Canon EF 100-400mm f/4.5-5.6L IS II USM Handleiding

Canon Lens EF 100-400mm f/4.5-5.6L IS II USM

Bekijk gratis de handleiding van Canon EF 100-400mm f/4.5-5.6L IS II USM (20 pagina’s), behorend tot de categorie Lens. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 191 mensen. Heb je een vraag over Canon EF 100-400mm f/4.5-5.6L IS II USM of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/20
EF100-400mm f/4.5-5.6L IS II USM
Handleiding
NLD

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Canon
Categorie: Lens
Model: EF 100-400mm f/4.5-5.6L IS II USM
Kleur van het product: Black,White
Gewicht: 1640 g
Automatisch scherpstellen: Ja
Diameter: 94 mm
Diafragma (F-F): 4.5 - 5.6
Brandpuntbereik: 100 - 400 mm
Beeldstabilisator: Ja
Lensstructuur (elementen/groepen): 21/16
Lengte: 193 mm
Scherpstellen: Auto
Dichtstbijzijnde focus afstand: 0.98 m
Maximum aperture number: 40
Minimum aperture number: 4.5
Maat filter: 77 mm
Lens type: Telelens
Lens kapje: Ja
Component voor: SLR
Kijkhoek lens, horizontaal: 20 °
Kijkhoek lens, diagonaal: 24 - 6.1 °
Lens mount interface: Canon EF
Kijkhoek lens, verticaal: 14 °
Aantal diafragma bladen: 9
Maximum vergroting: 0.31 x
AF actuator: USM

Handleiding Canon EF 100-400mm f/4.5-5.6L IS II USM – volledige tekst

NLD-1Hartelijk dank voor de aanschaf van dit Canon-product.Voorzien van een beeldstabilisator, de Canon EF100-400mm f/4,5-5,6L IS II USM is een hoogstaande telezoomlens, voor gebruik met EOS-camera’s.  “IS” is de afkorting voor beeldstabilisator.  “USM” is de afkorting voor ultrasone motor.Kenmerken1. Uitgerust met een beeldstabilisator die een beeldstabilisatie-effect verschaft gelijk aan een sluitertijd van 4 stops* sneller (wanneer de brandpuntsafstand is ingesteld op 400 mm en wanneer gebruikt met de EOS-1D X). Ook een derde Beeldstabilisatorstand die effectief is voor het vastleggen van onderwerpen die onregelmatig bewegen.2. Gebruik van  uoriet- en Super UD-lenselementen die een superieure scherpte geven.3. ASC (Air Sphere Coating) reduceert  are en ghosting.4.

Met behulp van een  uorcoating op de oppervlakken van het voorste- en het achterste objectief kan aangekoekt vuil gemakkelijker verwijderd worden dan eerst.5. Ultrasone motor (USM) voor snelle en stille automatische scherpstelling.6. Handmatige scherpstelling is mogelijk nadat op het onderwerp is scherpgesteld in de autofocus-modus (ONE SHOT AF).7. Bedieningsgevoel van de zoomring kan worden aangepast.8. Kap bevat een cirkelvormige polarisatie lterafstelvenster dat afstelling van de cirkelvormige polarisatie lter toestaat terwijl de kap is bevestigd op het objectief.9. Een statiefaansluiting kan worden bevestigd op het objectief.10. Circulaire apertuur voor prachtige beelden met soft-focus.11. Kan worden gebruikt met tussenstukken EF1,4× III/EF2× III.12. Stevige afdichtingsstructuur biedt uitstekende stofvrije en druipwaterdichte prestaties.

NLD-2 Veiligheidsmaatregelen Veiligheidsmaatregelen  Kijk niet door de lens of de camera naar de zon of een andere heldere lichtbron. Dit beschadigt uw ogen. Het is vooral gevaarlijk wanneer u rechtstreeks door de lens naar de zon kijkt.  Richt het objectief of de camera niet naar de zon en fotografeer haar niet. De reden is dat het objectief de zonnestralen bundelt, zelfs wanneer de zon zich buiten het beeldveld bevindt of bij het fotograferen met tegenlicht, hetgeen een storing of brand kan veroorzaken.  Laat het objectief niet zonder lensdop in de zon liggen, ongeacht of het objectief wel of niet op de camera is bevestigd. Dit om te voorkomen dat de lens de zonnestralen samenbundelt, hetgeen zou kunnen resulteren in brand.

Voorzorgsmaatregelen betreffende de behandeling  Als het objectief van een koude omgeving naar een warme ruimte wordt gebracht, kan er condens op de lens en de interne onderdelen ontstaan. Om condens te voorkomen, raden wij u aan het objectief in een luchtdichte plastic zak te doen voordat u het van een koude omgeving naar een warme ruimte brengt. Neem het objectief uit de zak nadat het geleidelijk is opgewarmd. Ga op dezelfde wijze te werk wanneer u het objectief van een warme omgeving naar een koude omgeving verplaatst.  Stel het objectief niet aan grote hitte bloot door het bijvoorbeeld in een auto te leggen die in de zon geparkeerd staat. Hoge temperaturen kunnen resulteren in een defect van het objectief.  Het is aanbevolen om, wanneer het objectief op een camera is geplaatst, de camera ook aan het objectief vast te houden, ook wanneer u deze op een statief plaatst.

Symbolen die in deze handleiding worden gebruikt Waarschuwing om een storing of beschadiging van het objectief of de camera te voorkomen. Extra informatie over het gebruik van het objectief en het maken van foto’s. Voorzorgen bij gebruik  Bij gebruik van deze lens, moet u op de Canon-website de laatste rmware van de camera controleren.

NLD-41. Het objectief bevestigen en verwijderenRaadpleeg de handleiding van de camera voor informatie betreffende het bevestigen en verwijderen van het objectief.De lensbevestiging is van een rubberring voorzien voor een optimale bescherming tegen stof en water. De rubberring kan lichte afslijting rondom de lensbevestiging van de camera veroorzaken, maar dit is niets ernstigs. Als de rubberring versleten is, kan deze tegen betaling bij een Canon- servicecentrum worden vervangen.  Na het verwijderen van het objectief plaatst u het met de achterkant omhoog om te voorkomen dat het lensoppervlak en de contactpunten beschadigd worden.  Als de contactpunten vuil of bekrast zijn of als er vingerafdrukken op zitten, kan dit resulteren in corrosie of een gebrekkige elektrische verbinding. Dit kan een foutieve werking van de camera en het objectief tot gevolg hebben.

 Als de contactpunten vuil zijn of als er vingerafdrukken op zitten, kunt u ze met een zacht doekje schoonmaken.  Plaats de stofkap op het objectief wanneer u het verwijdert. Om de stofkap juist aan te brengen, lijnt u de lensbevestigingsmarkering uit met de -markering van de stofkap, zoals aangegeven in de afbeelding, vervolgens draait u de stofkap naar rechts. Volg de aanwijzingen in de omgekeerde volgorde om de stofkap te verwijderen.

NLD-52. De scherpstelmodus instellen3. Het afstandsbereik van de scherpstelling wijzigenNa automatische scherpstelling in de ONE SHOT AF-modus, kunt u handmatig scherpstellen door de ontspanknop half in te drukken en de scherpstelring te verdraaien. (Continue handmatige scherpstelling)Zet de scherpstelmodusschakelaar op AF als u wilt fotograferen in de autofocus (AF) -modus.Als u de modus handmatig scherpstellen (MF) wilt gebruiken, zet u de scherpstelmodusschakelaar op MF. U kunt vervolgens scherpstellen door aan de scherpstelring te draaien. De scherpstelring werkt altijd, ongeacht de scherpstelmodus.U kunt het gewenste scherpstelafstandsbereik instellen met een schakelaar. Door de juiste instelling voor het scherpstelafstandsbereik te kiezen, kan er sneller automatisch worden scherpgesteld.Bereik1. FULL (VOLLEDIG) (0,98 m - ∞)2. 3 m - ∞

NLD-64. Zoomen en afstellen zoomweerstandOm te zoomen, draait u aan de zoomring.Het bedieningsgevoel (strakheid) van de zoomring kan naar wens worden aangepast. Draai de afstelring naar het woord SMOOTH om de zoombedieningsweerstand te verlagen en naar TIGHT om de bedieningsweerstand te verhogen.  Zorg dat u klaar bent met zoomen voordat u met scherpstellen begint. Zoomen na het scherpstellen kan van invloed zijn op de scherpstelling.Vooral bij fotografeerafstanden van minder dan 3 meter heeft het zoomen naar een andere brandpuntsafstand een grote invloed op de scherpstelling.  Om onbedoeld zoomen te voorkomen wanneer er niet wordt opgenomen, raden wij aan de afstellingsring richting het woord TIGHT te draaien totdat deze stopt.Zoom touch-instelring

NLD-75. BeeldstabilisatorU kunt de beeldstabilisator in de AF- en de MF-modus gebruiken. Zet de STABILIZER-schakelaar op ON.  Als u de beeldstabilisatorfunctie niet wilt gebruiken, zet u de schakelaar op OFF. Selecteren van de beeldstabilisatormodus.  MODE 1: Corrigeert trillingen in alle richtingen. Deze modus is vooral effectief bij het fotograferen van stilstaande onderwerpen.  MODE 2: Corrigeert verticale trillingen van de camera bij opnamen waarbij onderwerpen in een horizontale richting worden gevolgd; en corrigeert horizontale trillingen van de camera bij opnamen waarbij onderwerpen in een verticale richting worden gevolgd.  MODE 3: Corrigeert trillingen alleen tijdens de belichting. Tijdens het pannen van opnamen worden trillingen tijdens de opname slechts in één richting gecorrigeerd, gelijk aan MODE 2.

NLD-86. Tips bij het gebruik van de beeldstabilisator  Omstandigheden met weinig licht, zoals bij schemerlicht of binnenshuis.  Plaatsen zoals musea of toneelpodia, waar gebruik van itslicht niet is toegestaan.  Op plaatsen waar u niet stabiel staat.  In situaties waar geen korte sluitertijden gebruikt kunnen worden.  Als u achter elkaar opnamen maakt, terwijl u een bewegend onderwerp volgt. MODE 3  Omdat het bewegen van de camera alleen wordt gestabiliseerd tijdens de belichting, zal het volgen van een onderwerp gemakkelijker zijn, bijvoorbeeld wanneer u bij sportfotograe opnamen maakt van een snel en onregelmatig bewegende speler. MODE 1  MODE 2OFF (UIT)ON (AAN)OFF (UIT)ON (AAN)De beeldstabilisator voor dit objectief is handig wanneer u met de hand foto’s wilt maken. Met name in de hieronder beschreven omstandigheden.

NLD-9Tips bij het gebruik van de beeldstabilisator  De beeldstabilisator kan de onscherpte die wordt veroorzaakt door beweging van het onderwerp niet compenseren.  Zet de STABILIZER-schakelaar op OFF wanneer u foto’s neemt met de Bulb-instelling (lange belichtingstijden). Als de STABILIZER-schakelaar op ON staat, kan de beeldstabilisatorfunctie fouten veroorzaken.  De beeldstabilisator werkt mogelijk niet goed in de volgende gevallen:• U maakt een foto terwijl u op een zeer hobbelige weg rijdt.• U beweegt de camera zeer snel bij het maken van een opname waarbij u het onderwerp volgt in Mode 1.  De Beeldstabilisator verbruikt meer stroom dan normaal fotograferen, wat resulteert in minder foto’s en kortere lmopnamen.  De beeldstabilisator werkt ongeveer twee seconden, ook wanneer u uw vinger niet op de ontspanknop houdt.

Verwijder het objectief niet wanneer de beeldstabilisator aanstaat. Dit kan resulteren in een storing.  Bij de EOS-1V/HS, 3, ELAN 7E/ELAN 7/30/33, ELAN 7NE/ELAN 7N/30V/33V, ELAN II/ELAN II E/50/50E, REBEL 2000/300, IX, IX Lite/IX7, en D30 zal de beeldstabilisator niet werken wanneer de zelfontspanner wordt gebruikt.  U kunt ook het beeld stabiliseren door een statief te gebruiken. Afhankelijk van het soort statief en de opname-omstandigheden is het dan soms beter de beeldstabilisatorfunctie uit te schakelen.  De stabilisator werkt even effectief bij het maken van opnamen uit de hand en bij het maken van opnamen vanaf een eenbeenstatief. Het effect van de Beeldstabilisator kan echter minder zijn, afhankelijk van de opname-omstandigheden.  Afhankelijk van de camera die u gebruikt, kan er een trilling in het beeld ontstaan, zoals wanneer de sluiter dichtklikt.

NLD-107. Symbool voor compensatie oneindige afstandVoor een nauwkeurige scherpstelling in MF van onderwerpen op oneindig, kijkt u door de zoeker of op het lcd-scherm van de camera terwijl u aan de scherpstelring draait.Om het verschuiven van het oneindige scherpstelpunt, dat wordt veroorzaakt door veranderingen in temperatuur, te compenseren, is er een grens bij de oneindigheidspositie (∞). De positie oneindig bij normale temperatuur is het punt waarbij de verticale lijn van het L-merkteken van de afstandsschaal op één lijn ligt met de afstandsmarkering.AfstandsmarkeringSymbool voor compensatie oneindige afstand8. Infraroodindex  De positie van de infraroodmarkering is gebaseerd op een golengte van 800 nm.  De hoeveelheid compensatie verschilt afhankelijk van de brandpuntsafstand. Gebruik de aangegeven brandpuntsafstand als richtlijn bij het instellen van de hoeveelheid compensatie.

 Neem de instructies van de fabrikant in acht bij gebruik van infraroodlm.  Gebruik een rood lter wanneer u de foto maakt. Sommige EOS-camera’s zijn niet geschikt voor infraroodlm. Raadpleeg de handleiding van uw EOS-camera. De infraroodmarkering corrigeert de scherpstelling wanneer een zwart-wit infraroodlm wordt gebruikt. Stel handmatig scherp op het onderwerp en corrigeer dan de afstandsinstelling door de scherpstelring naar de bijbehorende infraroodmarkering te draaien.

NLD-119. ZonnekapDe ET-83D zonnekap kan gebruikt worden om ongewenst licht uit de lens te houden en om de voorkant van de lens te beschermen tegen regen, sneeuw en stof. ●BevestigenOm de zonnekap te bevestigen, lijnt u het bevestigingspositieteken van de zonnekap uit met het rode puntje op de voorkant van het objectief en dan draait u de zonnekap zoals aangegeven door de pijl totdat het rode puntje op het objectief is uitgelijnd met het stoppositieteken van de zonnekap.Knop●VerwijderenOm de zonnekap te verwijderen, houdt u de knop aan de zijkant ingedrukt en draait dan de zonnekap in de richting van de pijl totdat het positieteken op de zonnekap tegenover het rode puntje staat. De zonnekap kan ook omgekeerd op het objectief worden aangebracht wanneer dit wordt opgeborgen.

 Als de zonnekap niet juist is aangebracht, kan zich vignettering (donkere verkleuring van de omtrek van de foto) voordoen.  Bij het bevestigen of losmaken van de zonnekap pakt u de voet van de zonnekap vast om deze te draaien. Pak niet de voorrand van de zonnekap vast om deze te draaien, want dit kan resulteren in vervorming van de zonnekap.

NLD-12Zonnekap● Afstelvenster cirkelvormige polarisatiefilterDe kap bevat een afstelvenster voor cirkelvormige polarisatielter die, wanneer geopend, de gebruiker toestaat de cirkelvormige polarisatielter* af te stellen terwijl de kap op het objectief is bevestigd.* Bevestig de cirkelvormige polarisatielter op de lteraansluitdraad op de voorkant van het objectief wanneer de kap is verwijderd. Open het afstelvenster van de cirkelvormige polarisatielter dat in de kap is geïnstalleerd door deze naar voren te schuiven.Cirkelvormige polarisatielterAfstellingsvenster cirkelvormige polarisatielter Stel de cirkelvormige polarisatielter af via het geopende afstelvenster.  Sluit het afstelvenster van de cirkelvormige polarisatielter tijdens opname.Voor informatie over het bevestigen van een cirkelvormige polarisatielter, raadpleeg de sectie genaamd „12. Filters” (p. 17).

NLD-1310. Gebruik van de statiefaansluitingEen statief of monopod bevestigt op de statiefaansluiting van het objectief.Verwijderen van de statiefaansluiting Draai de statiefaansluitingsring in de richting aangegeven door pijl 1 totdat de statiefaansluiting is losgekoppeld.Bevestigen van de statiefaansluiting Plaats de statiefaansluiting tegen de statiefaansluitingbevestigingsvoet zoals getoond en draai de statiefaansluitingsring in de richting aangeduid door pijl 2 totdat het stopt met bewegen. Zodra de statiefaansluitingsring stopt met bewegen, probeer deze dan nogmaals stevig vast te zetten.Door naar beneden te drukken op de statiefaansluitingsring in de richting aangeduid door pijl 3 zal het makkelijker worden om te draaien.Bevestigingsvoet statiefaansluitingStatiefaanlsuitringStatiefbevestiging

NLD-14  Een interne schroefdraad in de bevestigingsvoet van de statiefaansluiting wordt blootgesteld wanneer de statiefaansluiting is losgekoppeld. Bevestig geen statief of monopod op het objectief met gebruik van deze interne schroefdraad. Hierdoor zal de interne schroefdraad beschadigd raken, waardoor het onmogelijk wordt om het statief aan het objectief te bevestigen.  Bij het bevestigen van de statiefaansluiting, draai de statiefaansluitingsring dan stevig vast zodat de statiefaansluiting stevig op het objectief is bevestigd. Het objectief kan mogelijk van de statiefaansluiting vallen als de vergrendelingsknop niet volledig is aangedraaid.  Het niet stevig bevestigen van de statiefbevestiging kan leiden tot onscherpe beelden, zelfs bij gebruik van een statief of éénbenig statief tijdens de opname.  Bevestig de statiefaansluiting in de richting zoals aangeduid in de afbeelding.

Het is niet mogelijk de statiefaansluiting te bevestigen terwijl in een andere richting gepositioneerd.  De statiefaansluitingsring maakt een klikgeluid terwijl deze wordt gedraaid, wat normaal is.De statiefbevestiging afstellenDoor het losdraaien van de oriëntatievergrendelingsknop, kunt u de camera draaien om het beeld in te stellen voor elke verticale of horizontale positie.Gebruik van de statiefaansluiting

NLD-16  Bevestig het tussenstuk op het objectief en bevestig het objectief op de camera. U verwijdert het tussenstuk door in omgekeerde volgorde te werk te gaan. Er kunnen zich storingen voordoen als u het tussenstuk eerst op de camera bevestigt.  Bij het gebruik van dit objectief tijdens het maken van foto’s met de EOS A2/A2E/5, gebruikt u een belichtingscompensatie van -0,5 stap bij gebruik van tussenstuk EF1,4x II en gebruikt u een belichtingscompensatie van -1 stap bij gebruik van tussenstuk EF2x II.  Automatische scherpstelling (AF) is niet mogelijk bij gebruik van Extender EF2x II/III. Gebruik daarom handmatige scherpstelling (MF) voor het maken van opnamen bij gebruik van dit verlengstuk.  Automatische scherpstelling (AF) is niet mogelijk bij gebruik van Extender EF1.4x II/III.

Gebruik daarom handmatige scherpstelling (MF) voor het maken van opnamen bij gebruik van dit verlengstuk. Echter, automatische scherpstelling (AF) bij gebruik van alleen centrale AF-punten tijdens het maken van opnamen is mogelijk wanneer het objectief met de volgende cameramodellen wordt gebruikt: EOS-1D X*, EOS-1Ds Mark III, EOS-1Ds Mark II, EOS-1Ds, EOS-1D Mark IV, EOS-1D Mark III, EOS-1D Mark II N, EOS-1D Mark II, EOS-1D, EOS 5D Mark III*, EOS 7D Mark II, EOS-1V/HS, en EOS 3  U kunt slechts één tussenstuk tegelijk gebruiken.Wanneer een tussenstuk is bevestigd, zal de AF-snelheid lager worden om ervoor te zorgen dat een juiste werking gehandhaafd blijft.Tussenstukken (los verkrijgbaar)* Deze camera staat automatische scherpstelling toe tijdens het opnemen na het bijwerken van de rmware van de camera. Raadpleeg de Canon-website voor informatie over rmware-updates.

NLD-1714. Verlengstuk (los verkrijgbaar)U kunt het verlengstuk EF12 II of EF25 II aanbrengen voor uitvergrote foto’s. De scherpstelafstand en vergroting zijn hieronder aangegeven.Voor een nauwkeurige scherpstelling raden wij u de MF-stand aan.Scherpstelafstandsbereik (mm)Vergrotingsfactor (×)Korte afstandLange afstandKorte afstandLange afstandEF12 II100mm 586 1121 0,27 0,12400mm 881 13306 0,38 0,03EF25 II100mm 476 664 0,42 0,27400mm 814 6571 0,46 0,07U kunt een lter aanbrengen op de lterschroefdraad aan de voorkant van de lens.  Als u een polarisatielter nodig hebt, gebruik dan het Canon circulair polarisatielter PL-C B (77 mm).  De cirkelvormige polarisatielter kan worden aangepast met het afstelvenster van de kap wat wordt geopend door het naar voren te schuiven.12. Filters(los verkrijgbaar)13.

Close-uplenzen(los verkrijgbaar) Door een 500D (77 mm) close-uplens te bevestigen, wordt close-upfotograe ingeschakeld.Het levert een vergroting van 0,2x tot 0,78x.  De close-uplens 250D kan niet gebruikt worden, want deze is niet verkrijgbaar in een maat die op het objectief past.  Voor een nauwkeurige scherpstelling raden wij u de MF-stand aan.

NLD-18Technische gegevens* Geldt bij stappen van 1/3 stop. Bij stappen van 1/2 stop is de waarde f/32-38.  De lengte van het objectief is de afstand vanaf het bevestigingsvlak tot aan de voorkant van de lens. Tel hier ong. 24,2 mm bij op voor de lensdop en de stofkap.  Het formaat en het gewicht in de lijst zijn alleen voor het objectief (zonder de statiefaansluiting bevestigd).  De close-uplenzen 250D kunnen niet worden bevestigd.  De diafragmainstellingen zijn aangegeven op de camera.  Alle vermelde gegevens zijn gemeten volgens de Canon-normen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Canon EF 100-400mm f/4.5-5.6L IS II USM stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden