Canon ST-E3-RT Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Canon ST-E3-RT (220 pagina’s), behorend tot de categorie Flitser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 53 mensen. Heb je een vraag over Canon ST-E3-RT of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Canon |
| Categorie: | Flitser |
| Model: | ST-E3-RT |
| Kleur van het product: | Zwart |
| Gewicht: | 110 g |
| Breedte: | 67.4 mm |
| Diepte: | 77.4 mm |
| Hoogte: | 61.5 mm |
| Ondersteund aantal accu's/batterijen: | 2 |
| Maximumbereik: | 30 m |
| Type batterij: | AA |
Handleiding Canon ST-E3-RT – volledige tekst
2De Canon Speedlite Transmitter ST-E3-RT is een transmitter voor draadloze flitsfotografie. Hiermee kunt u maximaal 5 groepen (15 units) Canon Speedlites aansturen die een draadloze flitsfunctie met meerdere flitsers op basis van radiotransmissie hebben. De transmitter heeft ook stof- en waterdichtheid equivalent aan EOS-1D-serie camera’s. Lees deze instructiehandleiding samen met de instructiehandleiding van uw camera en Speedlite door.Voordat u de transmitter gebruikt, dient u deze instructiehandleiding en de instructiehandleiding van uw camera en van de Speedlite te lezen, zodat u bekend bent met de bediening. Gebruik met een digitale EOS-camera (type A-camera)• U kunt op eenvoudige wijze automatisch draadloos flitsen.
Gebruik met een analoge EOS-camera• In combinatie met ETTL II- en E-TTL-autoflashsystemen compatibele analoge EOS-camera (type A-camera) kunt u heel simpel automatische flitsopnamen maken.• U kunt deze transmitter niet gebruiken met een analoge EOS-camera met TTL-autoflashsysteem (type B-camera).InleidingDe transmitter gebruiken in combinatie met een cameraCOPY
8Namen van onderdelenLCD-paneelDraadloos flitsen met radiotransmissie (p. 15) E-TTL II-/E-TTL- autoflash (p. 24) Handmatig flitsen (p. 34)a : E-TTL II-/E-TTL- autoflashFlitsbelichtingscompensatiewaardeFlitsverhoudingFlitsgroep, : Flitsverhouding (p. 31)g : FEB (p. 28, 50)FEB-volgorde (p. 56)Pieptoonu : Gebruikersfuncties (p. 56)T : Persoonlijke functies (p. 58)f : Flitsbelichtings- compensatie (p. 27, 50)Flitsbelichtingsniveauk : Waarschuwing synchronisatiesnelheid (p. 19)M : Master (p. 20)c : High-speed synchronisatie' : Draadloos flitsen met radiotransmissie* : Kanaal) : Automatische instelling kanaal (p. 21, 22)Q : Slaveflits gereed (p. 25)q : Handmatig flitsenVermogen handmatig flitsen Op het scherm worden alleen de instellingen weergegeven die momenteel worden toegepast.
De functies die worden weergegeven boven functieknop 1 tot en met 4, zoals en , veranderen afhankelijk van de status van de instelling. Wanneer er een knop of een wieltje wordt bediend, licht het LCD-paneel op (p. 14).COPY
10Pictogrammen in deze handleiding9 : geeft het selectiewiel aan.8 : geeft de selectie-/instelknop aan.3/1/2 : geeft aan dat de respectieve functie actief blijft voor 4 sec., 6 sec. of 16 sec. nadat u de knop hebt losgelaten.(p. **) : de pagina waarop u meer informatie kunt vinden.: waarschuwing om problemen met de flitser te voorkomen.: aanvullende informatie.Uitgangspunten In de procedures gaan we ervan uit dat de camera, de transmitter en de Speedlite al op zijn gezet. De pictogrammen die worden gebruikt om de knoppen, wieltjes en symbolen in de tekst aan te geven, komen overeen met de pictogrammen die u op de camera, de transmitter en de Speedlite aantreft. In de procedures gaan we ervan uit dat de menu- en gebruikersfuncties van de camera en de gebruikersfuncties en persoonlijke functies van de transmitter en de Speedlite zijn ingesteld op de standaardwaarde.
12Plaats twee AA-/LR6-batterijen in het apparaat.1Open het deksel. Schuif het deksel omlaag zoals afgebeeld in " en open het deksel van het batterijcompartiment.2Plaats de batterijen in het compartiment. Zorg ervoor dat u de plus- en minpolen (+ en –) van de batterijen plaatst zoals in het batterijcompartiment is aangegeven. De groeven aan de zijkanten van het batterijcompartiment geven – aan. Dit is handig wanneer u de batterijen op een donkere plaats moet vervangen.3Sluit het deksel. Sluit het deksel van het batterijcompartiment en schuif het omhoog.
Verschuif het deksel tot het op zijn plaats vastklikt.Tijd voor draadloze flitsfotografieU kunt ongeveer 10 uur* continu draadloze flitsfotografie gebruiken.* Gebaseerd op nieuwe AA-/LR6-alkalinebatterijen en Canon-testprocedures.De batterijen installerenBij het gebruik van niet-alkaline AA-/LR6-batterijen is er mogelijk geen volledig contact tussen de batterijen en het apparaat, vanwege de onregelmatige vorm van de contactpunten van de batterij. Vervang als wordt weergegeven, de batterijen door nieuwe. Gebruik twee nieuwe batterijen van hetzelfde merk. Vervang beide batterijen altijd gelijktijdig. U kunt ook oplaadbare Ni-MH- of lithiumbatterijen van het type AA/LR6 gebruiken.COPY
131Bevestig de transmitter. Schuif de bevestigingsvoet van de transmitter helemaal in de accessoireschoen van de camera.2Zet de transmitter vast. Schuif de borgknop op de bevestigingsvoet naar rechts.X Als u een klik hoort, is de voet vergrendeld.3Ontkoppel de transmitter. Druk op de ontgrendelingsknop, schuif de borgknop naar links en haal de transmitter van de camera.Zet de hoofdschakelaar in de stand . X Het LCD-paneel wordt verlicht. Het oplaadlampje gaat branden wanneer de draadloze flitsfotografie (slave) gereed is. Druk tijdens draadloze flitsfotografie op het oplaadlampje (testflitsknop) van de transmitter voor een testflits.De transmitter bevestigen en loskoppelenDe flitser inschakelen Schakel de transmitter uit voordat u deze bevestigt of verwijdert.COPY
14De flitser inschakelenOm de batterij te sparen gaat de stroom automatisch uit wanneer de transmitter 5 minuten niet wordt gebruikt. Druk om de transmitter weer in te schakelen de ontspanknop van de camera half in of druk op de testflitsknop (oplaadlampje).U kunt de flitsknoppen en -wieltjes uitschakelen door de hoofdschakelaar in te stellen op . Gebruik deze functie om te voorkomen dat de transmitterfunctie-instellingen per ongeluk worden gewijzigd nadat u ze hebt ingesteld.Als u een knop of wieltje bedient, wordt weergegeven op het LCD-paneel (de functies die worden weergegeven boven functieknop 1 tot en met 4, zoals en , worden niet weergegeven).Wanneer u een knop of wieltje bedient, licht het LCD-paneel 12 seconden lang groen op.
Wanneer u een functie instelt, blijft de verlichting aan totdat de instelling is voltooid.Als de transmitter de masterunit is, bij het gekoppeld fotograferen, wordt het LCD-paneel groen verlicht. Als de transmitter de slave-unit is, licht het scherm oranje op.Automatische uitschakelingDe blokkeerfunctieLCD-paneelverlichting U kunt niet testflitsen als de timer 3/1/2 van de camera is geactiveerd. De transmitterinstellingen worden opgeslagen, zelfs als de transmitter wordt uitgeschakeld. Om uw instellingen te behouden bij het vervangen van de batterijen, plaatst u de nieuwe batterijen binnen 1 minuut na het uitschakelen van de stroom en het uitnemen van de oude batterijen. U kunt een testflits afvuren, zelfs wanneer de hoofdschakelaar in de -stand staat. Ook wordt wanneer een knop of een wieltje wordt bediend, het LCD-paneel verlicht.
U kunt zorgen dat er een pieptoon klinkt wanneer de slave-unit volledig is opgeladen (C.Fn-20/p. 57). U kunt de functie voor automatische uitschakeling uitschakelen (C.Fn-01/p. 56). U kunt de duur van de verlichting van het LCD-paneel wijzigen (C.Fn-22/p. 57). U kunt de kleur van de verlichting van het LCD-paneel wijzigen (P.Fn-03, 04/p. 58).COPY
152Draadloze flitsfotografie:RadiotransmissieIn dit hoofdstuk wordt het draadloos flitsen beschreven.Welke accessoires vereist zijn voor het draadloos flitsen, ziet u in het systeemoverzicht (p. 60). Zie voor de gebruiksregio’s, beperkingen en voorzorgsmaatregelen met betrekking tot radiotransmissie de aparte bijlage.Wanneer de opnamemodus van de camera op een volledig automatische modus of op een beeldzonemodus is ingesteld, zijn de functies in dit hoofdstuk niet beschikbaar. Stel de opnamemodus van de camera in op V/X/W/q/5 (Creatief gebruik-modus).De transmitter die is aangesloten op de camera wordt de masterunit genoemd en een flitser die draadloos wordt aangestuurd, wordt de slave-unit genoemd.COPY
16Met een transmitter en een Canon Speedlite die compatibel is met de functie voor draadloos flitsen met radiotransmissie is het gemakkelijk te fotograferen met geavanceerde draadloze verlichting met meerdere flitsers, op dezelfde manier als normaal fotograferen met E-TTL II-/ETTL-autoflash.Het systeem is zo ontworpen dat de instellingen van de transmitter die op de camera (master) is aangesloten, automatisch worden weerspiegeld op de Speedlite die draadloos wordt aangestuurd (slave). Daarom hoeft u de slave-unit niet te bedienen tijdens het fotograferen.De relatieve basisposities en het aansturingsbereik worden in de afbeelding weergegeven. Vervolgens kunt u de draadloze E-TTL II-/E-TTL-autoflash gebruiken door eenvoudig de masterunit in te stellen op . Automatisch flitsen met één slave-unit (p.
24)' Draadloze flitsfotografiePlaatsing en besturingsbereik(voorbeeld van draadloos flitsen)xMTransmissieafstand circa 30 m(Masterunit)(Slave-unit) Plaats de slave-unit met de ministandaard die bij de flitser wordt geleverd. Voer voordat u gaat flitsen een testflits (p. 13) en een testopname uit. De transmissieafstand kan korter zijn, afhankelijk van de omstandigheden, zoals de plaatsing van slave-units, de omgeving en de weersomstandigheden.COPY
17' Draadloze flitsfotografieU kunt de slave-units in twee of drie groepen opsplitsen en E-TTL II-/E-TTL-autoflash gebruiken terwijl u de flitsverhouding (factor) wijzigt. Daarnaast kunt u voor elke groep flitsers een andere flitsmodus instellen en gebruiken, voor maximaal 5 groepen. Automatisch flitsen met twee slavegroepen (p. 31) Automatisch flitsen met drie slavegroepen (p. 32)Draadloos flitsen met meerdere flitsersABABCCOPY
) van de camera en fotografeer met een sluitertijd tot maximaal 1 stop trager dan de flitssynchronisatiesnelheid (Voorbeeld: wanneer X = 1/250 sec. , is draadloos flitsen met radiotransmissie mogelijk vanaf 1/125 sec. tot en met 30 sec. ). Ook zijn flitsopnamen met hoge-snelheidsynchronisatie niet mogelijk.
20Wanneer u draadloos wilt flitsen, stelt u de transmitter (masterunit) en de flitser (slave-unit) met de volgende procedure in.Controleer of wordt weergegeven. Controleer of wordt weergegeven op de positie die in de afbeelding wordt weergegeven.Stel een flitser die compatibel is met draadloos flitsen met radiotransmissie, als slave-unit in. Zie voor de instellingen van slave-units de instructiehandleiding van de flitser.Om interferentie met draadloze systemen met meerdere flitsers op basis van radiotransmissie van andere fotografen te voorkomen, of met andere (draadloze) apparaten die radiogolven gebruiken, kunt u het transmissiekanaal en de ID van de draadloze radio wijzigen.
21Instellingen voor draadloos flitsen Instellen van het transmissiekanaal / de ID voor radiogolflengte van de masterunitMet de volgende procedure stelt u het transmissiekanaal en de ID voor radiogolflengte van de masterunit in. Stel hetzelfde kanaal en dezelfde ID in voor zowel de masterunit als de slave-unit. Zie voor de instellingen van slave-units de instructiehandleiding van de flitser. 1Geef weer. Druk op functieknop 4 om weer te geven.2Stel een kanaal in. Druk op functieknop 1 . Draai om “AUTO” of een kanaal van 1 tot en met 15 te selecteren en druk op de knop .3Stel een ID voor de draadloze radio in. Druk op functieknop 2 . Draai om de positie (het cijfer) te selecteren en druk op de knop . Draai om een cijfer van 0 tot en met 9 te selecteren en druk op de knop . Herhaal stap 3 om een nummer van 4 cijfers in te stellen.
22Instellingen voor draadloos flitsen Transmissiekanalen van de masterunit scannen om in te stellenU kunt de radio-ontvangststatus scannen en het transmissiekanaal van de masterunit automatisch of handmatig instellen. Wanneer het kanaal op “AUTO” is ingesteld, wordt automatisch het kanaal met het beste ontvangstsignaal ingesteld. Wanneer u het kanaal handmatig instelt, kunt u het transmissiekanaal opnieuw instellen op basis van de scanresultaten.Scannen terwijl “AUTO” is ingesteldVoer de scan uit. Druk op functieknop 4 om weer te geven. Druk op functieknop 3 .X Het kanaal wordt ingesteld op een kanaal met een goed ontvangstsignaal.Scannen terwijl kanaal 1 tot en met 15 is ingesteld 1Voer de scan uit. Druk op functieknop 4 om weer te geven. Druk op functieknop 3 .X De radio-ontvangststatus wordt in een grafiek weergegeven.
Hoe hoger de piek van het kanaal in de grafiek, hoe beter het radio-ontvangstsignaal. 2Stel een kanaal in. Draai om een kanaal te selecteren van 1 tot en met 15. Druk op de knop om het kanaal in te stellen en terug te keren naar de gereed-status om te flitsen.COPY
23Instellingen voor draadloos flitsenDe kleur van het lampje verandert, afhankelijk van de transmissiestatus van de masterunit en de slave-unit. U kunt de draadloze instellingen opslaan en later oproepen. 1Druk op functieknop 4. Druk op functieknop 4 om weer te geven.2Sla de instellingen op of laad ze vanuit het geheugen. Druk op functieknop 3 .[Opslaan] Druk op functieknop 1 .X De instellingen worden opgeslagen (in het geheugen).[Laden] Druk op functieknop 2 .X De instellingen die waren opgeslagen, worden ingesteld.Het lampje Kleur Status Beschrijving Wat u moet doenGroen BrandtTransmissie OK –RoodBrandtGeen verbinding Controleer het kanaal en de IDKnippertTe veel unitsMasterunits + slave-units = 16 units of minderStoring Schakel de stroom uit en weer inDe geheugenfunctie Wanneer de transmissiekanalen van de masterunit en slave-unit niet hetzelfde zijn, zal de slave-unit niet flitsen.
24In deze paragraaf wordt het volledig automatische draadloos flitsen beschreven wanneer u een transmitter op de camera (master) hebt aangesloten en een flitser (slave) draadloos aanstuurt. 1Stel de flitser in als de slave-unit. Zie voor de instellingen van slave-units de instructiehandleiding van de flitser. Stel A, B of C in als flitsgroep. Er wordt niet geflitst als u D of E instelt.2Controleer het kanaal en de ID. Wanneer de kanalen en de ID’s voor de masterunit en slave-unit niet hetzelfde zijn, dient u deze op dezelfde waarden in te stellen (p. 21, 22).3Plaats de camera en de flitser. Plaats ze binnen het bereik zoals afgebeeld op pagina 16.4Stel de flitsmodus in op . Druk op de knop op de masterunit en stel de flitsmodus in op .
25a: Volledig automatisch draadloos flitsen 5Controleer de transmissiestatus en of de flitser gereed is voor gebruik. Controleer of het lampje groen brandt. Wanneer de slaveflitser klaar is, knippert het AF-hulplicht in intervallen van 1 seconde. Controleer of op het LCD-paneel van de masterunit het pictogram slaveflitser gereed brandt. Wanneer alle flitsers zijn opgeladen, gaat het oplaadlampje op de masterunit branden.6Controleer de werking. Druk op de testflitsknop van de masterunit (oplaadlampje).X De slave-unit flitst. Als de slave-unit niet flitst, controleer dan of deze binnen besturingsbereik is geplaatst.7Maak de foto. Stel de camera in en maak de foto op dezelfde manier als bij normale flitsopnamen.X Bij een standaardflitsbelichting brandt het bevestigingslampje voor de flitsbelichting 3 seconden.Als het lampje rood is, is er geen radiotransmissie tot stand gebracht.
26a: Volledig automatisch draadloos flitsenWanneer u meer flitsvermogen nodig hebt of gemakkelijker wilt kunnen belichten, kunt u het aantal slave-units vermeerderen en ze als één flitser laten flitsen.Als u slave-units wilt toevoegen, gebruikt u dezelfde procedure als onder “Automatisch flitsen met één slave-unit”. Stel A, B of C in als flitsgroep. Er wordt niet geflitst als u D of E instelt.Wanneer het aantal slave-units is verhoogd, worden alle flitsers automatisch aangestuurd om met hetzelfde flitsvermogen te flitsen, zodat wordt gegarandeerd dat het totale flitsvermogen leidt tot de standaardbelichting.Automatisch flitsen met meerdere slave-units U kunt op de scherptediepteknop van de camera drukken om de modelflits te laten flitsen (p. 41). Als de automatische uitschakelfunctie van de slave-unit wordt geactiveerd, drukt u op de testflitsknop van de masterunit (p.
13) om de slave-unit in te schakelen. U kunt de testflits niet gebruiken als de meettimer van de camera werkt. Het autoflashsysteem (E-TTL II/E-TTL) is afhankelijk van de gebruikte camera en wordt automatisch ingesteld. Er wordt weergegeven op het LCD-paneel voor beide systemen. U kunt instellen dat u een pieptoon hoort wanneer alle slave-units volledig zijn opgeladen (C.Fn-20/p. 57).COPY
27De flitsbelichtingscompensatie en andere instellingen die op de transmitter (masterunit) zijn ingesteld, worden ook automatisch ingesteld in de flitser (slave-unit). U hoeft u de slave-unit niet te bedienen tijdens het fotograferen.Op dezelfde manier als u de normale belichtingscompensatie instelt, stelt u ook de flitsbelichtingscompensatie in. De flitsbelichtingscompensatiewaarde kan worden ingesteld tot maximaal ±3 stops in stappen van 1/3 stop. 1Geef weer. Druk op functieknop 4 om weer te geven.2Druk op de knop . Druk op functieknop 2 .X wordt weergegeven en de flitsbelichtingscompensatiewaarde wordt geselecteerd.3Stel de waarde voor de flitsbelichtingscompensatie in. Draai om de waarde voor de flitsbelichtingscompensatie in te stellen en druk op .XDe flitsbelichtingscompensatiewaarde is ingesteld. “0.3” betekent stops van 1/3 en “0.7” betekent stops van 2/3.
Om de flitsbelichtingscompensatie te annuleren, zet u de compensatiewaarde terug op “±0”.Volledig automatisch draadloos flitsenf Flitsbelichtingscompensatie Over het algemeen kunt u het beste voor lichte onderwerpen een grotere belichtingscompensatie en voor donkere onderwerpen een kleinere belichtingscompensatie kiezen. Als de belichtingscompensatie van de camera is ingesteld in stappen van 1/2 stop, is de flitsbelichtingscompensatie maximaal ±3 stops in stappen van 1/2 stop. Wanneer de flitsbelichtingscompensatie zowel op de transmitter als op de camera wordt ingesteld, krijgt de instelling op de transmitter voorrang. De flitsbelichtingscompensatiewaarde kan rechtstreeks worden ingesteld met zonder op de knop te drukken (C.Fn-13/p. 57).COPY
28Volledig automatisch draadloos flitsenU kunt drie opnamen maken waarbij het flitsvermogen automatisch wordt gewijzigd. Dit wordt FEB (Flash Exposure Bracketing) genoemd. Het instelbare bereik is maximaal ±3 stops in stappen van 1/3 stop. 1Geef weer. Druk op functieknop 4 om weer te geven.2Druk op knop . Druk op functieknop 3 .X wordt weergegeven en de FEB-niveauweergave wordt geselecteerd.3Stel het FEB-niveau in. Draai om het FEB-niveau in te stellen en druk op .X Het FEB-niveau wordt ingesteld. “0.3” betekent stops van 1/3 en “0.7” betekent stops van 2/3. Wanneer u FEB-opnamen samen met flitsbelichtingscompensatie gebruikt, wordt het uitgevoerd op basis van de flitsbelichtingscompensatiewaarde.g FEB Nadat de drie opnamen zijn gemaakt, wordt FEB automatisch geannuleerd.
Voordat u opnamen maakt met FEB, verdient het aanbeveling om de transportmodus van de camera in te stellen op één opname en te controleren of de flitser is opgeladen. U kunt FEB in combinatie met flitsbelichtingscompensatie of flitsbelichtingsvergrendeling gebruiken. Als de belichtingscompensatie van de camera is ingesteld op stappen van 1/2 stop, is de flitsbelichtingscompensatie maximaal ±3 stops in stappen van 1/2 stop. U kunt instellen dat FEB automatisch ingeschakeld blijft na het maken van de drie opnamen (C.Fn-03/p. 56). U kunt de FEB-opnamevolgorde wijzigen (C.Fn-04/p. 56).COPY
29Volledig automatisch draadloos flitsenMet de functie high-speed synchronisatie wordt de flitser met alle sluitertijden gesynchroniseerd. Dit is handig wanneer u diafragmavoorkeuze-AE wilt gebruiken voor invulflitsen bij portretopnamen. 1Geef weer. Druk op functieknop 4 om weer te geven.2Geef weer. Druk op functieknop 2 om weer te geven. Controleer of in de zoeker brandt.c High-speed synchronisatie Wanneer u de transmitter gebruikt met EOS camera’s die compatibel zijn met E-TTL en tot 2011 op de markt zijn verschenen of met de EOS REBEL T5/EOS 1200D, is high-speed synchronisatie niet mogelijk bij draadloze flitsfotografie met radiotransmissie (p. 19). Bij high-speed synchronisatie geldt: hoe korter de sluitertijd, hoe kleiner het effectieve flitsbereik.
30Volledig automatisch draadloos flitsenMet FE-vergrendeling (FE = Flash Exposure, flitsbelichting) wordt de juiste flitsbelichtingsinstelling voor een deel van de foto vastgezet.Voer de FE-vergrendeling uit door de camera te bedienen. Zie voor de bediening de instructiehandleiding van de camera en de flitser.U kunt twee of meer masterunits gebruiken (masterunits + slave-units = maximaal 16 units). Door meerdere camera’s voor te bereiden waarop masterunits zijn aangesloten, kunt u fotograferen door van camera te wisselen en dezelfde belichting (slave-units) te behouden.Wanneer u twee of meer masterunits gebruikt, varieert de kleur van het lampje afhankelijk van de volgorde waarin de stroom is ingeschakeld.
De eerste master (hoofdmaster) is groen en de tweede en volgende masters (submasters) zijn oranje.7: FlitsbelichtingsvergrendelingMasterunits Als er geen juiste belichting kan worden verkregen wanneer u een flitsbelichtingsvergrendeling probeert te maken, knippert in de zoeker. Verklein de afstand tussen de slave-unit en het onderwerp en voer opnieuw de flitsbelichtingsvergrendeling uit. U kunt bij gebruik van een digitale camera ook de ISO-snelheid verhogen. Als het gewenste onderwerp te klein is in de zoeker van de camera, is flitsbelichtingsvergrendeling wellicht niet erg effectief.Als het lampje rood is, is er geen verbinding tot stand gebracht. Nadat u het transmissiekanaal en de ID draadloze voor radiogolflengte hebt gecontroleerd, schakelt u elke masterunit uit en weer in.COPY
31U kunt de slave-units in twee flitsgroepen, A en B, verdelen en de belichtingsbalans (flitsverhouding) voor opnamen aanpassen.De belichting wordt automatisch geregeld, zodat het totale flitsvermogen van flitsgroep A en B leidt tot de standaardbelichting. 1Stel de flitsgroep van de slave-units in. Bedien en stel de slave-units een voor een in. Stel één unit in op en de andere op . Zie voor de instellingen van slave-units de instructiehandleiding van de flitser.2Geef weer. De bewerkingen in stap 2 tot en met 4 worden op de masterunit ingesteld. Druk op functieknop 4 van de masterunit om weer te geven.3Stel in op . Druk op de functieknop 2 en stel in op .a: Draadloos flitsen met meerdere flitsers en flitsverhoudingAutomatisch flitsen met twee slavegroepenA B COPY
32a: Draadloos flitsen met meerdere flitsers en flitsverhouding4Stel het flitsvermogen in. Druk op functieknop 3 . Druk op functieknop 3 . Draai om de flitsverhouding in te stellen en druk op de knop . Druk op functieknop 4 om terug te keren naar de gereed-status om te flitsen.5Maak de foto.X De slave-units flitsen op de ingestelde flitsverhouding.U kunt flitsgroep C aan flitsgroepen A en B toevoegen. C is handig voor het instellen van de belichting zodat de schaduw van het onderwerp wordt weggenomen.De basisinstelmethode is hetzelfde als bij “Automatisch flitsen met twee slavegroepen”. 1Stel een flitser als flitsgroep C in. Zie voor de instellingen van slave-units de instructiehandleiding van de flitser.2Stel in op . Stel de masterunit in op , op dezelfde manier als bij stap 2 en 3 op de vorige pagina.Automatisch flitsen met drie slavegroepenC A B COPY
33a: Draadloos flitsen met meerdere flitsers en flitsverhouding3Stel desgewenst de flitsbelichtingscompensatie in. Druk op functieknop 3 , draai en selecteer . Druk op functieknop 3 . Draai om de waarde voor de flitsbelichtingscompensatie in te stellen en druk op de knop . Druk op functieknop 4 om terug te keren naar de gereed-status om te flitsen.Als u meer flitsvermogen nodig hebt of een geavanceerdere belichting wilt gebruiken, kunt u meer slave-units gebruiken. Zet gewoon een extra slave-unit in voor de flitsgroep (A, B of C) waarvan u het flitsvermogen wilt verhogen.
U kunt het aantal slave-units verhogen naar 15 units in totaal.Als u bijvoorbeeld een flitsgroep met drie slave-units instelt op , worden de drie slave-units aangestuurd als een enkele flitsgroep A met een groot flitsvermogen.Aansturing van slavegroepenGr = A Gr = AGr = AFlitsgroep A Stel in als u de drie flitsgroepen A, B en C tegelijkertijd wilt laten flitsen. Bij de instelling flitst flitsgroep C niet. Als u flitst met flitsgroep C rechtstreeks op het hoofdonderwerp gericht, kan dit tot overbelichting leiden. De flitsverhouding van 8:1 t/m 1:1 t/m 1:8 is equivalent aan 3:1 t/m 1:1 t/m 1:3 (in stappen van 1/2 stop) wanneer deze naar een aantal stops wordt omgezet. De details van de flitsverhoudingsinstellingen zijn als volgt.COPY
34In deze paragraaf wordt het draadloos (meervoudig) handmatig flitsen beschreven. U kunt voor elke slave-unit (flitsgroep) een ander flitsvermogen instellen. Stel alle parameters in op de masterunit. 1Stel de flitsmodus in op .2Stel het aantal flitsgroepen in. Terwijl wordt weergegeven, drukt u op functieknop 2 en stelt u de groepen in die u wilt laten flitsen. De instelling verandert als volgt elke keer als u op de knop drukt: ALL (_) →A/B (%) →A/B/C (]).3Selecteer een flitsgroep. Druk op functieknop 3 , draai en selecteer de groep waarvoor u het flitsvermogen wilt instellen.4Stel het flitsvermogen in. Druk op functieknop 3 . Draai om het flitsvermogen in te stellen en druk op de knop .
Herhaal stap 3 en 4 om het flitsvermogen van alle groepen in te stellen.5Maak de foto.X Elke groep flitst op het ingestelde flitsvermogen.q: Draadloos flitsen met meerdere flitsers en handmatig flitsvermogen Wanneer ALL is ingesteld, kunt u A, B of C instellen als flitsgroep voor de slave-units. Er wordt niet geflitst als u D of E instelt. Als u meerdere slave-units met hetzelfde flitsvermogen wilt laten flitsen, selecteert u ALL in stap 2.COPY
35q: Draadloos flitsen met meerdere flitsers en handmatig flitsvermogenStroboscopisch flitsen is een geavanceerde handmatige flitsmodus.Wanneer u de stroboscopische flits met een lange sluitertijd gebruikt, kunt u meerdere opeenvolgende momenten fotograferen op één foto, vergelijkbaar met stop-motionfotografie.Stel bij stroboscopisch flitsen het flitsvermogen, het aantal keren flitsen en de flitsfrequentie (het aantal keren flitsen per seconde = Hz) in. Zie voor het maximumaantal continue flitsen pagina 37. 1Stel de flitsmodus in op . Druk op de knop op de masterunit en stel de modus in op .2Stel de flitsgroepen en het flitsvermogen in. Stel het aantal flitsgroepen en het flitsvermogen voor elke groep in. Raadpleeg hiervoor het gedeelte over handmatig flitsen op de vorige pagina.3Stel de flitsfrequentie en het aantal keren flitsen in.
36q: Draadloos flitsen met meerdere flitsers en handmatig flitsvermogen De sluitertijd berekenenBij stroboscopisch flitsen moet om ervoor te zorgen dat de sluiter open blijft tot aan het einde van het continue flitsen, de camera worden ingesteld met een sluitertijd die op basis van de volgende vergelijking wordt berekend.Aantal keren flitsen ÷ flitsfrequentie = sluitertijdAls het aantal keren flitsen bijvoorbeeld wordt ingesteld op 10 (keer) en de flitsfrequentie op 5 (Hz), stelt u de sluitertijd in op 2 seconden of langer. Maak nooit meer dan 10 foto’s continu achter elkaar met de stroboscopische flits om verslechtering en beschadiging van de flitskop van de slave-unit als gevolg van oververhitting te voorkomen. Laat de flitser na 10 flitsopnamen minstens 15 minuten afkoelen.
Wanneer u regelmatig meer dan 10 keer achter elkaar flitst, kan de veiligheidsfunctie van de slave-unit worden geactiveerd en kan de flitser worden geblokkeerd. Laat in dit geval de flitser minstens 15 minuten afkoelen. Stroboscopisch flitsen is het effectiefst wanneer een sterk reflecterend onderwerp met een donkere achtergrond wordt gecombineerd. Het verdient aanbeveling een statief en een afstandsschakelaar te gebruiken. Stroboscopisch flitsen is niet mogelijk met een flitsvermogen van 1/1 of 1/2. Stroboscopisch flitsen is ook mogelijk als de opnamemodus van de camera is ingesteld op “buLb”. Wanneer het aantal keren flitsen wordt weergegeven als “---”, wordt continu geflitst totdat de sluiter dichtgaat of de lading opraakt. Het maximumaantal continue flitsen wordt in de tabel op de volgende pagina weergegeven.COPY
38Wanneer u een digitale EOS-camera gebruikt die sinds 2012 op de markt is verschenen, zoals de EOS-1D X (behalve de EOS REBEL T5/EOS 1200D), kunt u voor elke flitsgroep met een andere flitsmodus flitsen, met maximaal 5 groepen (A/B/C/D/E).De flitsmodi die kunnen worden ingesteld, zijn " E-TTL II-/E-TTL-autoflash, # handmatig flitsen en $ automatische externe flitsmeting. Wanneer de flitsmodus " of $ is, wordt de belichting zodaning afgesteld dat het belangrijkste onderwerp standaard als één groep wordt belicht.Deze functie is voor gevorderde gebruikers die veel weten over en veel ervaring hebben met belichting. 1Stel de flitsmodus in op . Druk op de knop op de masterunit en stel de flitsmodus in op .2Stel de flitsgroep in op de slave-units. Bedien en stel de slave-units een voor een in. Stel een flitsgroep (A/B/C/D/E) in voor alle slave-units.
39[: Fotograferen met een andere flitsmodus voor elke groep3Stel de flitsmodus in. Stel de flitsmodus van elke flitsgroep in door de masterunit te bedienen. Terwijl wordt weergegeven, drukt u op functieknop 3 en draait u om de groep te selecteren. Druk op de functieknop 2 en selecteer de flitsmodus van de geselecteerde groep uit , en . Om het flitsen van de geselecteerde groep uit te schakelen, drukt u op functieknop 1 om in te stellen. Herhaal stap 3 om de flitsmodus van alle groepen in te stellen.4Stel het flitsvermogen of de flitsbelichtingscompensatiewaarde in. Terwijl er een flitsgroep is geselecteerd, drukt u op functieknop 3 . Draai om de flitsfunctie in te stellen in overeenstemming met de flitsmodus en druk op . Bij gebruik van de modus stelt u het flitsvermogen in. Bij gebruik van de modus of , stelt u de flitsbelichtingscompensatie in zoals vereist.
40Wissen van de transmissie-instellingen/Testflits vanaf een slave-unit5Maak de foto.XElk van de slave-units flitst volgens de flitsmodus die voor elke groep is ingesteld.U kunt de oorspronkelijke waarden van de instellingen voor draadloos fotograferen opnieuw instellen.Houd functieknop 2 en 3 gedurende 2 seconden of langer tegelijkertijd ingedrukt.XDe instellingen van de transmitter worden gewist en de opnamemodus keert terug naar de flitsmodus .U kunt testflitsen vanaf een flitser die als slave-unit is ingesteld. Zie voor de bediening de instructiehandleiding van de camera.Wissen van de transmissie-instellingen Wanneer de flitsmodus voor de flitsgroep is ingesteld op of , wordt de belichting zo geregeld dat een standaardbelichting wordt verkregen voor het hoofdonderwerp als een enkele groep.
Als u flitst met meerdere flitsgroepen rechtstreeks op het hoofdonderwerp gericht, kan dit tot overbelichting leiden.De flitsgroepen die moeten flitsen, hoeven niet opeenvolgend te zijn. U kunt bijvoorbeeld A/C/E instellen.Testflits vanaf een slave-unit Ook al annuleert u de instellingen, dan nog worden het transmissiekanaal, de ID van de draadloze radio en de instellingen voor C.Fn en P.Fn (p. 54) niet geannuleerd.Wanneer twee of meer units als master worden ingesteld, is de masterunit waarop het lampje groen brandt, het lampje dat flitst.COPY
41Als op de knop voor het controleren van de scherptediepte op de camera wordt gedrukt, wordt er 1 seconde continu geflitst. Dit wordt de modelflits genoemd. Hiermee kunt u de schaduweffecten van de flitser op het onderwerp en de lichtbalans bekijken.Druk op de scherptediepteknop van de camera.X De flitser flitst 1 seconde continu.Bij digitale EOS-camera’s die sinds 2012 op de markt zijn verschenen, kunt u de modelflits activeren vanaf een flitser die is ingesteld als slave-unit (behalve op de EOS REBEL T5/EOS 1200D). Zie voor de bediening de instructiehandleiding van de camera.ModelflitsModelflits vanaf een masterunitModelflits vanaf een slave-unit Bij camera’s die tot 2011 op de markt zijn verschenen of de EOS REBEL T5/EOS 1200D, kan de modelflits niet worden geactiveerd vanaf de slave-units.
Flits nooit meer dan 10 keer continu met de modelflits om verslechtering en beschadiging van de flitskop als gevolg van oververhitting te voorkomen. Laat de flitser na 10 keer gebruik van de modelflits minstens 10 minuten afkoelen. Wanneer u met de modelflits meer dan 10 maal achter elkaar flitst, kan de veiligheidsfunctie van de flitser worden geactiveerd en wordt de flitser geblokkeerd. Laat in dit geval de flitser minstens 15 minuten afkoelen. U kunt de modelflits niet gebruiken als u de transmitter gebruikt op de EOS REBEL 2000/QD of de EOS 300/QD. Wanneer twee of meer units als master worden ingesteld, is de masterunit waarop het lampje groen brandt, het lampje dat flitst. U kunt de modelflits laten afgaan met de testflitsknop (C.Fn-02/p. 56).COPY
Zie voor de bediening de instructiehandleiding van de camera.Wanneer u flitst met deze functie, hebt u mogelijk “ontspankabel SR-N3” (afzonderlijk verkrijgbaar) nodig, afhankelijk van uw camera.Voor digitale EOS-camera’s die sinds 2012 op de markt zijn verschenen, zoals de EOS-1D X, is de “ontspankabel SR-N3” niet nodig.Voor andere EOS-camera’s dan hierboven genoemd die compatibel zijn met E-TTL II-/E-TTL-autoflash met een afstandsaansluiting type N3, is “ontspankabel SR-N3” (afzonderlijk verkrijgbaar) nodig om op de ontspanknop op afstand te gebruiken vanaf een slave-unit.Sluit de camera met de kabel aan op de zender, zoals op de afbeelding wordt weergegeven.Ontspannen op afstand vanaf een slave-unitCamera’s die compatibel met zijn ontspannen op afstand via de slave-unitCamera’s die niet compatibel zijn met onspannen op afstand via de slave-unit Sluit de ontspankabel aan wanneer de stroom van de camera en de transmitter zijn uitgeschakeld.
Fotograferen is niet mogelijk wanneer de autofocus geen goede scherpstelling kan bereiken. Het is aanbevolen handmatig scherp te stellen alvorens te ontspannen op afstand. De “ontspankabel SR-N3” (afzonderlijk verkrijgbaar) is voor een afstandsaansluiting van het type N3. U kunt deze niet gebruiken voor camera’s met een andere afstandsaansluiting dan type N3. Op afstand ontspannen wordt met “één opname” gedaan, ongeacht de transportmodusinstelling van de camera. Wanneer er twee of meer masterunits zijn, kunt u op afstand ontspannen vanaf de masterunit waarvan het lampje groen oplicht.COPY
43Gekoppeld fotograferen is een functie waarbij de sluiter van een camera met een slave-unit automatisch ontspant wanneer deze aan een camera met een masterunit wordt gekoppeld. U kunt opnamen maken met gekoppeld fotograferen voor maximaal 16 units, waaronder zowel masterunits als slave-units. Dit is handig wanneer u opnamen van een onderwerp wilt maken vanuit verschillende hoeken tegelijkertijd.Als u opnamen wilt maken met gekoppeld fotograferen, sluit u een flitser die draadloos flitsen met radiotransmissie ondersteunt of de Speedlite Transmitter ST-E3-RT op de camera aan. Wanneer u een camera gebruikt met een afstandsbedieningaansluiting type N3 die tot 2011 op de markt is verschenen, hebt u voor gebruik als “slave-unitcamera” de “ontspankabel SR-N3” (afzonderlijk verkrijgbaar) nodig.
Zie pagina 42 voor details over het aansluiten van de kabel.Alvorens de bedieningshandelingen op de volgende pagina te verrichten, bevestigt u een transmitter of een Speedlite aan alle camera’s die u wilt gebruiken voor het gekoppeld fotograferen. Zie voor nadere details over de Speedlite-instellingen de instructiehandleiding van de Speedlite.Gekoppeld fotograferenCamera met masterunitCamera met slave-unitTransmissieafstand circa 30 mCamera met slave-unitCamera met slave-unitCamera met slave-unitCOPY
44Gekoppeld fotograferen 1Stel in op gekoppeld fotograferen. Blijf op de knop drukken totdat op het LCD-paneel wordt weergegeven.X De “slave-unit” voor gekoppeld fotograferen wordt ingesteld. Druk opnieuw op de knop om de “masterunit” voor gekoppeld fotograferen in te stellen.2Stel het kanaal en de ID in. Stel het kanaal in door op functieknop 2 te drukken en stel de ID in door op functieknop 3 te drukken. Zie voor nadere details over de instelprocedure de pagina’s 20 tot 22.3Stel de fotofuncties van de camera in.4Stel alle transmitters in. Herhaal de stappen 1 tot 3 en stel alle transmitters in op “masterunit” of “slave-unit” in de gekoppelde opnamemodus. Stel de Speedlites die u gebruikt voor het gekoppeld fotograferen op dezelfde manier in.
45Gekoppeld fotograferen5Plaats de camera’s met slave-units. Controleer of het lampje van de slave-unit groen brandt. Plaats alle camera’s met slave-units binnen ongeveer 30 m van de camera met de masterunit.6Maak de foto. Controleer of het lampje van de masterunit groen brandt en maak de foto.X De camera’s met de slave-units ontspannen tegelijk met de camera met de masterunit.X Na het gekoppeld fotograferen brandt het lampje van de slave-unit kort oranje.COPY
46Gekoppeld fotograferen Het verdient aanbeveling de handmatige scherpstelling te gebruiken voor de camera’s met slave-units. Wanneer u niet kunt scherpstellen met de automatische scherpstelling, is gekoppeld fotograferen niet mogelijk met de desbetreffende camera met de slave-unit. Er is een korte vertraging tussen het ontspannen van de camera met de slave-unit en de timing van het ontspannen van de camera met de masterunit. Perfect simultaan fotograferen is niet mogelijk. Als u meerdere flitsers tegelijkertijd laat flitsen tijdens gekoppeld fotograferen, wordt de relevante belichting mogelijk niet bereikt of krijgt u mogelijk een onevenwichtige belichting. Wanneer [Flitsen] in [Flits functie instellingen] is ingesteld op [Uitschakelen] (p. 50), is gekoppeld fotograferen niet mogelijk.
Wanneer u gekoppeld fotografeert in de live-viewstand, dient u [Stille LV-opname] in het menu van de mastercamera in te stellen op [Uitschakelen]. Als [Modus 1] of [Modus 2] is ingesteld, wordt de ontspanknop op de slave-unitcamera’s niet geactiveerd. De transmissieafstand kan korter zijn, afhankelijk van de omstandigheden, zoals de plaatsing van slave-units, de omliggende omgeving en de weersomstandigheden. De functie voor gekoppeld fotograferen is dezelfde functie als de functie voor gekoppeld fotograferen van de WFT-serie draadloze bestandstransmitters. U kunt echter niet gekoppeld fotograferen in combinatie met de WFT-serie. Bovendien verschilt de ontspantijdvertraging van gekoppeld fotograferen bij gebruik van de WFT-serie.
U kunt deze functie gebruiken als afstandsbediening voor de masterunit voor gekoppeld fotograferen zonder dat u een Speedlite of transmitter op een camera aansluit. Wanneer op functieknop 1 op de masterunit wordt gedrukt, worden alle camera’s met slave-units ontspannen. Tijdens gekoppeld fotograferen duurt het 5 minuten totdat de automatische uitschakeling plaatsvindt.COPY
473Transmitterfuncties instellenmet bedieningsfuncties van de cameraIn dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de transmitterfuncties instelt vanaf het menuscherm van de camera.Wanneer de opnamemodus van de camera op een volledig automatische modus of op een beeldzonemodus is ingesteld, zijn de functies in dit hoofdstuk niet beschikbaar. Stel de opnamemodus van de camera in op V/X/W/q/5 (Creatief gebruik-modus).COPY
48Wanneer u digitale EOS-camera’s gebruikt die sinds 2007 op de markt zijn verschenen, kunt u flitsfuncties, transmitterfuncties of gebruikersfuncties instellen via het menuscherm van de camera.Zie voor bediening van de camera de instructiehandleiding van de camera.1Selecteer [Externe Speedlite besturing]. Selecteer [Externe Speedlite besturing] of [Flitsbesturing].2Selecteer [Flits functie instellingen]. Selecteer [Flits functie instellingen] of [Func.inst. externe flitser].XHet scherm verandert in het scherm voor instelling van de (externe) flitsfuncties.3Stel de functie in. Het scherm voor instelling varieert, afhankelijk van de camera.
49Transmitterbediening via het menuscherm van de camera Digitale EOS-camera’s die sinds 2012 op de markt zijn verschenenWanneer u de transmitter gebruikt op camera’s zoals de EOS-1D X, kunt u de functies voor “Flitsfotografie met draadloze radiotransmissie” instellen in het scherm [Flits functie instellingen].* Hoewel de EOS REBEL T5/EOS 1200D sinds 2012 op de markt is verschenen, zijn de instelbare functies met [Func.inst. externe flitser] hetzelfde als op digitale EOS-camera’s die van 2007 tot 2011 op de markt zijn verschenen. (Zie de volgende uitleg voor details.)‘ Digitale EOS-camera’s die van 2007 tot 2011 op de markt zijn verschenenBij het verrichten van “Draadloos flitsen met radiotransmissie” stelt u de functies in via de bediening van de transmitter.Hieronder vindt u een overzicht van de instelbare functies.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Canon ST-E3-RT stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Flitser Canon
Handleiding Flitser
Nieuwste handleidingen voor Flitser