Citroën Ami (2021) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Citroën Ami (2021) (44 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 56 mensen. Heb je een vraag over Citroën Ami (2021) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Citroën |
| Categorie: | Auto |
| Model: | Ami (2021) |
Handleiding Citroën Ami (2021) – volledige tekst
Toegang tot het instructieboekjeONLINEBekijk of download het instructieboekje via het volgende adres:http://service.citroen.com/ACddb/Scan deze QR-code voor directe toegang.Met dit symbool wordt de meest recente informatie aangeduid. Selecteer:– de taal,– het model en de carrosserievariant van uw auto,– de uitgifteperiode van het instructieboekje die overeenkomt met de datum van de 1e tenaamstelling van uw auto.MOBIELE APPSInstalleer de app (inhoud is o?ine beschikbaar).Scan MyCitroënOok beschikbaar in de app MyCitroën App.
Wij adviseren u nadrukkelijk om het volledige instructieboekje goed te lezen.Uw auto kan zijn voorzien van een deel van de uitrusting en accessoires die in dit document worden weergegeven, afhankelijk van het land van verkoop.Aan de beschrijvingen en afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend.Deze auto wordt op de markt gebracht door Automobiles CITROËN, een naamloze vennootschap met een aandelenkapitaal van 159.000.000 euro en hoofdkantoor op 2-10 boulevard de l'Europe, 78300 POISSY, FRANKRIJK, geregistreerd bij het Handels- en Bedrijvenregister (RCS) van Versailles onder nummer 642 050 199, hierna de "Fabrikant" genoemd, en die zich het recht voorbehoudt om de technische kenmerken, uitrusting en accessoires te wijzigen, zonder de verplichting om dit document bij te werken.Als er reparaties of onderhoud aan deze auto nodig zijn, neem dan contact op met een lid van het dealernetwerk van de fabrikant, hierna "dealer" of "gekwaliceerde werkplaats" genoemd.LegendaVeiligheidswaarschuwingAanvullende informatieMilieubeschermingsfunctieLocatie van uitrusting / toets, aangeduid met een zwart gebiedDe fabrikant verklaart dat er in overeenstemming met de voorschriften van de Europese regelgeving (Richtlijn 2000/53) met betrekking tot autowrakken wordt voldaan aan de in deze richtlijn gestelde doelen en dat er recyclebare materialen worden gebruikt voor de productie van producten die door het bedrijf worden verkocht.Geen enkel deel van dit document mag worden gekopieerd of vertaald zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant.
2Inhoud ■Overzicht ■Eco-rijden 1InstrumentenpaneelInstrumentenpaneel met eenkleurig display 6Waarschuwings- en verklikkerlampjes 6Laadniveau 7Kilometerteller en dagteller 8 2 ToegangPortieren 9Ruiten 9 3Ergonomie en comfortBestuurdersportier 10Buitenspiegels 10Ventilatie/verwarming/ontwaseming 10Voorzieningen in het interieur 11Verkrijgbare accessoires 12 4Verlichting en zichtBuitenverlichting 14Richtingaanwijzers 14Ruitenwissers/ruitensproeier 14Ruitenwisserbladen vervangen 15 5VeiligheidVeiligheid - Algemene aanbevelingen 16Alarmknipperlichten 16Claxon 16Veiligheidsgordels 16Kinderzitjes 17 6RijdenRijadviezen 19Parkeerrem 19Selectiehendel (elektrisch) 20De auto starten / stoppen 20 7Praktische informatieLaden van de tractiebatterij 22Elektromotor 24Niveaus controleren 24Controles 25Vrijloop 26Onderhoudstips 26 8In geval van pechEr wordt een wiel verwisseld 29Een lamp vervangen 29Een zekering vervangen 3012 V-accu 32De auto wordt gesleept 35 9Technische gegevensElektromotor 36Afmetingen 36Identicatie 37 ■Index
3OverzichtVeiligheidsmaatregelen - Elektrische auto'sEen elektrische auto heeft twee soorten elektrische circuits:– een circuit voor de aandrijving van de auto via een 48V-tractiebatterijmodule. – een voedingscircuit voor de voorzieningen en systemen van de auto (instrumentenpaneel, verlichting, ventilatie/verwarming, USB-aansluiting, enz. ) via een 12V-accu. Voorzorgsmaatregelen voor het elektrische circuit van 48 VDe componenten en kabels van het elektrische circuit voor de aandrijving zijn voorzien van dit symbool. Het laadsysteem van de elektrische auto kan tijdens het gebruik en nadat het contact is afgezet heet worden.
Alle werkzaamheden of aanpassingen aan het elektrische systeem van de auto (inclusief de tractiebatterij, kabels en andere componenten die aan de binnen- of buitenkant zichtbaar zijn) zijn ten strengste verboden - kans op ernstige brandwonden of een elektrische schok (kortsluiting). Bel indien nodig een dealer of gekwaliceerde werkplaats. Voorzorgsmaatregelen voor de elektrische installatieControleer voordat u aansluitingen plaatst of de elektrische installatie die wordt gebruikt voldoet aan de geldende normen en compatibel is met de auto. Neem bij twijfel contact op met een professionele installateur. Voorzorgsmaatregelen bij het wassen van de autoWanneer u de auto gaat wassen, moet u eerst controleren of de ruiten, portieren en achterklep goed zijn gesloten. Was de auto niet als de tractiebatterij wordt opgeladen.
Voorzorgsmaatregelen bij pechWanneer de tractiebatterij leeg is, wordt de auto niet meer door de elektromotor aangedreven. Zet de auto snel op een veilige plek en houd u daarbij aan alle veiligheidsvoorschriften die gelden wanneer u langs de kant van de weg stilstaat. Zet de auto stil, schakel de alarmknipperlichten in, trek een veiligheidsvest aan, verlaat de auto en ga op een veilige plek staan. Neem zo snel mogelijk contact op met een dealer of gekwaliceerde werkplaats.
Waarschuwingen met betrekking tot verkeersongevallenBij een ongeval of klap tegen de onderzijde van de autoIn dergelijke situaties kan het elektrische circuit of de tractiebatterij ernstig beschadigd raken. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats. Trek de parkeerrem aan en zet het contact af. Neem zo snel mogelijk contact op met een dealer of gekwaliceerde werkplaats. Bij brandStap onmiddellijk uit de auto en laat alle passagiers ook uit de auto stappen. Probeer de brand nooit zelf te blussen - kans op explosie. U moet onmiddellijk contact opnemen met de nooddiensten en daarbij melden dat het om een elektrische auto gaat. Overzicht.
ParkeerremUitvoering CARGO De uitvoering CARGO is een elektrische mobiliteitsoplossing voor professional gebruik.De passagiersstoel is vervangen door een modulaire laadruimte afgegrensd door:– een vaste verticale afscheiding, die de bestuurder van de volledige lading scheidt.– een bovenste verplaatsbare afdekking, waardoor de spiegel op het rechterportier zichtbaar is.De lading (bijvoorbeeld post, pakketten of gereedschap) is altijd vanaf de buitenkant bereikbaar, maar ook vanaf de binnenkant door de bovenste verplaatsbare afdekking omhoog te zetten.Een extra gesloten opbergruimte (voor bijvoorbeeld een smartphone, pennen of een bril) bevindt zich aan de achterkant van de bovenste verplaatsbare afdekking.
5Eco-rijdenEco-rijdenEco-rijden is een reeks alledaagse praktijken waarmee u het stroomverbruik van uw auto kunt optimaliseren.De actieradius optimaliserenHet hangt van uw rijsnelheid, uw rijstijl, de belading van uw auto en de route af hoeveel elektrische energie uw auto verbruikt.Trap het gaspedaal geleidelijk in en houd een veilige afstand tot andere voertuigen aan.Anticipeer op tijd wanneer u moet remmen en rem waar mogelijk geleidelijk of rem op de motor af met behulp van de regeneratieve remfunctie.Gebruik de elektrische voorzieningen op de juiste manierAls bij het instappen het interieur erg warm is, ventileer het dan door de ruiten te openen zodat het ventilatiesysteem minder hoeft te worden gebruikt.Verwijder bij vorst met een ijskrabber het ijs van alle glasoppervlakken zodat u de verwarming/ontwaseming zo weinig mogelijk hoeft te gebruiken.
6InstrumentenpaneelInstrumentenpaneel met monochroom display 1. Laadniveau tractiebatterij2. Actieradius of resterende laadtijd3. Snelheidsmeter4. Stand bedieningsmodule transmissie5. KilometertellerWaarschuwings- en verklikkerlampjesDe waarschuwings- en controlelampjes, in de vorm van lampjes aan de zijkanten van het instrumentenpaneel en symbolen op het display, geven een storing aan of geven aan dat een systeem in werking is. Een aantal lampjes kan op twee manieren branden: permanent of knipperend. Het branden van een lampje kan samengaan met een geluidssignaal. Als het contact wordt aangezetDe rode of oranje waarschuwingslampjes gaan enkele seconden branden. Deze waarschuwingslampjes moeten uit gaan zodra de motor is ingeschakeld. Wanneer een lampje blijft brandenAls een waarschuwingslampje blijft branden (rood of oranje), dan is er een storing die verder moet worden onderzocht.
Zie het betre?ende hoofdstuk voor meer informatie over een systeem of een functie. Lijst met waarschuwingslampjesRode waarschuwingslampjesSTOPBrandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal (3 piepjes). Er is een ernstige storing gedetecteerd. Zet de auto stil. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Neem contact op met een dealer of gekwaliceerde werkplaats. ParkeerremBrandt permanent. De parkeerrem is nog aangetrokken of niet goed vrijgezet. Zet de parkeerrem volledig vrij voordat u wegrijdt. Knippert, in combinatie met het permanent branden van het controlelampje "kabel aangesloten", met streepjes in plaats van de laadtijd en een geluidssignaal (herhaalde piepjes). De laadkabel is aangesloten en de parkeerrem is vrijgezet. Laden is alleen mogelijk als de parkeerrem is aangetrokken.
De auto kan niet worden gestart terwijl de laadkabel is aangesloten. RemmenBrandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal (3 piepjes). Het remvloeistofniveau is te laag. Zet de auto stil.
Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Controleer op lekkage. Neem contact op met een dealer of gekwaliceerde werkplaats. Oranje waarschuwingslampjesServiceBrandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal (1 piepje). Er zijn één of meerdere ernstige storingen gedetecteerd waarbij geen speciek waarschuwingslampje gaat branden. Neem contact op met een dealer of gekwaliceerde werkplaats.
7Instrumentenpaneel1Brandt permanent, samen met een ander waarschuwingslampje. Zie de uitleg van het betre?ende lampje. Minimaal laadniveau tractiebatterijBrandt permanent, in combinatie met het branden van het laatste streepje op de laadmeter en een geluidssignaal (1 piepje). De drempelwaarde voor de eerste waarschuwing voor de tractiebatterij is bereikt. Laad de tractiebatterij zo snel mogelijk op. Brandt permanent, in combinatie met het knipperen van het waarschuwingslampje voor de actieradius en een geluidssignaal (1 piepje). De drempelwaarde voor de tweede waarschuwing voor de tractiebatterij is bereikt. Het motorvermogen neemt snel af. De tractiebatterij moet direct worden opgeladen. Beperkt vermogenBrandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal (1 piepje). Een daling in de prestaties van de aandrijijn door een lage temperatuur in de batterij.
Het afgenomen motorvermogen heeft tijdelijk e?ect op de prestaties van het voertuig. Maximale temperatuur tractiebatterijBrandt permanent, in combinatie met het branden van het waarschuwingslampje STOP en een geluidssignaal (1 piepje). De temperatuur van de tractiebatterij is te hoog. Zet de auto stil. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Neem contact op met een dealer of gekwaliceerde werkplaats. Groene verklikkerlampjesRichtingaanwijzersControlelampje richtingaanwijzers links of rechts knippert in combinatie met een geluidssignaal. De richtingaanwijzers links of rechts zijn ingeschakeld. Controlelampje richtingaanwijzers links of rechts knippert in combinatie met een geluidssignaal. De alarmknipperlichten zijn ingeschakeld. Witte controlelampjesVoet op het rempedaalKnippert.
Rempedaal niet of onvoldoende stevig ingetrapt om van rijrichting te veranderen. Trap het rempedaal in om de rijrichting te selecteren of te veranderen. De auto is klaar om te rijden Brandt permanent. De auto is gestart. Het lampje blijft tijdens het rijden branden.
Het lampje gaat uit als u de motor afzet en uit de auto stapt. Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal (1 piepje). Er is een rijstand geselecteerd maar er is niet binnen 5 seconden een pedaal ingetrapt. Druk op of op de bedieningsmodule van D Rde transmissie, en trap vervolgens het gas- of rempedaal in. Actieradius van de autoBrandt permanent. De resterende actieradius wordt weergegeven. Kabel aangeslotenBrandt permanent, in combinatie met de weergave van de resterende laadtijd. De laadkabel is aangesloten op het stopcontact. De tractiebatterij wordt geladen. Laadniveau Dit geeft het laadniveau van de tractiebatterij aan, met maximaal 8 streepjes. Met het contact aan en tijdens het rijden wordt dit permanent weergegeven, met daaronder de resterende actieradius (kilometer/mijl).
Wanneer de auto wordt opgeladen, worden er gedurende de eerste 3 minuten streepjes weergegeven, vervolgens de resterende tijd (uren/minuten) totdat het laden is voltooid.
8InstrumentenpaneelZie het betre?ende hoofdstuk voor meer informatie over de waarschuwingslampjes.KilometertellerDeze meet de totale afstand die de auto heeft afgelegd sinds de eerste tenaamstelling.De kilometerteller wordt permanent weergegeven als het contact is aangezet en wanneer de auto wordt opgeladen.
9Toegang 2Portieren De auto heeft twee portieren die in tegenovergestelde richting openen.Open het portier niet terwijl de auto rijdt. Van buitenaf ► Draai de toegangssleutel rechtsom / linksom in het portierslot om het te ontgrendelen / vergrendelen.► Druk op het portierslot om het portier gedeeltelijk te openen.Draai de sleutel na het ontgrendelen van het portier niet linksom, omdat u dan het risico loopt opgesloten te worden in de auto als het portier wordt gesloten.Van binnenuit ► Trek aan de riem (1) aan het uiteinde van het dashboard om het bestuurdersportier te openen.► Trek aan de riem (2) rechts van de passagiersstoel om het passagiersportier te openen.► Trek aan de riem (3) midden op het portier om het portier te sluiten.RuitenElke ruit bestaat uit twee delen:– Een vast bovenste deel.– Een beweegbaar onderste deel.
Openen:► Druk op de vergrendelhendel om de ruit te ontgrendelen.► Beweeg de ruit omhoog tot de ruit stopt om de ruit volledig geopend te houden.Wees voorzichtig bij het openen van de ruit - de kans bestaat dat deze onder het rijden wordt ontgrendeld en geopend als de ruit niet goed in de gestopte positie is vergrendeld of op een zeer hobbelige weg.Sluiten:► Trek aan de ruit om deze van buitenaf te ontgrendelen.► Beweeg de ruit helemaal omlaag tot deze in de gesloten positie vergrendelt. ► Druk tegen de ruit om te controleren of deze is vergrendeld.Wees voorzichtig bij het sluiten van een ruit; uw vingers kunnen bekneld raken!
10Ergonomie en comfortBestuurdersstoelIn lengterichting verstellen ► Beweeg de stang omhoog en schuif de stoel naar voren of naar achteren.► Laat de stang los om de stoel in de betre?ende positie te vergrendelen.De passagiersstoel kan niet worden verschoven.Buitenspiegels De buitenspiegels kunnen handmatig worden versteld en ingeklapt.► De buitenspiegel kan in vier richtingen worden versteld voor optimaal zicht.
Ventilatie/verwarming/ontwasemingDe lucht die in het interieur circuleert, komt van buiten de auto via een opening onderaan de voorruit.De bedieningselementen bevinden zich op de middelste rij schakelaars op het dashboard.Zorg er voor een goede luchtdoorstroming voor dat de luchtinlaat en de ventilatieopeningen niet zijn afgedekt.Ventilatie ► Druk op deze toets om de ventilatie in en uit te schakelen (bevestigd door het branden en doven van het lampje).Verwarming / ontwaseming ► Druk op deze toets om de verwarming / ontwaseming in en uit te schakelen (bevestigd door het branden en doven van het waarschuwingslampje).De ventilatie wordt ook in- / uitgeschakeld.Het ontwasemingssysteem zorgt dat de voorruit minder snel beslaat. Als de zijruiten beslaan, kunt u ze schoonvegen met een schone, zachte doek.
11Ergonomie en comfort3Voorzieningen in het interieurBehalve uitvoering CARGO 1. Open driedelig opbergvak2. Opbergruimte bestuurderszijde / behuizing voor Bluetooth -luidspreker3. Smartphonehouder / USB-aansluiting4. Opbergruimte aan passagierszijdeMet uitvoering CARGO 1. Open driedelig opbergvak2. Opbergruimte bestuurderszijde / behuizing voor Bluetooth -luidspreker3. Smartphonehouder / USB-aansluiting4. Modulaire laadruimte5. Afgesloten opbergruimte► Druk op de middelste toets om het deksel te openen.USB-aansluiting De USB-aansluiting kan worden gebruikt om een draagbaar apparaat op te laden.Modulaire laadruimte(Met uitvoering CARGO) De modulaire laadruimte bestaat uit:1Onderste opbergruimte2Onderste, inschuifbare afdekking
1,2 m) en lichte ladingen (10 kg) moet u de onderste, inschuifbare afdekking omhoog zetten tegen de vaste verticale afscheiding.Bovenste verplaatsbare afdekking - Toegang vanaf de buitenkant ► Zet de bovenste verplaatsbare afdekking iets omhoog en trek deze naar u toe.► Duw de bovenste verplaatsbare afdekking in de bevestigingsaanslagen.Bovenste verplaatsbare afdekking - Toegang vanaf de binnenkant ► Zet de bovenste verplaatsbare afdekking omhoog naar de binnenruit toe totdat deze stopt.Rijd niet met de bovenste verplaatsbare afdekking omhoog gezet - Dan bestaat de kans dat de bovenste verplaatsbare afdekking valt en het zicht belemmert.
Rijd niet met grote voorwerpen op de bovenste verplaatsbare afdekking - Dan bestaat de kans dat de voorwerpen vallen en het zicht belemmeren.Verkrijgbare accessoiresDe fabrikant biedt diverse originele accessoires aan.Deze accessoires zijn speciaal op de auto afgestemd en worden allemaal met garantie van de fabrikant geleverd.Ga voor meer informatie over accessoires die na verkoop beschikbaar zijn naar de website van onze partner Mister-Auto of neem contact op met een geautoriseerde dealer.ExterieurWieldoppen / sticker zijruit / sticker onderaan portier.InterieurMatten aan bestuurders- en passagierszijde.Portiernetten / Scheidingsnet / Bevestigingsnet voor de lading (uitvoering CARGO) / Voorste haak aan passagierszijde / Haak voor tas aan passagierszijde / Opbergruimte dashboard.Bevestigingsklem voor een smartphone / stekkereenheid.
14Verlichting en zichtBuitenverlichtingAls het contact wordt aangezet, gaat alle verlichting branden (parkeerlichten, dimlicht en kentekenplaatverlichting).Als het contact wordt uitgezet, gaat alle verlichting uit.Onder bepaalde weersomstandigheden (zoals bij een lage temperatuur of bij vocht) kan er een laagje condens aan de binnenzijde van de koplampen en de achterlichten ontstaan. Dit is normaal. Het verdwijnt als de lampen enkele minuten branden.Kijk nooit van dichtbij in de lichtbundel van led- of koplampen.
U kunt daarbij ernstig oogletsel oplopen!Richtingaanwijzers ► Links of rechts: beweeg de multifunctionele bedieningshendel omlaag of omhoog voorbij het weerstandspunt.Drie keer knipperen► Beweeg de hendel kort omhoog of omlaag (zonder deze door de weerstand te drukken) en de richtingaanwijzers knipperen drie keer.Ruitenwissers/ruitensproeierRuitenwissers ► Draai de knop in de gewenste stand:Continu wissen Interval Uit Verwijder voordat u de ruitenwissers onder winterse omstandigheden gaat gebruiken sneeuw en ijs van de voorruit en rondom de ruitenwisserarmen en -bladen.Schakel de ruitenwissers nooit in als de voorruit droog is. Wanneer u de ruitenwissers wilt inschakelen terwijl de buitentemperatuur zeer hoog of zeer laag is, moet u eerst controleren of de ruitenwisserbladen niet aan de voorruit vastkleven.
Ruitensproeiers ► Trek de ruitenwisserschakelaar naar u toe en houd hem in deze stand.De ruitensproeiers werken zolang u de multifunctionele bedieningshendel vasthoudt; als u de hendel loslaat, bewegen de ruitenwissers vijf keer. Schakel de ruitensproeiers niet in als het ruitensproeiervloeistofreservoir leeg is; kans op beschadiging van de ruitenwisserbladen.Schakel de ruitensproeiers alleen in als er geen kans bestaat dat de vloeistof op de voorruit bevriest en het zicht belemmert. Gebruik in de winter alleen producten die geschikt voor gebruik onder zeer lage temperaturen zijn.Vul nooit bij met water.
15Verlichting en zicht4Zo zorgt u ervoor dat de at blade-ruitenwisserbladen in goede staat blijven: – Ga er voorzichtig mee om.– Reinig ze regelmatig met zeepsop.– Gebruik ze niet om een stuk karton tegen de voorruit te houden.– Vervang ze zodra ze tekenen van slijtage vertonen.Ruitenwisserblad vervangenVerwijderen/terugplaatsen Pak de ruitenwisserarmen niet vast bij de sproeierkoppen.Raak de ruitenwisserbladen niet aan. Kans op onherstelbare schade.Laat de ruitenwissers niet los tijdens het verplaatsen.
Kans op beschadiging van de voorruit!► Reinig de voorruit met behulp van een reinigingsmiddel voor autoruiten.► Pak het ruitenwisserblad vast bij het harde gedeelte en trek het zo ver mogelijk naar u toe.► Houd de ruitenwisserarm omhoog, haal het versleten blad los en verwijder het.► Houd de ruitenwisserarm omhoog, monteer het nieuwe blad en klem het vast.► Beweeg de arm voorzichtig omlaag en ondersteun het tot deze de voorruit raakt.
16VeiligheidVeiligheid - Algemene aanbevelingenVerwijder de stickers niet die op de verschillende plaatsen van uw auto zijn aangebracht. Ze bevatten veiligheidswaarschuwingen en informatie over de identicatie van de auto. Neem voor alle werkzaamheden aan uw auto contact op met een gekwaliceerde werkplaats die beschikt over de juiste technische informatie, vakkennis en apparatuur. Een dealer of gekwaliceerde werkplaats is in staat u dit te bieden. Afhankelijk van de nationale voorschriften kan bepaalde veiligheidsuitrusting verplicht zijn, zoals veiligheidsvesten, gevarendriehoeken, alcoholtesters, reservegloeilampen, reservezekeringen, een brandblusser en een EHBO-set.
Apparaten en accessoires monterenDe montage van elektrische apparaten of accessoires die niet door de fabrikant zijn goedgekeurd, kan een te hoog stroomverbruik en storingen in het elektrische systeem van uw auto veroorzaken. Neem contact op met een dealer of gekwaliceerde werkplaats voor meer informatie over het aanbod van goedgekeurde accessoires. Wijzigingen of aanpassingen die niet door de fabrikant zijn voorzien of toegestaan, of die niet volgens de technische voorschriften van de fabrikant zijn uitgevoerd, leiden tot het vervallen van de commerciële garantie. Alarmknipperlichten ► Wanneer u op deze toets drukt, gaan alle richtingaanwijzers knipperen. De alarmknipperlichten werken ook als het contact is afgezet. Claxon ► Druk op de toets op het uiteinde van de multifunctionele bedieningshendel.
VeiligheidsgordelsDe veiligheidsgordels zijn voorzien van een oprolautomaat die de lengte van de riem automatisch aanpast aan uw lichaamsbouw. De veiligheidsgordel wordt automatisch opgerold als hij niet wordt gebruikt. De oprolautomaten zijn voorzien van een automatische blokkeerinrichting die in werking treedt bij een aanrijding, een noodstop of het over de kop slaan van de auto.
U kunt de blokkeerinrichting deblokkeren door stevig aan de riem te trekken en deze weer los te laten, zodat de riem weer een stukje wordt opgerold. Omdoen► Trek aan de gordel en steek de gesp in de gordelsluiting. ► Controleer of de veiligheidsgordel goed is vastgemaakt door even aan de riem te trekken. Losmaken► Druk op de rode knop van de gordelsluiting. ► Houd de veiligheidsgordel vast terwijl deze zich oprolt. AdviesDe bestuurder moet voordat hij wegrijdt ervoor zorgen dat de passagier de.
17Veiligheid5veiligheidsgordel op de juiste manier gebruikt en deze goed heeft omgedaan. De bestuurder en passagier moeten de veiligheidsgordel altijd omdoen, ook tijdens korte ritten. Controleer zowel voor als na het gebruik van de gordel of deze goed is opgerold. OmdoenDe heupgordel moet zo laag mogelijk op het bekken worden geplaatst. De schoudergordel moet langs het holle gedeelte van de schouder worden geplaatst. Voor een e?ectieve werking van de veiligheidsgordel:– dient deze strak om het lichaam te worden gedragen. – moet deze in een vloeiende beweging naar voren worden getrokken, zonder dat de gordel gedraaid raakt. – mag deze door niet meer dan één persoon worden gedragen. – mag deze geen beschadigingen of rafels vertonen. – mag er om te voorkomen dat de gordel niet goed werkt, niets aan worden gewijzigd.
Aanbevelingen voor kinderenMaak voor kinderen tot 12 jaar en/of passagiers kleiner dan anderhalve meter gebruik van een geschikt kinderzitje. Zorg ervoor dat de veiligheidsgordel correct is gepositioneerd en aangetrokken. De veiligheidsgordel mag door niet meer dan één kind gedragen worden. Laat nooit een kind op schoot zitten tijdens het rijden. Zie het betre?ende hoofdstuk voor meer informatie over kinderzitjes. OnderhoudLaat de veiligheidsgordels van uw auto regelmatig controleren door een dealer of een gekwaliceerde werkplaats, vooral als de gordels beschadigingen vertonen. Reinig de veiligheidsgordels met zeepsop of een reinigingsmiddel voor textiel, verkrijgbaar bij dealers en gekwaliceerde werkplaatsen. KinderzitjesDe regelgeving met betrekking tot het vervoer van kinderen verschilt per land. Raadpleeg de in uw land geldende regels.
Volg voor een optimale veiligheid de volgende adviezen op:– Conform de Europese wetgeving dienen kinderen jonger dan 12 jaar of kleiner dan 1,5 meter in goedgekeurde, aan het lichaamsgewicht aangepaste kinderzitjes op met veiligheidsgordels uitgeruste plaatsen te worden vervoerd.
– Kinderen met een gewicht van minder dan 9 kg moeten in een kinderzitje met de rug in de rijrichting worden vervoerd. AdviesWanneer een kinderzitje in een auto niet goed is bevestigd, kan de veiligheid van het kind bij een ongeval in gevaar komen. Controleer of er geen veiligheidsgordel of gesp van de veiligheidsgordel onder het kinderzitje zit; dat zou de stabiliteit van het zitje in gevaar kunnen brengen. Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels of het tuigje van het kinderzitje, zelfs bij korte ritten, worden vastgemaakt waarbij de speling ten opzichte van het lichaam van het kind zoveel mogelijk moet worden beperkt. Controleer of de veiligheidsgordel goed over het kinderzitje is bevestigd en of deze het kinderzitje stevig tegen de stoel van de auto houdt. Zorg er bij kinderzitjes met een steun voor dat de steun goed contact maakt met de vloer.
Plaatsen van een zittingverhogerHet bovenste gedeelte van de veiligheidsgordel moet over de schouder van het kind liggen zonder de hals te raken. Controleer of de heupgordel goed over de bovenbenen van het kind ligt. Gebruik een zittingverhoger met rugleuning voorzien van een gordelgeleider ter hoogte van de schouder.
18VeiligheidLaat uit veiligheidsoverwegingen nooit:– Een kind alleen en zonder toezicht in de auto achter.– Een kind of een dier in de auto achter wanneer alle ruiten gesloten zijn en de auto in de zon staat.– Nooit de sleutels in de auto.Overzicht voor het bevestigen van kinderzitjes met de veiligheidsgordelOvereenkomstig de Europese wetgeving geeft dit overzicht de mogelijkheden aan voor het bevestigen met de veiligheidsgordel van een universeel gehomologeerd kinderzitje (a) in uw auto, gerangschikt naar het gewicht van het kind.Gewicht van het kind/leeftijdsindicatieZitplaats Lichter dan 13 kg(groep 0 en 0+)(b)Tot ongeveer 1 jaarVan 9 tot 18 kg(groep 1)Van 1 tot ongeveer 3 jaarVan 15 tot 25 kg(groep 2)Van 3 tot ongeveer 6 jaarVan 22 tot 36 kg(groep 3)Van 6 tot ongeveer 10 jaarPassagiersstoel UF UF UFUU: zitplaats die geschikt is voor de bevestiging van een kinderzitje met een veiligheidsgordel, universeel goedgekeurd voor plaatsing met de "rug in de rijrichting" en het "gezicht in de rijrichting".UF: zitplaats die geschikt is voor de bevestiging van een kinderzitje met de veiligheidsgordel, universeel goedgekeurd voor plaatsing met het "gezicht in de rijrichting".X: zitplaats die niet geschikt is voor een kinderzitje voor de aangegeven gewichtscategorie.(a) Universeel kinderzitje: kinderzitje dat in alle auto’s met de veiligheidsgordel kan worden bevestigd.(b) Groep 0: vanaf de geboorte tot 10 kg.
19Rijden6RijadviezenAlgemene informatie► Houd u altijd aan de verkeersregels en let onder alle omstandigheden goed op. ► Let goed op uw omgeving en houd uw handen op het stuurwiel, zodat u snel kunt reageren op onverwachte situaties. ► Kies voor een soepele rijstijl, anticipeer op situaties waarbij u moet remmen en houd afstand van de auto's voor u, vooral bij slecht weer. ► Voer handelingen die veel aandacht vergen (bijvoorbeeld afstellingen) altijd uit terwijl de auto stilstaat. Rijd nooit met aangetrokken parkeerrem. Kans op oververhitting en beschadiging van het remsysteem. Laat een auto nooit onbeheerd achter terwijl de motor in werking is. Als de bestuurder de auto moet verlaten, moet de parkeerrem worden aangetrokken en moet stand met de Nbedieningsmodule van de transmissie worden geselecteerd.
Rijden op een overstroomde wegWe raden u ten zeerste af om over een overstroomde weg te rijden, omdat de motor en elektrische systemen van uw auto dan beschadigd kunnen raken. Bent u genoodzaakt over een overstroomd weggedeelte te rijden, doe dan het volgende:► Controleer of het water nergens meer dan 10 cm diep is en houd daarbij rekening met de golven die kunnen worden veroorzaakt door andere gebruikers. ► Rijd zo langzaam mogelijk zonder de motor te laten afslaan. Rijd in elk geval niet sneller dan 10 km/h. ► Zet de auto niet stil en zet de motor niet af. Als u het overstroomde weggedeelte achter u hebt gelaten, rem dan meerdere keren licht af zodra de verkeerssituatie dat toelaat om de remschijven en remblokken te drogen. Als u twijfels hebt over de staat van uw auto, neem dan contact op met een dealer of een gekwaliceerde werkplaats.
Elektrische mobiliteitGeluidsniveau aan de buitenzijdeLet vooral op kinderen, voetgangers, etsers en motorrijders. Deze auto heeft een stille aandrijijn, waardoor deze mensen de auto soms niet horen naderen.
De auto is uitgerust met een geluidssignaal voor voetgangers om een aanrijding met deze mensen te voorkomen. Geluidsniveau in het interieurOnder het rijden kunt u bepaalde geluiden horen die bij een elektrische auto horen. Deze geluiden worden bijvoorbeeld veroorzaakt door: – Het geluid van het regeneratief remmen. – Het geluid van het relais van de tractiebatterij bij het starten. – Afrolgeluiden van de banden of windgeruis tijdens het rijden. ParkeerremVrijzetten ► Trek de hendel van de parkeerrem iets omhoog, druk de ontgrendelknop in en duw de hendel geheel omlaag.
20RijdenAls dit waarschuwingslampje gaat banden terwijl de auto rijdt, dan is de parkeerrem nog aangetrokken of niet volledig vrijgezet. Aantrekken► Trek de hendel van de parkeerrem aan om de auto op zijn plaats te houden. Wanneer u de auto op een helling parkeert, draai dan de wielen naar het trottoir toe en/of plaats een wielblok achter een van de wielen, trek de parkeerrem aan en zet het contact af. Selectiehendel (elektrisch) De selectiehendel (elektrisch) van de transmissie heeft 3 toetsen:D. Vooruit (rijden)N. Neutraal R. Achteruitversnelling (Achteruit)Als het contact wordt aangezet, gaat de verlichting van het instrumentenpaneel branden. Als de motor wordt ingeschakeld, wordt stand op Nhet instrumentenpaneel weergegeven, samen met het waarschuwingslampje READY. ► Als u stand D of wilt selecteren, trap dan het Rrempedaal in en druk daarna op de gewenste toets.
Standaard knippert dit lampje. Trap het gaspedaal niet in wanneer u stand D R of inschakelt. Afremmen op de motor en terugwinnen van energieDe auto is voorzien van een energieterugwinsysteem dat werkt wanneer de auto snelheid mindert. Dit is de functie regeneratief remmen. Het systeem voor afremmen op de motor wint een deel van de energie terug die tijdens het snelheid minderen wordt gegenereerd en voert deze energie terug naar de tractiebatterij om de actieradius van de auto te vergroten. Als de tractiebatterij volledig is opgeladen en tijdens de eerste kilometers van een rit werkt de functie voor regeneratief remmen niet. Pas uw rijstijl aan en gebruik het rempedaal. Op de motor remmen en rempedaalRemmen op de motor is nooit een vervanging van het rempedaal.
Wanneer u van een heuvel af rijdt, is het essentieel dat u de maximale snelheid van de auto niet overschrijdt en dat u zelf de snelheid met het rempedaal beperkt. Ter bescherming van de aandrijfketting kunt u merken dat de prestaties iets afnemen bij lage temperaturen of bij langdurig gebruik van het maximaal vermogen.
► Draai de contactsleutel helemaal naar voren.Als de motor is ingeschakeld, wordt stand op het Ninstrumentenpaneel weergegeven, samen met het waarschuwingslampje READY .► Trap het rempedaal in.► Selecteer stand D R of met de selectiehendel (elektrisch).► Zet de parkeerrem vrij.► Laat het rempedaal los.► Trap het gaspedaal in; de auto rijdt weg.Als het gaspedaal in de 5 seconden na het selecteren van stand of niet wordt D Ringetrapt, klinkt er een geluidssignaal.De motor kan niet worden ingeschakeld als de auto is aangesloten op een stopcontact.Afzetten► Trap het rempedaal in.► Trek de parkeerrem aan.► Draai de contactsleutel helemaal naar u toe.► Laat het rempedaal los.Een paar seconden nadat het contact is afgezet, gaat de verlichting van het instrumentenpaneel uit, gaat alle verlichting van de auto uit en wordt het stuurslot automatisch vergrendeld.Als het instrumentenpaneel blijft branden nadat het contact is afgezet, neem contact op met een geautoriseerde dealer.Verlaat de auto nooit, ook niet voor een korte tijd, als de sleutel nog in het contactslot zit en er een kind of dier alleen in de auto achterblijft.
22Praktische informatieLaden van de tractiebatterijWerkingsprincipeDe tractiebatterij slaat de energie op die nodig is voor de werking van de elektromotor en de elektrische componenten in het interieur van de auto. Tijdens het gebruik loopt de tractiebatterij leeg en daarom moet hij regelmatig worden opgeladen. U hoeft niet met opladen te wachten tot de tractiebatterij bijna leeg is. De actieradius van de tractiebatterij is afhankelijk van de gebruiksomstandigheden: snelheid, rijstijl, verwarming, vervoerde lading en wegdek. De actieradius van de tractiebatterij kan ook variëren met de leeftijd van de componenten van de batterij. Net als alle apparatuur met een lithiumionbatterij heeft het voertuig een beschermingsmodus die de duurzaamheid van de tractiebatterij optimaliseert.
Afhankelijk van het laadniveau en de temperatuur van de tractiebatterij kan het vermogen worden beperkt om de batterijcellen te beschermen. Deze beschermingsmodus heeft invloed op de maximale snelheid van de auto bij een laag laadniveau (< 20%) en bij een lage of hoge temperatuur van de batterij (< +5 °C of > +45 °C). Het wegproel, bijvoorbeeld als de auto een steile helling omhoog rijdt, heeft ook invloed op de maximale snelheid die de auto kan bereiken. De laadkabel is permanent met de auto verbonden. De kabel is opgeborgen in de sponning van het passagiersportier, onder het portierslot. Het stopcontact (enkelfase, wisselstroom) moet van het standaardtype E/F 16 A zijn; de belasting is beperkt tot 8 A. Als u de batterij moet opladen, rolt u de laadkabel helemaal uit en sluit u deze aan op het stopcontact.
Als u de tractiebatterij volledig wilt opladen, moet u de laadprocedure volgen tot deze automatisch wordt beëindigd. U kunt het laadproces op elk moment onderbreken door de laadkabel los te koppelen, het passagiersportier te ontgrendelen en de kabel weer in de behuizing op te bergen. De voortgang van het laden wordt permanent op het instrumentenpaneel weergegeven.
U kunt de voortgang van het laden ook volgen via de app als de MyCitroën Appauto is voorzien van de verbindingseenheid (afzonderlijk verkocht). Om veiligheidsredenen start de motor niet wanneer de laadkabel is aangesloten. Laad de tractiebatterij minimaal één keer per maand volledig op. LaadtemperatuurBij voertuigen geproduceerd vóór 23/11/2020 kan de batterij worden opgeladen bij temperaturen tussen 0 °C en +50 °C. Bij voertuigen geproduceerd na deze datum kan de batterij worden opgeladen bij temperaturen tussen -5 °C en +50 °C. Parkeren bij lage temperaturenWanneer de buitentemperatuur lager dan +5 °C wordt:– Parkeer de auto in een afgesloten gebied. – Zorg dat de lading van de tractiebatterij boven 50% ligt.
Auto langere tijd stilgestaan (langer dan 3 weken)Parkeer de auto op een plek waar deze tegen de elementen wordt beschermd, bij een temperatuur tussen 0 °C en +40 °C (bij blootstelling aan extreme temperaturen kan de tractiebatterij beschadigd raken). Het laadniveau van de tractiebatterij moet rond de 50% liggen. Koppel de verbindingseenheid los. Verwijder de F7-50 A-zekering. Koppel de 12V-accu los.
23Praktische informatie7Belangrijke aanbevelingenStopcontactLaat een elektricien controleren of de elektrische installatie voldoet aan de geldende normen en geschikt is voor het opladen van de auto. Gebruik altijd een goed geaard stopcontact, beschermd door een aardlekschakelaar van 30 mA. Gebruik altijd een stopcontact met zekering, geschikt voor de stroomsterkte van het elektrische circuit. LaadkabelBij verkeerd gebruik van deze laadkabel kunnen er brand, schade aan eigendommen en ernstig of dodelijk letsel door elektrocutie ontstaan. Gebruik de laadkabel nooit als deze defect of beschadigd is (corrosie, insnijdingen). Probeer de laadkabel nooit te repareren of te openen. Als de laadkabel defect is, neem dan contact op met een dealer of gekwaliceerde werkplaats voor een vervangende kabel.
Gebruik de laadkabel nooit met een verlengsnoer, een stekkerdoos, een omvormeradapter of in een beschadigd stopcontact. Dompel de laadkabel nooit onder in water. Probeer de auto nooit te verplaatsen met de laadkabel. Insteken / loskoppelenU mag de stekker nooit met natte handen in het stopcontact steken of eruit halen. Stop onmiddellijk met laden als de laadkabel of het stopcontact te heet is om aangeraakt worden. Stel de kabel niet bloot aan ontvlambare dampen; risico van vlambogen of vonken. Wanneer u de laadkabel hebt aangesloten, controleer of het instrumentenpaneel wordt ingeschakeld; anders moet u de laadkabel loskoppelen en opnieuw aansluiten. Het laden begint niet als de parkeerrem niet is aangetrokken. Aansluiten► Parkeer de auto zo dicht mogelijk bij een stopcontact. ► Trek de parkeerrem aan. ► Zet het contact af (stand 1); het waarschuwingslampje READY gaat uit.
► Open het passagiersportier. ► Trek de laadkabel volledig uit de behuizing. ► Sluit het passagiersportier na eerst de laadkabel door de geleider op de portiersponning en daarna door de uitsparing van de portiergreep te hebben gevoerd. ► Sluit de laadkabel aan op het stopcontact.
24Praktische informatieHet laadniveau neemt langzaam toe tijdens het laden. Wanneer het laden is voltooid, wordt het instrumentenpaneel uitgeschakeld. Loskoppelen► Haal de laadkabel uit het stopcontact. ► Open het passagiersportier. ► Berg de laadkabel volledig op in de behuizing. ► Sluit het passagiersportier. Elektromotor 1. Reservoir ruitensproeiervloeistof2. Zekeringkast3. 12V-accu4. Tractiebatterij/elektrisch circuit 48 V5. Elektromotor6. Reservoir remvloeistofNiveaus controlerenControleer regelmatig alle hieronder aangegeven niveaus volgens het onderhoudsschema van de fabrikant. Vul indien nodig bij, tenzij anders aangegeven. Als een bepaald niveau aanzienlijk is gedaald, moet het betre?ende circuit door een dealer of gekwaliceerde werkplaats worden gecontroleerd. De vloeisto?en moeten voldoen aan de aanbevelingen van de fabrikant.
Afgewerkte productenVermijd langdurig huidcontact met afgewerkte vloeisto?en. De meeste van deze vloeisto?en zijn bijtend en schadelijk voor de gezondheid. Gooi afgewerkte vloeisto?en niet in het riool of op de grond. Tap afgewerkte vloeisto?en af in speciale houders die bij dealers of gekwaliceerde werkplaatsen verkrijgbaar zijn. RemvloeistofVoordat u werkzaamheden uitvoertZet het contact af, trek de parkeerrem aan en controleer of het instrumentenpaneel is uitgeschakeld en of de laadkabel niet is aangesloten. Raadpleeg het onderhoudsschema van de fabrikant om te zien hoe vaak de remvloeistof moet worden ververst. Voorbumper verwijderen ► Verwijder de 2 onderste bevestigingsschroeven uit het frame. ► Verwijder de 2 bovenste toegangsklepjes uit de spatborden door een arm onder het spatbord te steken en het klepje omhoog te bewegen.
25Praktische informatie7Voordat u bijvult, moet u de motor en de stekkers van de motor beschermen om te voorkomen dat er remvloeistof op spat. BijvullenGebruik alleen DOT4-remvloeistof die in een ongeopende verpakking zit. ► Reinig de dop voordat u deze verwijdert om bij te vullen. Het niveau van deze vloeistof dient zich zo dicht mogelijk bij het merkteken " " te MAXbevinden. Wanneer dit niet het geval is, controleer of de remblokken van uw auto zijn versleten. Voorbumper monteren► Breng de bumper vlak bij het frame. ► Sluit de draadbundels van de richtingaanwijzers aan. ► Breng de bumper in positie en duw deze vervolgens horizontaal naar binnen totdat de bevestigingspunten vastklikken. ► Schroef de 2 bovenste bevestigingsschroeven aan de zijkant in de spatborden. ► Schroef de 2 onderste bevestigingsschroeven aan de zijkant in de wielkasten.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Citroën Ami (2021) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Citroën
Alle Citroën Auto handleidingen