Buderus Logano Plus SB745 Handleiding

Buderus CV Ketel Logano Plus SB745

Bekijk gratis de handleiding van Buderus Logano Plus SB745 (40 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 68 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Buderus Logano Plus SB745 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/40
Voorafgaand aan montage en onderhoud zorgvuldig lezen!
Installatiehandleiding
Condensatieketel
Logano plus SB745
6 720 648 053-00.2T
Vermogen 800 - 1200 kW
6 720 807 436 (2013/02) BE

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Buderus
Categorie: CV Ketel
Model: Logano Plus SB745

Handleiding Buderus Logano Plus SB745 – volledige tekst

3 Selectie brander en branderinstelling. 113. 4 Eisen voor de opstellingsruimte. 123. 5 Kwaliteit verbrandingslucht. 123. 6 Kwaliteit van het cv-water. 123. 7 Toepassing van antivriesmiddelen. 123. 8 Elektrische installatie. 123. 9 Instelling van het regeltoestel. 123. 10 Hydraulische koppeling in de cv-installatie. 143. 11 Instelling van de minimaal- en maximaaldrukbegrenzer. 143. 12 Drukhouden. 154 Transport. 154. 1 Ketel met een vorkheftruck, een hefwagen of transport-rollen transporteren. 154. 1. 1 Ketel met een kraan hijsen. 164. 1. 2 Ketel met een vorkheftruck transporteren. 174. 1. 3 Ketel met transportrollen transporteren. 174. 1. 4 Ketel met hefwagen transporteren. 174. 1. 5 Basisframe demonteren. 175 Installatie. 185. 1 Ketel opstellen. 185. 2 Geluidsisolerende stroken monteren. 195. 3 Ketel uitlijnen. 195. 4 CV-installatie aan de rookgas- en waterzijde aansluiten. 195. 4.

Gevaar bij olielekkages▶ Bij gebruik van de brandstof olie is de gebruiker conform de nationale voorschriften verplicht, bij het constateren van olielekkage deze di-rect door een installateur te laten verhelpen. Gevaar bij gasgeur▶ Sluit de gaskraan. ▶ Ramen openen. ▶ Bedien geen elektrische schakelaars, ook geen telefoon, stekker of deurbel. ▶ Open vlammen doven. ▶ Geen open vuur. ▶ Niet roken. ▶ Geen aansteker gebruiken. ▶ Huisbewoners waarschuwen, maar niet aanbellen. ▶Buiten contact opnemen met gasdistributiemaatschappij en erkend installateur. Gevaar bij rookgaslucht▶ Ketel uitschakelen. ▶ Ramen en deuren openen. ▶ Informeer een erkend installateur. Gevaar door elektrocutie▶ Vooraleer u werkzaamheden aan de cv-installatie uitvoert, moet u de cv-installatie over alle polen stroomloos schakelen, bijv. via de ver-warmingsnoodschakelaar.

Het volstaat niet om het regeltoestel uit te schakelen. ▶ Beveilig de cv-installatie tegen onbedoeld opnieuw inschakelen. ▶ Respecteer de nationale voorschriften en regelgeving bij de elektri-sche aansluiting, de inbedrijfstelling, het onderhoud en de service.

Opstelling, ombouwEen ontoereikende luchttoevoer kan leiden tot het ontsnappen van ge-vaarlijke rookgassen. ▶ Ketel alleen door een erkende installateur laten opstellen en ombou-wen. ▶ Rookgasafvoerende delen niet wijzigen. ▶Bij open bedrijf: be- en ontluchtingsopeningen in deuren, vensters en wanden niet afsluiten of verkleinen. Bij inbouw van voegdichte ra-men verbrandingsluchttoevoer waarborgen. ▶ Let erop dat de opstellingsruimte van de ketel vorstvrij blijft. ▶ Neem voor de montage en de werking van de cv-installatie goed nota van de geldende regels van de techniek evenals van de bouwvoor-schriften en wettelijke bepalingen. Thermische desinfectie▶Verbrandingsgevaar. Bedrijf met temperaturen hoger dan 60 °C bewaken.

Inspectie en onderhoud▶Aanbeveling voor de gebruiker: sluit een onderhouds- en inspectie-contract af voor jaarlijkse inspectie en behoefteafhankelijk onder-houd met de servicedienst van de fabrikant of een erkend installateur. ▶ De gebruiker is verantwoordelijk voor de veiligheid en de milieuvrien-delijke werking van de cv-installatie. ▶ Verhelp gebreken onmiddellijk om schade aan de installatie te vermij-den. ▶ Gebruik alleen originele onderdelen van de producent. Voor schade die ontstaat door het niet gebruiken van door de producent geleverde reserveonderdelen en toebehoren, kan de producent niet aansprake-lijk worden gesteld. Explosieve en licht ontvlambare materialen▶ Gebruik of bewaar geen licht ontvlambare materialen (papier, verdun-ningsmiddelen, verf enz. ) in de directe nabijheid van de ketel.

Afval▶ Sorteer en recycleer het verpakkingsmateriaal. Veiligheidsinstructies in de tekst worden aangegeven met een gevarendriehoek. Het signaalwoord voor de waarschuwing geeft het soort en de ernst van de gevolgen aan indien de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet worden nageleefd. Belangrijke informatie zonder gevaar voor mens of mate-rialen wordt met het nevenstaande symbool gemar-keerd. Symbool Betekenis▶ HandelingVerwijzing naar een andere plaats in het document• Opsomming– Opsomming (2e niveau)Tab. 1.

2 Specificaties ketelLogano plus SB745 – 6 720 807 436 (2013/02) 52 Specificaties ketel2. 1 Type-overzicht2. 2 Bedoeld gebruikDe condensatieketel Logano plus SB745 is ontwikkeld voor het verwar-men van cv-water, bijv. voor meergezinswoningen of industriële doelein-den. Er kunnen olie- of gasbranders conform EN 676 en EN 267 worden toe-gepast, wanneer het werkingsgebied daarvan overeenkomt met de tech-nische gegevens van de ketel. Typebeproefde oliebranders conform EN267 kunnen worden gebruikt, wanneer deze door de leverancier voor zwavelarme stookolie (s 50 ppm) zijn vrijgegeven en wanneer het werkingsgebied daarvan overeenkomt met de technische gegevens van de ketel. Er mogen alleen branders worden gebruikt, die voor wat betreft de elek-tromagnetische compatibiliteit (EMV/ENC) zijn beproefd en toegelaten. Bij deze ketels worden de regeltoestellen Logamatic 4000 gebruikt.

Meer informatie over het correct gebruik hoofdstuk 2. 6, pagina 5, hoofdstuk 2. 7, pagina 6 en hoofdstuk 3, pagina 11. 2. 3 Veiligheidstechnische uitrustingVoor een veilig bedrijf moeten de ketels van de volgende veiligheidstech-nische uitrusting worden voorzien:• De omvang van de veiligheidstechnische uitrusting moet minimaal aan EN 12828 voldoen. • Wanneer nationale voorschriften verdergaande eisen stellen, dan moeten deze worden gerespecteerd. • Wanneer de temperatuurgrens (STB 110 °C) nationaal gezien anders is, dan moet de nationale grenswaarde worden gerespecteerd. Zie het hoofdstuk 11, pagina 36, voor uitrustingsvoorbeelden. De on-derdelen voor de veiligheidstechnische uitrusting zijn als toebehoren le-verbaar. 2.

5 LeveringsomvangDe ketel wordt geleverd compleet met mantel. De ketelkap wordt afzon-derlijk geleverd en moet nog worden gemonteerd. ▶ Controleer bij levering de verpakking op beschadigingen. ▶ Controleer de leveringsomvang op volledigheid. De leveringsomvang bestaat uit:• Ketellichaam met mantel• Frontkap2. 5. 1 Meegeleverde toebehorenDe volgende toebehoren worden meegeleverd en moeten worden ge-monteerd:• Regeltoesteldrager en kabelgoot (in vuurhaard)• Geluidsisolerende stroken• Sifon (in de vuurhaard)• Isolatieringen voor branderbuis (in vuurhaard)• Technische documenten2. 5. 2 Noodzakelijke toebehorenDe volgende toebehoren is niet meegeleverd maar voor het gebruik van de ketel nodig:• Brander• Branderplaat geperforeerd of niet geperforeerd• Ketelveiligheidsgroep• Apparaten voor de veiligheidsuitrusting• Neutralisatie-inrichting• Reinigingsborstels• Regeltoestel2.

6 Gebruiksvoorwaarden Type VermogenSB745 800 kW, 1000 kW, 1200 kWTab. 2 Type-overzichtRespecteer bij de montage en het gebruik van de cv-in-stallatie de nationale normen en richtlijnen. Respecteer de specificaties op de typeplaat. Die zijn be-palend en hiervan moet absoluut goed nota worden ge-nomen. Stel de brander maximaal in op het op de typeplaat aan-gegeven verbrandingswarmtevermogen QN. Toepassingsvoorwaarden Eenheid WaardeMaximaal toegestane temperatuur veilig-heidstemperatuurbegrenzer°C 110 Maximale bedrijfsdruk bar 6Maximaal aantal branderstarts per jaar 15 000Tab. 3 ToepassingsvoorwaardenGebruiksvoorwaarden Logano plus SB745 Logano plus SB745Volumestroom cv-wa-terGeen – In combinatie met een Logamatic-regel-toestel voor module-rende werking. Geen – In combinatie met een Logamatic-regel-toestel voor constan-te keteltemperaturen 4212 resp.

Minimale cv-water-temperatuurBedrijfsonderbreking (totale uitschakeling van de cv-ketel)CV-circuitregeling met mengklepMinimale retourtem-peratuur Overige 1)2)1) Maximaal 15 000 branderstarts per jaar. Om het aantal branderstarts niet te over-schrijden moeten de instructies betreffende de instelling van het regeltoestel en de brander in de ontwerpdocumentatie of de installatiehandleiding worden geres-pecteerd. Wanneer deze waarde echter wordt overschreden, neem dan contact op met de servicedienst van de leverancier. 2) Het aantal branderstarts per jaar wordt door de bedrijfsinstellingen van de ketel-installatie (regelaarparameters in de ketelbesturing en instelling van de verbran-ding) en de dimensionering van de ketelinstallatie passend bij de warmtevraag van de verbruikers beïnvloed.

Om overschrijding van het aantal branderstarts per jaar vanwege niet geoptimaliseerde bedrijfsinstellingen te voorkomen, biedt de leverancier een volledige inbedrijfstelling en regelmatige installatie-inspecties aan voor cv-ketel, brander en ketelbesturing (Logamatic regeltoestellen met func-tiemodules). 1)Tab. 4 Gebruiksvoorwaarden.

2 Specificaties ketelLogano plus SB745 – 6 720 807 436 (2013/02)62. 7 Bruikbare brandstoffenToegestane brandstoffen• Stookolie zwavelarm extra licht met een zwavelgehalte 50 ppm en een bio-olie-aandeel (FAME) 10 %. • Aardgas uit het openbare gasnet overeenkomstig de nationale regel-geving met een totaal zwavelgehalte < 50 mg/m3. • Vloeibaar gas overeenkomstig nationale regelgeving met een gehalte elementair zwavel 1,5 ppm en vluchtig zwavel 50 ppm. Eventueel aanwezige resthoeveelheden stookolie met een zwavel-gehalte > 50 ppm moeten worden afgepompt en de olietank moet worden gereinigd. De ketel mag alleen met de gespecificeerde brandstoffen worden ge-bruikt. Er mogen alleen branders worden gebruikt, die voor de gespeci-ficeerde brandstoffen geschikt zijn. Gebruikte oliebranders moeten geschikt zijn voor zwavelarme stookolie.

De keuzelijst voor oliebranders van de leverancier en de specificaties van de branderleverancier moeten worden aangehouden. 2. 8 TypeplaatjeDe typeplaat bevindt zich aan de achterzijde op de ketelmantel. Daar vindt u informatie over het serienummer, vermogensspecificaties en toelatingsgegevens. 2. 9 Gereedschappen, materialen en hulpmiddelenVoor de montage en het onderhoud van de ketel zijn standaard gereed-schappen nodig op het gebied van de cv-installatie en de gas-, water- en elektrische installatie en een draaimomentsleutel. 2. 10 ProductbeschrijvingDe Logano plus SB745 is een condensatieketel in smalle, compacte uit-voering met klein opstellingsvlak dankzij de bovenliggende vuurhaard en het onderliggende condensatieverwarmingsoppervlak. Hierna wordt deze SB745 of ketel genoemd.

De SB745 moet u uitrusten met een brander die bij de ketel past. Mogelijke toebehoren vindt u in de totaalcatalogus. Het verbranden van biogassen is niet toegestaan. Wanneer u bij vragen over dit product met de leverancier contact opneemt, vermeld dan altijd de specificaties op de typeplaat. Aan de hand daarvan kunnen wij snel en doelgericht reageren. OPMERKING: Schade aan de installatie door verkeerde brander. ▶ Gebruik alleen branders, die voldoen aan de techni-sche eisen van de ketel ( hoofdstuk 2. 11, pagina 8).

2 Specificaties ketelLogano plus SB745 – 6 720 807 436 (2013/02) 7De hoofdcomponenten van de SB745 zijn ( afb. 1):• Ketellichaam [1] in combinatie met een brander Het ketelblok draagt de door de brander gegenereerde warmte over aan het cv-water.• Warmte-isolerende mantel Ketelmantel en warmte-isolatie verminderen het energieverlies.• Regeltoestel [8] (toebehoren)Het regeltoestel bewaakt en bestuurt alle elektrische onderdelen van de ketel.Afb.

3 Aanwijzingen betreffende de installatie en het bedrijfLogano plus SB745 – 6 720 807 436 (2013/02) 113 Aanwijzingen betreffende de installatie en het bedrijf3. 1 Normen, voorschriften en richtlijnenBij de installatie en het bedrijf moeten de regels der techniek en de nati-onale voorschriften en normen worden aangehouden. Daarbij horen on-der andere:• de lokale bouwvoorschriften betreffende de opstellingseisen,• de lokale bouwvoorschriften betreffende de verbrandingslucht- en af-voerluchtinrichtingen en de schoorsteenaansluiting,• de bepalingen voor de elektrische aansluiting op de voedingsspan-ning,• de technische regels van het gasbedrijf betreffende de aansluiting van de gasbrander op het plaatselijke gasnet,• de voorschriften en normen over de veiligheidstechnische uitrusting van de water-cv-installatie.

De omvang van de veiligheidstechnische uitrusting moet minimaal voldoen aan EN 12828. Wanneer nationale voorschriften nog extra ei-sen stellen, moeten deze worden gerespecteerd. Voor Zwitserland geldt bovendien:• Het respecteren van de maximaal toegestane grenswaarden van de LRV met betrekking tot de uitstoot van CO en NOx moeten ter plaatse gecontroleerd worden aan de hand van metingen. De ketels zijn con-form de geldende brandweervoorschriften van de VKF beproefd. • Respecteer bij de installatie de volgende richtlijnen:– Bouw en bedrijf van gasstookplaatsen G3 d/f– Gasrichtlijnen G1 van de SVGW– EKAS-vorm. 1942: richtlijn vloeibaar gas, deel 2– Regionale brandweervoorschriftenVoor Oostenrijk geldt bovendien:• Respecteer bij de installatie de plaatselijke bouwvoorschriften even-als de richtlijn ÖVGW G1 resp. G2 (ÖVGW-TR gas of vloeibaar gas).

2 Goedkeurings- en informatieplicht• De installatie van een gasketel moet bij het verantwoordelijk gasbe-drijf worden gemeld en goedgekeurd• Waarborg, dat afhankelijk van de regio, goedkeuringen nodig kunnen zijn voor de rookgasinstallatie en de condensaataansluiting op het openbare rioolnet• Informeer voor aanvang van de montage de verantwoordelijke autori-teiten en de afvalwaterautoriteiten3. 3 Selectie brander en branderinstellingDe dimensionering en instelling van de brander heeft een wezenlijke in-vloed op de levensduur van de cv-installatie. Iedere belastingsverande-ring (brander aan/uit) veroorzaakt thermische spanningen (belastingen op het ketellichaam). Daarom mag het aantal branderstarts niet ho-ger liggen dan 15. 000 per jaar.

De volgende aanbevelingen en instellingen zijn bedoeld, om aan dit cri-terium te voldoen (zie ook instructies betreffende de instelling van het regeltoestel en de hydraulische koppeling in de cv-installatie). Wanneer toch niet aan dit criterium kan worden voldaan, neem dan con-tact op met de verkoopafdeling of servicedienst van de fabrikant (adres zie laatste pagina). • Brandervermogen zo laag mogelijk instellen. Stel de brander maxi-maal in op het op de typeplaat aangegeven verbrandingswarmte-vermogen QN. CV-ketel niet overbelasten. Afb. 5 Diagram• Houd rekening met variërende calorische waarden van het gas; vraag bij het gasbedrijf de maximale waarde op• Gebruik alleen branders, die geschikt zijn voor de gespecificeerde brandstoffen. Let erop dat de gebruikte oliebrander geschikt is voor zwavelarme stookolie (anders kan corrosie door metal dusting niet worden uitgesloten).

De specificaties van de branderleverancier moeten worden gerespecteerd. • De brander mag alleen door vakspecialisten worden ingesteld. Neem voor de montage en de werking van de cv-installa-tie goed nota van de nationale normen en richtlijnen. De specificaties op de typeplaat zijn maatgevend en moeten worden gerespecteerd.

3 Aanwijzingen betreffende de installatie en het bedrijfLogano plus SB745 – 6 720 807 436 (2013/02)123. 4 Eisen voor de opstellingsruimteDe opstellingsruimte moet voldoen aan de volgende voorwaarden:• In de opstellingsruimte van de cv-ketel moet een omgevingstempera-tuur tussen 0 °C en 35 °C zijn gewaarborgd. • De opstellingsruimte moet zijn voorzien van de nodige verbrandings-luchtopeningen naar de buitenlucht toe. • Voldoende toevoer van verse lucht moet zijn gewaarborgd. Voor het open bedrijf adviseren wij, de binnenwerkse maat van de ver-brandingsluchtopening uit te voeren conform de volgende tabel. De spe-cificaties gelden voor één ketel. Afstemming van de grootte van de verbrandingsluchtopening met de verantwoordelijke goedkeurings- of bouwautoriteiten door de installa-teur van de installatie is absoluut noodzakelijk.

▶ Installeer geen installatiedelen die in de omgeving vorstgevoelig zijn van de verbrandingsluchtopeningen. Neem eventueel maatregelen voor het voorverwarmen van de toevoerlucht (bijv. door verwar-mingsregister in de verbrandingsluchtopening). ▶ Geen objecten voor deze openingen plaatsen. De verbrandingslucht-openingen moeten altijd vrij zijn. ▶ Plaats geen ontbrandbare materialen of vloeistoffen in de directe na-bijheid van de warmtebron. 3. 5 Kwaliteit verbrandingslucht▶ Houd de verbrandingslucht vrij van agressieve stoffen (bijv. halogeen-koolwaterstoffen, die chloor- of fluorverbindingen bevatten). Corrosie wordt vermeden. ▶ Geen chloorhoudende reinigingsmiddelen en halogeen-koolwater-stoffen (bijv. in spuitbussen, oplos- en reinigingsmiddelen, verf, lijm) in de opstellingsruimte gebruiken of opslaan. ▶ Houd de verbrandingslucht vrij van stof.

6 Kwaliteit van het cv-waterDe kwaliteit van het vul- en bijvulwater is een wezenlijke factor voor het verbeteren van het rendement, de functionele betrouwbaarheid, de le-vensduur en de bedrijfsgereedheid van een cv-installatie. Wanneer wa-ter met hoge calciumhardheid wordt gevuld, zet dit zich af op de warmtewisselaaroppervlakken en hindert de warmteoverdracht naar het cv-water. Als gevolg daarvan worden de wandtemperaturen van de RVS-warmtewisselaaroppervlakken hoger en nemen de thermische spanningen toe (belastingen op ketellichaam). Daarom moet de kwaliteit van het vul- en bijvulwater voldoen aan de be-palingen conform het meegeleverde logboek en moet dit in het logboek worden gedocumenteerd. De bepalingen vereisen voor ketels > 600 kW een algemene waterbe-handeling onafhankelijk van de waterhardheid en de vul- en bijvulwater-hoeveelheid. 3.

7 Toepassing van antivriesmiddelenAntivriesmiddelen op glycolbasis worden al tientallen jaren in cv-instal-laties gebruikt, zoals bijv. het middel Antifrogen N van de firma Clariant. Tegen gebruik van andere antivriesmiddelen bestaat geen bezwaar, wanneer het product gelijkwaardig is aan Antifrogen N. De instructies van de leverancier van het antivriesmiddel moeten wor-den gerespecteerd. De specificaties van de leverancier betreffende de mengverhoudingen moeten worden gerespecteerd. De specifieke warmtecapaciteit van het antivriesmiddel Antifrogen N is minder als de specifieke warmtecapaciteit van water. Om het gevraagde warmtevermogen over te dragen, moet de daarvoor benodigde volume-stroom overeenkomstig worden verhoogd. Hiermee moet bij de dimen-sionering van de installatiecomponenten (bijv. pompen) en het leidingsysteem rekening worden gehouden.

Omdat het warmtedragermedium een hogere viscositeit en dichtheid dan water heeft, moet rekening worden gehouden met een hogere druk-val bij het doorstromen van leidingen en andere installatiecomponenten.

De bestendigheid van alle componenten van de installatie van kunststof of niet-metalen materialen moet afzonderlijk worden gecontroleerd. 3. 8 Elektrische installatie3. 9 Instelling van het regeltoestelDoel van een optimaal ingestelde regeling is, lange branderlooptijden te bereiken en een snelle temperatuurvariatie in de ketel te vermijden. Soe-pele temperatuurovergangen hebben een langere levensduur van de cv-installatie tot gevolg. Daarom moet worden voorkomen, dat de regelstra-tegie van het regeltoestel zinloos wordt omdat de ketelaquastaat de brander in- en uitschakelt. ▶ Respecteer de minimale afstand tussen de ingestelde uitschakeltem-peratuur van de veiligheidstemperatuurbegrenzer, de temperatuurre-gelaar, de maximale cv-watertemperatuur en de maximale temperatuurvraag ( tab. 10).

Met extra verbruikers van toevoerlucht (bijv compresso-ren) moet bij de dimensionering rekening worden ge-houden. CondensatieketelNetto luchttoevoeropening in cm2Logano plus SB745-800 2175Logano plus SB745-1000 2675Logano plus SB745-1200 3175Tab. 9 Netto luchttoevoeropeningChemische additieven, die geen gebruikscertificaat van de leverancier hebben, mogen niet worden gebruikt. GEVAAR: Levensgevaar of schade aan de installatie door verkeerde aansluiting. ▶ Elektrotechnische werkzaamheden alleen uitvoeren, wanneer u over de juiste kwalificatie voor deze werk-zaamheden beschikt. ▶ Respecteer de plaatselijke installatievoorschriften (hoofdstuk 3. 1). ▶ De elektrische installatie moet geschikt zijn voor vochtige ruimten.

▶ Door de installatiebouwer moet een schakelschema worden opgesteld, die de verbindingen tussen ver-mogensdelen, brander, besturing (Logamatic) en aanvullende veiligheidsinrichtingen documenteert. Wij adviseren, een regeltoestel uit de serie Buderus Logamatic 4000 te gebruiken.

3 Aanwijzingen betreffende de installatie en het bedrijfLogano plus SB745 – 6 720 807 436 (2013/02) 13▶ Stel de gewenste temperatuurwaarden van de cv-circuits zo laag mo-gelijk in. ▶ CV-circuits (bijv. net starten in de ochtend) met tussenpozen van 5 minuten inschakelen. Instelling cv-waterregelaar en maximale cv-watertemperatuurDe cv-waterregelaar is er alleen voor bedoeld, bij een uitval van de regel-elektronica een noodbedrijf met een instelbare cv-watertemperatuur te waarborgen. Tijdens normaal regelbedrijf wordt de functie van de cv-wa-terregelaar door de maximale cv-watertemperatuur overgenomen. De maximale keteltemperatuur kan in het regeltoestel in het menu "Ketelka-rakteristieken" onder het menupunt "Max. uitschakeltemperatuur" wor-den ingesteld. Instellingen op het regeltoestelAfb.

6 Instellingen op het regeltoestel[1] Veiligheidstemperatuurbegrenzer[2] Temperatuurregelaar[3] MEC▶ Temperaturen ( tab. 10, pagina 13) op veiligheidstemperatuurbe-grenzer [1] in het regelt eratuurregelaar [2] in-oestel en op de tempstellen. ▶ Maximum keteltemperatuur instellen op MEC [3]. Voorbeeld warmwatervraag:Totaal van de streeftemperatuur warmwater (60 °C) en de parameter cv-verhoging (20 °C) in het menu "warmwater":60 °C + 20 °C = maximale temperatuurvraag 80 °CVoorbeeld cv-circuits:Totaal van de streeftemperatuur van de gemengde cv-circuits met de hoogste gevraagde temperatuur (70 °C) en de parameter Verhoging ke-tel (5 °C) in het menu "CV-circuit gegevens":70 °C + 5 °C = maximale temperatuurvraag 75 °CDe maximale keteltemperatuur kan in het regeltoestel (MEC) in het menu "Ketelkarakteristieken" onder het me-nupunt "Max. uitschakeltemperatuur" worden ingesteld.

Wanneer een regeltoestel uit de serie Buderus Logama-tic 4000 wordt gebruikt, wordt de modulatie van de brander tijdens regulier bedrijf pas na 3 minuten vrijge-geven. Snel opmoduleren voorkomen. Instelparameter (max.

tempera-tuur)Logamatic 4321Logamatic 4211Veiligheidstem-peratuurbegren-zer (STB)1)110 °C 110 °Cmin. 18 K  min. 5 KTemperatuurre-gelaar (TR)1) 105 °C 90 °C  min. 6 KMax. keteltempe-ratuur99 °C 84 °C  min. 7 KMax. tempera-tuurvraag2) van cv3) en warmwa-ter4)92 °C 77 °CTab. 10 Instelparameters Logamatic 4321 en Logamatic 42111) STB en TR zo mogelijk hoog instellen, echter een minimale afstand van 5 K respec-teren. 2) Beide temperatuurvragen moeten altijd met een afstand van minimaal 7 K onder de maximale keteltemperatuur liggen. 3) De temperatuurvraag van cv-circuits, die met een menger zijn uitgevoerd, is sa-mengesteld uit de aanvoerstreeftemperatuur en de parameter "Verhoging ketel" in het menu "cv-circuitgegevens".

3 Aanwijzingen betreffende de installatie en het bedrijfLogano plus SB745 – 6 720 807 436 (2013/02)14Instructies voor instelling van externe regeltoestellen• Het externe regeltoestel (gebouwautomatiseringssysteem of PLC) moet een interne maximale cv-watertemperatuur waarborgen, die voldoende afstand heeft tot de STB. Er moet ook worden gewaar-borgd, dat de regelelektronica de brander in- en uitschakelt en niet de cv-waterregelaar. • De regeling moet waarborgen, dat voor het uitschakelen de brander in lage belasting wordt gebracht. Wanneer dat niet wordt gerespec-teerd, kan activeren van de veiligheidsafsluitarmatuur (SAV) in het gasregeltraject optreden. • Kies de besturingsuitrusting zodanig, dat een soepel opstarten met tijdvertraging vanuit de koude toestand plaatsvindt. • Na de brandervraag moet bijv. een tijdautomaat de branderbelasting over een tijdsperiode van ca.

180 seconden begrenzen op lage belas-ting. Daardoor wordt bij begrensde warmtevraag een ongecontro-leerd in- en uitschakelen van de brander voorkomen. • Op de gebruikte regeling moet het aantal branderstarts kunnen wor-den getoond. 3. 10 Hydraulische koppeling in de cv-installatie▶ Gebruik voor verschillend hoge systeemtemperaturen de beide retou-raansluitingen RK1 (boven) en RK2 (onder). ▶ CV-circuits met hoge retourtemperaturen op de aansluiting RK2, cv-circuits met lage retourtemperaturen op de aansluiting RK1 aan-sluiten. ▶ Begrens de watervolumestroom in de ketel op een temperatuursprei-ding van minimaal 7 K. ▶ Dimensioneer de pomp correct. ▶ Voor aansluiting van de cv-ketel slib en vuil uit de cv-installatie spoe-len. ▶ Waarborg, dat tijdens bedrijf geen zuurstof in het cv-water terecht komt. ▶ CV-ketel alleen in gesloten installaties gebruiken.

Bovendien moeten de veiligheidstechnische inrichtingen (uitrusting en de instellin-gen) worden aangepast. ▶ Neem contact op met de verkoop- of serviceafdeling van Buderus. Instructies bij cascadeschakeling:▶ Dimensioneer de ketelpompen (debiet) conform het ingestelde ketel-vermogen. ▶ Bij parallelschakeling van de ketel, dezelfde temperatuurspreiding voor alle ketels aanhouden. 3. 11 Instelling van de minimaal- en maximaaldrukbegrenzerMaximaaldrukbegrenzerDe maximaaldrukbegrenzer (niet meegeleverd) moet zodanig worden ingesteld, dat activeren van het overstortventiel wordt verhinderd. Daarvoor moet een veiligheidsafstand t. o. v. de activeringsdruk van het overstortventiel van 0,5 bar worden aangehouden. De maximale activeringsdruk van het overstortventiel bij de SB745 is 6 bar.

Voorbeeld:Activeringsdruk van het overstortventiel: PSV = 5 barInstelwaarde maximaaldrukbegrenzer: 5 bar 0,5 bar = 4,5 barAlle maximale temperatuurvragen moeten altijd 7 K on-der de ingestelde maximale cv-watertemperatuur liggen. OPMERKING: Schade aan de installatie door verkeerde positie van de temperatuursensor. De temperatuursensor van de veiligheidstemperatuur-begrenzer (STB) en de temperatuurregelaar (TR) moe-ten op de montageplaats ( afb. 26, [1], pagina 25) aan de bovenkant van de ketel worden gemonteerd. ▶ Bij externe regeltoestellen de diameter van de dom-pelhuls voor de temperatuursensor aanpassen op de gebruikte temperatuursensor. ▶ Lengte van de dompelhuls niet veranderen. Respecteer de bedrijfsomstandigheden in hoofdstuk 2. 6, pagina 5. Respecteer bij de temperatuursensormontage het hoofdstuk 5. 9, pagina 26.

11 ToepassingsvoorwaardenWij adviseren voor een optimaal energiegebruik via de aansluiting RK1 een volumestroom van   10 van de to-tale nominale volumestroom met een retourtemperatuur onder het dauwpunt te leiden. Wanneer geen verschillende retourtemperaturen aan-wezig zijn, hoeft alleen de retouraansluiting RK1 te wor-den aangesloten. Een begrenzing van de temperatuurspreiding kan komen te vervallen, wanneer de installatie is uitgevoerd met een slibafscheider. Hoge volumestromen en overgedimensioneerde pom-pen kunnen afzettingen in of dichtslibben van de warm-tewisselaarvlakken tot gevolg hebben. De instelling van de maximaaldrukbegrenzer vindt u in de documentatie die bij de drukbegrenzer hoort.

4 TransportLogano plus SB745 – 6 720 807 436 (2013/02) 15MinimaaldrukbegrenzerDe minimaaldrukbegrenzer (niet meegeleverd) moet zodanig worden in-gesteld, dat er in de ketel geen dampbellen worden gevormd en de ketel nog betrouwbaar werkt. De instelling is afhankelijk van de omstandigheden aan de installatiezijde en de opstellingssituatie van de ketelinstallatie. Voor de instelwaarde is de bij de instelwaarde van de veiligheidstemperatuurbegrenzer horende kookdruk (STB 110 °C komt overeen met 0,5 bar) en de geodatische hoogste verbruiker boven de ketel relevant. Voorbeeld:Ketelinstallatie met instelling STB = 110 °CHoogste verbruiker boven de ketel = 12 m (10 m komt overeen met ca. 1 bar) g 1,2 barVeiligheidsafstand = 0,2 bar (vaste waarde)Activeringsdruk Pmin = 0,5 bar + 1,2 bar + 0,2 bar = 1,9 bar3. 12 Drukhouden▶ Expansievaten correct dimensioneren. ▶ Stel de voordrukken correct in.

Bij toepassing van pompgeregelde drukhoudsystemen ontstaan drukva-riaties, die afhankelijk van de uitvoering van de installatie en de instellin-gen van de ketel, zeer vaak kunnen optreden. Ook wanneer deze drukvariaties klein lijken, kunnen deze bij vaak optreden aanmerkelijke schade aan de cv-ketel veroorzaken, omdat deze voor een overwegend statische drukbelasting is ontworpen. Ter bescherming tegen schade:▶ Waarborg, dat iedere warmtebron is uitgevoerd met een afzonderlijk expansievat. ▶ Stel de voordruk van het expansievat correct in. Aanbevolen minimale volume van de expansievaten bij toepassing van pompgeregelde drukhoudsystemen:4 TransportBorgen ladingVoor het borgen van de lading tijdens het transport:▶ Borgbanden (spanbanden, kettingen) [2] over de ketelisolatie niet[1] trekken. ▶Borgbanden alleen op de borgogen [3] bevestigen. Afb.

1 Ketel met een vorkheftruck, een hefwagen of transportrollen transporterenDe instelling van de minimaaldrukbegrenzer vindt u in de documentatie die bij de drukbegrenzer hoort. Condensatieketel Expansievat inhoud in literLogano plus SB745-800 120Logano plus SB745-1000 140Logano plus SB745-1200 180Tab. 12 Volume van de expansievatenGEVAAR: Levensgevaar door niet goed gezekerde ketel. ▶ Gebruik voor het transport van de ketel geschikte transportmiddelen (bijv. meerdere hefwagens, vork-heftruck, kraan of rollen). ▶ Beveilig de ketel tijdens het transport tegen vallen. De maximale spankracht per ketting is 2 kN. GEVAAR: Levensgevaar door vallende lasten. ▶ Gewicht van de ketel bij het hijsen en transporteren gelijkmatig over de vorkheftruck/hefwagen verdelen. ▶ Let op het gewicht van de ketel en het transportmid-del. ▶ Beveilig de ketel tijdens het transport tegen vallen. 6 720 648 053-39.

4 TransportLogano plus SB745 – 6 720 807 436 (2013/02)16De ketel kan met een kraan, vorkheftruck, meerdere hefwagens of rollen worden getransporteerd. 4.1.1 Ketel met een kraan hijsen▶ Haak van de transportkabel in de gaten van de beide koppelingsplaten ( afb. 8, [2]) van het ketellichaam inhangen.▶ Kraanhaak ( afb. 8, [1]) aan de transportkabel hangen.Afb.

8 Ketel met een kraan hijsen[1] Haak van de kraan[2] Transportogen[3] Borgogen (niet voor kraantransport geschikt)[4] Aanslagpunten voor kabel[5] Aanslagpunten voor opheffen met krik[6] Rail basisframe[7] Aanslagpunten voor heffen met vorkheftruckOPMERKING: Schade aan de installatie door bescha-digd ketellichaam!De ketel mag alleen met een vorkheftruck worden ge-transporteerd, wanneer de vorken van de vorkheftruck geheel onder de ketel zijn geplaatst.▶ Controleer voor het hijsen van de ketel of de ketel met de beide zijverstevigingen op de vorken van de vork-heftruck staat.▶ Ketel alleen via de verstevigingen van het basisframe, niet aan het ketellichaam hijsen.▶ Ketel vanaf de zijkant met de vorkheftruck transporte-ren.GEVAAR: Levensgevaar door vallende lasten!▶ Uitsluitend even lange hijskabels gebruiken.▶ Uitsluitend hijskabels gebruiken die in optimale toe-stand verkeren.▶ Haken uitsluitend in de daarvoor bedoelde gaten aan de bovenzijde van de ketel hangen.▶De haken niet in de ogen aan de voor- en achter-kant van de ketel en op de aansluitingen hangen.▶ Ketel alleen met een kraan hijsen, wanneer een bijbe-horende kwalificatie aanwezig is.▶ Ketel niet in liggende positie of verticaal hijsen.De borgogen [3] mogen niet voor het hijsen worden gebruikt.123345567490°6 720 806 642-03.1ITL

4 TransportLogano plus SB745 – 6 720 807 436 (2013/02) 174.1.2 Ketel met een vorkheftruck transporteren▶ Vork van de vorkheftruck door beide openingen van het basisframe plaatsen.▶ Maten van de transportopeningen respecteren.Afb. 9 Ketel met een vorkheftruck transporteren4.1.3 Ketel met transportrollen transporteren▶ Plaats een transportrol op iedere hoek.4.1.4 Ketel met hefwagen transporteren▶ Telkens meerdere hefwagens onder het basisframe schuiven.▶ Til de ketel gelijkmatig op met de hefwagen.Afb. 10 Ketel met twee hefwagens transporteren4.1.5 Basisframe demonterenDe inbrenghoogte kan worden gereduceerd door de basisframerails met de dwarsdragers te demonteren ( afb. 11, [1]).▶ Ketel compleet met pallettruck (conform hoofdstuk 4.1.4, pagina 17) of eenzijdig met hefwerktuig ( afb. 8, [5], pagina 16) optillen.▶ Schroeven losmaken.▶ Demonteer het basisframe als getoond in afb.

5 InstallatieLogano plus SB745 – 6 720 807 436 (2013/02)185 Installatie5. 1 Ketel opstellenEisen aan de opstellingsruimte:• Het opstellingsvlak moet voldoende draagkracht en sterkte hebben. • De opstellingsruimte moet droog het vorstvrij zijn. • De afmetingen van de opstellingsruimte moet een correct bedrijf waarborgen. Minimale afstanden tot de wandVoor de funderingen of de opstellingsoppervlakken moeten de gespeci-ficeerde minimale afstanden tot de wand worden gerespecteerd (tab. 14, pagina 18 en afb. 12, pagina 18). Het opstellingsvlak moet voldoende sterk, effen en horizontaal zijn. De voorzijde van de ketel moet gelijk met de voorzijde van het fundament geplaatst worden. De deuraanslag van de vuurhaard kan van rechts naar links worden om-gezet ( hoofdstuk 5. 5 vanaf pagina 21). Specificaties betreffende de ketellengte L en ketelbreedte B hoofdstuk 2. 11, pagina 8. Afb.

12 Opstellingsruimte met ketel (bij deuraanslag rechts)Voor installatie en bedrijf van de cv-installatie de natio-nale normen en richtlijnen respecteren. De specificaties op de typeplaat zijn maatgevend en moeten worden gerespecteerd. GEVAAR: Levensgevaar door vergiftiging. Onvoldoende luchttoevoer kan gevaarlijk vrijkomen van rookgas tot gevolg hebben. ▶ Waarborg dat de toevoer- en afvoerluchtopeningen niet zijn verkleind of gesloten. ▶ Wanneer het gebrek niet direct wordt opgeheven, mag de ketel niet worden gebruikt. ▶ Wijs de gebruiker schriftelijk op het gebrek en op het gevaar. GEVAAR: Brandgevaar door ontbrandbare materialen of vloeistoffen. ▶ Plaats geen ontbrandbare materialen of vloeistoffen in de directe nabijheid van de warmtebron. OPMERKING: Schade aan de installatie door vorst. ▶ Plaats de ketel in een vorstvrije ruimte. De lokale voorschriften moeten worden gerespecteerd.

Wanneer vanwege contactgeluid een ontkoppeling tus-sen opstellingslocatie en ketel nodig is, moeten geluid-dempende maatregelen (bijv. geluidempend onderlaag) worden genomen voor het opstellen. Ketelvermogen 800 kW 1000 kW 1200 kWAH in mm1)1) Bij toepassing van een rookgasgeluiddemper moeten de inbouwmaten daarvan worden gerespecteerd. 1000(800)AV in mm2)3)2) Houd rekening met de maat LBR (lengte van de brander) afhankelijk van de bran-derbelasting3) De maat is afhankelijk van de branderlengte. 1800(900)1800(1100)AS in mm 400(50)LBR in mm Lengte van de brander + 200 (800)LRG in mm906Montage-afstand regeltoestelKabelkanaalLengte (L) fundering 2300Breedte (B) fundering 1060 1140Tab. 14 Gegeven wandafstanden (maten tussen haakjes zijn minimale afstanden)BGR800LAVAH400(100)9066 720 648 053-16. 2T.

5 InstallatieLogano plus SB745 – 6 720 807 436 (2013/02) 195. 2 Geluidsisolerende stroken monterenVoor de geluidsreductie moeten de meegeleverde geluidsisolerende stroken vlak tegen begin en einde van de ketel onder het basisframe wor-den gelegd. ▶ Ketel op de opstellingslocatie positioneren. ▶ Geluidsisolerende stroken in de langsrichting op alle vier hoeken on-der het ketelframe plaatsen. ▶ Ketel voorzichtig neerzetten. Afb. 13 Plaatsen van de geluidsisolerende stroken[1] Geluidsisolerende stroken5. 3 Ketel uitlijnenOm het ophopen van lucht in de ketel te voorkomen, moet de ketel hori-zontaal en verticaal worden uitgelijnd▶ Vuurhaarddeur openen ( hoofdstuk 5. 5. 1, pagina 21). ▶ Waterpas op de bodem van de vuurhaard leggen. ▶ Ketel met behulp van de waterpas in de vuurhaard horizontaal uitlij-nen. Afb. 14 Ketel uitlijnen[1] Waterpas5.

4 CV-installatie aan de rookgas- en waterzijde aansluiten5. 4. 1 Algemene eisen aan het rookgasafvoersysteemDe volgende aanbevelingen voor de uitvoering van rookgasinstallaties waarborgen een storingsvrij bedrijf van de stookinstallatie. Wanneer deze regels niet worden gerespecteerd, dan kunnen grotere problemen optreden tijdens het stoken, tot zelfs explosies toe. Dit zijn vaak akoestische storingen of invloeden op de verbrandingssta-biliteit of overmatige trillingen aan componenten resp. modules daar-van. Low-Nox verbrandingssystemen moeten vanwege de verbrandingsregeling met betrekking tot deze problemen als kritisch worden beschouwd. Het rookgasafvoersysteem moet daarom bijzonder zorgvuldig worden ontworpen en uitgevoerd. De rookgasinstallatie bestaat uit een verbindingsstuk tussen warmte-bron en de verticale rookgasafvoerinstallatie zelf (schoorsteen).

• Om beschadiging of vervuiling van de installatiedelen die met de rook-gassen in aanraking komen te voorkomen, moet bij de materiaalkeuze GEVAAR: Persoonlijk letsel door beknelling. Aanvullende geluidwerende maatregelen moeten voor het opstellen van de ketel worden uitgevoerd. Gebruik stroken plaatstaal, om de ketel uit te lijnen. 6 720 648 053-26. 2T111GEVAAR: Levensgevaar door vergiftiging. Onvoldoende luchttoevoer kan gevaarlijk vrijkomen van rookgas tot gevolg hebben. ▶ Waarborg dat de toevoer- en afvoerluchtopeningen niet zijn verkleind of gesloten. ▶ Wanneer het gebrek niet direct wordt opgeheven, mag de ketel niet worden gebruikt. ▶ Wijs de gebruiker schriftelijk op het gebrek en op het gevaar. 6 720 648 053-25. 2T1.

5 InstallatieLogano plus SB745 – 6 720 807 436 (2013/02)20van het rookgassysteem rekening worden gehouden met de samen-stelling en de temperatuur van het rookgas. • Er mogen alleen rookgasafvoersystemen worden toegepast, die voor een rookgastemperatuur van minimaal 120 °C zijn toegelaten. • De rookgassen moeten direct aan de schoorsteen en stromingsgun-stig (bijv. kort en stijgend, met weinig bochten) worden toegevoerd. Daarbij moet voor iedere ketel een afzonderlijk schoorsteenkanaal worden ingepland. Er moet rekening worden gehouden met de warm-te-uitzetting van de installatie. • Richtingsveranderingen in de verbindingsstukken moeten stromings-technisch gunstig met bochten of geleidingsplaten worden uitge-voerd. Verbindingsstukken met meerdere richtingsveranderingen moeten worden vermeden, omdat dit lucht- en contactgeluiden en de startdrukstoot negatief kunnen beïnvloeden.

Scherpe overgangen tussen rechthoekige aansluitflenzen en de verbindingsbuis moeten worden vermeden. Net zoals bij evt. benodigde reduceringen/expan-sie mag de overganghoek van 30° niet worden overschreden. • Verbindingsstukken moeten stromingsgunstig zo mogelijk stijgend de schoorsteen in worden geleid (onder een hoek van 45°). Eventueel aanwezige opbouw op schoorsteenuitmondingen moet een vrije uit-stroom van de rookgas in de lucht waarborgen. • Optredend condensaat moet over de gehele lengte ongehinderd kun-nen wegstromen, conform de locale bepalingen worden behandeld en volgens de plaatselijke voorschriften worden afgevoerd. • De inspectieopeningen moeten conform de lokale voorschriften wor-den uitgevoerd, eventueel in overleg met de verantwoordelijke autori-teiten. • Om het contactgeluid te onderbreken, is een ontkoppeling van de schoorsteen (bijv. met een compensator) t. o. v.

de ketel noodzakelijk. • Neem bij de opname van een rookgasklep in het rookgasafvoersy-steem een veiligheidsgerichte eindschakelaar "OPEN" in de ketelbe-sturing op.

Het stoken mag pas beginnen, wanneer de terugmelding van de eindschakelaar betreffende een volledig geopende rookgas-klep aanwezig is. Vanwege de steltijd van de klepaandrijving is een temperatuurval in de ketel mogelijk. De instelling van de eindstand "DICHT" op de rookgasklep moet zodanig worden uitgevoerd, dat de rookgasklep nooit geheel dicht sluit. Daardoor wordt schade vanwege optredende stuwwarmte aan de brander voorkomen. 5. 4. 2 Afdichtmanchet aanbrengen (toebehoren)▶ Afdichtmanchet volgens de meegeleverde installatiehandleiding monteren. 5. 4. 3 Ketel op het leidingnet aansluitenCV-retour aansluitenOp de ketel zijn twee toevoermogelijkheden voor het retourwater aan-wezig. Wanneer afzonderlijke installatieretouren voor verschillend hoge retourtemperaturen worden gebruikt (bijv.

vloerverwarming, warmwa-tervoorziening), dan kunnen deze via afzonderlijke retouraansluitingen naar de ketel worden gevoerd. • RK1 = lage retourtemperatuur (bijv. vloerverwarming)• RK2 = hoge retourtemperatuur (bijv. warmwatervoorziening)De retour is bij uitlevering afgesloten met een blindflens. Bij gebruik van aansluiting RK2:▶ Blindflens verwijderen. Wanneer geen verschillende retourtemperaturen aanwezig zijn, wordt de retouraansluiting RK1 gebruikt. ▶ Retour van het cv-systeem op de betreffende retouraansluiting van de ketel [5], [6] aansluiten. Afb.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Buderus Logano Plus SB745 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden