Castelgarden XDC 180 HD Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Castelgarden XDC 180 HD (196 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 25 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Castelgarden XDC 180 HD of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/196
10/2022
MP 84 Series
MP 98 Series
SD 98 Series
SD 108 Series
IT
Tosaerba con conducente a bordo seduto
GUIDA RAPIDA PER L’USO
ATTENZIONE: prima di usare la macchina, leggere attentamente il presente libretto.
CS
Sekačka se sedící obsluhou
RYCHLÝ NÁVOD K POUŽITÍ
UPOZORNĚNÍ: před použitím stroje si pozorně přečtěte tento návod k použití.
DA
Havetraktor
HURTIG GUIDE TIL BRUG
ADVARSEL: læs instruktionsbogen omhyggeligt igennem, før du tager denne maskine i brug.
DE
Aufsitzmäher (Rasenmäher mit sitzendem Bediener)
KURZANLEITUNG ZUM GEBRAUCH
ACHTUNG: vor inbetriebnahme des Geräts die Gebrauchsanleitung aufmerksam lesen.
EN
Ride-on lawnmower with seated operator
QUICK GUIDE FOR USE
WARNING: read thoroughly the instruction booklet before using the machine.
ES
Cortadora de pasto con conductor sentado
GUÍA RÁPIDA DE USO
ATENCIÓN: antes de utilizar la máquina, leer atentamente el presente manual.
FI
Päältäajettava ruohonleikkuri
PIKAOPAS KÄYTTÖÖN
VAROITUS: lue käyttöopas huolellisesti ennen koneen käyttöä.
FR
Tondeuse à gazon à conducteur assis
GUIDE RAPIDE D’UTILISATION
ATTENTION: lire attentivement le manuel avant d’utiliser cette machine.
NL
Grasmaaier met zittende bediener
SNELLE GIDS VOOR GEBRUIK
LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.
NO
Sittegressklipper
HURTIGGUIDE FOR BRUK
ADVARSEL: les denne bruksanvisningen nøye før du bruker maskinen.
PL
Kosiarka z operatorem jadącym, w pozycji siedzącej na maszynie
INSTRUKCJE OBSŁUGI
OSTRZEŻENIE: przed użyciem maszyny, należy uważnie przeczytać niniejszą instrukcję.
PT
Corta-relvas para operador sentado
SZYBKI PRZEWODNIK UŻYTKOWANIA
ATENÇÃO: antes de usar a máquina, leia atentamente o presente manual.
RU
Ездовая косилка с сиденьем
КРАТКОЕ РУКОВОДСТВО ПО ИСПОЛЬЗОВАНИЮ
ВНИМАНИЕ: прежде чем пользоваться оборудованием, внимательно прочтите зто
руководство по зксплуатации.
SK
Kosačka so sediacou obsluhou
RÝCHLY NÁVOD NA POUŽITIE
UPOZORNENIE: pred použitím stroja si pozorne prečítajte tento návod.
SV
Åkgräsklippare och främre klippning
SNABBGUIDE FÖR ANVÄNDNING
VARNING: läs igenom hela detta häfte innan du använder maskinen.
171506066/10V

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Castelgarden
Categorie: Grasmaaier
Model: XDC 180 HD

Handleiding Castelgarden XDC 180 HD – volledige tekst

NL - 1De gebruikershandleidingen zijn beschikbaar:▷ op de website stiga. com▷ door de QR code te scannenDownload full manualstiga. comNEDERLANDS - Vertaling van de Originele InstructiesLET OP: VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor toekomstige behoeften. OPMERKING Dit document is bedoeld als een eenvoudige handlei-ding, op papier, voor het gebruik en het onderhoud van de machine in veilige omstandigheden. Download voor meer gedetailleerde informatie de volledige handleidin-gen in digitaal formaat. 1. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN1. 1. TRAININGZorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken.

Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico’s, die het terrein waarop hij moet werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treen met het oog op zijn eigen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen. • Indien men de machine aan derden wil geven of lenen, moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de gebruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt. 1. 2.

VOORAFGAANDE HANDELINGENPersoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)• Draag geschikte kledij, stevige werkschoenen met antislipzolen en een lange broek. Schakel de machine niet wanneer u geen schoenen draagt of met open sandalen. Draag gehoorbeschermingen. • Draag werkhandschoenen voor alle handelingen die gevaarlijk kunnen zijn voor de handen. • Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden, kledij met losse delen, of met bandjes of dassen of andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepen kunnen worden door de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats. • Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden. Werkzone / Machine• Controleer grondig de hele werkzone en verwijder alles wat door de machine weg zou kunnen uitgestoten worden of de maai-inrichting/draaiende organen zou kunnen beschadigen (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz. ).

Explosiemotoren: brandstofDe brandstof is zeer ontvlambaar. • Bewaar de brandstof in speciale houders die daarvoor gehomologeerd zijn, op een veilige plaats, uit de buurt van warmtebronnen of naakte vlammen. • Rook niet tijdens het tanken of het bijvullen van brandstof of elke keer wanneer men met de brandstof werkt. • Gebruik een trechter om brandstof bij te vullen, en doe dit enkel in de open lucht. • Als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien. • Breng geen vlammen nabij de opening van het reservoir om de inhoud ervan te controleren. • Reinig onmiddellijk elk spoor van brandstof dat op de machine of op de grond gelekt is. • Draai de dop altijd weer goed op het brandstofreservoir en op de houder van de brandstof. 1. 3.

TIJDENS HET GEBRUIK• Start de motor niet in gesloten ruimten waar zich gevaarlijke koolstofmonoxide kan concentreren. Het opstarten moet in openlucht of op een goed verluchte plaats plaatsvinden. Denk er altijd aan dat uitlaatgassen giftig zijn.

• Richt, tijdens het opstarten van de machine, de geluidsdemper en dus de uitlaatgassen nooit naar ontvlambare materialen. • Gebruik de machine niet in omgevingen met gevaar op ontplong, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoen, gas of stof. Elektrische contacten of mechanische wrijvingen kunnen vonken doen ontstaan, die stof of dampen kunnen doen ontbranden. • Enkel bij daglicht of met goed kunstmatig licht en bij goede zichtbaarheid reinigen. • Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen moeten onder toezicht van een andere volwassene staan. • Werk niet op nat gras, bij regen of bij risico op onweer, in het bijzonder wanneer er kans op bliksem bestaat.

• Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen gevaren en op de aanwezigheid van eventuele hindernissen die de zichtbaarheid zouden kunnen beperken. • Werk in de dwarse richting van de helling en nooit in de richting van de stijging/daling, let goed op bij de veranderingen van richting, verzeker ervan een goed steunpunt te hebben, en let er goed op dat de wielen niet op hindernissen stoten (stenen, takken, wortels, enz. ) die een zijdelingse verschuiving of verlies van controle over de machine zouden kunnen veroorzaken. • De machine mag niet worden gebruikt op hellingen van meer dan 10°, ongeacht de rijrichting. • Stop de maai-inrichting bij het oversteken van niet-grasachtige oppervlakken.

• Houd altijd de handen en voeten ver van het maaimechanisme, zowel wanneer de motor gestart wordt als tijdens het gebruik van de machine. • Blijf steeds op afstand van de aaatopening.

NL - 2• Gebruik de machine nooit indien de beschermingen beschadigd zijn, ontbreken of niet correct geplaatst zijn (opvangzak, achterste aaatbeveiliging). • De aanwezige veiligheidsinrichtingen/microschakelaars niet uitschakelen, afschakelen, verwijderen of schenden. • Let op in geval van hellende terreinen, waar bijzondere aandacht vereist is om omkantelen of verlies van controle over de machine te vermijden. De voornaamste oorzaken waardoor de macht over het stuur kwijt geraakt kan worden zijn: - Onvoldoende grip van de wielen. - Overdreven snelheid. - Bruuske richtingsveranderingen. - Niet passende remming. - De machine is niet geschikt voor het doel waarvoor ze gebruikt wordt. - Gebrek aan kennis van de gevolgen te wijten aan de toestand van het terrein. - Gebruik van de machine als trekvoertuig. • Let goed op het verkeer, wanneer de machine dicht bij de straat gebruikt wordt.

• Ontkoppel de maai-inrichting leg de motor stil en verwijder de contactsleutel (controleer dat alle bewegende delen volledig stilstaan): - Tijdens het transport van de machine; - Elke keer wanneer men de machine onbewaakt laat; - Alvorens de oorzaken van verstopping te verwijderen of het afvoerkanaal te ontstoppen; - Alvorens de machine te controleren, te reinigen of eraan te werken; - Na het raken van een vreemd voorwerp. Controleer de machine op eventuele schade, en voer de nodige herstellingen uit voordat u deze opnieuw gebruikt; - Als de machine abnormaal begint te trillen: controleer eventuele beschadigingen; controleer of delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast; Voer de controles, vervangingen of herstellingen uit bij een Gespecialiseerd Centrum.

• Houd altijd de handen en voeten ver van het maaimechanisme, zowel wanneer de motor gestart wordt als tijdens het gebruik van de machine. • Let op: het maai-element blijft gedurende enkele seconden na zijn afkoppeling of na uitschakeling van de motor draaien.

• Let goed op de snijgroep met meerdere maai-inrichtingen, aangezien een draaiende maai-inrichting ook de andere zou kunnen doen draaien. • Blijf steeds op afstand van de aaatopening. • De delen van de motor niet aanraken, omdat die tijdens het gebruik erg heet worden. Gevaar voor brandwonden. • Laat de machine niet stilstaand in hoog gras met de motor draaiend, om risico op brand te vermijden. In geval van breuken of incidenten tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen.

Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven. 1. 4. ONDERHOUD, OPSLAG EN TRANSPORTRegelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligheid van de machine en het niveau van de performance. • Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. • Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop letten dat de vingers niet tussen de bewegende maai-inrichting en de vaste delen van de machine geklemd geraken. • Om brandgevaar te beperken, moet u regelmatig controleren of er geen olie en/of brandstof lekt. Het niveau van geluid en trillingen als aangegeven in deze handleiding, zijn maximale waarden voor het gebruik van de machine.

Het gebruik van een niet gebalanceerd maai-element, een overdreven snelheid van de beweging en gebrekkig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen.

Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te treen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzes tijdens het werk. • Zet de machine niet met brandstof in de tank in een ruimte waar de brandstofdampen met vlammen, vonken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen komen. • Laat geen houders met restmateriaal in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen. 1. 5. BESCHERMING VAN DE OMGEVING• Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, accu's, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.

• Volg scrupuleus de lokale normen op voor de afdanking van het afval. • Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een container park gebracht worden, volgens de geldende plaatselijke normen. De gescheiden inzameling van gebruikte producten en verpakkingen staat recycling en hergebruik van de materialen toe. Het hergebruik van gerecycleerd materiaal helpt de vervuiling van het milieu te voorkomen en vermindert de vraag naar grondstoen.

BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT                        Beoogd gebruik en oneigenlijk gebruik• • • • •  BELANGRIJK Onjuist gebruik brengt verval van zowel de garan-tie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de ge-bruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of an-deren oplopen.

BELANGRIJK De machine mag steeds slechts door een enkele be-diener gebruikt worden. BELANGRIJK De machine is niet goedgekeurd om op de openbare weg te rijden. Ze mag (volgens het Wegverkeersregelement) uitsluitend gebruikt worden op privé-terrein dat voor verkeer gesloten is. 2. 1. MACHINECOMPONENTEN (AFB. 1)A.  C. D. E. F. G. H. I.  K. 2. 2. VEILIGHEIDSSIGNALERINGEN (AFB.

max xxx N (xx kg)max xxx N (xxx kg)  BELANGRIJK Beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten vervangen worden. Vraag nieuwe labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum. 3. MONTAGEBELANGRIJK De machine moet op een vlakke en solide ondergrond worden uitgepakt en gemonteerd, met voldoende bewegingsruimte voor machine en verpakking, en met behulp van geschikte gereed-schappen. 3. 1. UITPAKKEN1. 2.

NL - 4 - plaats de hendel voor de ontgrendeling van de achterste transmissie in de ontgrendelde positie (par. 4) (voor de modellen met hydrostatische transmissie). - Haal de machine van het basispallet. 3. 2. MONTAGE VAN HET STUURWIEL• Stuur type “I”Zie afbeelding 3-I. • Stuur type “II”Zie afbeelding 3-II. 3. 3. MONTAGE VAN DE STOELZie afbeelding 4. 3. 4. ACCU MONTEREN EN AANSLUITENDe accu (afb. 5. A) bevindt zich onder de stoel, en zit vast met een veer (afb. 5. B). 1. Sluit eerst de rode draad (afb. 5. C) aan op de positieve klem (+) en da de zwarte draad (afb. 5. D) op de negatieve klem (–) met behulp van de bijgeleverde schroeven, zoals aangeduid. 2. Smeer de klemmen in met siliconenvet en zorg voor de correcte positionering van de beschermkap van de rode kabel (afb. 5. E).

I)Tijdens het eerste deel van de slag handelt het als koppeling, door de tractie naar de wielen te activeren of te deactiveren. Tijden het tweede deel gedraagt het zich als rem, door op de achterwielen te handelen• Bedieningshendel versnellingsbak (mechanische transmissie) (Afb. 10. K)Vijf vooruitversnellingenHet inschakelen van de versnelling dient uitgevoerd te worden als de machine stilstaat. Vrijstand «N»Achteruitversnelling «R»Het inschakelen van de achteruitversnelling dient uitgevoerd te worden als de machine stilstaat. Om over te gaan van de ene naar de andere versnelling moet het pedaal (Afb. 10. I) half ingedrukt worden en moet de hendel verplaatst worden volgens de aanduidingen op het etiket. • Rempedaal (hydrostatische transmissie) (Afb. 10. I)Dit pedaal activeert de rem op de achterwielen (Afb. 10. I)• Tractiepedaal (hydrostatische transmissie) (Afb. 10.

J)VooruitversnellingBedrijfsremAchteruitversnellingBELANGRIJK Als het aandrijfpedaal vooruit of in de achteruit wordt geactiveerd met de parkeerrem ingeschakeld (afb. 10. D) wordt de mo-tor stilgelegd.

NL - 5• Hendel koppeling/ontkoppeling hydrostatische transmissie (Afb. 10. L)Transmissie ingeschakeld: Transmissie uitgeschakeld: BELANGRIJK Om te vermijden dat de transmissiegroep wordt be-schadigd, mag deze handeling alleen uitgevoerd worden bij stilgelegde motor met het pedaal (afb. 10. J) in de vrijstand. BELANGRIJK De hendel voor de koppeling/ontkoppeling mag zich nooit in de tussenpositie bevinden. Deze conditie veroorzaakt de over-verhitting en de beschadiging van de transmissie. • Commando voor het inschakelen en uitschakelen van de maai-inrichtingen (Afb. 10. B)Maai-inrichtingen gekoppeld. Paddenstoelschakelaar uitgetrokken. Maai-inrichtingen uitgeschakeld. Paddenstoelschakelaar ingeduwd. • Knop vrijgave maaien in achteruitversnelling (Afb. 10.

F)Als de knop ingedrukt wordt gehouden, kan achteruit gereden worden met de maai-inrichtingen gekoppeld zonder dat de motor wordt stilgelegd. • Handel afstelling maaihoogte (Afb. 10. G)Om van de ene positie naar de andere te gaan, moet de hendel zijwaarts worden bewogen en in een van de aanslaggroeven worden verplaatst. • Controlelamp en geluidssignalering (alleen voor modellen met opvang achteraan)1. De controlelamp (afb. 10. C) licht op wanneer de sleutel (afb. 10. A) op «WERKING» staat en blijft altijd aan tijdens de werking. 2. Wanneer ze knippert is er geen vrijgave voor de start van de motor. 3. Het geluidssignaal waarschuwt dat de opvangzak vol is.

• Hendel kanteling opvangzak (indien voorzien, enkel voor modellen met opvang achteraan)Deze hendel, die uit zijn zitting kan verwijderd worden, dient voor de kanteling van de opvangzak zodat deze kan leeg gemaakt worden en de bediener minder krachtinspanning moet leveren (afb. 10. H). 5. GEBRUIK VAN DE MACHINE5. 1. VOORAFGAANDE HANDELINGEN• Olie en benzine bijvullen BELANGRIJK De machine wordt zonder motorolie en brandstof ge-leverd. Vooraleer de machine te gebruiken, moet men de aanwezigheid van brandstof en het oliepeil controleren.

Voor de modus en de voorzorgsmaatregelen betreende het tanken/bijvullen moeten de voorschriften gevolgd worden die zijn aangeduid in het boekje van de motor. • Verstelling van de stoelZie afbeelding 11. • Bandenspanning1. Sluit een persluchtpistool voorzien van manometer aan op het ventiel van het wiel (Afb. 12). 2. Regel de druk op de waarden aangegeven in de tabel "Tech-nische Gegevens". • Voorbereiding van de machine voor het werk OPMERKING Met deze machine kan men het gras op verschillen-de wijzen maaien; vooraleer het werk aan te vangen, raadt men aan de machine af te stellen al naargelang de wijze waarop men het gras wil maaien. 1. Voorbereiding voor het maaien en de zijdelingse aaat van het gras op de grond (enkel voor modellen met zijdelingse opvang) (afb. 13 - 14). 2.

Voorbereiding voor het maaien en opvangen van het gras in de opvangzak (enkel voor modellen met opvang achteraan) (afb. 15). 3. Voorbereiding voor het maaien en de aaat achteraan van het gras op de grond (enkel voor modellen met opvang achteraan) (afb. 16). 4. Voorbereiding voor het maaien en jnmalen van het gras (alleen met specieke kit “mulching”). • Herpositionering van de antiscalp wielen1. Voor modellen met zijdelingse aaat (afb. 17). 2. Voor modellen met opvang achteraan (afb. 18). 5. 2. VEILIGHEIDSCONTROLES• Algemene veiligheidscontrolesObject ResultaatAccu Geen schade aan het omhulsel, aan het deksel of aan de klemmenAchterste aaatbescherming, zuigroosterOngeschonden. Geen schade. Correct gemonteerd. Zijdelingse aaatbescherming, zuigroosterOngeschonden. Geen schade. Correct gemonteerd. Brandstofsysteem en verbindingen. Geen lekken. Elektrische kabels.

NL - 6Object ResultaatVeiligheidsinrichtingen Ze werken zoals is aangeduid in de volgende paragraaf. • Controles van de veiligheidsinrichtingenActie Resultaat1. transmissie in "vrij";2. maai-inrichtingen uitgeschakeld;3. de gebruiker zit op de machine. De motor startde bediener verlaat de stoel De motor stoptde opvangzak wordt opgetild of de achterste aaatbeveiliging wordt verwijderd terwijl de maai-inrichtingen ingeschakeld zijn (enkel voor modellen met opvang achteraan)De motor stoptde handrem wordt ingeschakeld zonder de maai-inrichtingen te hebben uitgeschakeld. De motor stoptmen schakelt de versnellingshendel in ofwel het pedaal met de handrem ingeschakeldDe motor stoptmen schakelt de achterwaartse versnelling in, met de maai-inrichtingen ingeschakeld, zonder de toets voor toelating ingedrukt te houden (par.

4)De motor stopt Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de tabellen, mag de machine niet gebruikt worden. Neem contact op met een dienstcentrum voor de nodige controles en herstelling. 5. 3. GEBRUIK OP HELLEND TERREINNeem de limieten van de Tabel "Technische Gegevens" en van afb. 19 in acht, onafgezien van de rijrichting. BELANGRIJK Alleen voor modellen met mechanische transmissie: Rijd nooit van afdalingen met de versnellingsbak in de vrijstand of de koppeling ontkoppeld. Schakel altijd een lage versnelling in voordat de machine wordt gestopt en onbewaakt wordt achtergelaten. 5. 4. START EN WERKING• Starten1. Open de brandstofkraan (afb. 20. A) (indien voorzien). 2. Op de bestuurdersstoel gaan zitten. 3. Stel de transmissie in de vrijstand («N»). 4. de maai-inrichtingen uitschakelen. 5. De bedrijfsrem inschakelen. 6.

Steek de sleutelschakelaar in het contactslot en draai deze in de «Werking» stand om het elektrische circuit in werking te stellen, draai de sleutel daarna in de «Start» stand om de motor te starten. 9. Laat de sleutel los zodra de motor gestart is. Bij koud opstarten, zodra de motor normaal draait:10. Schakel het commando choke uit en plaats het versnellingscom-mando in de stand voor maximaal toerental "haas". 11. Schakel het choke-commando in. OPMERKING Het gebruik van het commando choke bij reeds war-me motor kan de bougie vervuilen en een onregelmatige werking van de motor veroorzaken. 12. Als de motor eenmaal draait, breng de gashendel terug in de «schildpad» stand. OPMERKING Als er moeilijkheden zijn bij het starten, blijf dan niet te lang aanhouden om de accu niet uit te putten en de motor niet te verzuipen.

Draai de sleutel weer in de «stop» stand, wacht enkele se-conden en probeer opnieuw te starten. Indien het probleem voortduurt, raadpleeg dan hoofdstuk «8» van deze handleiding en de handleiding van de motor. • Vooruit rijden en verplaatsingen1. de maai-inrichtingen uitschakelen. 2. plaats de maaigroep op de maximale hoogte. 3. breng het versnellingscommando naar een tussenpositie, tussen het minimale toerental «schildpad» en het maximale toerental «haas». Alleen voor modellen met mechanische transmissie1. Activeer het pedaal helemaal en plaats de versnellingshendel in de positie van de 1e versnelling. 2. Houd het pedaal ingedrukt (afb. 10. I), schakel de parkeerrem uit. 3. Laat het pedaal geleidelijk aan los zodat het overgaat van de functie «rem» naar die van «koppeling», door de achterwielen te activeren. 4.

Schakel de handrem uit, laat het rempedaal los. 2. Druk het aandrijfpedaal in de richting van de “vooruitversnelling” en bereik de gewenste snelheid door de druk op het pedaal zelf en op het gaspedaal geleidelijk aan te vergroten. Het loslaten van de koppeling of de inschakeling van de tractie moet geleidelijk aan gebeuren om een te bruuske koppeling te vermijden wat wheelies en controleverlies over het voertuig kan veroorzaken. • RemmenMinder eerst de snelheid van de machine door het toerental te verlagen, en druk daarna op het rempedaal om nog snelheid te minderen, tot het voertuig wordt gestopt. Alleen voor modellen met hydrostatische transmissie: Een gevoelige vertraging van de machine kan verkregen worden wanneer het gaspedaal wordt losgelaten. • Achteruitversnelling BELANGRIJK Het inschakelen van de achteruitversnelling dient uit-gevoerd te worden als de machine stilstaat.

BELANGRIJK Om achteruit te kunnen rijden met de maai-inrichtin-gen ingeschakeld, moet men de toets voor toelating ingedrukt houden (par. 4) om te vermijden dat de motor stilvalt. Alleen voor modellen met mechanische transmissie: 1. Schakel het pedaal in (par. 4) tot de machine stil staat;2. Zet de versnellingshendel in de achteruitversnelling “R”. 3. Laat het pedaal geleidelijk aan los om de koppeling in te schakelen en de achteruitversnelling te beginnen.

NL - 7Alleen voor modellen met hydrostatische transmissie: 1. Schakel het pedaal in (par. 4) tot de machine stil staat;2. schakel de achteruitversnelling in door op het koppelingspedaal in de richting "achteruitversnelling" te duwen (par. 4). • Het gras maaienDoe als volgt om met de machine te werken:1. breng de versnellingshendel naar de stand van het maximaal toerental ("haas"); tijdens het gebruik van de machine moet deze stand steeds gebruikt worden;2. plaats de maaigroep op de maximale hoogte;3. de maai-inrichtingen inschakelen (par. 4), enkel op het grasveld, vermijd de maai-inrichtingen in te schakelen op grond met grind of te hoog gras;4. regel werksnelheid en maaihoogte (par. 4) volgens de toestand van het gazon (hoogte, dichtheid en vochtigheid van het gewas); 5.

begin geleidelijk aan en zeer voorzichtig te rijden, zoals eerder al werd beschreven;Elke keer als een afname in het aantal toeren van de motor wordt waargenomen, moet men de snelheid te vertragen, denk eraan dat er nooit een mooi maaibeeld verkregen wordt als de rijsnelheid te hoog is ten opzichte van de hoeveelheid gras. Schakel de maai-inrichtingen uit en breng de snijgroep naar de hoogste stand. • Tijdens verplaatsingen tussen werkzones• Bij het oversteken van oppervlaktes zonder gras. • Elke keer wanneer men een hindernis moet overkomen. • Opvangzak leegmaken BELANGRIJK Het legen van de opvangzak kan alléén worden uit-gevoerd als de messen uitgeschakeld zijn; is dit niet het geval dan slaat de motor af. Een geluidssignaal geeft aan dat de opvangzak vol is:1. de maai-inrichtingen uitschakelen en het signaal stopt;2.

Sluit de opvangzak zodat dat hij wordt vastgekoppeld aan de veerhaak (afb. 21. B). 5. 5. STOPPENOm de machine te stoppen:1. plaats het versnellingscommando in de stand voor minimaal toerental "schildpad"; Om een ontplong in de knalpot te vermijden dient u de gashendel, 20 seconden voordat u de motor afzet, in de stand «schildpad» te laten. 2. de motor uitschakelen door de sleutel in de stop-stand te zetten;3. wanneer de motor uitgeschakeld is, de brandstofkraan (afb. 22. A) openen (indien voorzien);4. de sleutel verwijderen BELANGRIJK Om de lading van de accu in stand te houden, wordt de sleutel niet in de stand «draaien» of «koplampen aan» gelaten wan-neer de motor niet aanstaat. De motor kan onmiddellijk na het uitschakelen zeer warm zijn. Raak de knalpot of de delen ernaast niet aan. Gevaar op brandwonden. 5. 6.

• Vergewis u ervan dat elk bewegend onderdeel tot stilstand is gekomen. • Verwijder de contactsleutel. • Draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermende bril. BELANGRIJK Laat de sleutel nooit in het contact zitten of binnen het bereik van kinderen of onbevoegde personen. 6. 1.

BRANDSTOF BIJVULLEN Om brandstof bij te vullen:1. Draai de brandstofdop (afb. 23) los, en verwijder hem. 2. Plaats de trechter (afb. 23). 3. Vul brandstof bij zonder het reservoir volledig te vullen. 4. Verwijder de trechter. 5. Schroef de dop van het brandstofreservoir na het bijvullen goed dicht en reinig eventuele lekken. BELANGRIJK Het type van brandstof dat moet gebruikt worden, is aangeduid in de gebruikershandleiding van de motor. BELANGRIJK Vermijd benzine op de plastic delen te gieten zodanig dat ze niet beschadigd worden; bij toevallige lekken onmiddellijk spoe-len met water. De garantie dekt geen schade aan de plastic onderdelen van de carrosserie of de motor, veroorzaakt door benzine. 6. 2. CONTROLE EN BIJVULLEN MOTOROLIEOPMERKING Het type van olie dat moet gebruikt worden, is aangeduid in de gebruikershandleiding van de motor.

BELANGRIJK Volg alle voorschriften aangeduid in de gebrui-kershandleiding van de motor. Controleer het oliepeil voor ieder gebruik. Controleer het oliepeil van de motor: volgens de precieze werkwijzen aangegeven in de handleiding van de motor, moet dit tussen de kentekens MIN en MAX van het staafje zijn (Afb. 24). 6. 3. REINIGING• Algemene aanwijzingenReinig de machine na ieder gebruik volgens de volgende aanwijzingen:• Gebruik geen waterstralen en vermijd de motor en de elektrische.

NL - 8onderdelen nat te maken. • Verwijder grasresten en opgezamelde aarde binnenin het chassis. • Verzeker u er steeds van dat de luchtgaten vrij zijn van afval. • Gebruik geen agressieve vloeistoen om het chassis te reinigen. • Houd de motor vrij van gewasresten, bladeren of overtollig vet om brandrisico te vermijden. • Reiniging van de maaigroepBELANGRIJK Het wassen van de binnenkant van de maai-inrichting en het uitwerpkanaal moet worden uitgevoerd met de opvangzak ge-monteerd en met de mulching dop erin (indien aanwezig) of met de achterste aflaatbescherming gemonteerd. 1. Plaats de machine op een vlakke oppervlakte en met stevige vloer. 2. Sluit een waterleiding (Afb. 25. A) aan op een van de twee specieke verbindingen (afb. 25. A - afb 26. A) en open het water. 3. Ga op de bestuurdersstoel zitten en start de machine. 4.

Laat de maai-inrichting helemaal zakken en koppel de maai-in-richtingen. 5. Laat het water enkele minuten stromen en stop de machine. 6. Draai het water dicht en koppel de leiding los van de verbinding. 7. Herhaal de procedure voor de andere verbinding. 8. Blaas het bovenste deel van de groep (Afb. 25 - afb. 26) uit met een persluchtstraal. 6. 4. ACCULees met aandacht de oplaadprocedures die in de handleiding van de accu staan en volg ze op. Als deze procedures niet in acht worden genomen of als de accu niet wordt opgeladen, kan er zich onherstelbare schade voordoen aan de elementen van de accu. Een lege accu moet zo snel mogelijk opgeladen worden. BELANGRIJK Het opladen dient uitgevoerd te worden met ge-lijkspanning apparatuur. Andere oplaadsystemen kunnen de accu op een onherstelbare manier beschadigen. De machine is uitgerust met een connector (afb. 27.

A) voor het opladen, die aangesloten moet worden op de overeenstemmende connector van de speciale acculader van behoud in dotatie (indien voorzien) of beschikbaar op aanvraag.

BELANGRIJK Deze connector mag uitsluitend gebruikt worden voor de aansluiting op de acculader van behoud die voorzien is door de Fabrikant. Voor zijn gebruik: - de aanwijzingen volgen die aangegeven zijn in de desbetreffende ge-bruiksinstructies;- de aanwijzingen volgen die aangegeven zijn in het instructieboekje van de accu. 6. 5. ONDERHOUD VAN HET MAAIMECHANISME Raak de maai-inrichting niet aan totdat de contactsleutel verwijderd is en de maai-inrichting volledig stilstaat. Let op omdat dat de maai-inrichting kan bewegen, zelfs als de sleutel is verwijderd (voor modellen met accu).

Alle handelingen die betrekking hebben op de maai-inrichtingen (demontage, slijpen, in balans brengen, herstelling, hermontage en/of vervanging) vergen een specieke vaardigheid en het gebruik van geschikt gereedschap; uit veiligheidsoverwegingen moeten deze handelingen daarom steeds uitgevoerd worden in een Gespecialiseerd centrum. Laat de beschadigde, vervormde of versleten snijgroep altijd vervangen samen met de schroeven, zodat de balancering wordt gehandhaafd. BELANGRIJK Gebruik steeds originele inrichtingen, met de code aangegeven in de tabel 'Technische Gegevens'. 7. TRANSPORT, OPSLAG EN INZAMELING7. 1. TRANSPORTWanneer men de machine hanteert, moet men:1. ontkoppel de maaigroep;2. plaats de maaigroep op de maximale hoogte;3. schakel de machine uit en haal de contactsleutel weg4. schakel de transmissie uit (par. 4).

Wanneer men de machine met een wagen of aanhangwagen vervoert, moet men:• opritten gebruiken met geschikte weerstand, breedte en lengte;• de machine laden met de elektrische motor uitgeschakeld, met de contactsleutel uit het stopcontact van de machine, zonder bediener, duwend, en met een geschikt aantal personen;• de brandstofkraan sluiten (indien voorzien);• de snijgroep omlaag brengen;• de machine zo plaatsen dat ze geen gevaar veroorzaakt;• schakel de transmissie in (par.

4);• haar stevig aan het vervoermiddel bevestigen met koorden of kettingen om te vermijden dat ze kantelt met mogelijke schade als gevolg. 7. 2. STALLINGWanneer de machine gedurende meer dan 30 dagen opgeborgen moet worden:• Laat de motor afkoelen• Maak de kabels van de accu los en bewaar de accu op een frisse en droge plek. • Ledig de brandstoftank en volg de instructies van de handleiding van de motor. • Reinig de machine zorgvuldig. • Controleer of de machine geen schade vertoont. Contacteer, indien nodig, het geautoriseerde dienstcentrum. Berg de machine op:• met de maaigroep omlaag;• in een droge omgeving;• beschermd tegen slechte weersomstandigheden;• indien mogelijk bedekt met een doek;• buiten bereik van kinderen;• na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of gereedschappen die voor het onderhoud gebruikt werden, verwijderd te hebben.

NL - 9Wanneer de machine weer in werking gezet wordt:• controleer of er uit de slang, de benzinekraan en de carburateur geen benzine lekt:• bereid de machine voor zoals aangegeven in hoofdstuk "5 Gebruik van de machine". OPMERKING De accu moet minstens één keer per maand volledig worden opgeladen, en altijd voordat de activiteit wordt hervat. OPMERKING Zorg ervoor dat de machine geen gevaar oplevert bij mogelijk toevallig of onopzettelijk contact met personen, kinderen of dieren. 8. IDENTIFICATIE PROBLEMENPROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING1. Met de sleutel op «WERKING» blijft de controlelamp uit (alleen voor modellen met opvang achteraan)De bescherming van de elektronische kaart is in werking getreden doordat:Zet de sleutel op stand «STOP» en zoek de oorzaken van het defect:de accu is niet goed aangesloten controleer de verbindingen (par. 3.

4)de polen van de accu zijn omgewisseldcontroleer de verbindingen (par. 3. 4). de accu is niet goed opgeladen laad de accu weer op (par. 6. 4)de zekering is doorgebrand vervang de zekering (10 A). kaart nat drogen met lauwe lucht2. Met de sleutel op «START» knippert de controlelamp en draait de startmotor niet (alleen voor modellen met opvang achteraan)geen vrijgave voor de start controleer of de voorwaarden voor de toestemming worden gerespecteerd (par. 5. 2)3. Met de sleutel op «START» licht de controlelamp op maar draait de startmotor niet (alleen voor modellen met opvang achteraan)de accu is niet goed opgeladen laad de accu weer op (par. 6. 4)storing van het startrelais contacteer uw Verkoper4.

Met de sleutel op «START» draait de startmotor niet (alleen voor modellen met zijdelingse aaat)Zet de sleutel op stand «STOP» en zoek de oorzaken van het defect:geen vrijgave voor de start controleer of de voorwaarden voor de toestemming worden gerespecteerd (par. 5. 2)de accu is niet goed aangesloten controleer de verbindingen (par. 3. 4)de polen van de accu zijn omgewisseldcontroleer de verbindingen (par. 3.

NL - 10PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING5. De sleutel staat in de «START» stand, de startmotor draait maar de motor slaat niet aande accu is niet goed opgeladen laad de accu weer op (par. 6. 4)te weinig benzineaanvoer controleer het peil in het reservoir (par. 6. 1)open de kraan (indien voorzien) controleer de benzinelterer een defect in de ontsteking is opgetredencontroleer of de bougiekap juist bevestigd iscontroleer of de elektroden niet vuil zijn en of hun onderlinge afstand juist is6. Een moeilijke start of een onregelmatige werking van de motorer brandstofproblemen zijn reinig of vervang luchtlterleeg de benzinetank en vul met nieuwe benzinecontroleer en vervang eventueel de benzinelter7. Tijdens het maaien is er een krachtverlies van de motorde rijsnelheid is te hoog ten opzicht van de snijhoogteVerminder de voortbewegingssnelheid en/of verhoog de maaihoogte 8.

De motor stopt tijdens het werkActivering van de veiligheidsinrichtingencontroleer of de voorwaarden voor de toestemming worden gerespecteerd (par. 5. 2)verbrande zekering door kortsluiting of storingen van de elektrische installatie (alleen voor modellen met zijdelingse aaat)Zoek en verwijder de oorzaak van het probleem, zodat de onderbrekingen worden vermedenVervang de zekering (10 A). Contacteer uw verkoper als de onderbrekingen aanhouden 9. De motor valt stil tijdens de werking en de controlelamp gaat uit (alleen voor modellen met opvang achteraan)De bescherming van de elektronische kaart is in werking getreden doordat:Draai de sleutel op «STOP», wacht enkele seconden zodat het circuit automatisch wordt gereset:de polen van de accu zijn omgewisseldcontroleer de verbindingen (par. 3. 4)storingen van de werking van de regelaar acculadercontroleer de verbindingen van de accu (par. 3.

De maai-inrichtingen schakelen zich niet in of stoppen niet onmiddellijk wanneer ze uitgeschakeld wordenproblemen met het koppelingssysteemcontacteer uw Verkoper11. Onregelmatig maaien en onvoldoende opvang (enkel voor modellen met opvang achteraan)de snijgroep staat niet evenwijdig ten opzichte van het terreincontroleer de bandenspanning (par. 5. 1)herstel de uitlijning van de maaigroep ten opzichte van het terrein. ondoeltreendheid van de maai-inrichtingencontacteer uw Verkoperde rijsnelheid is te hoog ten opzichte van de hoogte van het grasVerminder de voortbewegingssnelheid en/of verhoog de maaigroepwacht tot het gras droog ishet kanaal is verstopt verwijder de opvangzak en maak hem leeg.

NL - 11PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING12. Onregelmatig maaien (enkel voor modellen met zijdelingse aaat)de snijgroep staat niet evenwijdig ten opzichte van het terreincontroleer de bandenspanning (par. 5.1)herstel de uitlijning van de maaigroep ten opzichte van het terrein ondoeltreendheid van de maai-inrichtingencontacteer uw Verkoper13. Vreemde trillingen tijdens het werkde snijgroep zit vol met gras reinig de snijgroep (par. 6.3)de maai-inrichtingen zijn uit balans of losgekomencontacteer uw Verkoperde bevestigingen zijn losgeraakt controleer en draai de bevestigingsschroeven van de motor en het chassis goed vast14. Onzekere of niet werkzame remmingniet correct afgestelde rem contacteer uw Verkoper15. Onregelmatige beweging, weinig tractie bij stijging of neiging van de machine om op te trekkenproblemen aan de riem of aan het inschakelsysteemcontacteer uw Verkoper16.

Wanneer het aandrijfpedaal wordt ingedrukt bij draaiende motor, beweegt de machine niet vooruit (modellen met hydrostatische transmissie)ontgrendelingshendel in stand voor transmissie ontgrendeldzet deze indien nodig terug in de ingeschakelde stand van de transmissie17. De machine begint abnormaal te trillen en/of heeft tegen een vreemd voorwerp gestootbeschadiging of losgekomen delen stop de machine en haal de contactsleutel wegcontroleer eventuele beschadigingencontroleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vastvoer de controles, vervangingen of herstellingen uit bij een Gespecialiseerd CentrumOPMERKING Als de problemen aanhouden nadat de beschre-ven oplossingen zijn toegepast, contacteer dan uw verkoper.OPMERKING Voor andere problemen die niet zijn vermeld in de tabel moet u onmiddellijk een erkend dienstcentrum con-tacteren.

NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikshandleiding werden gerealiseerd voor rekening van ST. S. p. A. en zijn beschermd door het auteursrecht – Elke niet-geautoriseerde reproductie of wijziging, ook gedeeltelijke, van het document is verboden. NO • Innholdet og bildene i denne brukerveiledningen er utført på oppdrag fra ST. S. p. A. og er beskyttet ved opphavsrett - Enhver gjengi-velse eller endring, selv kun delvis, er forbudt. PL • Treść oraz ilustracje zawarte w niniejszej instrukcji obsługi powstały na zlecenie spółki ST. S. p. A. i są chronione prawami autorskimi – Zabrania się wszelkiego kopiowania bądź modykowania, także częściowego, niniejszego dokumentu bez uzyskania stosownej zgody. PT • As imagens e os conteúdos contidos no presente Manual do Utilizador foram expressamente criados para uso exclusivo da ST. S. p. A. , encontrando-se protegidos por direitos de autor.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Castelgarden XDC 180 HD stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden