wordt de ingestelde waarde weergegeven en gaat de unit in de wijzigingsmodus: de SET-led knippert. Gebruikt de knoppen om de waarde te veranderen. Vervolgens kan de nieuwe waarde opgeslagen worden door op de knop "SET" te duwen (het instrument keert terug naar de temperatuurweergave) of door te wachten tot de programmeerwachttijd (15 seconden) verlopen is. OMHOOG: In de programmeermodus of in het “functiemenu” worden de parametercodes doorzocht of wordt de waarde van de weergegeven variabele verhoogd.

Manuele ontdooiing: Als deze knop 5 seconden ingedrukt wordt, start de ontdooicyclus OMLAAG: In de programmeermodus of in het “functiemenu” worden de parametercodes doorzocht of wordt de waarde van de weergegeven variabele verlaagd. Hou deze knop ingedrukt om de waarde sneller te wijzigen. LICHT: Hiermee wordt het licht aan- en uitgeschakeld. AAN/UIT: Hiermee wordt de stand-bymodus geactiveerd en gedeactiveerd. Een reeks lichten op het toetsenbord duidt de lasten aan die door het instrument gecontroleerd worden. Elke ledfunctie staat in de volgende tabel beschreven: LED MODUS FUNCTIE AAN Compressor ingeschakeld KNIPPERT Antikortsluitingsvertraging ingeschakeld AAN Ventilator ingeschakeld KNIPPERT Afvoer ingeschakeld AAN Ontdooiing ingeschakeld KNIPPERT Afvoer bezig AAN Alarmsignaal In “Pr2” geeft dit aan dat de parameter ook aanwezig is in “Pr1””.

58 AAN Extra uitgang AAN AAN De ingestelde waarde wordt weergegeven KNIPPERT De ingestelde waarde wordt weergegeven en kan worden aangepast AAN Het instrument staat stand-by 9. Controles, regels en aanpassingen Controleer het volgende alvorens de unit in te schakelen: - De borgschroeven zitten goed vast. - De elektrische aansluitingen zijn correct aangesloten. Als de unit geopend is: - Er ligt geen gereedschap meer in. - De montage is juist gebeurd. - Er zijn geen gaslekken. - Het deksel aan de voorkant zit goed vast. 9. 1 Starten Controleer of de unit met een compressorvoorverwarming is uitgerust alvorens de machine met de hoofdschakelaar in te schakelen. Als dat het geval is, start de voorverwarming dan door de unit aangesloten te laten op de netvoeding zonder de unit via de hoofdschakelaar in te schakelen. Zo staat alleen de compressorcarterverwarming aan.

Laat de machine enkele uren zo staan; de duur van deze voorverwarming is afhankelijk van de omgevingstemperatuur op de plek waar de unit staat: wacht bij een hoge externe temperatuur ten minste 3 uur, bij een lagere temperatuur ongeveer 8 à 10 uur om de voorverwarming te voltooien. Als de voorverwarming voltooid is, zet de hoofdschakelaar dan in de stand “start” of druk op de knop “AAN/UIT” op het afstandsbedieningspaneel. Opmerking Als het instrument niet start, controleer dan of de unit een spanningsmonitor heeft. Als dat het geval is, wacht dan tot dit toestel gedaan heeft met meten (ongeveer 6 minuten). - Stel de vereiste temperatuur van de koelruimte in.

OPGELET Bereik middelhoge temperatuur: +5 / -5°C Bereik lage temperatuur: -18 / -25°C Wijziging INSTELPUNT: Als de knop 3 seconden lang wordt ingedrukt, wordt de ingestelde waarde weergegeven en gaat de unit in de wijzigingsmodus: de SET-led knippert. Gebruik de knoppen OMHOOG en OMLAAG om de waarde te veranderen.

Vervolgens kan de nieuwe waarde opgeslagen worden door op de knop "SET" te duwen (het instrument keert terug naar de temperatuurweergave) of door te wachten tot de programmeerwachttijd (15 seconden) verlopen is. Nu is de unit in bedrijf en hoeft er verder niets meer geprogrammeerd te worden. De koelcyclus is volledig automatisch volgens de fabrieksparameters, die alleen door daartoe bevoegd personeel gewijzigd kunnen worden. OPGELET Controleer 24 uur na de opstart de toestand van de verdamper. Als er ijsvorming is, dan moet de ontdooifrequentie verhoogd worden. Bij units met lage temperatuur moet de toestand van de verdamper in de eerste maand wekelijks gecontroleerd worden. 9. 2 Het toetsenbord vergrendelen/ontgrendelen Vergrendelen.

59  Hou de knoppen en langer dan 3 seconden ingedrukt.  De boodschap (POF) verschijnt op het display en het toetsenbord wordt vergrendeld. Nu is het ook alleen maar mogelijk om de ingestelde waarde en de opgeslagen maximum- en minimumtemperatuur te zien.  Als een knop langer dan 3 seconden wordt ingedrukt, dan wordt de boodschap (POF) weergegeven. Ontgrendelen  Hou de knoppen en langer dan 3 seconden samen ingedrukt tot de boodschap (Pon) wordt weergegeven. 10. Bedrading Deze instructies voor gebruik en onderhoud bevatten een bedradingschema, specifiek voor de units van de LMC-reeks. 11. Onderhoud en reparaties Goed onderhoud is essentieel voor een langere levensduur, perfecte werkomstandigheden en een hoog rendement van de unit, maar ook voor de veiligheidsvoorzieningen van de fabrikant.

12 Routinematig onderhoud Voor een goede werking van de unit moet de condensor regelmatig gereinigd worden (de frequentie is afhankelijk van de omgeving waar de unit is geplaatst). Schakel de unit uit en reinig deze door lucht van binnen naar buiten te blazen. Als er geen luchtdrukpistool beschikbaar is, gebruik dan een borstel met lange haren aan de buitenkant van de condensor. Laat units met watergekoelde condensoren door een loodgieter reinigen met speciaal ontkalkmiddel. WAARSCHUWING Draag veiligheidshandschoenen om uw handen tegen snijwonden te beschermen. WAARSCHUWING Schakel de unit uit alvorens er werkzaamheden aan te verrichten. 12. 1 Periodiek onderhoud Controleer regelmatig de slijtage van de elektrische contacten en de schakelaars voor bediening op afstand; vervang ze indien nodig. 12.

2 Onderhoud dat door gekwalificeerde technici of door de fabrikant moet worden uitgevoerd De volgende handelingen moeten door gekwalificeerde technici of door de fabrikant worden uitgevoerd.

De gebruiker mag onder geen beding:  elektrische onderdelen vervangen;  aan de elektrische apparatuur werken;  mechanische onderdelen repareren;  aan het koelsysteem werken;  aan het bedieningspaneel, de AAN/UIT-schakelaar en de noodschakelaar werken;  aan de beschermings- en veiligheidsvoorzieningen werken. 12. 3 Storingzoeken De volgende problemen kunnen optreden als de unit in werking is: 1. Compressorstops. De unit beschikt over een oververhittingsbeveiliging die de compressor stopt wanneer de maximaal toegestane temperatuur van motorwikkelingen overschreden is. Mogelijke oorzaken: - onvoldoende ventilatie van de ruimte waar de unit staat; - anomalie in de netspanning; - slechte werking van de condensorventilator. De beveiliging wordt automatisch teruggesteld.

60 2. IJsvorming op de verdamper waardoor de normale luchtstroom belemmerd wordt. Mogelijke oorzaken: - de deur wordt te vaak geopend; - slechte werking van de verdamperventilator; - defecte elektromagnetische klep (bij modellen met ontdooiing door middel van heet gas); - defecte verwarming ontdooiing (bij modellen met elektrische ontdooiing); - defect ontdooiproces. In dit geval kunnen er maatregelen getroffen worden: Verhoog de temperatuur om het ontdooiproces te beëindigen met enkele graden, verhoog het aantal ontdooicycli. OPGELET Gebruik geen warm water of puntige, metalen snijvoorwerpen om ijsblokken te verwijderen. 3. Het display gaat niet branden. Controleer: - of de unit stroom krijgt; - of de netspanningskabel goed is aangesloten; - de zekeringen in het elektrische paneel 4.

De unit begint niet te werken wanneer de AAN/UIT-knop wordt ingedrukt (het display gaat aan): Controleer de aansluiting van het microdeurcontact en hou er daarbij rekening mee dat het schakelaarcontact gesloten moet zijn wanneer de deur gesloten is. Onvoldoende rendement van de unit: Als er geen storingen in de unit gevonden zijn, controleer dan dat: de deuren van de koelruimte perfect afgesloten worden; er geen koudeverspreiding is; de koelruimte slim wordt gebruikt; er geen niet-bevroren vloeistoffen of voedsel in de lagetemperatuurruimte geplaatst zijn; de verdamper ijsvrij is. We raden aan om de machines ver van de deuren te plaatsen, vooral wanneer de koelruimte vaak wordt geopend. WAARSCHUWING: Het is absoluut verboden om beschermingsmiddelen te verwijderen terwijl de machine in werking is. Deze zijn er om de veiligheid van de gebruiker te verzekeren. 12.

61 Signalen die niet in dit handboek beschreven staan, wijzen op ernstige schade aan het elektronische bedieningspaneel. ALARMOUTPUT Als er een reden tot alarm is, dan blijft het alarmsignaal op het display staan zolang die reden blijft bestaan. De deactivering van het alarmuitgangssignaal kan worden verhinderd door de parameter “tbA” in te stellen op "n". Dan blijft het alarmuitgangssignaal actief zolang de omstandigheden voor het alarm blijven bestaan. ALARMHERSTEL Sondealarm “P1” starts 30 seconden na de storing in de betrokken sonde; dit stopt automatisch 30 seconden nadat de sonde haar normale werking hervat. Controleer de aansluitingen alvorens de sonde te vervangen. De temperatuuralarmen “HA” en “LA” stoppen automatisch zodra de thermostaattemperatuur weer een normale waarde heeft, wanneer het ontdooien start of wanneer de deur geopend wordt.

Het alarm voor een open deur “dA” stopt automatisch wanneer de deur gesloten wordt. Het drukschakelaaralarm "PAL" kan handmatig herstart worden door het instrument uit te schakelen of stand-by te zetten. 13 Reserveonderdelen bestellen Refereer bij de bestelling van reserveonderdelen naar het nummer dat op de plaat van de unit staat. WAARSCHUWING Versleten onderdelen mogen alleen door gekwalificeerd personeel of door de fabrikant vervangen worden. 14 De verpakking weggooien Verpakking uit hout, plastic en polystyreen dient volgens de geldende bepalingen in het land van gebruik te worden weggegooid. 15 De unit liquideren Stel onderdelen die moeten worden weggegooid niet bloot aan het milieu. Deze moeten worden verwerkt door bedrijven die zich bezighouden met de ophaling en recycling van speciaal afval conform de van kracht zijnde regels in het land waar de unit wordt gebruikt.

WAARSCHUWING Stel het koelmiddel niet vrij aan de lucht. Dit moet worden verwerkt door bedrijven die zich bezighouden met de ophaling en recycling van speciaal afval.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Daikin LMCMD060AV3 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden