Brandt WFH 1475 D Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Brandt WFH 1475 D (44 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen. Heb je een vraag over Brandt WFH 1475 D of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Brandt |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | WFH 1475 D |
Handleiding Brandt WFH 1475 D – volledige tekst
1HWij verzoeken u eerst deze handleiding te lezen. Geachte klant, Met de aanschaf van dit toestel, heeft u gekozen voor moderne wastechniek, ho-ge kwaliteit, lange levensduur, grote be-drijfszekerheid en optimaal bedienings-comfort. • Controleert u eerst of de machine in onbeschadigde toestand werd gele-verd. • Meld eventuele transportschade on-middellijk bij uw leverancier resp. uw verkooppunt en neem de machine niet in gebruik. Deze handleiding… …is bedoeld om u te helpen de machine snel en veilig te leren bedienen. • Lees deze handleiding voor u de ma-chine installeert en in gebruikt neemt. • Volg steeds de veiligheidsaanwijzin-gen. • Bewaar de handleiding voor later ge-bruik. • Geef deze handleiding door aan een eventuele nieuwe eigenaar van de ma-chine. Verklaring van de symbolen In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt: BWaarschuwing voor elektrische span-ning.
Levensgevaar. AWaarschuwing voor andere materiële of persoonlijke schade. 3Belangrijke informatie of nuttige tip. INHOUD Overzicht van de machine. 2Veiligheid voor alles. 3Verwijdering. 3Installatie. 4Transportbeveiligingen verwijderen. 4De juiste installatieplaats. 4Deurrichting wijzigen. 4Onderbouw. 4Machine waterpas stellen. 5Watertoevoer aansluiten. 5Waterafvoer aansluiten. 5Elektrische aansluiting. 6De eerste wasbeurt. 6Wasvoorbereidingen. 7Wasgoed sorteren. 7Wasgoed voorbereiden. 7De juiste lading. 8De deur. 8Wasmiddelen en wasverzachters. 8De wasmiddellade. 8Hulpmiddelen voor het doseren van wasmiddel. 8Vloeibare wasmiddelen. 8Keuze van het wasmiddel. 8Dosering van het wasmiddel. 8Wasverzachter. 9Stijfsel. 9Programma's. 9De programmakeuzeschakelaar. 9Hoofdprogramma's. 9Speciale programma's. 10Extra functies. 10De knoppen. 10Voorwas. 10Intensief. 10Extra Spoelen. 10Kort.
3HVeiligheid voor alles Volgt u absoluut de volgende aanwijzin-gen, anders loopt u kans op persoonlijk letsel of materi le schade en vervalt elke ëgarantie en aansprakelijkheid. Gebruik •Deze machine mag alleen worden ge-bruikt voor het wassen, spoelen en centrifugeren van textiel dat geschikt is om te worden gewassen in de was-machine. •Gebruik alleen was- en verzorgings-middelen die geschikt zijn voor de wasmachine. •Volg absoluut de verzorgingsaanwij-zingen op de kledingstukken en de aanwijzingen van de wasmiddelfabri-kant. Veiligheidsaanwijzingen •De machine mag alleen worden aan-gesloten op een deskundig ge nstal-ïleerde en geaarde contactdoos, die beveiligd is met een zekering van de juiste capaciteit. BDe watertoevoerslang met Aquastop „PLUS (afhankelijk van het model) be-“vat delen die onder spanning staan. Toevoerslang en Aquastop PLUS „ “niet beschadigen. Elektrocutiegevaar.
•De toe- en afvoerslangen moeten steeds goed bevestigd en in onberis-pelijke staat zijn. AEen wastafel resp. badkuip waarin de afvoerslang geplaatst is mag niet wor-den gebruikt terwijl de wasmachine loopt. Verbrandingsgevaar bij hoge wastemperaturen. ARaak de glazen deur niet aan als u op hoge temperaturen wast. Verbran-dingsgevaar door hete delen. AOpen nooit de glazen deur en verwij-der de opvangfilter niet als er nog wa-ter in de trommel staat. Overstro-mings- en eventueel verbrandingsgevaar door heet sop. •Houd kinderen uit de buurt van de machine. Elektrische toestellen zijn geen speelgoed. AGebruik deze machine in geen geval om kleren chemisch te reinigen. Brand- en explosiegevaar. •Spoel voorbehandelde kledingstukken (wasbenzine, vlekkenverwijderaar e. d. ) voor het wassen met zuiver water. BSpuit de machine nooit schoon met een waterslang. Elektrocutiegevaar.
BGebruik de machine niet als de stroomkabel of de stekker defect zijn of de machine op een andere manier beschadigd is. Elektrocutiegevaar. •In geval van een storing die niet kan worden verholpen aan de hand van de aanwijzingen in deze handleiding: Schakel de machine uit, trek de stek-ker uit de wandcontactdoos, draai de waterkraan dicht en neem contact op met onze servicedienst. BProbeer de machine nooit zelf te repa-reren. Daardoor kunt u uw eigen leven en het leven van andere personen in gevaar brengen. Alleen bevoegde en geschoolde elek-tromonteurs, zoals onze servicedienst, mogen de machine repareren. Verwijdering Waarheen met de verpakking. De verpakking bestaat uit recycleerbaar materiaal. •Sorteer de verpakking naar materiaal-soort: –piepschuim en folie gaan naar een inzamelpunt voor afvalstoffen; –houten latten naar het grof huisvuil.
4H•Vraag uw handelaar of de plaatselijke vuilnisophaaldienst hoe u uw oude machine het best kunt verwijderen. AVoor u de machine bij het grof huisvuil plaatst, snijdt u de stroomkabel af en maakt u het deurslot onbruikbaar, zo-dat de machine geen gevaar kan ople-veren voor kinderen. Installatie Transportbeveiligingen verwijderen AVoor u de machine in gebruikt neemt, moet u absoluut de transportbeveili-gingen verwijderen. Anders wordt de machine tijdens het gebruik bescha-digd. Vereist gereedschap: Ring- of dopsleutel van 13 mm. 1. Draai met de sleutel de drie schroeven A los tot deze vrij kunnen draaien. 2. Duw de schroeven opzij en trek ze Asamen met de afstandsbusjes naar bui-ten; verwijder de stang (indien aan-Bwezig). 3. Plaats de drie afdekkappen (uit het Czakje met onderdelen) op de openin-ABA AA Cgen in het achterpaneel en duw ze met behulp van een stuk gereedschap (bijv.
een schroevendraaier) naar bin-nen. Bewaar de transportbeveiligingen. •Als de machine later wordt getrans-porteerd (bijv. verhuis), moeten de transportbeveiligingen absoluut op-nieuw worden aangebracht. ATransporteer de machine nooit zonder de transportbeveiligingen. De juiste installatieplaats Installeer de machine op een stabiele, vlak-ke plaats in een vorstvrije ruimte. AAls er vorstgevaar bestaat, moet u ab-soluut het resterende water aftappen (zie Reiniging en verzorging ). „ “ADe vloer moet voldoende draagver-mogen hebben. Als u bijv. de wasmachine en een droogautomaat op elkaar plaatst, kan deze combinatie in beladen toestand een totaal gewicht van 160 kg heb-ben. 3Installatie op een sokkel: Een sokkel (voetstuk) om de machi-–ne hoger te plaatsen is verkrijgbaar –bij onze afdeling onderdelen onder ar-tikelnr. 99X4002. Belangrijk: •Plaats de machine niet op de stroom-kabel.
Deurrichting wijzigen Als u wilt dat de deur naar de andere kant opengaat, kunt u de openingsrichting door onze servicedienst laten wijzigen. Onderbouw De machine kan onder een werkblad wor-den ge nstalleerd. Voor de onderbouwinst-ïallatie is een afdekplaat nodig (artikelnr. 51X0096 bij onze afdeling onderdelen).
5HADe onderbouwinstallatie mag alleen worden uitgevoerd door bevoegde monteurs. Bovendien bevelen wij aan onder de voet-jes twee glijplaten aan te brengen. Machine waterpas stellen Vereist gereedschap: Steeksleutel van 17 mm, waterpas. 1. Draai met de sleutel de borgmoeren van de voetjes los. 2. Stel de voetjes in tot de machine wa-terpas staat en niet meer wiebelt. 3. Belangrijk: draai met de sleutel alle borgmoeren opnieuw vast. Watertoevoer aansluiten De machine kan worden aangesloten op waterkranen met 3/4" B. S. P. -schroefdraad. Belangrijk: •Houd rekening met de toegestane wa-terdruk (zie Technische gegevens ). „ “Als de waterdruk hoger is, moet u een drukregelventiel monteren. •Sluit de machine niet aan op een gei-ser of een drukloze boiler omdat de waterdruk dan niet toereikend is. •Slangverlengstukken zijn verkrijgbaar bij onze afdeling onderdelen.
Gebruik geen zelfgemaakte verlengstukken met klemmen e. d. •Gebruik alleen de meegeleverde nieu-we slangen, geen nog aanwezige ou-de exemplaren. •Plaats de slang zonder knikken. Vereist gereedschap: geen. (Geen buistang gebruiken. ) 1. Als de toevoerslang nog niet gemon-teerd is, schroeft u het gebogen uit-einde met de hand stevig in het ach-terpaneel van de machine. 2. Het andere uiteinde van de toevoer-slang schroeft u met de hand stevig aan de waterkraan. 3De „ “ „ “Aquastop resp. Aquastop PLUS (afhankelijk van het model) sluit de watertoevoer af als er een lek mocht optreden. 3. Draai de waterkraan helemaal open en controleer of de aansluitingen lekvrij zijn; draai de waterkraan opnieuw dicht. Indien nodig sluiting en koppe-ling corrigeren. Waterafvoer aansluiten U kunt de afvoerleiding aan de rand van een was- resp. afwasbak aanbrengen of –vast aan een afvoerpijp (sifon) aansluiten.
Belangrijk: •Plaats de slang niet meer dan 100 cm boven de vloer, anders kan de machi-ne het sop niet meer wegpompen. •Het water moet ongehinderd kunnen weglopen.
6H•Gebruik alleen de meegeleverde nieu-we slangen, geen nog aanwezige oude exemplaren. •Plaats de slang zonder knikken. Bevestiging van de slanghouder: 1. Trek de meegeleverde slanghouder op het uiteinde van de slang. 2. De afvoerslang met de slanghouder over de bak- of badrand hangen en te-gen wegglijden beveiligen bv met –een ketting aan de waterkraan bevesti-gen. Vaste aansluiting aan een sifon: ADe aansluiting dient door een sanitaire vakman te worden uitgevoerd, om een wegglijden van de slang te voor-komen. Gevaar van overstroming. •De meegeleverde rubberen slang tus-sen afvoerslang en sifon bevestigen en met twee slangklemmen beveiligen. Slangklemmen zijn in de vakhandel verkrijgbaar. Elektrische aansluiting Sluit de machine aan op een deskundig geïnstalleerde en geaarde contactdoos, die beveiligd is met een zekering van de juiste capaciteit.
Belangrijk: •De aansluiting moet beantwoorden aan de voorschriften in uw land en van het plaatselijke energiebedrijf. afhankelijk van het model•De netstekker moet na de installatie vrij toegankelijk zijn. •Bij een vaste aansluiting moet een hoofdschakelaar met een contactaf-stand van tenminste 3 mm worden gebruikt. •De spanning en het zekeringstype zijn vermeld op het typeplaatje op het achterpaneel. 3Noteer het op het typeplaatje vermel-de model serienummer en het van de machine voor eventuele aanvragen aan onze servicedienst. •De aangegeven spanning moet over-eenstemmen met uw netspanning. •De machine mag niet worden aange-sloten met behulp van verlengkabels of stekkerdozen. •Als u de machine aansluit op het stroomnet, moet de programmakeu-zeschakelaar op Stop staan. » «BAls de stroomkabel beschadigd is, moet deze door een erkend elektro-monteur worden vervangen.
De machine mag niet worden ge-bruikt totdat deze gerepareerd is. Elek-trocutiegevaar. De eerste wasbeurt 3Zie het hoofdstuk Problemen en sto-„ringen als u een signaal hoort of de “machine niet kan worden ingescha-keld.
•Zodra de machine is aangesloten, stelt u de tijd in, zie Tijd instellen. „ “Om eventueel achtergebleven testwater weg te spoelen, moet de eerste wasbeurt worden uitgevoerd zonder wasgoed. 1. Draai de waterkraan helemaal open. Controleer of de slangen vastzitten. 2. Controleer of de trommel helemaal leeg is; sluit de deur. 3. Doe een kleine hoeveelheid wasmid-del in vakje ; sluit de wasmiddellade. II4. Draai de programmakeuzeschakelaar op Witte/Bonte Was 60 C. Het » ° «maximale centrifugeertoerental moet ingesteld zijn druk evt. op de knop –» «Centrifugeren. 5. Druk op de knop Start/Pauze» «.
7HAIndien u vreemde geluiden hoort of water uit de machine loopt: draai de programmakeuzeschakelaar op »Stop , «sluit de waterkraan. Controleer of alle transportbeveiligingen verwijderd en de slangen correct aangesloten zijn. Na be indiging van het programma: ë3Zodra het indicatielampje Deur » « dooft, kan de deur worden ge-opend. 1. Draai de programmakeuzeschakelaar op Stop. » «2. Draai de waterkraan dicht. 3. Laat de deur en de wasmiddellade open zodat deze kunnen drogen. Wasvoorbereidingen Wasgoed sorteren •Sorteer het wasgoed volgens materi-aal, kleur, mate van vervuiling en toe-gestane wastemperatuur. ALet steeds op labels in de kledingstuk-ken. •Witte en bonte was niet samen was-sen. Nieuwe donkere kledingstukken geven sterk af.
Wasprogramma's en verzorgingssymbolen Witte was / Bonte was: katoen, linnen Kreukherstellend: synthetische stoffen (polyester, polyamide); gemengde stoffen (met katoen) Fijne was: gevoelige stoffen (viscose, zijde e. d. ); gordijnen Wol: alleen met wollabel en gemerkt met „machinewas“ machine-wasHandwas: Niet wassen: koudWasgoed voorbereiden AWasgoed met metalen delen (BH's met vormbeugels, ceinturen, metalen knopen, enz. ) wordt de machine be-schadigd. Verwijder metalen delen of steek het wasgoed in een wasgoedzak of iets dergelijks. •Maak de zakken leeg, verwijder alle vreemde voorwerpen (munten, pen-nen, paper clips). Kleine stukken was-goed (babysokjes, panty's) steekt u in een wasgoedzak of iets dergelijks. •Gordijnen moeten extra voorzichtig worden behandeld. Verwijder niet-roestvrije runners of losse loodveters.
Steek runners die niet kunnen worden verwijderd in een wasgoedzak of iets dergelijks. •Sluit ritssluitingen, naai losse knopen vast en herstel losse naden en scheur-tjes. •Was alleen wollen kledingstukken die gemerkt zijn met geschikt voor de „wasmachine of handwas , en uit-“ „ “sluitend met het passende program-ma.
•Nieuwe bonte kledingstukken moe-ten afzonderlijk worden gewassen daar deze sterk kunnen afgeven. •Sterk vervuilde kledingstukken moeten voor het wassen worden behandeld. In geval van twijfel raadpleegt u een drogist of een wasserette. •Gebruik alleen kleur- resp. ontkleur-middelen en ontkalker die geschikt zijn voor de wasmachine. Volg de aan-wijzingen op de verpakking.
8HDe juiste lading •De maximale lading is afhankelijk van het soort wasgoed, de mate van vervui-ling en het gewenste wasprogramma. AVolg de aanwijzingen in de Program-„matabel. “Een te volle trommel heeft een nega-tieve invloed op het wasresultaat. 3Probeer steeds de maximale lading te benutten. De deur 3Terwijl het wasprogramma loopt, is de deur vergrendeld; het indicatielampje » «Deur brandt. Zodra het indicatielampje »Deur« dooft, kan de deur worden geopend. •Druk op de deuropener boven de deur om deze te openen. •Leg het wasgoed losjes in de trommel; voeg evt. wasmiddel (in wasmiddel-zakje of doseerballetje) toe. •Duw de deur goed dicht tot u het slot hoort vastklikken. Zorg ervoor dat er geen kledingstukken geklemd zitten.
Wasmiddelen en wasver-zachters De wasmiddellade De wasmiddellade bestaat uit drie vakjes: Vakje I voor voorwas Vakje voor de hoofdwas of stijfsel II(opgelost poederstijfsel) Vakje voor wasverzachter of stijfsel III(vloeibaar stijfsel) •Doe het wasmiddel en de wasverzach-ter altijd voor de programmastart in de machine. AOpen de wasmiddellade nooit terwijl er een wasprogramma loopt. Hulpmiddelen voor het doseren van wasmiddel Met wasmiddelzakjes of doseerballetjes kunt u het wasmiddel ook rechtstreeks in de trommel leggen. 3Dit is natuurlijk alleen mogelijk bij pro-gramma's zonder voorwas. Vloeibare wasmiddelen Houd bij het gebruik van vloeibare of gel-vormige wasmiddelen rekening met het volgende. •Gebruik geen vloeibaar wasmiddel als u gebruikt wilt maken van de functie „ “uitgestelde start. •Gebruik vloeibare wasmiddelen nietvoor de voorwas, alleen voor de hoofdwas.
AAls vloeibaar wasmiddel gebruikt bij „ “uitgestelde start of voorwas, kunnen er vlekken ontstaan op uw wasgoed. •Gebruik het doseerschepje van de wasmiddelfabrikant en volg de aanwij-zingen op de verpakking. Keuze van het wasmiddel De keuze van het wasmiddel is afhankelijk van het soort wasgoed, de kleur en de ge-wenste wastemperatuur.
•Gebruik een normaal wasmiddel voor witte/bonte was van 60 tot 95 C, an-°ders bij voorkeur een color- of een fijn-wasmiddel. •Wol mag alleen met een wolwasmid-del worden gewassen. •Wasmiddelen volgens het modulaire principe maken een individuele toe-voeging van bleekmiddel en onthar-der mogelijk. •Gebruik alleen wasmiddelen die ge-schikt zijn voor wasmachines. Dosering van het wasmiddel De hoeveelheid wasmiddel is afhankelijk van de hoeveelheid wasgoed, de mate van vervuiling en de waterhardheid.
9H3Informeer bij uw waterleidingsmaat-schappij naar de hardheid van het wa-ter in uw woonplaats. •Volg bij de dosering de aanwijzingen op de verpakking. •Bij een kleine hoeveelheid wasgoed of lichte vervuiling kunt u minder was-middel gebruiken. AGeconcentreerde compactwasmidde-len moeten zeer precies worden gedo-seerd. Te veel wasmiddel veroorzaakt: sterke schuimvorming, slechte was- en spoelresultaten, sterke belasting van het milieu. Te weinig wasmiddel veroorzaakt: wasgoed dat er grauw uitziet, kalkaf-zettingen in de machine. Wasverzachter Wasverzachter doet u in vakje van de IIIwasmiddellade. •Volg bij de dosering de aanwijzingen op de verpakking. •Vul niet verder dan de rode markering. •Dikke wasverzachter moet u eerst met water verdunnen. 3Als u het wasgoed in een droger of buiten droogt, hoeft u geen wasver-zachter te gebruiken.
Stijfsel •Vloeibaar stijfsel en afwerkmiddel doet u net als wasverzachter (zie hierboven) in vakje. III•Poedervormig stijfsel moet u mengen zoals beschreven op de verpakking, daarna doet u het vakje. II3Gebruik nooit wasverzachter en stijfsel tijdens n wasbeurt. éé•Veeg de trommel schoon nadat u met stijfsel heeft gewassen. Waterhardheidsniveaus1234zachtmiddelhardhardzeer hard0…1,31,3 2,5…2,5 3,8…> 3,80… 77…1414 21…> 21m mol/l dH°Programma's De programmakeuzeschakelaar De programmakeuzeschakelaar kan naar links of naar rechts worden gedraaid. 3Met de programmakeuzeschakelaar kiest begint u het programma; het echter pas zodra u op de knop Start/»Pauze« drukt. Een overzicht van de programma's vindt u in de Programmatabel.
„ “Hoofdprogramma's Afhankelijk van het soort wasgoed zijn de volgende hoofdprogramma's beschikbaar: •Witte/Bonte Was •Kreukherstellend •Fijne Was •Wol / Handwas Elk van deze hoofdprogramma's bestaat uit een volledig wasproces wassen, spoe-–len en evt. centrifugeren.
AKies steeds het programma dat ge-schikt is voor het soort textiel, de kleur van het wasgoed, de mate van vervui-ling en de toegestane watertempera-tuur. Let op labels in de kledingstukken. Bij elk hoofdprogramma kunt u verschil-lende temperaturen instellen. 3Stel de temperatuur niet hoger in dan absoluut nodig. Hoge temperatuur betekent een hoog stroomverbruik. 95 C˚50˚40˚40˚60˚30˚40˚30˚60˚50˚40˚30˚30˚StopKoudBlancCouleurSynthétiqueLaineDélicatWitte-BonteWasKreukherstellendWolFijneWas.
10HSpeciale programma's Voor bepaalde toepassingen heeft u de keuze tussen de volgende speciale pro-gramma's: •Spoelen Dit gebruikt u ook voor het stijven. •Centrifugeren/Pompen Dit programma centrifugeert het was-goed met het maximale toerental. AVoor teer wasgoed moet u een lager toerental instellen. Dit programma kunt u ook gebruiken als de machine gestopt is voor een spoelstop en u water wilt wegpompen (zie Spoelstop ). „ “•FLASH 30' Dit programma gebruikt u bijv. om kleine hoeveelheden katoen/gemeng-de stoffen even snel wilt wassen. Extra functies De knoppen 3Afhankelijk van het gekozen program-ma (zie Programmatabel ) kunnen „ “bepaalde extra functies worden inge-schakeld met een druk op de knop. •De gewenste knoppen moeten voor het begin van het programma worden ingedrukt. •Zinloze combinaties zijn geblokkeerd; in dat geval hoort u een signaal.
VoorwasPrélavageIntensifIntensiefExtra SpoelenRinçage PlusRapideKortInwekenTrempage BioSpoelstopArrêt Cuve PleineVoorwas Met deze knop schakelt u een voorwaspro-gramma in; het programma wordt uitge-voerd op 40 C graden. °•Een voorwas is alleen zinvol als het wasgoed sterk vervuild is. Zonder voorwas spaart u energie, wa-ter, wasmiddel en tijd. –Intensief Deze knop verlengt de hoofdwas. Het was-middel kan intensiever inwerken waardoor u op een lagere temperatuur kunt wassen – zo kunt u wel 35% energie besparen. •Normaal vervuild wasgoed wast u met deze knop op 60 C i. p. v. op 95 C. ° °•Normaal vervuild kreukherstellend wasgoed wast u met deze knop op 40 C i. p. v. op 60 C. ° °Extra Spoelen Met deze knop voegt u een extra spoel-beurt toe aan het programma. •Gebruik deze knop alleen als u bijv. gevoelig bent voor wasmiddelresten. Het hogere waterverbruik belast het milieu en uw portemonnee.
–•Als het schuimdetectiesysteem een te hoge dosis wasmiddel opmerkt, wordt automatisch een extra spoelbeurt uit-gevoerd. Kort Met deze knop wordt de wastijd verkort.
•Gebruik deze knop hoofdzakelijk voor kleine hoeveelheden wasgoed of bij geringe vervuiling. surfliss (kreukbescherming) Als u deze knop indrukt, worden de bewe-gingen van de trommel verminderd en de duur van het centrifugeren beperkt om de vorming van kreuken te reduceren. Boven-dien wordt met een hoger waterniveau ge-wassen. •Gebruik deze knop daarom alleen voor stoffen die makkelijk kreuken. ADe maximale lading bedraagt in dit geval:– bij witte was, bonte was:. 3,0 kg – bij kreukherstellende was:. 1,5 kg – bij fijne was:. 1,0 kg.
11 HInweken Als u deze knop indrukt, wordt het was-goed ongeveer een uur geweekt voor het wasprogramma wordt gestart. •Gebruik deze knop bij sterke vervuiling en bijv. eiwitvlekken, bloed of cacao. Spoelstop Als u deze knop indrukt, stopt het pro-gramma na de laatste spoelbeurt. Het was-goed blijft in het water liggen (kreukbe-scherming). •Zodra de spoelstop is bereikt, begint het indicatielampje te knipperen. •Wat u dan moet doen, kunt u nalezen in het hoofdstuk In n oogopslag. „ éé “Programmablokkering Met de Programmablokkering kunt u de machine veilig maken voor kinderen. Programmablokkering inschakelen: •Houd de beide gemarkeerde knoppen tegelijkertijd ong. 2 seconden inge-drukt tot het indicatielampje Pro-»grammablokkering gaat branden. «3Een lopend programma kan dan niet meer worden gewijzigd. 3Als de programmakeuzeschakelaar op » «Stop wordt gedraaid, stopt het pro-gramma.
Let op: De deur kan na 2 minuten geopend worden. Om het programma voort te zetten, draait u de programmakeuzeschake-laar opnieuw op het oorspronkelijke programma. Programmablokkering uitschakelen: •Houd de beide gemarkeerde knoppen tegelijkertijd ong. 2 seconden inge-drukt tot het indicatielampje Pro-»grammablokkering dooft. «Centrifugeertoerental 3Het zinvolle maximale centrifugeer-toerental wordt in elk programma automatisch ingesteld (zie Program-„matabel ). De actuele waarde wordt “aangegeven (toerentalwaarden afhan-kelijk van het model). Voor bijzonder gevoelige stoffen, moet u het toerental verlagen. • »Door meermaals op de knop Centri-fugeren te drukken, kunt u het «toerental wijzigen of het centrifuge-–ren helemaal uitschakelen. • » «Met het instelling niet centrifugeren wordt het wasgoed helemaal niet gecentrifugeerd; alleen het water wordt weggepompt.
Als u het wasgoed na het wassen wilt drogen in een droger, kiest u het maximale centrifugeertoerental, dat spaart energie bij het drogen. Display Afhankelijk van de ingestelde modus, ziet u op het display –de actuele tijd, –de tijd voor het programmaeinde. 3Als u geen programma heeft gekozen, wordt het display na ong. 1 minuut donker (om energie te sparen).
12HZodra u de programmakeuzeschake-laar, de knop Start/Pauze» « of » «Tijd gebruikt, licht het display opnieuw op. Tijd instellen Stel de tijd in –als de machine wordt aangesloten op het lichtnet, –na een stroomuitval, –bij de omschakeling zomer-/wintertijd. 3Als de tijd niet is ingesteld, ziet u op het display " ". 00:00Zo werkt het: 1. Draai de programmakeuzeschakelaar op Stop. » «2. Druk op de knop Tijd» «. Het display knippert. 3. Draai aan de knop Uitgestelde start-»tijd tot de juiste tijd is ingesteld. «Het display houdt op te knipperen. 3Als er een programma loopt of inge-steld is, ziet u op het display de tijd voor het programmaeinde. Tijdsaanduiding wijzigen De tijd voor een programma kan op twee verschillende manieren worden weergege-ven: –Weergave van de tijd voor het pro-gramma-einde, bijv. " ". 20:30Deze aanduidingswijze is standaard in-gesteld.
Alle afgebeelde voorbeelden hebben betrekking op deze aandui-dingswijze. –Weergave van de programmaduurresp. van een pro-resterende tijdgramma, bijv. " ". 1:30Om de tijdsaanduiding te wijzigen, voert u de volgende stappen uit: •Houd de beide gemarkeerde toetsen ong. 2 seconden ingedrukt. Op het display verschijnt de nieuwe aanduidingswijze, bijv. : –"20:30" (Programma-einde) of –"1:30" (Resterende programmaduur). Uitgestelde start Met deze functie kunt u het begin van het programma naar believen uitstellen. AGebruik bij deze functie geen vloeiba-re wasmiddelen. Vlekkenvorming op het wasgoed mogelijk. 3U stelt in wanneer het programma beeindigd moet zijn; de machine be-rekent zelf het programmabegin. Belangrijk: De tijd moet correct inge-steld zijn (zie boven). Zo werkt het: 1. Draai de waterkraan open en doe het wasgoed en wasmiddel in de machine. 2.
Kies het programma en eventuele ex-tra functies en stel het toerental in. 3. Draai aan de knop Uitgestelde start-»tijd« tot de gewenste eindtijd inge-steld is. • » «Druk op de knop niet Start/Pauze. Het programma start automa-tisch.
13 H3Zolang de machine nog niet loopt, kunt u nog wasgoed toevoegen. Uitgestelde starttijd wijzigen U kunt de instelling ook na de start van de functie wijzigen: • »Draai aan de knop Uitgestelde start-tijd« tot de gewenste eindtijd inge-steld is. Uitgestelde start annuleren U kunt de functie op elk ogenblik annuleren: 1. Draai de programmakeuzeschakelaar op Stop en wacht ongeveer 2 se-» «conden. 2. Draai de programmakeuzeschakelaar opnieuw op het gewenste programma. 3. Druk op de knop Start/Pauze» « om het programma te starten. Weergave van het programmaverloop Aan de hand van deze reeks indicatielamp-jes kunt u zien in welk stadium het lopen-de programma zich bevindt. » «Uitgestelde start Dit indicatielampje brandt als de functie » «Uitgestelde start is ingesteld. » «Pauze Dit indicatielampje knippert als het pro-gramma werd onderbroken met de knop –» «Start/Pauze.
•Om het programma voort te zetten, drukt u opnieuw op de knop Start/»Pauze«. »Voorwas« Dit indicatielampje brandt tijdens de voor-wasbeurt als u een programma met –voorwas heeft gekozen. StopPauzePause» «Hoofdwas Dit indicatielampje brandt tijdens de hoofdwas. » «Spoelen Dit indicatielampje brandt tijdens het spoelen. 3Als de machine een teveel aan was-middel bemerkt, wordt automatisch een extra spoelbeurt uitgevoerd. » «Centrifugeren Dit indicatielampje brandt tijdens het cen-trifugeren na de laatste spoelbeurt resp. –in het speciale programma Centrifuge-»ren/Pompen. «3Als de machine niet centrifugeert, heeft u het programma misschien ge-stopt met de spoelstop. Of het automatische centrifugeercor-rectiesysteem werd als gevolg van –een te grote onbalans geactiveerd. –» «Stop Dit indicatielampje geeft aan dat het pro-gramma be indigd is.
3De gegevens in de tabel Technische „gegevens gelden voor de pro-…“gramma's zonder extra functies. Controlelampjes Deze lampjes wijzen op abnormale toe-standen van de machine. »Waterkraan« Het linker controlelampje brandt als de watertoevoer niet goed werkt. •Controleer of de waterkraan helemaal is opengedraaid. Misschien zit er een knik in de toe-voerslang of is de inlaatfilter vuil. » «Schuimvorming Het middelste controlelampje brandt, als er teveel schuim ontstaat. In dat geval wordt een extra spoelbeurt uitgevoerd.
14H•Gebruik bij de volgende wasbeurt minder wasmiddel. » «Programmablokkering Het rechter controlelampje brandt, als de Programmablokkering ingeschakeld is. • „In het hoofdstuk Programmablokke-ring leest u hoe u de blokkering op-“nieuw uitschakelt. IN N OOGOPSLAG ÉÉVoorbereiden en starten 1. Draai de waterkraan helemaal open. Controleer of de slangen vastzitten. 2. Plaats de was in de trommel. 3. Doe wasmiddel en wasverzachter in de machine. 4. Stel de programmakeuzeschakelaar in. 5. Indien gewenst: –extra knoppen indrukken, –centrifugeertoerental instellen, –uitgestelde starttijd instellen. 6. Druk op de knop Start/Pauze» « (behalve bij uitgestelde start). Op het display ziet u de eindtijd van het programma. Programma wijzigen 1. Draai de programmakeuzeschakelaar op » «Stop en wacht ongeveer 2 seconden. 2. Draai de programmakeuzeschakelaar op het nieuwe programma. 3.
Druk op de knop Start/Pauze» «. Programma annuleren 1. Draai de programmakeuzeschakelaar op Stop en wacht ongeveer 2 se-» «conden. 2. Draai de programmakeuzeschakelaar op Centrifugeren/Pompen» «. 3. Druk op de knop Start/Pauze» «. 4. Wacht tot het programma afgelopen is. Extra wasgoed toevoegen 3Dit is alleen mogelijk tijdens de uitge-stelde startfase. 1. Open de deur en leg het wasgoed in de machine. 2. Sluit de deur. Programma gestopt door spoelstop 3Dit merkt u aan de blinkende indica-tielampjes Spoelstop en Pauze. » « » «Als u wilt : centrifugeren1. Stel het centrifugeertoerental in. 2. Druk op de knop Spoelstop. » «Het programma wordt voortgezet, pompt en centrifugeert. Als u : alleen wilt pompen1. Draai de programmakeuzeschakelaar op niet centrifugeren» «. 2. Druk op de knop Spoelstop. » «Het programma wordt voortgezet en pompt alleen het water weg.
Draai de programmakeuzeschakelaar op Stop. » «2. Open de deur en verdeel het wasgoed gelijkmatig in de trommel. 3. Draai de programmakeuzeschakelaar op Centrifugeren/Pompen» «. 4. Centrifugeertoerental instellen. 5. Druk op de knop Start/Pauze» «. Na beëindiging van het programma 3Als het indicatielampje brandt, » «Stopis het programma be indigd. Op het ëdisplay ziet u opnieuw de actuele tijd. 1. Zodra het indicatielampje Deur » « dooft, opent u de deur en verwij-dert u het wasgoed. 2. Draai de programmakeuzeschakelaar op Stop. » «3. Draai de waterkraan dicht. 4. Veeg de dichtingsplooi van de rubber-kraag aan de trommel schoon en ver-wijder eventueel aanwezige vreemde voorwerpen. 5. Laat de deur en de wasmiddellade open zodat deze kunnen drogen.
➀ Maximumtoerental (afhankelijk van het model) ➁ 600 of 900 omw/min (afhankelijk van het model) ➂ 400 of 600 omw/min (afhankelijk van het model) ➃ 800 tot 1200 omw/min (afhankelijk van het model) koud
16HReiniging en verzorging Wasmiddellade Indien nodig reinigen: 1. Open de lade zover mogelijk trek ze dan met een krachtige ruk uit de ma-chine. 2. Maak de lade schoon onder warm stromend water. 3. Verwijder het wasverzachterhevelbuis-je (dop achteraan in vakje ); reinig IIIhet buisje en de opening in de lade met warm stromend water, prik de opening eventueel met een naald door. Breng het buisje opnieuw aan. 4. Veeg alle wasmiddelresten van de la-degeleiders. 5. Verwijder kalkafzettingen aan de vul-mondstukken (in het ladevak). Deur en trommel Na elke wasbeurt reinigen: •Veeg de dichtingsplooi van de rubber-kraag schoon en verwijder eventueel aanwezige vreemde voorwerpen. •Controleer de trommel op vreemde voorwerpen. AVreemde voorwerpen uit metaal kun-nen roestvlekken veroorzaken. In dat geval: Reinig de trommel met een edelstaalreinigingsmiddel. Gebruik geen staalwol of schuursponsjes.
Behuizing en bedieningspaneel Indien nodig reinigen: •Reinig de behuizing met zeepwater of een mild reinigingsmiddel en droog ze af met een zachte doek. •Het bedieningspaneel mag alleen wor-den schoongeveegd met een zachte, vochtige doek. AGebruik geen schuursponsjes of schuurmiddel. Daarmee beschadigd u de kunststofdelen en de lak. Verontreinigingsfilter Reinig de filter als vreemde voorwerpen (munten, knopen, babysokjes e. d. ) de af-voerpomp blokkeren. •Pomp voor het reinigen het resterende water weg (zie onder). Resterend water wegpompen Water volledig wegpompen …•voor u de rei-verontreinigings lternigt; •voor het van de machine transport(bijv. als u verhuist); • „bij een (als stroomstoring nood-leging ); “•wanneer er bestaat. kans op vorst ABij kamertemperaturen onder 0 C °kunnen de waterresten in de machine bevriezen en de machine beschadi-gen.
17 H 3. Klap de naar onder en plaats er een vlakke schotel of iets dergelijks onder. 4. Draai de verontreinigingsfilter onge-veer 1/4 slag naar links en laat het wa-ter uit de machine lopen. Als de scho-tel vol is, draait u de filter opnieuw dicht. Herhaal deze procedure tot de machine leeg is. AAls de trommel gevuld is (bijv. bij een stroomuitval), kunnen wel 20 liter wa-ter uit de machine lopen! 5. Als er geen water meer uit de machine loopt, kunt u de verontreinigingsfilter helemaal losdraaien en verwijderen. 6. Reinig de verontreinigingsfilter en de pompopening. Controleer of de pompvleugel vrij kan draaien. 7. Breng de verontreinigingsfilter op-nieuw aan en draai het vast (naar rechts). Sluit de onderhoudsklep. Waterinlaatzeef Maak de zeef schoon wanneer het water zeer langzaam of niet meer in de machine loopt. 1. Schakel de machine uit, draai de wa-terkraan dicht. 2.
Schroef de toevoerslang los. 3. Verwijder de zeef in de Aquastop „ “resp. Aquastop PLUS (afhankelijk „ “van het model) met een combinatie-tang of een punttang, reinig hem en breng hem opnieuw aan. 4. Verwijder de zeef in het achterpaneel (behalve bij Aquastop PLUS ) met „ “een combinatietang of een punttang, reinig hem en breng hem opnieuw aan. 5. Schroef de toevoerslang met de hand vast. 6. Draai de waterkraan helemaal open en controleer of de aansluitingen lekvrij zijn Ontkalken Als het wasmiddel juist wordt gedoseerd, is het niet nodig de machine te ontkalken. •Gebruik indien nodig alleen ontkal-kingsmiddelen die geschikt zijn voor wasmachines. Volg de aanwijzingen op de verpakking! ZeefZeef
18HProblemen en storingen Wij helpen u. Als u de storing niet zelf kunt verhelpen, neemt u contact op met onze ser-vicedienst. Zorg ervoor dat u het en het van het typeplaatje op het model serienummerachterpaneel bij de hand heeft. Als u merkt … Controleer dan … De machine kan niet worden in-geschakeld of het programma start niet • » «Programma ingesteld. Start/Pauze ingedrukt. •Deur goed gesloten. •Stekker in de contactdoos. •Zekering van de contactdoos intact. De machine reageert niet op bediening of u hoort een sig-naal •Combinatie van extra functies niet mogelijk. •Programmablokkering ingeschakeld. Zie Pagina 11. •Uitgestelde starttijd ingesteld. Zie Pagina 12. •Indien de storing blijft bestaan: stekker uit de contact-doos trekken, enkele seconden wachten, stekker op-nieuw in de contactdoos steken.
De indicatielampjes Water-»kraan Pauze« en » « knipperen of het water loopt niet of slechts zeer langzaam in de machine •Waterkraan helemaal geopend. •Knik in de toevoerslang. •Waterinlaatzeef verstopt. Zie Pagina 17. •Waterdruk te laag. Loodgieter raadplegen. Op het display ziet u •Afvoerpomp geblokkeerd of knik in de afvoerslang. Zie Pagina 16. Wasmiddel of wasverzachter worden niet correct in de ma-chine gespoeld •Wasmiddellade vuil. Zie Pagina 16. •Hevelbuisje in vakje III verstopt. Zie Pagina 16. •Wasverzachter te dik. Water toevoegen. Het wasmiddel schuimt te sterk •Teveel wasmiddel. Te weinig wasgoed. •Zeer geringe waterhardheid. Watermaatschappij raadplegen. De machine lekt •Slangen goed vastgeschroefd. •Verontreinigingsfilter goed gesloten. •Schuimvorming door teveel wasmiddel. Het water wordt niet of slechts zeer langzaam weggepompt • » «Knop Spoelstop ingedrukt. Zie Pagina 11.
•Centrifugeertoerental te laag ingesteld of centrifuge-ren uitgeschakeld. •Slechte verdeling van het wasgoed in de trommel. Zie Pagina 14. De machine vibreert sterk bij het centrifugeren •Transportbeveiligingen verwijderd. Zie Pagina 4. • ïMachine correct ge nstalleerd. Zie Pagina 4. •Knik in de afvoerslang, water loopt niet weg. De deur kan niet worden ge-opend • ëProgramma be indigd. Zodra het indicatielampje » «Deur dooft, kan de deur worden geopend. Stroomuitval tijdens het wassen •Moet het resterende water worden weggepompt. Zie Pagina 16. Het wasgoed vertoont vlekken •Grijze resten (vetresten). Wasmiddeldosering verho-gen. Zie Pagina 8. •Witte resten (wasmiddelresten). Uitborstelen. Let op de juiste dosering. Zie Pagina 8.
Garantie & Service – Nederland Om aanspraak te kunnen maken op de door Brandt Nederland BV vastgestelde garantiebepalingen is het overleggenvan een origineel, ongewijzigd en leesbaar aankoopbewijs en het opsturen van de bijgevoegde garantiekaart vereist. Op de garantiekaart dienen het type-, serie-, en identiteitsnummer te zijn vermeld. Algemene garantiebepalingen1. Brandt verleent 24 maanden garantie, gerekend vanaf de op de aankoopnota en garantiekaart vermelde aankoop-datum, op onderdelen van wasautomaten, wasdrogers, vaatwasmachines, koel- en vrieskasten, vrieskisten, mag-netrons en vrijstaande fornuizen. Hierop vormen onderdelen die gefabriceerd zijn van rubber, kunststof en glas een uitzondering. Voor deze onder-delen gelden de garantiebepalingen niet. 2.
Bij niet-huishoudelijk gebruik van het apparaat (derhalve intensiever gebruik dan normaal particulier gebruik), danwel indien het apparaat door de koper aan derden is verkocht, verhuurd of op een andere wijze in gebruik is gege-ven, verleent Brandt geen garantie. 3. Voor alle garantieaanspraken, zoals vermeld onder punt 1 geldt, dat Brandt gedurende 24 maanden vanaf de opde aankoopnota en garantiekaart vermelde aankoopdatum geen arbeidsloon of voorrijkosten in rekening brengt. Indien de koper derhalve na afloop van een periode van 24 maanden na aankoopdatum een beroep doet op dezegarantiebepalingen, is Brandt gerechtigd arbeidsloon en voorrijkosten in rekening te brengen. 4. Door de uitvoering van herstel- of vervangingswerkzaamheden wordt de algemene garantieperiode niet verlengd. 5. Servicebezoeken aan huis worden alleen gebracht voor grote, moeilijk transporteerbare apparaten.
De aanspraak van de koper op het kosteloos uitvoeren van herstel- of vervangingswerkzaamheden met inachtne-ming van het bepaalde in artikel 3 van deze garantiebepalingen, vervalt indien:– geen originele, ongewijzigde of leesbare aankoopnota, waarop de aankoopdatum, de aankoopprijs en type-, se-rie- en identiteitsnummer zijn vermeld, getoond kan worden of meegezonden wordt;– het apparaat abnormaal, ruw, onoordeelkundig of verkeerd is gebruikt, het apparaat is verwaarloosd of de in-structies in de gebruiksaanwijzing niet zijn opgevolgd;– het apparaat niet volgens de aanwijzingen in het installatievoorschrift of de gebruiksaanwijzing is geïnstalleerd,behandeld of gebruikt. 8.
Indien het apparaat zodanig ingebouwd, opgehangen of geplaatst is dat de benodigde tijd voor het in- en uitbou-wen samen meer dan 30 minuten bedraagt, dan worden hierdoor ontstane extra kosten aan de koper in rekeninggebracht, onverminderd het bepaalde in artikel 3 van deze garantiebepalingen. 9. Schade ontstaan door het, met toestemming van de koper, op onjuiste wijze uit- of inbouwen van een apparaatkan niet op ons worden verhaald. 10. Beschadigingen zoals krassen, deuken of breuk van uit- of afneembare onderdelen, welke niet ten tijde van de af-levering ter kennis van ons zijn gebracht, vallen niet onder de garantie. Belangrijke adviezen • Om onnodige kosten te voorkomen is het raadzaam bij storingen zorgvuldig de gebruiksaanwijzing te lezen. Indiende aanwijzingen daarin u geen uitkomst bieden, kunt u zich tot uw vakhandelaar of tot de After Sales van BrandtNederland BV wenden.
• De veiligheid van de apparatuur kan in gevaar gebracht worden door ondeskundige reparaties. Om deze veiligheidte waarborgen en om mogelijke schade te voorkomen, is het raadzaam de reparaties te laten uitvoeren door des-kundige monteurs. De reparatie dient uitsluitend te geschieden met originele Brandt onderdelen.
Garantie & Service – België Gedurende de waarborgperiode verplichten we ons al de door ons erkende defekte stukken gratis te ver-vangen, onder voorbehoud dat deze defekten aan fabrikatie – of materiefouten te wijten zijn en dat hetapparaat overeenkomstig de vervoer- en aanwendingsinstrukties behandeld en gebruikt werd. De waarborgperiode vangt aan op de dag van de levering aan de eerste gebruiker. De waarborg op de defekte stukken bedraagt. De verplaatsingskosten van de technieker entwee jaarde werkloon- en herstellingskosten zijn kosteloos gedurende twee jaar. Deze dienst wordt door de voort-verkoper verzekerd en gewaarborgd. De waarborg vervalt wanneer aan het toestel wijzigingen worden aangebracht door derden of door in-bouwen van onderdelen van vreemde herkomst.
Bij aanspraak op kosteloos herstel dient het origineel van de betreffende aankoopnota, of kwitantie teworden getoond of meegezonden. De herstellingen niet aan de waarborg onderhorig, worden kontant betaald. Elke aan vervoer te wijten beschadiging, moet bij de aankomst vastgesteld worden. Hiertoe zalhet toestel in bijzijn van de vervoerder, uit de verpakking genomen worden. Wij staan niet in voor normale sleet, noch voor beschadiging van email, lakverf of glasbreuk.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Brandt WFH 1475 D stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine Brandt
Handleiding Wasmachine
Nieuwste handleidingen voor Wasmachine