Bulex TURBOGAZ 400 Handleiding
Pagina's 32 Nederlands Ketel & boiler
Bekijk de handleiding van Bulex TURBOGAZ 400 gratis online of download de PDF. 63 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bulex |
| Categorie: | Ketel & boiler |
| Model: | TURBOGAZ 400 |
Handleiding Bulex TURBOGAZ 400 – volledige tekst
3 – INSTRUCTIONS POUR L’USAGER BELGIÊ GARANTIECERTIFICAAT EN INBEDRIJFSTELLINGSCOUPON (LAATSTE PAGINA) • Dit instructieboekje maakt een integraal en onmisbaar deel uit van het product en moet in de buurt van het toestel worden bewaard om het zo nodig snel te kunnen inkijken. • Het toestel werd gefabriceerd voor de productie van sanitair warm water. Elk ander afwijkend gebruik moet beschouwd worden als oneigenlijk en gevaarlijk. • Het toestel mag niet geïnstalleerd worden op vochtige plaatsen. Bescherm het toestel ook tegen waterspatten of andere vloeistoffen om schade aan elektrische en thermische onderdelen te vermijden. • De installatie moet gebeuren door een gekwalificeerde technicus en conform de van kracht zijnde veiligheidsnormen.
Een installatie die niet conform is met de instructies van de producent kan letsels veroorzaken aan personen of dieren, of schade aan voorwerpen waarvoor de producent elke verantwoordelijkheid afwijst. • De garantie is 12 maanden geldig vanaf de datum van de installatie op alle onderdelen van de boiler en dit maximaal tot 24 maanden na de productiedatum die op het kenplaatje van het toestel is gedrukt. • Na zijn eerste gebruik moet het toestel in bedrijf worden gesteld door een erkend servicebedrijf. • De verschillende elementen waaruit de verpakking bestaat (plastic zakjes, hout, krammen enz. ) moeten buiten bereik van kinderen gehouden worden doordat ze gevaarlijk zijn. • U moet de waarschuwingen lezen die in dit boekje staan, want ze verschaffen belangrijke informatie in verband met een veilig gebruik, een veilige installatie en een veilig onderhoud.
• Dit boekje moet bij het materiaal blijven ingeval het toestel verkocht zou worden of naar een andere gebruiker overgaan zodat de nieuwe eigenaar en/of installateur het kan raadplegen. • Laat geen enkel voorwerp contact maken met het toestel.
• Als de boiler in de winter lang ongebruikt zal blijven in een onverwarmd lokaal, raden we aan – om elk gevaar van bevriezen te vermijden – het toestel volledig leeg te laten lopen. De constructeur wijst elke aansprakelijkheid af voor schade die te is wijten aan vorst en aan waterlekken in de installatie. • We raden aan de opgegeven instructies aandachtig te lezen en enkel vervangstukken en toebehoren te gebruiken die geleverd zijn door de constructeur om de beste dienstprestaties te verkrijgen en om de garantie op het toestel niet in het gedrang te brengen.
1 - ALGEMENE INLICHTINGEN EN KENMERKEN 1. 1 CLASSIFICATIE DEFINITIE Deze toestellen zijn geklasseerd als: "Gasboilers met luchtpijp en gedwongen ventilatie en hermetische verbrandingskamer onder atmosferische druk". CATEGORIE BE :•I2E+, categorie of type gas, ontworpen om te functioneren op aardgas G20/G25) •I3+, categorie of type gas, ontworpen om te functioneren op vloeibaar gas butaan (G30) of propaan G31) LU •I2E, categorie of type gas, ontworpen om te functioneren op aardgas (G20). TYPE Volgens de Europese norm EN 483 is de boiler wegens het gebruikte systeem voor luchtaanzuiging en afvoer van de rookgasafvoer van het type C12, C32 en C52 (dit laatste enkel voor de modellen 220 en 400). type C12: Toestel met een verbrandingsruimte die hermetisch is ten opzichte van de plaats waar het geïnstalleerd is.
De luchtaanzuiging en de afvoer van de verbrandingsproducten worden verzekerd door een coaxiale horizontale leiding of door openingen die zo dicht bij elkaar liggen dat ze zich onder dezelfde windomstandigheden bevinden. De lucht voor de verbranding wordt toegevoerd via een luchtpijp onder de verbrandingskamer. type C32: Toestel met een verbrandingsruimte die hermetisch is ten opzichte van de plaats waar het geïnstalleerd is. De luchtaanzuiging en de afvoer van de verbrandingsproducten worden verzekerd door een coaxiale verticale leiding of door openingen die zo dicht bij elkaar liggen dat ze zich onder dezelfde windomstandigheden bevinden. De lucht voor de verbranding wordt toegevoerd via een luchtpijp onder de verbrandingskamer type C52: Toestel met een verbrandingsruimte die hermetisch is ten opzichte van de plaats waar het geïnstalleerd is.
N°colli afmetingen (LxPxH) [cm] Brutto Gewicht [kg] 150 2 58 x 58 x 175 49 x 49 x 33 119 9 220 2 78 x 78 x 141 49 x 49 x 33 211 9 400 2 78 x 78 x 211 49 x 49 x 33 300 9 Voor model 150 - 220 - 400: De boiler wordt geleverd verpakt in een houten palletkist. In een tweede kartonnen collo zit de afzuigbuis voor de rookgassen (met ventilator), een concentrische "microluchtpijp" en de schroeven voor het bevestigen van de afzuigbuis bij de installatie. Op de voorkant van het toestel is een enveloppe geplakt met dit boekje en het garantiecertificaat. fig. 1. 2/2: verpakking model 150 - 220 - 400.
1 - ALGEMENE INLICHTINGEN EN KENMERKEN 1. 3 GEGEVENS OVER DE WERKING EN DE OPBOUW Dit toestel maakt het mogelijk warmte uit te wisselen tussen de verbrandingsproducten en het water in het voorraadvat. Het toestel is hermetisch, d. w. z. dat voor de verbranding geen lucht gebruikt wordt uit de plaats waar het geïnstalleerd is doordat de verbrandingslucht van buiten wordt aangevoerd en de rookgassen naar buiten worden afgevoerd. De verbrandingskamer bevindt zich onder het toestel, onder het voorraadvat. Boven het toestel is de afzuigbuis voor de rookgassen geplaatst: via een ventilator, onder de verbrandingskamer, worden de rookgassen afgevoerd en de lucht aan de brander toegevoerd. Leidingen in het voorraadvat maken het mogelijk lucht in te brengen en de rookgassen af te voeren en zorgen voor de warmtewisseling. EDCBA fig. 1.
3/2: model 150 - 220 - 400 A- rookgasafzuigbuisB- microluchtpijpkit C- bedieningspaneel D- kuip E- verbrandings-kamer ROOKGASAFZUIGBUIS Een ventilator geplaatst in de rookgasafzuigbuis zorgt voor het afzuigen van de verbrandingsproducten en tegelijkertijd voor de toevoer van de verbrandingslucht. De afzuigbuis kan over 360° gericht worden. Bij verstopping van een leiding onderbreekt een pressostaat de gastoevoer naar de brander. VOORRAADVAT Het voorraadvat is gemaakt van zeer dik staal met een zeer hoge goede drukweerstand. Het binnenoppervlak is bekleed met geëmailleerd glas op een temperatuur van 850°.
Dit garandeert een optimale chemische weerstand (tegen organische oplosmiddelen en veel andere chemische stoffen), een goede weerstand tegen afschuring (lage wrijvingscoëfficiënt) en een perfecte thermische stabiliteit (het glas dat op het staal is aangebracht, is bestand tot een temperatuur van 500°C). Dit alles garandeert een langere levensduur van het reservoir en een perfecte hygiëne van het water. Een inspectieluik maakt een makkelijke inspectie en verwijdering van het ketelsteen uit de kuip mogelijk.
model 150 220 400 Ø inspectieluik [mm] 85 120 120 VERBRANDINGSKAMER De verbrandingskamer bevindt zich onderaan de boiler en bevat de atmosferische brander (zonder overdruk) met een vlamcontrolesonde. De verbrandingskamer is hermetisch ten opzichte van de plaats waar het toestel geïnstalleerd is. BEDIENINGSPANEEL In het bedieningspaneel zitten alle elektrische onderdelen die nodig zijn voor de bediening en voor de regeling van de boiler: de regelthermostaat, de start/stop-schakelaar, de thermometer, het verklikkerlichtje "toestel onder spanning" en de manuele terugstelknop (reset) met verklikkerlichtje. MICROLUCHTPIJPKIT De passende kit moet gekozen worden uit de beschikbare modellen naargelang van de installatie-eisen.
De kit dient voor de aansluiting van de rookgasafzuigbuis met de buitenkant van het gebouw om de nodige lucht naar de brander te brengen en de verbrandingsproducten af te voeren: • Horizontale coaxiale kit voor afvoer van de rookgassen en luchtaanzuiging door de zijwand; • Verticale coaxiale kit voor afvoer van de rookgassen en luchtaanzuiging via het dak; • Verticale kit met gescheiden leidingen met afvoer van de rookgassen via het dak en aanzuiging van de lucht via de wand; • Horizontale kit met gescheiden leidingen met afvoer via het dak en aanzuiging van de lucht via de wand; 1. 4 CONTROLE- EN VEILIGHEIDS-ORGANEN MAGNESIUMANODE De magnesiumanode beschermt het voorraadvat tegen corrosie door galvanische stromen. Deze anode moet elk jaar worden vervangen om de levensduur van het vat te maximaliseren.
In de modellen 220 en 400 bevindt de anode zich onder het inspectieluik, in het voorste deel van het voorraadvat. Bij het model 150 zijn er 2 anodes : één anode bevindt zich in het bovenste gedeelte van het toestel (1) en de andere anode bevindt zich onder het kijkglas (2).
1 - ALGEMENE INLICHTINGEN EN KENMERKEN A fig. 1. 4/2 A : magnesiumanode mod. 220 - 400 12 fig. 1. 4/3 : magnesiumanode mod. 150 1 – bovenste anode 2 – onderste anode ELEKTRONISCHE REGELING fig. 1. 4/4 : elektronische centrale regeling De elektronische regeling bestuurt de opening van de gasklep en de ontsteking van de brander. Vanaf het ogenblik dat ze het elektronisch signaal krijgt via de regelthermostaat, controleert ze of de contacten van de rookgassenpressostaat in de normale werkstand staan. Als tijdens deze cyclus de aanwezigheid van de vlam niet binnen de veiligheidstijd wordt bevestigd, gaat de centrale in de BLOKKEER-stand staan. In dit geval moet men om het toestel te deblokkeren enkele seconden wachten vooraleer op het daartoe voorziene verlichte manuele terugstelknop (reset) op het bedieningspaneel te drukken.
De vlamcontrole gebeurt door een ionisatie-elektrode op de brander. Deze is CE gekeurd (volgens EN 298). TECHNISCHE GEGEVENS ELEKTRONISCHE CENTRALE REGELING Voedingsspanning 220/240 V 50/60 Hz Temperatuur op de plaats van het gebruik 0 - 60°C Voorventilatietijd 30 s Veiligheidswachttijd 10 s Minimale ionisatiestroom voor de vlamcontrole 0,7 uA Tijd tussen het uitvallen van de vlam en de overgang naar een veilige toestand < 1 s GASKLEP Voor model 150 - 220 - 400: Het gasblok bestaat uit een multifunctionele elektromagnetische klep (multigas) met dubbele elektromagnetische veiligheidsklep uit klasse B (klasse 2), met zeer stille werking. De klep is uitgerust met een drukregelaar en een progressieve ontstekingsvoorziening waarvan de minimumdruk vooraf is ingesteld in de fabriek. IS CE gekeurd (volgens EN 126) fig. 1.
4/6 gasklep voor model 150 - 220 - 400 Het lichaam gemaakt van gegoten aluminium is uitgerust met van draad voorziene gasaansluitingen 1/2 RP” UNI-ISO 7 en van twee drukaansluitingen aan de ingang en de uitgang. Het blok bevat een filter in de gastoevoerleiding.
De twee elektromagnetische kleppen zijn in serie aangebracht in de hoofdgasleiding en worden gelijktijdig gevoed door een driepolige connector die elke elektrische aansluitingsfout onmogelijk maakt. Alle regelbewerkingen van de klep mogen enkel worden uitgevoerd door een gekwalificeerde vakman. Bij vervanging van een klep moet u er zich van vergewissen dat de gascirculatie gebeurt in de richting van de pijl die zich op de klep bevindt en dat er geen enkel vreemd lichaam in terecht kan komen. ONDERHOUD: De vervanging van het magneetblok is de enige te voorziene reparatiebewerking op de klep en mag enkel worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel.
Op die manier kan het drukverschil worden gemeten dat gecreëerd wordt binnen de microluchtpijp door de normale werking van de rookgasafzuigventilator. In het voorste deel van de pressostaat is een regelschroef voorzien voor de ijking ervan (ijking uitgevoerd in de fabriek). De ijking verschilt naargelang het model. De veiligheidsvoorziening van het rookgascircuit bevat drie elektrische contacten (een normaal open en de andere normaal gesloten). THERMOSTAAT VOOR HET REGELEN VAN DE WATERTEMPERATUUR fig. 1. 4/11 Regelthermostaat (watertemperatuur) Deze thermostaat dient voor het constant houden van de ingestelde temperatuur van de boiler en stuurt een signaal voor het ontsteken of doven van de brander naargelang van de gewenste watertemperatuur in het reservoir.
Het gaat om een thermostaat die is uitgerust met een capillaire buis met meetsonde met vloeistofuitzetting, van het eenpolige type met omkeercontacten. Hij is BEAB gekeurd (volgens EN 60730).
TECHNISCHE GEGEVENS REGELTHERMOSTAAT Schakelvermogen van de contacten 250 V ~ / 2,5 A Temperatuurverschil 8° ± 2 K Maximum toegestane temperatuur van de meetkop 150°C Regelbereik (modellen 150-220-400) 41 – 80 K VEILIGHEIDSTHERMOSTAAT Deze onderbreekt de werking van de brander bij een abnormale oververhitting van het reservoir, veroorzaakt bij voorbeeld door een slechte werking van de regelthermostaat. Voor model 150 - 220 - 400: Het gaat om een thermostaat met capillaire buis met meetsonde met vloeistofuitzetting, eenpolig, temperatuurbegrenzer met manuele terugstelling, met positieve beveiliging in geval van onderbreking van het capillair. De interventietemperatuur is in de fabriek afgesteld op 90°C. Hij is SEMKO gekeurd (volgens EN 60730), DIN (selon DIN 34440) en VDE.
1 - ALGEMENE INLICHTINGEN EN KARAKTERISTIEKEN 1. 7 VOORBEELDEN VAN DE ROOKGASAFVOER voor model 150 – 220 – 400 fig. 1. 7/3 : concentrische geveldoorvoer A. I. KITSO configuratie TYPE CB12B CODE A. I. KITSO: COAXIALE ROOKGASAFVOOR DOOR DE ZIJWAND De standaardkit is 1 m laag en bevat: • coaxiale buis Ø 60/100 met eindstuk • 1 mof met dichting Ø 60 • 1 mof met dichting Ø 100 • 2 rozetten Ø 100 Koop de passende verlengstukken om de lengte te vergroten (zie hiernaast). De maximumlengte is 3 m. Men mag aan de kit tot 2 ellebogen van 90° toevoegen (in dit geval moet de maximumlengte voor elke elleboog met een meter worden verminderd). Beschikbare accessoires: CODE BESCHRIJVING A. I. PC50 coax. verlengstuk Ø60/100 - 0,5 m A. I. PC100 coax. verlengstuk Ø60/100 van 1 m A. I. DC619 coax elleboog. Ø60/100 - 90° A. I. DC614 coax. elleboog Ø60/100 - 45° S fig. 1. 7/4 : configuratie TYPE CB12B fig. 1.
7/5 : configuratie TYPE CB52B CODE A. I. KITSS1: DUBBELE HORIZONTALE BUIS De standaardkit is 1 m lang en bestaat uit: • 2 buizen Ø 80 - 1 m • 1 elleboog Ø 80 90° MF • 2 rozetten Ø 80 • 1 eindstuk om de lucht aan te zuigen • 1 eindstuk om de rookgassen af te voeren • 1 reductiestuk Ø 80/60 • 1 ring Ø 60/100 • 1 koppeling Ø 80 Koop de passende verlengstukken om de lengte te vergroten (zie hiernaast). De maximumlengte is 6 m, zowel voor de aanzuiging als voor de afvoer. Men mag aan elke leiding tot 5 ellebogen van 90° toevoegen (in dit geval moet de maximumlengte voor elke elleboog met een meter worden verminderd). Beschikbare accessoires: CODE BESCHRIJVING A. I. CV804 elleboog Ø 80 à 45° A. I. CV809 elleboog Ø 80 à 90° A. I. PR80 verlengstuk Ø 80 - 1 m A. I. PR805 verlengstuk Ø 80 – 0,5 m A. I.
PR802 verlengstuk Ø 80 – 0,25 m • Voor model 150 moet een diafragma Ø 49 worden aangebracht (als de aanzuigleiding tussen 0,5 en 5 m lang is) • Voor de modellen 220/300/400 moet een diafragma Ø 46 worden aangebracht.
1 - ALGEMENE INLICHTINGEN EN KARAKTERISTIEKEN fig. 1.7/7 : concentrische dakdoorvoer A.I.KITSV configuratie TYPE C32 CODE A.I.KITSV: COAXIALE AFVOER VIA HET DAK De standaardkit is 1 m lang en bevat: • 1 verticaal eindstuk Ø 60/100 - 1 m • 2 moffen met dichting Ø 100 • 2 moffen met dichting Ø 60 • 1 coaxiale elleboog Ø 60/100 - 90° Koop de passende verlengstukken om de lengte te vergroten (zie hiernaast). De maximumlengte bedraagt 2 m. Geen ellebogen aan de standaardkit toevoegen! Beschikbare accessoires: CODE BESCHRIJVING A.I.PC50 coax. verlengstuk Ø 60/100 - 0,5 m A.I.PC100 coax. verlengstuk Ø 60/100 - 1 m • Voor model 150 moet een diafragma Ø 88 worden aangebracht (als de aanzuigleiding tussen 1 en 2 m lang is) Het diafragma wordt altijd samen met de standaardkit geleverd en moet in de luchttoevoerkit worden aangebracht (zie tekening (zie tekening hiernaast). fig.
1 - ALGEMENE INLICHTINGEN EN KARAKTERISTIEKEN 1.9 ELEKTRISCHE SCHEMA'S BELANGRIJK: Bij de aansluiting van de voedingskabel aan het elektrische net, moet de polariteit gerespecteerd worden tussen de FASE en de NULLEIDING. In het tegengestelde geval zal het toestel niet werken en kan het niet ontstoken worden. Voor het gebruik van het toestel met voeding op 2 fasen moet de vlamsignaalversterkerkit geïnstalleerd worden (bij de constructeur verkrijgbaar als accessoire). LEGENDA ONDERDELEN AGGREGATEN KABELKLEUREN I schakelaar TR regelthermostaat TS veiligheidsthermostaat SV groen verklikkerlichtje "onder spanning" V rookgasafzuigventilator VG dubbele elektromagnetische gasklep SB foutverklikkerlichtje brander PS verlichte terugstelknop P pressostaat ER ionisatie-elektrode EA ontstekingselektrode F netfilter FB zekering voor gedrukte schakeling (2 A) 4. Rookgasafzuiging 5.
Gedrukte schakeling 6. Bedieningspaneel b wit bl blauw g grijs m bruin n zwart r rood v groen Het is mogelijk een op afstand geplaatste detector aan de gedrukte schakeling aan te sluiten. Signalisaties: SV is actief (fasespanning aanwezig) wanneer het toestel in functie is (groen verklikkerlichtje op bedieningspaneel brandt) SB is actief (fasespanning aanwezig) wanneer het toestel geblokkeerd is (rood verklikkerlichtje op bedieningspaneel brandt) TS is actief (fasespanning aanwezig) wanneer de veiligheidsthermostaat (beveiliging tegen te hoge watertemperatuur) gewerkt heeft (de terminal TS1 van de gedrukte schakeling moet aangesloten worden aan de vrije terminal van de veiligheidsthermostaat (TS)
2 - INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIE 2.1 Voorschriften De installatie van het toestel moet gebeuren door een vakman en moet conform zijn met de officiële teksten en de regels van de kunst, met name : - De normen NBN D 51003 voor binneninstallaties voor aardgas - Het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI) en in het bijzonder de verplichte aansluiting op een aarding - Alle bestaande voorschriften van de plaatstelijke watermaatschappij en van BELGAQUA - De ARAB voorschriften code 210-0159 - 14 - EDITIE JUNI 2001
2 - INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIE code 210-0159 - 15 - EDITIE JUNI 2001 2.2 AANBEVELINGEN VOOR DE INSTALLATIE • De installatie moet gebeuren door een bevoegde vakman volgens de vigerende normen: dit wil zeggen dat hij kan instaan voor een correcte inbedrijfstelling van het toestel en alle controles kan uitvoeren vóór de ontsteking. • Kies het toestel in functie van de eisen van het warm water voor de installatie : raadpleeg de gegevens “productie warm water”. • Volg voor de installatie aandachtig de regels die gegeven zijn in paragraaf 2.1. • Bij de uitvoering van installatie- en reparatiewerkzaamheden moeten de instructies die beschreven zijn in dit boekje strikt worden gevolgd. Eender welke wijziging van de koppelingen en het niet-naleven van de bepalingen die beschreven zijn in dit boekje doen de garantie vervallen.
• Voor elke onderhoudsbeurt, elke interventie en reparatie op het toestel, de elektrische voeding onderbreken. • Voor de evacuatie van de rookgassen en de luchtaanzuiging enkel de originele microluchtpijpkits gebruiken die u kunt kopen bij de Bulex. 2.3 PLAATSING VAN HET TOESTEL Aangezien het toestel van type C is, mag de boiler in alle soorten lokalen worden geïnstalleerd, zonder enige beperking inzake het volume van het lokaal en de verluchtingsomstandigheden. Het gat voor de doorgang van de rookgasafvoerbuizen en de luchtaanzuiging door de muur mag niet gecementeerd worden om de buizen zo nodig weg te kunnen nemen. Gebruik de rozetten die samen met de boiler zijn geleverd om alle gaten netjes af te werken. De modellen 150 - 220 - 400 moeten op de grond aangebracht worden.
2 - INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIE Bij het plaatsen van de boiler mag de maximum toegestane lengte voor elk type microluchtpijp niet worden overschreden.
Bij afvoer door een wand moeten de minimaal voorziene afstanden gerespecteerd worden (zie onderstaande tabel): PLAATS VAN DE EINDSTUKKEN (in mm) modellen 150 - 220 - 400 A Onder een venster 600 B Onder een verluchtingsmond 600 C Onder een dakgoot 300 D Onder een balkon 300 E Afstand tot een naburig venster 400 F Afstand tot een naburige verluchtingsmond 600 G Afstand tot een leiding of een regenpijp 300 H Afstand tot een hoek 300 I Afstand tot insprong 300 L Afstand tot de grond of een andere verdieping 2500 M Tussen twee verticale eindstukken 1500 N Tussen twee horizontale eindstukken 1000 O Afstand tot een oppervlak vooraan zonder openingen of eindstukken binnen 3 m van de rookgasafvoeropening 2000 P Zoals punt O maar met openingen 3000 PAONDBMIHLCG fig. 2.3/3 code 210-0159 - 16 - EDITIE JUNI 2001
2 - INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIE code 210-0159 - 17 - EDITIE JUNI 2001 2.4 PLAATSING VAN DE ROOKGASAFZUIGBUIS In het bovenste deel van de mantel zijn er 4 gaten voorzien voor het bevestigen van de afzuigbuis. Zo kunnen we 4 verschillende posities krijgen, onder een hoek van 90° ten opzichte van elkaar. Ga als volgt te werk wanneer een tussenpositie van de afzuigbuis vereist is Plaats een afdichting tussen de afzuigbuis en de bovenste mantel om zo nodig een lichte druk uit te oefenen over de omtrek van de afzuigbuis. Draai de bevestigingsschroeven vast. Umodel 150 Breng het ventilatorhuis aan dat in het karton van de afzuigbuis zit. Plaats de afzuigbuis op de boiler, en oriënteer daarbij de koppeling van de microluchtpijpkit in de gewenste richting. fig.
2.4/3: plaatsing van het ventilatorhuis (model 150) Boor in de bovenste mantel een gaatje met een boor van ∅ 3 mm, overeenkomstig de daartoe voorziene gaten in de buitenrand van het ventilatorhuis. fig. 2.4/4: tussenliggende stand van de afzuigbuis (model 150) Draai voorzichtig de bevestigingsschroeven vast en vergewis u ervan dat de dichting altijd goed is aangebracht tussen de afzuigbuis en de bovenste mantel. Sluit de connector aan afkomstig van het huis van het elektrische bedieningspaneel in de aansluiting op de motorbeschermkap (steek de connector volledig op zijn plaats zodat hij niet los kan komen). fig. 2.4/5: plaatsing van de connector (model 150/220/400) Umodellen 220 - 400 Plaats het ventilatorhuis dat in het karton van de afzuigbuis zit (zie fig. 2.4/6). fig.
2 - INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIE code 210-0159 - 18 - EDITIE JUNI 2001 (modellen 220/400) Doorboor de bovenste mantel met een boor van 4 mm, overeenkomst de 4 bevestigingsbeugels van de afzuigbuis. Schroef de bevestingsschroeven zachtjes vast. Plaats de dichting tussen de afzuigbuis en de bovenste mantel en oefen zo nodig lichtjes druk uit op de rand van de afzuigbuis. Schroef de bevestigingsschroeven vast. Steek de connector afkomstig van de kast van het elektrische bedieningspaneel in de aansluiting op de motorbeschermkap zie fig. 2. 4/5); steek de connector volledig op zijn plaats zodat hij niet los kan komen. 2.
5 WATERAANSLUITINGEN De levensduur van het toestel zal langer zijn wanneer volgende parameters nageleefd worden zoals voorzien door de Europese richtlijnen 98/83/CE inzake de kwaliteit van water bestemd voor de mens: • Totale hardheid: gelegen tussen 15 et 50 °F (in het bijzonder bij water dat een behandeling met waterverzachter of voor ontzilting ondergaan heeft) • chloor : 25 mg/l ( max. waarde 200 mg/l) • PH : gelegen tussen 6,5 et 9,5 • geleidbaarheid: 400 µS/cm (max. waarde 2500 µS/cm) Voor water waarvan de parameters niet conform zijn aan de bovenvermelde waarden dient het jaarlijks onderhoud van de kuip met de grootste zorg uitgevoerd te worden. In het algemeen is het noodzakelijk om de magnesiumanode, die de kuip beschermt, minstens 1 keer per jaar te vervangen.
Drukreduceerklep, als de voedingswaterdruk te hoog is (aan te raden) 12. Stopkraan (aan te raden) 13. T-koppeling 14. Aflaatkraan B (warmwateraansluiting) - Aansluiten aan de waterleiding (sanitair circuit) via een stopkraan C (recyclage) Breng de volgende elementen in de opgegeven volgorde aan: 10. een T-stuk waaraan u het expansievat aansluit waarvan de capaciteit niet lager mag zijn dan 5% van het watervolume in het reservoir (verplicht). 11. Een terugslagklep (facultatief) CA531 42 A FB98671011D fig. 2. 5/2: aansluitingen model 150 modellen 220 - 400 A (koudwatertoevoer) - Breng de volgende onderdelen in de opgegeven volgorde aan: 6. Veiligheidsklep (verplicht) 7. Waterverzachter (ontharder) of -zuiveraar bij zeer vuil water (aan te raden bij waarden hoger dan 50°F). 8. Filter voor het elimineren van eventuele onzuiverheden zoals zand, grind, slib enz. (aan te raden) 9.
De reduceerklep als de voedingwaterdruk te hoog is (aan te raden) 10. Stopkraan (aan te raden) B (warmwateraansluiting) - Aansluiten aan de waterleiding (sanitair circuit) via een stopkraan. C (recyclage) Breng de volgende onderdelen in de opgegeven volgorde aan: 6. een T-stuk waaraan u het expansievat aansluit waarvan de capaciteit niet lager mag zijn dan 5% van het watervolume in het reservoir (verplicht). 7. Een terugslagklep (facultatief) De retour is verplicht bij het model 400 D (aflaten): Breng op de koppeling een aflaatkraantje aan.
2 - INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIE AD531 42AFBC76 BELANGRIJK: Bij de aansluiting van de voedingskabel aan het elektrische net, moet u de polariteit tussen de fase en de nulleiding van het elektrische net respecteren, anders werkt het toestel niet. Ingeval er geen aarding is moet u een scheidingstransfo gebruiken. DE CONSTRUCTEUR IS NIET AANSPRAKELIJK VOOR ALLE SCHADE VEROORZAAKT DOOR HET NIET AANSLUITEN VAN HET TOESTEL AAN EEN PASSENDE AARDING. 2. 8 AANSLUITING VAN MEERDERE TOESTELLEN Wanneer het nodig is meerdere toestellen aan te sluiten, voorzie dan dat ze goed kunnen werken, zowel elk afzonderlijk, als allemaal tegelijk en in alle mogelijke combinaties. Dit is mogelijk door de plaatsing van stopkranen in het hydraulische circuit.
Door ze te openen of te sluiten is het mogelijk te beslissen hoeveel toestellen gebruikt zullen worden volgens de werkelijke behoefte van het ogenblik (bij voorbeeld: tussen laag- en hoogseizoen, periodes van piekverbuik, herstelling van een toestel enz. ). fig. 2. 5/3: aansluitingen modellen 220 - 400 BELANGRIJK: Voor de modellen 150-220-400: De terugslag- en veiligheidsklep die met het toestel is geleverd NIET door een enkele terugslagklep vervangen. model 150 2. 6 GASTOEVOER EN -REGELING Sluit het toestel aan op de gasleiding via een stijve demonteerbare koppeling. MODELLEN GASAANSLUITING 150 - 220 - 400 1/2” Voorzie een handbediende stopkraan in de buurt van het toestel op een makkelijk toegankelijke plaats. Controleer de dichtheid van de gasaansluitingen en hun conformiteit met de regels van de kunst inzake gasinstallatie (zie punt 2. 1). 2.
7 ELEKTRISCHE VOEDING De veiligheid bij de elektrische werking van de boiler wordt enkel verkregen als deze laatste een doeltreffende aarding bevat en als de elektrische aansluitingen uitgevoerd worden conform de elektrische normen NF C 15-100.
De voeding van de boiler gebeurt op 230 V, 50 Hz, direct vanaf een stopcontact (verbied het gebruik van lange verlengstukken, aansluiting op een stopcontactenblok enz. ). fig. 2. 9/2: voorbeeld van twee parallelgeschakelde toestellen ELEKTRISCHE KENMERKEN modellen 80 modellen 150-220-400 Voedingsspanning 230 V 50 Hz 230 V 50 Hz Opgenomen vermogen gasklep 10 watt 15 watt Opgenomen vermogen ventilator 16 watt 47 watt Totaal opgenomen vermogen 26 watt 62 watt code 210-0159 - 19 - EDITIE JUNI 2001.
2 - INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIE code 210-0159 - 20 - EDITIE JUNI 2001 modellen 220-400 fig. 2. 9/3: voorbeeld van twee parallelgeschakelde toestellen fig. 2. 9/4: een toestel in serie met een voorraadvat 2. 9 ONTSTEKING Voer de volgende controles uit alvorens de boiler in te schakelen: • Het toegevoerde gas moet overeenkomen met het gas waarvoor het toestel is voorzien. • De geldende installatienormen voor deze toestellen moeten worden gerespecteerd, vooral voor wat een juiste aansluiting betreft aan de rookgasafvoeraansluiting en aan de gasleiding. • De elektrische spanning moet met de juiste polariteit worden aangesloten (fase/nulleiding). Het toestel moet ook degelijk worden geaard. • De gaskranen op de gasmeter en in de buurt van de boiler moeten open staan. • Het reservoir moet voldoende met water gevuld zijn. 2.
10 HET OPSPOREN VAN STORINGEN Het elektronische controlecircuit gaat over in de geblokkeerde toestand zonder het commando te geven om de brander te ontsteken. • Het vlamcontrolecircuit is defect en belet het activeren van de ontstekingscyclus. • De ionisatie-elektrode maakt contact met de massa of er zijn lekverliezen. Aan het einde van de voorventilatiefase geeft de ontstekingselektrode geen vonk af en het controlecircuit gaat over in de geblokkeerde toestand. • De ontstekingstransformator is defect. • De aansluiting van de ontstekingselektrode op de ontstekings- en controlekaart is verkeerd (slecht contact of draad onderbroken). Aan het einde van de voorventilatiefase geeft de ontstekingselektrode een vonk af, maar er komt geen vlam tot stand, waardoor het controlecircuit in de geblokkeerde toestand overgaat. • Geen gas of aanwezigheid van lucht in de gasleiding.
• De gasklep gaat niet open. De spoel kan defect zijn of de elektrische aansluiting is verkeerd. Aan het einde van de voorventilatiefase geeft de ontstekingselektrode een vonk af en wordt een vlam gevormd, maar het toestel gaat over in de geblokkeerde toestand.
• De vlam is niet stabiel wegens te lage gasdruk. • De ionisatie-elektrode is niet in contact met de vlam want hij is niet goed gepositioneerd. • De ionisatie-elektrode is elektrisch verkeerd aangesloten (slecht contact of draad onderbroken). Het controlecircuit is overgegaan in de geblokkeerde toestand tijdens een normale werkingsfase. • De gastoevoer naar de brander werd onderbroken, zelfs heel tijdelijk, vanwaar de afwezigheid van de vlam die onmiddellijk gedetecteerd wordt door het controlecircuit. • Tijdens een onderbroken werkingscyclus heeft zich een van de symptomen voorgedaan die in de vorige punten zijn beschreven. De gasbrander slaat aan en uit hoewel de regelthermostaat een warmtevraag krijgt van de boiler. • De regelthermostaat is defect en meet niet goed de temperatuur van het water in het reservoir.
• De pressostaat in het rookgassencircuit stopt de brander aangezien het luchtdebiet van de ventilator niet volstaat (wegens een verstopping van een van de leidingen of wegens een overdreven lengte van de microluchtpijp). Het controlecircuit wordt niet geblokkeerd, maar de ontstekingscyclus blijft in voorventilatie.
2 - INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIE code 210-0159 - 21 - EDITIE JUNI 2001 • De differentieelpressostaat van het rookgassencircuit geeft geen toestemming tot ontsteking van de brander aangezien de leidingen van de microluchtpijp of de drukaansluitingen verstopt zijn. • De differentieelpressostaat geeft geen toestemming tot ontsteking aangezien de ventilator niet werkt of geen voldoende druk uitoefent. • De differentieelpressostaat geeft geen toestemming tot ontsteking aangezien hij defect is of doordat hij elektrisch verkeerd is aangesloten. • De differentieelpressostaat geeft geen toestemming tot ontsteking aangezien de siliconenbuis voor de drukmeting verstopt is, onderbroken of losgekoppeld. Het controlecircuit wordt niet geblokkeerd, maar de ontstekingscyclus begint niet.
• Tijdens de eerste verificatiefase van het controlecircuit staan de contacten van de differentieelpressostaat in de gesloten stand (want aan elkaar geplakt of wegens een fout in de basisijking van de pressostaat). Het commando om de ontstekingscyclus te beginnen kon dus niet gegeven worden. • Controleer of de zekering op de gedrukte schakeling gesmolten is. Terwille van de veiligheid en de garantie van het toestel raden we aan enkel wisselstukken te gebruiken die geleverd worden door de constructeur en zich tot de erkende servicediensten te wenden.
3 – INSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKER code 210-0159 - 27 - EDITIE JUNI 2001 3. 1 AANBEVELINGEN VOOR DE GEBRUIKER • Houd dit boekje altijd bij om het zo nodig te kunnen raadplegen. Het moet in de buurt van het toestel bewaard blijven. • Voor een goede werking en om garantie te kunnen genieten, moet het toestel in dienst worden gesteld door een erkende "naverkoopdienst". • Alle bewerkingen die beschreven zijn in het deel over de installatie moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd en bevoegd personeel, conform de geldende normen. Een installatiefout wegens het niet in acht nemen van de instructies van de constructeur kan ernstige letsels veroorzaken aan personen of dieren, of schade aan voorwerpen waarvoor de producent elke verantwoordelijkheid afwijst. • Het toestel werd gefabriceerd voor de productie van sanitair warm water.
Elk ander afwijkend gebruik moet beschouwd worden als oneigenlijk en gevaarlijk. • Het toestel mag niet geïnstalleerd worden op een vochtige plaats en moet beschermd worden tegen eventuele waterspatten of andere vloeistoffen. Deze criteria zijn belangrijk om alle schade aan elektrische en thermische onderdelen te vermijden. • De installatie mag enkel worden uitgevoerd door een gekwalificeerd vakman en volgens de geldende veiligheidsnormen. • De verschillende elementen waaruit de verpakking bestaat (plastic zakjes, hout, krammen enz. ) moeten buiten bereik van kinderen gehouden worden doordat ze gevaarlijk zijn. • Lees aandachtig de waarschuwingen en de instructies die in dit boekje staan over de veiligheid, de installatie, het gebruik en het onderhoud.
• Dit boekje moet bij het materiaal blijven ingeval het toestel verkocht zou worden of naar een andere gebruiker overgaan zodat de nieuwe eigenaar en/of installateur het kan raadplegen. • Laat geen enkel voorwerp tegen het toestel drukken.
• Volg zorgvuldig de onderstaande instructies en gebruik enkel vervangstukken en toebehoren die geleverd zijn door de constructeur om de beste dienstprestaties te verkrijgen en om de garantie op het toestel niet in het gedrang te brengen. • Het is verboden aan onderdelen te komen die in de fabriek door de producent geijkt zijn. 3. 2 ONTSTEKING VAN DE BOILER 4. Zet de hoofdschakelaar op “I”. 5. Zet de thermostaat op de gewenste temperatuur voor het water in de boiler. 6. Controleer of de rode verlichte drukknop voor het terugstellen gedoofd is. Als hij brandt, bevindt het controlecircuit zich in geblokkeerde toestand. Om het toestel te deblokkeren, drukt u de manuele terugstelknop (reset) volledig in. Het rode lampje in de knop dooft onmiddellijk. 312 fig. 3. 2/2: bedieningspaneel model 150/220/400 Nu begint de ontstekingscyclus van de boiler.
De onderdruk die gecreëerd wordt door de werking van de rookgasafzuigventilator (als het verbrandingscircuit zich in een juiste toestand bevindt), sluit de contacten van de differentieelpressostaat. De elektronische centrale regeling geeft dan het startsignaal voor de voorventilatiefase van de verbrandingskamer (duur van deze voorventilatie: 30 seconden). Aan het einde van de voorventilatiefase wordt tegelijk een commando gegeven voor het openen van de gasklep en het vormen van een vonk om de brander te ontsteken, op het uiteinde van de ontstekingselektrode. Controleer op het moment van de ontsteking van de brander of de fysische aanwezigheid van de vlam gemeten wordt door de ionisatie-elektrode tijdens de veiligheidstijd (10 seconden), anders gaat het controlecircuit over in de geblokkeerde toestand. Deze blokkering wordt gemeld door het rode lampje in de verlichte terugstelknop.
Wacht ongeveer een minuut en deblokkeer het controlecircuit van de boiler door de manuele terugstelknop (reset) volledig in te drukken. Herhaal de hierboven beschreven bewerking tot de ontsteking van de brander normaal verloopt. BELANGRIJK: met uitzondering van het hierboven beschreven geval, geeft het branden van de rode verklikker gewoonlijk aan dat er een defect is of een storing. Doe in dat geval een beroep op een erkende servicedienst. Nadat de brander is ontstoken (gemeld door het groene verklikkerlichtje), begint de opwarmingsfase van het warm sanitair water. De brander werkt voor de hele duur.
3 – INSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKER code 210-0159 - 28 - EDITIE JUNI 2001 van de opwarming en stopt pas als de vooraf ingestelde temperatuur op de regelthermostaat bereikt is. 3.3 DOVEN Om de boiler kortstondig uit te schakelen: • Draai de knop van de regelthermostaat op de minimumwaarde en de hoofdschakelaar in de stand “0”. Om de boiler voor een langere periode te doven: • Draai de knop van de regelthermostaat op de minimumwaarde. • Zet de hoofdschakelaar op de stand “0”. • Onderbreek de elektrische voeding. • Draai de gaskraan dicht. • Als het lokaal waarin de boiler geïnstalleerd is niet verwarmd is en er vorstgevaar is, is het aan te raden het reservoir volledig leeg te laten lopen.
3.4 ONDERHOUD Voor een veilig gebruik van het toestel en om de nuttige levensduur te verlengen, moet u het toestel elk jaar laten controleren door een erkende "naverkoopdienst", die zo nodig de volgende bewerkingen zal uitvoeren: Vervanging van de magnesium anode: • Inwendige inspectie van het voorraadvat door het inspectieluik en eventuele reiniging van het kalksteen dat op de bodem van het voorraadvat is neergeslagen. • Controle van de dichtheid van de gasleiding. 3.5 GELDIGHEID VAN DE GARANTIE De garantie is geldig op voorwaarde dat de geldende installatienormen en de installatiecriteria die beschreven zijn in dit boekje gerespecteerd werden. De garantietermijn bedraagt 3 jaar op de kuip en 1 jaar op de andere onderdelen te rekenen vanaf de datum van de inbedrijfstelling op alle onderdelen.
02/06 3.6 NUTTIGE INSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKER MODEL model 150 220 400 INHOUD VAN HET VOORRAADVAT liter 145 220 400 VERWARMINGSVERMOGEN kW 18,0 28,5 31,0NUTTIG VERMOGEN kW 16,7 25,8 28,0VERBRANDINGSRENDEMENT % 93% 92% 92% NOMINAAL AARDGASDEBIET (G20/25) m³/h 1,90 3,01 3,28NOMINAAL DEBIET BUTAAN / PROPAAN G30/31 kg/h 1,42 2,24 2,44OPWARMTIJD (∆T 25°C) min 17 16 26 OPWARMTIJD(∆T 45°C) min 30 28 47 HOEVEELHEID WATER IN EEN KEER AF TE NEMEN (∆T 25°C) liter 320 485 880 HOEVEELHEID WATER IN EEN KEER AF TE NEMEN (∆T 45°C) liter 180 270 490 AFNAME EERSTE UUR (∆T 25°C) liter 826 1228 1800AFNAME EERSTE UUR (∆T 45°C) liter 460 682 990 PRODUCTIE PER UUR BIJ CONTINUE WERKING (∆T 25°C) l/hr 522 839 912 PRODUCTIE PER UUR BIJ CONTINUE WERKING (∆T 45°C) l/hr 290 466 507 De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele fouten of onnauwkeurigheden in deze technische handleiding, en behoudt zich het recht voor de producten op eender welk moment en zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen om de aanpassingen te doen die hij nodig acht wegens technische verbeteringen of om commerciële redenen en ter verbetering van de kwaliteit van het product.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bulex TURBOGAZ 400 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Ketel & boiler Bulex
Alle Bulex Ketel & boiler handleidingen