Brotje EcoTherm Plus WGB 50 Handleiding

Brotje Verwarmingsketel EcoTherm Plus WGB 50

Bekijk gratis de handleiding van Brotje EcoTherm Plus WGB 50 (144 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Brotje EcoTherm Plus WGB 50 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/144
Installatiehandboek
Condenserende gaswandketel
EcoTherm Plus WGB 50-110 E

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Brotje
Categorie: Verwarmingsketel
Model: EcoTherm Plus WGB 50

Handleiding Brotje EcoTherm Plus WGB 50 – volledige tekst

Inhoudsopgave1. Toelichting bij deze handleiding. 51. 1 Inhoud van deze handleiding. 51. 2 Overzichtstabel. 51. 3 Gebruikte symbolen. 61. 4 Voor wie is deze handleiding bestemd. 62. Veiligheid. 72. 1 Doelmatig gebruik. 72. 2 Algemene veiligheidsvoorschriften. 72. 3 Voorschriften en normen. 82. 4 Vloeibaar gas onder het maaiveld. 82. 5 CE markering. 82. 6 Conformiteitverklaring. 93. Technische gegevens WGB 50-110. 103. 1 Afmetingen en aansluitingen WGB. 103. 2 Technische gegevens. 123. 3 Bedradingschema. 143. 4 Voelerwaardetabellen. 164. Voorbereiding van de installatie. 174. 1 Ventilatie. 174. 2 Anti-corrosiebescherming. 174. 3 Eisen aan het verwarmingswater. 174. 4 Behandeling en bereiding van verwarmingswater. 184. 5 Praktische richtlijnen voor verwarmingsinstallateurs. 204. 6 Werking in vochtige lokalen. 214. 7 Aanwijzingen betreffende de installatieruimte. 214. 8 Afstanden. 224.

9 Toepassingsvoorbeeld. 244. 10 Legende. 285. Installatie. 295. 1 Aansluiting van het verwarmingscircuit. 295. 2 Veiligheidsklep. 295. 3 Condenswater. 295. 4 Dichtheidstest en het vullen van de installatie. 295. 5 Uitlaatgasaansluiting. 295. 6 Uitlaatgassysteem. 315. 7 Algemene instructies m. b. t. tot het rookgasafvoersysteem. 315. 8 Montage rookgassysteem. 325. 9 Werkzaamheden met het rookgasafvoersysteem KAS. 345. 10 Reinigings- en testopeningen. 365. 11 Gastoevoeraansluiting. 365. 12 Dichtheid controleren. 365. 13 Fabrieksmatige instelling. 375. 14 Aansluitdruk. 375. 15 CO2-gehalte. 375. 16 Omstellen van vloeibaar gas op aardgas resp. omgekeerd. 375. 17 Gasklep. 385. 18 Functie regelaarstop. 395. 19 Elektrische aansluiting (algemeen). 396. Inbedrijfsname. 426. 1 Inbedrijfsname-menu. 422 EcoTherm Plus WGB 50-110 E 396535 02. 11.

1. Toelichting bij deze handleidingLees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door, alvorens het apparaat te gaan ge-bruiken!1.1 Inhoud van deze handleidingDe inhoud van deze handleiding beschrijft de installatie-instructies van de conden-serende gaswandketel uit de serie WGB bestemd voor een standaard cv-installa-ties met 1 pompgestuurde verwarmingskring en 1 tapwaterbufferDoor de inbouw van een uitbreidingsmodule EWM is het mogelijk om één of tweemengkringen te sturen.Hieronder vindt u een overzicht van de andere documenten welke deel uit makenvan uw verwarmingsinstallatie.

1.3 Gebruikte symbolenGevaar! Wanneer de waarschuwing wordt genegeerd, bestaat er gevaar voor lijfen leven.Gevaar voor elektrische schokken! Wanneer de waarschuwing wordt genegeerd,bestaat er gevaar voor lijf en leven door elektriciteit.Opgelet! Bij negeren van de waarschuwing bestaat er gevaar voor het milieu enhet apparaat.Aanwijzing/tip: Hier vindt u achtergrondinformatie en handige tips.Verwijzing naar aanvullende informatie in andere documenten.1.4 Voor wie is deze handleidingbestemd?Deze installatiehandleiding is bestemd voor de installateur die belast is met de uit-voering van de installatie.Toelichting bij deze handleiding6 EcoTherm Plus WGB 50-110 E 396535 02.11

2. VeiligheidGevaar. Let in ieder geval op de volgende veiligheidsinstructies. U brengt anderszichzelf en anderen in gevaar. 2. 1 Doelmatig gebruikDe condenserende gaswandketels van de reeks WGB zijn bruikbaar als warmtebe-reider in cv-installaties met warmwater volgens de norm EN12828. Ze voldoen aan de norm DIN EN 483 en 677. - type installatie B23, B33, C13, C33, C43, C53 en C83- Rookgasafvoergroep G 61- Land van bestemming BE: Categorie I2E(S)B en I3P2. 2 AlgemeneveiligheidsvoorschriftenGevaar. Levensgevaar. Bij de installatie van verwarmingssystemen bestaat het gevaar voor ernstig per-soonlijk letsel en zware schade aan het milieu en het materiaal. Daarom mogencv-installaties alleen door verwarmingsinstallateurs geplaatst worden. Gevaar voor elektrische schokken. Levensgevaar door spanningsvoerende compo-nenten.

De elektrische installatie en aansluitingen mogen slechts door een erkende elektri-cien uitgevoerd worden. Gevaar. Levensgevaar door onvakkundig gebruik van het verwarmingssysteem. - Dit apparaat is er niet voor bestemd om door personen (inclusief kinderen) metlichamelijke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrek aan ervaringen/of met gebrek aan kennis gebruikt te worden, tenzij zij onder toezicht staanvan een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of door deze persoongeïnstrueerd worden over het gebruik van het apparaat. - Kinderen moeten onder toezicht staan om veilig te stellen dat zij niet met hetapparaat spelen. Gevaar. Levensgevaar door modificaties aan het apparaat. Zelfondernomen modificaties en veranderingen aan het apparaat zijn niet toege-staan, omdat deze mensen in gevaar brengen en tot schade kunnen leiden.

2. 3 Voorschriften en normenDit toestel dient te worden geïnstalleerd conform de geldende regels, en mag en-kel worden gebruikt in een voldoende geventileerde ruimte.

o. vrijstellingsverordening)- ATV-toelichting M251 van de afwateringtechnische vereniging- Lokale wetgeving voor de behandeling van condenswater. 2. 4 Vloeibaar gas onder hetmaaiveldDe WGB voldoet aan de norm DIN EN 126 en DIN EN 298 en heeft daarom geenextra afsluitklep bij het gebruik met vloeibaar gas onder het maaiveld nodig. 2.

5 CE markeringDe CE markering betekent dat de condenserende gasketels in overeenstemmingzijn met de schikkingen en richtlijnen betreffende de gastoestellen 90/396/CEE, derichtlijn laagspanning 06/95 CE en de richtlijn 04/108/CE (elektromagnetischecompatibiliteit CEM) van de Raad voor de toenadering van de wetgevingen van delidstaten. Het naleven van beschermingseisen in overeenstemming met de richtlijn 04/108/CE is enkel in orde in het geval van een exploitatie van ketels in conformiteit methun bestemming. De voorwaarden betreffende de milieubescherming volgens EN 55014 moeten na-geleefd worden. Het gebruik is enkel toegelaten met een correct gemonteerde omkasting. De correcte elektrische aarding van het geheel moet door regelmatige controleverzekerd zijn (vb. jaarlijks onderhoud).

4. Voorbereiding van de installatie4. 1 VentilatieBij een lokaalluchtafhankelijke werking van de WGB moet de stookplaats van ven-tilatie worden voorzien volgens de geldende normen. De gebruiker moet ingelichtworden betreffende het feit dat deze ventilatieopeningen niet mogen afge-schermd worden en dat de aanvoer van de verbrandinglucht, boven op de WGB vrijmoet blijven. Zuivere verbrandingslucht. Opgelet. Gevaar voor beschadiging van het toestel. De ketel WGB mag enkel in een lokaal geplaatst worden waarvan de verbrandings-lucht zuiver is. Stuifmeel van bloemen of andere mogen niet langs de aanzuigope-ning van het toestel kunnen worden aangezogen. 4. 2 Anti-corrosiebeschermingOpgelet. Gevaar voor beschadiging van het apparaat. De verbrandingslucht moet vrij zijn van corrosieve bestanddelen, o. a. fluor- enchloordampen van oplosmiddelen, onderhoudsproducten, spuitbussen, enz.

Bij de aansluiting van de ketel op een vloerverwarmingkring met niet zuurstof-dichte kunststofbuizen, is het noodzakelijk warmtewisselaars te plaatsen om deinstallatiekringen te scheiden. Opmerking: Vermijd schade in verwarminstoepassingen door corrosie. 4. 3 Eisen aan hetverwarmingswaterMeer informatie over verwarmingswaterr- Het water mag geen vreemde voorwerpen zoals lasparels, roestdeeltjes, hamers-lag of slib bevatten. Bij de inbedrijfname moet zolang worden gespoeld tot erklaar water uit het toestel komt. Bij het spoelen van het toestel is het belangrijkdat de warmtewisselaar van de verwarmingsketel niet doorstroomd wordt, endat de thermostatische kranen gedemonteerd zijn en de ventielen maximaalopen staan. - Wanneer er additieven worden toegepast is het van belang om de gegevens vande fabrikant in acht te nemen.

Indien, in bijzondere gevallen, het noodzakelijk is tegelijkertijd meerdere produc-ten te gebruiken (bv. hardheidstabiliserende, antivries, luchtdichtende produc-ten) controleren of deze laatste onderling vereenigbaar zijn en of ze de pH-waar-de niet wijzigen.

^ Bij voorkeur producten van dezelfde fabrikant gebruiken. - Bij buffertanks in combinatie met zonne-energie-installaties of vaste brandstof-ketels moet de bufferinhoud bij de bepaling van de vulwaterhoeveelheid in aan-merking worden genomen. Diagram waterhardheidTer voorkoming van schade door ketelsteenvorming in de ketel dient Afb. 4 in achtte worden genomen. Voorbereiding van de installatie396535 02. 11 EcoTherm Plus WGB 50-110 E 17.

Afb. 4: Diagram waterhardheid WGB 70-110Omschrijving: Het model van ketel, de hardheidsgraad van het water en het watervolume van de installatiemoeten bekend zijn. Indien het volume zich boven de curve bevindt, is een gedeeltelijke verzachting van hetleidingwater of de toevoeging van hardheidsstabiliserende producten noodzakelijk.Voorbeeld:SGB 90; hardheidsgraad van het water 12°dH; 1000 l watervolume=> geen enkele toevoeging noodzakelijkEr werd rekening gehouden met een gebruikelijk navulvolume van de installatie. 4.4 Behandeling en bereidingvan verwarmingswaterVolume bepaling installatieDe totale volume inhoud van een verwarmingsinstallatie bestaat uit het installa-tievolume (= vulwater ) plus water voor drukverhoging. Bij de ketelspecifiekeBRÖTJE Diagramma wordt enkel rekening gehouden met het installatievolume ompraktische redenen.

OnthardingIn het algemeen mag gedemineraliseerd water steeds worden gebruikt maar incombinatie met een pH-waarde stabilisator. Volgende toestellen werden getesten toegelaten: - „Ontharder (VE) GENODEST Vario GDE 2000" van de Firma Grünbeck (www. gru-enbeck. de)- andere toestellen op aanvraagGedeeltelijke onthardingDe volgende producten zijn momenteel vrijgegeven door BRÖTJE:- Natrium-ionenwisselaar „Fillsoft“ van de firma Reflex (www. reflex. de)- "Heifisoft" van de firma Judo (www. judo-online. de)- "Verwarmingswaterontharding 3200“ van de firma Syr (www. syr. de)- "AQA therm" en "HBA 100" van de firma BWT Watertechniek (www. bwt. de)Met een versnijdingsarmatuur dient ervoor te worden gezorgd dat de min. on-tharding niet onder 6°dH ligt. Men dient in ieder geval de gegevens van de fabrikant in acht te nemen.

Verschillende fabricaten bevinden zich in de erkenningsfase en kunnen bij BRÖTJEworden opgevraagd. Opgelet. Wanneer er niet vrijgegeven middelen worden gebruikt, vervalt de garan-tie. AntivriesInzet van antivries bij BRÖTJE gascondensatieketels met aluminium warmtewisse-laar De antivriesvloeistof (Tyfocor L) voor zonnepanelen wordt ook gebruikt voor ver-warmingstoepassingen ( vb. vakantiehuis ) als vorstwerend middel. Het vriespuntligt bij een mengeling van (50 % Tyfocor L, 50 % Water) op - 32 °C. Door de geringe-re warmtecapaciteit en hogere viscositeit kunnen in de installatie geluiden optre-den. Voor de meeste installaties is een vorstbeveiliging van -32 °C niet noodzakelijk,normaal gesproken is dit -15 °C. Voor deze mengeling moet de antivriesvloeistofworden verdund met water in een verhouding 2:1. Deze mengeling is gecontro-leerd in combinatie met de gaswandketels van BRÖTJE.

Bij het gebruik van een antivriesmiddel zijn leidingen, radiatoren en gaswandke-tels beschermd tegen schade door vrieskou. Om de gaswandketel steeds bedrijfs-klaar te houden moet men er voor zorgen dat het stooklokaal vorstvrij blijft. Neemook maatregelen ter bescherming van de warm water boiler. De tabel bevat de verschillende hoeveelheden water en antivries die gemengdmoeten worden. Indien andere vriestemperaturen moeten worden bereikt kan eenindividuele berekening worden uitgevoerd. Voorbereiding van de installatie396535 02. 11 EcoTherm Plus WGB 50-110 E 19.

Watervolume vande installatie[l]Hoeveelheid Ty-focor L[l]Toevoeging water *)[l]Vorstbeveiligingtot[°C]50 33 17 -15100 67 33 -15150 100 50 -15200 133 67 -15250 167 83 -15300 200 100 -15500 333 167 -151000 667 333 -15*) Het water voor menging moet neutraal zijn (waterkwaliteit met max. 100 mg/kg Chloor) of gedemineralis-seerd water. De andere aanbevelingen van de fabricant zijn ook te respecteren. OnderhoudsinstructieIn het kader van het aanbevolen onderhoud van de ketel dient de hardheidsgraadvan het verwarmingswater te worden gecontroleerd en evt. de betreffende hoe-veelheid van het te gebruiken additief te worden nagevuld. 4. 5 Praktische richtlijnen voorverwarmingsinstallateurs1.

Met respect van het installatievolume ( vb bij gebruik van bufferboilers) bepa-len welke maatregelen nodig zijn voor het vulwater volgens VDI richtlijn 2035en volgens het productspecifieke Diagramma Waterhardheid van BRÖTJE. (zietabel volgens VDI 2035 Blad 1). Indien bij een deelontharding naar 6 °dH volgens het productspecifieke Dia-gramma Waterhardheid onvoldoende is, kan men aditieven toevoegen of gede-mineraliseerd water gebruiken ( met pH-waarde stabilisator). Bij een bestaande installatie is het aangeraden om een vuilafscheider of vuilfil-ter in de retourzijde van de ketel in te bouwen. De installatie moet grondig ge-spoeld worden. 2. Afhankelijk van de gebruikte materialen beslissen welke maatregelen geno-men moeten worden aditieven, ontharding of demineralisatie voor de specifie-ke installatie. 3. Vulling verklaren via een document bij de ketel.

Bij toepassing van aditieven ditduidelijk vermelden bij de ketel. Een volledige ontluchting op maximale be-drijfstemperatuur is noodzakelijk om luchtbellen en luchtophopingen te ver-mijden. 4. Na 8 tot 12 weken de pH-waarde controleren en documenteren. Een onder-houdscontract voorstellen en afsluiten. 5. Controleer en documenteer jaarlijks het drukverloop, pH-waarde en vulwatervan de installatie.

Tab. 5: zie tabel volgens VDI 2035 Blad 1. Totaal vermogenin kWTotale hardheid °dHafhankelijk van het specifieke installatievolume < 20 l/kW ≥ 20 l/kW en < 50l/kW ≥ 50 l/kW< 50 *) ≤ 16,8 ≤ 11,2 < 0,1150 - 200 ≤ 11,2 ≤ 8,4 < 0,11200 - 600 ≤ 8,4 ≤ 0,11 < 0,11>600 ≤ 0,11 < 0,11 < 0,11*) bij omloopverwarming (< 0,3 l/kW) en systemen met elektrische weerstanden4. 6 Werking in vochtige lokalenBij de levering en lokaalluchtonafhankelijk gebruikt, is de WGB conform met debeveiligingstype IPx 4D (Afb. 5). Indien de ketel in een vochtig lokaal geplaatst wordt, moeten de volgende regelsnageleefd worden:- een lokaalluchtonafhankelijke werking- Om het type beveiliging IPx4D te respecteren:- de omgevingsvoeler RGT niet in vochtige lokalen gebruiken. - alle toekomende en vertekkende elektrische kabels moeten in de kabelhalzenbevestigd worden.

De schroeven van de klemmen moeten volledig aange-spannen worden zodat er zich geen water in het bord kan infiltreren. 4. 7 Aanwijzingen betreffende deinstallatieruimteOpgelet. Gevaar door vochtschade. Bij de installatie van WGB moet men rekening houden met:Er op letten dat gedurende de installatie voorzorgsmaatregelen genomen wordenom waterschade te voorkomen, o. a. door lekken komende van de tapwaterreservo-ir. StookplaatsDe stookplaats moet droog zijn met een omgevingstemperatuur gelegen tussen 0°C en 45°C. Bij de keuze van de plaats zal een bijzondere aandacht besteed worden aan dedoorgang van het rookgasafvoersysteem. Aan de voorzijde van het apparaat moeter voldoende ruimte vrijgelaten worden voor het nazicht en het uitvoeren van hetonderhoud. Naast de algemee technische richtlijnen moet men ook rekening houden met delokale voorschriften.

Aan de voorzijde van het apparaat moet er voldoende ruimtevrijgelaten worden voor het nazicht en het uitvoeren van het onderhoud. Opgelet. Gevaar voor beschadiging van het apparaat. Agressieve stoffen in de aanzuiglucht kunnen de verwarmingsketel storen of be-schadigen.

Doorom is de installatie in lokalen met hoge luchtvochtigheid ( zie ook"werking in vochte ruimtes") en bij lokalen met veel stof enkelruimteluchtonafhankelijke werking toegelaten. Als de WGB ketel moet werken in lokalen met solventen, cloorbevattende reinin-gingsmiddelen, verf, lijm of andere gelijkaardige substanties, dan is enkel ruimte-luchtonafhankelijke werking toegelaten. Dit is in het bijzonder geldig voor ruimtenwaarin ammoniak en zijn componten of ook Nitrieten of Sulfide aanwezig zijn ofaanverwanten. Bij de installatie van de WGB onder deze omstandigheden moet men de norm DIN50929 (corrosie van metalen bij uitwendige corrosie) respecteren en ook het infor-matieblad i. 158; „Duits instituut voor koper“ na te leven. Voorbereiding van de installatie396535 02. 11 EcoTherm Plus WGB 50-110 E 21.

Opgelet! Gevaar voor beschadiging van het apparaat!Hou er reking mee dat agressieve atmosferen ook de externe ketelinstallatie kun-nen aantasten. Vooral in het bijzonder Aluminium-, messing- en koperinstallaties.Deze moeten volgens DIN 30672 met een kunstofmantel beschermd worden. Kra-nen, buisverbindingen en bochten moeten voldoen aan de klasse B en C.Geen enkele garantie zal worden toegekend indien de ketel schade oploopt dooreen ongeoorloofde installatie of door een slechte aansluiting van de luchtaanzuig-zijde van de ketel.4.8 AfstandenAfb. 5: Afstanden in badkamers resp.

douchesS c h u t z b e r e i c h 3 S c h u t z b e r e i c h 30 , 6 m2 , 4 m2 , 4 m0 , 6 mS c h u t z -b e r e i c h 2S c h u t z -b e r e i c h 2Bij de inbouw van de WGB in vochtige ruimtes in de woonomgeving dienen de beschermzones en minimumaf-standenconform VDE 0100, deel 701 in acht te worden genomen.De WGB voldoet aan de afdichtingsnorm IPx4D (beschermzone 2 of 1) conform VDE 0100, deel 701 en mag in debeschermzone 2 worden geïnstalleerd (zie ook bovenstaande aanwijzingen “Gebruik in natte ruimten”).In de beschermzone 2 mag de WGB alleen worden ingebouwd wanneer er niet met straalwater (bijv. massage-douches) rekening hoeft te worden gehouden. Voorbereiding van de installatie22 EcoTherm Plus WGB 50-110 E 396535 02.11

5. Installatie5. 1 Aansluiting van hetverwarmingscircuitDe aanvoer en de retour van de verwarmingskring op de ketel aansluiten met be-hulp van draadkoppelingen met platte afdichtingpakkingen. De aanvoer en de retour moeten van afsluitkranen voorzien zijn. Om hun plaatsingte vereenvoudigen zijn de optionele afsluitset ADH 1) beschikbaar. Tip: Verwarmingsfilter inbouwen. De montage van een filter in de retour is aanbevolen. Bij oude installaties moetmen de verwarmingskring zorgvuldig spoelen alvorens de ketel aan te sluiten. 5. 2 VeiligheidsklepBij gesloten verwarmingsinstallaties een expansievat monteren. Opgelet. De leiding tussen de ketel en de veiligheidsklep mag niet kunnen afges-loten worden. Het is er verboden pompen, kraanwerk of vernauwingen te plaatsen.

De uitlaatvan de veiligheidsklep moet zodanig voorzien zijn dat bij de werking van het veilig-heidsmembraan er geen drukverhoging kan ontstaan. De uitlaat mag niet in deopen lucht uitgeven. De uitlaat moet vrij en waargenomen kunnen worden. De af-laat van water uit de verwarmingskring moet zonder gevaar kunnen geëvacueerdworden. Opgelet. De uitlaat van de veiligheidsklep moet zodanig voorzien zijn dat bij de werking vanhet veiligheidsmembraan er geen drukverhoging kan ontstaan. De leiding magniet in de open lucht uitgeven. De uitlaat moet vrij en waargenomen kunnen wor-den. De aflaat van water uit de verwarmingskring moet zonder gevaar kunnen ge-ëvacueerd worden. 5. 3 CondenswaterEen rechtstreekse evacuatie van het condenswater in het huishoudelijk riolerings-net is slechts toegelaten, indien dit laatste gemaakt is materialen welke aan decorrosie weerstaan ( vb. PP leidingen en andere).

Indien dit niet het geval is, moeter een optioneel beschikbaar neutralisatiesysteem geplaatst worden. Het condenswater moet vrij uit in een trechter kunnen lopen. De installatie moetverplicht uitgerust zijn met een sifon tussen de trechter en de riolering. De con-denswaterafvoerslang van de WGB wordt in de sterfput gestoken.

Indien onderhet uitlaatniveau er geen afvoermogelijkheid bestaat, raden wij u de plaatsing vande optionele neutralisatiebak met afvoerpomp aan. Opgelet. Gevaar voor beschadiging van het apparaat. Alvorens de ketel in dienst te stellen, eerst de condenswateropvanger van de WGBmet water vullen. Dit gebeurt door, vóór de montage van rookgasafvoerpijp, derookgasafvoeraansluiting met 0,25 l water te vullen. 5. 4 Dichtheidstest en het vullenvan de installatie- De verwarmingskring langs de retour van de WGB vullen (zie Technische gege-vens). - De dichtheid controleren (maximale proefdruk van het water: 3 bar). 5. 5 UitlaatgasaansluitingBij het plaatsen van de uitlaatgasafvoerleiding moet er rekening mee gehoudenworden dat de condenserende gasketel WGB met uitlaatgastemperaturen lagerdan 120°C werkt (uitlaatgasafvoerbuizen van het type B).

totale lengte van de uitlaatgasaf-voerbuis[m] 3) 23 14 18 20max. aantal richtingswijzigingen zonder vermin-dering van de totale lengte 2)3) 21) Er zijn principieel niet meer dan 4 bochten 87° toegestaan. 2 bochten 45° komen daarbij overeen met 1 bocht 87°. Uitlaatgasleidingen moeten binnenshuis geplaatst worden in speciaal daarvoor voorziene verluchte kokers. De schachten moeten uit niet brandbare, vormvaste materialen bestaan en een vuurbestendigheidsduur van minstens 90 minuten, in woongebouwen metgeringe hoogte van minstens 30 minuten hebben. 2) incl. basisbouwset3) de max. mogelijke lengten moeten door de schoorsteenfabrikant worden aangegeven. Er moet een verbrandingstechnische vaststelling conform DIN 4705,deel 1 en 3 resp. een ontwerp conform LAS-goedkeuring plaatsvinden.

Gebruik van het uitlaatgasleidingsysteem KAS 110 en SAS 110Er zijn principieel niet meer dan 4 bochten 87° toegestaan. 2 bochten 45° komendaarbij overeen met 1 bocht 87°. Uitlaatgasleidingen moeten binnenshuis geplaatst worden in speciaal daarvoorvoorziene verluchte kokers.

- Bepalingen van de installatiehandleiding- De gasinstallatienormen NBN D 51 003 en NBN B 61 002- De lokaal geldende wetgevingOpgelet: Op grond van verschillende bepalingen en regionaal afwijkende toepas-sing (rookgasafvoer, reinigings- en controleopeningen enz. ) dient voor het beginvan de montage overleg te worden gepleegd met de ter zake bevoegde schoors-teenveger. Verontreinigde schoorstenenBij de verbranding van vaste of vloeibare brandstoffen ontstaan afzettingen en ve-rontreinigingen in het bijgevoegde rookgaskanaal. Dergelijke rookgaskanalen zijnzonder voorbehandeling niet geschikt voor de verzorging met verbrandingsluchtvan warmtegeneratoren. Indien de verbrandingslucht via een bestaande schoors-teen dient te worden aangezogen, dan moet dit rookgaskanaal door de bevoegdeschoorsteenveger worden gecontroleerd en evt. worden gereinigd. Mochtenbouwkundige gebreken (bijv.

oude, broze schoorsteenvoegen) het gebruik voor deverzorging met verbrandingslucht onmogelijk maken, dan dienen er passendemaatregelen te worden genomen zoals het verwijderen van de schoorsteen. Eenvervuiling van de verbrandingslucht met externe stoffen moet uitgesloten zijn. Alseen dienovereenkomstige sanering van het aanwezige rookgaskanaal niet moge-lijk is, kan de warmtegenerator aan een concentrische uitlaatgasleiding onafhan-kelijk van de ruimtelucht worden gebruikt. Als alternatief is een van de ruimte-lucht afhankelijke toepassing mogelijk. Een grondige reiniging door de bevoegdeschoorsteenveger moet ook in deze beide gevallen plaatsvinden. Eisen aan de kokersDe buizen van het rookgasafvoersysteem moeten binnenshuis geplaatst wordenin speciaal daarvoor voorziene verluchte kokers.

De kokers moeten gemaakt zijnuit niet brandbare materialen en tenminste 90 minuten vuurbestendig zijn of ten-minste 30 minuten in niet hoge gebouwen. Vuurweerstand van de kokers: 90 min. ,bij gebouwen met geringe bouwhoogte: 30 min. In de koker mag de rookgasafvoerbuis een bocht van 15° of 30° hebben.

BliksembeveiligingGevaar voor elektrische schokken. Levensgevaar door bliksem. De schoorsteenkopafdekking moet in een evt. aanwezige bliksembeveiligingsins-tallatie en in de equipotentiaalverbinding van het huis worden geïntegreerd. Deze werkzaamheden dienen door een erkend bliksembeveiligings- resp. elektrici-teitsbedrijf te worden uitgevoerd. 5. 8 Montage rookgassysteemPlaatsing met een hellingDe rookgasafvoerbuis moet met een helling naar de WGB toe hebben om dat hetcondenswater naar de centrale condenswateropvanger in de WGB zou kunnen af-lopen. De minimale helling bedraagt:- voor een horizontale rookgasafvoerbuis: minimaal. 3° (tenminstens 5,5 cm/m)- Buitenwanddoorvoer: minimaal. 1° (tenminstens 2,0 cm/m)HandschoenenOpgelet. Gevaar voor snijwonden. Bij het inkorten van buizen zal men handschoenen dragen. Installatie32 EcoTherm Plus WGB 50-110 E 396535 02. 11.

Inkorting van de buizenAl de buizen DN 60, DN 80 of DN 100 en al concentrische buizen DN 80/125 of DN100/150 kunnen ingekort worden. De afgezaagde uiteinden dienen zorgvuldigontbraamt te worden. Bij het inkorten van een concentrische buis, moet er ten-minsten een stuk van 6 cm lengte van de buitenbuis afgezaagd worden. De veer-ring voor het centreren van de binnenbuis vervalt.MontagevoorbereidingVoor de bevestiging van het steunrail in de tegenoverliggende wand van deschachtopening, ter hoogte van de openingsrand een boring(d=10 mm) opnemen. Vervolgens de tap van het steunrail tot aan de aanslag inhet boorgat slaan (zie Afb. 11).Afb. 11: Montage van de steunrail Invoeren in een kokerDe rookgasafvoerbuis wordt van boven in de koker neergelaten.

Hiervoor eentouw aan de steunvoet bevestigen en de buizen per sectie er van boven insteken.Opdat de componenten tijdens de montage niet uit elkaar glijden, moet het touwtot aan de definitieve montage van de uitlaatgasleiding onder spanning wordengehouden. Als er afstandshouders vereist zijn, moeten deze op het buistraject tenminste om de 2 m worden aangebracht.De afstandshouders haaks afkanten en vervolgens centrisch in de koker uitlijnen.De buizen en vormdelen dienen zo te worden ingebouwd dat de moffen tegen destromingsrichting in van het condenswater aangebracht zijn.Na het inbrengen van de buizen de steunvoet in het steunrail plaatsen en uitlijnen(in één lijn en zonder spanning).

Afb. 12: Invoeren in een koker In elkaar monteren van de elementenDe buizen en vormdelen moeten tot aan de bodem van de mof in elkaar wordengestoken. Tussen de afzonderlijke elementen mogen slechts de originele profiel-dichtingen van de bouwset resp. de originele reservedichtingen worden gebruikt.Voor het in elkaar steken moeten de dichtingen met de meegeleverde siliconen-pasta worden ingesmeerd. Bij het aanleggen van de leidingen dient erop te wor-den gelet dat de buizen in één lijn lopen en zonder spanning worden gemonteerd.Daardoor worden eventuele lekkende plekken aan de dichtingen voorkomen.Bij het vervangen nieuwe dichtingen gebruiken!Opgelet!

Minimumafmetingen van de schachtAfb. 13: Minimumafmetingen van de schacht SysteemBuiten-ØmofMin. binnenafmetingschachtD[mm]korte zijde A[mm]rond B[mm]KAS 60 (DN 60) enkelwandig 74 110 *)/115 110 *)/135KAS 80 (DN 80) enkelwandig 94 135 155KAS 80 (DN 125) concentr. 132 173 190KAS 80/3 (DN 110) enkelwandig 124 165 180KAS 110 128 170 190KAS 80 FLEX B (met Verbindings- ofcontroleluik)103 140 160KAS 80 FLEX B (zonder verbindings- ofcontroleluik)103 125 145*) enkel in lokaalluchtonafhankelijke werking Verluchting achterventilatie Bij van de ruimtelucht afhankelijke toepassing van de hoogrendement-gasbrandermet de KASen de LAA moet de schacht onder de uitlaatgasinvoer in de plaatsings-ruimte van een ventilatie van achter worden uitgevoerd.

De vrije diameter moetten minste Amin = 125 cm2 bedragen, een dienovereenkomstig toevoerrooster is alstoebehoren verkrijgbaar.Bij van de ruimtelucht onafhankelijke toepassing met de KAS mag de schacht geenopeningen hebben. Reinigings- en testopeningenn van in de schacht gemonteerdeelementen moeten bij gebruik van de hoogrerendement-gasbrander steeds geslo-ten zijn.Voor het aansluiten op door het bouwtoezicht goedgekeurde schoorstenen (af-hankelijke gebruikswijze) dient het KAS te worden toegepast in combinatie met deLAA .Reeds gebruikte schoorstenenIndien de schoorsteen reeds gebruikt werd met kolen- of stookolieketels en nu ge-bruikt wordt als doorgang voor een concentrisch rookgas afvoersysteem, moet de-ze schoorsteen vooraf zorgvuldig door een specialist gereinigd worden.Opmerking:Een concentrische uitlaatgasgeleiding, KAS 80 + K80 SKB, ook in de schacht, is ab-soluut noodzakelijk!

De gekozen luchtuitlaatgasschoorsteen moet een bouwrechtelijke goedkeuringvan de DIBt hebben wat betreft de geschiktheid voor het gebruik bij meervoudigebezetting. Diameter, hoogte en maximaal aantal apparaten dienen aan de ontwerpstabellenvan de vergunning te worden ontleend. BovendakhoogteDe voorschriften betreffende schoorstenen en de installatie rookgasafvoerbuizenzijn geldig voor de minimale hoogte boven het dak. 5. 10 Reinigings- entestopeningenOpgelet. Rookgasafvoer reinigen. Rookgasafvoer moeten kunnen worden gereinigd en ten aanzien van hun vrije dia-meter en dichtheid kunnen worden gecontroleerd. In de plaatsingsruimte van de WGB dient ten minste één reiningings - en controle-opening te worden aangebracht.

Rookgasafvoer in gebouwen die niet vanaf de uitmonding kunnen worden gecont-roleerd en gereinigd, moeten in het bovenste gedeelte van de rookgasafvoer of bo-ven het dak een extra reinigingsopening hebben. De rookgasafvoer aan de buitenwand moeten in het onderste gedeelte van derookgasafvoer ten minste één reinigingsopening hebben. Voor rookgasafvoer metbouwhoogten in het verticale gedeelte van < 15,00 m, met een rookgasafvoer inhet horizontale gedeelte van < 2,00 m en een maximaal leidingdiameter van 150mm met maximaal één bocht (behalve de bocht vlak aan de ketel en in de schacht)is één reinigings- en controleopening in de plaatsingsruimte van deWGB voldoen-de. De schachten voor de rookgasafvoer mogen geen openingen bevatten, met uitzon-dering van noodzakelijke reinigings- en controleopeningen alsmede openingenvoor het ventileren van de rookgasafvoerbuis.

Opmerking: Om de verbranding van de ketels niet te beïnvloeden, is in de rookgas-buis of schoorsteen een trekregelaar in te bouwen. 5. 11 GastoevoeraansluitingDe gastoevoeraansluiting mag enkel door een erkende installateur uitgevoerdworden. Voor de gasleiding en de afstellingen zijn de fabrieksafstellingen op hetketel- en het bijkomend kenplaatje van het toestel weergeven.

Deze moeten ver-geleken worden met deze van de plaatselijke gasmaatschappij. Voor het gaswandtoestel moet een goedgekeurde afsluitklep met brandpreven-tiesluitsysteem geïnstalleerd worden. Bij oude installaties kan de installateur eventueel beslissen een gasfilter te plaat-sen. De gasleiding dient uitgeblazen te worden. 5. 12 Dichtheid controlerenGevaar. Levensgevaar door gas. Voor de inbedrijfstelling dient de gehele gastoevoerleiding, met name de verbin-dingselementen, ten aanyien van dichtheid te worden gecontroleerd. De gasbranderarmatuur aan de gasbrander mag slechts met maximaal 100 mbarworden afgeperst. Ontluchting van de gasleidingVoor de eerste indienststelling moet de gasleiding ontlucht worden. Hiervoor demeetopening aan de ingang van de gasklep openen met inachtneming van de vei-ligheidsvoorschriften. Na de ontluchting controleren of de meetopening goeddicht is.

5.13 Fabrieksmatige instellingDe WGB is in de fabriek op nominale warmtebelasting ingesteld.-Gassoort E (aardgas E met Wobbe-index WoN = 15,0 kWh/m3De gasdrukregelaar van de gasarmatuur is verzegeld.Uitvoering met propaan gasOpmerking:Bij foutmelding „133” (zie foutcodetabel) kan de oorzaak gasgebrek zijn, de vloei-baar gas-tank dient daarom t.a.v. zijn inhoud te worden gecontroleerd. 5.14 AansluitdrukDe gasaansluitdruk moet binnen de grenzen van de volgende waarden gelegenzijn:-voor aardgas: 18 mbar - 25 mbar- bij propaan gas: 37 mbarDe aansluitdruk wordt gemeten op de gasmeetopening van de gasklep (Afb. 14).Gevaar! Levensgevaar door gas!Indien de gasaansluitdruk buiten deze grenzen ligt, mag het WGB niet in dienstgesteld worden!Voor informatie de gasmaatschappij verwittigen.

5.15 CO2-gehalteHet CO2 gehalte van de verbrandingsgassen moet gecontroleerd worden bij deeerste indienststelling, gedurende het onderhoud, of bij de installatie van hetrookgasafvoersysteem van de ketel.CO2-gehalte bij werking, zie Technische gegevens.Opgelet! Gevaar voor beschadiging van de Branders!Te hoge CO2 waarden kunnen een slechte verbranding tot gevolg hebben. (hogeCO waarden) en de brander beschadigen.Te lage CO2 waarden kunnen ontstekingsproblemen tot gevolg hebben.De in de fabriek ingestelde luchthoeveelheid mag niet worden veranderd.5.16 Omstellen van vloeibaargas op aardgas resp.omgekeerdGevaar! Levensgevaar door gas!De gassoort van de WGB mag uitsluitend door BAXI Belgium. De ombouwset vloei-baar gas van Brötje (toebehoren) is te gebruiken.Installatie396535 02.11 EcoTherm Plus WGB 50-110 E 37

5. 18 Functie regelaarstopDe instelling en controle van de CO2 waarden WGBwordt bedreven in de Regel-aarstopfunctie. 1. > 3 sKeteltemperatuurBedrijfstoestandtoets verwarmingsbedrijf ca. 3 s lang indrukken=> op het display wordt de melding Regelaarstopfunctie in weergegeven. 2. Wachten tot het display terug zijn basisgegevens weergeeft. 3. Infotoets indrukken=> Op de display verschijnt de melding regelaarstop streefwaarde instellen. Demodulatiegraad wordt weergegeven. 4. De toets OK indrukken= > De streefwaarde kan gewijzigd worden. 5. De toets OK indrukken=> De weergegeven streefwaarde wordt aldus door de regeling overgenomen. Opmerking: Men verlaat de functie regelaarstop door ongeveer 3 seconden op detoets Modus verwarming te drukken, bij het bereiken van de maximale keteltem-peratuur of door een tijdsbegrenzing.

Wanneer er een warmtevraag van een spiraalbuisreservoir is, wordt deze, wanneerde regelaarstop in functie is, verder bediend. 5. 19 Elektrische aansluiting(algemeen)Gevaar voor elektrische schokken. De elektrische installatie en aansluitingen mo-gen slechts door een erkende elektricien uitgevoerd worden. - Netspanning AC 230 V +6% -10%, 50 HzBij de installatie moeten de plaatselijke reglementering nageleefd worden. Bij de elektrische aansluiting moet de polariteit op die wijze gerespecteerd wordendat de fasen niet verward kunnen worden. In Duitsland kan de aansluiting meteen onverwisselbare stekker aangesloten worden of met een vaste aansluiting ge-beuren. In alle andere landen is een vaste aansluiting te voorzien. Voor de elektrische aansluiting van de ketel is de geleverde kabel te gebruiken ofkabels van de types H05VV-F 3 x 1 mm2 of 3 x 1,5 mm2 mm te gebruiken.

Lengte van de kabelsBus- en Voelerkabels zijn laagspanningsgeleiders. Ze mogen niet, wegens even-tuele perturbatiesignalen parallel met de netspanninggeleiders geplaatst worden.In het tegenover gestelde geval moet men beschermde kabels gebruiken.Toegelaten lengte voor alle voelers:-Koperen geleider tot 20m: 0,8 mm2-Koperen geleider tot 80m: 1 mm2-Koperen geleider tot 120m: 1,5 mm2Type kabels: bv. LIYY of LiYCY 2 x 0,8TrekontlastingenAlle elektrische kabels moeten door de kabelhalzen achteraan op het toestel en opde klemmenstrook bevestigd worden. Daarbij moeten de kabels, conform met hetbedradingschema, in de kabelhalzen bevestigd worden (Afb. 15).Afb.

15: Kabelhalzen 12 3 4C0000654 Type beveiliging IPx4DHet is om aan de beschermingsgraad IPX4D en de dichtheid eisen van de luchtka-mer te voldoen dat de klemschroeven volledig moeten aangespannen zijn om eenperfecte dichtheid van de kabels te verzekeren.PompenDe toegelaten spanning per pompuitgang bedraagt IN max = 1A.Bescherming van de toestellenZekeringen in de aanstuur- en regeleenheid: - F1 - T 6,3 H 250 ; NetAansluiten van de voelers en componentenGevaar voor elektrische schokken! Levensgevaar door onvakkundig werk!Het schakelschema respecteren! De accessoires volgens de bijgevoegde handlei-dingen monteren en aansluiten. Op het net aansluiten. De aarding controleren. Buitentemperatuurvoeler (leveringsomvang)De buitentemperatuurvoeler wordt standaard bij het toestel bijgeleverd.

taansluitingkabel, slechts kabels van het type H05VV-F 3 x 1 mm2 of 3 x 1,5 mm2gebruiken.Aanrakingsbescherming en type beveiliging IPx4DNa het openen van de WGB, moet de mantel herbevestigd worden met de over-eenstemmende schroeven de bescherming tegen ongelegen aanrakingen en deIPx4D beveiliging te verzekeren.Installatie396535 02.11 EcoTherm Plus WGB 50-110 E 41

6. InbedrijfsnameGevaar! Levensgevaar door onvakkundig werk!De eerste indienststelling moet toevertrouwd worden aan een erkende cv-installa-teur! De installateur controleert de dichtheid van de leidingen, de goede werkingvan alle regelingen en veiligheidscomponenten en meet de verbrandingswaarde.Bij een onvakkundige uitvoering is er een groot risico voor schade aan personen,het milieu en het materiaal! 6.1 Inbedrijfsname-menuBij de eerste inbedrijfsname verschijnt eenmalig het inbedrijfsname-menu. 1.Taal kiezen en met OK-toets bevestigen. 2. Jaar kiezen en bevestigen.3. Datum instellen en bevestigen.4. Tijd instellen en bevestigen.5. Met OK-toets afsluiten.Opmerking: Wordt tijdens de invoer het inbedrijfsname-menu met de ESC-toetsafgebroken, dan verschijnt het menu opnieuw wanneer het apparaat weer inge-schakeld wordt.6.2 InschakelenGevaar! Risico voor brandwonden!

4. Het bedieningspaneel openen en het toestel starten met behulp van de aan/uitschakelaar op het bedieningsbord5.KeteltemperatuurMet behulp van de verwarmingsbedrijftoets op de regeling de bedrijfsmodusAutomatisch bedrijf Auto kiezen6.Met behulp van de draaiknop op de bedieningsregeling, de gewenste omge-vingstemperatuur instellen6.3 Temperaturen voor hetverwarming en tapwaterBij de instelling van de temperaturen voor het verwarmingswater en het tapwater,moeten de indicaties van de paragraaf Programmering nageleefd worden. Voor de sanitair warmwaterbereiding is een instelling tussen 50 en 60°C aanbev-olen.Opmerking: De tijden voor het drinkwater worden in het tijdsprogramma 4 / TWWingesteld.

Om comfortredenen dient het begin van de drinkwaterverwarming ca.1 uur voor het begin van het verwarmen te liggen!6.4 Individueel tijdsprogrammaMet de standaardinstellingen kan het gasapparaat zonder verdere instellingen ingebruik worden genomen. Voor het instellen bijv. van een individueel tijdsprogramma dient de paragraafTijdprogramma's in Programmering te worden geraadpleegd.6.5 Programmering vannoodzakelijke parametersNormaalgesproken hoeven de parameters van de regeling niet te worden veran-derd (toepassingsvoorbeeld). Alleen datum/kloktijd en evt. de tijdsprogramma´sdienen te worden ingesteld.Opmerking: De instelling van de parameters wordt in het hoofdstuk Programm-ering beschreven.Inbedrijfsname396535 02.11 EcoTherm Plus WGB 50-110 E 43

6.6 Noodbedrijf (handmatigbedrijf)Instelling van een noodbedrijf van de verwarmingsinstallatie:• De toets OK indrukken• Menu-item onderhoud/service selecteren• Functie handmatig bedrijf (prog.-nr. 7140) op "aan" selecterenVerwarmingskringpompen zijn ingeschakeld en de menger is op handmatig be-drijf gezet.De instelwaarde voor het handmatig bedrijf kan terwijl het handmatig bedrijf in-geschakeld is als volgt worden ingesteld:• Info-toets indrukken• Met OK bevestigen• Instelwaarde met draaiknop instellen• Instelling met OK bevestigenZie ook de paragraaf verklaringen van het instelpaneel.6.7 Instructies voor de gebruikerInstructieDe gebruiker moet geïnformeerd worden over de bediening van de verwarming ende functie van de veiligheidsapparatuur.

Zijn bijzondere aandacht zal op de vol-gende punten gevestigd worden:- Dat hij de ventilatiemonden niet mag afsluiten;- Dat de aansluitmof voor de rookgasafvoer boven aan het toestel steeds bereik-baar moet zijn voor het onderhoud;- Dat hij geen ontvlambare materialen of vloeistoffen in de omgeving van de ketelmag opslaan;- dat hijzelf de volgende punten moet controleren:- de waterdruk op de manometer;- de controle van de goede afvoer van de trechter van de veiligheidsklep;- de inspectie en het jaarlijks onderhoud mogen slechts door een installateur uit-gevoerd worden.Documenten- Aanleboek met checklist van de eerste inbedrijfsname met bevestiging enrechtsgeldige handtekening aan de gebruiker: Er worden alleen volgens de be-treffende norm geteste en gekenmerkte componenten gebruikt. Alle componen-ten werden gemonteerd conform opgave van de fabrikant.

Functiecontrole:Met de modustoets verwarmingsbedrijf kunnen debedrijfskeuzes gewijzigd worden. De gekozen instel-ling wordt weergegeven door een streep onder demodussymbool. Verwarmingsbedrijf 21. Tapwaterbedrijf 22. Programmeren:Datum / tijd 23. Comfortstreefwaarde verwarmingscircuit 1/2 °C. 24. Nominale streefwaarde tapwater °C. 25. Automatisch dagtijdprogramma Klok. 26. Verwarmingscurve gecontroleerd. 27. Dichtheid van de uitlaatgasinstallatie in bedrijf gecontroleerd (bijv. CO2-me-ting in de ringspleet). 28. Gebruiker geïnstrueerd. 29. Documenten overhandigd. Er worden alleen volgens de betreffende norm geteste en gekenmerkte compo-nenten gebruikt. Alle installatiecomponenten werden volgens de gegevens van defabrikant ingebouwd. De totale installatie is conform de norm.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Brotje EcoTherm Plus WGB 50 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden