Citroën DS5 Hybrid (2015) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Citroën DS5 Hybrid (2015) (52 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 30 mensen. Heb je een vraag over Citroën DS5 Hybrid (2015) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Citroën |
| Categorie: | Auto |
| Model: | DS5 Hybrid (2015) |
Handleiding Citroën DS5 Hybrid (2015) – volledige tekst
Het online-instructieboekje Als de rubriek "MyCITROËN" niet beschikbaar is op de website van Citroën voor uw land, kunt u uw instructieboekje op het volgende internetadres raadplegen: http://service.citroen.com/ddb/ Uw instructieboekje is te vinden op de website van Citroën, in de rubriek "MyCITROËN". Selecteer: Kies een van de volgende manieren om uw instructieboekje online te raadplegen... Op deze persoonlijke pagina vindt u informatie over onze producten en diensten en kunt u rechtstreeks contact opnemen met het merk. de taal, het model van uw auto en de carrosserie-uitvoering, de uitgifteperiode van uw gebruiksaanwijzing die overeenkomt met de eerste registratiedatum van uw auto. Scan deze code voor directe toegang tot uw instructieboekje. Als u de gebruiksaanwijzing online raadpleegt, hebt u tevens toegang tot de meest recente informatie.
In dit document wordt de werking van het Hybrid4-systeem beschreven. Bovendien bevat het adviezen voor het gebruik van het systeem. Wij danken u voor uw keuze voor de DS 5 Hybrid 4x4. Aan de beschrijvingen en afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend. Automobiles CITROËN houdt zich het recht voor de technische kenmerken, uitrusting en accessoires te wijzigen zonder verplicht te zijn dit document bij te werken. Dit instructieboekje behoort tot de uitrusting van de auto. Overhandig het dus bij verkoop van de auto aan de nieuwe eigenaar. Raadpleeg het instructieboekje van de DS 5 voor de beschrijving van alle andere systemen en voorzieningen, en voor alle andere gegevens van de auto. Raadpleeg het garantie- en onderhoudsboekje voor de onderhoudsvoorschriften van uw auto. Goede reis!
Uw auto kan, afhankelijk van het uitrustingsniveau, het type, de uitvoering en de specifieke kenmerken voor het land waarvoor uw auto bestemd is, slechts van een deel van de in dit boekje vermelde uitrustingen zijn voorzien. Neem de tijd om deze documenten aandachtig door te lezen.
Presentatie van het Hybrid4-systeem De Hybrid4-technologie combineert twee aandrijfconcepten: een HDi-dieselmotor die de voorwielen aandrijft en een elektromotor die zorgt voor de aandrijving van de achterwielen. Deze twee motoren kunnen afzonderlijk of gelijktijdig werken, afhankelijk van de geselecteerde stand van het Hybrid4-systeem en de rijomstandigheden. De auto wordt door alleen de elektromotor aangedreven in de stand ZEV (Zero Emission Vehicle) en, bij lage snelheden en wanneer weinig vermogen wordt gevraagd, in de stand AUTO . Bij wegrijden vanuit stilstand, bij accelereren en tijdens het schakelen assisteert de elektromotor de HDi-dieselmotor. De tractiebatterij die voor de voeding van de elektromotor zorgt, wordt tijdens het decelereren en, tot een bepaalde limiet, door de HDi-dieselmotor weer bijgeladen. 1. HDi-dieselmotor (aandrijving van de voorwielen). 2.
5Hybrid4-systeem Belangrijkste onderdelen van het Hybrid4-systeem De voorin geplaatste HDi-dieselmotor (1) zorgt in de meeste rijsituaties voor de aandrijving van de auto door het vermogen over te brengen op de voorwielen. Afhankelijk van de geselecteerde stand van het Hybrid4-systeem en de rijomstandigheden zorgt de achterin geplaatste elektromotor (2) voor de aandrijving van alleen de achterwielen of ondersteunt hij de HDi-dieselmotor. Deze elektromotor zorgt ook voor het terugwinnen van energie en het opladen van de tractiebatterij tijdens het snelheid minderen. De motor wordt boven een snelheid van 120 km/h uitgeschakeld. In de 200V-tractiebatterij (3) van het type NI-MH wordt de energie opgeslagen voor de achterin geplaatste elektromotor. De laadtoestand wordt automatisch op peil gehouden door de elektromotor wanneer de auto snelheid mindert.
Wordt het laadniveau te laag, dan wordt de tractiebatterij tot een bepaald niveau opgeladen door de verbrandingsmotor. De tractiebatterij bevindt zich in een compartiment van de bagageruimte dat alleen toegankelijk is voor technici van het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. De laadtoestand van de tractiebatterij wordt aangegeven aan de hand van segmenten. Zie de rubriek "Weergave van de energiestromen". Uw Hybrid4-auto is voorzien van geperfectioneerde emissieregelsystemen, waaronder het roetfilter (FAP) . Tijdens de regeneratiefases van het roetfilter is de HDi-dieselmotor nodig om de temperatuur van het roetfilter zodanig te verhogen dat de roetdeeltjes verbrand kunnen worden. Het is dan niet mogelijk volledig elektrisch te rijden. Dit wordt aangegeven door de melding "Elektrische stand niet beschikbaar: Regeneratie roetfilter bezig" .
De elektronische controle-eenheid vermogen (4) stuurt de verschillende werkingsfasen van de twee motoren (HDi-dieselmotor en elektromotor) aan om een zo laag mogelijk brandstofverbruik mogelijk te maken. De dynamo/startmotor (5) voert de Stop & Start -functie uit zodat de HDi-dieselmotor wordt uitgeschakeld als de auto tot stilstand komt (bijvoorbeeld voor een verkeerslicht of in een file) of als volledig elektrisch wordt gereden. Het stoppen en starten van de HDi-dieselmotor gebeurt automatisch en onmiddellijk zonder dat de bestuurder iets hoeft te doen. Deze dynamo/startmotor zorgt ook voor het bijladen van de tractiebatterij door de HDi-dieselmotor als bijvoorbeeld de laadtoestand van de tractiebatterij te laag is geworden of als in de stand 4WD wordt gereden.
De 12V-accu , die zich in de motorruimte bevindt, zorgt voor de voeding van de conventionele elektrische installatie van de auto. Deze accu zorgt ervoor dat de HDi-dieselmotor kan worden gestart en dat de uitrusting van de auto, zoals de verlichting, de ruitenwissers en het audiosysteem, werkt. Deze 12V-accu wordt automatisch bijgeladen door het hoogspanningsnetwerk.
7Hybrid4-systeem Vergeleken met een conventionele handgeschakelde versnellingsbak zorgt de elektronisch gestuurde ETG6-versnellingsbak (6) in de automatische stand, dankzij het elektronisch geregelde schakelprogramma, voor een aanzienlijk lager brandstofverbruik. Met de keuzeschakelaar (8) kan een van de vier rijstanden van het Hybrid4-systeem worden geselecteerd: - de stand AUTO , voor een zo laag mogelijk brandstofverbruik doordat automatisch wordt geregeld of één motor of beide motoren tegelijkertijd worden ingezet, - de stand ZEV (Zero Emission Vehicle), voor 100% elektrisch rijden, als de rijomstandigheden en de laadtoestand van de tractiebatterij dit toestaan, - de stand SPORT , voor een dynamischer rijkarakter en nog hogere prestaties, - de stand 4WD (4 Wheel Drive), voor extra tractie op lage snelheden in situaties met weinig grip (sneeuw, modder, zand enz.).
Instrumentenpaneel * Door meerdere keren achter elkaar op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar te drukken. 1. Vermogensmeter (%). Weergave van het actuele totale vermogen dat door het Hybrid4-systeem wordt geleverd of van de actuele hoeveelheid teruggewonnen energie. 2. Stand van de selectiehendel en ingeschakelde versnelling van de elektronisch gestuurde versnellingsbak of schakelindicator. 3. Aanwijzingen van de snelheidsbegrenzer of de snelheidsregelaar. 4. Verklikkerlampje READY: geeft aan of de auto klaar is om te rijden. Bedieningstoetsen Meters en displays A. Dimmer dashboardverlichting. B. - Kort indrukken: weergave van achtereenvolgend de onderhoudsinformatie en het logboek waarschuwingsmeldingen. - Lang indrukken: resetten van de onderhoudsindicator of de dagteller (afhankelijk van de context). 5. Koelvloeistoftemperatuurmeter (°Celsius). 6.
9Hybrid4-systeem Als het Hybrid4-systeem is ingeschakeld, gaat dit verklikkerlampje branden zodra de auto klaar is om te rijden. Het verklikkerlampje zal gewoonlijk vrijwel direct gaan branden, maar onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld wanneer bij koud weer de HDi-dieselmotor moet voorgloeien of wanneer de eco-mode is ingeschakeld) kan het voorkomen dat u enkele seconden moet wachten. Verklikkerlampje READY Laat het Hybrid4-systeem nooit ingeschakeld wanneer u de auto verlaat, als u de motorkap wilt openen, als u gaat tanken enzovoort. Controleer alvorens de auto te verlaten of het verklikkerlampje READY is gedoofd. Hierbij wordt de tractiebatterij bijgeladen met "gratis" energie , die kan worden hergebruikt zodra weer energie nodig is.
Zone CHARGE Zone POWER Deze zone geeft aan dat extra vermogen wordt gevraagd van het hybridesysteem, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van het gekoppelde vermogen van de HDi-dieselmotor en de elektromotor. Vermogensmeter Op de meter worden het actuele totale vermogen van de elektromotor en de HDi-dieselmotor weergegeven. De energiemeter bevat drie werkingszones. Deze zone geeft aan dat wordt gereden met een optimaal brandstofverbruik , ongeacht of elektrisch, met alleen de HDi-dieselmotor of met een combinatie van beide wordt gereden. Zone ECO Deze zone is eenvoudig te bereiken door uw rijstijl aan te passen (met behulp van het zogenaamde "Nieuwe Rijden"), waardoor het verbruik van de elektromotor of de HDi-dieselmotor zo laag mogelijk is. Deze zone geeft aan dat elektrische energie wordt teruggewonnen : bij het remmen (gedeeltelijk) en vooral door het loslaten van het gaspedaal.
Weergave van de energiestromen Weergave van de energiestromen op het instrumentenpaneel Standen Hybrid4-systeem 1. Geselecteerde stand van het Hybrid4-systeem: AUTO , ZEV , SPORT of 4WD . 2. Melding " Zero Emission " als de HDi-dieselmotor is uitgeschakeld (0 g/km CO2). Weergave van de energiestromen op het touchscreen De actuele informatie met betrekking tot de geselecteerde stand van het Hybrid4-systeem ( 1, 2 ), de pijlen van de energiestromen ( 6 - 9 ) en de laadtoestand van de tractiebatterij ( 4 ) worden weergegeven op het display van het instrumentenpaneel of het touchscreen. Zie de rubriek "Boordcomputer". Infrastructuur van de auto 3. HDi-dieselmotor. 4. Laadtoestand van de tractiebatterij. 5. Elektromotor/generator. Werking/energiestromen 6. De HDi-dieselmotor voedt de tractiebatterij (indien nodig). 7.
11Hybrid4-systeem Bij het starten en stoppen Er zijn geen energiestromen; de dynamo/startmotor (Stop & Start-systeem) stopt en start de HDi-dieselmotor automatisch, ongeacht de gekozen stand. Terugwinnen van energie Tijdens deze fase (snelheid minderen, remmen, loslaten van het gaspedaal, in alle standen) wordt de tractiebatterij opgeladen door de elektromotor/generator die wordt aangedreven door de achterwielen. Het terugwinnen van energie werkt optimaal wanneer u het gaspedaal snel loslaat om op de motor af te remmen. De auto zal dan sneller vertragen dan een conventionele auto. 100% elektrisch Tijdens het volledig elektrisch rijden (stand AUTO of ZEV ) werkt alleen de elektromotor die wordt gevoed door de tractiebatterij. De elektromotor drijft de achterwielen aan. De aanduiding " Zero Emission " wijst erop dat de HDi-dieselmotor is afgezet en de auto geen CO 2 uitstoot.
Overzicht van het brandstofverbruik (uitsluitend bij uitvoeringen met het touchscreen) Dit diagram geeft een overzicht van het gemiddelde brandstofverbruik. Het diagram kan worden weergegeven via het menu " Rijden " van het touchscreen. Het betreft het verbruik over de laatste 30 minuten, per periode van 5 minuten. "60% Hybrid Use " betekent dat 60% van de tijd met assistentie van het Hybrid4-systeem en 40% met alleen de HDi-dieselmotor is gereden. Zie de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de boordcomputer. Brandstofverbruik
13Hybrid4-systeem Boordcomputer De boordcomputer geeft actuele informatie over het rijden (actieradius, brandstofverbruik...). Display van het instrumentenpaneel Weergave van de informatie ) Druk op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar om achtereenvolgens de verschillende functies weer te geven. - Actuele informatie: ● actieradius, ● actueel brandstofverbruik. - Traject "1" : ● gemiddelde snelheid, ● gemiddeld brandstofverbruik, voor het eerste traject. - Traject "2" : ● gemiddelde snelheid, ● gemiddeld brandstofverbruik, voor het tweede traject. De trajecten "1" en "2" zijn onafhankelijk en hebben dezelfde eigenschappen. Traject "1" kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor een dagelijks verbruik en traject "2" voor een maandelijks verbruik. - Energiestromen.
Traject resetten ) Druk zodra het gewenste traject wordt aangegeven langer dan twee seconden op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar. Overzicht brandstofverbruik resetten (Uitsluitend uitvoeringen met het touchscreen) ) Druk als traject "2" wordt weergegeven langer dan twee seconden op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar om het overzicht van het brandstofverbruik te resetten. - Radiozender of geluidsbron waarnaar wordt geluisterd. - Navigatie-aanwijzingen.
Touchscreen Weergave van de informatie Actuele informatie: - actieradius, - huidig brandstofverbruik. Traject "1" : - gemiddelde snelheid, - gemiddeld brandstofverbruik, voor het eerste traject. Traject "2" : - gemiddelde snelheid, - gemiddeld brandstofverbruik, voor het tweede traject. Energiestromen. Overzicht van het brandstofverbruik. Traject resetten ) Selecteer het menu " Rijden " . De informatie van de boordcomputer wordt weergegeven op de hoofdpagina van het menu. ) Druk op een van de toetsen om het gewenste tabblad te bekijken. ) Druk zodra het gewenste traject wordt weergegeven op de toets voor het resetten. De trajecten "1" en "2" zijn onafhankelijk en hebben dezelfde eigenschappen. Traject "1" kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor een dagelijks verbruik en traject "2" voor een maandelijks verbruik.
Overzicht brandstofverbruik resetten ) Druk als het traject "2" wordt weergegeven op de toets voor het resetten om ook het overzicht van het brandstofverbruik te resetten. 1. "Actueel". 2. "Traject 1". 3. "Traject 2". 4. "Hybride". 5. "Staafdiagram". 6. "00.0 / Reset".
15Hybrid4-systeem Starten van het Hybrid4-systeem Inschakelen van het Hybrid4-systeem Als het Hybrid4-systeem is ingeschakeld, brandt de verlichting van het instrumentenpaneel en staat de wijzer van de vermogensmeter in de stand " 0 ". Het stuurslot wordt automatisch ontgrendeld (er is een geluid hoorbaar en het stuurwiel beweegt lichtjes). Afhankelijk van bepaalde parameters, zoals de laadtoestand van de tractiebatterij en de buitentemperatuur, bepaalt het Hybrid4-systeem zelf of de HDi-dieselmotor moet worden gestart. De keuzeschakelaar staat in de stand AUTO . Onder winterse omstandigheden en bij koude motor kan het verklikkerlampje van het voorgloeien enkele seconden blijven branden; wacht tot het verklikkerlampje is gedoofd en laat dan het rempedaal los. Starten / afzetten van het Hybrid4-systeem Laat nooit kinderen alleen in de auto achter als het Hybrid4-systeem is ingeschakeld.
) Zet de selectiehendel in de stand N . ) Plaats de elektronische sleutel in de lezer. of ) Als uw auto is voorzien van het keyless entry and start-systeem, hoeft de elektronische sleutel zich slechts in de auto te bevinden. ) Trap het rempedaal volledig in. ) Druk één keer kort (ongeveer één seconde) op de knop " START/STOP ". ) Houd het rempedaal ingetrapt tot het verklikkerlampje READY gaat branden om aan te geven dat het Hybrid4-systeem is ingeschakeld; dit wordt bevestigd met een geluidssignaal. Als het Hybrid4-systeem niet wordt ingeschakeld: ) En N knippert op het instrumentenpaneel, zet dan de selectiehendel in de stand A en vervolgens in de stand N . ) En de melding " Voet op het rempedaal " wordt weergegeven, trap het rempedaal dan steviger in.
Als de eco-mode van de auto is geactiveerd, kan het enkele seconden duren voordat het verklikkerlampje READY gaat branden wanneer het Hybrid4-systeem wordt ingeschakeld.
Wegrijden Zie voor meer informatie over de elektrische parkeerrem de desbetreffende rubriek in het instructieboekje van de auto. U kunt op elk gewenst moment de rijstand van het Hybrid4-systeem met de keuzeschakelaar wijzigen. Om in de stand ZEV te kunnen rijden moet aan bijzondere voorwaarden zijn voldaan. Wanneer u wegrijdt in de elektrische stand, maakt uw auto geen geluid. Let dus extra goed op voetgangers en fietsers die u mogelijk niet horen aankomen. Head-up display De kleur waarin de snelheid wordt weergegeven is afhankelijk van de rijmodus: - weergave in wit: verbrandingsmotor in werking, - weergave in blauw: verbrandingsmotor uitgeschakeld. In de automatische stand schakelt de elektronisch gestuurde versnellingsbak op de optimale momenten zodat de auto zo min mogelijk brandstof verbruikt.
17Hybrid4-systeem Uitschakelen van het Hybrid4-systeem ) Zet de auto stil. ) Zet de selectiehendel in de stand N . ) Druk kort (ongeveer één seconde) op de knop " START/STOP ". Het Hybrid4-systeem wordt uitgeschakeld: - het verklikkerlampje READY gaat uit, - het stuurslot wordt vergrendeld, - de elektrische parkeerrem wordt automatisch aangetrokken, behalve als de automatische werking is uitgeschakeld. ) Controleer of de verklikkerlampjes van de elektrische parkeerrem branden. ) Verwijder de elektronische sleutel uit de lezer. Schakel altijd het Hybrid4-systeem uit (verklikkerlampje READY uit) en trek de elektrische parkeerrem aan alvorens werkzaamheden in de motorruimte uit te voeren. Controleer voordat u de auto verlaat of het verklikkerlampje READY is uitgegaan. Laat uw elektronische sleutel nooit achter in de auto.
Omwille van de veiligheid en ter voorkoming van diefstal: laat nooit de elektronische sleutel in de auto achter, ook niet wanneer u in de buurt bent. Het is raadzaam de sleutel bij u te houden. Aanzetten van het contact Druk, met de elektronische sleutel in de lezer of de sleutel van het keyless entry and start-systeem in het interieur van de auto, zonder het rempedaal in te trappen op de knop " START/STOP " om het contact aan te zetten. ) Druk op de knop " START/STOP ": de verlichting en lampjes van het instrumentenpaneel gaan branden zonder dat het Hybrid4-systeem wordt ingeschakeld. Als het contact is aangezet, gaat het systeem vanaf een bepaalde laadtoestand van de accu automatisch over op de eco-mode. ) Druk nogmaals op deze knop om het contact af te zetten en de auto te kunnen vergrendelen.
Noodprocedure voor starten / afzetten Noodprocedure voor het starten met het keyless entry and start-systeem Als de elektronische sleutel zich in het detectiegebied bevindt en het Hybrid4-systeem niet wordt ingeschakeld als u op de knop " START/STOP " drukt: ) Steek de elektronische sleutel in de lezer. ) Zet de selectiehendel in de stand N . ) Trap het rempedaal volledig in. ) Druk op de knop " START/STOP ". Het Hybrid4-systeem wordt ingeschakeld; het verklikkerlampje READY brandt. Als de elektronische sleutel niet wordt herkend door het keyless entry and start-systeem Als de elektronische sleutel zich niet meer in het detectiebereik bevindt tijdens het rijden of wanneer u (op een later moment) het Hybrid4-systeem wilt uitschakelen, wordt een melding weergegeven op het display van het instrumentenpaneel.
) Houd de knop " START/STOP " ongeveer drie seconden ingedrukt als u het Hybrid4-systeem geforceerd wilt uitschakelen. In noodgevallen kan de motor geforceerd worden afgezet. ) Houd de knop " START/STOP " ongeveer drie seconden ingedrukt. In dat geval wordt het stuurslot vergrendeld zodra de auto stilstaat. Tijdens het gebruik van de auto moet de elektronische sleutel in de auto blijven. Noodprocedure voor het afzetten van de motor Let op: zonder de elektronische sleutel in het detectiebereik kan het systeem niet meer ingeschakeld worden.
19Hybrid4-systeem Keuzeschakelaar Met de keuzeschakelaar kan de bestuurder een keuze maken uit de vier rijstanden van het Hybrid4-systeem. ) Draai de knop naar rechts of links: de geselecteerde stand wordt aangegeven door het branden van het desbetreffende verklikkerlampje. Stand ZEV : voor 100% elektrisch rijden. Stand SPORT : voor maximale prestaties. Stand 4WD : voor vierwielaandrijving, als de wielen weinig grip hebben. Stand AUTO : voor normale rijomstandigheden en een zo laag mogelijk brandstofverbruik. De keuzeschakelaar staat bij het inschakelen van het Hybrid4-systeem standaard in de stand AUTO , ongeacht de stand waarin de schakelaar bij het afzetten van het contact stond. Stand AUTO In deze stand is het brandstofverbruik van de auto zo laag mogelijk.
Het systeem bepaalt wanneer de twee motoren, alleen of gezamenlijk, functioneren, afhankelijk van de rijomstandigheden en de rijstijl van de bestuurder. Als de omstandigheden het toelaten, de laadtoestand van de tractiebatterij voldoende is en de bestuurder het gaspedaal niet te diep intrapt, zet de dynamo/startmotor de HDi-dieselmotor af en rijdt de auto 100% elektrisch.
Stand ZEV (100% elektrisch) De werking als "Zero Emission Vehicle" wordt voor 100% verzorgd door de elektrische aandrijving van de achterwielen. Wanneer u deze stand kiest, kunt u geruisloos en schoon rijden met een lage snelheid. Deze stand is beschikbaar als de omstandigheden het toelaten. Het is vooral van belang dat de laadtoestand van de tractiebatterij voldoende is (minimaal 4 segmenten).
In de stand AUTO geldt voor de elektromotor het volgende: - de elektromotor kan, afhankelijk van de laadtoestand van de tractiebatterij, de auto volledig elektrisch aandrijven (zero emission) als aan de desbetreffende voorwaarden wordt voldaan en het gaspedaal niet te diep wordt ingetrapt, - de elektromotor assisteert de HDi-dieselmotor bij het wegrijden, bij het schakelen, tijdens het accelereren of wanneer de voorwielen onvoldoende grip hebben (de elektromotor zorgt zo tijdelijk voor vierwielaandrijving). Tot een snelheid van 85 km/h kan de elektromotor alleen functioneren. Boven snelheden van 120 km/h wordt de elektromotor uitgeschakeld. Zie de bijzondere werkingsvoorwaarden van de stand ZEV . Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de bijzondere werkingsvoorwaarden van de stand ZEV .
Als niet aan de voorwaarden voor het activeren of het geactiveerd houden van de stand ZEV wordt voldaan, wordt de melding " Elektrische stand momenteel niet beschikbaar " op het display weergegeven. Het verklikkerlampje ZEV zal enkele seconden knipperen en vervolgens uitgaan en het verklikkerlampje AUTO van de keuzeschakelaar gaat branden. In de stand ZEV : - zijn de actieradius en de prestaties beperkt; de maximumsnelheid in deze stand is ongeveer 60 km/h, - wanneer veel vermogen wordt gevraagd of de omstandigheden het starten van de HDi-dieselmotor vereisen, schakelt het systeem automatisch over op de stand AUTO .
21Hybrid4-systeem Deze stand komt optimaal tot zijn recht als de auto is voorzien van geschikte banden, zoals winterbanden. Stand SPORT (diesel en elektrisch) Stand 4WD (vierwielaandrijving) Deze stand maakt een sportievere rijstijl mogelijk doordat de auto nog betere prestaties levert. Het vermogen van de HDi-dieselmotor wordt aangevuld met de capaciteit van de elektromotor zodat de auto nog sneller accelereert. In deze stand worden de respons op het gaspedaal, de aansturing van de elektronisch gestuurde versnellingsbak en het door de elektromotor geleverde vermogen aangepast. In de stand SPORT : - assisteert de elektromotor de HDi-dieselmotor tot 120 km/h.
In deze stand "4 Wheel Drive" is bij lage snelheden extra tractie beschikbaar dankzij de permanente aandrijving van de vier wielen van de auto: de HDi-dieselmotor (aandrijving van de voorwielen) en de elektromotor (aandrijving van de achterwielen) werken gelijktijdig en permanent. De dieselmotor en de elektromotor worden elektronisch op elkaar afgestemd, zodat de tractie van de auto op een wegdek met weinig grip wordt verbeterd. In de stand 4WD : - werkt de HDi-dieselmotor permanent; indien nodig zorgt hij voor de elektrische voeding van de elektromotor, - assisteert de elektromotor de HDi-dieselmotor tot 120 km/h. Deze stand dient gekozen te worden wanneer u op gladde wegen of op onverhard terrein (bijvoorbeeld modder en zand) rijdt en bij het langzaam doorwaden van overstroomde weggedeelten.
In deze stand is het raadzaam om onder zware omstandigheden, als de wegconditie het toelaat, veel gas te geven om weg te kunnen rijden en het risico dat de auto vast komt te zitten te verkleinen. Deze stand is beschikbaar ongeacht: - het laadniveau van de tractiebatterij, - de hoogte waarop de auto zich bevindt.
Functie "ECO OFF" Deze functie voorkomt dat de HDi-dieselmotor wordt afgezet en geeft voorrang aan het thermische comfort in de auto. De airconditioning of de verwarming blijft dan namelijk permanent werken. Afhankelijk van de uitvoering kan deze functie met een schakelaar die is opgenomen in de rij drukschakelaars naast het stuurwiel of via het menu " Rijden " van het touchscreen worden geactiveerd. Als de schakelaar ECO OFF wordt ingedrukt, wordt de HDi-dieselmotor onmiddellijk gestart en blijft deze permanent draaien. Het verklikkerlampje van de schakelaar gaat branden. Druk nogmaals op deze schakelaar om de functie te deactiveren. Het verklikkerlampje van de schakelaar gaat uit. Het Hybrid4-systeem gaat automatisch over op de normale werking. * Behalve in de stand ZEV. In deze stand wordt voorrang gegeven aan elektrisch rijden, ten koste van een optimaal thermisch comfort.
De functie wordt gedeactiveerd bij het afzetten van het contact. Tijdens elektrisch rijden en in de STOP-stand van het Stop & Start-systeem zorgt het Hybrid4-systeem ervoor dat automatisch de motor weer wordt gestart als dat nodig is om het thermisch comfort in het interieur op een voldoende niveau te houden *. Bij zeer hoge buitentemperaturen is het echter mogelijk dat temperatuurverschillen waarneembaar zijn. Activeer in dat geval de functie ECO OFF. Met de toets op het dashboard ) Druk op deze toets. Ter bevestiging van de uitschakeling brandt het verklikkerlampje van de toets en wordt er een melding weergegeven. Als u nogmaals op de toets drukt, wordt de functie weer ingeschakeld. Het verklikkerlampje van de toets dooft en er wordt een melding weergegeven. Met de toets van het touchscreen Als u nogmaals op deze toets drukt, wordt de functie weer ingeschakeld.
Het verklikkerlampje van de toets dooft en er wordt een melding weergegeven. ) Selecteer het menu "Rijden". Ter bevestiging van de uitschakeling gaat het verklikkerlampje van de toets branden en wordt er een melding weergegeven.
23Hybrid4-systeem Rijadviezen Houd u aan de verkeersregels en let onder alle omstandigheden goed op. Richt uw aandacht op het verkeer en houd uw handen op het stuurwiel, zodat u snel kunt reageren op onverwachte situaties. Las tijdens een lange rit om de twee uur een pauze in. Rijd bij slecht weer defensief, rem eerder af en houd meer afstand tot uw voorligger. Rijden op een overstroomde weg Probeer het rijden over overstroomde wegen zo veel mogelijk te vermijden, want het water kan de verbrandingsmotor, de elektromotor, de elektronisch gestuurde versnellingsbak en het elektrische systeem van uw auto ernstig beschadigen.
Bent u genoodzaakt over een overstroomd weggedeelte te rijden, doe dan het volgende: - kijk of het water niet dieper is dan 15 cm, houd daarbij rekening met golven die door andere weggebruikers kunnen worden veroorzaakt, - zet de keuzeschakelaar in de stand 4WD , - rijd zo langzaam mogelijk zonder de motor te laten afslaan. Rijd in elk geval niet sneller dan 10 km/h, - zet de auto niet stil en zet de motor niet af. Als u het overstroomde weggedeelte achter u hebt gelaten, rem dan, zodra de verkeerssituatie dat toelaat, meerdere keren licht af om de remschijven en remblokken te drogen. Als u twijfels hebt over de staat van uw auto, neem dan contact op met het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Belangrijk! Rijd nooit met aangetrokken parkeerrem - Kans op oververhitting en beschadiging van het remsysteem!
Parkeer uw auto niet en zet uw auto niet met draaiende motor stil op een plaats waar brandbaar materiaal (droog gras, afgevallen blad, ...) in contact kan komen met het warme uitlaatsysteem of bepaalde onderdelen van het Hybrid4-systeem die zeer warm kunnen worden - Kans op brand! Laat de auto nooit onbewaakt met draaiende motor achter. Als u uw auto met draaiende motor moet verlaten, trek dan de parkeerrem aan en zet de elektronisch gestuurde versnellingsbak in de stand N .
Eco-rijden Door in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kunt u het brandstofverbruik en de CO 2-uitstoot van uw auto verminderen. Aangepast aan uw Hybrid4-auto Gebruik de stand A van de selectiehendel, zodat afhankelijk van de omstandigheden de optimale versnelling wordt ingeschakeld, en de stand AUTO van de keuzeschakelaar Hybrid4. Accelereer op de normale manier tot de auto de gewenste snelheid heeft (zone POWER tussen 20 en 40%). Rijd eenmaal op snelheid zo soepel mogelijk door voorzichtig te doseren met het gaspedaal (zone ECO of CHARGE ), zodat bij lage snelheden zoveel mogelijk elektrisch wordt gereden. Wanneer u snelheid moet minderen, is het raadzaam hierop te anticiperen door gas te minderen om af te remmen op de motor (zone CHARGE ) in plaats van met het rempedaal. U profiteert dan maximaal van de "gratis" energie die hierbij wordt teruggewonnen.
25Hybrid4-systeem Bijzondere werkingsvoorwaarden van de stand ZEV De stand ZEV kan worden geactiveerd als aan de voorwaarden voor het 100% elektrisch rijden is voldaan, met name voor wat betreft de laadtoestand van de tractiebatterij (minimaal 50%). In de volgende situaties moet de HDi-dieselmotor zijn ingeschakeld; de stand ZEV kan dan niet worden geactiveerd of wordt automatisch gedeactiveerd. De keuzeschakelaar blijft of komt terug in de stand AUTO zodat de HDi-dieselmotor kan worden gestart. - Schakelen met de schakelflippers achter het stuurwiel terwijl de stand Automatische bediening van de elektronisch gestuurde versnellingsbak is geselecteerd. Stand ZEV niet beschikbaar of stand AUTO wordt automatisch weer geactiveerd - Selecteren van de stand Handmatige bediening door de keuzeschakelaar van de elektronisch gestuurde versnellingsbak in de stand M te zetten.
Ongunstige omstandigheden - Als de laadtoestand van de tractiebatterij lager is dan 4 segmenten (laadtoestand van 50%). In de stand AUTO kan er bij een lagere laadtoestand elektrisch worden gereden. - Zodra de wagensnelheid hoger is dan 30 km/h, als de verbrandingsmotor sinds het inschakelen van het Hybrid4-systeem nog niet één keer is gestart. - Als het brandstofniveau het reserveniveau bereikt (branden van het verklikkerlampje minimumbrandstofniveau). Als een groot deel van de reserve wordt verbruikt, kan het voorkomen dat de stand ZEV na het tanken nog enige tijd niet beschikbaar is. - Tijdens de regeneratie van het roetfilter (FAP) die elke ongeveer 500 km automatisch plaatsvindt en ongeveer10 minuten duurt.
Tijdens de regeneratie van het roetfilter worden de deeltjes met behulp van de verbrandingsmotor verhit; de volgende melding wordt dan weergegeven: " Elektrische stand niet beschikbaar: Regeneratie roetfilter bezig ". Behoud van de prestaties van het systeem: - Als niet is voldaan aan bepaalde voorwaarden of limieten op temperatuurgebied die voor de HDi-dieselmotor zijn vereist (bijvoorbeeld onder winterse omstandigheden). - Als de auto langdurig in de zon heeft gestaan. - Als de tractiebatterij bijna volledig is geladen (bijvoorbeeld bij het afdalen van een lange helling door het afremmen op de motor), is het terugwinnen van energie niet meer mogelijk. De verbrandingsmotor wordt dan automatisch weer gestart zodat kan worden afgeremd op de motor. - Als de auto een steile helling op rijdt. - Bij het rijden op grote hoogte.
27Hybrid4-systeem 200V-tractiebatterij De Ni-MH-technologie (nikkel-metaalhydride) van de tractiebatterij is bestand tegen het herhaaldelijk en snel gedeeltelijk opladen en ontladen zoals bij een hybrideauto. De tractiebatterij bevindt zich vlak bij de elektromotor, achter de opbergbak onder de bekleding van de bagageruimte. Laden De tractiebatterij wordt tijdens het rijden automatisch opgeladen. De tractiebatterij wordt opgeladen als de auto snelheid mindert of afremt op de motor. De elektromotor fungeert dan als generator en zet kinetische energie om in elektrische energie (niet bij snelheden hoger dan 120 km/h). Door op deze manier energie terug te winnen wordt "gratis" energie verkregen. De tractiebatterij kan ook gedeeltelijk, tot een gemiddeld niveau van 4 of 5 segmenten, worden opgeladen door de dynamo/startmotor (Stop & Start-systeem) van de HDi-dieselmotor.
De tractiebatterij heeft een laadtoestand van gemiddeld 4 à 5 segmenten, zodat er een marge overblijft voor het terugwinnen van energie bij het snelheid minderen of in een afdaling ("gratis" energie). Om een lange levensduur van de tractiebatterij mogelijk te maken komt de laadtoestand nooit onder de 20% uit, ook niet als na het rijden in de stand ZEV geen segmenten meer op de meter worden weergegeven. Als de tractiebatterij bijna volledig is geladen, kan het zijn dat de auto bij het loslaten van het gaspedaal minder vertraagt. De tractiebatterij wordt uiterst snel opgeladen. Als de batterij is ontladen, bijvoorbeeld na het rijden in de stand ZEV of onder zware gebruiksomstandigheden, bereikt de batterij na ongeveer tien minuten weer zijn optimale laadtoestand. Het is niet mogelijk om de tractiebatterij via het lichtnet op te laden.
Veiligheidswaarschuwingen in verband met de hoogspanning De elektromotor werkt met een spanning van 150 tot 270 V. Raak de onderdelen van het hoogspanningscircuit (herkenbaar aan de oranje kleur) niet aan: kans op elektrocutie en brandwonden. Een aantal hoogspanningskabels zijn aan de onderzijde van de auto bevestigd; zorg ervoor dat deze niet beschadigd raken bij het rijden op slecht begaanbaar terrein. Zet alvorens werkzaamheden uit te voeren altijd het contact af (verklikkerlampje READY gedoofd). Breng hefsystemen (krik, tweekolomsbrug,. ) aan onder de daarvoor bestemde steunpunten om beschadiging van de kabels te voorkomen. Raak onderdelen, oranje kabels en stekkers van het hoogspanningscircuit nooit aan, ook niet na een aanrijding. Om het milieu te ontzien, dient de tractiebatterij aan het einde van de levenscyclus op de voorgeschreven wijze te worden afgevoerd.
Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Let op de waarschuwingsstickers die op de auto zijn aangebracht. De elektrolyt van de accu is een zeer bijtende vloeistof: kans op brandwonden. Uit de buurt houden van vonken en open vuur. Niet verbranden. Buiten het bereik van kinderen houden. Niet in aanraking brengen met vloeistoffen, om beschadiging van de accu te voorkomen. Noodonderbreker In het geval van een ongeval zorgt een veiligheidssysteem ervoor dat het hoogspanningscircuit en de brandstoftoevoer van de auto automatisch worden onderbroken. Het Hybrid4-systeem kan dan niet meer worden gestart. In dat geval moet altijd contact worden opgenomen met het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Werkzaamheden aan de tractiebatterij De tractiebatterij mag nooit door middel van een extern apparaat worden opgeladen.
Laat werkzaamheden aan de tractiebatterij uitsluitend over aan een gekwalificeerde technicus van het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
29Hybrid4-systeem Dit ventilatiesysteem werkt niet continu. Het past permanent de mate van ventilatie aan de koelbehoefte van de tractiebatterij aan. De werking van het systeem kan hoorbaar zijn, met name als de auto stilstaat en het Hybrid4-systeem is uitgeschakeld (nakoeling). Ventilatie van de tractiebatterij Veiligheidsvoorschriften Houd de aanzuigopening vrij van voorwerpen, zoals kleding of bagage, zodat de tractiebatterij niet oververhit kan raken waardoor de prestaties van het Hybrid4-systeem afnemen of de batterij zelfs beschadigd wordt. Mors geen vloeistof, de tractiebatterij zou hierdoor beschadigd kunnen raken en kortsluiting kunnen veroorzaken. De tractiebatterij is voorzien van een luchtkoelingssysteem. Dit systeem bestaat uit een aanzuigopening (aan de zijkant van de linker achterstoel) en een ventilator (achter de bagageruimtebekleding links).
Toegang tot de motorruimte Ook de dynamo/startmotor van uw Hybrid4-auto wordt met hoogspanning gevoed. Wanneer u de motorkap opent zonder eerst het contact af te zetten, kan het voorkomen dat de motor plotseling door de dynamo/startmotor weer wordt gestart. Zet, voordat u de motorkap opent, altijd het contact af (verklikkerlampje READY uit). Zet altijd het contact af en controleer of het verklikkerlampje READY op het instrumentenpaneel is gedoofd alvorens werkzaamheden in de motorruimte uit te voeren - Kans op ernstig letsel! Aanbevelingen
31Comfort Voorzieningen in de bagageruimte 1. Hoedenplank Deze kan worden verwijderd zodat grotere voorwerpen vervoerd kunnen worden. 2. Haken (voor tassen) 3. Riemen Deze zijn bedoeld voor het bevestigen van een gevarendriehoek. 4. Uitneembare vloerplaat in de bagageruimte Trek de vloerplaat aan de handgreep omhoog en beweeg deze langs de geleiders.
Selecteer wanneer u de auto met ingeschakeld Hybrid4-systeem stilzet altijd de neutraalstand N . Controleer voordat u werkzaamheden onder de motorkap uitvoert altijd of de selectiehendel in de stand N staat, de parkeerrem is aangetrokken en het verklikkerlampje READY is gedoofd nadat u het Hybrid4-systeem hebt uitgeschakeld. Deze elektronisch gestuurde versnellingsbak met 6 versnellingen kan op twee manieren worden bediend: - automatische bediening, waarbij het op- en terugschakelen volledig automatisch wordt geregeld, - handmatige bediening, waarbij de bestuurder zelf sequentieel kan schakelen. Bij de automatische bediening blijft het mogelijk om zelf te schakelen met behulp van de flippers achter het stuurwiel, bijvoorbeeld om even snel in te halen. Elektronisch gestuurde versnellingsbak (ETG6) R. Achteruit.
) Trap het rempedaal in, trek de selectiehendel omhoog en beweeg deze naar voren. N. Neutraalstand. ) Trap het rempedaal in en selecteer deze stand om de motor te kunnen starten. A. Automatische bediening. ) Beweeg de selectiehendel naar achteren om deze stand te selecteren. M. Handmatig, sequentieel schakelen. ) Trek de selectiehendel omhoog en beweeg deze naar achteren om deze stand te selecteren en schakel vervolgens met behulp van de flippers achter het stuurwiel. Selectiehendel +. Opschakelen (rechts van het stuurwiel). ) Trek de flipper aan de rechterzijde achter het stuurwiel "+" een keer naar u toe om op te schakelen. -. Terugschakelen (links van het stuurwiel). ) Trek de flipper aan de linkerzijde achter het stuurwiel "-" een keer naar u toe om terug te schakelen. Flippers achter het stuurwiel Bij het inschakelen van de achteruitversnelling klinkt een geluidssignaal.
33Rijden N Neutral (neutraalstand). R Reverse (achteruitversnelling). 1, 2, 3, 4, 5, 6. Versnellingen bij handmatig schakelen. A Gaat branden als u kiest voor automatische bediening en gaat uit als u kiest voor handmatige bediening. Weergave op het instrumentenpaneel Starten van de auto ) Zet om te starten de selectiehendel in de stand N . ) Zet de parkeerrem vrij door aan de hendel te trekken wanneer de automatische werking van de parkeerrem is uitgeschakeld. ) Laat het rempedaal geleidelijk los. Zet voordat u de auto verlaat de selectiehendel in de stand N en schakel het Hybrid4-systeem uit door het contact uit te zetten (verklikkerlampje Ready gedoofd). ) Trap het rempedaal in als een melding wordt weergegeven op het display van het instrumentenpaneel. ) Houd het rempedaal ingetrapt. ) Start het Hybrid4-systeem.
Als het Hybrid4-systeem niet wordt geactiveerd: - Als de aanduiding N op het instrumentenpaneel knippert, zet de selectiehendel dan eerst in de stand A en vervolgens in de stand N . - Als de melding "Voet op het rempedaal" wordt weergegeven, trap het rempedaal dan steviger in. ) Selecteer een stand ( A of M ) of de achteruitversnelling (stand R ). Trap om krachtig te accelereren (bijvoorbeeld voor een inhaalmanoeuvre) het gaspedaal met kracht in, tot voorbij het zware punt. ) Start de auto en selecteer de stand A om de stand automatische bediening in te schakelen. Automatische bediening Op het display van het instrumentenpaneel verschijnt de aanduiding A . De versnellingsbak werkt dan automatisch, zonder dat u zelf hoeft te schakelen. De versnellingsbak kiest voortdurend de meest geschikte versnelling, afhankelijk van de volgende parameters: - de rijstijl, - het profiel van de weg.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Citroën DS5 Hybrid (2015) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Citroën
Alle Citroën Auto handleidingen