Daikin FWN16AATN6V3 Handleiding
Pagina's 56 Niet gecategoriseerd
Bekijk de handleiding van Daikin FWN16AATN6V3 gratis online of download de PDF. Deze handleiding is 14 keer bekeken. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Daikin |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | FWN16AATN6V3 |
Handleiding Daikin FWN16AATN6V3 – volledige tekst
FWNVentilator - convectoren met kanaalaansluiting4PW17549-3NMontagehandleiding en gebruiksaanwijzingLees deze handleiding aandachtig vooraleer de unit op te starten. Gooi ze niet weg. Bewaar ze voor latere naslag. Een verkeerde installatie of bevestiging van apparatuur of toebehoren kan een elektrische schok, kortsluiting, lekken, brand of andere schade aan de apparatuur veroorzaken. Gebruik alleen accessoires van Daikin die specifiek voor dit toestel zijn ontworpen en laat ze installeren door een professionele installateur. Raadpleeg bij twijfel over de installatieprocedures of het gebruik altijd uw Daikin-verdeler voor advies en informatie. Voorafgaand aan de installatieDe installatie en onderhoud moeten worden uitgevoerd door technisch personeel dat bevoegd is voor dit type van toestel, en in overeenstemming met de geldende veiligheidsvoorschriften.
Controleer de staat van het toestel bij ontvangst, en kijk na of het tijdens het transport geen schade heeft opgelopen. Zie de overeenkomstige technische fiches voor de montage en het gebruik van eventuele accessoires. Identificeer het model en de versie van het toestel aan de hand van de informatie op het karton. geBrUik en BedrijfsBeperkingenDaikin is niet aansprakelijk- als het toestel werd geïnstalleerd door onbevoegd personeel,- als het toestel verkeerd werd gebruikt,- als het toestel onder omstandigheden is gebruikt die niet zijn toegelaten,- als de in deze handleiding beschreven onderhoudswerkzaam heden niet zijn uitgevoerd,- als niet-originele reserveonderdelen zijn gebruikt. Laat het toestel in de verpakking tot alles klaar is voor de installatie (dit voorkomt dat stof binnenin het toestel terechtkomt). De door de unit aangezogen lucht moet altijd gefilterd zijn.
Gebruik altijd het bijgeleverde luchtfilter. Als de unit in de winter niet wordt gebruikt, moet u het water uit het systeem aflaten om schade door opvriezing te voorkomen. Controleer het vriespunt als u antivriesoplossingen gebruikt.
Controleer of de gewenste installatie overeenstemt met één van de afbeeldingen in afbeelding 3, waarin beide mogelijke configuraties (AA of AB) ge-schikt zijn voor verwarmen en koelen. Bij de normale werking en met name met de ventilator op de minimumsnelheid en een omgevingslucht met een hoge relatieve vochtigheid, kan condens ontstaan op de luchtuittrede en bepaalde delen van de uitwendige structuur van het apparaat. Om dergelijke fenomenen te vermijden en het apparaat deson-danks binnen de voor het apparaat voorziene bedrijfslimieten te houden, moet de (gemiddelde) temperatuur van het water in de warmtewisselaar beperkt wor-den.
Het verschil tussen de druppeltemperatuur van de lucht (TA,DP) en de ge-middelde watertemperatuur (TWM) mag NIET groter zijn dan 14 °C volgens de volgende verhouding: TW>TA,DP-14 °CVoorbeeld: bij omgevingslucht met een temperatuur van 25°C en een relatieve vochtigheid van 75% is de druppeltemperatuur gelijk aan 20 °C en dus moet het water in de warmtewisselaar een gemiddelde temperatuur hebben die hoger is dan 20-14 = 6 °C om te voorkomen dat condens kan ontstaan. Bij een lange stilstand van de unit, met stilstaande ventilator en de circulatie van koud water in de warmtewisselaar, kan ook op de buitenkant van het apparaat con ens ontstaan. In dit gevalwordt geadviseerd om een 3-wegklep (of 2-wegklep) te in-stalleren zodat de waterstroom in de warmtewisselaar onderbroken kan worden wanneer de ventilator niet werkt.
Horizontale of verticale installatie(Zie afbeelding 3)AA Inlaat en uitlaat van lucht liggen in een rechte lijnAB Inlaat van lucht ligt niet in een rechte lijn met de uitlaat van luchtConguratie van de unitDe units worden altijd in de AA-configuratie geleverd, maar de luchtinlaatpositie kan bij de installatie worden gewijzigd. Beschrijving van de set (Zie afbeelding 6)1 Bovenste afdekpaneel2 Onderste afdekpaneel3 Op voorhand nagesneden element voor externe luchtinlaat4 Centrifugale ventilatoren5 Standaardwarmtewisselaar6 Extra warmtewisselaar (DF)7 Condensaattank voor muurmontage (buis Ø3/8”)8 Condensaattank voor plafondmontage (buis Ø3/8”)9 Hydraulische aansluitingen warmtewisselaar10 Aansluitingen condensaatafvoer11 Klemmenstrook12 Dragende structuurInstalleer best eventuele accessoires op de standaarduitrusting vóór de installatie, en gebruik hiervoor de technische fiches.
Als de installatie verschilt van de leveringsvoorwaarden, moet de layout worden veranderd door de unit te demonteren zoals getoond in afbeelding 6. De aansluitingen van de warmtewisselaar kunnen als volgt naar de andere kant worden gedraaid:1 verwijder de bovenste en onderste afdekpanelen (1+2),2 verwijder de condensaattank voor de horizontale installatie (8),3 draai de 4 bevestigingsschroeven van de motorsteun los, maar zonder de schroeven er helemaal uit te draaien (7),4 verwijder de warmtewisselaar (5) door de 4 bevestigings schroeven los te draaien, trek hem naar buiten en draai hem; verwijder de op voorhand nagesneden elementen in het paneel aan de andere kant, en plaats de warmtewisselaar terug en schroef de schroeven vast,5 monteer de eerder vermelde componenten weer,6 sluit de uitlaatopeningen van de eerder gebruikte verdeel stukken met anticondenserend isolatiemateriaal.
Montage van de unitBevestig de standaardunit tegen het plafond of de muur met minstens 4 van de 6 gleuven;n Voor horizontale installatie (plafondmontage) gebruikt u best M8-schroefstangen, schroefankers die het gewicht van de unit kunnen dragen; voorzie in de positionering van de unit met 2 M8-bouten en een ring met een diameter die past voor de gleuf en dan voor het bevestigen van de unit. Voor u de contramoer vastdraait moet u de hoofdmoer zodanig vastdraaien dat de unit goed hangt, d. w. z. zodanig dat het condensaat goed kan worden afgevoerd (zie afbeelding 4). De juiste helling wordt bereikt door de inlaat naar beneden te laten aflopen t. o. v. de uitlaat tot een hoogteverschil van ongeveer 10 mm tussen de twee uiteinden. Voer de hydraulische aansluitingen met de warmtewisselaar uit en, voor koeltoepassingen, met de condensaatafvoer.
n Voor verticale installaties (muurmontage) bevestigt u de unit zodanig dat water via de condensaatafvoer wordt afgevoerd. Een helling die overeenstemt met een niveauverschil van 5 mm tussen de twee zijpanelen volstaat. De twee condensaatafvoerpijpen van de hoofdtank zitten in de zijpanelen en zijn bereikbaar via een doorgang van het membraantype die moet worden geperforeerd om er de afvoerpijp doorheen te steken. Verwijder deze doorgang van het membraantype niet omdat hij voorkomt dat de scherpe rand van het gat in het zijpaneel na verloop van tijd de condensaatafvoerpijp zou beschadigen. n Om de unit aan te sluiten op de condensaatafvoerleiding, gebruikt u een rubberslang die u met een metalen klem op de geselecteerde afvoerpijp (Ø3/8”) bevestigt (gebruik de afvoer aan de kant van de hydraulische aansluitingen).
Om de condensaat beter af te voeren, laat u de afvoerpijp minstens 30 mm/m aflopen en zorgt u ervoor dat ze over de volledige lengte vrij is van bochten of verstoppingen. n Installatie van het luchtfilter. Voor de inlaat kan de filtermodule in dezelfde lijn als de uitlaat worden geïnstalleerd (AA-configuratie) of in een hoek van 90° t. o. v. de unit (AB-configuratie). In het laatste geval moet het onderste afdekpaneel vooraan worden verplaatst door de 6 schroeven los te draaien. Het paneel wordt dan aan de onderkant van de unit geïnstalleerd. Aan weerszijden van de filtermodule zijn gaten geboord die overeenstemmen met de gaten in de aanzuiginlaat van de unit. Op deze manier kan de module aan de unit worden gekoppeld en stemmen de gaten overeen met die in de aanzuiginlaat van de luchtbehandelingsunit. 2.
FWNVentilator - convectoren met kanaalaansluiting4PW17549-3NMontagehandleiding en gebruiksaanwijzingDe geboorde gaten aan één kant van de module hebben een diameter van 5 mm; dit is het deel dat rechtstreeks op de unit wordt gekoppeld. Aan de andere kant hebben de gaten een diameter van 3,5 mm om ervoor te zorgen dat de schroeven waarmee de andere onderdelen (lokaal te voorzien) worden bevestigd, vast zullen zitten. De algemene afmetingen vindt u in afbeelding 2. n De installatie van de filtermodule wordt schematisch weer gegeven in:- afbeelding 9: installatie van filteraanzuigmodules op FWN met AA-configuratie. - afbeelding 10: installatie van filteraanzuigmodules op FWN met AB-configuratie. Gebruik de zelftappende schroeven die bij de kit worden geleverd.
Enkele voorschriftenn Ontlucht de warmtewisselaar, met de pompen stilgelegd, via de luchtkleppen naast de aansluitingen van de warmtewisselaar. n Bij een systeem van het kanaaltype brengt u best trllingsdempende verbindingen (lokaal te voorzien) aan tussen de kanalen en de unit. n Als u een module met elektrische weerstand (EDEH) als accessoire wilt installeren, moet de trillingsdempende verbinding van de aanvoer warmtebestendig zijn. n De kanalen, en vooral de aanvoerkanalen, moeten met anticondenserend materiaal geïsoleerd zijn. n Voorzie een inspectiepaneel naast de apparatuur voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden. n Monteer het bedieningspaneel op de muur. Kies een positie die goed toegankelijk is voor het instellen van de functies en voor het aflezen van de temperatuur.
Vermijd zo goed mogelijk plaatsen die rechtstreeks zijn blootgesteld aan de zon of rechtstreekse koude of warme luchtstromingen. Zet geen voorwerpen in de weg waardoor de temperatuur niet goed kan worden afgelezen. Bedrading ter plaatseEen erkend elektricien moet instaan voor het uitvoeren van de lokale bedrading en monteren van de onderdelen. Dit moet overeenkomstig de lokale en nationale voorschriften gebeuren.
Schakel het toestel uit voordat u de elektrische bedrading uitvoert. Raadpleeg de overeenkomstige handleiding voor opties. Controleer of de voeding overeenstemt met de nominale voeding aangegeven op het typeplaatje van de unit. Voor elke unit moet een schakelaar (IL) voorzien zijn op de voeding met een afstand van minstens 3 mm tusen de opencontacten en een geschikte zekering (F). Het stroomverbruik is aangegeven op het gegevensplaatje op de unit. Voer de bedrading zorgvuldig uit afhankelijk van de combinatie unit/controller in overeenstemming met het juiste bedradingsschema dat bij elk accessoire wordt meegeleverd. Om de elektrische aansluitingen tot stand te brengen moet u het onderste afdekpaneel verwijderen (zie afbeelding 6) voor toegang tot de klemmenstrook.
De stroomkabels (voeding en besturing) moeten via de membraan doorgang in het zijpaneel van de unit aan de andere kant van de hydraulische aansluitingen naar de klemmenstrook worden geleid. Op afbeelding 7 ziet u het FWN-bedradingsschema zonder bedieningspaneel. De eenheid is voorzien van een inverterkaart die de motor regelt en een precieze instelling van de rotatiesnelheid van de motor mogelijk maakt (controlesignaal 0-10 V). Bedrading - onderdelentabel (Zie afbeelding 7)L. Fase. GrondN. NeutraleCN. ConnectorF. Zekering (lokaal aan te kopen)IL. Lijnschakelaar (lokaal aan te kopen)0-10V. Controle signaalCOM. Gemeenschappelijk controle signaalUitVoeren Van een testControleer of het toestel met de vereiste afloop is geïnstalleerd. Controleer of de condensaatafvoer niet verstopt is (stukken steen, e. d. ). Controleer de dichtheid van de hydraulische aansluitingen.
Controleer of de elektrische bedrading stevig is aangesloten (voer deze controle uit met de stroom UIT). Zorg ervoor dat de warmtewisselaar goed ontlucht is. Schakel de stroom in en controleer of het toestel werkt. in geBrUikZie de instructies in de montage- en gebruiksaanwijzing van de controller voor het gebruik van de unit.
Speficieke controllers zijn verkrijgbaar als accessoire. onderhoUd en reinigingOm veiligheidsredenen moet u vóór onderhouds- of reinigings werkzaamheden de unit uitschakelen en de stroom onderbreken door de lijnschakelaar op OFF te zetten. OnderhoudDe onderhoudswerkzaamheden van de FWN-airconditioner en warmeluchtverwarmingsunits zijn beperkt tot het regelmatig reinigen van het luchtfilter en de warmtewisselaar, en de controle van de werking van de condensaatafvoer. Het onderhoud mag alleen worden uitgevoerd door bevoegd personeel. Wees heel voorzichtig bij de onderhoudswerkzaamheden: draag veiligheidshandschoenen omdat u zich zou kunnen verwonden aan sommige metalen onderdelen. Telkens de units na een lange periode van stilstand worden opgestart, moet u controleren dat er GEEN lucht in de warmte wisselaar zit. De motor is onderhoudsvrij aangezien hij uitgerust is met zelfsmerende lagers.
Reinigen van het luchtlterOnderbreek de stroom naar de unit door de lijnschakelaar op OFF te zetten. Ga als volgt te werk om het luchtfilter schoon te maken (afbeelding 6)n Via het inspectiepaneel kunt u aan de apparatuur; verwijder het luchtfilter zoals afgebeeld op afbeelding 8 door de bevestigingsknoppen los te draaien. n Als het filter in het aanzuigrooster zit, moet u het rooster verwijderen en de hierna beschreven stappen uitvoeren. (Zie afbeelding 8)1 Aanzuigmodule met filter2 Het luchtfilter, met schroeven op de aanzuigmodule bevestigd, wordt naar buiten getrokken zoals een lade. 3.
FWNVentilator - convectoren met kanaalaansluiting4PW17549-3NMontagehandleiding en gebruiksaanwijzingn Was het filter met lauw water of, in het geval van droog poeder, met perslucht. n Laat het filter drogen en monteer het opnieuw. Reinigen van de warmtewisselaarControleer de warmtewisselaar voor het begin van het zomerseizoen. Controleer tevens of de lamellen niet verstopt zijn. Verwijder het aanvoerpaneel en de condensaattank zodat u aan de warmtewisselaar kunt. Maak de warmtewisselaar schoon met perslucht of stoom onder lage druk zonder de lamellen van de warmtewisselaar te beschadigen. Controleer de condensaatafvoer regelmatig voordat u de unit in de zomer gebruikt. NOTECorrect en regelmatig onderhoud en reinigen werkt energiebesparend en voorkomt dure reparaties.
eisen Bij het ontmantelenHet ontmantelen van de unit moet gebeuren in overeenstemming met de relevante lokale en nationale reglementeringen. storingsopsporingAls de unit niet goed werkt, controleer dan eerst de punten in de tabel hierna voordat u service vraagt. Neem contact op met uw dealer of servicecentrum als het probleem niet kan worden opgelost.
Symptom 1: De unit doet het helemaal nietMOGELIJKE OORZAKEN WAT TE DOENStroompanne Repareer de stroompanneAutomatische onderbreker geactiveerd Neem contact op met het servicecentrumDe schakelaar staat op STOP (“0”) Schakel de unit IN, zet de schakelaar op “I”Symptom 2: Slechte koel- of verwarmingsprestatiesMOGELIJKE OORZAKEN WAT TE DOENVuil of verstopt luchtfilter Maak het luchtfilter schoonObstakel bij de luchtinlaat of -uitlaat Verwijder het obstakelLucht in de warmtewisselaar Neem contact op met de installateurDeuren en vensters staan open Sluit de deuren en venstersDe unit draait op lage snelheid Selecteer middelmatige of hoge ventilatorsnelheidSymptom 3: De unit lektMOGELIJKE OORZAKEN WAT TE DOENDe unit is niet met de juiste helling geïnstalleerdNeem contact op met de installateurDe condensaatafvoer is verstopt Neem contact op met de installateurDe eenheden zijn gemarkeerd met het volgende symbool:Dit betekent dat elektrische en elektronische producten niet mogen worden gemengd met niet-gesorteerde huishoudelijk afval.
NIET proberen het systeem zelf te ontmantelen: de ontmanteling van het systeem, de behandeling van het koelmiddel, de olie en de andere onderdelen moet worden uitgevoerd door een erkende installatietechnicus en moet voldoen aan de toepasselijke wetgeving. De eenheden moeten worden behandeld in een gespecialiseerde verwerkingsinstallatie voor hergebruik, recycling en terugwinning. Door ervoor te zorgen dat dit product correct wordt verwijderd, draagt u uw steentje bij om milieubederf en schade aan de gezondheid te voorkomen. Neem voor verdere informatie contact op met uw installatietechnicus of de lokale overheid. 4.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Daikin FWN16AATN6V3 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden