Crowcon Xgard XGB Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Crowcon Xgard XGB (126 pagina’s), behorend tot de categorie Meetapparatuur. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen. Heb je een vraag over Crowcon Xgard XGB of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/126
Xgard et Xgard IR Détecteurs de gaz,
Manuel de l'utilisateur et de l'opérateur,
M079910 issue 3 Avril 2019
Xgard und Xgard IR Gasdetektoren
Benutzer- und Bedienerhandbuch,
M079910 issue 3 April 2019
Xgard y Xgard IR Detectores de gas
Manual del usuario y del operador,
M079910 issue 3 Abril 2019
Xgard e Xgard IR Rilevatori di gas,
Manuale per utente e operatore,
M079910 issue 3 aprile 2019
Xgard en Xgard IR Gasdetectors,
Handleiding voor gebruikers en operators,
M079910 issue 3 april 2019
Xgard i Xgard IR Detektor gazu,
Podręcznik użytkownika i operatora,
M079910 issue 3 kwiecień 2019
Xgard e Xgard IR Detectores de gás,
Manual do Usuário e Operador,
M079910 issue 3 Abril 2019
M079910
Issue 3 April 2019
Xgard Bright
Gas Detectors with Display and Relays
User and Operator Manual
PCE Instruments

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Crowcon
Categorie: Meetapparatuur
Model: Xgard XGB

Handleiding Crowcon Xgard XGB – volledige tekst

Nederlands82Nederlands2. INTRODUCTIEDeze handleiding bevat essentiële gezondheids- en veiligheidseisen en instructies voor de veilige installatie en bediening van het Xgard Bright-assortiment van gasdetectoren. Als u meer informatie nodig hebt, raadpleeg dan de volledige handleiding op https://www. crowcon. com. 2. 1 ProductoverzichtXgard Bright is een veelzijdige gasdetector voor het bewaken van een breed scala aan ontvlambare en giftige gassen en zuurstofniveaus. Xgard Bright bevat een helder OLED-scherm (organische lichtemitterende diode) en een magnetische pen voor een eenvoudige menubediening. Xgard Bright biedt standaard 4-20mA- en RS-485-modbus-signalen, met een optionele HART-interface. Er zijn ook relais aangebracht voor het activeren van lokale alarmen of het verzenden van digitale signalen naar controlesystemen.

Xgard Bright kan worden uitgerust met elektrochemische toxische of zuurstofsensoren, pellistorsensoren voor ontvlambare gassen of infrarood koolwaterstof- of kooldioxide-gas-sensoren. Raadpleeg het productidentificatielabel om te bepalen welk type sensor is aangebracht. Pellistorsensoren zijn ontworpen om ontvlambare gassen en dampen te detecteren in concentraties die de onderste explosiegrens niet overschrijden van het doelgas waar-voor de detector is gekalibreerd. Xgard Bright is ATEX en IECEx Ex db IIC T6 Gb explosieveilig gecertificeerd voor gebruik in gevaarlijke gasomgevingen Zone 1 of 2 en Ex tb IIIC T80°C Db voor gebruik in gevaarlijke stofomgevingen Zone 21 of 22. 2. 2 VeiligheidsinformatieVeiligheidsinformatie die relevant is voor Ex-vereisten:• WAARSCHUWING - POTENTIEEL ELEKTROSTATISCH OPLADINGSGEVAAR.

De behuizing in geverfd aluminium vormt een potentieel elektrostatisch gevaar en de apparatuur mag alleen worden schoongemaakt met een vochtige doek. • De kabelwartel moet vóór gebruik worden geïnstalleerd en moet voldoen aan de vereisten van de normen EN60019-0 en EN60079-1 met minimale IP66-bescherming tegen indringing.

• Ongebruikte kabelingangen moeten worden afgedicht met een ATEX / IECEx Exd gecertificeerde stopplug met een minimale IP66-bescherming tegen indringing. • Alleen kabels die in deze instructies worden aangegeven, kunnen worden gebruikt. • Externe aarding moet vóór gebruik worden overwogen en volgens deze instructies worden geïnstalleerd.

Xgard Bright 83Nederlands• WAARSCHUWING - NIET OPENEN WANNEER EEN EXPLOSIEVE ATMOSFEER AANWEZIG IS. • Het deksel van Xgard Bright moet goed gesloten worden gehouden totdat de stroom naar de detector is geïsoleerd, anders kan een ontvlambare atmosfeer ont-steken. Voordat u de afdekking verwijdert voor onderhoud, moet u ervoor te zorgen dat de omringende atmosfeer vrij is van brandbare gassen of dampen. Algemene veiligheidsinformatieXgard Bright-gasdetectoren moeten worden geïnstalleerd, bediend en onderhouden in strikte overeenstemming met deze instructies, waarschuwingen, labelinformatie en binnen de aangege-ven beperkingen. • Xgard Bright-detectoren zijn ontworpen om gassen of dampen in de lucht te detecteren, en geen inerte of zuurstofarme atmosfeer. Xgard Bright zuurstofdetec-toren kunnen metingen doen in een zuurstofarme atmosfeer.

• Elektrochemische cellen die worden gebruikt in toxische en zuurstofversies van Xgard Bright bevatten kleine hoeveelheden corrosief elektrolyt. Wees voorzichtig bij het vervangen van cellen zodat elektrolyt niet in contact komt met de huid of de ogen. • Onderhoud en kalibratie mogen alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd onderhoudspersoneel. • Er mogen alleen originele Crowcon-vervangingsonderdelen worden gebruikt, want anders kunnen de certificering en garantie van de detector vervallen. • Xgard Bright-detectoren moeten worden beschermd tegen extreme trillingen en direct zonlicht in een warme omgeving, omdat dit ertoe kan leiden dat de tempera-tuur van de detector boven de gespecificeerde limieten stijgt en vroegtijdig falen veroorzaakt. Er is een zonnescherm beschikbaar voor Xgard Bright. • Deze apparatuur mag niet worden gebruikt in een koolstofdisulfide-atmosfeer. 2.

3 OpslaginstructiesBepaalde typen sensoren die bij Xgard Bright verkrijgbaar zijn, hebben een beperkte levensduur wanneer ze niet worden gevoed en / of mogelijk nadelig worden beïnvloed door extreme temperaturen of milieuverontreiniging.

Xgard Bright84Nederlands3. INSTALLATIE3. 1 Gebruik in een gevaarlijk gebied3. 2 LocatieDe detector moet worden gemonteerd op de plaats waar het te detecteren gas het meest waarschijnlijk aanwezig is. De plaatsing van sensoren moet worden bepaald op basis van advies van deskundigen met specialistische kennis van gasdispersie, van de verwerkingsapparatuur van de fabriek en van de veiligheids- en technische kwesties. De overeenkomst over de locatie van de sensoren moet worden vastgelegd. De detector moet worden gemonteerd op de plaats waar het te detecteren gas het meest waarschijnlijk aanwezig is. Er moet met de volgende punten rekening worden gehouden bij het plaatsen van de gasdetectoren:• Om gassen te detecteren die lichter zijn dan lucht, moeten detectoren op een hoog niveau worden gemonteerd en Crowcon raadt het gebruik van een verzamelkegel aan (onderdeelnr. C01051).

• Om gassen die zwaarder dan lucht zijn te detecteren, moeten detectoren op een laag niveau worden gemonteerd. • Houd bij het plaatsen van detectoren rekening met de mogelijke schade veroor-zaakt door natuurlijke gebeurtenissen zoals regen of overstromingen. Voor buiten gemonteerde detectoren, adviseert Crowcon het gebruik van een sproeischerm (onderdeelnr. C01052). • Overweeg om een gemakkelijke toegang te voorzien voor functionele testen en onderhoud. • Overweeg hoe ontsnappend gas zich zou kunnen gedragen als gevolg van natuur-lijke of geforceerde luchtstromingen. Monteer detectoren in ventilatiekanalen indien van toepassing. • Overweeg de procesomstandigheden. Butaan is bijvoorbeeld normaal zwaarder dan lucht, maar als het vrijkomt uit een proces met een hoge temperatuur en / of druk, kan het gas stijgen in plaats van dalen.

De installatie moet in overeenstem-ming zijn met de erkende normen van de bevoegde autoriteit in het betreffende land. Neem voor meer informatie contact op met Crowcon. Voordat u met de installatie begint, moet u ervoor zorgen dat de plaatselijke en locatievoorschrif-ten en -procedures worden gevolgd.

Xgard Bright 85Nederlands• De plaatsing van zuurstofsensoren vereist kennis van het gas dat de zuurstof kan verdringen. Koolstofdioxide is bijvoorbeeld dichter dan lucht en zal daarom waar-schijnlijk zuurstof van beneden naar boven verplaatsen.• Sensoren moeten op hoofdhoogte (nominaal 1,5 m) worden gemonteerd om gassen met een vergelijkbare dichtheid als lucht te detecteren, ervan uitgaande dat de omgevingscondities en de temperatuur van het doelgas nominaal 20˚C bedragen.De plaatsing van sensoren moet worden bepaald op basis van advies van deskundigen met specialistische kennis van gasdispersie, van de verwerkingsapparatuur van de fab-riek en van de veiligheids- en technische kwesties. De overeenkomst over de locatie van de sensoren moet worden vastgelegd.3.3 MontageXgard Bright moet op de aangewezen locatie worden geïnstalleerd met de sensor omlaag gericht.

Dit zorgt ervoor dat er zich geen stof of water op de sensor verzamelt en dat er geen gas meer in de cel komt. Wees voorzichtig bij het installeren van de detector om schade aan het geverfde oppervlak van de behuizing te voorkomen.Er bevinden zich twee M20x1.5-ingangspoorten op de basis. Eén ingangspoort moet worden gebruikt voor de invoerstroom tijdens een normale werking. De ongebruikte poort moet worden geblokkeerd door een blindstekker of kan worden gebruikt om een extern alarmapparaat aan te sluiten of om apparaten aan te sluiten op de multi-drop communicatie. De eindgebruiker mag alleen een gecertificeerde kabelwartel gebruiken voor de installatie.Se reporter au schéma des dimensions (schéma 4) concernant le détail des trous de Raadpleeg het afmetingsdiagram, diagram 4, voor details van de montagegaten.

Xgard Bright86Nederlands3.4 Interne elektrische aansluitingenSchéma 6: Xgard Bright interne elektrische aansluitingenOPMERKING: het is niet de bedoeling dat klanten de mini-USB-aansluiting gebrui-ken. Als de mini-USB op een computer wordt aangesloten zal die waarschijnlijk zowel de Xgard Bright als de computer beschadigen.3.5 Algemene kabelvereistenDe bekabeling naar Xgard Bright moet in overeenstemming zijn met de erkende normen van de bevoegde autoriteit in het betreffende land en moet voldoen aan de elektrische vereisten van de detector.Er moeten geschikte explosieveilige wartels worden gebruikt.

Xgard Bright 87Nederlands3. 6 Kabelvereisten 4 tot 20mA stroomlusDit voldoet aan de vereisten voor 4 tot 20mA stroomlus- en HART-aansluitingen en maakt de aansluiting en voeding van een bijkomende baken of sounder mogelijk, afhan-kelijk van het stroomverbruik, de kabelweerstand en de paneelspanning. Voor het stroomverbruik moet rekening worden gehouden met het slechtste scenario, bijvoor-beeld wanneer de accessoires van stroom worden voorzien. Voorbeeldberekening 1Wat is de langste kabel zodat een detector kan werken met behulp van een punt-naar-punt-verbinding en een sounder met een stroomverbruik van 250mA kan voeden. Gebruik de parameters van een 1,5mm2 kabel, waarbij de controller een gegarandeerde minimale uitgangsspanning van 18V heeft. Dit type kabel heeft een weerstand van 12,1Ω/km. De totale kabelweerstand (heen en terug) bedraagt daarom 24,2.

De minimale vereiste spanning van Xgard Bright is 10V. De stroom van alarm 2 voor Xgard Bright (pellistor) is 95mA en de maximale uitgangs-stroom van de sounder is 0,25A. De totale stroom in het alarm dat de sounderuitgang aanstuurt is:-Max stroom = 0,25 + 0,095 = 0,345A. 18V = 10V + (0. 345 x 24. 2 x d), waarbij d de afstand in km is d = (18 – 10) / (0. 345 x 24. 2) = 0. 958 kmVoorbeeldberekening 2Zoals voorbeeldberekening 1 maar zonder sounder. Xgard Bright pellistor vereist een gelijkstroomvoorziening van 10-30V, bij max. 95mA. Zorg ervoor dat er een minimum van 10V op de detector aanwezig is, rekening houdend met het spanningsverlies door de weerstand van de kabel. Bijvoorbeeld, een nominale gelijkstroomvoeding op het bedieningspaneel van 24V heeft een gegarandeerde mini-male voeding van 18V. Het maximale spanningsverlies is dus 8V.

Door het stroomverbruik van meerdere detectoren moet het voeden van accessoires via de sounder-/bakenuitgang of relaiscontact van de detector worden vermeden.Elke detector moet worden geconfigureerd met een uniek knooppuntadres bij aansluiting in een adresseerbaar netwerk.Voor werking met multidrop zijn vier aansluitingen nodig: een 24V/0V gelijkstroomvoe-ding en RS-485 A en B aansluitingen op de betreffende terminals. Twee sets RS-485 terminals en de toegang voor een reservekabelwartel (afgesloten met een stopwartel door Crowcon) zijn voorzien zodat signalen gemakkelijke 'met een lus' naar de volgende detector kunnen worden doorgeleid.Om kabelspanningsverliezen te minimaliseren (en om de potentiële totale kabellengte en de detectornetwerkaantallen te maximaliseren) moet een kabel met een grote dwars-doorsnede worden gebruikt voor de 24V/0V stroomaansluiting.

Xgard Bright 89NederlandsEen afgeschermde kabel met getwiste paren wordt aanbevolen voor de RS485 signalen. De afscherming mag alleen op het bedieningspaneel worden geaard, maar de continuï-teit moet worden gehandhaafd via de detectoren tot aan de laatste detector. De laatste detector heeft ook een afsluitweerstandslink nodig die op de bovenste printplaat (de terminals met het opschrift RT) moet worden gemonteerd. Er zijn speciale kabels beschikbaar die geleiders met een grote dwarsdoorsnede voor de stroomvoorziening en signaalkabels met getwiste paren voor RS-485 communicatie combineren, maar in sommige gevallen kan het nodig zijn om aparte kabels naar het detectornetwerk te leggen.

Het meest praktische kan in dit geval zijn om de twee kabels in een aansluitdoos in de buurt van elke detector te beëindigen, en een drop- en enkele/gecombineerde kabel met kleinere stroomgeleiders lokaal naar de detector te leiden. Op grote netwerken, of waar lange kabels nodig zijn, kan het nodig zijn om groepen van detectoren te voeden via een afzonderlijke stroomvoorziening die lokaal rond de instal-latie is geplaatst. Wanneer deze methode wordt toegepast, moeten de 24V/0V-kabels voor elke detectorgroep worden geïsoleerd met hun eigen lokale stroomvoorziening. 3. 7. 1 Acceptabele kabellengte en detectoraantallen berekenenHet is van essentieel belang om vóór de installatie de spanning voor elke detector te berekenen op basis van de benodigde voedingsspanning, kabelweerstand en kabelleng-tes,.

Hoe meer detectoren op de lineaire bus zijn aangesloten, hoe groter het vermogen dat nodig is om het systeem te laten werken. Om het benodigde vermogen voor een bepaalde opstelling te berekenen, moet de kabelweerstand tussen elk paar detectoren gekend zijn. Een stroom van maximaal 0,07A (toxische) moet mogelijk zijn voor elke 'sprong' tussen de detectoren (dit veronderstelt de hoogste vermogensconfiguratie voor elke detector: pellistorsensor).

De toe te passen spanning kan worden berekend door het spanningsverlies van elke 'detectorsprong' te schatten - aan het einde moet er minstens 10V overblijven om ervoor te zorgen dat de laatste Xgard Bright detector correct functioneert. Volg de onderstaande stappen en de voorbeeldberekening in het volgende hoofdstuk om de berekeningen voor specifieke toepassingen te maken. 1. De spanning mag niet lager zijn dan 10V, dus begin de berekening door die waar-de toe te kennen aan de spanning op de laatste detector in de lijn. 2. Elke detector kan tot 0,070A afnemen. Bereken het kabelspanningsverlies van de eerste 'sprong' tussen de detectoren door 0,070A stroom te nemen en dit te vermenigvuldigen met de kabelweerstand van de 'sprong' tussen de laatste en de voorlaatste detector. 3.

Xgard Bright90Nederlands4. Herhaal dit proces voor elke detector en tel de spanningsverliezen op die tussen elke detector zullen optreden.5. De maximale spanning van 30V mag niet worden overschreden.Voorbeeldbereking met de bovenstaande regelsHoeveel stuks Xgard Bright kunnen op een multidropkabel worden aangesloten als:1. De controller een gegarandeerde minimale uitgangsspanning van 18V heeft.2. De kabelweerstand 12.1Ω/km is.3. Er 20m is tussen elke detector en er 20m is tussen de laatste detector en de con-troller.4 De stroomafname in het slechtste geval (Xgard Bright toxische) is 70mA.Houd er dus rekening mee dat de spanning naar de detector die het verst van de con-troller verwijderd is (n=1) 10V moet zijn.

Elk kabelsegment heeft een totale weerstand (heen en terug) van 12,1 x 2 x 20/1000 = 0,484 Ohm.Dus het spanningsverlies van de kabel naar de detector (n=2) is:Vc = 0,070 x 0,484 = 0,03388VV(n=2) = V(n=1) + Vc = 10,0338VNu is de spanning op de detector (n=3) V(n=3) = V(n=2) + 2Vc (aangezien er tweemaal zoveel stroom door dit kabelsegment wordt geleverd)V(n=3) = 10,03388 + 0,06776 = 10,10164VXgard Bright Xgard Bright Xgard Bright Xgard Bright Xgard Bright Xgard Bright12 3 4 5 6Bedienings-paneel

Als dit geen handige oplossing is, kan het aantal worden verhoogd door de voeding te wijzigen of een dikkere kabel (met een lagere weerstand) te gebruiken.

Xgard Bright92Nederlands3.8 AardingsvereistenDe aardingsterminals bevinden zich aan de buitenkant van de Xgard Bright-behuizing naast de kabelinvoer rechtsboven en aan de binnenkant naast de linker 'sounder out'-kabelconnector. Voor de elektrische veiligheid is het van essentieel belang dat de Xgard Bright-behuizing met de aarde is verbonden, meestal met behulp van de exter-ne aardaansluiting. Als er een aardingskabel in de veldkabel is aangebracht, kan het interne aardpunt worden gebruikt. De aardaansluiting moet worden vastgedraaid met behulp van een momentschroevendraaier tot 10 Nm en vastgezet met een M4 x 6mm schroef, een gewone ring en een asklemring. De dwarsdoorsnede van aardingskabels moet 4 mm2 of groter zijn.Aansluitingen voor de aardingAardeExtra externe aardingsklem (aarde)

Xgard Bright 93Nederlands4. BEDIENING4.1 BedieningspaneelHet Xgard Bright-bedieningspaneel bestaat uit een OLED-scherm, een driekleurige status-LED en twee magnetisch bediende Hall Effect-schakelaars. Het scherm toont witte karakters op een zwarte achtergrond dat zelfs in fel zonlicht goed leesbaar is. Een omgekeerde witte schermbeveiliging wordt geactiveerd in de normale detectiestand als er gedurende lange tijd geen activiteit is.4.2 DisplaymeldingenWanneer de Xgard Bright is ingeschakeld, voert het apparaat interne diagnostische controles uit, terwijl op het display het Crowcon-logo wordt weergegeven. Deze proce-dure wordt gedurende ongeveer 45 seconden weergegeven, gevolgd door een opwarmstatus die gedurende ongeveer 120 seconden duurt.WAARSCHUWINGVoordat u enige werkzaamheden uitvoert, moet u ervoor zorgen dat de plaatselijke en locatievoorschriften en -procedures worden gevolgd.

Xgard Bright94NederlandsAls de diagnostische controles succesvol waren, wordt het gasstatusscherm weerge-geven. Bij normaal gebruik wordt het gasniveau op het display weergegeven.Wanneer alarmen aanwezig zijn, wordt de status op het display weergegeven door de tekst "! -ALM1" of "! -ALM2", afgewisseld met de aanwezige gaswaarde.Als er een fout aanwezig is, wordt dit op het display weergegeven met "F" tussen de gaswaarde en de eenhedenaanduiding..WAARSCHUWING: Xgard Bright sensormodules zijn NIET compatibel met Xgard sensormodules.%lel50

3W maxElektrische uitgang 4-20mA current sink of sourceRS-485 Modbus RTUHART (optioneel)Relais: Alarm 1, Alarm 2, FaultSPDT contacten met een rating van 250mA 30VdcSounder Out: 24Vdc (nominaal), 250mA maximale belasting.Bedrijfstemperatuur -40°C tot +70°C (-40°F to 158°F)Opmerking: de bedrijfstemperaturen van sensoren lopen uiteen.Bekijk het informatieblad van de sensor of contacteerCrowcon voor specieke sensordata.Vochtigheid 0 tot 95% RH, niet-condenserendHerhaalbaarheid +/- 2% FSDNulpuntsverloolp +/- 2% FSD per jaar maximumGoedkeuringscodes ATEX en IECExEx II 2G Ex db IIC T6 GbEx II 2D Ex tb IIIC T80°C DbCerticaatnummers:TUV 16 ATEX 7908 XIECEx TUR 16.0035 XStandaarden: EN60079-0:2012 + A11:2013EN60079-1:2014EN60079-31:2014IEC60079-0:2017 Editie 7IEC60079-1:2014-06 IEC60079-31:2013Zones Gecerticeerd voor gebruik in Zone 1- en Zone 2-gebiedenEMC compliance EN50270:2015

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Crowcon Xgard XGB stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden