Buderus Logano SP251 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Buderus Logano SP251 (52 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Buderus Logano SP251 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Buderus |
| Categorie: | CV Ketel |
| Model: | Logano SP251 |
Handleiding Buderus Logano SP251 – volledige tekst
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden. 4 Montage en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 Uitgave 12/2004 Inhoudsopgave 8 Bediening. 33 8. 1 Bedieningselementen van de ketelregeling ESE. 33 8. 2 Weergaven op het display. 33 8. 3 Weergaven op het display bij het inschakelen. 34 8. 4 Storingen. 35 8. 5 Bedrijfsinstellingen. 35 8. 6 Service-instellingen (enkel voor vaklui). 35 9 Storingen. 38 9. 1 Weergave: fout onsteking mislukt. 38 9. 2 Weergave: fout motorbeveiliging. 38 9. 3 Weergave: fout voelerbreuk. 38 9. 4 Weergave: fout voelerbreuk RL. 38 9. 5 Activeren van de veiligheidstemperatuurbegrenzer. 38 9. 6 Activeren van de voorzekering. 38 10 Onderhoud. 41 10. 1 Onderhoudswerkzaamheden. 41 10. 2 Na afsluiting van de werkzaamheden. 41 10. 3 Ontluchten en bijvullen. 41 11 Opleveringsprotocol voor inbedrijfstelling Buderus Logano SP251.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 5 Algemeen/Toelichting van de symbolen 1 1 Algemeen AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Respecteer voor de montage en de werking van de installatie de plaatselijke normen en richtlijnen! Respecteer de gegevens op het typeplaatje van de ketel. Die moeten nagevolgd worden. 2 Toelichting van de symbolen Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee soorten gevaren die worden aangegeven met verschillende signaalwoorden. LEVENSGEVAAR Duidt op een gevaar dat eventueel voortvloeit uit het product, dat bij onvoldoende voorzorgen kan leiden tot zware lichamelijke letsels of zelfs tot de dood.
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN/ SCHADE AAN DE INSTALLATIE Wijst op een situatie die potentieel gevaarlijk is en die zou kunnen lijden tot lichte en matige lichamelijke letsels of materiële schade. Bijkomende symbolen voor het aangeven van gevaren en aanwijzingen voor de gebruiker LEVENSGEVAAR door elektrische stroom. AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Tips voor een optimaal gebruik van de toestellen en een optimale instelling, evenals andere nuttige informatie.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 6 Montage en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 Uitgave 12/2004 Veiligheid 3 3 Veiligheid 3.1 Voorgeschreven toepassing De pelletsketel Logano SP 251 kan conform DIN 12828 ingebouwd worden in verwarmingsinstallatie tot 100 °C. 3.2 Veiligheidsaanwijzingen Bij rookgasgeur: schakel het toestel uit, open vensters en deuren. Neem contact op met uw vakman. Opstelling, werking Laat het toestel enkel door een vakman monteren. Breng geen wijzigingen aan de rookgasvoerende delen aan. Laat het toestel niet functioneren zonder water. Houd de installatieopeningen (deuren, onderhoudsdeksel, vulopeningen) tijdens het bedrijf steeds afgesloten. Maak enkel gebruik van de pellets die zijn aangegeven op het typeplaatje. Sluit of verklein de verluchtingsopeningen in de deuren, vensters en wanden nooit.
Onderhoud Aanbeveling voor de eindklant: Sluit een inspectie- / onderhoudscontract af met een erkend vakman en laat het toestel jaarlijks onderhouden. De gebruiker is verantwoordelijk voor de veiligheid en de milieuvriendelijke werking van de installatie. Maak enkel gebruik van originele wisselstukken Explosieve en licht ontvlambare materialen Licht ontvlambare materialen (papier, verdunners, verf, enz.) niet opslaan in de buurt van de ketel. Verbrandings- / kamerlucht Zorg ervoor, dat de verbrandings- / kamerlucht geen agressieve stoffen bevat (bv. halogeenkoolwaterstoffen, die chloor- of fluorverbindingen bevatten). Zodoende wordt corrosie vermeden. Informeren van de eindklant Informeer de klant over de werking van het toestel en maak hem wegwijs in de bediening van het toestel. Wijs de klant erop, dat hij geen wijzigingen of herstelling mag uitvoeren.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 7 Gegevens over het toestel 4 4 Gegevens over het toestel 4.1 Opbouw Het toestel bestaat uit een ketellichaam met bovenste en onderste deel, een brandereenheid die rechts of links gemonteerd kan worden en een regeltoestel. • : 9 (uitvoering (1) Bovenste deel15kW) of 16 (uitvoering 25 kW) rookgaskanalen met ingebouwde draaibare turbulatoren voor een optimale warmteoverdracht en een volautomatische reiniging. • (2) Onderste deel: watergekoelde vuurhaard voor integratie van de brandereenheid en de vijzel voor verwijdering van de assen.
Brander bestaande uit: • (3) Brandereenheid: invoerkanaal, branderkop, naverbrandingsring en aangebouwde componenten zoals de ontstekingsventilator, de verbrandingsluchtventilator, de doseervijzel en de sluis met schottenwiel. • ESE-ketelregeling (4) Regeltoestel: evenals veiligheidstoestellen en voelerleidingen. Mogelijkheid tot aansluiting van een extern systeem voor pelletsaanvoer (geknikte pelletsaanvoer, aanzuigsysteem of voorraadtank VB400) 4.2 Leveringsomvang Voorgemonteerd ketellichaam met brandereenheid rechts gepositioneerd (ook te monteren aan de linkerzijde), geschroefd aan de pallet. Karton met de platen van de ommanteling, het voorgemonteerde regeltoestel, de assenbak en een zakje met de kleine onderdelen. Afb.1 Logano SP251
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 8 Montage en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 Uitgave 12/2004 Gegevens over het toestel 4 4.3 Uitrusting Modulair opgebouwde stalen ketel voor pellets; bestaande uit een watergekoeld onderste deel dat geplaatst wordt op het bovenste deel als warmtewisselaar met verticale leidingen. Complete ketelmantel uit staalplaat met poederlak en met 80mm isolatie afgewerkt met aluplaten. Geïntegreerde microprocessorgestuurde regeling voor een traploze vermogens-aanpassing in alle vermogensbereiken met een volautomatische brandstoftoevoer en een toerentalgeregelde ventilator voor toevoer en afvoer van de verbrandings-lucht. Pelletsbrander uit hoogwaardig hittebestendig gietijzer met brandsluis met schottenwiel als beveiliging tegen terugbrand.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 11 Gegevens over het toestel 4 4.5 Werkingsbeschrijving Een extern toevoersysteem voor de pellets dat is gemonteerd op de valaansluiting van de brandsluis met schottenwiel voorziet de brander van pellets. De toegevoerde pellets worden gecontroleerd door een vulsensor en door de natuurlijke zwaartekracht van de brandsluis met schottenwiel naar de doseervijzel gevoerd. De pellets worden via het invoerkanaal langs de onderzijde naar de branderpot gevoerd (verbranding langs onder). De ontsteking gebeurd met behulp van hete lucht uit een heteluchtventilator (ca. 650 °C). Door de radiaal gepositioneerde boringen van de branderpot wordt er primaire lucht toegevoerd voor de brandstofvergassing.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 12 Montage en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 Uitgave 12/2004 Gegevens over het toestel 4 De vereiste draaibeweging van de turbulatoren wordt veroorzaakt door de onderhoudsvrije kettingaandrijving. Verbrandingsresidu's en uitgescheiden assen vallen onderaan in de vuurhaard en worden op geregelde intervals door de ontassingsvijzel naar de assenbak gevoerd. Aan de rugzijde van de ketel bevindt zich achter een afdekplaat een aanzuigventilator die de rookgassen uit de ketel zuigt en door de rookgasleiding naar de schoorsteen voert. De rookgastemperatuur wordt met behulp van de temperatuurvoeler permanent bewaakt door de ketelregeling. De aanzuigventilator verhindert een eventuele ophoping van rookgassen en verhinderd zo verstoppingen. Bovendien zorgt de ventilator ook voor een goede trek.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden. Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 13 Planningsaanwijzingen 5 5 Planningsaanwijzingen De pelletsketel vormt de ideale oplossing voor een ecologische en economische verwarming, met name voor energie-zuinige één- en meergezinswoningen. Voor een comfortabele en storingsvrije werking van de installatie moeten al in de planningsfase de specifieke eigen-schappen van een pelletsketel in acht genomen worden. 5. 1 Informatie over pellets Pellets zijn kleine samengeperste cilindrische staafjes, die bestaan uit natuurlijke houtresten. De korrelvormige houtresten worden zonder toevoeging van bindmiddelen onder hoge druk samengeperst in cilindrische pelletsvormen. Er mag daarbij geen gebruik gemaakt worden van lijm of kunststoffen.
20% der Masse der pe d ü rfen Längen von bis zu 7,5 x D aufweisen ¹< 2 ( ²< 2% Presshilfsmittel< 2,3 -< 2,3 % Abrieb 1817,5 18MJ/kgHeizwert< 0,50 < 1,50 < 0,50 % Asche< 10 < 12 < 10% Wassergehalt> 1,121,0 1,12kg/dm³Rohdichte5 x D¹< 505 x D¹mmLänge4 bis 10 mm4 bis 10 mmmmDurchmesser VorgabenDIN plusVorgaben DIN 51731Vorgaben ÖNormM 7135Qualitätsnormen PelletsDe DIN verbiedt bijkomende st offen, maar toch wordt dit verbod opgeheven door de verordening voor kleineinstallaties, zodat er geen begrenzing is van het aandeel aan pershulpmiddele²max. 20% van de massa van de pellets mag een lengte van max. 7,5 x D hebben ¹ 1817,5 18MJ/kgVerbrandingswaarde< 0,50 < 1,50 < 0,50 % Assen< 10 < 12 < 10% Watergehalte> 1,121,0 1,12kg/dm³Leidingdichtheid5 x D¹< 505 x D¹mmLengte4 tot 10 mm4 tot 10 mmmmDiameterIndicatiesDIN plusIndicatiesDIN 51731Indicaties ÖNormM 7135Kwaliteitsnormen pellet.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 14 Montage en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 Uitgave 12/2004 Planningsaanwijzingen 5 5.2 Uitvoering van de rookgasinstallatie Voor een storingsvrije werking van de installatie moet er een schoorsteen zijn die voldoet aan de voorschriften en is aangepast aan het ketelvermogen. AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER We raden u aan de goede werking van de schoorsteen eerst door een vakman te laten controleren. • De lichte wijdte van de schoorsteen (lichte diameter of kleinste zijlengte) moet ten minste 130 mm (type 15 kW) of 150 mm (type 25 kW) bedragen. • De schoorsteen moet voldoen aan de vereisten van de norm DIN 4705. • Aangezien er bij het laagste vermogensbereik rookgassen van minder dan 100 °C ontstaan, moet de schoorsteen vochtongevoelig zijn (warmtedoorlating-weerstandsgroep I, DIN 18160 T1).
• Voor een optimale verbranding mag er bij een stijgende schoorsteen-toevoer (10° tot optimaal 45°) max. een bocht van 90° geplaatst worden in de rookgasleiding. • Reducties en bijkomende bochten hebben een invloed op de voor een probleemloze afvoer van de rookgassen vereiste onderdruk in de schoorsteen en moeten dan ook vermeden worden. • De diameter van de rookgasleiding van de ketel naar de schoorsteen moet overeenstemmen met de rookgasaansluiting aan de ketel. Min.600
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 15 Planningsaanwijzingen 5 • De rookgassen moeten langs de schoorsteen zo naar buiten gevoerd worden, dat het condensaat van de gasvormige rookgascomponenten niet voert tot schade aan de schoorsteen. • De rookgasleidingen mogen nooit direct in de schoorsteen gemetst worden. • Voor de reiniging van de rookgasleiding moeten er goed toegankelijke reinigingsopeningen voorhanden zijn. • In de stookruimte zou er in de rookgasleiding of in de schoorsteen een trekregelaar met explosieklep ingebouwd moeten worden.
• Schade aan de schoorsteen kan vermeden worden door de onderstaande maatregelen: • inbouw van een bijkomende verluchtingsinstallatie • isolatie van de rookgasleiding • isolatie van de schoorsteen in een zolder die niet verwarmd wordt • schoorsteensanering
1 Voorschriften De volgende richtlijnen en voorschriften moeten nageleefd worden in Duitsland (neem contact op met uw filiaal van Buderus voor de plaatselijke richtlijnen): • Bepalingen en voorschriften van de plaatselijke elektriciteitsfirma • Plaatselijke bouwbepalingen • Bouwbepalingen en regelgeving van brandweer en voorschriften ter zake • (wet betreffende EnEG energiebesparing) met de betreffende verordeningen • (verordening betreffende EnEV energiebesparende isolatie en energiebesparende installatie-techniek bij gebouwen) • Plaatselijke verwarmings-verordeningen • (vermijden van schade VDI 2035 door corrosie en steenvorming in tapwateropwarmingsinstallaties met een vertrektemperatuur tot 120 °C), Beuth-Verlag GmbH, Berlin • , Beuth-Verlag GmbH DIN-NormenBurggrafenstraße 7- 10787 Berlin: • (veiligheids-DIN EN 12828, technische uitrusting van tapwater-opwarmingsinstallaties en gesloten, thermostatisch beveiligde warmte-producenten met een vertrek-temperatuur tot 120 °C) • , deel 2 (expansievaten) DIN 4807 • (schoorstenen voor DIN 18160huizen; eisen, planning en uitvoering) • (regels voor de berekening DIN 4701van de warmtebehoefte voor gebouwen) • , deel 1, 2 en 10 DIN 4705(berekening van schoorsteen-afmetingen) 6.
2 Belangrijke aanwijzingen • Voor de installatie van de ketel moet u contact opnemen met erkende vaklui. • De montage, rookgaszijdige aansluiting en inbedrijfstelling mogen enkel door een erkende vakman uitgevoerd worden. • De stroomaansluiting mag enkel door een erkend elektricien uitgevoerd worden. • De montage, aansluiting, inbedrijfstelling, instelling en service van het toestel mogen uitsluitend door gekwalificeerd personeel uitgevoerd worden.
• Veiligheidsafdekkingen van roterende of spanningvoerende delen mogen enkel aangebracht worden nadat het toestel is losgekoppeld van het net. 6. 3 Opstellingsruimte en inbouwmaten De stookruimte en de opslag van de brandstoffen moeten aan de plaatselijke bepalingen voldoen (brandwerende deur, vensters, voldoende verluchting, blusapparatuur, enz. ) • De ketel is niet geschikt voor opstelling in werk-, productieruimten of woonruimten. • Ter vermijding van corrosie moet de verbrandingslucht vrij zijn van agressieve stoffen.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 17 Installatie 6 Bijzonder corrosief zijn: Halogeenkoolwaterstoffen (bv. chloor en fluor), die in oplosmiddelen, verf, lijm, drijfgassen, diverse huishoudelijke reinigingsmiddelen (bv. ammoniak) enz. zitten. Deze stoffen mogen ook niet opgeslagen of verwerkt worden in aangrenzende ruimten, als in die ruimten dezelfde lucht circuleert als in de stookruimte. • De omgevingstemperatuur van de ketel mag niet meer bedragen dan 35 °C. Brandbare of licht ontvlambare stoffen en vloeistoffen mogen niet in de buurt van de ketel opgeslagen worden. • De stookruimte moet beveiligd worden tegen het binnendringen van kleine dieren. • De ketel moet op een vlakke en vuurvaste bodem of een gepaste sokkel opgesteld worden.
De bodemplaat van de ketel mag niet in de bodem geplaatst worden. Bij een permanente belasting is het mogelijk dat de temperatuur van de vloer oploopt tot 80°C. • De oppervlaktetemperatuur van de toestelmantel bedraagt aan alle zijden max. 45°C. • De stookruimte moet voorzien zijn van een goed functionerend verluchtingssysteem. De onderstaande minimummaten moeten gerespecteerd worden opdat er voor service- en onderhoudswerkzaamheden voldoende plaats is (zie afb.14) Afb. 14 Min. afstanden in mm Voor een montage met de brander aan de linkerzijde, gelden de aangegeven maten, maar dan aan de andere zijde.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 18 Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 Installatie 6 SCHADE AAN DE INSTALLATIE Door vorst De opstellingsruimte van de pelletsketel moet vorstvrij zijn en voldoen aan de geldende eisen inzake verluchting. Opstellingsruimte • Kies de opstellingsruimte zo, dat: - er voldoende ruimte is rond het toestel voor de montage van de vereiste verwarmings-, rookgas- en elektrische leidingen; - de rookgassen via de kortste weg naar de schoorsteen gevoerd worden; - de opstellingsruimte vorstvrij is. • Wees voorzichtig met de ketel tijdens het transport.
6.4 Ketelmontage ter plaatse De ketel wordt op pallet geleverd: • voorgemonteerd ketelblok, bestaande uit een onderste en bovenste deel • rechts gemonteerd brandersysteem • kartonnen doos met de delen van de ommanteling, regeltoestel, afdekking voor de aanzuigventilator, bak voor assen met kleine onderdelen, set met gedrukte documentatie-voorschriften • montagevoorschrift. AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Monteer de ketelregeling niet in een vochtige omgeving en stel ze ook niet bloot aan regen of dauw. Afb. 15 Onderste deel ketel a scharnierschroef a
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 19 Installatie 6 6.5 Toestel demonteren Om het transport naar de opstellingsruimte te vergemakkelijken kan het toestel verder gedemonteerd worden: • keteldeur • ontassingsvijzel • brandereenheid • bovenste deel ketel (warmtewisselaar) • onderste deel ketel (vuurhaard). SCHADE AAN DE INSTALLATIE door onvakkundige montage - Plaats de delen zo, dat ze niet verontreinigd of beschadigd kunnen raken. - Plaats de warmtewisselaar niet direct op de bodem (maak gebruik van houtjes), aangezien anders de reinigers in de leidingen beschadigd kunnen worden. • Open de keteldeur van het onderste deel van de ketel, draai de scharnierschroeven (a) (afb.15) los, demonteer de deur en leg ze voorzichtig terzijde.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 20 Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 Installatie 6 • Schroef de 4 schroefogen die deel uitmaken van de leveringsomvang in de daarvoor voorziene bevestigingspunten (e) aan het bovenste deel van de ketel (afb. 18). Draai de 16 flensschroeven (f) los (afb. 18). SCHADE AAN DE INSTALLATIE door onvakkundige montage - Dichting (g) niet beschadigen. • Hef het bovenste deel van de ketel (warmtewisselaar) voorzichtig op met de geschikte transport- of heftoestellen, neem het weg van het onderste deel en plaats het met het afdichtingvlak op een zuivere ondergrond (eventueel op een karton). (Opgelet: gewicht ca. 160 kg) SCHADE AAN DE INSTALLATIE Maak gebruik van onderzethoutjes • Verwijder de palletbevestiging (h) van de pallet van de ketelsokkel (afb.18).
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 21 Installatie 6 6.6 Toestel opstellen • Hef het onderste deel van de ketel met de gepaste transport- en hefmiddelen (bv. 2 leidingen 1½ “) van de pallet en breng hem in de opstellingsruimte (afb.20). (Opgelet: gewicht ca. 160 kg). • Plaats het onderste deel van de ketel; respecteer daarbij de minimumafstanden (afb.14) en positioneer hem aan de hand van de instelbare voetjes horizontaal. • Breng het bovenste deel van de ketel met de gepaste transport- en hefmiddelen in de opstellingsruimte. • Controleer of het om de correcte dichting gaat en of die niet beschadigd is (g) en plaats het bovenste deel van de ketel zo op het onderste deel, dat alle leiding-aansluitingen zich aan dezelfde ketelzijde bevinden.
SCHADE AAN DE INSTALLATIE Bij het plaatsen dichting niet verschuiven! • Schroef het bovenste en onderste deel van de ketel met 16 flens-schroeven (f) aan elkaar, zorg ervoor dat de verbinding afgedicht is (max. draaimoment: 8 Nm). • Controle met voeler (0,2 mm) • Verwijder 4 schroefogen aan het bovenste deel van de ketel (afb. 18 - e). AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER De hieronder beschreven montage van de ketelafdekkappen is van toepassing als de brandereenheid rechts gemonteerd is. Draai, als de brandereenheid links gemonteerd is, de zijden om. Afb. 20
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 22 Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 Installatie 6 • Plaats het ontassingsframe links in de ketel – let er daarbij op, dat de steun (j) onderaan gepositioneerd is (afb. 19). • Beveilig het ontassingsframe met 4 klemmen (afb. 19). Voer de brander in de vuurhaard in (opgelet: ca. 50 kg) en bevestig hem met de zijdelingse spanbeugels (d) (afb. 17). • Controle met de voeler, span de zijdelingse spanbeugels eventueel nog wat verder aan. • Voer de ontassingsvijzel (c) in de vuurhaard in en schuif hem door de steun (j) van het ontassingsframe. • Plaats de ontassingsvijzel op de brandereenheid en beveilig hem met een madenschroef (b) (afb. 16). Afb. 21 Overzicht delen ketelmantel: 1. zijdeel branderafdekking 1.1 deksel regelschaal 2. zijdeel ontassingszijde 3. assenbak 4.
Klik de rugwand in de zijdelingse afdekkappen. • Verwijder de gele kapjes van de hydraulische aansluitingen. • Voer de waterzijdige verbinding uit met behulp van een flexibele leidingbocht (I) zoals aangegeven in afb. 24. Hang de kabel (ventilator en rookleiding) over de rugwand. • Steek de kabel van de interface in aan het bedieningspaneel (afb.25). • Bevestig de frontafdekking invoer met 4 parkervijzen bovenaan en onderaan. Steek 5 steekkabel-binders (afb.26/d) in de front-afdekking invoer en plaats de kabels. • Schroef het dekselkader met telkens 4 parkervijzen links en rechts (afb. 27 linkerzijde aangeduid met pijlen) en met een schroef (in afb. 26 aangeduid met k) in de front met de frontafdekking invoer. Afb. 22 Ketelrugwand u........bevestigingsschroef Afb. 23 Ketelmantel rugzijde Afb.24 Afb.25 Frontafdekking invoer vastschroeven. I
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 25 Installatie 6 AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Plaats de dekselkap pas nadat alle kabels van het regeltoestel van Buderus zijn aangesloten. • Bevestig het deksel met 2 schroeven achteraan en de dekselkap met 4 schroeven (8 en 10) (afb. 25) aan het dekselframe. • Monteer het regeltoestel van Buderus (zie hoofdstuk 6.8). • Nadat het regeltoestel van Buderus is geplaatst, moet de 7-voudige branderstekker (2 kabels, samengevat) in het kabelkanaal naar de stekkerplatine gelegd worden en conform de nummers aangesloten worden. • Schroef de afdekking van de stekkerplatine weer vast. • Bevestig het aanzuigdeksel (afb. 21/12) aan de rugwand van de ommanteling met 4 parkervijzen (afb. 31). • Schuif de assenbak op de aansluiting van de assenverwijdering (afb.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 26 Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 Installatie 6 6.8 Montage van het regeltoestel van Buderus 2000/4000 AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Voor het regelen van de verwarmingskringen en voor de opwarming van de tapwaterboiler kan er gebruik gemaakt worden van het regeltoestel Logamatic 2107P of Logamatic 4211P. Montageaanwijzingen: • Plaats het regeltoestel zo, dat de inschuifhaakjes (afb. 33/2) in de ovale boringen (afb. 33/3) gevoerd worden, trek het regeltoestel naar voren en klap het vervolgens naar achteren, tot de beide elastische haken (afb. 33/1) rechts en links (afb. 33/4) vastklikken. • Schroef het regeltoestel met twee schroeven op de ketelafdekkap vast (afb. 34/5).
• Plaats het voelerpakket (2 vloeistofvoelers met capillaire leidingen met een thermisch element) langs het kabelkanaal naar achteren door de opening in de rugwand (in afb. 28 te zien) in de ³/4“ dompelhuls. Maak gebruik van warmtegeleidende pasta (in het zakje met kleine toebehoren) • Nadat het regeltoestel van Buderus is geplaatst, moet de 7-voudige branderstekker (2 kabels, samengevat) in het kabelkanaal naar de stekkerplatine gelegd en conform de nummers aangesloten worden. • Plaats de klemmenafdekkap en bevestig ze met 2 parkervijzen (afb. 34/1). Afb. 33 Afb. 34 Afb. 35
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden. 28 Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 Installatie 6 6. 10 Aansluiting van de watervoerende leidingen Vertrek en retour Het vertrek bevindt zich bovenaan rechts en het retour staat in het midden van de rugzijde van de ketel (afb. 2). AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Het is niet toegestaan de aansluitingen te verwisselen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat door een verkeerde aansluiting. • Voer de aansluitingen demonteerbaar en spanningsvrij uit. • Spoel voor de aansluiting van de ketel aan het verwarmingsnetwerk de leidingen uit en verwijder residu’s, vooral in oude installaties. • Zorg er bij de plaatsing van de leidingen voor dat het ketelblok ontlucht kan worden. • Rust de installatie voor herstellingswerkzaamheden uit met de gepaste afsluitkranen (bv.
kogelkranen, enz. ) Vul- en leegloopsysteem • Voorzie voor het vullen van de installatie bouwzijdig een vulkraan. • Monteer voor het vullen en aftappen van de installatie aan de rugzijde van de ketel in de voorhanden zijnde aansluitmof ½“ (onderaan links) de aftapkraan. De installatie moet compleet geledigd kunnen worden. Expansievat SCHADE AAN DE INSTALLATIE door defecte of niet functionerende veiligheidstoestellen. • Als het expansievat te klein berekend werd, opent het veiligheidsventiel te vaak en moet het bijgevuld worden met vers water. Daardoor is er gevaar voor corrosie-schade, slibvorming in de ketel en werkingsstoringen door het binnen-dringen van zuurstof in het verwarmingsnetwerk. • Qua capaciteit moet het expansievat voldoen aan de indicaties die zijn aangegeven in de documentatie en de richtlijnen van de fabrikant.
Veiligheidsventiel Warmteproducenten in gesloten verwarmingsinstallaties conform DIN EN 12828 moeten met ten minste een goedgekeurd veiligheidsventiel uitgerust zijn (3 bar = max. druk). • Monteer het veiligheidsventiel (bouwzijdig) in de stookruimte op een goed toegankelijke en goed zichtbare plaats. • Voor de afvoer van het eventueel ontsnappende expansiewater: bouwzijdig een afvoerplaats voorzien. De uitblaasopening moet vrij en goed zichtbaar zijn en uitmonden in een riolering.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden. Montage und Bedienungsanweisung Pellet-Spezialheizkessel Logano SP 251 Ausgabe 12/2004 29 Installatie 6 • Monteer het ventiel aan het hoogste punt van de ketel of in het vertrek in de onmiddellijke buurt van de warmteproducent. GEVAAR VOOR VERWONDINGEN Gevaar voor personen door het aflaten van het veiligheidsventiel. • Voer het uitblaaswater naar de afvoerleiding. • Voer de verbindingsleiding naar het veiligheidsventiel uit conform DIN EN 12828. Waterstand- en drukweergave De installatie moet uitgerust zijn met een instrument dat de druk aangeeft. • DIN EN 12828: manometer met markering voor de minimumdruk van de installatie en de openingsdruk van het veiligheidsventiel. De testdruk voor de warmteproducent moet aangegeven kunnen worden. Ketelkringpomp De ketel mag enkel functioneren met retourtemperaturen 45 °C.
De vereiste ≥ketelkringpomp moet bouwzijdig voorzien worden. De sturing gebeurt door de ESE-regeling, als er geen bufferboiler voorhanden is en door de Logamatic 4000 bij een installatie met een bufferboiler. Retourvoeler Als de installatie is uitgerust met een mengklep voor verhoging van de retourtemperatuur, moet in de retour aan de plaats in kwestie absoluut een dompelhuls voorzien worden voor de retourvoeler (6 mm). Aanbeveling voor vloerverwarming Als er zuurstof in de installatie binnen-dringt door niet-diffusiedichte kunststof leidingen, kan dat leiden tot verwarmings-waterzijdige corrosie aan de stalen installatiecomponenten. Dat leidt tot slibvorming in de ketel door corrosie-vorming en schade aan de ketel door plaatselijke thermische overbelasting.
• Zorg voor een hydraulische scheiding van de kring voor vloerverwarming en de ketelkring door een warmtewisselaar (enkel bij kunststof leidingen). Bij toepassing van inhibitoren: respecteer de door de fabrikant aangegeven concentratie in het verwarmingswater exact en controleer ze periodiek. 6.
11 Aansluiting van de rookgasleiding • Plaats de rookgasleiding met een stijging naar de schoorsteen (voorstel: 5 – 10 %). • Positioneer de ketel zo, dat de rookgassen langs de kortste weg naar de rookgasinstallatie gevoerd worden. • Voorzie een reinigingsopening in de rookgasleiding. 6. 12 Aansluiting van de pelletstoevoer De ketel kan uitgevoerd worden met een geknikte pelletsaanvoer of met een aanzuigsysteem SFA. Zie montage-voorschrift van de geknikte pelletsaanvoer en het aanzuigsysteem. De systemen voor pelletsaanvoer moeten conform de indicaties van de fabrikant aangesloten worden.
EN 60335-1: • Gebruik voor de netaansluiting L, N en PE of voor de aansluiting van de bouwzijdige pelletsaanvoer een installatiekabel met massieve leider conform H05 VV-R 3 1,5 mm² (NYM-I 3x1,5 mm²) en sluit hem aan de klemmenstrook aan. • Beveilig de ketelaansluiting met 10 A (indien er geen bijkomende of grotere verbruikers voorzien worden op deze stroomkring). • Tak geen verdere verbruiker af aan de netaansluitkemmen. • Maak gebruik van beveiligde FI-schakelaars die geschikt zijn voor foutieve wisselstroom en pulserende gelijkstroom. SCHADE AAN DE INSTALLATIE door een onvakkundige montage Let erop, dat de kabels aan de correcte fasen zijn aangesloten. • Leidinggeleiding: voer alle aansluitkabels in de beschermende leidingen naar de schakelkast van de ketel. • Beveilig de kabels met de geleverde trekontlastingen. SCHADE AAN DE INSTALLATIE door een onvakkundige montage.
Verkeerde werking van de componenten met laagspanning! • Plaats de netspanningsvoerende leidingen (230 V AC) en de laag-spanningsleidingen (voelers) nooit in een gemeenschappelijke kabel. • Aansluiting van een indirect opgewarmde boiler of van andere bijkomende toestellen: neem altijd het specifieke aansluitschema in acht.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden. Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 31 Inbedrijfstelling 7 7 Inbedrijfstelling 7. 1 Gebruiker informeren door de installateur De vakman moet de gebruiker vertrouwd maken met de werking en de bediening van de verwarmingsketel. • Toon de gebruiker hoe de installatie bijgevuld en ontlucht wordt en hoe de waterstand gecontroleerd moet worden. • Overhandig alle product-begeleidende documenten aan de gebruiker. • Breng het bedieningsvoorschrift aan in de buurt van de ketel op een goed zichtbare plaats. 7. 2 Voorbereiding voor inbedrijfstelling Algemeen AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER De eerste inbedrijfstelling en de instelling van de installatie mag uitsluitend door een vakman uitgevoerd worden.
• Schakel de ketel bij sterke stofontwikkeling in de stookruimte uit, bijvoorbeeld tijdens bouw- of reinigingswerkzaamheden in de stookruimte. • Verwijder het stof van de werkzaamheden. 7. 3 Installatie vullen • Voor het vullen: spoel het leidingennet uit; koppel de ketel daarvoor los van het leidingennet. • Open de ontluchtingsventielen en vul de installatie dan langzaam. Sluit de watertoevoer pas af als er enkel nog water uit de leidingen komt. • Vul de installatie, tot de berekende vuldruk bereikt werd (gebouw-hoogte in [m] / 10 * 1,3 = vuldruk in bar) (maximum 3 bar) Bij de eerste inbedrijfstelling of als het verwarmingswater compleet vernieuwd werd: • Verwarm het vulwater bij gering vermogen of in trappen, om een zo gelijkmatig mogelijke verdeling te verkrijgen van de kalk die zich in het water bevindt. • Respecteer de eisen betreffende het vulwater conform VDI 2035.
Maak enkel gebruik van door BUDERUS goedgekeurde additieven. 7. 4 Ketel in bedrijf stellen Voor de inbedrijfstelling moet de vijzel of een brug aangesloten zijn aan de stekkerplatine, want anders wordt er op het display een fout van de motorbeveiliging aangegeven (klem 12-13).
Bij de eerste opwarming is het mogelijk dat er gedurende korte tijd geurhinder is. • Verluchten van de opstellingsruimte. • Schakel het toestel in aan de hoofdschakelaar (regeltoestel Logamatic). Op het ESE-display (onder de ommanteling) verschijnt: KesselSoll:80°C (streeftemp. ketel) KesselIst: XX°C (reële temp. ketel) Vervolgens start het programma.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden. 32 Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 Inbedrijfstelling 7 AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER De in de fabriek vooringestelde temperaturen kunnen door de vakman aangepast worden aan de installatiespecifieke situatie. • Activeer de doseervijzel (toevoer van de brandstof in de vuurhaard). • Maximum 9 ontstekingspogingen (te controleren op het display/branderstatus). • Nadat de rookgasverschil-temperatuur bereikt werd (fabriek-sinstelling 20 °C), wordt er over-geschakeld naar vollast; vermogen van 100 % (te controleren op het display).
• Nadat de eerste ketelgrens-temperatuur werd overschreden (fabrieksinstelling 77 °C), wordt er overgeschakeld naar normaal bedrijf; vermogen van 60 % (te controleren op het display) • Nadat de tweede ketelgrens-temperatuur werd overschreden (fabrieksinstelling 78,5 °C), wordt er overgeschakeld naar deellast; vermogen van 30 % (te controleren op het display). • Als de streeftemperatuur van de ketel wordt overschreden (fabrieksinstelling 80 °C), wordt het toestel uitgeschakeld. • Als de minimumtemperatuur van de ketel niet bereikt wordt (fabrieksinstelling: 10 °C vorstbeveiliging), wordt het toestel weer ingeschakeld. AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Parameters controleren en aan de effectieve situatie aanpassen. 7. 5 Ketel buiten werking stellen Kortstondige of seizoensuitschakeling • Stel de bedrijfssoort van het voorhanden zijnde regeltoestel van Buderus (Logamatic) in.
Langdurige uitschakeling • Schakel het toestel aan de hoofdschakelaar (regeltoestel Logamatic) uit. SCHADE AAN DE INSTALLATIE Laat de installatie bij vorstgevaar leeglopen. AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER De ketelregeling ESE beschikt over een door een batterij aangedreven bufferboiler die is opgenomen in de installatiespecifieke gegevens.
Als de ketel langer dan een week is uitgeschakeld of losgekoppeld wordt van het net, kunnen die instellingen verloren gaan. Dat heeft geen invloed op de fabrieksinstellingen. 7. 6 Opnieuw in bedrijf stellen na seizoensuitschakeling • Stel de bedrijfssoort van het voorhanden zijnde regeltoestel van Buderus (Logamatic) in.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 33 Bediening 8 8 Bediening De ketelregeling ESE controleert het automatische bedrijf van de installatie: • permanente controle van alle veiligheidscomponenten (terugbrandvoeler, ketel- en rookgastemperatuur en retourtemperatuur) • automatische aanpassing van het brandervermogen aan het vereiste verwarmingsvermogen • weergave van de ketelgegevens, brandertoestanden en storingen • uitschakeling van de installatie bij storingen 8.1 Bedieningselementen van de ketelregeling ESE De in de fabriek vooringestelde ketelregeling biedt de mogelijkheid om de actuele toestelfuncties visueel voor te stellen en de installatiespecifieke parameters te wijzigen. De bediening gebeurt in menu’s op het display en aan de hand van 4 functie-toetsen.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden. 34 Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 Bediening 8 • (brander in max. last)Maximal • (brander in deellast) Teillast • (brander in normale last)Normal Als tegelijkertijd de toetsen en ingedrukt worden in de branderstatus, worden de retourtemperatuur en de temperatuur van het doseerkanaal (terugbrandcontrole) getoond. 8. 2. 2 Bedrijfsniveaus Druk de toets ▲ in om een van de volgende functies te selecteren: • (meetbedrijf)Messbetrieb • (manueel bedrijf)Handbetrieb • (noodbedrijf)Notbetrieb Meetbedrijf Tijdens het meetbedrijf schakel de ketel in deel-, normale en vollast (bv. voor de schoorsteenvegerfunctie).
Druk de toets in, om de keuze te bevestigen Op het display verschijnt: Messbetrieb (meetbedrijf) 0 aus (uit)1 Teillast (deellast)2 Normallast (normale last) 3 Vollast (max. last) Druk de toets opnieuw in, om het meetbedrijf te starten. Op het display verschijnt in plaats van. 1 0Om over te schakelen van deellast naar normale last of vollast, moet u opnieuw de toets indrukken. Om het meetbedrijf te beëindigen, moet u de toets indrukken, tot op het display „Messbetrieb 0“ verschijnt. AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER Opdat de functie meetbedrijf geactiveerd kan worden, moet de reële keteltemperatuur (display ESE-regeltoestel) kleiner zijn dan de inschakeltemperatuur van de ketel (parameter 1). Wijzig desnoods parameter 1 (zie punt 8. 5 Bedrijfsinstellingen); bv. : Kessel Ein 10 °C Kessel Ist 60 °C Par. 1 instellen op 61°C.
SCHADE AAN DE INSTALLATIE In het meetbedrijf is de functie Kessel-Aus (ketel uit) niet geactiveerd. De keteltemperatuur moet te zien zijn op het display (instellen met ▼ of ▲) en moet continu gecontroleerd worden, omdat anders de veiligheids-temperatuurbegrenzer (STB) geactiveerd wordt.
Manuele bediening Druk de toets in, om de keuze te bevestigen. Druk de toets ▲ in, om een van de onderstaande uitgangen van de regeling te sturen en te testen voor de servicewerkzaamheden: •••• Zündung (ontsteking) •••• Dosierschnecke (doseervijzel) •••• Foerderschnecke (transportvijzel) •••• Geblaese Rauchg. (ventilator rookgassen) •••• Geblaese Verbr. (ventilator verbranding) •••• Error (= externe storingslamp) •••• Reinigung (reiniging) •••• Brandklappe (brandklep) •••• Kesselkreispumpe/Mischer (ketelkringpomp/mengklep) Druk de toets in, om de uitgang in- of uit te schakelen. Op het display verschijnt onderaan rechts 0 1 = Aus (uit) of = Ein (aan). 8. 3 Weergaven op het display bij het inschakelen Eerst verschijnt er een begroetingstekst met het versienummer.
Nadien verschijnt op het display: **german** (C) AWI 2004 Als er binnen de 20 seconden geen toets wordt ingedrukt, start de sturing met de taal die op het display verschijnt.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden. Montage- en bedieningsvoorschrift Pelletsketel Logano SP 251 – Uitgave 12/2004 35 Bediening 8 Druk toetsen ▲ of ▼ in om te kiezen uit de volgende talen: • english • francais • italiano • german Bevestig de keuze met de toets . 8. 4 Storingen (zie ook hoofdstuk 9) Storingen die zich voordoen worden op het display aangegeven. Het display knippert en geeft een van de onderstaande meldingen aan: • Fehler Fühlerbruch (ketel-, rookgas- of brandbeveiligingsvoeler defect) • Fehler Fühlerbruch RL (retourvoeler defect) • Fehler Motorschutz (motorbeveiliging niet aangesloten) • Fehler Zündung fehlgeschlagen (geen ontsteking). Om de weergave van de storing te annuleren: druk eerst de toets en vervolgens de toets ▲ of ▼ in. 8.
5 Bedrijfsinstellingen In het normale bedrijf verschijnen op het display: KesselSoll: 80°C Kessel Ist: XX °C Instellen van de keteltemperaturen • Om de ketelbedrijfswijze aan te passen aan de installatiespecifieke situatie (bv. verwarming met radiatoren of vloerverwarming) kan de in- of uitschakeltemperatuur van de ketel gewijzigd worden. • Als er een regeling Logamatic 2000/4000 van Buderus wordt aangesloten, moet de inschakel-temperatuur ingesteld worden op 10 °C. De inschakeltemperatuur voor de ketel wordt dan automatisch gestuurd door het regeltoestel Logamatic. Inschakeltemperatuur wijzigen Druk de toets in. Op het display verschijnt: Kessel EIN: (ketel aan) aendern: XX °C (wijzigen: XX °C) Druk de toets opnieuw in. De ingestelde waarde knippert. Druk de toets ▼ of ▲ in, om de waarde te wijzigen. Druk de toets in. De waarde is opgeslagen.
verbranding) • (= externe storingslamp) Error • (reiniging)Reinigung • (brandklep)Brandklappe • Kesselkreispumpe/Mischer (ketelkringpomp/mengklep) Druk de toets in, om de uitgang in- of uit te schakelen. Op het display verschijnt onderaan rechts 0 1 = Aus (uit) of = Ein (aan). Parameter Druk de toets in, om de keuze te bevestigen. Op het display verschijnt: Parameter 1 XXX Druk de toets ▼ of ▲ in, om de gewenste parameter te selecteren (parameterlijst). Druk de toets in, om de keuze te bevestigen. Wijzig de waarde met de toets ▼ of ▲ en bevestig hem nadien met de toets . Uur instellen De interne klok stuurt uitsluitend de cycli van de ketelreiniging (poetsers, reinigings- en ontassingsvijzel). Druk de toets in, om de keuze te bevestigen. Op het display verschijnt: Uhr stellen XX Std XX min Druk de toets ▼ of ▲ in, om de uren in te stellen. Druk de toets in.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Buderus Logano SP251 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding CV Ketel Buderus
Handleiding CV Ketel
Nieuwste handleidingen voor CV Ketel