Canon Speedlite EL-5 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Canon Speedlite EL-5 (204 pagina’s), behorend tot de categorie Flitser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 226 mensen. Heb je een vraag over Canon Speedlite EL-5 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Canon |
| Categorie: | Flitser |
| Model: | Speedlite EL-5 |
| Kleur van het product: | Zwart |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Gewicht: | 491 g |
| Breedte: | 80.2 mm |
| Diepte: | 123.3 mm |
| Hoogte: | 139.9 mm |
| Gewicht verpakking: | 826 g |
| Breedte verpakking: | 284 mm |
| Diepte verpakking: | 140 mm |
| Hoogte verpakking: | 126 mm |
| Soort: | Slave-flits |
| Land van herkomst: | Taiwan |
| Brandpuntbereik: | 24 - 200 mm |
| Ondersteund aantal accu's/batterijen: | 1 |
| Flitser-modi: | High-speed synchronization, Manual, Stroboscopic |
| Opbergetui: | Ja |
| Inclusief acculader: | Nee |
| Stofwerend: | Ja |
| Staander inbegrepen: | Ja |
| Compatibiliteit: | EOS R3\nEOS R6 Mark II\nEOS R7\nEOS R10 |
| Draadloze verbindingen: | Ja |
| Auto Focus (AF) assisteer straal: | Ja |
| Aantal kanalen: | 15 kanalen |
| Batterijen inbegrepen: | Ja |
| Batterijtechnologie: | Lithium-Ion (Li-Ion) |
| Type batterij: | LP-EL |
| Compatibele camera merken: | Canon |
| Waterbestendig: | Ja |
| Merk specifieke flits systemen: | E-TTL I (Canon), E-TTL II (Canon) |
| Richtgetal flitser: | 60 m |
| Group settings: | 5 |
| Flitshoek: | 24 - 200 mm |
| Flits blootstellingscompensatie: | Ja |
| Horizontale rotatie hoek: | 0 - 360 ° |
| Verticale rotatie hoek: | -7 - 120 ° |
| Aantal flitsen (ongeveer): | 350 |
| Minimale oplaadtijd (ongeveer): | 0.1 s |
| Maximale oplaadtijd (ongeveer): | 0.9 s |
| Sync-aansluiting: | Flitsschoen |
| Multi-flitser: | Ja |
| Inclusief diffusor: | Nee |
| Zoom reflector: | Motor |
| Groothoek diffusor: | Ja |
Handleiding Canon Speedlite EL-5 – volledige tekst
InhoudInleiding. 4Aanvullende informatie. 5Compatibele accessoires. 6Instructiehandleiding. 7Over deze handleiding. 8Veiligheidsmaatregelen. 10Namen van de onderdelen. 12Aan de slag en basishandelingen. 25De accu opladen. 26De accu plaatsen. 30De Speedlite bevestigen en loskoppelen. 32De flitser inschakelen. 34Volledig automatisch fotograferen met de flitser. 39E-TTL II / E-TTL automatisch flitsen per opnamemodus. 41De accugegevens controleren. 46Geavanceerde flitsopnamen. 49Flitsbelichtingscompensatie. 50Flitsbelichtingsbracketing. 52FE-vergrendeling. 55Hogesnelheidssynchronisatie. 57Synchronisatie op het tweede gordijn. 59Indirecte flits. 61Flitsdekking-instelling. 66Handmatig flitsen. 70Stroboscopisch flitsen. 78Modellamp. 82Modelflits. 84Speedlite-instellingen wissen. 85Flitsfuncties instellen via de camera. 87Flitseraansturing via het cameramenu. 88.
InleidingDe Canon EL-5 is een externe Speedlite compatibel met E-TTL II / E-TTL autoflash enontworpen voor EOS-camera's die zijn uitgerust met een multifunctionele schoen. Bijnormale flitsfotografie kan hij worden gebruikt als een flitser die is bevestigd op demultifunctionele schoen van de camera en bij draadloze flitsfotografie met radiotransmissiekan hij worden gebruikt als een zender of ontvanger. De stof- en waterbestendigheid isgelijkwaardig aan de EOS R5.Lezen vóór gebruikLees eerst de Veiligheidsmaatregelen om problemen en ongelukken tijdens opnamen tevoorkomen.
Lees ook deze Handleiding voor ervaren gebruikers zorgvuldig door om erzeker van te zijn dat u het apparaat op de juiste manier gebruikt.Lezen in combinatie met de instructiehandleiding van de cameraLees vóór gebruik deze handleiding en de Handleiding voor ervaren gebruikers van decamera om bekend te raken met de bediening en ervoor te zorgen dat u het apparaat op dejuiste manier gebruikt.* Uitleg in deze handleiding is gebaseerd op het gebruik van een EOS Digital-camera.Waarschuwing bij continu flitsenDe flitsers flitsen herhaaldelijk bij continue flitsopnamen, of wanneer u opneemt met eenfunctie zoals stroboscopische of modelflits. Sommige mensen kunnen getroffen worden dooreen epileptische aanval of soortgelijke symptomen veroorzaakt door continu flitsen (inclusieflicht dat weerkaatst wordt door felgekleurde muren of andere oppervlakken).
Als u ofanderen deze symptomen ervaren, stopt u onmiddellijk met het gebruik van de flitsers.• Aanvullende informatie• Compatibele accessoires• Instructiehandleiding• Over deze handleiding• Veiligheidsmaatregelen• Namen van de onderdelen4
Over deze handleidingPictogrammen in deze handleidingUitgangspuntenPictogrammen in deze handleidingGeeft het selectiewiel aan. / Geeft de duur van de werking (ongeveer 12 of 16 seconden) aan voor de knopwaarop u hebt gedrukt, vanaf het moment waarop u de knop loslaat.De handleiding gebruikt dezelfde pictogrammen en weergave-items als de Speedlite omte verwijzen naar knoppen en instellingen.Koppelingen naar pagina's met verwante onderwerpen.Waarschuwing om problemen met fotograferen te voorkomen.Aanvullende informatie. rechts van de paginatitel geeft functies aan die alleen beschikbaar zijn wanneer decamera is ingesteld op een modus in de Creatieve Zone (, , ,, , of ).Tips voor het oplossen van problemen.8
UitgangspuntenDe instructies gaan er vanuit dat de Speedlite en camera zijn ingeschakeld ( ).De pictogrammen die worden gebruikt om de knoppen, wieltjes en symbolen in de tekstaan te geven, komen overeen met de pictogrammen die u op de Speedlite en decamera aantreft.De functies kunnen worden ingesteld door de joystick in verticale of horizontale richtingte duwen of door aan te draaien voor selectie.Het instellen van functies kan worden afgesloten door op de knop te drukken.We gaan ervan uit dat gebruikersfuncties/persoonlijke functies van de Speedlite en demenufuncties/gebruikersfuncties van de camera zijn ingesteld op de standaardwaarde.9
WAARSCHUWING:VeiligheidsmaatregelenZorg dat u deze veiligheidsmaatregelen leest om het product veilig te kunnen gebruiken. Houd u aan deze veiligheidsmaatregelen om te voorkomen dat de gebruiker van het productof anderen verwondingen of letsel oplopen. Hiermee wordt gewezen ophet risico van ernstig letsel oflevensgevaar. Houd het product buiten bereik van jonge kinderen. De afdekking is gevaarlijk als deze wordt ingeslikt. Roep onmiddellijk medische hulp in alsdeze wordt ingeslikt. Accu's/batterijen buiten bereik van kinderen bewaren. Gebruik alleen stroombronnen waarvan in deze gebruiksaanwijzing wordt aangegevendat ze bedoeld zijn voor gebruik met dit product. Demonteer of wijzig het product niet. Stel het product niet bloot aan harde schokken of trillingen. Raak geen blootgelegde interne onderdelen aan.
Stop onmiddellijk met het gebruik van het product in geval van vreemdeomstandigheden, zoals de aanwezigheid van rook of een vreemde geur. Gebruik geen organische oplosmiddelen zoals alcohol, wasbenzine of verfverdunner omhet product schoon te maken. Maak het product niet nat. Stop geen vreemde voorwerpen of vloeistoffen in het product. Gebruik het product niet waar mogelijk ontvlambare gassen aanwezig zijn. Dit kan een elektrische schok, explosie of brand veroorzaken. Raak het product niet aan tijdens onweer als de stekker in het stopcontact zit. Dit kan een elektrische schok veroorzaken. Neem de volgende veiligheidsmaatregelen in acht wanneer u in de winkel verkrijgbarebatterijen of bijgeleverde batterijen gebruikt. • Gebruik batterijen alleen voor het product waarvoor ze bedoeld zijn. • Verwarm batterijen niet en stel ze niet bloot aan vuur.
• Laad batterijen alleen op met goedgekeurde batterijladers. • Stel de polen niet bloot aan vuil en zorg ervoor dat ze niet in contact komen metmetalen pennen of andere metalen voorwerpen. • Gebruik geen lekkende batterijen.
• Breng tape of ander isolatiemateriaal aan over de polen van de batterijen voordat ubatterijen weggooit. Dit kan een elektrische schok, explosie of brand veroorzaken. Indien een batterij lekt en het materiaal in contact komt met uw huid of kleding, dient u deblootgestelde huid of kleding grondig af te spoelen met stromend water. In geval van contactmet de ogen dient u de ogen grondig te spoelen met ruime hoeveelheden stromend wateren onmiddellijk medische hulp in te roepen. 10.
VOORZICHTIG:Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht wanneer u een batterijlader gebruikt. • Verwijder regelmatig met een droge doek eventueel stof dat zich op de stekker enhet stopcontact ophoopt. • Steek de stekker van het product niet met natte handen in het stopcontact en haalde stekker niet met natte handen uit het stopcontact. • Gebruik het product niet als de stekker niet volledig in het stopcontact is gestoken. • Stel de stekker en de polen niet bloot aan vuil en zorg ervoor dat ze niet in contactkomen met metalen pennen of andere metalen voorwerpen. • Raak tijdens onweer de batterijlader of de voedingsadapter niet aan als de stekkerin het stopcontact zit. • Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer. Beschadig, breek of wijzig hetnetsnoer niet.
• Wikkel het product tijdens gebruik of kort na gebruik, wanneer het product nogsteeds warm is, niet in doeken of andere materialen. • Laat het product niet gedurende lange tijd aangesloten blijven op een stroombron. • Laad batterijen niet op bij temperaturen buiten het bereik van 5-40 °C (41-104°F). Dit kan een elektrische schok, explosie of brand veroorzaken. Laat het product tijdens gebruik niet langdurig in contact komen met hetzelfde gedeeltevan de huid. Zelfs als het product niet warm aanvoelt, kan dit leiden tot eerstegraads verbrandingen,zoals een rode huid of blaren. Volg aanwijzingen op om het gebruik uit te schakelen op locaties waar het gebruik ervanverboden is. Als u dit niet doet kunt u storingen in andere apparatuur veroorzaken als gevolg vanelektromagnetische golven. Dit kan zelfs ongelukken veroorzaken. Laat batterijen en accu's niet in de buurt van huisdieren liggen.
Gebruik de flitser niet in de buurt van de ogen. Dit kan pijn doen aan de ogen. De flitser geeft tijdens het flitsen bijzonder veel warmte af. Houd vingers, andere delenvan uw lichaam en voorwerpen uit de buurt van de flitser terwijl u foto's maakt. Dit kan brandwonden of een storing in de flitser tot gevolg hebben. Laat het product niet achter op locaties die worden blootgesteld aan extreem hoge oflage temperaturen. Het product kan extreem heet/koud worden en brandwonden of letsel veroorzaken wanneerhet wordt aangeraakt. Raak geen onderdelen aan de binnenkant van het product aan. Dit kan letsel veroorzaken. 11.
Handmatig flitsen ( )(1)(2)(3)(1) Handmatig flitsen / / Aangepaste flitsmodus*1(2) Handmatige flitssterkte(3) Handmatig flitsniveau* 1: De flitsmodus wordt geïdentificeerd na de indicator voor de huidige Aangepaste flitsmodus.OpmerkingDit zijn slechts voorbeelden van displayweergaven. De daadwerkelijkedisplayweergaven tonen alleen de huidige instellingen.Het LCD-paneel licht op als reactie op het bedienen van een knop of wiel ( ).Stroboscopisch flitsen ( )(1)(2)(3)(1) Stroboscopisch flitsen / / Aangepaste flitsmodus*1(2) Flitsfrequentie(3) Aantal flitsen* 1: De flitsmodus wordt geïdentificeerd na de indicator voor de huidige Aangepaste flitsmodus.17
(1)(2)(3)(4)(5)(1) Ontvanger volledig opgeladen(2) Flitsgroepaansturing(3) Zender / ontvanger laadindicator(4) Modellampindicator(5) Groepsflitsmodus*1* 1: Alleen groepsflitsenOpmerking wordt niet meer weergegeven nadat zenders en ontvangers bijdraadloze flitsfotografie met radiotransmissie volledig zijn opgeladen., , en zijn beschikbaar als flitsmodivoor groepsflitsen .Als indicator van opdrachten voor het activeren van modellampen komt in de informatie over het aansturen van de flitsgroep niet noodzakelijkerwijsovereen met de huidige status van de modellamp van ontvangers.19
Aan de slag en basishandelingenIn dit hoofdstuk worden de voorbereidingen beschreven voordat u begint met flitsfotografieen het standaardgebruik van de flitser.VoorzichtigVoorzorgsmaatregelen bij continu flitsenGebruik de flitser niet continu meer dan 40 keer achter elkaar op vol vermogen, omslijtage of beschadiging van de flitskoppen als gevolg van oververhitting tevoorkomen. Na dit aantal keer continu flitsen op vol vermogen staakt u het gebruikvan de Speedlite gedurende minstens 40 minuten.Na dit aantal keer continu flitsen op vol vermogen kan bij verder continu flitsen metkorte intervallen een veiligheidsfunctie worden geactiveerd die het flitsen beperkt.Op flitsbeperkingsniveau 1 wordt het flitsinterval automatisch ingesteld opongeveer 8 seconden.
3.Laad de accu op.Voor de LC-E6Klap de stekkerpootjes van de acculader naar buiten, in de richting vande pijl, en steek ze in het stopcontact.Voor de LC-E6ESluit het netsnoer aan op de lader en steek de stekker in hetstopcontact.Het opladen begint automatisch en het laadlampje wordt oranje.OplaadniveauOplaadlampjeKleur Weergave0–49%OranjeKnippert 1 keer per seconde.50–74% Knippert 2 keer per seconde.75% of hoger Knippert 3 keer per seconde.Opladen voltooid Groen Blijft brandenHet opladen van een lege accu duurt ongeveer 2 uur en 10 minuten bijkamertemperatuur (23 °C/73 °F). De oplaadtijd verschilt sterk afhankelijk van deomgevingstemperatuur en resterende lading.27
Om veiligheidsredenen duurt opladen bij lage temperaturen (5 tot 10 °C/41 tot 50 °F)langer (tot ongeveer 4 uur).De Speedlite is bij verkoop nog niet opgeladen.Laad hem vóór gebruik op.Laad hem op de dag van gebruik op, of de dag ervoor.Accu's verliezen in opslag geleidelijk hun lading.Verwijder na het opladen de accu en koppel de lader los van het stopcontact.De beschermkap kan in een bepaalde richting worden bevestigd om aan te gevenof de accu opgeladen of leeg is.Afhankelijk van de richting waarin u de beschermkap bevestigt, is een andere kleurzichtbaar door het venster ().
Door te beslissen welke kleur een opgeladen enwelke een lege accu aangeeft, en de beschermkap dienovereenkomstig te bevestigen,weet u in een oogopslag wat de status van de accu is.Wanneer de Speedlite niet in gebruik is, verwijdert u de accu.Als de accu gedurende een lange tijd in de Speedlite blijft zitten, kan door het langzaamweglekken van de lading de accu te ver ontladen worden en de levensduur van de accukorter worden. Bewaar de accu met de beschermkap aangebracht. Wanneer eenvolledig opgeladen accu wordt bewaard, kunnen de prestaties afnemen.De acculader kan ook in andere landen worden gebruikt.De lader is compatibel met een stroomvoorziening 100 tot 240 V AC en 50/60 Hz.Bevestig zo nodig een in de handel verkrijgbare stekkeradapter die geschikt is voor uwland of regio.
Om schade te voorkomen, mag u het apparaat niet aansluiten opdraagbare spanningstransformators.Als een accu zijn lading snel verliest, ondanks dat hij volledig opgeladen was,moet hij mogelijk worden vervangen.Controleer de oplaadprestaties van de nieuwe accu voordat u er een koopt.VoorzichtigNadat de lader is losgekoppeld van het stopcontact mag u de stekkerpootjesgedurende ongeveer 10 seconden niet aanraken.Een accu wordt niet opgeladen voordat de resterende acculading lager is danongeveer 90%.28
OpmerkingOpslag van accuOp een koele, droge en goed geventileerd plek bewaren.Zelfs als de accu is verwijderd, kan door het langzaam intern weglekken van delading de accu op den duur te ver ontladen worden en verder gebruik, ondanksopladen, onmogelijk maken.Voordat u de accu gedurende een lange tijd bewaart, laadt u hem eenmaal per jaarop tot ongeveer 50%.29
De accu plaatsenGebruik de accu LP-EL als voedingsbron.1.Open het deksel.Schuif het deksel van het accuvak omlaag om het te openen.2.Plaats de accu.Steek eerst de polen van de accu erin, zoals aangegeven door demarkering.3.Sluit het deksel.Sluit het deksel van het accuvak en schuif het omhoog tot het op zijnplaats vastklikt.30
Oplaadtijd en aantal flitsenAlleen EL-5OplaadtijdAantal flitsenSnelle flits Normale flitsCa. 0,1–1,0 s Ca. 0,1–1,2 s Ca. 350–2.450* Met de snelle flitsfunctie kunt u flitsen voordat de flitser helemaal is opgeladen ( ).* Met gebruik van een nieuwe, volledig opgeladen accu LP-EL* Gebaseerd op testnormen van Canon VoorzichtigRaak na continu flitsen de flitskop, de accu en het gedeelte rondom hetaccuvak niet aan.Raak na herhaaldelijk gebruik van continu flitsen of modelflits met een kort intervalde flitskop, de accu of het gedeelte rondom het accuvak niet aan.
De flitskop, deaccu en het gedeelte rondom het accuvak kunnen heet worden, wat het risico vanbrandwonden met zich meebrengt.Laat het product tijdens gebruik niet langdurig in contact komen methetzelfde gedeelte van de huid.Zelfs als het product niet warm aanvoelt, kan dit leiden tot eerstegraadsverbrandingen, zoals een rode huid of blaren.OpmerkingDe accu moet worden opgeladen wanneer wordt weergegeven of wanneerhet LCD-paneel blanco wordt tijdens het opladen van de flitser.31
3.De Speedlite demonteren.Druk op de ontgrendelingsknop, schuif de borgknop naar links enverwijder de Speedlite.VoorzichtigZorg ervoor dat u de Speedlite uitschakelt voordat u deze monteert of demonteert.Als u de Speedlite op een camera zonder multifunctionele schoen probeert tebevestigen, kan de Speedlite of de camera beschadigd raken.Zorg ervoor dat geen harde voorwerpen tegen de contactpunten komen. Hierdoorkan de camera beschadigd raken.Raak de contactpunten niet aan met uw vingers. Dit kan leiden tot corrosie.Gecorrodeerde contactpunten kunnen leiden tot een storing.Blaas eventueel vreemde stoffen vanaf de multifunctionele schoen met behulp vaneen in de handel verkrijgbare blaasbalg of een soortgelijk hulpmiddel.Als de multifunctionele schoen nat is geworden, laat u hem drogen voordat u hemweer gebruikt.33
De flitser inschakelenSnelle flitsAutomatisch uitschakelenBediening van de flitser vergrendelenLCD-paneelverlichting1.Zet de aan-/uitschakelaar op .Het opladen van de flitser begint.Tijdens het opladen wordt weergegeven op het LCD-paneel. Na het opladen van de flitser wordt dit niet meer weergegevenen klinkt een pieptoon uit de Speedlite.2.Bevestig dat het opladen van de flitser voltooid is.Het gereed-lampje van de flitser verandert als volgt: uit → rood(knippert) (Snelle flits klaar) → rood (brandt) (volledig opgeladen).Om een testflits uit te voeren, drukt u op de testflitsknop (gereed-lampje (1)).34
VoorzichtigEr kan geen testflits worden uitgevoerd wanneer de timer voor flitsmeting van decamera actief is.OpmerkingDe flitsinstellingen blijven behouden, ook nadat de flitser is uitgeschakeld.De pieptoon die klinkt nadat het opladen is voltooid, kan worden uitgeschakeld inP.Fn-05.Snelle flitsMet snelle flits is flitsfotografie mogelijk, ook wanneer het gereed-lampje nog rood knippert(voordat hij volledig opgeladen is). Dit is beschikbaar in alle transportmodi van de camera.Hoewel de flitssterkte beperkt is tot ongeveer 1/2 tot 1/6 van het volledige vermogen, is dezefunctie handig voor opnamen met een korter flitsinterval.Bij handmatige flitsopnamen is snelle flits beschikbaar als de flitssterkte is ingesteld op 1/4tot 1/1024.
Merk op dat snelle flits niet beschikbaar is bij gebruik van stroboscopisch flitsenen bij draadloze flitsopnamen.VoorzichtigAls snelle flits wordt gebruikt bij continue opname, kan onderbelichting optreden alsgevolg van de lagere flitssterkte.OpmerkingZie LCD-paneelverlichting voor meer informatie over de weergavewanneer de Speedlite is ingesteld als zender bij draadloze flitsfotografie metradiotransmissie.Snelle flits kan worden uitgeschakeld in P.Fn-01.35
Automatisch uitschakelenDeze functie bespaart acculading door de Speedlite automatisch uit te schakelen als dezegedurende ongeveer 90 seconden niet wordt bediend. Om de Speedlite weer in teschakelen, drukt u de ontspanknop van de camera half in of drukt u op de testflitsknop(gereed-lampje).Automatische uitschakelen treedt na ongeveer 5 minuten in werking wanneer de Speedliteis ingesteld als zender bij draadloze flitsfotografie met radiotransmissie ( ) of isgeconfigureerd voor gekoppeld fotograferen ( ).OpmerkingAutomatisch uitschakelen kan worden gedeactiveerd in C.Fn-01.Wanneer de Speedlite op een camera is bevestigd, wordt hij automatischuitgeschakeld als hij gedurende ongeveer 90 seconden nadat de camera naar demodus automatisch uitschakelen is gegaan niet wordt bediend.36
Bediening van de flitser vergrendelenDe werking van de knoppen en wieltjes van de Speedlite kan worden uitgeschakeld door deaan/uit-schakelaar in de stand te zetten. Dit kan helpen voorkomen dat deinstellingen van de Speedlite per ongeluk worden gewijzigd.Op het LCD-paneel wordt weergegeven wanneer een knop of wieltje wordtbediend.OpmerkingZelfs als de aan/uit-schakelaar in de stand staat, zijn het uitvoeren vaneen testflits en het laten branden van de modellamp mogelijk. Merk op dat hetLCD-paneel oplicht als reactie op het bedienen van een knop of wiel.37
Volledig automatisch fotograferen met de flitserMet de E-TTL II en E-TTL is volledig automatisch fotograferen met de flitser mogelijk als decamera is ingesteld op (Programma AE) of de volledig automatische opnamemodus.1.Kies met behulp van de joystick.2.Selecteer .Duw de joystick in verticale of horizontale richting of draai aan en selecteer . Druk daarna de joystick recht in.3.Stel scherp op het onderwerp.Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen.De sluitertijd en de diafragmawaarde worden in de zoekerweergegeven.Bevestig dat wordt weergegeven in de zoeker.39
4.Maak de foto.* Dit is een voorbeeld van de weergave wanneer de camera in de modus (Programma AE) staat.Bevestig dat het onderwerp zich binnen het effectieve flitsbereik (1)bevindt.Door de ontspanknop helemaal in te drukken, gaat de flitser af enwordt een foto gemaakt.OpmerkingAls het onderwerp in uw opname donker (onderbelicht) lijkt, dan dichter bij hetonderwerp te komen voordat u nog een opname maakt. U kunt ook proberen omde ISO-snelheid te verhogen.De volledig automatische modi zijn , en . wordt weergegeven op het LCD-paneel, ook wanneer de Speedlitewordt gebruikt met camera's die E-TTL II ondersteunen.Zet na het opnemen de camera en de Speedlite uit, verwijder de Speedlite van decamera en bevestig het kapje op de bevestigingsvoet voordat u ze opbergt.40
E-TTL II / E-TTL automatisch flitsen peropnamemodusAutozoom voor sensorformaatVerzending van kleurtemperatuurinformatieAF-hulplichtE-TTL II of E-TTL autoflash die geschikt is voor de huidige opnamemodus wordtautomatisch gebruikt. Stel de opnamemodus van de camera simpelweg in op (sluiterprioriteit AE), (diafragmaprioriteit AE), (flexibele-prioriteit AE) of (handmatige belichting).Selecteer deze stand wanneer u de sluitertijd handmatig wilt instellen. Vervolgens stelt decamera een geschikte diafragmawaarde in om bij de sluitertijd een standaardbelichting teverkrijgen, gebaseerd op een meting door de camera.De diafragmawaarden knipperen om te waarschuwen voor een onderbelichte ofoverbelichte achtergrond.
Pas de sluitertijd aan tot de diafragmawaarde niet meerknippert.Selecteer deze modus als u de diafragmawaarde handmatig wilt instellen.De camera stelt een geschikte sluitertijd in om bij de diafragmawaarde eenstandaardbelichting te verkrijgen, gebaseerd op een meting van de camera.Opnemen met een statief wordt aanbevolen, want voor opnamen met weinig lichtworden lange sluitertijden gebruikt.De sluitertijden knipperen om te waarschuwen voor een onderbelichte of overbelichteachtergrond.
Pas de diafragmawaarde aan tot de sluitertijd niet meer knippert.Iedere sluitertijd of diafragmawaarde kan worden ingesteld.Als de diafragmawaarde knippert wanneer u een sluitertijd instelt, wijzigt u de sluitertijdtotdat de diafragmawaarde niet meer knippert.Als de sluitertijd knippert wanneer u een diafragmawaarde instelt, wijzigt u dediafragmawaarde totdat de sluitertijd niet meer knippert.Selecteer deze stand als u zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde handmatig wiltinstellen.Het licht uit de flitser zorgt voor een standaardbelichting van het onderwerp. De belichtingvan de achtergrond verschilt afhankelijk van de ingestelde sluitertijd en diafragmawaarde.41
Verzending van kleurtemperatuurinformatieDeze functie zorgt voor een optimale witbalans bij flitsopnamen door gebruik te maken vande kleurtemperatuurinformatie op het moment van flitsen, die door de Speedlite naar deEOS Digital-camera wordt verzonden. Dit wordt automatisch ingeschakeld wanneer dewitbalans van de camera is ingesteld op , of .44
AF-hulplichtHet ingebouwde AF-ledhulplicht van de Speedlite flitst automatisch om te helpen met hetautomatisch scherpstellen van opnamen met weinig licht.Wat betreft de compatibele beeldhoeken is het AF-hulplicht effectief voorbrandpuntsafstanden van de lens van 24 mm en groter, en is het effectieve bereik ongeveer0,6 tot 10 m (2,0 tot 32,8 ft) in het midden van het AF-gebied.VoorzichtigScherpstellen met het AF-hulplicht van een externe Speedlite kan moeilijk zijnwanneer op de camera een AF-punt aan de rand wordt gebruikt, of wanneer eengroothoeklens of telelens wordt gebruikt. In dat geval gebruikt u het middelste AF-punt of een AF-punt dicht bij het midden.OpmerkingHet flitsen van het AF-hulplicht kan worden gedeactiveerd in C.Fn-08.De flitssterkte ligt vast voor de EOS R3, EOS R7 en EOS R10.
Op anderecamera's met een multifunctionele schoen wordt de flitssterkte automatischingesteld aan de hand van de helderheid.Afhankelijk van de helderheid van de omgeving schakelt het AF-hulplichtautomatisch over naar intermitterende flitsen voor de EOS R3, EOS R7 enEOS R10. Op andere camera's met een multifunctionele schoen wordt bij eentoename van de inwendige temperatuur automatisch de helderheid van het AF-ledhulplicht verlaagd of wordt uit veiligheidsoverwegingen overgeschakeld naarintermitterend flitsen. Merk op dat afhankelijk van de helderheid van de omgevingdit licht kan worden voortgebracht door de camera of door de Speedlite.45
3.Geef het scherm [Battery info.] weer.Duw de joystick in verticale richting of draai aan en selecteer. Druk daarna de joystick recht in.(1) Identificeert de accu die wordt gebruikt.(2) Toont de accuniveau-indicator en de resterende acculading alspercentage.(3) Toont de waarde van het aantal keer flitsen met de huidige accu,uitgedrukt als het aantal keer flitsen op vol vermogen. Het aantal wordt opnul gezet na opladen.(4) Toont de oplaadprestaties van de accu, wat een maat is voor degezondheid van de accu.: Goede oplaadprestaties: Matige oplaadprestaties: Het wordt aanbevolen de accu te vervangenVoorzichtigHet gebruik van een originele Canon-accu van het type LP-EL wordt aanbevolen.Niet-originele accu's bieden mogelijk niet de hoogste prestaties voor de Speedliteen kunnen tot een storing leiden.47
Geavanceerde flitsopnamenIn dit hoofdstuk worden de geavanceerde opnamemethoden beschreven die gebruikmakenvan de functies van de Speedlite.VoorzichtigFuncties op pagina's met in de rechterbovenhoek zijn niet beschikbaar wanneerde camera in de Volledig automatische modus of in de Basisgebruiksmodus staat.Alle bewerkingen in dit hoofdstuk zijn beschikbaar wanneer de opnamemodus vande camera is ingesteld op , , , , of (Creatieve Zone).•Flitsbelichtingscompensatie• Flitsbelichtingsbracketing• FE-vergrendeling• Hogesnelheidssynchronisatie• Synchronisatie op het tweede gordijn• Indirecte flits• Flitsdekking-instelling• Handmatig flitsen• Stroboscopisch flitsen• Modellamp•Modelflits• Speedlite-instellingen wissen49
Druk daarna de joystick recht in."0,3" betekent 1/3 stop en "0,7" betekent 2/3 stop.Zet de waarde terug op ʺ±0" als u de flitsbelichtingscompensatie wiltannuleren.Nadat u een nieuwe waarde hebt ingesteld, verandert deze niet als ude joystick in verticale richting duwt.Na het wijzigen van de waarde, wordt de gewijzigde waarde nietingesteld als de toets wordt ingedrukt.OpmerkingOver het algemeen gebruikt u een positieve compensatie voor lichte onderwerpenen een negatieve compensatie voor donkere.Als de belichtingscompensatie op de camera is ingesteld op stappen van 1/2 stop,wordt de flitsbelichtingscompensatie ingesteld binnen een bereik van ±3 stops instappen van 1/2 stop.De instelling op de Speedlite heeft voorrang als de flitsbelichtingscompensatie isingesteld op zowel de Speedlite als de camera.U kunt de hoeveelheid flitsbelichtingcompensatie selecteren door direct aan te draaien zonder te selecteren met de joystick (C.Fn-13).51
3.Stel het FEB-niveau in.Duw de joystick in horizontale richting of draai aan en selecteerhet FEB-niveau. Druk daarna de joystick recht in."0,3" betekent 1/3 stop en "0,7" betekent 2/3 stop.Bij gebruik in combinatie met flitsbelichtingscompensatie worden FEB-opnamen gebaseerd op de ingestelde compensatiewaarde. of wordt weergegeven aan de uiteinden van de indicator als hetflitsbelichtingsniveau meer is dan ±3 stops.Nadat u een nieuwe waarde hebt ingesteld, verandert deze niet als ude joystick in verticale richting duwt.Na het wijzigen van de waarde, wordt de gewijzigde waarde nietingesteld als de toets wordt ingedrukt.53
OpmerkingDe FEB wordt automatisch geannuleerd nadat de drie opnamen zijn gemaakt.Overweeg voordat u FEB-opnamen maakt om de transportmodus van de camerain te stellen op enkelbeeld en controleer of het opladen van de flitser is voltooid. Inde transportmodus voor continue opname wordt de opname automatisch beëindigdna drie opeenvolgende opnamen.U kunt FEB in combinatie met flitsbelichtingscompensatie offlitsbelichtingsvergrendeling gebruiken.Als de belichtingscompensatie op de camera is ingesteld op stappen van 1/2 stop,wordt de flitsbelichtingscompensatie ingesteld binnen een bereik van ±3 stops instappen van 1/2 stop.U kunt het na drie opnamen automatisch annuleren van de FEB uitschakelen inC.Fn-03.U kunt de FEB-opnamevolgorde wijzigen (C.Fn-04).54
FE-vergrendelingFotograferen met flitsbelichting (flash exposure; FE) vergrendeld, zorgt voor de juisteflitsbelichting over het aangegeven gebied van het onderwerp.Terwijl wordt weergegeven op het LCD-paneel, drukt u op de knop (AE-vergrendeling) van de camera.1.Stel scherp op het onderwerp.2.Druk op de knop -toets ( ).Plaats het onderwerp in het midden van de zoeker en druk daarna opde knop van de camera.De Speedlite geeft een voorflits en slaat de vereiste flitssterkte voor hetonderwerp op.[FEL] wordt gedurende ongeveer een halve seconde weergegeven inde zoeker.Telkens wanneer u op de knop drukt, geeft de Speedlite eenvoorflits en slaat hij de op dat moment vereiste flitssterkte op.55
Opmerking knippert in de zoeker als met FE-vergrendeling geen geschikte belichtingmogelijk is. Nader het onderwerp of open het diafragma en probeer opnieuw deflitsbelichting te vergrendelen. U kunt ook proberen de ISO-snelheid te verhogenvoordat u de FE-vergrendeling opnieuw probeert.Als het onderwerp op het scherm te klein is, is de FE-vergrendeling mogelijk nieteffectief.56
HogesnelheidssynchronisatieHogesnelheidssynchronisatie maakt flitsopnamen mogelijk met nog kortere sluitertijden dande kortste sluitertijd voor flitssynchronisatie. Dit is effectief bij het opnemen met een opendiafragma in de modus (diafragmaprioriteit AE) om bijvoorbeeld de achtergrondachter een onderwerp buitenshuis in daglicht wazig te maken.1.Druk de joystick recht in.2.Selecteer het item aangegeven in (1).Duw de joystick in verticale of horizontale richting of draai aan en selecteer het item. Druk daarna de joystick recht in.57
3.Selecteer .Duw de joystick in horizontale richting of draai aan en selecteer. Druk daarna de joystick recht in.Controleer vóór het opnemen of wordt weergegeven in dezoeker.VoorzichtigBij hogesnelheidssynchronisatie wordt het richtgetal (effectieve flitsbereik) kleinernaarmate de sluitertijd korter wordt. U kunt het effectieve flitsbereik controleren ophet LCD-paneel.Om te voorkomen dat de flitskop versleten of beschadigd raakt door oververhitting,kan de Speedlite het aantal opeenvolgende flitsen verlagen bij herhaald opnemenmet hogesnelheidssynchronisatie.Opmerking wordt niet weergegeven in de zoeker bij sluitertijden langer dan de kortstesluitertijd voor flitssynchronisatie.Om terug te keren naar normaal flitsen selecteert u (synchronisatie eerstegordijn) in stap 3 ( wordt niet weergegeven op het scherm na configuratie).
Synchronisatie op het tweede gordijnAls u bij een lange sluitertijd synchronisatie 2e gordijn gebruikt, kunt u natuurlijke opnamenmaken van bewegingssporen, zoals de lichten van een auto. De flitser flitst direct voordat decamera de opname afrondt (voordat de sluiter dichtgaat).1.Druk de joystick recht in.2.Selecteer het item aangegeven in (1).Duw de joystick in verticale of horizontale richting of draai aan en selecteer het item. Druk daarna de joystick recht in.3.Selecteer .Duw de joystick in horizontale richting of draai aan en selecteer. Druk daarna de joystick recht in.59
OpmerkingSynchronisatie tweede gordijn werkt goed in de opnamemodus (Bulb).De Speedlite flitst twee keer in de flitsmodus . De eerste flits is geenstoring, maar een voorflits om de flitssterkte te bepalen.Om terug te keren naar normaal flitsen selecteert u (synchronisatie eerstegordijn) in stap 3 ( wordt niet weergegeven op het scherm na configuratie).60
Indirecte flits Flitsopnamen van dichtbijOpname met reflectieDoor de flitskop op het plafond of een muur te richten en het licht dat er vanaf wordtgereflecteerd te gebruiken, kunnen schaduwen van het onderwerp worden verzacht en deopnamen natuurlijker worden. Deze opnamemethode wordt "indirecte flitsfotografie"genoemd.De richting van de flitserkop instellenU kunt de flitskop draaien of kantelen, zoals afgebeeld. Als u de flitskop draait of kantelt,wordt weergegeven op het display.Als de Speedlite is ingesteld op flitsdekking (automatisch), wordt door hetdraaien van de flitskop de dekking ingesteld op 50 mm en wordt weergegeven.U kunt de flitsdekking ook handmatig instellen ( ).61
OpmerkingAls het licht wordt weerkaatst door een plafond of muur dat/die te ver weg ligt,wordt mogelijk niet voldoende belichting verkregen omdat onvoldoende licht hetonderwerp bereikt.Als uw opname te donker is, verlaagt u de diafragmawaarde (het f-getal) om hetdiafragma te openen en probeert u het opnieuw. U kunt ook proberen om de ISO-snelheid te verhogen.Kies een spierwit(te) of gebroken wit(te) plafond of muur om het licht door te latenweerkaatsen, omdat deze sterker reflecteren. Reflecties van niet-witteoppervlakken zorgen mogelijk niet voor voldoende belichting. Onvoldoende lichtbereikt dan het onderwerp en de opname kan worden beïnvloed door de kleur vanhet gebruikte oppervlak.Bij gebruik van snelle flits voor indirecte-flitsopnamen is er meer kans oponderbelichting door de lagere flitssterkte.62
Flitsopnamen van dichtbijU kunt een onderwerp van dichtbij opnemen op een afstand van 0,5 tot 2 m (1,6 tot 6,6 ft)door de flitskop 7° omlaag te kantelen.Wanneer de flitskop 7° omlaag wordt gekanteld, wordt weergegeven op het display.OpmerkingHet volgende scherm wordt weergegeven wanneer de flitskop omlaag wordtgekanteld. Als hij per ongeluk omlaag is gekanteld, zet u de flitskop terug in zijnoorspronkelijke stand.63
Opname met reflectieAls u bij een portretopname het witte reflectiekaartje gebruikt, kunt u het gereflecteerde lichtin de ogen van een persoon vangen voor een levendigere uitdrukking.1.Kantel de flitskop 90° omhoog.2.Trek de groothoekadapter omhoog.Trek de lip in het midden van de groothoekadapter omhoog.Het witte reflectiekaartje komt er samen mee naar buiten.3.Duw de groothoekadapter terug.Duw alleen de groothoekadapter terug, zodat het witte reflectiekaartjeomhoog blijft staan.Het opnemen wordt op dezelfde manier gedaan als bij een normaleindirecte-flitsopname.64
VoorzichtigRicht de flitskop naar voren en kantel hem 90° omhoog. Wanneer de flitskop naarlinks of naar rechts is gedraaid, is het witte reflectiekaartje niet erg effectief.Maak de opname binnen ongeveer 1,5 m (4,9 ft) vanaf het onderwerp (bij ISO 100met f/2,8) om effectief het gereflecteerde licht in iemands ogen te vangen.Trek de groothoekadapter niet met veel kracht omhoog. Als u dat wel doet, trekt ude groothoekadapter misschien los van de Speedlite.65
Flitsdekking-instellingGroothoekadapterDe flitsdekking kan automatisch of handmatig worden ingesteld. Stel in op (automatische instelling) voor automatische instelling van de flitsdekking aan de hand vande brandpuntsafstand (opnamebeeldhoek) van de gebruikte lens en het beeldsensorformaat( ). Met de instelling (Handmatig) kunt u handmatig een flitsdekking instellen binnenhet bereik van 24 tot 200 mm.1.Druk de joystick recht in.2.Selecteer het item aangegeven in (1).Duw de joystick in verticale of horizontale richting of draai aan en selecteer het item. Druk daarna de joystick recht in.66
3.Stel de flitsdekking in.Duw de joystick in verticale of horizontale richting of draai aan en selecteer de flitsdekking. Druk daarna de joystick recht in.Om dit automatisch in te stellen, selecteert u , en om dithandmatig in te stellen, selecteert u een waarde (brandpuntsafstand inmm).OpmerkingDe flitsdekking die u handmatig instelt, dient even groot als of groter dan deopnamebeeldhoek te zijn, om vignettering te voorkomen.De waarschuwing wordt weergegeven op het LCD-paneel wanneereen lens met een brandpuntsafstand kleiner dan 24 mm is bevestigd. Evenzo wordtde waarschuwing weergegeven wanneer u een camera gebruikt meteen beeldsensor kleiner dan volframe terwijl de werkelijke opnamebeeldhoekgroter is dan die van een 24mm-lens. kan ook worden toegewezen aan verticale of horizontale posities vande joystick in P.Fn-08.67
GroothoekadapterDe ingebouwde groothoekadapter maakt het mogelijk om flitsopnamen te maken die deopnamebeeldhoek dekken van een ultragroothoeklens met een brandpuntsafstand van14 mm.1.Trek de groothoekadapter naar buiten.Trek de lip in het midden van de groothoekadapter naar buiten.Het witte reflectiekaartje komt er samen mee naar buiten.2.Druk het wit reflectiekaartje naar achteren.Duw alleen het witte reflectiekaartje terug, zodat de groothoekadapteromlaag blijft staan.VoorzichtigDe waarschuwing wordt weergegeven op het LCD-paneel wanneer degroothoekadapter wordt gebruik bij een indirecte-flitsopname, omdat er onder dezeomstandigheden meer kans is op onderbelichting.Trek de groothoekadapter niet met veel kracht naar buiten. Hierdoor kan hij losraken van de Speedlite.Niet compatibel met opnamebeeldhoeken van de EF15mm f/2.8 Fisheye ofEF8-15mm f/4L Fisheye USM.68
Handmatig flitsenHandmatige flitssterkte instellen van uit FE-geheugenHandmatig instellen van de flitsbelichting na metingDe flitssterkte kan worden ingesteld binnen het bereik van 1/1024 tot vol vermogen (1/1), instappen van 1/3 stop.Door een in de handel verkrijgbare flitsmeter te gebruiken, kunt u de flitssterkte bepalen dienodig is voor een goede belichting. Het wordt aanbevolen de opnamemodus van de camerain te stellen op of .1.Kies met behulp van de joystick.2.Stel de flitsmodus in op .Duw de joystick in verticale of horizontale richting of draai aan en selecteer . Druk daarna de joystick recht in.70
Handmatige flitssterkte instellen van uit FE-geheugenDe flitssterkte die wordt gebruikt bij opnemen in de -flitsmodus kan wordentoegepast als het niveau voor de -flitsmodus.1.Stel de FE-geheugenfunctie in.Stel de gebruikersfunctie C.Fn-19 in op 1: ON ( ).2.Maak een opname in de -flitsmodus.Kies met behulp van de joystick.Duw de joystick in verticale of horizontale richting of draai aan en selecteer . Druk daarna de joystick recht in.Druk de ontspanknop helemaal in om de opname te maken.73
VoorzichtigVoordat u flitst met de Speedlite ingesteld op , controleert u of hetgereed-lampje rood brandt (volledig opgeladen).Als u de ISO-snelheid, diafragmawaarde of andere instellingen die verband houdenmet de flitssterkte (zoals de lichtintensiteit of zoom van de flits) aanpast na hetflitsen met de Speedlite ingesteld op , adviseren we u op te nemen metde Speedlite weer ingesteld op .De kleurtemperatuur van de Speedlite kan sterk verschillen van die van hetomgevingslicht wanneer de witbalans van de camera is ingesteld op , ende kleurtinten van de opnamen kunnen verschillen tussen de instellingen en wanneer de flitscompensatie is ingesteld op een negatievewaarde en [E-TTL balans] is ingesteld op [Sfeerprioriteit].Bij gebruik van het FE-geheugen bij draadloze opnamen met meerdere flitsers,configureert u van tevoren de identieke instellingen voor de flitsgroepen en .
Handmatig instellen van de flitsbelichting na metingAls u een camera gebruikt die compatibel is met handmatig instellen van de flitsbelichting nameting, kunt u het flitsbelichtingsniveau handmatig instellen vóór het opnemen. Dit iseffectief voor flitsopnamen van dichtbij.
Gebruik een standaard 18% grijsreflector (in dehandel verkrijgbaar) en maak als volgt opnamen.1.Configureer de camera en Speedlite-instellingen.Stel de opnamemodus van de camera in op of .Stel de flitsmodus van de Speedlite in op .2.Stel scherp op het onderwerp.Stel handmatig scherp op het onderwerp.3.Zet de 18% grijsreflector op.Plaats hem op de positie van het onderwerp.Richt de camera zo dat de reflector de volledige puntmeetcirkel in dezoeker vult.4.Druk op de knop of / ( ).De Speedlite geeft een voorflits en slaat de vereiste flitssterkte vooreen goede flitsbelichting op.Rechts in de zoeker geeft de belichtingsniveau-indicator hetflitsbelichtingsniveau weer ten opzichte van de standaardbelichting.76
Stroboscopisch flitsenDe sluitertijd berekenenMet de stroboscopische flits en een lange sluitertijd kunt u in één opname continuebeweging vastleggen, zoals bij sequence-fotografie.Stel voor stroboscopisch flitsen de flitssterkte, het aantal flitsen en de flitsfrequentie (aantalflitsen per seconde, equivalent aan Hz) in. Zie Maximaal aantal opeenvolgende flitsen voorinformatie over het maximale aantal opeenvolgende flitsen.1.Kies met behulp van de joystick.2.Stel de flitsmodus in op .Duw de joystick in verticale of horizontale richting of draai aan en selecteer . Druk daarna de joystick recht in.78
3.Druk de joystick recht in en selecteer vervolgens een item.Duw de joystick in verticale of horizontale richting of draai aan en selecteer de flitsfrequentie (1), het aantal keer flitsen (2) of deflitssterkte (3). Druk daarna de joystick recht in.4.Stel de waarde in.Duw de joystick in horizontale richting of draai aan en selecteerde waarde. Druk daarna de joystick recht in.Herhaal stap 3 en 4 totdat de frequentie, het aantal en het vermogenallemaal zijn geconfigureerd.79
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Canon Speedlite EL-5 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Flitser Canon
Handleiding Flitser
Nieuwste handleidingen voor Flitser