Cramer 82ZT132 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Cramer 82ZT132 (201 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 33 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Cramer 82ZT132 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Cramer |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | 82ZT132 |
Handleiding Cramer 82ZT132 – volledige tekst
Niet-gemonteerdemachine (1)2. Bovenste handvat (1)3. Rolbeugel montage(1)4. Zitting (1)5. Bladen (1)6. Uitwerpopening (1)7. Lader (1)8. Gebruiksaanwijzing(2)9. Blad met afbeeldingen(1)2 INSTALLATIE2. 1 INSTALLEER DE ROLBEUGEL(ROLL OVER PROTECTIONSTRUCTURE, ROPS)Zie afbeelding 31. Steek de borgpen in het gat. 2. Steek de R-clip in het gat van de borgpen. 2. 2 INSTALLEER DEBESTURINGSHENDELZie afbeelding 41. Lijn het bovenste deel van de besturingshendel uit methet onderste deel. 2. Steek de schroef samen met de sluitring in het gat. 2. 3 MONTEER DE ZITTINGZie afbeelding 51. Plaats de zitting op de montagebeugels en lijn de gaten uitzoals afgebeeld. 2. Sluit de stekker van de stoel (41) aan op de machine. 3. Monteer de bouten, ringen en moeren en draai ze goedvast. 4. Zorg ervoor dat de zitting goed vastzit. 3 KEN UW MACHINE3.
Hoge bladsnelheid en lagebladsnelheid. De keuze is afhankelijkvan het maaiveld. OPMERKINGDe maaitijd wordt verlengd als u meteen lage snelheid maait. BELANGRIJKSchakel de dekmotoren nooit in als het dek belast is. Demotoren of het dek kunnen beschadigd raken. 3. 3 BESTURINGSHENDELSDe twee hendels regelen de snelheid van de maaier, derichting, het stoppen, de neutrale vergrendeling en deparkeerrem. De hendels worden gebruikt om te sturen, teversnellen, te vertragen, te stoppen en van richting teveranderen. Wanneer de besturingshendels in deparkeerremstand staan, zal de maaier niet bewegen. 3. 4 STARTBLOKKEERSYSTEEMDe machine is uitgerust met een startblokkeersysteembestaande uit de parkeerremschakelaars, dezitplaatsschakelaar en de schakelaar voor het in- enuitschakelen van de dekbladen.
Het startblokkeersysteem van de maaier is ontworpen om debestuurder en anderen te beschermen tegen onopzettelijkletsel als gevolg van het onbedoeld starten van de aandrijving. Controleer dagelijks het startblokkeersysteem van de maaiervoordat u hem in gebruik neemt.
Dit systeem is eenbelangrijk veiligheidskenmerk van de maaier. Het moetonmiddellijk worden gerepareerd als het niet goed werkt. Demachine is voorzien van een afzonderlijke zitplaatsschakelaardie het aandrijfsysteem en de motoren van het maaidekuitschakelt wanneer de bestuurder om welke reden dan ookniet zit terwijl de maaier in bedrijf is. Dit is eenveiligheidsvoorziening die is ontworpen om weglopen ofongewild verstrikt raken te voorkomen. WAARSCHUWINGHet startblokkeersysteem mag niet worden losgekoppeld ofomzeild. Doet u dit wel, dan kan de machine onverwachtgaan werken, met persoonlijk letsel tot gevolg. Om het systeem te inspecteren:1. De bestuurder moet op de stoel zitten wanneer destoelschakelaar wordt getest. 2. Druk op de drukknopschakelaar met de magneetsleutelgeplaatst. 3. Trek de besturingshendels naar de neutrale positie. 4.
Trek de schakelaar voor de bladen omhoog om de motorin te schakelen. 5. Hef uzelf nu langzaam uit de zitting. De bladen moetennu stoppen. 6. Als de bladen niet stoppen wanneer u uit de zitting komten als de oorzaak niet kan worden vastgesteld, neem danonmiddellijk contact op met uw Cramer dealer. 3. 5 ROLBEUGEL (ROPS, ROLL OVERPROTECTIVE STRUCTURE)De rolbeugel kan het risico op letsel of overlijden als gevolgvan het kantelen tot een minimum beperken. De rolbeugelkan omlaag worden gekanteld door de borgpennen teverwijderen na het uittrekken van de R-clips, zodat demachine onder laaghangende boomtakken of andere obstakelskan werken. Draag de veiligheidsgordel niet wanneer derolbeugel in de neergelaten stand staat. Gebruik de rolbeugelin de "ingeklapte" stand alleen als het absoluut noodzakelijkis. WAARSCHUWINGGebruik de maaier niet met de rolbeugel ingeklapt(neergelaten stand).
WAARSCHUWINGOm de kans op letsel of de dood bij het kantelen teminimaliseren:• Houd de rolbeugel omhoog en vergrendel hem engebruik de veiligheidsgordel. • Laat de rolbeugel alleen zakken wanneer dat absoluutnoodzakelijk is. • Rijd langzaam en voorzichtig. Zet de rolbeugel omhoogzodra de ruimte het toelaat. Lees en volg de instructiesen waarschuwingen voor het gebruik op hellingen. • Doe altijd uw veiligheidsgordel om tijdens het gebruikvan de machine (maaier uitgerust met rolbeugel inomhoog-stand). • Controleer het te maaien gebied op voldoende vrijeruimte boven het hoofd (boomtakken, lijnen,deuropeningen, etc. ) Kom niet in aanraking met eenbovenliggend object met de rolbeugel. WAARSCHUWINGGebruik voor het trekken of slepen altijd de Zero turnkoppeling. Bevestig geen kettingen of touwen aan derolbeugel om iets te trekken of te slepen, omdat de machinedan achterover kan kantelen. 3.
6 ANTI-SCALPWIELENZie afbeelding 2Anti-scalpwielen zijn standaard op Cramer units. Deze anti-scalpwielen zijn ontworpen voor het maaien op ruw, oneffenterrein. Nadat u de maaihoogte hebt ingesteld, stelt u de anti-scalpwielen zo af dat ze onder het maaidek uitsteken maarniet de grond raken. Ze moeten altijd ten minste 0,6 cm tot1,9 cm onder het dek liggen. Als de machine op een vlakke,horizontale ondergrond staat, kan de wielpositie naar behoefteworden ingesteld van 1,9 cm tot 4,4 cm onder hetbladoppervlak. Verplaats de wielen omhoog of omlaag - metbehulp van de verschillende asbevestigingsgaten in dewielbevestigingssteun (indien van toepassing op het model). 3. 7 NEUTRALE OMLOOPKNOPZie afbeelding 7-81. De knoppen voor de neutrale omloop bevinden zichachter het frame aan de achterkant van de maaier. 2. Verwijder de (4) duimschroeven van het gaasdeksel. 3.
Draai de neutrale omleidingsknoppen met de klok meeom de aandrijfremmen vrij te geven; tegen de klok in omze vast te zetten. 5. Installeer de neutrale omloopknop(pen) terug op zijn/hunoorspronkelijke plaats na het voltooien van hetonderhoud. WAARSCHUWINGRijd nooit met de maaier terwijl de omloopknop in neutraalstaat. Zet de neutrale omloopknop altijd in deoorspronkelijke stand voordat u gaat rijden. Als u de knopniet opnieuw installeert, kan dit ernstige schade aan uwmaaier veroorzaken en vervalt de garantie op de maaier. WAARSCHUWINGTrek nooit aan de neutrale omloopknop als de machine opeen helling aan het werk is. 3. 8 GEBRUIK DECONNECTIVITEITSFUNCTIEDe software van de connectiviteitsbox kan de locatie engegevens van de machine leveren.
OPMERKINGAls de connectiviteitskast beschadigd of verwijderd is, zalde machine in de "limp home"-modus gaan, waarin demachine alleen met lage snelheid kan rijden zonder dat hetblad werkt. 4 BEDIENING4. 1 VOORAFGAAND AAN HETGEBRUIK4. 1. 1 STEL DE BESTURINGSHENDEL AFDe besturingshendels kunnen worden versteld voor hetcomfort van de bestuurder. Door de dopschroeven los tedraaien waarmee de bovenste bedieningshendel aan deonderste is bevestigd, kan de bovenste bedieningshendelworden gedraaid. De besturingshendels moeten zodanigworden afgesteld dat zij in de neutrale stand op elkaar zijnafgestemd. 4. 1. 2 AANPASSING VAN DE ZITTINGZie afbeelding 6 WAARSCHUWINGControleer vóór elk gebruik of de zitting stevig isvastgeschroefd. Hiermee wordt voorkomen dat de zittingverschuift/kantelt in geval van kantelen of omvallen van demaaier.
OPMERKINGU kunt de geveerde voorspanning van de zitting aanpassendoor aan de cycloonknop te draaien. Draai met de klok meeom de voorspanning te verhogen en tegen de klok in om devoorspanning te verlagen. 4. 1. 3 STEL DE MAAIHOOGTE VAN HETDEK INZie afbeelding 9Voordat u de maaier gebruikt, moet u de maaihoogte instellenop de voor uw gazon meest geschikte stand. De hoogte van het dek is instelbaar van 2. 5-14 cm. Hetmaaidek moet tijdens het maaien omhoog worden gebrachtom stronken, stenen of andere obstakels te vermijden die hetmaaidek kunnen beschadigen. 1. Stop de maaier en ontkoppel de bladen. 2. Druk op de drukknopschakelaar en stel de parkeerrem in. 3. Druk het pedaal voor de maaihoogte-instelling volledigin. 4. Breng de pen in zodra de gewenste dekhoogte bereikt is. 5. Druk het pedaal voor de maaihoogte-instelling opnieuwin. 4. 2 GEBRUIK VAN DE MACHINE4. 2.
1 START HET APPARAAT WAARSCHUWINGDe veiligheidsgordel moet worden vastgemaakt wanneereen maaier met rolbeugel in de omhoog geklapte envergrendelde stand wordt gebruikt. Draag deveiligheidsgordel niet wanneer de rolbeugel in deneergelaten stand staat. 1. Met de magneetsleutel in de machine, drukt u op dedrukknop om de machine te activeren. 2. Controleer de juiste snelheidsmodus door de regelknopvan de aandrijving in de stand "lage snelheid" te zetten. OPMERKINGHet wordt altijd aanbevolen om in de lage modus/langzame snelheid te starten. 3. Trek de rechter en linker besturingshendels naar binnentotdat ze de aanslag raken. 4. Trek de AAN/UIT-schakelaar van het maaidek omhoogom de bladen te starten voor het maaien. OPMERKINGSchakel de bladen alleen in als de besturingshendels inde NEUTRALE stand staan. Schakel de bladen NOOITin als de machine in beweging is. 5.
2 HET BESTUREN VAN DE MACHINEGebruik na het starten van de machine de besturingshendelsvoor het bedienen van de machine: WAARSCHUWINGZorg dat u altijd weet wat er achter u gebeurt als u achteruitrijdt. Maai niet achteruit, tenzij het absoluut noodzakelijk is. Kijk altijd naar beneden en naar achteren voor en tijdens hetachteruit rijden. WAARSCHUWINGHet snel bewegen van de besturingshendels wordtafgeraden, omdat dit schade aan de onderdelen van hetelektrische systeem kan veroorzaken. • Als u vooruit wilt, duwt u beide besturingshendels evenver naar voren. • Als u vooruit wilt, trekt u beide besturingshendels evenver naar achteren. • Om naar links te gaan, duwt u de rechterbesturingshendel verder van de neutrale stand dan delinker besturingshendel. • Om naar rechts te gaan, duwt u de linkerbesturingshendel verder van de neutrale stand dan derechter besturingshendel.
• Om een nul-radius draai uit te voeren, beweeg eenbesturingshendel naar voren en de anderebesturingshendel terug van neutraal. Hierdoor kunnen deaandrijfwielen in tegengestelde richting draaien. • Om te stoppen of snelheid te verminderen, zet u debesturingshendels in neutraal. Trek de besturingshendelsrustig naar achteren als u vooruit rijdt. Duw debesturingshendels rustig naar voren als u achteruit rijdt. • Voor een noodstop zijn er twee methoden die gebruiktkunnen worden:• Wanneer u vooruit of achteruit rijdt, zet u debesturingshendels onmiddellijk in deparkeerremstand. Duw bij het achteruitrijden debesturingshendels rustig naar voren en vermijdplotselinge bewegingen. Bij een plotselinge bewegingkan de voorkant van de maaier loskomen van degrond, waardoor u de controle over de maaier kuntverliezen met ernstig letsel of de dood tot gevolg.
naar achteren vanuit neutraal dan de linkerbesturingshendel totdat de achterkant van de machine isrondgedraaid. Duw vervolgens de besturingshendels naarvoren totdat ze beide voorbij neutraal zijn en de machinevooruit begint te rijden. Duw de linker besturingshendelverder naar voren vanuit neutraal dan de rechterbesturingshendel en voltooi de bocht. • Om de snelheid te verhogen, vergroot u de afstand vande besturingshendel vanuit de neutraalstand. Hoe verderde besturingshendels voorwaarts uit de neutraalstandstaan, hoe sneller de machine vooruit rijdt. Hoe verder debesturingshendels naar achteren staan vanuit deneutraalstand, hoe sneller de machine achteruit gaat. 4. 2. 3 STOPPEN VAN DE MACHINE GEVAAR. Maak nooit plotselinge stuurbewegingen met de machine,vooral niet als u op een helling manoeuvreert. De besturingis ontworpen voor een gevoelige reactie.
Een snellebeweging van de besturingshendels in beide richtingen kanresulteren in een snelle reactie van de machine. Dit kanernstig letsel veroorzaken. 1. Zet de besturingshendels terug in de neutrale stand. Duwde besturingshendels naar buiten in de parkeerremstand. 2. Druk de AAN/UIT-knop voor de bladen omlaag. 3. Druk op de drukknopschakelaar. LET OP. Het wordt aanbevolen om de magneetsleutel uit demachine te verwijderen om te voorkomen dat demachine per ongeluk start. 4. 3 GEBRUIK OP EEN HELLING• Wees uiterst voorzichtig bij het werken op hellingen. • Verwijder of wijzig geen wielen. • Kijk uit voor gaten, spoorvorming, hobbels, stenen ofandere verborgen voorwerpen. Oneffen terrein kan demachine doen kantelen. Hoog gras kan obstakelsverbergen. • Verwijder obstakels zoals stenen, boomtakken, afval etc. • Laat alle bewegingen op hellingen langzaam engeleidelijk verlopen.
• Maai op een veilige afstand (minimaal 3 meter) vanafwateringen, sloten, taluds, water en andere soortengevaren om te voorkomen dat de machine in onbalansraakt of dat de grond wegbreekt. Dit vermindert het risicodat de machine plotseling omrolt, wat ernstig letsel of dedood tot gevolg kan hebben. • Gebruik een normale loopmaaier, duwmaaier ofhandtrimmer op hellingen en in de buurt van afhellendevlakken, afwateringen, sloten, taluds en water. • Maai niet op nat gras. Verminderde tractie kan leiden totslippen en verlies van controle veroorzaken. • Zorg dat u niets sleept op een hellend vlak. Het gewichtvan het getrokken materieel kan verlies van tractie encontrole veroorzaken.
• Als de banden van de maaier grip verliezen bij hetwerken op hellingen, schakelt u de maaiaandrijving uit,zet u de besturingshendels in de parkeerremstand, drukt uop de drukknop, verwijdert u de magneetsleutel en roeptu hulp in. • Maak nooit plotselinge stops, starts, bochten enrichtingveranderingen met de machine, vooral niet als uop een helling manoeuvreert. De besturing is ontworpenvoor een gevoelige reactie. Een snelle beweging van debesturingshendels in beide richtingen kan resulteren ineen snelle reactie van de machine. Dit kan ernstig letselveroorzaken. • Stop nooit plotseling als u van een helling afrijdt. Dezeactie kan leiden tot een reactie van de machine die ernstiglichamelijk letsel kan veroorzaken. • De Cramer maaier is in staat om horizontaal te werken(traverse) op matige hellingen.
Let bij het werken ophellingen tot 20 graden op alle omstandigheden die ertoekunnen leiden dat de aandrijfbanden van de maaier huntractie verliezen, waardoor u mogelijk de controle over demachine kunt verliezen. Een bestuurder mag niet op eenhelling werken voordat hij grondig vertrouwd is met hetapparaat. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan20 graden. Gebruik de hellingindicator wanneer u de graad van de temaaien helling moet bepalen.
Het wordt ten sterksteaanbevolen dat de bestuurder de helling met uiterstevoorzichtigheid verlaat, indien er tekenen van verlies vantractie worden waargenomen. Wacht tot de toestand diehet probleem veroorzaakte is opgelost voordat u weer opde helling probeert te werken. Terreingesteldheid kan detractie beïnvloeden, wat kan leiden tot verlies vancontrole over de machine. Enkele van de omstandighedenwaarop u moet letten zijn:1. Nat terrein2. Oneffenheden in de grond (bv. gaten, spoorvorming)3. Modder4. Bepaalde grondsoorten (bv, zand, losse aarde, grind,klei)188NederlandsNL.
5. Grassoorten, dichtheid en hoogte6. Extreem droge omstandigheden7. BandenspanningDe op de maaier gemonteerde hulpstukken hebben ookinvloed op de manier waarop de maaier op een hellingrijdt. Wees u ervan bewust dat de eigenschappen van elkaanbouwdeel verschillen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van situaties waarinvoorzichtigheid geboden is bij het werken op een helling. Er zijn nog veel meer situaties die het werken op eenhelling gevaarlijk maken. Wees altijd uiterst voorzichtigbij het werken op een helling. • De rolbeugel kan het risico op letsel of overlijden alsgevolg van het kantelen tot een minimum beperken. Deveiligheidsgordel moet worden vastgemaakt wanneer eenmaaier met rolbeugel in de omhoog geklapte envergrendelde stand wordt gebruikt. Zowel de borgpennenals de R-clips moeten worden aangebracht.
Het nietgebruiken van de veiligheidsgordel met de rolbeugel zalleiden tot ernstig letsel in geval van het kantelen van demachine. 4. 4 TIPS VOOR APP-BEDIENING1. MOBIELE APPLICATIEZie afzonderlijk blad met tekeningen 13Zoek het serienummer, de koppelingscode en de QR-code ophet voertuiglabel. 2. REGISTRATIE EN INLOGGENZie afzonderlijk blad met tekeningen 14Stap 1. Vul de registratiegegevens in (met * is verplicht) enklik vervolgens op de knop "Maken". Stap 2. Bevestig gebruikersrechten. Geef toestemming voorhet gebruik van informatie. Stap 3. Bevestig de licentieovereenkomst vooreindgebruikers. Klik op "Account maken". Stap 4. Activeer de account-e-mail, klik op "Doorgaan". Open de e-mail en klik op de activeringslink erin, en ga danverder met inloggen. Stap 5. Log in. 3. VOEG EEN APPARAAT TOEZie afzonderlijk blad met tekeningen 15Stap 1.
Wanneer u de optie "Serienummer enkoppelingscode" selecteert, voert u gewoon handmatig hetserienummer + de koppelingscode in. Stap 5. Klik op "Voltooien" om de procedure te beëindigen ofklik op "Beschermende metingen instellen" om door te gaan. 4. GPS-FUNCTIE(1) Gegevens uploadenZie afzonderlijk blad met tekeningen 16Verbind uw mobiele telefoon met de app en u kunt de storing,snelheid en batterijvermogen van de machine via de appcontroleren. (2) GPSZie afzonderlijk blad met tekeningen 17De machine is uitgerust met een GPS-functie, u kunt uwmobiele telefoon via de app op de machine aansluiten. Het ishandig om uw machine te lokaliseren en een antidiefstaleffectte bereiken. De kaart toont de positie waar het voertuig voor het laatst wasverbonden Als u op het voertuigpictogram klikt, worden denaam van het apparaat, de laatste breedtegraad en lengtegraadweergegeven.
U kunt op het kopieerpictogram klikken om debreedte- en lengtegraad te kopiëren. WAARSCHUWINGHet 4G- en GPS-verbindingsapparaat kan het GPS-satellietsignaal of de mobiele verbinding op elk momentverliezen. Door zware boomkruinen, grote gebouwen,slechte weersomstandigheden, elektrische storingen, dodezones of andere obstakels. 189NederlandsNL.
5 BEDIENING GEVAAR. Alvorens de machine te bedienen, moet de bediener grondig vertrouwd zijn met het juiste gebruik en de juiste werking van deapparatuur, de handleiding volledig en grondig lezen en manoeuvres met lage snelheid hebben uitgevoerd om vertrouwd teraken met de werking van de apparatuur alvorens de machine met normale snelheid te bedienen. Een onervaren bestuurder magniet maaien op hellingen of op oneffen terrein. WAARSCHUWINGAls u de controle over het stuur verliest terwijl u de machine bedient, plaatst u de besturingshendels onmiddellijk in deparkeerremstand, drukt u op de drukknop en verwijdert u de magneetsleutel. Inspecteer de machine en neem contact op met uwCramer dealer om het probleem op te lossen voordat u verder gaat met de bediening. WAARSCHUWINGDe besturingshendels van de machine reageren zeer gevoelig.
Voor een soepele werking, beweeg de hendels langzaam envermijd plotselinge bewegingen. Vaardigheid en bedieningsgemak komen met oefening en ervaring. De machine kan heel sneldraaien. Wees voorzichtig bij het maken van bochten en rem af voordat u scherpe bochten maakt. Onervaren bestuurders kunnen de neiging hebben te oversturen en de controle te verliezen. Oefenmanoeuvres met lage snelheidworden aanbevolen om vertrouwd te raken met deze kenmerken voordat u met normale snelheid gaat rijden. WAARSCHUWINGKuilen of verhoogde obstakels (zoals goten of stoepranden) mogen niet rechtstreeks met hoge snelheid worden benaderd in eenpoging erover te "springen", aangezien hierdoor de bestuurder uit de machine kan worden geslingerd. Nader met een lagesnelheid en richt één aandrijfwiel op de hindernis. Ga schuin door tot het wiel vrij is en draai dan het tegenoverliggende wielrond.
Bij het draaien op een zachte of natte ondergrond, beide wielen naar voren of naar achteren laten rollen. Draaien op een gestoptwiel kan de grasmat beschadigen. Hou de bladen scherp.
Veel problemen met onjuiste snijpatronen zijn te wijten aan bottebladen of bladen die verkeerd zijn geslepen. De scherpte van het blad moet dagelijks worden gecontroleerd. GEVAAR. Onderhoud de machine nooit terwijl de magneetsleutel is geplaatst. Trek altijd de magneetsleutel uit als u met de machine gaatwerken. Zet de maaidekschakelaar altijd in de uitgeschakelde stand, zet de besturingshendels in de parkeerremstand enverwijder de magneetsleutel. Blokkeer de maaier als u eronder moet werken. Draag handschoenen bij het hanteren van bladen. Controleer altijd of het blad beschadigd is als de maaier tijdens het maaien een steen, tak of ander vreemd voorwerp raakt. • Richt de uitworp naar rechts, weg van ongemaaid gebied. Kies een maaipatroon dat de grasafvoer naar de buitenkant vanhet maaigebied leidt.
Over het algemeen betekent dit een patroon met bochten naar links, omdat zijafvoer naar rechts is. Vermijd in elk geval dat grasafval op ongemaaid terrein wordt gegooid, omdat het gras dan "dubbel" wordt gemaaid Tweekeer maaien belast het apparaat onnodig en vermindert de maai-efficiëntie. • Als u voor het eerst een gazon maait, maai het gras dan iets langer dan normaal om te voorkomen dat u oneffen terreinbeschadigt. Indien mogelijk kunt u het best de maaihoogte gebruiken die in het verleden werd gebruikt. Wanneer u grasmaait dat hoger is dan 15 cm, kan het nodig zijn het gazon twee keer te maaien voor een betere maaikwaliteit. • Bij normaal maaien, snijdt u slechts ongeveer 1/3 van het grasblad. Meer maaien is niet aan te bevelen, tenzij het grasschaars is of het einde van het maaiseizoen is.
• Afwijkend maaibeeld tussen de maaibeurten om het gras recht te laten groeien en het maaisel beter af te voeren. • Denk eraan, gras groeit in verschillende snelheden in verschillende tijden van het jaar. Maai in het vroege voorjaar vakerom dezelfde maaihoogte te behouden. Als de groei halverwege de zomer vertraagt, moet u minder vaak maaien.
Als u nietregelmatig kunt maaien, maai dan eerst op een hoge maaihoogte en twee dagen later nog eens op een lagere maaihoogte. • Verhoog de maaihoogte van de maaier als de maaibreedte van de maaier breder is dan de vorige maaier. Dit zorgt ervoordat ongelijke graszoden niet te kort worden gesneden. • Verhoog de maaihoogte als het gras iets hoger is dan normaal of als het veel vocht bevat. Maai het dan opnieuw met demaaihoogte lager ingesteld. 190NederlandsNL.
• Dit mulchsysteem zorgt voor een gemakkelijke afbraak van het grasmaaisel en brengt het grasmaaisel terug in de bodem.Voor het beste mulchresultaat laat u uw gras nooit meer dan 1/3 langer groeien dan de gewenste hoogte. Wanneer uw gras diehoogte heeft bereikt, maait u het bovenste 1/3 weg.• Als de voorwaartse beweging van de machine moet worden gestopt tijdens het maaien, kan er een kluit maaisel op uwgazon vallen. Om dit te voorkomen, gaat u naar een eerder gemaaid gebied met de bladen ingeschakeld.• Laad de accu onmiddellijk op.Model nr. Accucapaciteit Actie Accucapaciteit Actie82ZT132 3% - 6%De maximale rijsnelheidzal 9 km/u bedragen en demachine zal werken in eenlagere bladsnelheidsmodus.
WAARSCHUWINGWanneer de accuspanning laag wordt, stoppen demaaibladen, hoewel de aandrijfmotoren blijven draaien,zodat de bestuurder de machine kan blijven rijden. Wanneerde accu's tot dit punt zijn ontladen, moeten ze wordenopgeladen. De machine moet onmiddellijk wordenteruggebracht naar de oplaadruimte voor de accu's en moetworden aangesloten op de acculader. WAARSCHUWINGProbeer niet over wegen of spoorwegen te rijden als de accubijna leeg is. 6. 3. 1 ACCU-OPLAADPOORTZie afbeelding 10De laadpoort van de accu bevindt zich aan de rechterzijde (alsde bestuurder zit) van de machine. Open de poortafdekkingom op te laden. Zowel een snellaadpoort als eenstandaardlaadpoort zijn beschikbaar. 6. 3. 2 AANBEVELINGEN VOOR HETOPLADEN WAARSCHUWINGNiet roken tijdens het onderhoud van de accu's. WAARSCHUWINGDraag altijd een veiligheidsbril en beschermende kleding inde buurt van de accu.
Gebruik geïsoleerd gereedschap. LET OP. Aanbevelingen voor het opladen• Accu's ontwikkelen geen geheugen en hoeven nietvolledig te worden ontladen voordat ze opnieuwworden opgeladen. • Accu's die niet worden opgeladen, zullen langzaamontladen. Zorg er elk voorjaar voor dat de accu'svolledig zijn opgeladen voordat u gaat maaien. • Als de lader niet in het stopcontact blijft zitten, moetende accu's om de 30 dagen volledig worden opgeladenom de levensduur van de accu's te verlengen. Laat delader nooit langer dan 15 uur opladen. • Zorg er tijdens het opladen voor dat de inlaat en deuitlaat van de koelventilator van de lader nietgeblokkeerd zijn. 6. 3. 3 HET OPLADEN VAN DE ACCU WAARSCHUWINGMeer details over de lader zijn te vinden in de handleidingvan de lader. Lees en begrijp alleveiligheidswaarschuwingen en instructies.
Steek de lader in de poort. 5. Steek het andere uiteinde van de lader in een stopcontactmet aardlekbeveiliging. WAARSCHUWINGZet de lader altijd op "UIT" voordat u de lader loskoppeltvan de maaier. Haal de stekker van het oplaadsnoer uit hetstopcontact. WAARSCHUWINGBedek de acculaadpoort met de stofkap alvorens de accu tegebruiken. 6. 4 DIGITAAL DISPLAYDe functie van het digitale display, dat zich op hetbedieningspaneel bevindt, is het verstrekken van elektrischesysteeminformatie aan de bediener. Het geeft gedetailleerdeinformatie in de vorm symbolen, codes en nummers. 6. 4. 1 DIGITAAL DISPLAY (VOOR 82ZT132-SERIE)# Naam Functie1 Lage rijsnelheid2 Hoge rijsnelheid3 Zittingschakelaar4 Linker besturingshendel5 Rechter besturingshendel6 PTO-schakelaar192NederlandsNL.
Houdde bladen scherp - een bot blad scheurt het gras in plaats vanhet te snijden, waardoor er binnen een paar uur een bruinerafelige top op het gras achterblijft. Een bot blad vergt ookmeer kracht. Vervang een verbogen, gescheurd of gebrokenblad. WAARSCHUWINGProbeer nooit een verbogen blad recht te trekken door het teverhitten, of een gescheurd of gebroken blad te lassen,omdat het blad dan kan breken en ernstig letsel kanveroorzaken. Vervang versleten of beschadigde bladen. WAARSCHUWINGWerk nooit aan de bladen terwijl de magneetsleutel in decontactschakelaar zit. Verwijder de magneetsleutel van deschakelaar en koppel de accukabels los door de RODEsnelschakelaar van de accu in het accuvak naar binnen tetrekken. Blokkeer de maaier als u eronder moet werken. Draag handschoenen bij het hanteren van bladen.
Controleer altijd of het blad beschadigd is als de maaier eensteen, tak of ander vreemd voorwerp raakt. GEVAAR. De bladadapter komt los als moer verwijderd is. Hetbijwerken van de scherpte van het blad kan met een vijl. Controleer de bladen op balans na het slijpen.
Een in dehandel verkrijgbaar balanceerwerktuig is verkrijgbaar bij demeeste ijzerwinkels, of u kunt het blad uitbalanceren doorhet op een omgekeerde lijnpons of een 12,7 mm bout teplaatsen. De balans van het blad mag niet overhellen ofkantelen. Terwijl u het blad langzaam ronddraait, mag hetniet wiebelen. Als het blad uit balans is, moet u het uitlijnenvoordat u het opnieuw installeert. Leg het blad op eenvlakke ondergrond en controleer op vervorming. Vervangelk vervormd blad. WAARSCHUWING• Het gebogen deel moet naar de binnenkant van hetmaaidek wijzen om goed te kunnen maaien. • Wanneer u bladen monteert, draait u ze na de montageom te controleren of de bladpunten elkaar of dezijkanten van de maaier niet raken. • Als u de bout niet goed aandraait, kunt u het bladverliezen, wat ernstig letsel kan veroorzaken. • Maaibladen zijn scherp en kunnen snijden.
Draaghandschoenen en wees extra voorzichtig bij hetonderhoud. 7. 1. 1 VERWIJDEREN VAN HET BLADZie afbeelding 11-12U kunt het gras op twee verschillende manieren maaien: Hetzij-uitwerpblad en mulchblad. Met het mulchblad kunt u hetgras intensiever maaien. 1. Verwijder de magneetsleutel en koppel de accukabels losdoor de RODE snelschakelaar in het accuvak naar binnente trekken. 2. Til de voorkant van de maaier op en blokkeer de machineom het blad onder de maaier te verwisselen. 3. Terwijl u met leer beklede handschoenen draagt, pakt uhet blad stevig vast met één hand om te voorkomen dathet blad draait en gebruikt u een 24 mm sleutel met uwandere hand om de bout los te draaien die het blad op zijnplaats houdt. 4. Draai de bout TEGEN DE KLOK om los te draaien enMET DE KLOK MEE om vast te draaien. 5. Verwijder de bout, de ring en het blad. 193NederlandsNL.
OPMERKINGAls u het mulchblad gebruikt, is het noodzakelijk dat u detwee mulcherdeksels en de zijmulcherplaat installeert. Anders alleen de zij-uitwerpopening installeren. 7. 1. 2 HET BLAD INSTALLEREN1. Plaats het blad met het snijblad naar de grond. 2. Installeer de bout. 3. Draai de bladbout MET DE KLOK MEE met eendopsleutel of ringsleutel om het blad vast te zetten. 4. Schroef de bladmoer op de as en draai hem handvast. 5. Draai de bladmoer met de klok mee met eenmomentsleutel (niet meegeleverd) om ervoor te zorgendat de moer goed vastzit. Het aanbevolen aanhaalmomentvoor de moer is 155-160N. m. 7. 2 BANDENVoor vlak maaien is het belangrijk dat alle banden de juistebandenspanning hebben. De aanbevolen druk is: OPMERKINGDe bandenspanning mag alleen worden gemeten ofaangepast als de banden koud zijn. Aandrijfwielen 20 psiZwenkwielen 28 psi OPMERKINGInspecteer de banden dagelijks.
Bij beschadigingonmiddellijk vervangen. WAARSCHUWINGControleer de bandenspanning zorgvuldig tijdens hetoppompen. Als er te veel lucht in de band zit, kan de bandbarsten en ernstig persoonlijk letsel veroorzaken. 7. 3 SMERING OPMERKINGVervang de olie van de versnellingsbak na de eerste 50gebruiksuren. Daarna kunt u de olie vervangen om de 500gebruiksuren. Merk Ver-snel-lings-bakMo-totypeVersnel-lingsbak-verhoud-ingÖljynmääräÖljynmerkki82ZT132 SP600 AC 32 0,6L GL-585W-1407. 4 KOPPELWAARDEN WAARSCHUWINGBijzondere aandacht moet worden besteed aan hetaandraaien van de wielmoeren van het aandrijfwiel en debouten van het blad. Als u deze items niet correct aandraait,kan dit leiden tot verlies van een wiel of blad, wat ernstigeschade of persoonlijk letsel kan veroorzaken. De aanhaalmomenten worden hieronder gegeven:Onderdeel ft-lbs.
5 ONDERHOUDVEILIGHEIDSGORDELControleer de veiligheidsgordel (zitting, onderdelen van deveiligheidsgordel en vergrendeling van de zitting) dagelijksvoordat u gaat maaien op tekenen van beschadiging. Dezeonderdelen moeten worden vervangen als er tekenen zijn van:• barsten• scheurtjes• extreme of ongebruikelijke slijtage• significante verkleuring door uv-blootstelling• vuil of stijfheid• slijtage aan de gordelbanden• beschadiging aan de sluiting, de sluitplaat of de hardware• alle andere problemenAls de veiligheidsgordel moet worden gereinigd, gebruik danzeep en water. Gebruik geen tetrachloorkoolstof, nafta, etc. omdat die de singels verzwakken. Om dezelfde reden, desingels niet bleken of verven. Vervang de veiligheidsgordelals hij versleten of beschadigd is. 7. 6 ONDERHOUD ROLBEUGELInspectie rolbeugel OPMERKINGInspecteer de rolbeugel na de eerste 20 bedrijfsuren.
• Controleer de stoelvergrendeling om er zeker van te zijndat deze goed vastzit en goed functioneert. Afstellen ofrepareren, indien nodig. Mogelijke schade aan de rolbeugelAls de machine is omgerold of als de rolbeugel bij een andersoort ongeval betrokken is geweest (zoals het raken van eenbovenliggend voorwerp tijdens transport), moet de rolbeugelworden vervangen om de beste bescherming te behouden. Controleer na een ongeval de rolbeugel, de bestuurdersstoel,de veiligheidsgordel, de bevestigingspunten van deveiligheidsgordel en de vergrendeling van de zitting opmogelijke schade. Vervang alle beschadigde onderdelenvoordat u de machine in gebruik neemt. OPMERKINGHet beschermend vermogen van de rolbeugel kanworden aangetast door structurele schade, omkantelingof wijziging. Verwijder of verander niets aan derolbeugelonderdelen. Probeer de rolbeugel niet te lassen ofrecht te trekken.
Het niet opvolgen van deze instructies kanleiden tot ernstig letsel of de dood. 7. 7 ONDERHOUD VAN HETACCUPACKUw Cramer maaier wordt aangedreven door een accu die,mits goed onderhouden, jarenlang meegaat. Voor een goedonderhoud dient u zich aan de volgende instructies te houden:• Laad accu's altijd na elk gebruik op. • Wanneer een accu volledig ontladen en uitgeschakeld is,kunt u de accu het beste zo snel mogelijk weer opladen. Overmatige ontlading van de accu betekent dat delevensduur van de accu wordt verkort en dat de accupermanent beschadigd kan raken. Het is niet nodig om deaccu volledig op te laden; zelfs als u de accu slechts 5-10minuten oplaadt, is dit al voldoende. Het is het beste omde accu binnen 24 uur op te laden. • Controleer of de accukabels goed vastzitten aan de accu's. • Breng geen gras, vuil en afval in de buurt van deaccupolen en in de buurt van de accu.
• Laad alleen lithiumaccu's die door Cramer zijn geleverd. • Raak geen ongeïsoleerde delen van de lader(aansluitpinnen) of van de uitgangsconnector aan. • Gebruik de lader niet met defecte snoeren en draden. Vervang defecte snoeren en draden onmiddellijk. • Voor langdurige opslag, zorg ervoor dat deopslagtemperatuur -20°C - 45°C is bij opslag voor eenmaand, en 0°C - 35°C bij opslag tussen twee en 12maanden. • De werktemperatuur van de accu is -20°C - 55°C voorontlading, en 0°C~55°C voor lading. 7. 8 SERVICE BELANGRIJKWacht tot alle beweging is gestopt alvorens de machine af testellen, te reinigen of te repareren. Reparaties of onderhoudwaarvoor stroom nodig is, mogen alleen worden uitgevoerddoor opgeleid onderhoudspersoneel. Lees deveiligheidswaarschuwingen voorin de handleiding en neemdeze in acht.
BELANGRIJKReparaties of onderhoud waarvoor stroom nodig is, mogenalleen worden uitgevoerd door opgeleidonderhoudspersoneel. • Parkeer de maaier op een vlakke ondergrond. Zorg ervoordat de besturingshendels in de neutrale stand staan en datde maaidekschakelaar in de "UIT"-stand staat. Breng hetdek omhoog, verwijder de magneetsleutel en koppel deaccukabels los door de RODE snelschakelaar van de accuin het accuvak naar binnen te trekken. • Alle onderhoudswerkzaamheden waarbij deveiligheidsafdekkingen moeten worden verwijderd,moeten worden uitgevoerd door een opgeleideonderhoudstechnicus. • Voordat u op of onder het maaidek gaat werken, moet ucontroleren of de magneetsleutel verwijderd is en demaaidekschakelaar niet per ongeluk kan wordeningeschakeld en moet u de accukabels loskoppelen doorde RODE snelschakelaar in het accuvak naar binnen tetrekken.
• Houd het accuvak, het maaidek en de bedieningsplaatsschoon van opgehoopt afval, gemaaid gras en ander afval. • Maak het accuvak, het aandrijfmotorcompartiment, hetmaaidek, de zitting, etc. schoon van alle vuil en afval. Gebruik voor het reinigen alleen perslucht. Gebruik geenwater, oplosmiddelen, agressieve reinigingsmiddelen ofschuurmiddelen. • Draag altijd geschikte oogbescherming bij het onderhoudvan de accu's of bij het slijpen van de maaibladen en hetverwijderen van opgehoopt vuil. Probeer nooit omaanpassingen of reparaties uit te voeren aan hetaandrijfsysteem van de maaier, het maaidek of eenhulpstuk terwijl de tractieaandrijving in werking is. Reparaties of onderhoud waarvoor stroom nodig is,mogen alleen worden uitgevoerd door opgeleidonderhoudspersoneel. • Werk nooit onder de machine of het aanbouwdeel tenzijdeze veilig is ondersteund met kriksteunen.
• De kriksteunen mogen niet toelaten dat de machinebeweegt wanneer de tractieaandrijving in werking is ende aandrijfwielen draaien. Gebruik alleen gecertificeerdekriksteunen. Gebruik alleen geschikte kriksteunen meteen minimum draagvermogen van 900 kg om de machinete ondersteunen. Gebruik altijd twee kriksteunen. Volg deinstructies die bij de kriksteunen worden geleverd. • Raak geen hete onderdelen van de machine aan. • Houd bouten en moeren vastgedraaid, vooral de boutenvan de bladbevestiging. Houd de machine in goede staat. • Knoei nooit met veiligheidsvoorzieningen. Controleerregelmatig hun goede werking. • Verwijder de magneetsleutel voordat u hetuitwerpopening ontstopt. • Maak de uitwerpopening nooit vrij terwijl de machinedraait. Verwijder de magneetsleutel en zorg ervoor dat debladen stilstaan alvorens te reinigen. Gebruik een stok omeen verstopte uitwerpopening vrij te maken.
Gebruiknooit uw handen. • Stop de machine en laat de bladen stilstaan voordat u deuitwerpopening ontstopt. Onderdelen vangrasopvangsystemen zijn onderhevig aan slijtage,beschadiging en veroudering, waardoor bewegende delenbloot kunnen komen te liggen of voorwerpen kunnenworden geworpen. Controleer regelmatig de onderdelenen vervang deze indien nodig door door de fabrikantaanbevolen onderdelen. • Wees voorzichtig wanneer u onder het maaidek werkt,want de bladen van de maaier zijn uiterst scherp. Draaghandschoenen en wees extra voorzichtig bij hetonderhoud. • Gebruik alleen originele Cramer maaieronderdelen omervoor te zorgen dat de originele normen wordengehandhaafd. • Koppel altijd de accu's los als u de machine vervoert. Houd de machine vrij van grasresten, bladeren en anderafval. 8 REINIGING EN OPSLAG8.
• Als er zich tijdens het gebruik vuil aan de onderkant vande maaier ophoopt, dient u de motor te stoppen, demachine uit te zetten en dit met een geschikt gereedschapschoon te schrapen. 8. 2 OPSLAG VAN DE MACHINEDe volgende stappen moeten worden ondernomen om demachine klaar te maken voor opslag. • Reinig de machine zoals beschreven in het vorigehoofdstuk. • Onderzoek het blad en vervang het of slijp het, indiennodig (raadpleeg het hoofdstuk Onderhoud). • Bewaar de machine niet naast corrosieve materialen,zoals kunstmest of zout. • Plaats de machine buiten het bereik van kinderen. • Bedek de machine niet met een gesloten dekzeil. Kunststof bekledingen houden vocht rond de machinevast, wat roest en corrosie veroorzaakt. • Controleer grondig op versleten of beschadigdeonderdelen die vervangen moeten worden en bestel ze bijuw dealer.
• Neem contact op met het servicecentrum om de machinegrondig te smeren. • Laad de accu's volledig op en onderhoud ze. • Laat de banden niet leeglopen. • De machine moet worden opgeslagen op een goedgeventileerde, schone en droge plaats, omdat de acculaderniet kan worden gebruikt in een natte omgeving. • Laat de accu's altijd volledig opladen. Het is vooralbelangrijk om schade aan de accu's te voorkomenwanneer de temperatuur lager is dan 0°C. • Sluit de oplader aan op de oplaadpoort en de accu'svolgens het hoofdstuk Oplader in het hoofdstukElektrisch systeem. • Sluit de oplader aan op een geschikt stopcontact. Raadpleeg de gedeelten Acculader, Opladen van deaccu en Oplaadaanbevelingen in het hoofdstukElektrisch systeem voor meer details over het gebruikvan de oplader en het opladen van de accu's.
9 PROBLEEMOPLOSSINGPROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSINGAls er foutpatronenop de digitale dis-play verschijnen.Verschillende. Zie digitaal display in het hoofdstuk van deze handleiding.Neem contact op met uw Cramer dealer.Er is abnormaletrilling.Het snijblad (de snijbladen) is (zijn) ver-bogen of ongebalanceerd.Installeer nieuw(e) snijblad(en).Een bevestigingsbout van het blad zitlos.Draai de bevestigingsbout van het blad vast.Verschillende. Neem contact op met uw Cramer dealer.Ongelijke maai-hoogte.De bladen zijn bot. Slijp de bladen.Het snijblad (de snijbladen) is (zijn) ver-bogen of ongebalanceerd.Installeer nieuw(e) snijblad(en).Het dek is niet vlak. Stel het maaidek af volgens het hoofdstuk over het nivellerenvan het dek en het instellen van de hoogte in de onderdelen-handleiding.Een anti-scalpwiel is niet juist ingesteld.
Stel de hoogte van het anti-scalpwiel in.De onderkant van het dek is vuil. Maak de onderkant van het dek schoon.De banden zijn niet goed opgepompt. Pas de luchtdruk aan en zorg voor een gelijke druk in de tan-den.Een bladspil is verbogen. Neem contact op met uw Cramer dealerDek werkt nietmeer.Als de dekbesturing geen beeld geeft aanhet digitale display en het deck nietwerkt met volledig opgeladen accu's.Neem contact op met uw Cramer dealer.De maaierstart niet. De magneetsleutel is verwijderd. (Zie af-beelding 2)Controleer of de magneetsleutel geplaatst is.De accu is niet opgeladen. Controleer alle accuaansluitingen in het accuvak. Zorg dat deaccu's zijn opgeladenStroomonderbrekers zijn geactiveerd. Controleer alle stroomonderbrekers.197NederlandsNL
Huishoudelijk gebruik: Cramer producten die voornormale huishoudelijke doeleinden worden gebruikt*, hebbeneen garantie van vijf (5) jaar of 1500 gebruiksuren (wat heteerst wordt bereikt) vanaf de datum van aankoop op allematerialen en vakmanschap van chassis, dek en accu's. Verbruiksartikelen zoals banden en bladen hebben eengarantie van dertig (30) dagen vanaf de datum van aankoop. Als de eigenaar binnen deze garantieperiode een defect inmateriaal of vakmanschap ontdekt• moet de eigenaar Cramer of een geautoriseerde dealeronmiddellijk schriftelijk of via e-mail, telefoon, app ofpersoonlijk op de hoogte stellen van het defect. In geengeval mag een dergelijke kennisgeving aan Cramer, ofeen geautoriseerde dealer, later dan vijf (5) jaar na dedatum van aankoop worden gegeven.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Cramer 82ZT132 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Cramer
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier