Castelgarden XE 966 HD Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Castelgarden XE 966 HD (255 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 69 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Castelgarden XE 966 HD of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Castelgarden |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | XE 966 HD |
Handleiding Castelgarden XE 966 HD – volledige tekst
[1] MK - ТЕХНИЧКИ ПОДАТОЦИ[2] Гориво[3] Моторно масло[4] Капацитет на резервоарот за масло[5] Свеќичка[6] Растојание помеѓу електродите[7a] CO₂[7b] Ова мерење на CO₂ е резултат на тестирање преку фиксен циклусен тест во лабораториски услови на (матичен) мотор кој е претставен на типот на моторот (фамилијата на моторот) и не треба да имплицира ниту да изразува каква било гаранција за изведбата на одреден мотор. [1] NL - TECHNISCHE GEGE-VENS[2] Brandstof[3] Motorolie[4] Inhoud van de carter[5] Bougie[6] Afstand tussen de elek-troden[7a] CO₂[7b] Deze meetresultaten voor CO₂ betreen metingen vol-gens een vaste testcyclus onder laboratoriumomstan-digheden, gedaan op een (basis)motor die represen-tatief is voor het betrokken motortype (de betrokken motorfamilie); zij impliceren of vormen geen enkele ga-rantie voor de prestaties van een bepaalde motor.
11. ALGEMENE INFORMATIE 1. 1 HOE MOET U DE HANDLEIDING LEZENIn de tekst van de handleiding worden enkele hoofdstukken, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de werking, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben: OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de motor beschadigd of dat er schade veroorzaakt wordt. Het symbool wijst op een gevaar. Het niet naleven van de waarschuwing leidt tot mogelijke letsels voor uzelf of derden en/of tot schade. 1. 2 REFERENTIES 1. 2. 1 AfbeeldingenDe afbeeldingen in deze gebruiksinstructieszijn genummerd: 1, 2, 3, enzovoort. De componenten aangegeven in de afbeeldingen zijn gemarkeerd met de letters A, B, C, enzovoort.
Een referentie naar het component C in afbeelding 2 wordt aangegeven met het opschrift: “Zieafb. 2. C” of gewoon “(Afb. 2. C)”. De afbeeldingen zijn indicatief. De eectieve onderdelen kunnen afwijken ten opzichte van de afgebeelde onderdelen. 1. 2. 2 TitelsDe handleiding is in hoofdstukken en paragrafen onderverdeeld. Detitel van de paragraaf “2. 1 Voorbereiding” iseen subtitel van “2. Veiligheidsnormen”. Dereferenties naar titels of paragrafen zijn aangegevenmet de afkorting hfdst. of par. en hetbetreende nummer. Voorbeeld: “hfdst. 2” of “par. 2. 1”. AANDACHT. : LEES DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN. Bewaar de handleiding om die later opnieuw te kunnen raadplegen. NLINHOUDSOPGAVE1. ALGEMENE INFORMATIE. 12. VEILIGHEIDSNORMEN. 23. DE MACHINE KENNEN. 3 3. 1 Beschrijving van de machine en beoogd gebruik. 3 3. 2 Veiligheidssignaleringen. 4 3.
2 De motor (koud) opstarten. 6 5. 3 De motor (warm) starten. 6 5. 4 De motor tijdens het werken gebruiken. 6 5. 5 De motor tijdens het werken stoppen. 6 5. 6 De motor op het einde van de werkzaamheden stoppen. 6 5. 7 Reiniging en opslag. 6 5. 8 Langdurige inactiviteit. 66. ONDERHOUD. 7 6. 1 Algemeen. 7 6. 2 Tabel met onderhoudswerkzaamheden 7 6. 3 De olie verversen. 7 6. 4 Reiniging van de geluiddemper en van de motor. 8 6. 5 Onderhoud van de luchtlter. 8 6. 6 Controle en onderhoud van de bougie. 87. IDENTIFICATIE VAN PROBLEMEN. 9.
22. VEILIGHEIDSNORMEN 2. 1 VOORBEREIDING Lees deze instructies aandachtigvooraleer de machine te gebruiken. Zorg dat u vertrouwd bent met de commando's enmet een geschikt gebruik van de machineLeer de motor snel af te zetten. Het niet naleven van de waarschuwingen en van deinstructies kan brand veroorzaken en/of ernstigeletsels. Bewaar alle waarschuwingen ende instructies om ze later te kunnen raadplegen. • Laat de machine nooit gebruiken door kinderen of personen die niet de nodige vertrouwdheid met de instructies hebben. De plaatselijke wetten kunnen een minimale leeftijd voor de gebruiker bepalen. • De machine nooit gebruiken indien de gebruiker moe is of zich onwel voelt, of als die medicijnen, verdovende middelen, alcohol of stoen heeft ingenomen die schadelijk zijn voor zijn reectievermogen en aandacht.
• Denk eraan dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die anderen of hun eigendommen kunnen betreen. 2. 2 HANDELINGEN VOORAFPersoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)• De machine niet gebruiken als u geen geschikte kledij draagt. • Draag geen wijde of gescheurde kledij, sieraden of andere voorwerpen die kunnen blijven haperen; lang haar moet opgebonden worden. Blijf op een veilige afstand tijdens het opstarten. • Draag gehoorbescherming tegen het lawaai. Werkzone / Machine• Vooraleer de motor te starten, moet u controleren of alle commando's zijn uitgeschakeld die bewegende onderdelen van de machine aansturen. Explosiemotoren: brandstof• Waarschuwing: de brandstof is licht ontvlambaar. Voorzichtig hanteren. – Bewaar de brandstof altijd in geschikte recipiënten.
– Voer het tanken of bijvullen uit met behulp van een trechter; doe dit altijd in openlucht en rook niet tijdens het bijtanken. – Voer het bijvullen uit vooraleer de motor aan te zetten. De dop van de tank niet openen en niet bijvullen wanneer de motor aan staat of als die nog warm is.
– Indien er brandstof overloopt, mag u de motor niet starten. Verwijder de machine uit de zone waar er brandstof is gemorst en neem alle sporen van gemorste brandstof op de machine of op de grond onmiddellijk weg. – Schroef de dop van de tank van de recipiënten met brandstof goed aan. – Vermijd dat brandstof met kledij in contact komt. Als dit toch gebeurt, moet u eerst andere kledij aantrekken vooraleer de motor te starten. 2. 3 TIJDENS HET GEBRUIKWerkzone• De machine niet gebruiken in omgevingen met ontplongsgevaar, waar ontvlambare vloeistoen, gassen of stof aanwezig is. Elektrische contacten of mechanische wrijvingen kunnen vonken doen ontstaan, die stof of dampen kunnen doen ontbranden. • Start de motor niet in gesloten ruimten waar zich gevaarlijke koolstofmonoxide kan concentreren. Het opstarten moet in openlucht of op een goed verluchte plaats plaatsvinden.
Denk er altijd aan dat uitlaatgassen giftig zijn. • Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werkzone. Kinderen moeten door een andere volwassene in het oog worden gehouden. Gedragsregels• Vooraleer reparaties, reinigingen, inspecties en afstellingen uit te voeren, moet u de motor uitzetten en de kabel ban de bougie losmaken (tenzij in de instructies expliciet andere aanwijzingen worden gegeven). • De delen van de motor niet aanraken, omdat die tijdens het gebruik erg heet worden. Gevaar voor brandwonden. Gebruiksbeperkingen• De machine niet gebruiken als de beschermingen onvoldoende zijn of als de veiligheidsvoorzieningen niet correct geplaatst zijn. • De aanwezige veiligheidssystemen niet uitschakelen of ermee knoeien. • De afstellingen van de motor niet wijzigen, en de motor niet op een te hoog toerental brengen.
3• Geen startvloeistoen of andere, analoge producten gebruiken. • Laat de machine niet zijwaarts overhellen zodat er brandstof uit de dop van de tank van de motor loopt. • Laat de motor niet zonder bougie draaien. 2. 4 ONDERHOUD, OPSLAG EN TRANSPORTEen goed onderhoud uitvoeren en de machine correct opslaan komtde veiligheid van de machine ten goede. Defecte of versleten onderdelen moeten worden vervangen en mogen nooit gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van niet-originele en/of niet correct gemonteerde reserveonderdelen brengt de veiligheid van de machine in gevaar. Dit kan ongevallen en lichamelijke letsels veroorzaken en ontheft de constructeur van elke verplichting of verantwoordelijkheid. Onderhoud• Indien de tank moet worden leeggemaakt, moet u dit in openlucht doen wanneer de motor is afgekoeld.
• Om brandgevaar te beperken, moet u regelmatig controleren of er geen olie en/of brandstof lekt. Opslag• Laat geen brandstof in de tank als de machine in een gebouw wordt opgeslagen waar de dampen van de brandstof met vrije vlammen, vonken of warmtebronnen in contact kunnen komen. • Laat de machine eerst afkoelen vooraleer u die in een gesloten ruimte opbergt. Transport• Vervoer de machine met lege tank. 2. 5 MILIEUBESCHERMINGDe milieubescherming moet een belangrijk, prioritair aspect zijn tijdens het gebruik van de machine, ten voordele van de sociale samenleving en van het milieu waarin we leven. • Vermijd om een storend element te zijn ten overstaan van de buren. • Volg strikt de plaatselijke voorschriften voor het verwijderen van verpakkingen, olie, brandstof, lters, versleten onderdelen of elementen die een sterke invloed op het milieu hebben.
Deze afvalstoen mogen niet zomaar worden weggegooid, maar moeten gescheiden worden en naar de voorziene inzamelcentra worden gebracht, die zullen instaan voor de recyclage van deze materialen.
• Wanneer de machine buiten dienst wordt gesteld, mag u die niet in het milieu achterlaten. Wendt u tot een inzamelcentra, volgens de geldende plaatselijke normen. 2. 6 EMISSIESHet verbrandingsproces genereert giftige stoen zoals koolmonoxide, stikstofoxiden en koolwaterstoen. De controle over deze stoen is belangrijk omdat ze kunnen reageren op fotochemische smog en dus op de directe blootstelling aan het zonlicht. Koolmonoxide reageert niet op dezelfde wijze op blootstelling aan het zonlicht, maar moet desondanks als giftig worden beschouwd. Onze machines zijn uitgerust met emissiebeperkingssystemen voor bovengenoemde stoen. 3. DE MACHINE KENNEN 3. 1 BESCHRIJVING VAN DE MACHINE EN BEOOGD GEBRUIKDeze machine is een explosiemotor.
De motor is een toestel waarvan de prestaties, normale werking en levensduur door vele factoren worden bepaald; sommige factoren zijn externe factoren, andere zijn strikt verbonden met de kwaliteit van de gebruikte producten en met de regelmaat van het onderhoud. Hierna wordt bijkomende informatie verstrekt, aan de hand waarvan een bewuster gebruik van uw machine kan worden gemaakt. Ieder ander gebruik dat afwijkt van bovenstaande toepassingen, kan gevaarlijk zijn en schade voor personen en/of voorwerpen veroorzaken. BELANGRIJK Wanneer de machine oneigenlijk wordt gebruikt, vervalt de garantie en wijst de constructeur alle verantwoordelijkheid af; alle onkosten voor eigen schade of letsels of aan derden worden bijgevolg op de gebruiker verhaald. 3. 1. 1 Type gebruikerDeze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, dit betekent door niet-professionele bedieners.
4 3. 2 VEILIGHEIDSSIGNALERINGENOp de machine staan verschillende symbolen. Deze dienen om de bediener te herinneren aan de gedragsregels die gevolgd moeten worden, om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen:AANDACHT. De uitlaatpot kan zeer heet zijn. Niet aanraken. AANDACHT. Olie bijvullen tot aan het «MAX»-niveau. Niet meer dan het «MAX»-niveau bijvullen. 3. 3 IDENTIFICATIE-ETIKETSchrijf het serienummer (S/n) van uw machine op in de voorziene ruimte van het etiket dat u op de achterkant van de omslag vindt. 3. 4 ONDERDELEN VAN DE MOTORDe machine bestaat uit de volgende belangrijkste onderdelen (afb. 1 ). A. Olievuldop met peilstokB. CarburatorC. Afdekking van de luchtlterD. BougiekapjeE. Serienummer van de motor 3.
5 OMGEVINGSCONDITIESDe werking van een viertakt verbrandingsmotor wordt beïnvloed door:a) Temperatuur: – Als bij lage temperatuur gewerkt wordt, kunnen er zich moeilijkheden bij een koude start voordoen. – Als bij erg hoge temperatuur gewerkt, wordt kunnen er zich moeilijkheden bij een warme start voordoen veroorzaakt door de verdamping van de brandstof in het bakje van de carburator of in de pomp. – In ieder geval moet het soort olie aangepast worden aan de gebruikstemperatuur. b) Hoogte: – Het maximale vermogen van een verbrandingsmotor neemt progressief af naarmate de hoogte boven de zeespiegel groter wordt. – Wanneer de hoogte aanzienlijk toeneemt, moet u daarom de belasting op de machine verminderen en bijzonder zware werkzaamheden vermijden. 3. 6 BRANDSTOFDe goede kwaliteit van de brandstof is onontbeer-lijk voor de correcte werking van de motor.
De brandstof moet aan de volgende vereisten voldoen:a) Gebruik reine, verse brandstof zonder lood, met minimum 90 octaan;b) Gebruik geen brandstof met een ethanolge- halte vameer dan 10%;c) Voeg geen olie bij;d) Gebruik een stabilisator om het carburatiesys-teem te beschermen tegen de vorming van harsafzettingen.
Het gebruik van niet toegestane brandstof leidt tot beschadiging van de onderdelen van de motor en tot verval van de garantie. OPMERKING Gebruik uitsluitend de brandstof die in de tabel met technische gegevens is aangegeven. Gebruik geen andere soorten brandstof. U mag wel ecologische brandstoen gebruiken, zoals alkylaatbenzine. De samenstelling van deze benzine heeft minder invloed op mensen en het milieu. Er zijn geen negatieve eecten gesignaleerd die met het gebruik hiervan in verband kan worden gebracht. In de handel bestaan er echter soorten alkylaatbenzine, waardoor wij geen nauwkeurige aanwijzingen kunnen verstrekken wat betreft het gebruik ervan. 3. 7 OLIEGebruik altijd olie van goede kwaliteit, en kies de gradatie in functies van de gebruikstemperatuur. • Gebruik alleen detergentolie met een kwaliteit van minstens SF-SG.
• Kies de SAE-viscositeitsgraad op basis van de tabel met technische gegevens. • Het gebruik van multigraad olie kan een groter verbruik in de warme periodes met zich meebrengen, het oliepeil moet dan vaker gecontroleerd worden. • Meng geen oliesoorten van verschillende merken of met verschillende kenmerken. • Het gebruik van SAE 30 olie bij temperaturen onder +5°C kan schade aan de motor aanrichten doordat de smering niet voldoende is. 3. 8 LUCHTFILTERDe eciëntie van de luchtlter is bepalend om te vermijden dat er zich restjes en stofdeeltjes.
5door de motor worden aangezogen, waardoor de prestaties en de levensduur afnemen. • Zorg ervoor dat het lterelement vrij van restjes blijft en altijd perfect eciënt is (par. 6. 5). • Indien nodig moet u het lterelement vervangen door een origineel reserveonderdeel. Niet-compatibele lterelementen kunnen de eciëntie en de levensduur van de motor aantasten. • Start de motor nooit wanneer het lterelement niet correct gemonteerd is. 3. 9 BOUGIEDe bougies voor verbrandingsmotoren zijn niet allemaal gelijk. • Gebruik alleen bougies van het aangegeven type, voorzien van de juiste thermische gradatie. • Let op de lengte van het draadje; een te lang draadje kan de motor onherstelbaar beschadigen. • Controleer de reinheid en de correcte afstand tussen de elektroden (par. 6. 6). 4. COMMANDO'S 4. 1 VERSNELLINGSCOMMANDORegelt het toerental van de motor.
Het commando van de versnelling (normaal met hendel), gemonteerd op de machine, is via een kabel met de motor verbonden. Raadpleeg de handleiding van de machine om de hendel van de versnelling en de betreende standen te identiceren, die gewoonlijk met symbolen zijn aangegeven. Deze komen overeen met:• FAST= komt met het maximale toerental overeen; te gebruiken tijdens de werking. • SLOW = komt met het minimale toerental overeen. • CHOKE = te gebruiken om koud op te starten (waar voorzien). 5. GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN 5. 1 VÓÓR IEDER GEBRUIKHet beste is om telkens een aantal controles te verrichten voordat de motor wordt gebruikt, om een goede werking te garanderen. 5. 1. 1 Controle van het oliepeil1. Zet de machine horizontaal. 2. Reinig de zone rond de vuldop. 3. Schroef de dop (afb. 2. A) los, reinig het uiteinde van de peilstok (afb. 2.
Neem de dop met de peilstok opnieuw weg en controleer of het oliepeil tussen de twee streepjes «MIN» en «MAX» staat. 5. Indien nodig bijvullen met olie van dezelfde soort tot aan het «MAX»-niveau, let erop dat u geen olie naast de vuldop morst. 6. Schroef de dop (afb. 2. A) weer volledig vast en verwijder elk spoor van eventueel gemorste olie. OPMERKING Vul geleidelijk bij door kleine hoeveelheden olie toe te voegen en controleer telkens het bereikte niveau. Niet bijvullen tot over het «MAX»-niveau. Een te hoog peil kan volgende problemen veroorzaken:• rook bij de uitlaat;• verzuipen van de bougie of van de luchtlter, waardoor de motor moeilijk start. OPMERKING Houdt u aan de aanwijzingen in de tabel met technische gegevens voor de te gebruiken soort olie. 5. 1.
2 Controle van de luchtlterDe eciëntie van de luchtlter is een noodzakelijke conditie voor de correcte werking van de motor; u mag de motor niet starten als het lterelement ontbreekt of stuk is. 1. Reinig de zone rond de afdekking (afb. 3. A) van de lter. 2. Verwijder de afdekking (afb. 3. A) door de voorziene knop (afb. 3. B) los te schroeven. 3. Controleer de staat van het lterelement (afb. 3. C), dat intact, rein en in perfect werkende staat moet zijn. Als dit niet het geval is, moet u onderhoud of een vervanging uitvoeren (par. 6. 5). 4. Monteer de afdekking (afb. 3. A) opnieuw. 5. 1. 3 Brandstof bijvullenDe handelingen om brandstof bij te vullen staan beschreven in de handleiding van de machine en worden hier enkel vermeld. Om brandstof bij te vullen:.
61. Schroef de sluitdop van de tank los en verwijder de dop. 2. Plaats de trechter in de opening. 3. Vul met brandstof en neem daarna de trechter weg. 4. Op het einde van het bijvullen moet u de dop van de brandstof goed aanschroeven en eventuele gemorste vloeistof wegnemen. BELANGRIJK Vermijd om brandstof te gieten op de plastic onderdelen van de motor of van de machine om schade aan deze delen te vermijden; reinig onmiddellijk alle sporen van eventueel gemorste brandstof. De garantie dekt geen schade aan plastic onderdelen veroorzaakt door brandstof. 5. 1. 4 BougiekapjeSluit het kapje (afb. 4. A) van de kabel stevig aan op de bougie (afb. 4. B), zorg ervoor dat er vanbinnen in het kapje en op de aansluitklem van de bougie geen sporen van vuil zijn. 5.
4 DE MOTOR TIJDENS HET WERKEN GEBRUIKENOm het rendement en de prestaties van de motor te optimaliseren, is het noodzakelijk dat die op maximaal toerental wordt gebruikt; hiertoe stelt u de hendel van de versnelling in de stand «FAST». BELANGRIJK Niet werken op hellingen van meer dan 20°, om de correcte werking van de motor niet te beïnvloeden. 5. 5 DE MOTOR TIJDENS HET WERKEN STOPPEN1. Zet de versnelling in de stand «SLOW». 2.
Laat de motor gedurende minstens 15-20 seconden op minimum draaien. 3. Zet de motor af volgens de aanwijzingen in de handleiding van de machine. 5. 6 DE MOTOR OP HET EINDE VAN DE WERKZAAMHEDEN STOPPEN1. Zet de versnelling in de stand «SLOW». 2. Laat de motor gedurende minstens 15-20 seconden op minimum draaien. 3. Zet de motor af volgens de aanwijzingen in de handleiding van de machine. 4. Wanneer de motor is afgekoeld, ontkoppelt u het kapje (afb. 4. A) van de bougie en neemt u de contactsleutel (indien voorzien) weg. 5. Verwijder resten van de motor en in het bijzonder van de zone van de uitlaatdemper, om brandgevaar te vermijden. 5. 7 REINIGING EN OPSLAG• Gebruik geen waterstralen of hogedrukreinigers om de buitenkant van de motor schoon te maken. • Gebruik bij voorkeur een persluchtpistool (max. 6 bar) maar vermijd dat er resten en stof binnendringen.
• Stal de machine (met de motor) op een droge, voldoende geventileerde plaats beschermd tegen weersomstandigheden. 5. 8 LANGDURIGE INACTIVITEITIndien u voorziet dat de motor langer dan 30 dagen niet gebruikt zal worden (bijvoorbeeld op het einde van het seizoen), moet u enkele voorzorgen nemen zodat de motor daarna zonder problemen opnieuw in dienst kan worden gesteld. • Maak de brandstoftank leeg om te vermijden dat er zich bezinksel vormt. Hiertoe schroeft u de dop (afb. 5. A) van de beker van de carburator los en vangt i alle brandstof in een geschikt recipiënt op. Daarna moet u eraan denken om de dop (afb. 5. A) opnieuw aan te schroeven en stevig vast te zetten. • Verwijder de bougie en giet circa 3 cl zuivere motorolie in het gat van de bougie; terwijl u het gat met een vod dichthoudt, laat u de startmotor kort starten zodat de motor enkele toeren draait en de olie over het interne.
7oppervlak van de cilinder wordt verdeeld. Monteer ten slotte de bougie opnieuw, zonder het kapje van de kabel te monteren. 6. ONDERHOUD Elke poging om aan het emissiebeperkingssysteem te knoeien kan het emissieniveau tot boven de wettelijke limiet verhogen. Hieronder wordt verstaan het verwijderen of wijzigen van onderdelen zoals het inlaatsysteem, het brandstofsysteem en het uitlaatsysteem. 6. 1 ALGEMEEN De veiligheidsnormen die u tijdens de onderhoudswerkzaamheden moet volgen, staan beschreven in par. 2. 4. Alle controles en onderhoudsinterventies moeten uitgevoerd worden terwijl de machine stilligt en de motor uit staat. Ontkoppel de bougie en lees de betreende instructies vooraleer een interventie voor reiniging of onderhoud aan te vatten. Trek geschikte kledij, handschoenen en een veiligheidsbril aan vooraleer onderhoudsinterventies uit te voeren.
• De frequenties en de aard van de interventies zijn samengevat in de “Tabel met onderhoudswerkzaamheden”. • Het gebruik van niet-originele reserveonderdelen en accessoires kan negatieve gevolgen hebben voor de werking en de veiligheid van de machine. De constructeur wijst alle verantwoordelijkheid af in geval van schade of letsels veroorzaakt door deze producten. • De oorspronkelijke reserveonderdelen worden geleverd door bevoegde assistentiecentra en door erkende verkopers. BELANGRIJK Alle handelingen voor onderhoud en afstelling die niet in deze handleiding staan beschreven, moeten door uw verkoper of door een gespecialiseerd centrum worden uitgevoerd. 6. 2 TABEL MET ONDERHOUDSWERKZAAMHEDENBELANGRIJK Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de machine om de onderhoudswerkzaamheden uit te voeren die in de onderstaande tabel staan beschreven.
BELANGRIJK Maak hem vaker schoon bij gebruik onder zware omstandigheden of wanneer de lucht sterk verontreinigd is. OPMERKING Bij gebruik van de machine op zeer stoge ondergronden moeten de lters vaker worden schoongemaakt / vervangen.
HandelingNa de eerste 5 werkurenIedere 5 werkurenof na ieder gebruikIedere 50 werkuren of op het einde van het seizoenIedere 100 werkurenControle van het oliepeil (par. 5. 1. 1)- √ - -Olie verversen1 (par. 6. 3) √ - √ -Reiniging van de geluiddemper en van de motor (par. 7)- √ - -Controle en reiniging van de luchtlter2 (par. 8)- √ - -Vervanging van de luchtlter (par. 8)- - √ -Controle van de bougie (par. 9)- - √ -Bougie vervangen (par. 9) - - - √Controle van de brandstolter3- - - √1 Vervang de olie iedere 25 uur als de motor volledig belast of bij hoge temperaturen werkt. 2 Maak de luchtlter vaker schoon als de machine in stoge zones werkt. 3 Laten uitvoeren door een gespecialiseerd centrum. 6. 3 DE OLIE VERVERSENHoudt u aan de aanwijzingen in de tabel met technische gegevens voor de te gebruiken soort olie.
8Mits anders aangegeven in de handleiding van de machine, gaat u volgt te werk om de olie te verversen:1. Zet de machine horizontaal. 2. Reinig de zone rond de vuldop en schroef de dop met de peilstik los (afb. 6. A). 3. Steek de spuitmond van de voorziene spuit (afb. 6. B) volledig in de tank van de olie en zuig alle inhoud op. 4. Vul met verse olie (par. 5. 1. 1). 6. 4 REINIGING VAN DE GELUIDDEMPER EN VAN DE MOTORDe geluiddemper moet schoongemaakt worden terwijl de motor koud is. • Verwijder alle resten en vuil waardoor brand kan ontstaan met een straal perslucht van de geluiddemper en van zijn beveiliging. • Zorg ervoor dat de luchtinlaten voor de koeling niet verstopt zijn (afb. 7. A). • Wrijf met een spons (afb. 7. B) gedrenkt in water en schoonmaakproduct over de plastic onderdelen. 6. 5 ONDERHOUD VAN DE LUCHTFILTER1. Reinig de zone rond de afdekking (afb. 8. A) van de lter. 2.
Neem de afdekking weg (afb. 8. A) door de schroef erboven los te draaien. 3. Verwijder het lterelement (afb. 8. B + 8. C). 4. Verwijder de voorlter (afb. 8. C) uit het patroon (afb. 8. B). 5. Klop het patroon (afb. 8. B) tegen een hard oppervlak en blaas perslucht vanuit de binnenkant om stof en resten te verwijderen. 6. Spoel de sponzen voorlter (afb. 8. C) met water en schoonmaakproduct en laat in open lucht drogen. BELANGRIJK Gebruik geen water, benzine, reinigingsproducten of andere producten om het patroon te reinigen. BELANGRIJK De sponzen voorlter (afb. 8. C) mag NIET geolied worden. 1. Verwijder stof en resten aan de binnenkant van de zitting van de lter (afb. 8. D), zorg ervoor om de aanzuigleiding met een vod af te dichten (afb. 8. E) om te vermijden dat die in de motor binnendringen. 2. Verwijder de vod (afb. 8. E) , plaats het lterelement (afb. 8. C + 8.
Reinig de elektroden (afb. 9. C) met een metalen borstel om eventuele koolstofaanslag weg te nemen. 3. Controleer de correcte afstand tussen de elektroden (0,6 - 0,8 mm) met een diktemeter (afb. 9. D). 4. Monteer de bougie (afb. 9. A) opnieuw en zet stevig vast met een stiftsleutel (afb. 9. B). Vervang de bougie als de elektroden verbrand zijn of als de keramiek kapot of gebarsten is. Brandgevaar. De startinstallatie niet controleren als de bougie niet in zijn zitting aangeschroefd is. BELANGRIJK Gebruik uitsluitend bougies van het aangegeven type (zie Tabel met technische gegevens).
97. IDENTIFICATIE VAN PROBLEMENPROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING1. StartmoeilijkhedenGeen brandstof Controleren en bijvullen (hfdst. 5.1.3)Oude brandstof en bezinksel in de tankMaak de tank leeg en giet verse brandstof erinOnjuiste startprocedureVoer het opstarten correct uit (par. 5.2 en par. 5.3)Bougie losgekoppeldControleer of het kapje goed op de bougie is vastgezet (par. 5.1.4)Bougie nat of elektroden van de bougie vuil of op onjuiste afstandControleren (par. 6.6)Verstopte luchtlter Controleren en reinigen (par. 6.5)Olie niet geschikt voor het seizoen Vervang door geschikte olie (par. 6.3)Verdamping van de brandstof in de carburator (vapor lock)wegens te hoge temperaturenWacht enkele minuten en probeer daarna om opnieuw te starten (par. 5.3)VerbrandingsproblemenNeem contact op met een erkend servicecentrumOntstekingsproblemenNeem contact op met een erkend servicecentrum2.
Onregelmatige werkingElektrodes van de bougie vuil of niet op de juiste afstandControleren (par. 6.6)Kapje van de bougie niet goed aangebrachtControleer of het kapje stabiel is aangebracht (par. 5.1.4)Verstopte luchtlter Controleren en reinigen (par. 6.5)Commando van de versnelling in de stand «CHOKE» (indien aanwezig)Zet het commando in de stand «FAST»VerbrandingsproblemenNeem contact op met een erkend servicecentrumOntstekingsproblemenNeem contact op met een erkend servicecentrum3. Vermogenverlies tijdens het werkenVerstopte luchtlter Controleren en reinigen (par. 6.5)VerbrandingsproblemenNeem contact op met een erkend servicecentrumIndien de problemen niet verdwijnen na het toepassen van de beschreven oplossingen, moet u met uw verkoper contact opnemen.
LT • Šio naudotojo vadovo turinys ir paveikslėliai skirti tik „ST. S. p. A. “ ir yra saugomi autorių teisėmis – dokumentą atgaminti ar modikuoti, visiškai arba iš dalies, yra draudžiama. LV • Šīs lietotāja rokasgrāmatas saturs un attēli ir veidoti tikai ST. S. p. A. un ir aizsargāti ar autortiesībām. Jebkāda dokumenta vai tā daļas prettiesiska kopēšana vai pārveide ir stingri aizliegta. MK • Содржината и сликите во Упатството за корисникот се подготвени исклучиво за ST. S. p. A. и се заштитени со авторски права – забрането е секое делумно или целосно неовластено репродуцирање или измена на документот. NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikshandleiding werden gerealiseerd voor rekening van ST. S. p. A. en zijn beschermd door het auteursrecht – Elke niet-geautoriseerde reproductie of wijziging, ook gedeeltelijke, van het document is verboden.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Castelgarden XE 966 HD stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Castelgarden
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier