Castor CWM 1200 I Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Castor CWM 1200 I (20 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 59 mensen. Heb je een vraag over Castor CWM 1200 I of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Castor |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | CWM 1200 I |
Handleiding Castor CWM 1200 I – volledige tekst
2UW NIEUWE WASAUTOMAATDeze nieuwe wasmachine voldoet aan alle eisen vooreen moderne behandeling van uw wasgoed, metbesparing van water, stroom en wasmiddel.■De temperatuurregelaar staat een nauwkeurigetemperatuurkeuze toe, afhankelijk van het type ende vuilgraad van het wasgoed.■De automatische sopafkoeling boven 60°C voorhet afpompen voorkomt dat kunststofafvoerbuizen vervormen.■Het speciale wolprogramma wast uw wolwas,dankzij de heel delicate trommelbeweging, veiligen zonder krimpen.Tips voor zuinig wassen■De programma’s zonder voorwas zijn bedoeld voornormaal vuil wasgoed.
Ze besparen wasmiddel enwater in vergelijking met een programma metvoorwas.■U wast het zuinigst met een volle trommel.■Door een geschikte voorbehandeling kunnenvlekken en lichte verontreinigingen verwijderdworden.■Doseer het wasmiddel altijd volgens deaanwijzingen van de wasmiddelenfabrikant.AFDANKEN■Maak het oude apparaat dat u, in afwachting vanhet weghalen of wegbrengen zolang terzijde zetonbruikbaar. Knip het netsnoer eraf en verwijderde deursluiting. Informeer bij de gemeente wie hetoude apparaat ophaalt of waar u het moetbezorgen, teneinde er zeker van te zijn dat hetapparaat zorgvuldig verschrot of gerecycled wordt.■Alle met deze symbool gemerkte materialenzijn “milieu-vriendelijk”.
Ze kunnen zonder bezwaarbij het afval worden gezet.De kunststoffen kunnen hergebruikt worden enhebben de volgende aanduidingen:>PE< voor polyethyleen>PS< voor polystyreen>PP< voor polypropyleenWij adviseren u, het karton in een container vooroud papier te deponeren.
INHOUD3NEDERLANDSWaarschuwingen 4Beschrijving van de machine 5Installatie 6■Transportbeveiliging 6■Plaatsen 6■Watertoevoer 7■Waterafvoer 7■Elektrische aansluiting 7■Vóór het in gebruik nemen 7Technische gegevens 8Gebruik 9■Bedieningspaneel 9■Beschrijving van de bedieningselementen 10■Adviezen en tips voor het wassen 11Was niet te lang opsparen 11Sorteren 11Temperaturen 11Hoeveel wasgoed in de trommel? 11Vóór u het wasgoed in de trommel doet 11Welke wasmiddelen gebruiken? 12Traditionele poeder-wasmiddelen 12Vloeibare wasmiddelen 12Geconcentreerde poeder-wasmiddelen 12Wasverzachter 12Waterontharder 13■Adviesprogramma’s 14-15■Textielbehandelingssymbolen 16■Volgorde van handelingen 17Onderhoud 18■De buitenkant 18■De wasmiddelhouder 18■Voorzorgsmaatregelen bij vriestemperaturen 18■Het toevoerfilter 18■Het afvoerfilter 19Eenvoudige storingen 20
4WAARSCHUWINGENHet is uiterst belangrijk dat het bij het apparaatbehorende instructieboekje bewaard blijft. Zou hetapparaat door u aan iemand anders gegeven ofverkocht worden, of zou het apparaat in het huisvan waaruit u verhuist achterblijven, dan dient denieuwe gebruik(st)er over het instructieboekje ende daarin opgenomen waarschuwingen te kunnenbeschikken. Deze waarschuwingen zijn bedoeld voor uw enandermans veiligheid. U wordt geacht ze gelezente hebben, alvorens u het apparaat installeerten/of in gebruik neemt. ■Indien u tijdens de aflevering een schade aan hetapparaat vastgesteld hebt, meldt u dit dan, vóór uhet apparaat installeert en/of in gebruik neemt,direct aan uw leverancier. Algemene veiligheidsaanwijzingen■Dit apparaat is bedoeld en gemaakt voor hetgebruik door volwassenen. Het is gevaarlijk omkinderen het apparaat te laten bedienen of alsspeelgoed te laten gebruiken.
■De glasdeur (voorlader) kan tijdens het gebruikzeer heet worden. Houd kinderen uit de buurt vanhet apparaat zolang het in werking is. Installatie■Alle delen die tot de transportbeveiliging behorenmoeten beslist verwijderd zijn, alvorens hetapparaat in gebruik te nemen. Ernstige schade aanhet apparaat of andere zaken kan het gevolg zijnvan het niet of niet geheel verwijderen van detransportbeveiliging. ■Een eventueel noodzakelijke wijziging aan deelektrische huisinstallatie ten behoeve van deinstallatie van dit apparaat, mag uitsluitend dooreen daartoe bevoegd persoon uitgevoerd worden. ■Een eventueel noodzakelijke wijziging van dewatertoe- en/of afvoervoorzieningen ten behoevevan de installatie van dit apparaat mag uitsluitenddoor een daartoe bevoegd persoon uitgevoerdworden. ■Overtuig u ervan dat het apparaat na de installatieof het verplaatsen niet op het aansluitsnoer staat.
Raadpleeg debetreffende adviezen in de gebruiksaanwijzing. ■Met vluchtige stoffen, zoals spiritus, benzine,terpentine en dergelijke, gereinigde artikelen mogenniet in de wasautomaat. Indien zulkereinigingsmiddelen gebruikt werden om voortijdsvlekken te verwijderen, dan moet met het wassen inde wasautomaat gewacht worden tot het artikelvolledig uitgedampt is. ■Was kleine artikelen, zoals babysokjes, ceintuursen dergelijke in een sloop. Zulke kleine artikelenkunnen tussen de trommel en de kuip slippen. ■Overtuig u ervan dat, vóór u een kledingstuk in dewasautomaat doet, de borst- en broekzakken leegzijn, ritssluitingen gesloten zijn en eventueelloshangende knopen verwijderd of eerstaangenaaid zijn. Was geen rafelig of gescheurdgoed; herstel het voortijds. Verwijder voortijds verf-,inkt-, roest- en grasvlekken. Was bh’s met beugelsniet in de wasautomaat.
■Objecten zoals munten, veiligheidsspelden,naalden, spijkers, schroeven en andere harde ofscherpe materialen behoren niet in dewasautomaat; zij kunnen aanzienlijke schadeveroorzaken. ■Wees voorzichtig met wasverzachter. Een te grotedosering kan schade aan het wasgoedtoebrengen. Raadpleeg de instructies van defabrikant van de wasverzachter. ■Kijk, vóór u de vuldeur (voorlader) opent, altijd eerstof het water weggepompt is. Indien dat niet het gevalis, laat de machine dan eerst het water afpompen. Raadpleeg in twijfelgeval de gebruiksaanwijzing. ■Kleine huisdieren hebben de gewoonte in detrommel van de wasautomaat (voorlader) tekruipen. Hebt u zo’n huisdier, controleer dan eersten sluit daarna pas de vuldeur. ■Laat de vuldeur (voorlader) op een kier staanindien het apparaat niet gebruikt wordt. Dat is betervoor de rubbermanchet en u voorkomt hetontstaan van een muffe lucht.
■Schakel na het gebruik altijd de stroomtoevoer afdoor, afhankelijk van de wijze van installatie, desteker uit het stopcontact te nemen of debadkamertrekschakelaar op de UlT-stand teschakelen.
TransportbeveiligingWij adviseren u de verwijderde delen te bewaren; ingeval van verhuizing moeten ze wederomaangebracht worden.U gaat als volgt te werk:Schroef met de meegeleverde sleutel de rechterschroef aan de achterkant van de machine los.Leg de machine voorzichtig op z’n achterkant;zodanig dat de slangen niet kunnen beschadigen.Verwijder het polystyrene vulblok uit de onderkant vande machine en het plakband waarmee de 2 plasticzakken aan de voorkant van het apparaat bevestigd zijn. Trek voorzichtig de rechter plastic zak (1) uit demachine, terwijl hij naar het midden van de machinegetrokken wordt.Trek nu ook de linker plastic zak (2) uit de machine.Zet de machine rechtop en verwijder de 2 overigeschroeven uit de achterwand.Verwijder de drie plastic afstandshulzen uit de gatenwaar de schroeven in zaten.Dicht de vrijgekomen gaten af met de meegeleverdestopsels.
U vindt deze stopsels op de achterkant vande machine.PlaatsenPlaats de machine op een vlakke, harde vloer. Laateen houten vloer met een 5 cm dikke hardhoutenplaatversterken, over tenminste twee draagbalken. Deverstevigingsplaat moet aan alle kanten enkelecentimeters buiten de machine steken.Indien de machine op een bovenverdieping geplaatstwordt, neem dan zodanige maatregelen dat bij eeneventuele lekkage het water niet naar de verdiepingeronder kan lekken. Raadpleeg uwleverancier/installateur.Zorg ervoor dat de machine niet tegen de muur ofandere keukenmeubels kan leunen.Wij gaan er van uit dat de waterkraan, deafvoermogelijkheid en de elektriciteitsvoorziening zichbinnen het bereik van de machineslangen en hetaansluitsnoer bevinden.
Als dat niet zo is, danadviseren wij u uw installateur de kraan en/of deafvoer en/of het stopcontact te laten verplaatsen.6INSTALLATIEP0255P0234P023321P0256P0020Het is beslist noodzakelijk dat u detransportbeveiligingen verwijdert voor u demachine in gebruik neemt.
7NEDERLANDSVóór het in gebruik nemenVoer een wasgang zonder wasgoed uit, opdatvetresten (die bij de fabricage zijn ontstaan) in dewastrommel en de kuip verwijderd worden. Programma: bonte was 60°C, met een halvemaatbeker wasmiddel. Stel de machine waterpas op. Dat doet u door middelvan het in- of uitdraaien van een of twee van deverstelbare voetjes. Als de machine op tapijt staat,stel de voeten dan zodanig in dat de lucht vrij kancirculeren. Zorg ervoor dat de machine op alle vier devoetjes stevig op de vloer staat: ook dat is zeerbelangrijk. Draai, na het waterpas stellen, decontramoeren van alle vier de voetjes stevig tegen demachinebodem. Gebruik hiervoor eenschroevendraaier. WatertoevoerDraai de wartel van de toevoerslang stevig op de 3/4"schroefdraad van de kraan. De toevoerslang mag niet verlengd worden.
Mocht deslang te kort zijn en wilt u de kraan niet latenverplaatsen, koop dan een langere, complete,hogedrukslang welke speciaal voor dit doel gemaakt is. Het andere eind van de toevoerslang, aan demachinekant, kan naar alle richtingen verdraaidworden. Wartel iets losdraaien, haakse bochtverdraaien en wartel weer stevig vastdraaien. WaterafvoerDe bocht, aan het eind van de afvoerslang, kunt u opdrie manieren plaatsen:Over de rand van een wasbak. U moet er dan voorzorgen dat de bocht niet, door het snel uitstromendewater, van de rand kan schieten. Bijvoorbeeld door debocht met een touwtje aan de kraan of aan een haakin de muur op te hangen. In een aftakking van de wasbakafvoer. Dieaftakking moet boven de siphon (stankafsluiter) zittenen zodanig dat de bocht van de slang zich optenminste 60 cm van de vloer bevindt. In een afvoerpijp.
Wij adviseren een standpijp van65 cm hoogte; in ieder geval niet lager dan 60 cm enniet hoger dan 90 cm. Het eind van de afvoerslang moet altijd belucht zijn,dat wil zeggen dat de binnendiameter van de pijp grotermoet zijn dan de buitendiameter van het slangeind.
De afvoerslang legt u vanaf de machinekant over de vloeren laat u pas bij de afvoermogelijkheid omhoog lopen. Elektrische aansluitingDe machine is voor 220-230V / 50Hz gemaakt. De machine is voorzien van een drie-aderigaansluitsnoer en steker met aardcontacten. De steker mag u uitsluitend plaatsen in een stopcontactmet (aangesloten en functionerende) aardcontacten;de machine dient deugdelijk geaard te zijn. Het aansluitsnoer mag u niet verlengen. Indien hetsnoer te kort blijkt te zijn, laat uw installateur dan ofeen langer snoer aan de machine monteren of hetstopcontact verplaatsen. Het gebruik van een verlengsnoer of kabelhaspel isniet toegestaan. In bad- of doucheruimten moet doorgaans eenzogeheten «vaste aansluiting» gemaakt worden;raadpleeg uw installateur.
AP0003P0022P0023P0021P0254P0509De fabrikant is niet aansprakelijk voor schadeof letsel, ontstaan door het niet voldoen aanbovenstaande veiligheidsvoorschriften.
10Beschrijving van debedieningselementen1 ProgrammakaartDe programmakaart bevindt zich op het front van dewasmiddelhouder.2 Controlelampje “lichtnet”Het lampje gaat branden bij het starten van hetprogramma (AAN/UIT-toets ingedrukt) en gaat uitdoor nogmaals indrukken van deze toets.3 Toets “AAN/UIT” Door het indrukken van deze toets schakelt u demachine AAN en UIT.4 Toets “verlaagde centrifugeertoerental” Door deze toets in te drukken verlaagt u hetcentrifugeertoerental als volgt:■voor katoen en linnen:- van 1200 resp.
1000/min tot 650/min- van 1400/min tot 1050/min■voor synthetica, fijne was en wol (programma M):- van 650/min tot 450/min voor CWM 1200 Ien CWM 1000 I- van 650/min tot 550/min voor CWM 1400 I.5 Toets “half-volle belading” Door het voortijds indrukken van deze toets spoelt demachine bij de programma’s voor katoen en linnenmet minder water.Wij adviseren u de toets in te drukken als de trommelminder dan half vol is.6 Toets “intensief spoelen” (alleen voor CWM 1400 I)Bij de programma’s voor katoen en linnen spoelt demachine 3 keer.Bij voortijds indrukken van deze toets zal de machine4 keer in plaats van 3 keer spoelen.Een extra spoelgang kan gewenst zijn in gebiedenmet zeer zacht water of bij allergie voor bepaaldechemische bestanddelen, zoals deze in wasmiddelenvoorkomen.7 Toets “energie besparen” Door het voortijds indrukken van deze toets bij deprogramma’s B,C resp.
H en het kiezen van eenlagere soptemperatuur (zie programma-tabel)spaart uaanzienlijk op het energieverbruik. De wastijd isautomatisch even lang als bij een hogeretemperatuurkeuze.8 Draaiknop voor temperatuurkeuzeMet de knop voor de temperatuurregeling kiest ude gewenste wastemperatuur.Knop links- of rechtsom instellen. U kunt ook met detemperatuur van het ingekomen leidingwater wassen,door de knop op in te stellen.9 Draaiknop voor programmakeuzeMet de programmaknop kiest u rechtsom draaiend,het gewenste programma.
11NEDERLANDSHoeveel wasgoed in de trommel. Wilt u optimale resultaten bereiken, dan adviseren wiju, naast het kiezen van het juiste programma, ook demaximaal toegestane belading van de trommel niet teoverschrijden. Wasgoed droog wegen voor u het in de trommel doet,is erg omslachtig, dus helpen wij u op een anderemanier op weg:■Volle belading (maar niet proppen) voor katoen enlinnen. ■Halfvolle of iets meer dan half-volle belading voorsterke synthetica en mengsels. Ook zogeheten“kreukherstellende stoffen” vallen onder synthetica. ■Eenderde van de trommel voor fijnwas enmachine-wasbare wol. In onderstaande tabel geven wij u een indruk watwasgoed, bestaande uit katoen en linnen, ongeveerweegt. Voor synthetica, mengsels en fijnwas is hetonmogelijk om gewichten op te geven, daar dezestoffen zeer verschillend van aard zijn.
Voor machine-wasbare wol geven wij doorgaans eenmaximum van 1 kilogram op, maar feitelijk bedoelenwe dat u wol in “ruim sop” moet wassen. Tweepersoons laken 700 - 1000 gKussensloop 125 - 0200 gTafellaken 350 - 0500 gServet 70 - 0120 gTheedoek 75 - 0100 gBadhanddoek 150 - 0200 gBadlaken 700 - 1000 gOverhemd 200 - 0300 gSchort 150 - 0200 gVóór u het wasgoed in de trommel doetHerstel scheuren, gaten en halen voortijds. Naai loshangende knopen eerst aan of knip ze af. Sluit drukknopen en ritssluitingen. Was geen rafelig goed; herstel eerst de zomen. Haal de haken uit vitrage en doe de vitrage in eensloop of linnen zak. Verwijder voortijds achtergebleven kleine voorwerpenuit borst- en broekzakken. Behandel voortijds vlekken die er in de wasautomaatmoeilijk of in het geheel niet uit zullen gaan:Was- en kaarsvet. Zoveel mogelijk met een bot mesvoorzichtig afschrapen.
Bleken met een verdundeoplossing van bleekwater of chloorbleekmiddel. Adviezen en tips voorhet wassen. Was niet te lang opsparenIn de eerste plaats adviseren wij u wasgoed niet al telang op te sparen, in ieder geval niet als het vochtig iswant het gaat dan schimmelen en veroorzaakt eenmuffe geur. Men zegt ook wel dat «het weer er in gekomen is»;weervlekken krijgt u er niet meer uit. SorterenNeemt u vooral even de tijd om de in dit boekjeafgedrukte kaart voor de behandelingssymbolenaandachtig te lezen. Een streep onder de tobbe betekent dat u het artikelniet in de krachtige katoen-programma’s magwassen. Was gekleurd goed, met name donker gekleurd, eersteen keer apart. De kans is groot dat het afgeeft. Sterke kreukherstellende stoffen, zoals polyester/katoen, vallen onder «synthetica». Tere stoffen, zoals acryl en meestal ook vitrages,vallen onder «fijnwas».
Het wolwasprogramma is een speciaal programmavoor «zuivere scheerwol». Bij alle andere wolsoortenen mengsels kan niet worden uitgesloten dat dezekrimpen en/of vervilten in de wasmachine. TemperaturenIn principe kiest u voor een bepaalde wasbeurt desoptemperatuur niet hoger dan het gevoeligste stukwasgoed nog kan verdragen. 95°C: voor witte- of kookecht-gekleurd katoen enlinnen, zoals beddegoed, tafellakens, theedoeken,handdoeken, zakdoeken en ondergoed. Gemakshalve wordt deze groep vaak “kookwas”genoemd. 60°C: voor normaal vuile kookwas, voorlichtgekleurde bontwas en voor witte- enlichtgekleurde synthetica. 40°C: vrijwel alle textielsoorten kunnen op 40°Cgewassen worden. U kiest deze tempertuur ten eerste als dit door hetwasetiket aangegeven wordt, bijvoorbeeld voordonkergekleurde textiel en fijne was.
Daarnaast kiest u 40°C als het wasgoed zo weinig vuilis dat het met een lage temperatuur ook nog schoonwordt. 30°C: alhoewel machine-wasbare wol als regelzondermeer op 40°C gewassen mag worden, zult uop het etiket, voorzichtigheidshalve, toch vaak 30°Ctegenkomen.
Ook bij teer wasgoed, de fijnwas, is datvaak het geval. Wij adviseren u zich altijd aan de etiket-temperatuur tehouden. LET OPObjecten zoals flippo’s, munten,veiligheidsspelden, schroeven en andere hardematerialen behoren niet in de wasautomaat; zijkunnen aanzienlijke schade veroorzaken. Was bh’s met beugels niet in de wasautomaat.
Voorweken in warm water met een biologischvoorweekmiddel. Als het nodig is en de kleur of destof er tegen kan, nableken met bleekwater. Vuile kragen of manchetten. Aanstrijken met zeep ofeen speciaal daarvoor bedoelde spray of pasta. Dangewoon wassen. Bloed. Verse vlekken met lauw water uitspoelen. Oude vlekken voorweken met met een biologischvoorweekmiddel. Transpiratie- en deodorantvlekken. Verse vlekkenmet sodawater deppen. Oude vlekken met azijn ofspiritus deppen. Hars. Met een speciale vlekkenoplosser behandelen. Sterke stoffen, zoals katoen en linnen, met terpentine,wasbenzine of spiritus behandelen. Het gebruik van verdampende middelen, zoalsterpentine, wasbenzine, spiritus, thinner, aceton endergelijke is gevaarlijk; niet roken en geen open vuurgebruiken. Doe het karweitje buiten en laat het kledingstuk eerstuitdampen voor u het in de wasautomaat of dedroogautomaat doet.
Een gouden regel is: gebruik altijd machine-wasmiddelen, dus nooit handwasmiddel of zeep in demachine. Een nauwelijks minder belangrijke regel is: probeergewoon uit welk wasmiddel u het beste bevalt. Houdt u aanvankelijk aan de doseringen die de fabrikantvan het wasmiddel op z'n verpakking aangeeft en letdaarbij op de waterhardheid (kunt u opvragen bij hetwaterleidingbedrijf). Het is de moeite waard om daarnauit te proberen of bij minder doseren uw wasgoed ooknog voldoende schoon wordt. In ieder geval kunt u bijeen klein wasje aanzienlijk minder doseren. Er zijn totaal-wasmiddelen voor kook- of bontwas,bleekvrije wasmiddelen voor bontwas, speciale fijnwas-middelen, machine-wolwasmiddelen en biologischevoorwas- of voorweekmiddelen. Traditionele poeder-wasmiddelenDeze wasmiddelen doet u in de vakjes voor devoorwas en voor de hoofdwas.
Vloeibare wasmiddelenGebruikt u een vloeibaar wasmiddel, dan mag u dat, mits ugeen voorwas doet, direct in het vakje voor hethoofdwasmiddel gieten. Wel meteen daarna de machinestarten. Vloeibare wasmiddelen zijn zeer geschikt voor lagewastemperaturen, dus 30°C en 40°C. Voor hogeretemperaturen, 60°C tot 95°C, adviseren wij u eenpoedervormig wasmiddel te gebruiken. Gebruik, omdat uw nieuwe machine ook (heet) kandrogen nooit een doseerbol of anderedoseermiddelen welke door de hitte kunnensmelten. Geconcentreerde poeder-wasmiddelen (ULTRA’s,MICRO’s en dergelijke). Geconcentreerde wasmiddelen kunt u op dezelfdemanier als vloeibare wasmiddelen doseren. Uiteraardpast u de hoeveelheid aan, omdat u van dezewasmiddelen minder nodig hebt. Uw nieuwe machine is van een sopcirculatiesysteemvoorzien, waardoor het wasmiddel uitstekend enzonder verspilling verdeeld wordt.
Of als usynthetisch wasgoed in de machine droogt: het wordtdan niet statisch (knetteren, kleven). Houdt u aan de aanwijzingen van de fabrikant van dewasverzachter, maar de hoeveelheid wasverzachtermag nooit hoger dan het filternet in het doseervakje ofde maximum aanduiding komen. Erg dikke vloeistof voortijds met wat water verdunnen.
13NEDERLANDSWaterontharderWater is «harder» naarmate er meer calcium enmagnesium in voorkomt. In Nederland wordt dehardheid aangegeven in «DH» (Duitse graden). Op deverpakking van het wasmiddel vindt u, in drie globalezones verdeeld, hoeveel wasmiddel u moet doseren. Uziet dat dat meer is naarmate de hardheid hoger is.Bereik1234zachtmiddelmatighardzeer hard00-0708-1415-21meer dan 2100-1516-2526-37meer dan 37EigenschapDuitseschaalFranseschaalWaterhardheid
15NEDERLANDSHet laatste spoelwater wordt niet automatisch afgepompt, teneinde kreukvorming te voorkomen indien hetwasgoed niet direkt na het beëindigen van het programma uit de machine zou worden genomen. Om het water afte pompen kiest u het programma M of N.Wasprogramma’s voor synthetica, fijne was en wolMaximum belading: 2 kg, wol 1 kgProgramma-knop opGTemp.(°C)ProgrammavoorKorte beschrijving40°- 60°Syntheticamet voorwas(erg vuil)Voorwassen 40°CWassen 40°- 60°CSpoelenSpoelstopH40°- 60°Syntheticazonder voorwas(normaal vuil)Wassen 40°- 60°CSpoelenSpoelstopH + 30°- 40°E-Synthetica(licht tot normaal vuil)Wassen 30°- 40°CSpoelenSpoelstopJ30°- 40°Fijne wasWassen 30°- 40°CSpoelenSpoelstopK30°- 40°WolWassen 30°- 40°CSpoelenSpoelstopLSpoelen Spoelen met wasverzachterSpoelstopMKort centrifugerenAfpompen en kort centrifugerenNAfpompenEventuelleaanvullendefuncties
16TextielbehandelingssymbolenTEXTIELBEHANDELINGSSYMBOLEN«Plak op uwwasmachine»«Plak op uwwasmachine»40404060609595GewoonprogrammaAnti-kreuk-programmaDe getallen in de tobben geven de hoogst toelaatbare temperaturen aan: deze niet overschrijden.Tot de gewone wasprogramma's behoren ook E-, spaar- en halve wasprogramma's.Anti-kreukprogramma's: voor artikelen die synthetische vezels bevatten en/of kreukherstellend zijn gemaakt; machinebeladen met de helft van het maximale gewicht. Handwas lauw of koud.Wolwas in de machine: uitsluitend Superwash en alleen met door het internationaal Wol Secretariaat (IWS) goedgekeurdeprogramma's. Belading: 1/3tot 1/4van het maximale gewicht.Artikelen met P of F in de cirkel kunnen meestal niet worden ontvlekt met tetra of tri.De letters zijn vooral bestemd voor de chemisch reiniger. Zij geven het te gebruiken oplosmiddel aan.
Reiniging met F is nauwelijks mogelijk.De streep onder de cirkel betekent: lichte belading, hoge vlotverhouding, weinig mechanische beweging, korte reinigings, -spoel- encentrifugeertijden; en vooral: geen water toevoegen.Koud bleken met bleekwater of geconcentreerd chloorbleekmiddel in verdunde oplossing mogelijkNiet mogelijkNiet strijkenLauw strijkenWarm strijkenHittegevoelige textielHeet strijkenGewone reinigingNormale textielSpeciale reiniging Niet chemisch reinigenNiet drogen in droogtrommelDe punten verwijzen naar de punten op de regelknop van het strijkijzer.GewoonprogrammaAnti-kreuk-programmaGewoonprogrammaAnti-kreuk-programmaWolwas-programmaAlleen snellehandwasNiet wassen,ook niet wekenWASSENBLEKENSTRIJKENCHEMISCHREINIGEN=STOMEN=DRY CLEANINGTROMMEL-DROGENAPFPFMeer informatie in het boekje «Textiel ABC», te verkrijgen door overmaking van f 15,36 op gironummer 666402 van VTWS, Delft.
Sluit de vuldeur; druk hem goed in het slot.Doe wasmiddel in het vakjeTrek de wasmiddelhouder uit het bedieningspaneel tothij stuit.Meet de gewenste hoeveelheid wasmiddel in eenmaatbekertje af en giet het in het vakje voor hethoofdwasmiddel .Gaat u ook voorwassen, doe dan een biologischvoorwasmiddel in het vakje .Doe, eventueel, wasverzachter in het vakjeGiet, indien gewenst, wasverzachter in het daarvoorbestemde vakje .Overschrijd het nivo MAX niet.Kies, indien gewenst, extra functies.Stel de temperatuur inDraai de knop voor de temperatuurregeling op degewenste temperatuur.Kies het gewenste programmaen start de machineDraai de programmaknop rechtsom op het gewensteprogramma.Druk op de AAN/UIT-toets: het lichtnetcontrolelampjelicht op en de machine start.De machine is klaarDe machine stopt automatisch.Heeft u de machine een programma met spoelstoplaten doen, dan moet het laatste spoelwater door hetkiezen van het programma M of N afgepompt worden.Wacht één tot twee minuten alvorens de vuldeur teopenen; die tijd heeft de elektrische deurvergrendelingnodig om te ontgrendelen.Schakel de machine UIT door de AAN/UIT-toets in tedrukken.
Het lichtnet-controlelampje gaat uit.☞☞☞☞☞☞☞Volgorde van handelingenC0025C0024M0023BT0003M001195Draai de kraan dicht en neem de steker uit hetstopcontact of trek de badkamertrekschakelaar opUIT.Open de vuldeur en neem het wasgoed uit detrommel.Controleert u of de trommel helemaal leeg is, anderszou wasgoed bij de volgende wasbeurt kunnenbeschadigen (bijv. doorlopen) of op ander wasgoedkunnen afgeven.Laat de vuldeur enige tijd op een kier staan, zodat demachine uit kan dampen.
18De buitenkantDe buitenkant van de machine kunt u, naar behoefte,reinigen met een vochtige doek en een neutraalhuishoudschoonmaakmiddel. Moderneschoonmaakmiddelen drogen doorgaans streeploosop.Nalappen met schoon water en daarna droogzemen.Belangrijk: Gebruik nooit spiritus, terpentine endergelijke oplosmiddelen.De wasmiddelhouderWasmiddelen en wasverzachter koeken na verloopvan tijd aan.Maak de wasmiddelhouder af en toe schoon onder destromende kraan. U kunt daartoe de houder geheel uitde machine nemen door op de pal, links achterin, in tedrukken.De bovenkant van het vakje voor de wasverzachterkunt u, ten behoeve van het schoonmaken,verwijderen.Ook in de behuizing van de wasmiddelhouder kanzich op den duur wasmiddel verzamelen.
Maak debinnenkant met een oude tandenborstel schoon.Plaats de houder terug in z'n behuizing en laat demachine, zonder wasgoed, een spoelgang doen.Voorzorgsmaatregelen bijvriestemperaturenIndien de wasautomaat wordt blootgesteld aantemperaturen onder 0°C moeten enkelevoorzorgsmaatregelen worden getroffen.- Draai de waterkraan dicht en schroef detoevoerslang los.- Stel een willekeurig wasprogramma in en zet demachine enkele seconden lang aan.- Leg het uiteinde van de afvoerslang in een kom enlaat de machine enkele seconden lang afpompen.- Controleer, wanneer u de wasautomaat opnieuwwil gebruiken, of de omgevingstemperatuur hogerdan 0°C is.Het toevoerfilter Wanneer u merkt dat de machine langer over hetwateropnemen gaat doen, verdient het aanbevelingom het toevoerfilter te controleren op verstopping.Daartoe draait u eerst de kraan dicht en vervolgensdraait u de slangwartel van de kraan af.Trekt u het filter uit z’n behuizing.Reinig het met een borsteltje en plaats het weer terug.Draai de wartel weer stevig op de kraan.ONDERHOUDC0023P0038P0041C0027
19NEDERLANDSHet afvoerfilterHet afvoerfilter is bedoeld voor het opvangen vangrove pluis en rafels. Raakt het filter verstopt, dan zalonherroepelijk programmastoring optreden.Controleer regelmatig of het filter schoon is.Open het klepje.Plaats een schaaltje onder het filter en schroef hetfilter linksom los.Trek het filter uit het filterhuis.Reinig het filter onder de stromende kraan.P0011P0132P0133P0040
20EENVOUDIGE STORINGENHet centrifugeren begint traag■Het elektronische stabilisatie-controlesysteem is inwerking getreden. Het wasgoed wordt, doordat dedraairichting van de trommel gewijzigd wordt,losgemaakt, beter verdeeld en er wordt opnieuwmet centrifugeren begonnen. Dit kan herhaaldelijkhet geval zijn, totdat de onbalans opgeheven is enhet centrifugeren definitief afgewerkt kan worden. Indien het wasgoed na 10 minuten niet losgemaaktis, wordt het niet gecentrifugeerd. In dit geval moetu zelf het wasgoed beter in de trommel verdelenen opnieuw het centrifugeerprogramma kiezen. De machine dreunt of is ergluidruchtig:■Zijn alle transportbeveiligingen verwijderd. ■Leunt de machine ergens tegenaan. ■Staan alle stelvoeten stevig op de vloer en zijn decontramoeren goed tegen de machinebodemgedraaid. ■Wasgoed niet goed verdeeld in de trommel.
De deur kan niet geopend worden■Is de machine in bedrijf. ■Is de deur nog vergrendeld. Kunt u de storing niet zelf opsporen of verhelpen,raadpleegt u dan de servicedienst. Noteer, voor u gaat telefoneren, even merk,modelnummer en aankoopdatum van uw machine; deservicedienst zal u er om vragen. De machine start niet■Kijk of u de vuldeur goed gesloten hebt. ■Kijk of de betreffende groepzekering heel is. ■Kijk of u de programmaknop juist ingesteld en deAAN/UIT-toets ingedrukt hebt. De machine neemt geen water op:■Staat de waterkraan open. ■Geeft de kraan water. Probeert u dat even uit. ■Toevoerslang bekneld of geknikt geraakt. ■Toevoerfiltertje verstopt. ■Vuldeur goed gesloten. De machine neemt wel water op,maar dat stroomt er door de afvoerweer uit:■Het uitstroomeind van de afvoerslang bevindt zichop een te laag punt, ten opzichte van de vloerwaarop de machine staat.
■Wasmiddel is ongeschikt omdat het teveel schuimt. Teveel schuim veroorzaakt lekkage. ■Een van de toevoerslangwartels lekt. U zietnauwelijks dat er water langs de slang loopt; voeltu dus even of de slang nat is. ■Is de wasmiddelhouder schoon. Het wasresultaat is niet alsgewoonlijk■Misschien hebt u te weinig of te veel wasmiddelgedoseerd. Onderdosering leidt tot vergrauwing van hetwasgoed en tot kalkaanslag in het toestel. Nauwkeuriger doseren. ■Hebt u bijzondere vlekken voorbehandeld. ■Hebt u het juiste programma en de juistetemperatuur gekozen. ■Is de machine overladen. Mod. Prod. No. Ser. No. P0042Typeplaatje.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Castor CWM 1200 I stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine Castor
Handleiding Wasmachine
Nieuwste handleidingen voor Wasmachine