Cramer 82LT107 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Cramer 82LT107 (340 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 36 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Cramer 82LT107 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Cramer |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | 82LT107 |
Handleiding Cramer 82LT107 – volledige tekst
1 BESCHRIJVING1. 1 OVERZICHTZie het afzonderlijke blad met tekeningen 1-201Zithoogteverstelling2Zij-uitwerpopening3Rempedaal4Bedieningspaneel5Hendel voordekhoogteverstelling6Gaspedaal7Parkeerremhendel8Koplampen9Bekerhouder10USB-poort11Anti-scalpwielen12Zittingpaneel13Zittingplug14Stuuras15Koppeling16Stuurkolom17Stuur18Afdekplaat19Mulchafdekking20Lagerring21Bevestigingsklemmen22Serienummer23Koppelingscode24QR-code25Accuvak26Accu27Accuvergrendeling28Blad29Olievulpoort30Olieaftap31Tuinslang32Snelkoppeling33Waspoort1. 2 BEDIENINGSPANEEL236459187# Naam Functie1 DigitaaldisplayDit display toont belangrijke informa-tie over het elektrische systeem. Raadpleeg het hoofdstuk 'Elektrisch'voor volledige informatie. 2 Snelheids-regelingbladmotor /TerugkeerPas de bladsnelheid aan (cyclisch)als het op de homepage staat. Drukop de knop om terug te keren naarde vorige pagina.
3 Menu navi-gatie /PaginaomhoogGa naar de laatste pagina. Terugnaar het beginscherm. 4 Lampscha-kelaar /PaginaomlaagZet de lampen aan/uit als het opde homepage staat. Ga naar de vol-gende pagina. 5 Cruisecon-trolknop /BevestigenHoud de knop 0,4s ingedrukt om decruisecontrolfunctie te activeren, drukop de knop om te bevestigen. 6 Richtings-schakelaarDe bewegingsrichting van de maaierwordt geregeld met de richtingsscha-kelaar. Beschikbare instellingen zijnVooruit (D), Neutraal (N) en Achteruit(R). 7 AchteruitmaaienVoor achteruit maaien moet de knopvoor achteruit maaien worden geacti-veerd. 8 Aan/uit-schakelaarDe schakelaar wordt gebruikt omde maaier aan en uit te zetten. Destartsleutel moet worden ingestokenvoordat de schakelaar kan wordenbediend. 9 Dekbladenaan/uit-schakelaar(PTO)Deze schakelaar schakelt de blad-motoren in.
2 DE MACHINE UITPAKKEN WAARSCHUWINGZorg ervoor dat u de machine vóór gebruik correct monteert. WAARSCHUWING• Gebruik de machine niet als onderdelen beschadigd zijn. • Gebruik de machine niet als er onderdelen ontbreken. • Neem contact op met het servicecentrum als er onderdelen beschadigd zijn of ontbreken. 155EngelsNL.
1. Open de verpakking. 2. Lees de documentatie in de doos. 3. Haal alle ongemonteerde onderdelen uit de doos. 4. Haal de machine uit de doos. 5. Gooi de doos en het verpakkingsmateriaal weg in overeenstemming met de plaatselijke voorschriften. WAARSCHUWINGVoor uw persoonlijke veiligheid mag u de accu niet plaatsen voordat de machine volledig is gemonteerd. 3 INSTALLATIE3. 1 MONTEER DE ZITTINGZie afbeelding 31. Plaats de zitting op het zittingpaneel en lijn de gaten uit zoals afgebeeld. 2. Monteer de bouten, ringen en moeren en draai ze goed vast. 3. Bevestig de hulzen aan de moeren. 4. Zorg ervoor dat de zitting goed vastzit. 5. Sluit de stekker van de zitting aan op de machine. 3. 2 INSTALLEER HET STUURWIELZie afbeelding 4-5 OPMERKINGZorg ervoor dat de sleuf naar de zitting gericht is. 1.
Installeer de stuuras in de koppeling en draai zo nodig om het gat in de as uit te lijnen met het boutgat in dekoppeling. 2. Plaats twee bouten en draai ze stevig vast. OPMERKINGHaal de bouten aan tot de aangegeven waarde. 3. Installeer de stuurkolom. Let op de lipjes aan de onderkant van de stuurkolom die in de gaten in de openingpassen en zorg ervoor dat de stuurkolom goed vastzit. 4. Zorg ervoor dat het wiel van de maaier recht vooruit wijst en plaats het stuurwiel met kracht over de stuurkolom. 5. Installeer de bout en de sluitring; draai ze stevig vast. 6. Installeer de stuurwielafdekplaat. 3. 3 INSTALLEER DE MULCHAFDEKKINGZie afbeelding 6De maaier is bij levering geconfigureerd voor zij-uitworp. Als mulchen gewenst is:1. Plaats de mulchafdekking op het lipje op de behuizing van de maaier. 2. Lijn de gaten in de mulchafdekking en de gaten in de behuizing van de maaier uit. 3.
de machine op een vlakke, horizontale ondergrond staat, kan de wielpositie naar behoefte worden ingesteld van 1,9cm tot 4,4 cm onder het bladoppervlak. Verplaats de wielen omhoog of omlaag - met behulp van de verschillendeasbevestigingsgaten in de wielbevestigingssteun (indien van toepassing op het model). 3. 5 DE APP GEBRUIKENZie afbeelding 7-81. Bezoek de website van Fleet Management: fleet. cramertools. com2. Maak een account aan en log in. 3. Nodig andere gebruikers in uw organisatie uit. 4. Scan de QR-code, download de app en log in. 5. Voeg een apparaat toe. Vind het serienummer, de koppelingscode en de QR-code op het label van het voertuigdat bij deze handleiding hoort. Scan QR-code of typ handmatig in. 4 GEBRUIKSAANWIJZING4. 1 VOORAFGAAND AAN HET GEBRUIK4. 1.
1 AANPASSING VAN DE ZITTINGZie afbeelding 9Stel de zitting zodanig in dat u stevig contact kunt maken met het gas- en rempedaal voordat u de maaier bedient. 1. Ga op de zitting zitten en til de hendel voor zittingverstelling op. 2. Terwijl u de hendel vasthoudt, schuift u de zitting in de gewenste stand. 3. Laat de hendel los en zorg ervoor dat de zitting vergrendeld is voordat u de maaier bedient. WAARSCHUWINGZorg ervoor dat de zitting is vergrendeld voordat u de maaier bedient. Een niet veilige zitting kan ertoe leiden datde gebruiker verschuift en de controle over de maaier verliest, met mogelijk de dood of ernstig lichamelijk letsel totgevolg. 4. 1. 2 STEL DE MAAIHOOGTE VAN HET DEK INZie afbeelding 10Voordat u de maaier gebruikt, moet u de maaihoogte instellen op de voor uw gazon meest geschikte stand. De hoogte van het dek is instelbaar van 3. 81-11. 4 cm.
Het maaidek moet tijdens het maaien omhoog wordengebracht om stronken, stenen of andere obstakels te vermijden die het maaidek kunnen beschadigen. LET OP. Houd de hendel voor het instellen van de dekhoogte stevig vast bij het instellen van de dekhoogte en laat hem paslos als hij vastzit in de gewenste sleuf.
Het snel loslaten van de hendel kan een knel- of trekgevaar opleveren vooruw handen. 1. Stop de maaier en ontkoppel de bladen. 2. Draai de sleutel in de OFF-positie en zet de parkeerrem aan. 3. Om het maaidek omhoog te zetten, pakt u de hendel voor de maaihoogte-instelling vast, duwt u naar links omdeze los te maken van de sleuf, beweegt u naar de achterkant van de maaier en duwt u vervolgens naar rechtsin de sleuf om deze vast te zetten. 4. Om het maaidek te laten zakken, pakt u de hendel voor het instellen van de maaihoogte vast, duwt u naar linksom deze los te maken van de sleuf, beweegt u naar de voorkant van de maaier en duwt u vervolgens naar rechtsin de sleuf om deze vast te zetten. 4. 1. 3 INSTALLEER HET ACCUPACKZie afbeelding 11Om te controleren of de accu's van de maaier volledig zijn opgeladen, controleert u de accu-indicator. Zie dehandleiding van de accu voor meer details.
1. Til het zittingpaneel op. 2. Til het deksel van het accuvak op. 3. Plaats het accupack in het accuvak. WAARSCHUWINGLijn de ribben van de accu uit met de accupoort. Zorg ervoor dat de accuvergrendeling soepel in het accuvakklikt. 4. 1. 4 VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT• Zorg ervoor dat het werkgebied vrij is van kinderen, omstanders en huisdieren. • Maak het werkgebied vrij van voorwerpen die door de maaibladen kunnen worden geworpen. • Controleer de werking van de remmen. • Controleer de bandenspanning. • Controleer op losse bevestigingen. • Controleer of alle afschermingen aanwezig zijn en goed werken. • Maak de maaier schoon. • Test de veiligheidsvergrendeling. • Zet de zitting in de gewenste positie. • Controleer het oplaadniveau van de accu. 4. 1.
5 VEILIGHEIDSVERGRENDELINGZie afbeelding 12Deze maaier is voorzien van een veiligheidsvergrendeling om de gebruiker te beschermen door de bladen uit teschakelen als de gebruiker de zitting verlaat terwijl de bladen draaien. Test het systeem voor elk gebruik om er zekervan te zijn dat het goed werkt. 1. Zorg ervoor dat de rijrichtingsschakelaar in de neutrale stand (N) staat en dat de PTO-schakelaar omlaag staat. 2. Steek de startsleutel in en draai de sleutel naar ON. 3. Maak de parkeerrem los. 4. Zet de PTO-schakelaar omhoog om de bladen te activeren. 5. Sta kort van de zitting op, maar stap niet van de maaier af. De bladen moeten binnen 5 seconden uitschakelen. Zo niet, neem dan contact op met de klantenservice. Gebruik demaaier niet totdat het veiligheidsvergrendelingssysteem is gerepareerd. 4. 2 GEBRUIK VAN DE MACHINE4. 2.
1 START DE MACHINE OPMERKINGMaak het gebied vrij van omstanders voordat u de maaier bedient. Als iemand het maaigebied betreedt, stop danonmiddellijk en ga pas weer maaien als de omstanders het gebied verlaten hebben. 1. Zet het maaidek in de hoogste stand. 2. Steek de startsleutel in en draai de sleutel naar ON. 3. Zet de richtingsschakelaar in de neutrale stand (N). 4.
Maak de parkeerrem los. 5. Trek de PTO-schakelaar van het maaidek omhoog om de bladen te starten voor het maaien. 6. Druk de richtingsschakelaar in de rijstand (D) en rijd naar de gewenste maaiplaats. OPMERKINGWees voorzichtig bij het oversteken van grindpaden of opritten. Schakel de bladen uit en zet het maaidek in dehoogste stand voordat u gaat oversteken, om de kans op terugslag te minimaliseren. Rijd langzaam om verliesvan tractie en controle te voorkomen. 158EngelsNL.
OPMERKINGProbeer niet van richting te veranderen terwijl de maaier in beweging is. Kom altijd volledig tot stilstand voordatu de richting van de maaier verandert. 4. 2. 2 STEL DE CRUISECONTROL IN1. Terwijl u de maaier vooruit rijdt, drukt u het gaspedaal in totdat de gewenste snelheid is bereikt. 2. Druk op de cruisecontrolknop en houd deze 0,4s ingedrukt. 3. Laat het gaspedaal los. De maaisnelheid moet constant blijven. 4. 2. 3 LAAT DE CRUISECONTROL LOS1. Trap het gaspedaal in, trap het rempedaal in. 4. 2. 4 STEL DE PARKEERREM IN1. Trap het rempedaal volledig in en houd het vast. 2. Trek de handgreep van de parkeerrem omhoog en houd hem vast. 3. Laat het rempedaal los. 4. Laat de parkeerrem los. WAARSCHUWINGLaat de maaier nooit onbeheerd achter wanneer de motor draait. Controleer of de parkeerrem is aangetrokken ende sleutel is verwijderd.
Als de parkeerrem niet wordt aangetrokken, kan de maaier in beweging komen, en als u desleutel laat zitten, kan onbevoegd gebruik mogelijk zijn, met ernstig persoonlijk letsel tot gevolg. 4. 2. 5 MAAK DE PARKEERREM LOS1. Trap het rempedaal in om de parkeerrem los te zetten. 4. 2. 6 STOPPEN VAN DE MACHINE1. Zet de maaier stil op een vlakke, horizontale ondergrond. 2. Stel de parkeerrem in. 3. Druk de PTO-schakelaar omlaag om de bladen uit te schakelen. 4. Draai de sleutel in de OFF-positie. 4. 2. 7 ACHERUITRIJDENZie afbeelding 13• Trap het rempedaal in en breng de maaier volledig tot stilstand. • Druk de PTO-schakelaar omlaag om de bladen uit te schakelen. • Zet de richtingsschakelaar in de achteruitstand (R). • Druk op de knop voor achteruit maaien. • Zet de PTO-schakelaar omhoog, druk het gaspedaal langzaam in en maai achteruit.
WAARSCHUWINGMaai niet achteruit, tenzij het absoluut noodzakelijk is. Kijk vóór en tijdens het achteruitrijden altijd naar benedenen naar achteren om er zeker van te zijn dat er geen kinderen, omstanders of huisdieren in het maaigebiedkomen.
Vergeet niet dat een onvoorzichtige fractie van een seconde voldoende is om de dood of ernstig letsel teveroorzaken. WAARSCHUWINGWees vooral voorzichtig vóór en tijdens het achteruitrijden met toebehoren, omdat deze het zicht kan beperken. Kijk altijd goed achter en naar beneden voor kleine kinderen, omstanders en huisdieren en verplaats de maaierlangzaam om ongelukken te voorkomen die de dood of ernstig lichamelijk letsel kunnen veroorzaken. 159EngelsNL.
4. 2. 8 GEBRUIK DE USB-POORTZie afbeelding 14De USB-laadpoort levert een laadvermogen van 5 volt gelijkstroom bij maximaal 2,1 ampère voor uw mobieletelefoon, mp3-speler of andere USB-apparaten. Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw apparaat voorspecifieke oplaadvereisten. Sluit het ene uiteinde van een USB-kabel (niet meegeleverd) aan op uw apparaat en het andere uiteinde op deUSB-oplaadpoort van de maaier, om te beginnen met het opladen van uw apparaat. OPMERKINGPogingen om apparaten van meer dan 2,1 ampère op te laden kunnen de USB-laadpoort en/of de maaierbeschadigen. OPMERKINGDe USB-poort wordt alleen gevoed wanneer de machine start. WAARSCHUWINGGebruik nooit een hoofdtelefoon of een elektronisch apparaat, zoals een smartphone of tablet, terwijl u de maaierbedient.
Afgeleide bediening kan leiden tot een ongeval met de dood of ernstig lichamelijk letsel van de gebruikerof een omstander tot gevolg. 4. 2. 9 TIPS VOOR HET GEBRUIKZie afbeelding 15• Hou de maaibladen scherp. • Zorg ervoor dat het gazon vrij is van stenen, stokken, draden, speelgoed, boomtakken en andere voorwerpendie de maaibladen of de motor van de grasmaaier kunnen beschadigen. Maai niet over palen of andere metalenpalen. Dergelijke voorwerpen kunnen het blad beschadigen of per ongeluk door de maaier in een willekeurigerichting worden geslingerd en ernstig persoonlijk letsel van de gebruiker en anderen veroorzaken. • Maai voor een gezond gazon altijd een derde of minder van de totale lengte van het gras af. • Draai bij het maaien van grote oppervlakken eerst naar rechts, zodat het maaisel wegvloeit van struiken, hekken,opritten etc.
Na een of twee rondes maait u in de tegenovergestelde richting, waarbij u naar links draait tot u klaarbent. • Maai zo dat het afgevoerde maaisel uitmondt in de richting van het reeds gemaaide gazongedeelte. • Wanneer u zwaar gras maait, vermindert u de snelheid om effectiever te kunnen maaien en het maaisel goed afte voeren.
• Bij normaal maaien, maait u ongeveer 38 mm af. Meer maaien is niet aan te bevelen, tenzij het gras schaars isof het einde van het maaiseizoen is. • Maai geen nat gras. Het blijft plakken aan de onderkant van het maaidek en verhindert het opzakken of mulchenvan het maaisel. • Nieuw of dik gras kan een smallere snede of een hogere maaihoogte vereisen. • Houd het maaidek en de uitwerpopening schoon. Verwijder voor en na elk gebruik maaisel, bladeren, vuil enander opgehoopt vuil. Niet schoonspuiten met een tuinslang. OPMERKINGZet de maaier altijd stil, laat de bladen volledig tot stilstand komen en verwijder de startsleutel alvorens onderde maaier te reinigen. 4. 2. 10 GEBRUIK OP EEN HELLINGZie afbeelding 16Hellingen zijn een belangrijke factor bij ongevallen waarbij de gebruiker de macht over het stuur verliest of kantelt,wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Het gebruik op alle hellingen vereist extra voorzichtigheid. Als u dehelling niet kunt oprijden of als u zich niet op uw gemak voelt, maai de helling dan niet. 160EngelsNL.
• Rijd op hellingen in de door de fabrikant aanbevolen richting. Wees voorzichtig in de buurt van gaten in hetterrein. • Gebruik de machine niet onder omstandigheden waarbij tractie, besturing of stabiliteit in het geding is. Bandenkunnen wegglijden, zelfs als de wielen stilstaan. • Houd de machine altijd in de versnelling bij het afdalen van hellingen. Niet laten uitrollen. • Maai hellingen op en af, niet overdwars. • Kijk uit voor gaten, spoorvorming, hobbels, stenen of andere verborgen voorwerpen. Oneffen terrein kan demachine doen kantelen. Hoog gras kan obstakels verbergen. • Maai niet in de buurt van afgronden, greppels of taluds. De machine kan plotseling kantelen als een wiel over derand gaat of als de rand inzakt. • Kies een lage rijsnelheid zodat u niet hoeft te stoppen of te schakelen als u op een helling rijdt. • Maai niet op nat gras. Banden kunnen tractie verliezen.
• Vermijd starten, stoppen en draaien op een helling. Als de banden hun grip verliezen, schakel dan de bladen uiten ga langzaam rechtuit de helling af. • Laat alle bewegingen op hellingen langzaam en geleidelijk verlopen. Maak geen plotselinge veranderingen insnelheid of richting, waardoor de machine zou kunnen omrollen. • Wees extra voorzichtig bij het bedienen van de machine met hulpstukken; deze kunnen de stabiliteit van demachine beïnvloeden. Rijd niet op steile hellingen. • Als u de optionele toebehoren (graszak) gebruikt, moet u uiterst voorzichtig zijn en de maaier langzaam latenwerken als u op hellingen werkt, omdat de graszak de stabiliteit van de maaier kan veranderen. • Gebruik altijd de remmen bij het afdalen van de helling. Probeer niet om de maaier in de neutrale stand achteruitte laten rijden. 5 ELEKTRISCH SYSTEEM5.
• Verwijder altijd de sleutel en de accu's wanneer u demachine vervoert. • Houd de machine vrij van grasresten, bladeren enander afval. Sproei GEEN water om de machine tereinigen. Gebruik alleen perslucht. Draag geschikteoog- en gehoorbescherming wanneer u de machinereinigt. • Draag altijd een veiligheidsbril en beschermendekleding in de buurt van de accu. Gebruik geïsoleerdgereedschap. • Maak het accuvak, het aandrijfmotorcompartiment,het maaidek, de zitting, etc. schoon van alle vuilen afval. Gebruik geen oplosmiddelen, agressievereinigingsmiddelen of schuurmiddelen. • Met de sleutel in de stand ON kan hetmaaiblad worden ingeschakeld wanneer deAAN/UIT-schakelaar (PTO) van het maaidek isingeschakeld, zelfs als de aandrijfmotor niet draait. Houd het gebied vrij van omstanders wanneer u deAAN/UIT-schakelaar van het maaidek inschakelt.
• Alle onderhouds- en opslagruimten moeten naarbehoren worden geventileerd overeenkomstig detoepasselijke brandvoorschriften en -verordeningenom brandgevaar te voorkomen. • Laat nooit vlammen, vonken of roken toe in de buurtvan accu's. • Houd accu's buiten bereik van kinderen. • Houd beschermkappen, afdekkingen enafschermingen altijd op hun plaats en goedgesloten. Als ze beschadigd raken, moeten zeonmiddellijk worden gerepareerd of vervangen. Wijzig of verwijder nooit veiligheidsvoorzieningen. 5. 2 INFORMATIE OVER HETELEKTRISCH SYSTEEMDe Cramer maaier wordt aangedreven door een 82-volt elektrisch systeem. Het bestaat uit de volgendeonderdelen:1. Blad- en rijcontroller (1)2. Bladmotor (2)3. Gaspedaal (1)4. Digitaal display (1)5. Wielen motor (1)6. Accuvak (1)5.
1234567891110# Naam Functie1 4G GPS-signaal2 GreenShield# Naam Functie3 Totaal:350hWerktijd voertuig4 De zittingschakelaar is gesloten.5 Ledverlichting6 De parkeerrem is aangetrokken.7 Bladsnelheid8D/N/RRijrichting: Vooruit (D), Neutraal (N)en Achteruit (R).9 80% Accupercentage10 Cruisecontrol11 Achteruit maaien is geactiveerd.6 FOUTENHet CANBUS-systeem zal actie ondernemen om de gebruiker en de machine te beschermen wanneer het eenprobleem detecteert. Wanneer de machine of een onderdeel wordt uitgeschakeld, geeft hij aan dat er een fout isopgetreden, en die fout wordt op het digitale display weergegeven. Alle elektrische fouten hebben een lettercodegevolgd door een nummer.
6. 1 FOUTCODEFoutcode Beschrijving OplossingT11 Overspanning De spanning is te hoog. Herstart de stroomvoorziening. T12 Onderspanning De spanning is te laag. Laad het accupack op voor gebruik. T13 Fout in de zelftest van de controller Als u dit probleem tegenkomt, neem dan contact op met uwdistributeur voor een oplossing. T14 Aandrijfmotor vastgelopen Controleer of de aandrijfwielen vastzitten en herstart destroomvoorziening. T15 Motorencoder fout Controleer of de Hall-effect connector van de rijcontrollergoed is aangesloten, en start dan de stroomvoorziening op-nieuw op. T16 Fout in besturingscircuit controller Als u dit probleem tegenkomt, neem dan contact op met uwdistributeur voor een oplossing. T17 Overtemperatuur van de rijcontrol-lerDe temperatuur van de controller is te hoog. Wacht tot decontroller is afgekoeld en start dan de stroomvoorzieningopnieuw op.
Controleer voordat u het voertuig start of de rem in deingeschakelde stand staat. 2. Voordat u het voertuig start, zet u de schakelaar van hetblad in de uit-stand en controleert u of de schakelaarvan het blad goed is aangesloten. 3. Zet de FNR-versnellingspook in de N-stand voordat uhet voertuig start. 4. Controleer of de connector onder de zitting goed is aan-gesloten. 5. Druk niet op de cruisecontrolknop als u het voertuigstart. 6. Trap het gaspedaal niet in bij het starten van het voer-tuig. V16 Bedieningsvolgorde onjuist Zet het gaspedaal en de bladschakelaar terug in hun uit-gangspositie. 163EngelsNL.
MR7 Faseverlies van de controller Controleer of de kabels van de bladcontroller en de motorgoed zijn aangesloten, en start vervolgens de stroomvoorzi-ening opnieuw op. MR9 MOSFET open circuit fout De temperatuur van de controller is te hoog. Wacht tot decontroller is afgekoeld en start dan de stroomvoorzieningopnieuw op. MR14 Controller onderspanning Controleer de maaibelasting en start de stroomvoorzieningopnieuw. MR15 Controller overspanning Controleer de maaibelasting en zet de bladstartschakelaarterug in de uitgangspositie. PMU10 Fout in accupack open circuit De temperatuur van het accuvak en de accu is te laag. Gebruik de machine bij een geschikte temperatuur en startde stroomvoorziening opnieuw op. PMU11 PMU grote fout De temperatuur van het accuvak en de accu is te hoog. Wacht tot de accu is afgekoeld en start dan de stroomvoor-ziening opnieuw op. 164EngelsNL.
Foutcode Beschrijving OplossingPMU12 PMU secundaire fout Door een grote fout in het accuvak konden de aandrijvingen het bladsysteem niet starten. Start de stroomvoorzieningopnieuw en probeer het opnieuw. PMU13 Geen accupack beschikbaar Controleer of u het juiste accupack gebruikt, en start vervol-gens de stroomvoorziening opnieuw op. PMU Onvoldoende accu's beschikbaar,functionaliteit kan beperkt zijn. Plaats meer accu's. N. v. t. Communicatiefout display Controleer de aansluitingen van het display en het CAN-net-werk. Onjuiste display geselecteerd Selecteer het juiste display voor uw voertuigmodel7 ONDERHOUD7. 1 ONDERHOUD VAN DE MAAIBLADENControleer de maaibladen dagelijks. Zij zijn de sleutel tot vermogensefficiëntie en een goed verzorgde grasmat.
Houd de bladen scherp - een bot blad scheurt het gras in plaats van het te snijden, waardoor er binnen een paar uureen bruine rafelige top op het gras achterblijft. Een bot blad vergt ook meer kracht. Vervang elk blad dat verbogen,gebarsten of gebroken is. WAARSCHUWINGProbeer nooit een gebogen blad recht te maken door het te verhitten, of een gescheurd of gebroken blad te lassen,want het blad kan breken en ernstig letsel veroorzaken. Vervang versleten of beschadigde bladen. WAARSCHUWINGWerk nooit met bladen terwijl de sleutel in het contactslot zit. Draai de sleutel in de OFF-positie, verwijder de accu'suit de machine. Blokkeer de maaier als u eronder moet werken. Draag handschoenen bij het hanteren van bladen. Controleer altijd op beschadiging van het blad als de maaier een steen, een tak of andere vreemde voorwerpenraakt. GEVAAR.
Het bijwerken van de scherpte van het blad kan met een vijl. Controleer de bladen op balans na het slijpen. Een inde handel verkrijgbaar balanceerwerktuig is verkrijgbaar bij de meeste ijzerwinkels, of u kunt het blad uitbalancerendoor het op een omgekeerde lijnpons of een 12,7 mm bout te plaatsen. De balans van het blad mag niet overhellenof kantelen.
Terwijl u het blad langzaam ronddraait, mag het niet wiebelen. Als het blad uit balans is, moet u hetuitlijnen voordat u het opnieuw installeert. Leg het blad op een vlakke ondergrond en controleer op vervorming. Vervang elk vervormd blad. WAARSCHUWING• Het gebogen deel van het blad moet omhoog wijzen naar de binnenkant van het maaidek om goed te kunnenmaaien. • Wanneer u bladen monteert, moet u ze na montage draaien om ervoor te zorgen dat de bladpunten elkaar of dezijkanten van de maaier niet raken. • Als de bout niet correct wordt aangedraaid, kan het blad verloren gaan, wat ernstig letsel kan veroorzaken. • Maaibladen zijn scherp en kunnen snijden. Draag handschoenen en wees extra voorzichtig bij het onderhoud. 7. 1. 1 VERVANG HET BLADZie afbeelding 171. Stop de motor, verwijder de startsleutel en stel de parkeerrem in werking. 2.
OPMERKINGBreng de maaier zo nodig omhoog door hem op een lift te zetten of door een krik en kriksteunen te gebruiken,of verwijder het maaidek zoals beschreven in het vorige hoofdstuk om toegang te krijgen tot de bladen. WAARSCHUWINGAls u de maaier optilt om bij de bladen te komen, moet u ervoor zorgen dat de maaier goed staat en dat deparkeerrem is ingeschakeld voordat u verder gaat. Als u de maaier niet goed vastzet, kan deze vallen, met dedood of mogelijk ernstig lichamelijk letsel tot gevolg. 3. Klem een blok hout tussen het blad en het maaidek om te voorkomen dat het blad draait. 4. Draai de bladmoer los door hem linksom te draaien (gezien vanaf de onderkant van de maaier) met behulp vaneen 16 mm sleutel of dopsleutel (niet meegeleverd). 5. Verwijder de bladmoer, spacer, bladisolator en het blad. 6. Schroef de bladmoer op de as en draai hem handvast. 7.
Draai de bladmoer met de klok mee vast met een momentsleutel (niet meegeleverd) om er zeker van te zijn datde bout goed vastzit. Het aanbevolen aanhaalmoment voor de moer is 90 Nm~ 100 Nm. WAARSCHUWINGZorg ervoor dat het blad goed zit en dat de moer van het blad is vastgedraaid met het bovenstaande koppel. Als u het blad niet correct bevestigt, kan het losraken en mogelijk ernstig persoonlijk letsel veroorzaken. 8. Herhaal dit zo nodig met het tweede blad. OPMERKINGZorg ervoor dat alle onderdelen in de juiste volgorde worden teruggeplaatst. 7. 2 VERVANG DE KOPLAMPZie afbeelding 18Bel de klantenservice of bezoek onze website online om een nieuwe koplamp te bestellen. 1. Parkeer de maaier op een vlakke ondergrond en stel de parkeerrem in. 2. Stop de motor en verwijder de sleutel. 3.
Verwijder de zeskantbout en de platte ring waarmee het bodempaneel van de maaier op zijn plaats wordtgehouden en leg deze opzij. 4. Til het vloerpaneel iets op om bij de twee zeskantschroeven en platte ringen te komen waarmee de koplamp opzijn plaats wordt gehouden. Verwijder de schroeven en ringen en zet ze opzij. 5.
Maak de oude koplamp los. 6. Nieuwe koplamp aansluiten en sluitringen en schroeven weer aanbrengen. Draai ze goed vast. 7. Laat het vloerpaneel zakken en breng de sluitring en schroef weer aan om het paneel vast te zetten. 7. 3 BANDENVoor vlak maaien is het belangrijk dat alle banden de juiste bandenspanning hebben. De aanbevolen druk is: OPMERKINGDe bandenspanning mag alleen worden gemeten of aangepast als de banden koud zijn. Aandrijfwielen 8 psiZwenkwielen 24 psi OPMERKINGInspecteer de banden dagelijks. Bij beschadiging onmiddellijk vervangen. 166EngelsNL.
WAARSCHUWINGControleer de bandenspanning zorgvuldig tijdens het oppompen. Als er te veel lucht in de band zit, kan de bandbarsten en ernstig persoonlijk letsel veroorzaken. 7. 4 SMERINGZie afbeelding 19Voeg olie toe voor gebruik. Type olie SAE85W-140Oliecapaciteit 180 mlNeem contact op met uw Cramer dealer om de smering te vervangen. OPMERKINGVervang de versnellingsbakolie nadat u de machine voor het eerst 50 uur hebt gebruikt en vervang de olievervolgens om de 200 uur. 7. 5 KOPPELWAARDEN WAARSCHUWINGBijzondere aandacht moet worden besteed aan het aandraaien van de wielmoeren van het aandrijfwiel en debouten van het blad. Als u deze items niet correct aandraait, kan dit leiden tot verlies van een wiel of blad, waternstige schade of persoonlijk letsel kan veroorzaken. De aanhaalmomenten worden hieronder gegeven:Onderdeel Ft-lbs.
NmWielmoeren 89 120Bladbout 66 90Alleen wielmoeren -Aanbevolen wordt deze te controleren na de eerste 2 bedrijfsuren, in het begin, om de 100 uuren na verwijdering voor reparatie of vervanging. 7. 6 ONDERHOUD VAN HET ACCUPACKUw Cramer maaier wordt aangedreven door een accupack die, mits goed onderhouden, jarenlang meegaat. Volg devolgende instructies voor het juiste onderhoud:• Laad de accu's altijd op na elk gebruik. • Wanneer een accupack volledig is ontladen en uitgeschakeld, kunt u de accu het beste zo snel mogelijk weeropladen. Overmatige ontlading van het accupack betekent dat de levensduur van de accu wordt verkort en datde accu permanent beschadigd kan raken. Het is niet nodig om het accupack volledig op te laden; zelfs als u deaccu slechts 5-10 minuten oplaadt, is dit al voldoende. Het is het beste om het binnen 24 uur op te laden.
• Laad alleen lithiumaccu's geleverd door Cramer. • Raak het ongeïsoleerde deel van de lader (aansluitpinnen) of van de uitgangsconnector niet aan. • Niet gebruiken met defecte snoeren en draden. Vervang defecte snoeren en draden onmiddellijk. • Voor langdurige opslag, zorg voor een opslagtemperatuur van -20°C - 45°C binnen één maand, en 0°C - 35°Ctussen twee en twaalf maanden. • De werkomgeving van het accupack is -20°C -55°C voor ontladen, en 0°C~55°C voor opladen. 167EngelsNL.
7. 7 ONDERHOUD VAN HET ACCUVAKFILTERVervang het accuvakfilter elke 200 uur. 7. 8 SERVICE BELANGRIJKWacht tot alle beweging is gestopt alvorens de machine af te stellen, te reinigen of te repareren. Reparaties ofonderhoud waarvoor stroom nodig is, mogen alleen worden uitgevoerd door opgeleid onderhoudspersoneel. Leesde veiligheidswaarschuwingen voorin de handleiding en neem deze in acht. BELANGRIJKReparaties of onderhoud waarvoor stroom nodig is, mogen alleen worden uitgevoerd door opgeleidonderhoudspersoneel. • Parkeer de maaier op een vlakke ondergrond. Zorg ervoor dat de besturingshendels in de neutrale stand staanen dat de PTO-schakelaar in de OFF-positie staat. Til het dek op, draai de sleutel in de OFF-positie, verwijder desleutel uit de schakelaar en verwijder de accu's uit het accuvak onder de zitting.
• Alle onderhoudswerkzaamheden waarbij de veiligheidsafdekkingen moeten worden verwijderd, moeten wordenuitgevoerd door een opgeleide onderhoudstechnicus. • Gebruik geschikte hulpmiddelen om onder de maaier schoon te maken, en zorg ervoor dat geen enkellichaamsdeel - vooral armen en handen - onder de maaier zit. • Houd uw machine schoon en verwijder alle afval en maaisel. • Houd het accuvak, het maaidek en de bedieningsplaats schoon van opgehoopt afval, gemaaid gras en anderafval. • Maak het accuvak, het aandrijfmotorcompartiment, het maaidek, de zitting, etc. schoon van alle vuil en afval. Gebruik voor het reinigen alleen perslucht. Gebruik geen water, oplosmiddelen, agressieve reinigingsmiddelen ofschuurmiddelen. • Draag altijd geschikte oogbescherming bij het onderhoud van de accu's of bij het slijpen van de maaibladenen het verwijderen van opgehoopt vuil.
Probeer nooit om aanpassingen of reparaties uit te voeren aan hetaandrijfsysteem van de maaier, het maaidek of een hulpstuk terwijl de tractieaandrijving in werking is. Reparatiesof onderhoud waarvoor stroom nodig is, mogen alleen worden uitgevoerd door opgeleid onderhoudspersoneel.
• Werk nooit onder de machine of het aanbouwdeel tenzij deze veilig is ondersteund met kriksteunen. Zorg ervoordat de machine stevig staat wanneer hij wordt opgeheven en op de kriksteunen wordt geplaatst. • De kriksteunen mogen niet toelaten dat de machine beweegt wanneer de tractieaandrijving in werking is en deaandrijfwielen draaien. Gebruik alleen gecertificeerde kriksteunen. Gebruik alleen geschikte kriksteunen met eenminimum draagvermogen van 900 kg om de machine te ondersteunen. Gebruik altijd twee kriksteunen. Volg deinstructies die bij de kriksteunen worden geleverd. • Raak geen hete onderdelen van de machine aan. • Houd bouten en moeren vastgedraaid, vooral de bouten van de bladbevestiging. Houd de machine in goedestaat. • Knoei nooit met veiligheidsvoorzieningen. Controleer regelmatig hun goede werking. • Draai de sleutel in de OFF-positie voordat u de uitwerpopening ontstopt.
• Maak de uitwerpopening nooit vrij terwijl de machine draait. Draai de sleutel in de OFF-positie en zorg ervoor datde bladen stilstaan voordat u ze schoonmaakt. Gebruik een stok om een verstopte uitwerpopening vrij te maken. Gebruik nooit uw handen. • Stop de machine en laat de bladen stilstaan voordat u de uitwerpopening ontstopt. Onderdelen vangrasopvangsystemen zijn onderhevig aan slijtage, beschadiging en veroudering, waardoor bewegende delenbloot kunnen komen te liggen of voorwerpen kunnen worden geworpen. Controleer regelmatig de onderdelen envervang deze indien nodig door door de fabrikant aanbevolen onderdelen. • Wees voorzichtig wanneer u onder het maaidek werkt, want de maaibladen zijn uiterst scherp. Draaghandschoenen en wees extra voorzichtig bij het onderhoud. • Gebruik alleen originele Cramer maaieronderdelen om ervoor te zorgen dat de originele normen wordengehandhaafd.
• Controleer regelmatig de werking van de remmen. Afstellen en onderhoud indien nodig. • Onderhoud of vervang zo nodig veiligheids- en instructielabels. • Laat uw zitmaaier onderhouden door een gekwalificeerde reparateur die uitsluitend identiekevervangingsonderdelen gebruikt. Zo blijft de veiligheid van de zitmaaier gewaarborgd. • Laad alleen op met de laders die door de fabrikant zijn aangegeven. Een oplader die geschikt is voor eenbepaald type accupack kan tot brandgevaar leiden wanneer deze wordt gebruikt met een andere accu. 8 VERVOER EN OPSLAG8. 1 TRANSPORT WAARSCHUWINGWees extra voorzichtig bij het laden of lossen van de machine in een aanhangwagen. Druk op de knop voor lagesnelheid en beweeg voorzichtig de aandrijfhendels om de snelheid te regelen. Ga bij het laden altijd achteruit op deaanhangwagen.
Bij het laden of lossen van de maaier mag de aanbevolen maximale bedieningshoek van 15° nietworden overschreden. Het niet opvolgen van deze instructies kan leiden tot verlies van controle en de dood, ernstigpersoonlijk letsel of materiële schade tot gevolg hebben. WAARSCHUWINGWees voorzichtig bij het laden of lossen van de maaier op een aanhangwagen. Zorg ervoor dat het maaidekin de hoogste stand staat, zodat het niet vast komt te zitten op de oprit. De wielen van de maaier kunnen vanhet platform of de aanhangwagen afraken, waardoor de maaier kan kantelen of omvallen, en er een knelgevaarontstaat dat de dood of ernstig lichamelijk letsel kan veroorzaken. 1. Parkeer de maaier op een vlakke ondergrond. 2. Zet het maaidek in de hoogste stand. 3. Plaats en bevestig de oprijplaat op de aanhangwagen volgens de instructies van de fabrikant.
Stel de parkeerrem in. 7. Schakel de maaier uit en verwijder de sleutel. 8. Zet de maaier zo nodig vast met riemen of kabels om beweging tijdens het vervoer te voorkomen. WAARSCHUWINGVerwijder altijd de startsleutel en stel de parkeerrem in wanneer u de maaier vervoert, om te voorkomen datdeze per ongeluk wordt gestart of in beweging komt, wat tot ernstig persoonlijk letsel kan leiden. 8. 2 REINIGING EN OPSLAG8. 2. 1 DE MACHINE REINIGEN• Verwijder gras en bladeren op of rond het motordeksel (gebruik geen hogedrukpistool om de motor door tespoelen). • Veeg de maaier af en toe schoon met een droge doek. • Als er zich tijdens het gebruik vuil aan de onderkant van de maaier ophoopt, dient u de motor te stoppen, demachine uit te zetten en dit met een geschikt gereedschap schoon te schrapen. 8. 2. 2 HET MAAIDEK SCHOONMAKENZie afbeelding 20• Zet de handrem in de parkeerstand. 169EngelsNL.
• Stel de maaidekhoogte in op de laagste stand. • Bevestig de meegeleverde snelkoppeling van de waspoort aan de tuinslang. • Bevestig de tuinslang met snelkoppeling aan de waspoort op het maaidek. De waspoort zit aan de linkerkant vanhet maaidek. • Draai de waterkraan open. • Trek aan de PTO-schakelaar om de bladen te starten en stel de bladsnelheid in op de hoogste stand. • Spoel water onder het dek gedurende ongeveer een minuut. • Schakel de maaibladen uit door de PTO-schakelaar omlaag te drukken. • Draai de waterkraan dicht en verwijder de tuinslang en de snelkoppeling uit de waspoort. • Verwijder de snelkoppeling van de tuinslang en bewaar deze voor toekomstig gebruik. • Zet de maaier helemaal uit. 8. 2. 3 OPSLAG VAN DE MACHINEDe volgende stappen moeten worden genomen om de machine gereed te maken voor opslag. • Reinig de machine zoals beschreven in de vorige paragraaf.
• Controleer het blad en vervang of slijp het, indien nodig (zie het hoofdstuk Onderhoud). • Bewaar de machine niet naast corrosieve materialen, zoals kunstmest of steenzout. • Houd de machine buiten bereik van kinderen. • Dek de machine niet af met bouwplastic. Plastic bekledingen houden vocht vast rond de machine, wat roest encorrosie veroorzaakt. • Controleer grondig op versleten of beschadigde onderdelen die vervangen moeten worden en bestel deze bij uwdealer. • Neem contact op met het servicecentrum om de machine grondig te smeren. • Laad de accu's volledig op voordat u deze opslaat. • Laat de banden niet leeglopen. • De machine moet worden opgeslagen op een goed geventileerde, schone en droge plaats, aangezien deacculader niet kan worden gebruikt in een natte omgeving. • Houd de accu's altijd volledig opgeladen.
Het is vooral belangrijk om schade aan de accu te voorkomenwanneer de temperatuur lager is dan 0°C. • Sluit de laadadapter aan op de laadpoort en de accu's volgens het hoofdstuk Laadadapter in het hoofdstukElektrisch systeem.
• Steek de stekker van de lader in het stopcontact. Zie de gedeelten Acculader, Accu opladen enLaadaanbevelingen in het hoofdstuk Elektrisch systeem voor meer details over het gebruik van de laderen het opladen van de accu's. • Voor een maximale levensduur van de accu's kunt u ze het beste kort na elk gebruik volledig opladen. 8. 2. 4 KLAARMAKEN VOOR GEBRUIK NA OPSLAGDe volgende stappen moeten worden genomen voordat de maaier wordt gebruikt nadat hij is opgeborgen:• Laad de accu's volledig op. • Controleer de bandenspanning en pomp deze zo nodig op. • Rijd kort met de maaier en controleer of alle systemen en onderdelen correct functioneren. 170EngelsNL.
9 PROBLEEMOPLOSSINGPROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSINGHet voertuig be-weegt niet. Het accupack is niet geplaatst Cramerof het accupack is van het verkeerdetype. Om de normale werking van het voertuig te garanderen,moet ten minste 1 Cramer accupack in het accuvakwordt geplaatst. Het accupack is niet opgeladen. Controleer het vermogen van h accupack. Er zit niemand op de zitting of de zit-tingschakelaar is niet gesloten. Zorg ervoor dat de gebruiker op de zitting zit. De parkeerrem is aangetrokken. Zorg ervoor dat u de parkeerrem volledig uitschakelt,zodat de wielen vrij kunnen draaien. Het accuvak is in slapende toestand. Zet de sleutel in de UIT-stand en wacht meer dan 5seconden voordat u de machine opnieuw start. Plotselinge stoptijdens het rijdenDe accu is niet opgeladen.
Om de normale werking van het gehele voertuig te waar-borgen, moet u ten minste 1 Cramer accupack in hetaccuvak hebben. Ruwe en hobbelige wegen, waardoorde zittingschakelaar wordt uitgescha-keld. Stel de parkeerrem in en start de machine opnieuw endruk op de joystick. Fout gaspedaal. Contact Cramer uw dealer. Rijcontroller is defect. Contact Cramer uw dealer. Het blad werktniet na het over-halen van dePTO-schakelaar. Het accupack is niet geplaatst Cram-er. Om de normale werking van het gehele voertuig te waar-borgen, moet u ten minste 1 Cramer accupack in hetaccuvak hebben. Het accuvermogen is lager dan 5%. Controleer het vermogen van het accupack; als hetvermogen van de accu laag is, moet u de accu opladen. De zittingschakelaar is niet gesloten. Zorg ervoor dat de gebruiker op de zitting zit. De bladschakelaar (PTO) staat niet inde beginstand voor het inschakelen.
Het wordt aan-bevolen het dek omhoog te trekken en het blad te startenvoordat u het dek in de gewenste versnelling zet. Loopcontroller is defect. Controleer of er geen andere fout op het display wordtweergegeven. Het blad stopt bijhet maaien vangras. Bladcontroller is defect. Controleer de foutcode op het display. Bladmotor overbelasting. Reinig de binnenkant van het maaidek, controleer of ergeen abnormale bladrotatie is, druk de PTO in, start demachine opnieuw en verminder de bladbelasting, hetzijdoor de hoogte van het maaidek te verhogen, hetzij doorde rijsnelheid te verlagen. De accutemperatuur is te hoog. Gebruik de accu niet onmiddellijk nadat het opladen isvoltooid, anders kan de fout in de temperatuurbeveiligingvan het accupack optreden. Het accuvermogen is lager dan 5%. Het accupack is bijna leeg, laad de accu op. 171EngelsNL.
PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSINGHet blad wordt geraakt door eenvreemd voorwerp, waardoor het plot-seling stopt. Zet de sleutel in de OFF-positie en wacht meer dan 5seconden alvorens de machine opnieuw te starten. Rijcontroller is defect. Controleer de foutcode op het display. De maaier maaithet gras ongelijk,en het hoogte-verschil is erggroot. Het blad is bot. Reinig het blad volgens de handleiding. Het blad is verbogen. Vervang het blad volgens de instructies en draag be-schermende kleding. Het dek is niet vlak. Maak het dek vlak volgens de instructies om ervoor tezorgen dat de linker- en rechterhoogte gelijk zijn. De werkelijkemaaihoogte komtniet overeen metde gekozen ge-markeerde maai-hoogte. Losse bevestigingsbouten van hetdek. Stel de bevestigingsbouten van het dek bij om ervoorte zorgen dat het stevig is geïnstalleerd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Cramer 82LT107 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Cramer
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier