Canon Speedlite 430EX III-RT Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Canon Speedlite 430EX III-RT (108 pagina’s), behorend tot de categorie Flitser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 213 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Canon Speedlite 430EX III-RT of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Canon |
| Categorie: | Flitser |
| Model: | Speedlite 430EX III-RT |
Handleiding Canon Speedlite 430EX III-RT – volledige tekst
2De Canon Speedlite 430EX III-RT/430EX III is een externe, speciaal voor EOS camera’s ontwikkelde Speedlite die compatibel is met E-TTL II-/E-TTL-autoflashsystemen. De Speedlite kan worden gebruikt als flitser die is bevestigd op de accessoireschoen van de camera (normaal flitsen), bij draadloze flitsopnamen met radiotransmissie als masterunit of slave-unit (alleen 430EX III-RT) en bij draadloze flitsopnamen met optische transmissie als slave-unit (430EX III-RT/430EX III).Lees de volgende informatie voordat u opnamen gaat makenLees eerst de “Voorzorgsmaatregelen” (pagina 8-9) om mislukte foto’s en ongelukken te voorkomen.Lees deze instructiehandleiding, maar ook de instructiehandleiding van uw cameraLees voordat u dit product gebruikt, deze instructiehandleiding en de instructiehandleiding van uw camera door, zodat u bekend raakt met de bediening van deze apparatuur.
Gebruik met een EOS DIGITAL-camera (type A-camera)U kunt met de Speedlite heel eenvoudig automatische flitsopnamen maken, net als met de interne flitser van de camera. Gebruik met een analoge EOS-camera Een EOS-camera met een E-TTL II-/E-TTL-autoflashmeetsysteem (type A-camera)U kunt met de Speedlite heel eenvoudig automatische flitsopnamen maken, net als met de interne flitser van de camera. Een EOS-camera met een TTL-autoflashmeetsysteem (type B-camera)Zie pagina 102.* In deze instructiehandleiding wordt aangenomen dat u de Speedlite gebruikt in combinatie met een type A-camera.InleidingDraadloze flitsopnamen 430EX III-RT 430EX IIIMet radiotransmissie Master k–Slave k–Met optische transmissie Master – –Slave k kDe Speedlite gebruiken in combinatie met een camera
3HoofdstukkenBij gebruik van een “Speedlite 430EX III”, die geen radiotransmissiefunctie heeft, zijn draadloze flitsopnamen zoals beschreven in hoofdstuk 4 niet beschikbaar.
Zie hoofdstuk 5 voor informatie over draadloos flitsen met optische transmissie via de slavefunctie.Inleiding 2Aan de slag en basishandelingenFlitsopnamen voorbereiden en standaardflitsopnamen maken 15Geavanceerde flitsopnamenFotograferen voor gevorderden met de flitsopnamefuncties 23Flitsfuncties instellen via de cameraDe flitsfuncties instellen vanaf het menuscherm van de camera 39Draadloze flitsopnamen: RadiotransmissieDraadloze flitsopnamen (master/slave) met radiotransmissie 45Draadloze flitsopnamen: Optische transmissieDraadloze flitsopnamen (slave) met optische transmissie 71De Speedlite aanpassenAanpassen met gebruikersfuncties en persoonlijke functies 79Aanvullende informatieSysteemoverzicht, Problemen oplossen, Gebruik met een type B-camera891234567
4Pictogrammen in deze handleiding9: geeft het selectiewiel aan. : geeft de bovenste, onderste, linker- en rechterknop van de pijltoetsen aan.8: geeft de selectie-/instelknop aan.p/2: geeft aan dat de betreffende functie gedurende circa 12 of 16 seconden geactiveerd blijft nadat u de knop hebt losgelaten.(p. **) : geeft de pagina aan waarop u meer informatie kunt vinden.: waarschuwing om problemen met de flitser te voorkomen.: aanvullende informatie.M : M rechts van de paginatitel geeft aan dat de functie wordt uitgevoerd wanneer de opnamemodus van de camera is ingesteld op , , , of (creatieve modi).Uitgangspunten In de procedures gaan we ervan uit dat de aan-/uitschakelaar van zowel de Speedlite als de camera op ON is gezet.
De pictogrammen die worden gebruikt om de knoppen, wieltjes en symbolen in de tekst aan te geven, komen overeen met de pictogrammen die u op de Speedlite en de camera aantreft. Als u voor het instellen van een functie een optie wilt selecteren, wordt hiervoor in deze handleiding voornamelijk het wiel gebruikt. U kunt ook een keuze maken door op de bovenste, onderste, linker- of rechterknop ( ) van de -pijltoetsen te drukken. Druk op de knop als u wilt stoppen met het instellen van functies. In de procedures gaan we ervan uit dat de gebruikersfuncties en persoonlijke functies van de Speedlite en de menu- en gebruikersfuncties van de camera zijn ingesteld op de standaardwaarden. Alle cijfers zijn gebaseerd op het gebruik van vier AA-/LR6-alkalinebatterijen en Canon-testprocedures. In de uitleg worden afbeeldingen van de Speedlite 430EX III-RT gebruikt.Symbolen in deze handleiding
5321Inleiding 2Hoofdstukken. 3Symbolen in deze handleiding. 4Functie-index. 7Voorzorgsmaatregelen. 8Namen van onderdelen. 10Bijgeleverde accessoires. 14Aan de slag en basishandelingen 15De batterijen installeren. 16De Speedlite op de camera bevestigen en loskoppelen. 17De flitser inschakelen. 18a: Volledig automatische flitsopnamen. 20E-TTL II-/E-TTL-autoflash per opnamemodus. 21Geavanceerde flitsopnamen 23f Flitsbelichtingscompensatie. 247: Flitsbelichtingsvergrendeling. 25c Hogesnelheidssynchronisatie. 26r Synchronisatie op het tweede gordijn. 27m Indirecte flits. 28Opname met reflectie. 29q Indirecte-flitsadapter. 30e: De flitsdekking instellen. 32Groothoekadapter. 33q: Handmatig flitsen. 34Modelflits. 36o Kleurfilter. 37Speedlite-instellingen wissen. 38Flitsfuncties instellen via de camera 39Flitseraansturing via het menuscherm van de camera. 40Inhoud.
6Inhoud4567Draadloze flitsopnamen: Radiotransmissie 45' Draadloze flitsfotografie met radiotransmissie. 46Instellingen voor draadloos flitsen. 50a: Volledig automatisch draadloos flitsen. 555: Draadloze opnamen met meerdere flitsers en flitsverhouding. 59q: Draadloos flitsen met meerdere flitsers en flitsvermogen. 62[: Fotograferen in een andere flitsmodus voor elke groep. 63Testflits en modelflits met een slave-unit. 65Vanaf een slave-unit op afstand een foto maken. 66Gekoppeld fotograferen met radiotransmissie. 67Draadloze flitsopnamen: Optische transmissie 71: Bediening slave-unit met optische transmissie. 72Instellingen voor draadloos flitsen. 73a: Volledig automatisch draadloos flitsen. 75A Handmatige flits instellen op een slave-unit. 78De Speedlite aanpassen 79C / >: Gebruikersfuncties en persoonlijke functies instellen. 80C: Gebruikersfuncties instellen.
8Met de volgende voorzorgsmaatregelen kunt u letsel bij uzelf en anderen voorkomen. Zorg ervoor dat u deze maatregelen volledig begrijpt en uitvoert voordat u het product gebruikt. Als het product niet naar behoren werkt, beschadigd is of er andere problemen zijn, neemt u contact op met het dichtstbijzijnde Canon Service Center of met de leverancier bij wie u het product hebt aangeschaft. Voorzorgsmaatregelen Waarschuwingen:Neem onderstaande waarschuwingen in acht. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot overlijden of ernstig letsel. Neem onderstaande veiligheidsrichtlijnen in acht om brand, oververhitting, lekkage van chemische stoffen, explosies en elektrische schokken te voorkomen:• Steek geen metalen voorwerpen in de elektrische contactpunten van het product, de accessoires, de verbindingskabels, enzovoort.
• Gebruik geen batterijen, voedingsbronnen of accessoires die niet in de instructiehandleiding worden genoemd. Gebruik geen misvormde of aangepaste batterijen. • Veroorzaak geen kortsluiting in het product of de batterijen en breng er geen wijzigingen in aan. Verwarm of soldeer de batterij niet. Stel de batterij niet bloot aan brand of water. Stel de batterij niet bloot aan krachtige fysieke schokken. • Plaats de plus- en minpolen van de batterij niet verkeerd in het product en gebruik niet tegelijkertijd nieuwe batterijen en gebruikte batterijen of batterijen van een ander type. Gebruik het product niet in de buurt van ontvlambaar gas. Dit ter voorkoming van explosies of brand. Flits niet in de richting van bestuurders van een auto of ander voertuig. Dit kan leiden tot ongelukken. Demonteer de apparatuur niet en breng er geen wijzigingen in aan.
De interne onderdelen staan onder hoogspanning en aanraking kan een elektrische schok veroorzaken. Raak de interne onderdelen niet aan als u het apparaat laat vallen en de behuizing kapot is. Als u dat wel doet, kunt u een elektrische schok krijgen.
Bewaar het product niet op een stoffige of vochtige plaats of in een locatie met veel vettige rook. Hierdoor voorkomt u brand of elektrische schokken. Controleer voordat u dit product in een vliegtuig of ziekenhuis gebruikt of dit is toegestaan. De elektromagnetische golven van het product kunnen storingen veroorzaken in de instrumenten van het vliegtuig of de medische apparatuur van het ziekenhuis. Verwijder de batterij onmiddellijk als deze lekt, van kleur verandert, misvormd is of rook of stank verspreidt. Let goed op dat u hierbij geen brandwonden oploopt. Als u de batterij blijft gebruiken, kan dit leiden tot brand, elektrische schokken of brandwonden. Houd de batterij en andere accessoires buiten het bereik van kinderen. Neem onmiddellijk contact op met een arts als een kind een batterij of accessoire inslikt.
(De chemische stoffen in batterijen kunnen letsel veroorzaken in de maag en darmen. ) Zorg ervoor dat het product niet nat wordt. Verwijder de batterij direct als u het product in het water hebt laten vallen of als er water of metalen voorwerpen in terecht zijn komen. Hierdoor voorkomt u brand of elektrische schokken. Bedek het product niet en wikkel het ook niet in een doek. Als u dat wel doet, kan de warmte in het apparaat oplopen, waardoor het misvormd kan raken of in brand kan vliegen.
9Voorzorgsmaatregelen Houd het apparaat buiten het bereik van kinderen, ook tijdens het gebruik. Riemen of snoeren kunnen verstikking, elektrische schokken of letsel veroorzaken. Een kind kan ook stikken of zich bezeren als het per ongeluk een onderdeel of accessoire inslikt. Neem onmiddellijk contact op met een arts als een kind een onderdeel of accessoire inslikt. Verwijder de batterij uit het apparaat als u het niet gebruikt en ontkoppel de externe voedingsbron en kabel van het apparaat voordat u het opbergt. Zo voorkomt u elektrische schokken, oververhitting, brand of corrosie. Zorg ervoor dat er geen gelekte batterijvloeistof in uw ogen, op uw huid of op uw kleren terechtkomt. Dit kan leiden tot blindheid of huidproblemen. Spoel het betreffende gebied met veel schoon water als dit toch gebeurt, maar wrijf niet. Ga direct naar een arts.
Gebruik geen verfverdunner, benzeen of andere organische oplosmiddelen om het product schoon te maken. Deze stoffen kunnen brand veroorzaken en zijn schadelijk voor de gezondheid. Flits nooit vlak bij iemands ogen. Dit kan het zicht van die persoon aantasten. Zorg voor een minimale afstand van 1 meter als u een flitsopname van een kind maakt. Let op: Volg onderstaande aanwijzingen op die aanzetten tot voorzichtigheid. Als u dat niet doet, kan dit resulteren in letsel of beschadiging van eigendommen. Verwijder de batterij uit het product als u dit gedurende langere tijd niet gebruikt. Hiermee voorkomt u storingen of corrosie. Isoleer de elektrische contactpunten van batterijen die u weggooit met tape, zodat deze niet in contact kunnen komen met andere metalen voorwerpen en batterijen. Dit ter voorkoming van brand of explosies.
Gebruik of bewaar het product niet in een auto die direct in het zonlicht staat of waarin het heel warm is, of in de buurt van een zeer warm voorwerp. Het product kan heet worden en bij aanraking brandwonden veroorzaken. Het kan er ook toe leiden dat de batterij heet wordt, breekt, lekt, enzovoort.
Maak geen flitsopname als de flitskop (lichtverspreidingseenheid) contact maakt met een lichaam of voorwerp. Als u dat wel doet, kan dit resulteren in brandwonden of brand. Laat het product niet gedurende langere tijd in een omgeving met lage temperaturen. Het product wordt koud en kan bij aanraking letsel veroorzaken. Raak onderdelen van het product die heet worden nooit direct aan. Lang contact met de huid kan leiden tot oppervlakkige brandwonden. Als u de batterijen vervangt nadat u continu geflitst hebt, kunnen deze heet zijn. Let goed op dat u hierbij geen brandwonden oploopt.
32)q : Handmatig flitsenHandmatig flitsniveauVermogen handmatig flitsen De afgebeelde weergaven zijn voorbeelden. Op het scherm worden alleen de instellingen weergegeven die momenteel worden toegepast. Wanneer een knop of een wieltje wordt bediend, wordt het LCD-paneel verlicht (p. 19). Selecteer bij (groepsflits, p. 13) de flitsmodus , , (automatische externe flits) of .
151Aan de slag enbasishandelingenIn dit hoofdstuk worden de voorbereidingen beschreven voordat u begint met flitsfotografie en het standaardgebruik van de flitser. Voorzorgsmaatregelen bij continu flitsen Flits nooit meer dan 20 keer continu om achteruitgang en beschadiging van de flitskop als gevolg van oververhitting te voorkomen. Laat de flitser na 20 keer continu flitsen minstens 10 minuten afkoelen. Als u 20 keer continu flitst en vervolgens herhaaldelijk met korte tussenpozen flitst, kan de veiligheidsfunctie worden geactiveerd en de flitser blokkeren. Wanneer de flitsblokkering is ingeschakeld, wordt het flitsinterval automatisch ingesteld op ongeveer 8 tot 25 seconden. Houd in dit geval rekening met een wachttijd van minstens 20 tot 30 minuten. Zie voor meer informatie “Flitserblokkering als gevolg van temperatuurstijging” op pagina 92.
16Installeer vier AA/R6-batterijen voor de voeding.1Open het deksel. Schuif het deksel van het batterijcompartiment omlaag en open het.2Plaats de batterijen in het compartiment. Zorg ervoor dat u de plus- en minpolen (“+” en “–”) van de batterijen plaatst zoals in het batterijcompartiment is aangegeven.3Sluit het deksel. Sluit het deksel van het batterijcompartiment en schuif het omhoog door de procedure in stap 1 in omgekeerde volgorde uit te voeren. Gebaseerd op nieuwe AA-/LR6-alkalinebatterijen en Canon-testprocedures. Met de snelle flitsfunctie kunt u flitsen voordat de flitser helemaal is opgeladen (p. 18).De batterijen installerenFlitsinterval en aantal keren flitsenFlitsinterval Aantal keer flitsenSnelle flits Normale flitsCirca 0,1 t/m 2,5 sec. Circa 0,1 t/m 3,5 sec.
Circa 180 - 1200 maal LET OP Gebruik geen batterijen van het type AA/R6.Bepaalde lithiumbatterijen van het type AA/R6 kunnen in zeldzame gevallen extreem heet worden bij gebruik. Gebruik daarom om veiligheidsredenen geen lithiumbatterijen van het type AA/R6. Raak bij continu flitsen nooit de flitskop, de batterijen of het gedeelte bij het batterijcompartiment aan.Raak de flitskop, de batterijen of het gedeelte bij het batterijcompartiment niet aan als u via een reeks flitsen of modelflitsen herhaaldelijk met korte tussenpozen flitst. De flitskop, de batterijen en het gedeelte bij het batterijcompartiment worden heet, waardoor u zich kunt branden.
Zorg er bij gebruik van de Speedlite voor dat u niet langdurig hetzelfde onderdeel aanraakt.Zelfs als het product niet warm aanvoelt, kan langdurig contact met hetzelfde lichaamsdeel ervoor zorgen dat de huid rood wordt of dat er blaren of oppervlakkige brandwonden ontstaan. Gebruik een statief als u last hebt van een slechte bloedcirculatie, een zeer gevoelige huid hebt of het product in een zeer warme omgeving gebruikt.
17De Speedlite op de camera bevestigen en loskoppelen1Bevestig de Speedlite. Schuif de bevestigingsvoet van de Speedlite helemaal op de accessoireschoen van de camera.2Zet de Speedlite vast. Schuif de borgknop van de bevestigingsvoet naar rechts.XAls u een klik hoort, is de voet vergrendeld.3Haal de Speedlite van de camera. Druk op de ontgrendelingsknop, schuif de borgknop naar links en haal de Speedlite van de camera.De Speedlite op de camera bevestigen en loskoppelen Bij het gebruik van niet-alkaline AA-/R6-batterijen is er mogelijk een storing in het contact tussen de batterijen en het apparaat, vanwege de onregelmatige vorm van de contactpunten van de batterij. Vervang de batterijen door nieuwe als u ziet of het LCD-paneel wordt uitgeschakeld tijdens het opladen. Gebruik vier nieuwe batterijen van hetzelfde merk. Vervang de vier batterijen altijd gelijktijdig.
181Zet de aan-/uitschakelaar in de stand .XHet opladen van de flitser wordt gestart.XTijdens het opladen wordt op het LCD-paneel weergegeven. Wanneer het opladen van de flitser is voltooid, verdwijnt deze indicatie.2Controleer of de flitser gereed is voor gebruik. Het gereed-lampje verandert van uit naar groen (snelle flits klaar) naar rood (volledig opgeladen). U kunt op de testflitsknop (gereed-lampje) drukken om een testflits te geven.Met de snelle flitsfunctie kunt u flitsen als het gereed-lampje groen brandt (voordat de flitser helemaal is opgeladen). De snelle flits is altijd beschikbaar, ongeacht de ingestelde transportmodus van de camera. Het flitsvermogen is ongeveer 1/2 tot 1/3 van het volledige vermogen, maar is effectief voor opnamen met een korter flitsinterval.Tijdens handmatig flitsen is deze functie beschikbaar als het flitsvermogen is ingesteld op 1/4 tot 1/128.
U kunt geen snelle flits gebruiken tijdens draadloze flitsopnamen.Om de batterijen te sparen gaat de flitser automatisch uit als deze ongeveer 90 seconden niet is gebruikt. U schakelt de Speedlite weer in door de ontspanknop van de camera half in te drukken of op de testflitsknop (gereed-lampje) van de flitser te drukken.Tijdens draadloze masterflitsopnamen met radiotransmissie (p. 57) of tijdens gekoppeld fotograferen (p. 69) wordt de flitser na circa 5 minuten automatisch uitgeschakeld.De flitser inschakelenSnelle flitsAutomatische uitschakelingU kunt niet testflitsen als de timer 3/1/o/7/2 van de camera is geactiveerd.Zie pagina 54 voor de weergave van bij instelling als masterunit tijdens draadloze flitsopnamen met radiotransmissie.
19De flitser inschakelenAls u de aan-/uitschakelaar instelt op , schakelt u de knoppen en wieltjes van de flitser uit. Deze functie is effectief wanneer u wilt voorkomen dat de flitsfunctie-instellingen per ongeluk worden gewijzigd nadat u ze hebt ingesteld. Als u een knop of wieltje bedient, ziet u op het LCD-paneel. Bij gebruik van een knop of wieltje wordt het LCD-paneel circa 12 seconden verlicht (p). Wanneer u een functie instelt, blijft de verlichting aan totdat de instelling is voltooid. Tijdens normale flitsopnamen, als het apparaat is ingesteld als de masterunit bij flitsopnamen met radiotransmissie (p. 46) of als het apparaat is ingesteld als “camera met masterunit” bij gekoppeld fotograferen (p. 67), wordt het LCD-paneel groen verlicht.
Het LCD-paneel wordt oranje verlicht als het apparaat wordt ingesteld als slaveflitser bij draadloze flitsopnamen of als “camera met slave-unit” bij gekoppeld fotograferen. Zie pagina 54 voor LCD-paneelverlichting bij instelling als masterunit tijdens draadloze flitsopnamen met radiotransmissie. De blokkeerfunctieLCD-paneelverlichtingWanneer de snelle flits tijdens continu flitsen wordt gebruikt, kunnen foto’s onderbelicht raken, omdat het flitsvermogen afneemt. De flitsinstellingen blijven van kracht, zelfs nadat de flitser is uitgeschakeld. Om de instellingen te behouden terwijl u de batterijen vervangt, moet u de batterijen vervangen binnen 1 minuut nadat u de aan-/uitschakelaar op OFF hebt gezet en de batterijen hebt verwijderd.
Wanneer de temperatuur van de flitskop is gestegen als gevolg van continu flitsen, kan de tijd totdat de flitser automatisch wordt uitgeschakeld, langer worden. U kunt testflitsen terwijl de aan-/uitschakelaar is ingesteld op. Ook wordt wanneer een knop of een wieltje wordt bediend, het LCD-paneel verlicht. U kunt de functie voor automatische uitschakeling uitschakelen (C. Fn-01/p. 83). U kunt de instelling van de verlichting van het LCD-paneel wijzigen (C. Fn-22/p. 85).
20Als u de opnamemodus van de camera instelt op (Program AE) of volledig automatische modus, kunt u in de volledig automatische E-TTL II-/E-TTL-flitsmodus fotograferen.1Stel de flitsmodus in op . Druk op de knop van de -pijltoetsen. Draai om te selecteren en druk vervolgens op .2Stel scherp op het onderwerp. Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen.XDe sluitertijd en het diafragma worden in de zoeker weergegeven. Controleer of in de zoeker brandt.3Maak de foto. Controleer of het onderwerp zich binnen het effectieve flitsbereik bevindt. Als u de ontspanknop helemaal indrukt, flitst het apparaat en wordt de foto gemaakt.a: Volledig automatische flitsopnamenEffectief flitsbereik Verklein de afstand tot het onderwerp en maak nog een opname als het onderwerp donker (onderbelicht) is bij controle van het beeld. U kunt bij gebruik van een digitale camera ook de ISO-snelheid verhogen.
Met “volledig automatische modus” worden de opnamemodi , en bedoeld. Zelfs wanneer de flitser is bevestigd op een camera die het E-TTL II-autoflashsysteem ondersteunt, wordt op het LCD-paneel weergegeven.
21Als u de opnamemodus van de camera instelt op (AE-sluitertijdvoorkeuze), (AE-diafragmavoorkeuze) of (handmatige belichting), kunt u in elke opnamemodus E-TTL II-/E-TTL-autoflash gebruiken. Als u de opnamemodus of gebruikt, is het resultaat hetzelfde als bij gebruik van (Program AE). 1/X sec. is de maximale flitssynchronisatiesnelheid van de camera. E-TTL II-/E-TTL-autoflash per opnamemodusXSelecteer deze modus wanneer u de sluitertijd handmatig wilt instellen. Vervolgens kiest de camera bij deze sluitertijd automatisch het juiste diafragma voor een standaardbelichting van het onderwerp gebaseerd op de meting van de camera. Als de diafragma-indicator knippert, betekent dit dat de achtergrond onderbelicht of overbelicht zal zijn. Pas de sluitertijd aan tot de diafragma-indicator stopt met knipperen. WSelecteer deze modus als u het diafragma handmatig wilt instellen.
Vervolgens kiest de camera bij dit diafragma automatisch de juiste sluitertijd voor een standaardbelichting van het onderwerp gebaseerd op de meting van de camera. Als de scène donker is, wordt een lange synchronisatietijd gebruikt om zowel het hoofdonderwerp als de achtergrond standaard te belichten. Het flitslicht zorgt voor een standaardbelichting van het onderwerp, terwijl de lange sluitertijd zorgt voor een standaardbelichting van de achtergrond. Omdat een lange sluitertijd wordt gebruikt bij opnamen wanneer weinig licht beschikbaar is, adviseren wij u een statief te gebruiken. Als de sluitertijdindicator knippert, betekent dit dat de achtergrond onderbelicht of overbelicht zal zijn. Pas het diafragma aan tot de sluitertijdindicator stopt met knipperen. qSelecteer deze modus als u zowel de sluitertijd als het diafragma handmatig wilt instellen.
Het flitslicht zorgt voor standaardbelichting van het onderwerp. De belichting van de achtergrond wordt verkregen met de combinatie van sluitertijd en diafragma die u instelt.
22E-TTL II-/E-TTL-autoflash per opnamemodusEOS DIGITAL-camera’s hebben drie verschillende beeldsensorformaten en de effectieve brandpuntsafstand van de bevestigde lens varieert, afhankelijk van het model. De 430EX III-RT/430EX III herkent automatisch het beeldsensorformaat van de EOS DIGITAL-camera en stelt automatisch de flitsdekking in die ideaal is voor de effectieve brandpuntsafstand van de lens (bereik van 24-105 mm). Met deze functie beschikt u over een optimale witbalans tijdens flitsopnamen, omdat de kleurtemperatuurgegevens tijdens het flitsen naar de EOS DIGITAL-camera worden verzonden. Als u de witbalans van de camera instelt op of , wordt de functie automatisch ingeschakeld. Zie de specificaties in de instructiehandleiding van de camera om na te gaan of deze compatibel is met deze functie.
Als het bij zoekeropnamen met weinig licht of gering contrast moeilijk is automatisch scherp te stellen op het onderwerp, worden er onderbroken flitsen (een kleine reeks flitsen) gegeven voor een betere automatische scherpstelling. Het effectieve bereik van het AF-hulplicht is circa 0,7 - 4 m in het midden en circa 0,7 - 3,5 m bij de rand van de zoeker. Automatische zoomaanpassing aan beeldsensorformaatKleurtemperatuurgegevens verzendenAF-hulplicht Het AF-hulplicht, dat gebruikmaakt van een serie kleine flitsen, gaat branden als de 430EX III-RT/430EX III is bevestigd op een EOS DIGITAL-camera met een functie voor de besturing van externe flitsers via het menuscherm van de camera. Afhankelijk van het cameramodel moet u mogelijk de firmware van de camera bijwerken. Als het kleurfilter is bevestigd (p. 37), ziet u geen AF-hulplicht (serie kleine flitsen). Stel P. Fn-05-1 (p.
87) in als u het AF-hulplicht nodig hebt. Bij Live View-opnamen verlicht het AF-hulplicht, dat gebruikmaakt van een serie kleine flitsen, zelfs als de AF-methode is ingesteld op [Quick AF]. U kunt de AF-hulplichtflitsen uitschakelen (C. Fn-08/p. 84). U kunt ook infrarood AF-hulplicht gebruiken (P.
232GeavanceerdeflitsopnamenIn dit hoofdstuk wordt het maken van geavanceerde opnamen met de flitsfuncties beschreven.Als de camera is ingesteld op de opnamemodus Volledig automatisch of op een basisgebruikmodus, is het niet mogelijk de functies met een M aan de rechterkant van de paginatitel in te stellen. Stel de opnamemodus van de camera in op , , , of (creatieve modi) om alle handelingen in dit hoofdstuk mogelijk te maken.
24U kunt het flitsvermogen op dezelfde manier als de belichtingscompensatie aanpassen. De flitsbelichtingscompensatiewaarde kan worden ingesteld tot maximaal ±3 stops in stappen van 1/3 stop.1Druk op de knop . Druk op de knop van de -pijltoetsen. U kunt ook een flitsbelichtingscompensatiesymbool selecteren. Druk hiervoor op en draai aan .2Stel de waarde voor de flitsbelichtingscompensatie in. Draai om de waarde voor de flitsbelichtingscompensatie in te stellen en druk vervolgens op .XDe flitsbelichtingscompensatiewaarde is ingesteld. “0.3” betekent stop van 1/3 en “0.7” betekent stop van 2/3. Zet de compensatiewaarde terug op ±0 als u de flitsbelichtingscompensatie wilt annuleren.f FlitsbelichtingscompensatieN Over het algemeen kunt u het beste voor lichte onderwerpen een grotere belichtingscompensatie en voor donkere onderwerpen een kleinere belichtingscompensatie kiezen.
25Met FE-vergrendeling (FE = Flash Exposure, flitsbelichting) wordt voor elk deel van de foto de juiste flitsbelichting vastgezet.Terwijl op het LCD-paneel wordt weergegeven, drukt u op de knop van de camera. Voor camera’s zonder een knop drukt u op de knop (AE-vergrendeling) of .1Stel scherp op het onderwerp.2Druk op de knop . (8) Zorg ervoor dat het onderwerp zich midden in de zoeker bevindt en druk op de knop van de camera.XDe Speedlite geeft een voorflits en in het geheugen wordt het vereiste flitsvermogen voor het onderwerp opgeslagen.XGedurende circa 0,5 seconde ziet u “FEL” in de zoeker.
Telkens wanneer u op de knop drukt, ziet u een voorflits en wordt het nieuwe flitsvermogen dat op dat moment nodig is, in het geheugen opgeslagen.7: FlitsbelichtingsvergrendelingN Als er geen juiste belichting kan worden verkregen wanneer u een flitsbelichtingsvergrendeling probeert te maken, knippert in de zoeker. Verklein de afstand tot het onderwerp of open het diafragma en voer opnieuw de flitsbelichtingsvergrendeling uit. U kunt bij gebruik van een digitale camera ook een hogere ISO-snelheid instellen en daarna de FE-vergrendeling opnieuw uitvoeren. Als het gewenste onderwerp te klein is in de zoeker, is de FE-vergrendeling wellicht niet erg effectief.
26U kunt bij hogesnelheidssynchronisatie flitsopnamen maken, zelfs bij sluitertijden die de maximale flitssynchronisatiesnelheid overschrijden. Dit is handig wanneer u wilt fotograferen in de modus (AE-diafragmavoorkeuze, open diafragma) met achtergrondonscherpte, bijvoorbeeld buiten bij daglicht.1Druk op .2Selecteer het symbool in de afbeelding. Draai om het symbool in de afbeelding te selecteren en druk vervolgens op .3Selecteer . Draai om te selecteren en druk vervolgens op . Controleer of in de zoeker brandt en maak vervolgens de opname.c HogesnelheidssynchronisatieNBij hogesnelheidssynchronisatie geldt: hoe korter de sluitertijd, hoe lager het richtgetal. U kunt het effectieve flitsbereik op het LCD-paneel controleren. Als de sluitertijd langer is dan of gelijk is aan de maximale flitssynchronisatiesnelheid, ziet u in de zoeker geen .
27Door opnamen te maken met een lange sluitertijd en tweede-gordijnsynchronisatie kunt u het spoor van de lichtbronnen van een bewegend onderwerp, zoals autokoplampen, op natuurlijke wijze vastleggen. De flitser flitst vlak voordat de belichting wordt voltooid (bij het dichtgaan van de sluiter).1Druk op .2Selecteer het symbool in de afbeelding. Draai om het symbool in de afbeelding te selecteren en druk vervolgens op .3Selecteer . Draai om te selecteren en druk vervolgens op .r Synchronisatie op het tweede gordijnN Tweede-gordijnsynchronisatie werkt goed wanneer de opnamemodus van de camera is ingesteld op (bulb-opnamen). Wanneer de flitsmodus is ingesteld op , flitst de flitser twee keer. De eerste flits is een voorflits om het flitsvermogen vast te stellen. Het is geen storing. Tweede-gordijnsynchronisatie is niet beschikbaar tijdens draadloos flitsen.
28Als u de flitskop op het plafond of een muur richt, weerkaatst het flitslicht van dit oppervlak voordat deze het onderwerp belicht. Hierdoor verzacht u de schaduwen van het onderwerp en wordt de opname natuurlijker. Deze opnamemethode wordt “indirect flitsen” genoemd.De richting van de indirecte flits instellen U kunt de flitskop draaien terwijl u op de knop drukt, zoals afgebeeld. Als u de flitskop draait, ziet u op het scherm . Als u de flitskop draait terwijl de flitsdekking is ingesteld op (automatisch), wordt de flitsdekking vastgezet op 50 mm en ziet u op het LCD-paneel . U kunt de flitsdekking ook met de hand instellen (p. 32).m Indirecte flits150° Als de afstand tot het plafond of de muur te groot is, kunt u mogelijk geen opnamen maken met de gewenste belichting vanwege een te zwakke indirecte flits.
Gebruik een groter diafragma (kleiner f-getal) als de foto er donker uitziet en probeer het vervolgens opnieuw. U kunt bij gebruik van een digitale camera ook de ISO-snelheid verhogen. Voor optimale reflectie dient het plafond of de muur gewoon wit te zijn. Als het reflecterende oppervlak niet wit is, kunt u mogelijk geen opnamen maken met de gewenste belichting, aangezien er op de foto een kleurafwijking kan optreden of de indirecte flits te zwak kan zijn. Wanneer de snelle flits tijdens indirect flitsen wordt geactiveerd, kunnen foto’s onderbelicht raken, omdat het flitsvermogen afneemt.
29m Indirecte flitsAls u bij een portretopname het wit reflectiekaartje gebruikt, kunt u het weerkaatste licht in de ogen van een persoon vastleggen voor een levendigere uitdrukking.1Draai de flitskop 90° omhoog.2Trek de groothoekadapter omhoog. Trek het uitstekende gedeelte in het midden van de groothoekadapter omhoog.XHet wit reflectiekaartje komt mee omhoog.3Duw de groothoekadapter terug. Duw de groothoekadapter terug en zorg ervoor dat alleen het wit reflectiekaartje omhoog staat. Maak een opname op dezelfde manier als bij indirect flitsen.Opname met reflectieOmdat bij indirect flitsen het flitsrichtgetal wordt verlaagd, kunt u mogelijk niet scherpstellen met behulp van het AF-hulplicht dat bestaat uit een serie kleine flitsen. Bij indirect flitsen wordt aanbevolen het infrarode AF-hulplicht te gebruiken (P.Fn-05-1/p. 87). Plaats de flitskop naar voren en 90° omhoog.
Wanneer de flitskop naar links of naar rechts is gedraaid, is het witte reflectiekaartje niet erg effectief. Maak de opname binnen ongeveer 1,5 m (bij ISO 100) van het onderwerp om effectief het licht in iemands ogen op te vangen. Trek de groothoekadapter niet met veel kracht omhoog. Als u dat wel doet, trekt u de groothoekadapter misschien los van de Speedlite.
30m Indirecte flitsAls u de bijgeleverde indirecte-flitsadapter op de Speedlite bevestigt en het flitslicht bijvoorbeeld op het plafond of de muur laat weerkaatsen, verspreidt u het flitslicht over een groter gebied en onderdrukt u de schaduwen van het onderwerp.Als de flitskop bovendien 90° naar boven wordt gedraaid om het flitslicht via het plafond enzovoort te laten weerkaatsen, wordt het verspreide flitslicht dat wordt weergegeven vanaf de kant tegenover het onderwerp vóór het onderwerp weergegeven (richtlijn opnameafstand: binnen circa 1,5 m, bij ISO 100) en onderdrukt u de schaduw van het onderwerp nog meer. Bij het maken van portretten kan ook het reflectie-effect worden bereikt.1Bevestig de indirecte-flitsadapter. Zet de adapter stevig aan de flitskop vast totdat deze op zijn plaats klikt (zie afbeelding). Controleer of u op het scherm nu ziet.
31m Indirecte flits Wanneer de indirecte-flitsadapter is aangesloten of als de indirecte-flitsadapter tegelijk met de groothoekadapter wordt gebruikt, kan dit tot onderbelichting leiden, aangezien het flitsvermogen afneemt. Neem de noodzakelijke tegenmaatregelen, zoals het verhogen van de ISO-snelheid op de camera of het toepassen van flitsbelichtingscompensatie (p. 24). Omdat bij gebruik van de indirecte-flitsadapter het flitsrichtgetal wordt verlaagd, kunt u mogelijk niet scherpstellen met behulp van het AF-hulplicht dat bestaat uit een serie kleine flitsen. Het wordt aanbevolen het infrarode AF-hulplicht te gebruiken (P.Fn-05-1/p. 87). Wanneer de snelle flits (p. 18) wordt geactiveerd terwijl de indirecte-flitsadapter aangesloten is, raden we u aan de foto te nemen als het gereed-lampje rood is, aangezien het flitsvermogen anders onvoldoende kan zijn.
De flitsdekking wordt automatisch ingesteld wanneer de indirecte-flitsadapter is aangesloten. U kunt de instelling niet wijzigen. Als u de indirecte-flitsadapter aansluit op de flitser bij gebruik van een EOS DIGITAL-camera uit 2004 of eerder, stelt u de witbalans in op . Als u fotografeert met , wordt de juiste witbalans mogelijk niet bereikt. Het flitslicht wordt nog zachter als u tegelijkertijd ook de groothoekadapter (p. 33) gebruikt. Als het onderwerp donker (onderbelicht is) wanneer u de gemaakte opname bekijkt, voert u de flitsbelichtingscompensatie uit (p. 24). U kunt bij gebruik van een digitale camera ook de ISO-snelheid verhogen.
32U kunt de flitsdekking (het bereik van de flits) automatisch of handmatig instellen. Met de instelling (automatisch) wordt de flitsdekking automatisch aangepast op basis van de brandpuntsafstand (beeldhoek) van de gebruikte lens en het beeldsensorformaat (p. 22). Met de instelling (handmatig) kunt u handmatig een flitsdekking instellen van 24 tot 105 mm.1Druk op de knop . Druk op de knop van de -pijltoetsen.2Stel de flitsdekking in. Kies voor automatische instelling van de flitsdekking. Selecteer een cijfer (de brandpuntsafstand in mm) als u de flitsdekking handmatig wilt instellen. Draai om de flitsdekking te selecteren en druk vervolgens op .e: De flitsdekking instellenN Als u de flitsdekking handmatig instelt, kiest u dezelfde of een grotere dekking dan de opnamezichthoek om te voorkomen dat de randen van de foto donker worden.
Als u een lens met een brandpuntsafstand van minder dan 24 mm op de camera bevestigt, ziet u op het LCD-paneel de waarschuwing . Bij gebruik van een camera met een beeldsensorformaat dat kleiner is dan volledig beeld, verschijnt de waarschuwing wanneer de werkelijke beeldhoek breder is dan de zichthoek van een 24-mm lens.
33e: De flitsdekking instellenNAls u de interne groothoekadapter van de flitser erbij gebruikt, kunt u flitsen met ultragroothoeklenzen met een brandpuntsafstand tot maar liefst 14 mm.1Trek de groothoekadapter naar buiten. Trek het uitstekende gedeelte in het midden van de groothoekadapter naar buiten.XHet wit reflectiekaartje komt mee omhoog.2Druk het wit reflectiekaartje naar achteren. Duw alleen het wit reflectiekaartje terug en zorg ervoor dat de groothoekadapter omlaag staat.Groothoekadapter Omdat er onderbelichting kan plaatsvinden, wordt de waarschuwing op het LCD-paneel weergegeven wanneer u de groothoekadapter gebruikt bij indirect flitsen. Trek de groothoekadapter niet met veel kracht naar buiten. Als u dat wel doet, trekt u de groothoekadapter misschien los van de Speedlite.
Zichthoek van EF15mm f/2.8 Fisheye en EF8-15mm f/4L Fisheye USM wordt niet ondersteund.De flitsdekking wordt bij gebruik van de groothoekadapter automatisch ingesteld. U kunt deze instelling niet wijzigen.
34U kunt het flitsvermogen instellen in stappen van 1/3 stop, van 1/1 tot 1/128 van het totale vermogen.Gebruik een flitsmeter (in de handel verkrijgbaar) om het benodigde flitsvermogen vast te stellen voor een goede flitsbelichting. We raden u aan de opnamemodus van de camera in te stellen op of .1Stel de flitsmodus in op . Druk op de knop van de -pijltoetsen. Draai om te selecteren en druk vervolgens op .2Stel het flitsvermogen in. Druk op de knop van de -pijltoetsen. Draai om het flitsvermogen in te stellen en druk vervolgens op . Wanneer u de ontspanknop van de camera half indrukt, wordt een indicatie van de opnameafstand en de diafragma-instelling weergegeven.q: Handmatig flitsenNOpnameafstand Diafragma Zie pagina 101 voor meer informatie over richtgetallen bij handmatig flitsen.
35q: Handmatig flitsenNWanneer u een EOS-1D camera gebruikt, kan het flitsbelichtingsniveau handmatig worden ingesteld voordat u opnamen maakt. Dit is handig als u zich dicht bij het onderwerp bevindt. Gebruik een 18% grijsreflector (in de handel verkrijgbaar) en maak als volgt opnamen.1Stel de camera en de Speedlite in. Stel de opnamemodus van de camera in op of . Stel de flitsmodus van de Speedlite in op .2Stel scherp op het onderwerp. Stel handmatig scherp.3Plaats een 18% grijsreflector. Plaats de grijsreflector op de positie van het onderwerp. Richt de camera zo dat de volledige puntmeetcirkel in het midden van de zoeker over de grijsreflector ligt.4Druk op de knop , of .
(8)XDe Speedlite geeft een voorflits en in het geheugen wordt het vereiste flitsvermogen voor de juiste flitsbelichting opgeslagen.XRechts in de zoeker geeft de belichtingsniveau-indicator het flitsbelichtingsniveau vergeleken met de standaardbelichting weer.5Stel het flitsbelichtingsniveau in. Pas het vermogen handmatig flitsen van de Speedlite en het diafragma aan zodat het flitsbelichtingsniveau wordt afgestemd op de standaardbelichtingsindex.6Maak de foto. Haal de grijsreflector weg en maak de foto.Handmatig de flitsbelichting instellen na metingU kunt alleen op EOS-1D camera’s de flitsbelichting handmatig instellen na meting.
36Als u op de camera op de knop voor het controleren van de scherptediepte drukt, worden er gedurende circa 1 seconde een reeks flitsen gegeven. Dit wordt de “modelflits” genoemd. Deze functie is effectief voor het bekijken van de schaduweffecten op het onderwerp door het flitslicht en de lichtbalans tijdens draadloze opnamen (p. 45, 71).Druk op de scherptediepteknop van de camera.XDe flitser flitst circa 1 seconde continu.ModelflitsN Flits nooit meer dan 20 keer continu met de modelflits om achteruitgang en beschadiging van de flitskop als gevolg van oververhitting te voorkomen. Laat de flitser na 20 keer continu flitsen minstens 10 minuten afkoelen. Wanneer u met de modelflits meer dan 20 keer achter elkaar flitst, kan de veiligheidsfunctie worden geactiveerd en wordt de flitser geblokkeerd. Houd in dit geval rekening met een wachttijd van minstens 20 tot 30 minuten.
Tijdens Live View-opnamen is het niet mogelijk om de modelflits (door de camera te bedienen) te activeren. De modelflits (via de camera) wordt uitgeschakeld wanneer u de flitser gebruikt met de EOS M3, EOS M2, EOS M, EOS 50/50E, EOS 300, EOS 500N, EOS 3000V, EOS 3000N/66, EOS IX of EOS IX7. Stel C.Fn-02 in op 1 of 2 (p. 83) en geef een modelflits door op de testflitsknop te drukken.Tijdens normaal flitsen of als u de flitser als masterunit gebruikt bij draadloze flitsopnamen met radiotransmissie, kunt u een modelflits geven via de testflitsknop (C.Fn-02/p. 83).
37Als u een flitsopname maakt in een omgeving met gloeilampen, bevat de achtergrond van het onderwerp, waar het flitslicht niet komt, soms roodachtige onnatuurlijke kleuren. Als u het bijgeleverde kleurfilter op de flitser bevestigt, worden automatische correcties aangebracht door de witbalansfunctie van de camera zodat u zowel het onderwerp als de achtergrond met de juiste witbalans kunt fotograferen.1Bevestig het kleurfilter. Zet het filter stevig aan de flitskop vast totdat dit op zijn plaats klikt (zie afbeelding). Controleer of u op het scherm nu ziet. U verwijdert het filter door de procedure in omgekeerde volgorde uit te voeren. Til de bevestigingspennetjes aan de onderkant van het filter op en verwijder het filter van de flitskop.2Maak de foto. Stel de witbalans van de camera in op en maak de foto.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Canon Speedlite 430EX III-RT stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Flitser Canon
Handleiding Flitser
Nieuwste handleidingen voor Flitser