Bosch HRC 26 Basis 1 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bosch HRC 26 Basis 1 (60 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 220 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Bosch HRC 26 Basis 1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bosch |
| Categorie: | CV Ketel |
| Model: | HRC 26 Basis 1 |
Handleiding Bosch HRC 26 Basis 1 – volledige tekst
1 Toestel aansluiten 266. 2 Aansluiten Open Therm Bosch TF 30 regelaar 276. 3 Aansluiten temperatuurregelaar, afstandsbedieningen of schakelklokken 276. 4 Tweedraads kamerthermostaat aansluiten 286. 5 Aansluiten van de boiler 296. 6 Aansluiten van een temperatuurbegrenzerTB 1 in een vloerverwarminginstallatie 29 7 Inbedrijfname 30 7. 1 Voor het in bedrijf nemen 307. 2 In-/Uitschakelen 317. 3 Verwarming inschakelen 317. 4 Verwarmingsregelingen 317. 5 Toestellen met voorraadsysteem: warmwatertemperatuur instellen 327. 6 Gaswandketels zonder voorraadsysteem: warmwatertemperatuur en hoeveelheid instellen 327. 7 Zomerbedrijf (alleen warmwaterbereiding) 357. 8 Vorstbeveiliging 357. 9 Storingen 357. 10 Pompblokkeringsbeveiliging 35 8 Individuele instelling 36 8. 1 Mechanische instellingen 368. 2 Instellen van de Bosch Heatronic 37 9 Gasinstellingen 45 9. 1 Gas/luchtverhouding instellen 459.
6 720 611 390 NL (2006/01) Voor uw veiligheid 3 Voor uw veiligheid Bij gaslucht B Sluit de gaskraan (zie blz. 30). B Ramen openen. B Geen elektriciteitsschakelaars gebruiken. B Open vuur doven. B Direkt gasbedrijf/gastechnisch installateur waar-schuwen. Bij rookgaslucht B Toestel buiten bedrijf stellen (zie blz. 31). B Ramen en deuren openen. B Gastechnisch installateur waarschuwen. Opstelling, wijzigingen B De opstelling of wijzigingen aan de gaswandketel mogen alleen volgens de voorschriften en door een gastechnisch installateur veranderd worden. B Rookgasafvoer voerende delen mogen niet veran-derd worden. B Opstelling als open toestel, dus verbrandings-lucht aanzuiging uit de opstellingsruimte: Be- en ontluchtingsopeningen in deuren, ramen en muren niet afsluiten of dicht maken c. q. verkleinen. Bij kierdichte ramen, verbrandingsluchtverzorging veilig stellen.
Onderhoud B Aanbeveling voor de gebruiker: Voor het juist functioneren van het toestel, dient het onderhoud jaarlijks door een erkend installateur te worden ver-richt. B De gebruiker is verantwoordelijk voor het milieu en de veiligheid van de installatie. B Er mogen alleen originele Bosch onderdelen gemonteerd worden. Explosieve en licht ontvlambare materialen B Plaats en gebruik geen licht ontvlambare materialen en vloeistoffen in de nabijheid van het toestel. Verbrandingslucht en omgevingslucht B Om corrosie te vermijden, dient de verbrandings-lucht vrij van agressieve stoffen te zijn (o. a. halogeen koolwaterstoffen die chloor of fluorverbindingen bevatten). Gebruiker informeren B Aan de gebruiker de werking en de bediening, het bijvullen, ontluchten tevens het controleren van de installatiedruk uitleggen.
• Waarschuwing betekent dat er lichte persoonlijke schade of zwaardere materiële schade kan optreden. • Gevaar betekent dat zware persoonlijke schade kan optreden. In bijzonder zware gevallen bestaat er levensgevaar. Aanwijzingen: betekent belangrijke informatie welke in die gevallen geen gevaar voor mens of toestel oplevert. Veiligheidsaanwijzingen in de tekst worden door middel van een grijs vlak en een gevaren driehoek aangeduid. i Aanwijzingen in de tekst met hiernaast aangegeven symbool worden begrenst met een lijn boven en onder de tekst.
6 720 611 390 NL (2006/01) 4 Toestelbeschrijving algemeen 1 Toestelbeschrijving algemeen 1. 1 EG-conformiteitsverklaring Dit toestel voldoet aan de geldende eisen van de euro-pese richtlijnen 90/396/EEG, 92/42/EEG, 73/23/EEG, 89/336/EEG en de in het EG-proefmodelcertifi-caat beschreven proefmodel. Het voldoet aan de keuringseisen betreffende HR-ketels. Het gemiddelde NOx in de rookgassen ligt onder de 40 ppm. Het toestel is gekeurd volgens EN 677. 1. 2 Typenoverzicht HR Hoogrendement C Combinatie toestel 26 Warmwatervermogen 26 kW 30 Warmwatervermogen 30 kW 35 Warmwatervermogen 35 kW 42 Warmwatervermogen 42 kW De type aanduiding wordt door kencijfers aangevuld. Het geeft het gassoort aan volgens DVGW, werkblad G 260. 1.
3 Leveringsomvang • Gaswandketel voor centrale verwarming • Klem voor het bevestigen van het rookgastoebehoren • Weerstand 1,5 k Ω , 0,6 watt voor het aansluiten van een tweedraads (aan/uit) kamerthermostaat met potentieel vrij contact• Basistoebehoren voor parallelaansluiting ø 80 mm (AZB 817/1) • Bevestigingsmateriaal (schroeven met toebehoren)• Toesteldocumentatie• Gasaansluitnippel 1" x 1/2" binnendraad • OpenTherm-module (OTM1) ingebouwd. 1. 4 Toestelbeschrijving • Toestel voor wandmontage onafhankelijk van schoor-steen en opstellingsruimte. • Aardgastoestellen voldoen ruim aan de emissie-eis NO X -besluit • Multifunctionele aanduidingen (display). • Busbestuurde Bosch Heatronic• Automatische ontsteking• Continu traploos modulerende regeling• Volledig beveiligd met branderautomaat, ionisatiebe-veiliging en magneetventielen (EN 298).
6 720 611 390 NL (2006/01)20Installatie4 Installatie4. 1 Belangrijke opmerkingenB Voor het installeren van het toestel moet ervan uitge-gaan worden, dat aan alle voorschriften wordt vol-daan en alle voorschriften worden opgevolgd. B De waterinhoud van de toestellen bedraagt minder dan 10 liter en voldoet aan de geldende voorschrif-ten. Daarom is geen bouwtype goedkeuring vereist. B Monteer het toestel alleen in een gesloten warmwa-tersysteem volgens DIN 4751 deel 3 in. Een mini-mum hoeveelheid circulatiewater voor het gebruik is niet noodzakelijk. B Open installaties ombouwen naar gesloten circuits. B Gebruik geen gegalvaniseerde radiatoren en leidin-gen. Zo voorkomt u gasvorming. B Bij toepassen van een ruimtetemperatuurregelaar mag op de radiator in de representatieve ruimte geen radiatorthermostaat worden gemonteerd.
B Stromingsgeluiden kunt u voorkomen met een auto-matische bypass (toebehoren nr. 687) of bij een tweeleidingsysteem met een driewegklep aan de verst verwijderde radiator. B Een expansievat monteren volgens DIN 4807. AntivriesmiddelDe onderstaande antivriesmiddelen zijn toegestaan:CorrosiebeschermingsmiddelDe onderstaande corrosiebeschermingsmiddelen zijn toegestaan:4. 2 Opstellingsplaats kiezenVoorschriften ten opzichte van de opstellings-ruimteNeem voor alle installaties de desbetreffende voor-schriften in acht. B Desbetreffende normen toepassen. B Installatieleiding van de rookgasafvoer monteren met voldoende afstand ten opzichte van andere materia-len. VerbrandingsluchtOm corrosie te vermijden, dient de verbrandingslucht vrij van agressieve stoffen te zijn. Als sterk corrosiebevorderende stoffen gelden o. a.
Daardoor zijn overeenkomstig TRGI en TRF geen speciale veiligheidsmaatregelen voor brandbare bouwmaterialen en inbouwmeubelen noodzakelijk. Er dient rekening te worden gehouden met afwijkende voorschriften. Koud en warmwaterIn de koudwaterleiding dient voor het toestel een Kiwa goed gekeurde inlaatcombinatie gemonteerd te wor-den. Om putcorrosie te voorkomen is het aan te raden bij water met zware stoffen een filter in te bouwen. Door het inbouwen van de schakelklok DT 1of DT 2 in de gaswandketel kan het comfortbedrijf tijdgestuurd worden. De modulerende regeling past zich automatisch aan, aan de getapte waterhoeveelheid. Alle thermostatische douche of badmengkranen en éénhendelkranen kunnen worden toegepast. iMontage, gas, afvoer en stroomaan-sluitingen en het in bedrijf nemen van de installatie mag alleen plaatsvinden door een erkend intallateur.
6 720 611 390 NL (2006/01)Installatie214.3 Voormonteren van de installatieB Montageaansluitplaat1) met bijverpakte schroeven 6 x 50 aan de wand monteren.Afb. 21 Montageaansluitplaat (levering)Afb. 22 Montageplaat (gemonteerd)Afb. 23B Gasleiding en aansluitpijpen volgens de voorschrif-ten monteren.B Servicekranen1) en gaskraan1) monteren. B Om het toestel tegen te hoge gasdruk te bescher-men moet bij propaan een drukregelaar met veilig-heidsventiel gemonteerd worden.B Voor het vullen en aftappen van de installatie dient op het laagste punt van de installatie een vul/aftapkraan gemonteerd te worden.B Voor de condensafvoer dient een condensopvang sifon gemonteerd te worden.B Condensafvoerleiding van corrosievrij materiaal monteren b.v. PVC enz.CondenswaterafvoerMonteer de condensafvoer via een inspecteerbare, open (≥ 2 cm) verbinding.
Het waterslot binnen het toestel mag nooit als sifon (stankafsluiter) worden beschouwd. Het condenswater mag uit oogpunt van bevriezingsge-vaar niet worden afgevoerd via de hemelwaterafvoer.1) Behoort niet tot de levering. Indien er geen gebruik gemaakt wordt van een montageplaat is er voor de gasaansluiting een gasnippel 1" x 1/2" binnendraad meegeleverd.
24B Bijgepakte toebehoren uit nemen.Bevestiging voorbereidenB Met behulp van het montagevoorschrift en het mon-tagesjabloon de gaten om het toestel op te hangen, af tekenen en boren.B Pluggen en bouten monteren.B Pakkingen op de nippels van de montageaansluit-plaat leggen.Toestel bevestigenB Toestel op de voorbereide pijpaansluitingen zetten en met de bijverpakte ringen en moeren op de wand monteren.B Wartels op de pijpaansluitingen vastdraaien.Trechter sifon (toebehoren) Om uittredend water uit de overdrukveiligheid af te voe-ren kan een trechtersifon (als toebehoren) met ontlast-pijp een aansluitbochtstuk gemonteerd worden.B Ontlastpijp in het veiligheidsventiel draaien.B Aansluitbochtstuk op de ontlastpijp steken en boven de trechtersifon draaien.Afb. 25Rookgasafvoer materiaal aansluitenB Rookgasmateriaal op toestel zetten.B Rookgasafvoer met beugel vast zetten.Afb.
6 720 611 390 NL (2006/01)Installatie234.5 Aansluitingen controlerenWateraansluitingB Servicekranen van aanvoer en retourverwarming indien aanwezig openen en installatie vullen.B Afdichten en pakkingen op dichtheid controleren (test druk: max. 2,5 bar op manometer).B Toestel via de automatische ontluchter (27) ontluch-ten, blz. 30.B Open de koudwaterstopkraan en vul het warmwater-circuit (testdruk: max. 10 bar).B Alle overige onderdelen op lekkage controleren.GasleidingB Gasstopkraan dichtdraaien, dit om het armatuur tegen overdruk te beveiligen (max. druk 150 mbar).B Gasleiding controleren.B Ontlast de druk.4.6 UitzonderingenToestellen in cascade schakelenEr kunnen maximaal vijf toestellen in cascade worden geschakeld. Met de regelaar TA 270 maximaal drie toestellen en met de regelaar TA 300 maximaal vijf toestellen.
6 720 611 390 NL (2006/01)24Basistoebehoren voor parallelaansluiting AZB 817/1 monteren5 Basistoebehoren voor parallelaansluiting AZB 817/1 monteren5.1 LeveringsomvangAfb. 27B17.1 AfdichtverloopringB17.2 Aansluitstuk luchttoevoerB17.3 PakkingB17.4 Verbrandingsluchttoevoerrooster5.2 Algemeen• Met het monteren van deze aansluitset is vertikale of horizontale uitvoering mogelijk.• De maximale toegelaten leidinglengte luchttoevoer/rookgasafvoer is afhankelijk van het type toestel en het aantal toegepaste bochten. • De luchttoevoer- en rookgasafvoerleidingen met een stijging van 3% (3 cm per meter) in de rookgasaf-voerstromingsrichting monteren.• In vochtige ruimtes de luchttoevoerleiding isoleren.5.3 Montage B Afdichtverloopring (B17.1) door licht te draaien over de rookgasafvoermof van het toestel steken. De ove-rige delen monteren en met de bij het toestel gele-verde beugel bevestigen.Afb.
6 720 611 390 NL (2006/01)26Elektrische aansluiting6 Elektrische aansluitingDe regel, besturings en veiligheidsinrichtingen zijn door de fabrikant van bedrading voorzien en gekeurd. Toestel wordt compleet met aansluitsnoer geleverd. In aardingszone 3 mag het toestel alleen worden aan-gesloten wanneer een aardlekschakelaar aanwezig is. B Kabel minstens 50 cm uit de wand laten steken:B Voor spatwaterdichtheid (IP): Het gat van de kabel-doorvoering net zo groot maken als de kabeldiame-ter, afb. 34. Twee Fase net (IT NET)B Om een verzekerde ionisatiestroom te waarborgen, is een weerstand met best. nr. 8 900 431 516 tus-sen N en aarde aansluiting in te bouwen. -of-B scheidingstrafo toebehoor Nr. 969 gebruiken. 6. 1 Toestel aansluitenB Sluit het toestel volgens de geldende voorschriften aan. Er mogen geen andere verbruikers worden aanges-loten aan het toestel.
Bij het vervangen van het aansluitsnoer voor een netkabel• Voor spatwaterdichtheid (IP): Het gat van de kabel-doorvoering net zo groot maken als de kabeldiameter (zie afb. 34)• De navolgende kabels zijn toegestaan: – NYM-I 3 x 1,5 mm2– HO5VV-F 3 x 0,75 mm2 (niet in de nabijheid van bad of douche: zone 1 en 2 volgens VDE 0100 deel 701)– HO5VV-F 3 x 1,0 mm2 (niet in de nabijheid van bad of douche: zone 1 en 2 volgens VDE 0100 deel 701). Zie ook NEN 1010. Schakelkast openenB Afdekking onder los halen en wegnemen. Afb. 32B Schroef losdraaien en afdichting naar voren eruit nemen. Afb. 33B Snijd de trekontlasting af in overeenstemming met de diameter van de kabel. Afb. 34B Kabel door trekontlasting doorvoeren en volgens aansluiten. Gevaar: Door stroom schok. B Bij het aansluiten en werken aan elek-trische delen altijd toestel spanningsvrij maken: stekker uit wandcontactdoos verwijderen.
6 720 611 390 NL (2006/01)28Elektrische aansluitingAansluiten modulerende ruimtetemperatuurre-gelaarB Modulerende ruimtetemperatuur TR 21, TR 100, TR 200 volgens onderstaande afbeelding aanslui-ten:Afb. 38Afstandsbedieningen en schakelklokkenB Aansluiten de afstandsbedieningen TF 20, TW 2, TFQ 2T/W of de schakelklokken DT 1, DT 2 volgens het montagevoorschrift.6.4 Tweedraads kamerthermostaat aansluitenOm een tweedraads aan/uit kamerthermostaat met een potentiaal vrij kontakt te kunnen aansluiten, is het nood-zakelijk de volgende handelingen te verrichten:B Verwijder de onder klem 7 voorgemonteerde weer-stand 1,5 kΩ en sluit deze aan onder klem 2 en klem 4.B Sluit de bedrading van de tweedraards kamerther-mostaat aan op klem 1 en klem 2.B Stekker Open Therm module lostrekken/demonte-ren, zie afb. 36.Afb. 39DC24V1,5 kΩ0,6 W1 987421 2K.T.6 720 611 390-09.2O
6 720 611 390 NL (2006/01)Elektrische aansluiting296.5 Aansluiten van de boilerVoorraadsysteem aansluitenBosch voorraadsystemen hebben twee NTC-voelers en worden rechtstreeks op de printplaat van het toestel aangesloten. De kabel maakt deel uit van het aansluit-toebehoren.B Breek de kunststof lipjes uit.B Kabel doorvoeren. B Steker op de print aanbrengen.Sluit de voorraadsysteempomp aan volgens de installa-tiehandleiding van de toebehoren nr. 823 of toebeho-ren nr. 824.Afb. 40 6.6 Aansluiten van een temperatuur-begrenzer TB 1 in een vloerverwarminginstallatieBij verwarmingsinstallatie alleen met vloerverwarming en een directe hydraulische aansluiting op het toestel.Afb. 41Bij het aanspreken van de begrenzer wordt zowel de verwarming als het warmwaterbedrijf onderbroken.12478912 47 8 9DC 24VJ12CTB16 720 610 332-19.1R
30), sluit deze na het ontluchten weer.UitschakelenB Hoofdschakelaar (0) uitschakelen.Het controlelampje gaat uit.7.3 Verwarming inschakelenB Temperatuurregelaar verwarming draaien, om de aanvoertemperatuur van de verwarmingsinstallatie aan te passen:– Vloerverwarming b. v. stand 3 (ca. 50˚C).– Lage temperatuurverwarming b. v. stand E (ca. 75˚C).– Verwarmingsinstallaties met aanvoertemperatuur van 88˚C: stand max zie blz. 36 lage tempera-tuur begrenzing.Wanneer de brander in bedrijf is brandt het controle-lampje rood.Afb. 447.4 VerwarmingsregelingenB Weersafhankelijke regelaar (TA...) op de juiste ver-warmingscurve en bedrijfsstand instellen (zie bedien-ingsvoorschrift TA...).B Ruimtetemperatuurregelaars (TR...) op de gewenste ruimtetemperatuur draaien (afb. 45).Afb. 45iBij het voor het eerst inschakelen schakelt het toestel eenmalig over op de ontlucht-ingsfunctie.
De verwarmingspomp wordt in intervallen in- en uitgeschakeld. Dit du-urt ca. 8 minuten. Op de display wordt afwisselend oo en de aanvoertemperatuur weergegeven.iWanneer op de display -II- in afwisseling met de aanvoertemperatuur verschijnt, is het sifonvulprogramma in werking, zie hiervoor blz. 43, sifonvulprogramma.6 720 610 333-04.1O6 720 610 333-05.1O20°C2530155106 720 610 296-23.2O
6 720 611 390 NL (2006/01)32Inbedrijfname7. 5 Toestellen met voorraadsysteem: warmwatertemperatuur instellenB Boilertemperatuur met temperatuur instelknop van het toestel instellen. De warmwater temperatuur wordt op de boiler aan-gegeven. Afb. 46ECO-toetsDoor het indrukken en ingedrukt houden totdat er op de display verschijnt, kan er tussen comfortbedrijf en spaarbedrijf gekozen worden. Comfortbedrijf, toets brandt niet (fabrieksinstel-ling)Boiler voorrang, hierbij wordt eerst de boiler opge-warmd tot de ingestelde temperatuur daarna gaat de ketel pas over op verwarming. Ecobedrijf, toets brandAfwisselend om de 12 minuten boiler dan wel verwar-ming opwarming. 7. 6 Gaswandketels zonder voorraad-systeem: warmwatertemperatuur en hoeveelheid instellen7. 6. 1 WarmwatertemperatuurDe warmwatertemperatuur kan met de temperatuurre-gelaar tussen ca. 40˚C en 60˚C worden ingesteld.
De ingestelde temperatuur wordt niet in de display weergegeven. Afb. 47ECO-toetsDoor het indrukken en ingedrukt houden totdat er op de display verschijnt, kan er tussen comfortbedrijf en spaarbedrijf gekozen worden. Comfortbedrijf, toets brandt niet (fabrieksinstel-ling)Het toestel wordt voortdurend op de ingestelde tempe-ratuur gehouden. Het toestel wordt daarom ingescha-keld, ook wanneer er geen warmwater wordt afgenomen. (Werkt alleen met ruimtetemperatuurregeling. )Ecobedrijf met behoefteaanmelding, toets brandDe behoefteaanmelding maakt maximale gas- en water-besparing mogelijk. Door kort openen en sluiten van de warmwaterkraan wordt het water tot de ingestelde temperatuur ver-warmd. Na korte tijd is er warmwater beschikbaar. Ecobedrijf, toets brandEr wordt pas verwarmd zodra er warmwater wordt getapt. Daardoor zijn er langere wachttijden tot er warmwater beschikbaar is.
6 720 611 390 NL (2006/01)Inbedrijfname337.6.2 Gaskeur CWBosch 26 HRC, Gaskeur CW/HRww: 2003 Toepassingsklasse 3Toestel voldoet aan bovenstaande toepassingsklasse wanneer:• Tapwater temperatuur is ingesteld op 60°C.• De effectieve toestel wachttijd is 3,5 sec.CW label 3 betekent dat het toestel geschikt is voor:• Een CW tabdebiet van tenminste 6 l/min. van 60°C.• Een douchefunctie vanaf 3,6 tot tenminste 6 l/min. van 60 °C (dit komt overeen met 6 l/min. tot 10 l/min. bij 40 °C).• Het vullen van een bad met 100 liter van 40 °C gemiddeld binnen 12 minuten.Afb.
48 Gaskeur CW/HRww: 2003 Toepassingsklasse 3Bosch 30 HRC, Gaskeur CW/HRww: 2003 Toepassingsklasse 4Toestel voldoet aan boven staande toepassingsklasse waarneer:• Tapwater temperatuur is ingesteld op 60°C.• De effectieve toestel wachttijd is 12,2 sec.CW Label 4 betekent dat het toestel geschikt is voor:• Een CW tabdebiet van tenminste 7,5 l/min van 60°C.• Een douchefunctie vanaf 3,6 tot tenminste 7,5 l/min 60°C (dit komt overeen met 6,0 tot 12,5 l/min van 40°C).• Het vullen van een bad met 120 liter van 40°C gemiddeld binnen 11 min.Afb. 49 Gaskeur CW/HRww: 2003 Toepassingsklasse 43 107Schonere VerbrandingNaverwarming ZonneboilerComfort Warm WaterHR Warm Water ww6 720 611 390-14.1OHoog Verwarming 4 107Schonere VerbrandingNaverwarming ZonneboilerComfort Warm WaterHR Warm Water wwww6 720 611 390-15.1OHoog Verwarming
6 720 611 390 NL (2006/01)34InbedrijfnameBosch 35 HRC, Gaskeur CW/HRww: 2003 Toepassingsklasse 5Toestel voldoet aan boven staande toepassingsklasse waarneer:• Tapwater temperatuur is ingesteld op 60°C.• De effectieve toestel wachttijd is 13,2 sec.CW Label 5 betekent dat het toestel geschikt is voor:• Een CW tabdebiet van tenminste 7,5 l/min van 60°C.• Een douchefunctie vanaf 3,6 tot tenminste 7,5 l/min 60°C (dit komt overeen met 6,0 tot 12,5 l/min van 40°C).• Het vullen van een bad met 150 liter van 40°C gemiddeld binnen 10 min.Afb.
50 Gaskeur CW/HRww: 2003 Toepassingsklasse 5Bosch 42 HRC, Gaskeur CW/HRww: 2003 Toepassingsklasse 5Toestel voldoet aan boven staande toepassingsklasse waarneer:• Tapwater temperatuur is ingesteld op 60°C.• De effectieve toestel wachttijd is 13,2 sec.CW Label 5 betekent dat het toestel geschikt is voor:• Een CW tabdebiet van tenminste 7,5 l/min van 60°C.• Een douchefunctie vanaf 3,6 tot tenminste 7,5 l/min 60°C (dit komt overeen met 6,0 tot 12,5 l/min van 40°C).• Het vullen van een bad met 150 liter van 40°C gemiddeld binnen 10 min.Afb. 51 Gaskeur CW/HRww: 2003 Toepassingsklasse 56 720 611 390-21.1O5 107Schonere VerbrandingNaverwarming ZonneboilerComfort Warm WaterHR Warm Water wwHoog Verwarming 5 107Schonere VerbrandingComfort Warm WaterHR Warm Water ww6 720 611 393-10.2OHoog Verwarming
6 720 611 390 NL (2006/01)Inbedrijfname357. 6. 3 WarmwaterhoeveelheidB Warmwaterhoeveelheid vergroten(max. 14 l/min): draai de schroef op de waterscha-kelaar naar links (+). De uitstroomtemperatuur wordt lager vanwege de grotere waterhoeveelheid. B Warmwaterhoeveelheid verkleinen(min. 8 l/min): draai de schroef op de waterschake-laar naar rechts (–). De uitstroomtemperatuur wordt hoger vanwege de kleinere waterhoeveelheid. Afb. 527. 7 Zomerbedrijf (alleen warmwaterbereiding)B Stand van de aanvoertemperatuurregelaar note-ren. B Temperatuurregelaar geheel naar links draaien. De verwarmingspomp stopt en daarmee is de ver-warming buiten werking. De warmwatervoorziening evenals de verzorging van de spanning voor de ver-warmingsregelaar en schakelklok blijft gehandhaafd. Voor verdere aanwijzingen raadpleeg het bedienings-voorschrift van de verwarmingsregelaar. 7.
8 VorstbeveiligingVorstbeveiliging voor de verwarming:B Verwarming in bedrijf laten, aanvoertemperatuurre-gelaar aanvoertemperatuurregelaar minstens op stand 1 laten staan. B Bij uitgeschakelde verwarming; het verwarmingswa-ter mengen met een antivriesmiddel, zie hiervoor op blz. 20. Voor verdere aanwijzingen raadpleeg het bedienings-voorschrift van de verwarmingsregelaar. Vorstbeveiliging voor een boiler:B Temperatuurregelaar naar de linkeraanslag draaien (10˚C). 7. 9 StoringenTijdens het gebruik kunnen storingen optreden. In de display wordt een storing weergegeven en de toets kan knipperen. Wanneer de toets knippert:B Druk op de toets en houd deze vast tot in de dis-play – – wordt weergegeven. Het toestel treedt weer in werking en de aanvoertem-peratuur wordt weergegeven. Wanneer de toets niet knippert:B Schakel het toestel uit en weer in.
Het toestel treedt weer in werking en de aanvoertem-peratuur wordt weergegeven. Wanneer de storing zich niet laat resetten:B Waarschuw dan uw installateur of servicebedrijf. 7. 10 PompblokkeringsbeveiligingNa iedere pompafschakeling volgt een tijdsmeting om na ca.
24 uur de pomp in te schakelen. iDe uitstroom temperatuur (effectieve wachttijd) van het tapwater, is tijdsduur die vanaf begin tappen benodigd is om de eindtemperatuur te bereiken gebaseerd op het CW tapdebiet en is mede afhanke-lijk van: 1: De totale leidinglengte van de warm-waterleiding2: De leiding diameter van de warm-waterleiding3: De statische druk van het tapwater. Waarschuwing: Bevriezingsgevaar voor de verwarmingsinstallatie. In zo-merbedrijf is er alléén vorstbeveiliging voor het toestel. 6720 610 332-25. 1OiEen overzicht van eventuele storingen vindt u in de tabel op blz. 53. iDeze regeling verhindert het vast gaan zit-ten van de pomp na een lange stilstand-speriode.
6 720 611 390 NL (2006/01)36Individuele instelling8 Individuele instelling8.1 Mechanische instellingen8.1.1 Instellen van de aanvoertemperatuurDe aanvoertemperatuur is tussen 35˚C en 88˚C instel-baar. Lage temperatuurbegrenzingDe temperatuurregelaar op stand E begrenst. Bij deze begrenzing is de maximale aanvoertemperatuur 75˚C. Een instelling van het vermogen op de berekende warmte behoefte is niet noodzakelijk.Wijzigen lage temperatuurbegrenzing (E)Bij verwarmingsinstallaties met een hogere aanvoer-temperatuur kan de begrenzing eruit genomen worden.B Gele knop van de temperatuurregelaar met een schroevendraaier los draaien.Afb. 53B Zet de gele knop 180˚ gedraaid weer in (punt naar binnen gericht).De aanvoertemperatuur wordt niet meer begrensd.8.1.2 Karakteristieken van de verwarmings-pompToerental van de pomp op de aansluitkast van de pomp instellen.Afb.
6 720 611 390 NL (2006/01)Individuele instelling378. 2 Instellen van de Bosch Heatronic8. 2. 1 Bosch Heatronic bedienenDe Bosch Heatronic maakt één comfortabele instelling mogelijk, tevens kan men veel toestelfuncties controleren. De beschrijving beperkt zich tot de noodzakelijke func-ties bij het inbedrijf nemen. Een uitvoerige beschrijving vindt u in het Bosch Service vademecum. Afb. 55 Bedieningspaneel-overzicht1 Druktoets service2 Druktoets schoorsteenveger3 Temperatuur-regelknop aanvoer verwarmingstemperatuur4 Temperatuur-regelknop Warmwater5 DisplayServicefunctie kiezen:De servicefunctie‘s zijn onderverdeeld in twee delen: Deel 1 omvat de servicefunctie‘s tot 4. 9, het deel 2 omvat de servicefunctie‘s vanaf 5. B Om een servicefunctie uit deel 1 op te vragen: druktoets service indrukken en ingedrukt houden, tot op de display – – verschijnt.
B Om een servicefunctie uit deel 2 op te vragen: de druktoets service en druktoets schoorsteenveger gelijktijdig indrukken en ingedrukt houden tot op de display = = verschijnt. B Temperatuurregelaar draaien, om de juiste ser-vicefunctie te kiezen. Waarde instellenB Om de waarde in te stellen, temperatuur regelknop warmwater draaien. B Waarde noteren op het inbedrijfname protokol. Afb. 56Waarde vastleggenB Deel 1: druktoets service indrukken en ingedrukt houden totdat op de display [ ] verschijnt. B Deel 2: druktoets service en druktoets schoor-steenveger indrukken en ingedrukt houden tot op de display [ ] verschijnt. iMarkeert u de stand van de temperatuur-regelaars en. draait u de temperat-uurregelaars na het instellen terug op uitgangspositie. 6 720 610 332-30. 1O52 143Servicefunctie Code zie blz. Pompschakeling 2. 2 38Boiler opwarmen bel. 2. 3 38Antipendelprogramma 2. 4 39Max.
6 720 611 390 NL (2006/01)38Individuele instellingNa het instellenB Temperatuurregelaars en op de oorspronke-lijk ingestelde temperatuur draaien. 8. 2. 2 Pompschakeling kiezen voor verwar-mingsbedrijf (servicefunctie 2. 2)Verschillende pompschakelingen:• Schakelstand 1 Voor installaties zonder externe regelaar. De pomp wordt door de aanvoertemperatuurrege-laar geschakeld. • Schakelstand 2 (fabriekszijdige instelling) Installaties met ruimtetemperatuurregelingen. De aanvoertemperatuurregelaar schakelt alléén gas, de pomp loopt door. De externe regelaar schakelt gas en pomp. Pomp en ventilator hebben een nadraaitijd tussen 15 sec. en 3 minuten. • Schakelstand 3 De pomp wordt door de weersaf-hankelijke regelaar geschakeld. De pomp wordt door de regelaar geschakeld. Op zomerstand draait de pomp alléén tijdens warmwater bereiding.
3)Het boiler opwarmvermogen kan tussen het kleinste en het maximale opwarmvermogen (fabriekszijdige instel-ling) ingesteld worden, afhankelijk van overdraagbare vermogen van de boiler. Fabriekszijdige instelling is het nominale verwar-mingsvermogen, aanduiding 99 op de display. B Toets indrukken en ingedrukt houden totdat op de display – – verschijnt. Toets brandt. Afb.
60B Temperatuurregelaar verwarming draaien tot op de display 2. 3 verschijnt. Na een korte tijd verschijnt het ingestelde boilerver-mogen op de display. Afb. 61B Boilervermogen in kW: kan men door middel van het kengetal uit de tabel verwarming en boilervermogen (zie blz. 54) instellen. B Temperatuurregelaar verdraaien tot op de display het juiste kengetal verschijnt. Display en toets knipperen. iBij het aansluiten van een weersafhanke-lijke regeling, wordt automatisch op pompschakeling 3 omgeschakeld. 6 720 610 332-32. 1O6 720 610 332-33. 1O6 720 610 332-34. 1O6 720 610 332-32. 1O6 720 610 332-36. 1O.
6 720 611 390 NL (2006/01)Individuele instelling39B Gashoeveelheid meten en met de gegevens van het juiste kengetal vergelijken. Bij afwijkingen kengetal corrigeren!B Boileropwarmvermogen op het bijbehorende in-bedrijfname protocol (zie blz. 37) invullen.B Toets indrukken en ingedrukt houden, totdat op display [ ] verschijnt.Het boileropwarmvermogen is vastgelegd.Afb. 62B Temperatuurregelaars en op de oorspronke-lijk ingestelde temepratuur draaien.Op de display verschijnt de aanvoertemperatuur.8.2.4 Instellen van de antipendel blokkering (servicefunctie 2.4)Deze servicefunctie is alleen actief wanneer service-functie 2.7 (automatisch antipendelprogramma) uitge-schakeld is.Op het schakelpaneel kan het antipendelprogramma individueel tussen 0 en 15 minuten ingesteld worden (de fabriekafstelling is 3 minuten).
Bij 0 is het antipendelprogramma uitgeschakeld.De kortste schakeltijd bedraagt 1 minuut (adviseren bij eenpijps-installaties en luchtverwarming).B Toets indrukken en ingedrukt houden totdat op de display – – verschijnt.Toets brandt.Afb. 63B Temperatuurregelaar draaien totdat op de dis-play 2.4 verschijnt.Na korte tijd verschijnt de ingestelde antipendeltijd op de display.Afb. 64B Temperatuurregelaar draaien totdat op de dis-play de gewenste antipendelprogramma tussen 0 en 15 verschijnt.Display en toets knipperen. B Het antipendelprogramma invullen op het inbedrijf-name protokol zie blz. 37.B Toets indrukken en ingedrukt houden totdat op de display [ ] verschijnt.De antipendelprogramma is vastgelegd.Afb.
6 720 611 390 NL (2006/01)Individuele instelling418. 2. 7 Automatisch antipendelprogramma(servicefunctie 2. 7)Bij aansluiting van een weersafhankelijke regelaar wordt het antipendelprogramma automatisch aange-past. Met servicefunctie 2. 7 kan de automatische aan-passing van het antipendelprogramma uitgeschakeld worden. Dit kan noodzakelijk zijn bij een verwarmingsin-stallatie met ongunstige dimensionering. Wanneer de aanpassing van het antipendelprogramma uitgeschakeld is, moet het antipendelprogramma met servicefunctie 2. 4 worden ingesteld (zie blz. 39. )Fabrieksinstelling is „1” (ingeschakeld). B Druktoets service indrukken en ingedrukt houden totdat op de display – – verschijnt. Toets brandt. Afb. 72B Temperatuurregelaar draaien totdat op de dis-play 2. 7 verschijnt. Na korte tijd wordt in de display 1. (ingeschakeld) weergegeven. Afb.
73B Draai de temperatuurregelaar tot in de display 0. (uitgeschakeld) wordt weergegeven. Display en toets knipperen. B Vul de uitgeschakelde aanpassing van het antipen-delprogramma in op het bijgevoegde in gebruikname protocol (zie blz. 37). B Druk op de toets en houd deze vast tot in de dis-play [ ] wordt weergegeven. Het automatische antipendelprogramma is uitge-schakeld. Afb. 74B Draai de temperatuurregelaars en op de oor-spronkelijke waarden. Op de display verschijnt de aanvoertemperatuur. 8. 2. 8 Verwarmingsvermogen instellen (servicefunctie 5. 0)Het is mogelijk om het toestel verwarmingszijdig op de juiste transmissieberekening in te stellen. Het verwarmingsvermogen kan tussen min. nominaal warmtevermogen en max. nominaal warmtevermogen op de specifieke warmtebehoefte worden begrenst. De fabrieksinstelling is het max. nominale warmtever-mogen.
Na korte tijd verschijnt het ingesteld verwarmingsver-mogen in procenten op de display. Afb. 76B Verwarmingsvermogen in kW kan men door middel van het kengetal uit de tabel verwarming en boilerver-mogen (zie blz. 54) te halen. B Temperatuurregelaar draaien tot op de display de gewenste temperatuur verschijnt. De display en de toetsen en knipperen. B Gashoeveelheid meten en met de gegevens van het juiste kengetal vergelijken. Bij afwijkingen kengetal corrigeren. 45732E1ECO4130-28. 2/O45732E1ECO6 720 610 239-49. 1O45732E1ECO4130-32. 2/OiOok bij een begrenst verwarmingsver-mogen is bij het bereiden van warmwater of het opwarmen van de boiler het max. nominale warmtevermogen beschikbaar. 6 720 610 332-50. 1O6 720 610 332-51. 1O.
6 720 611 390 NL (2006/01)42Individuele instellingB Toetsen en indrukken en ingedrukt houden tot op de display [ ] verschijnt. Het verwarmingsvermogen is vastgelegd. Afb. 77B Verwarmingsvermogen in kW op het in bedrijname protokol noteren, zie blz. 37. B Temperatuurregelaars en weer instellen op de oorspronkelijke stand. Op de display verschijnt de aanvoertemperatuur. 8. 2. 9 Antipendeltijd warmhouden bij gaswandketels zonder voorraadsysteem (servicefunctie 6. 8)In de comfortfunctie wordt binnen het toestel het warme water voortdurend op de ingestelde tempera-tuur gehouden. Daarom wordt het toestel ingeschakeld wanneer de temperatuur beneden een bepaalde tem-peratuur daalt. Ter voorkoming van te vaak inschakelen kan met de servicefunctie „Antipendeltijd warmhouden” de tijdsduur tot aan de volgende inschakeling worden vastgelegd.
Deze functie heeft geen invloed op een nor-male warmwatervraag, maar betreft alleen het warm-houden in de comfortfunctie. De antipendeltijd kan worden ingesteld tussen 20 en 60 minuten (fabrieksinstelling: 20 minuten). B Druk tegelijkertijd op de toetsen en en houd deze vast tot in de display = = wordt weergegeven. De toetsen en zijn verlicht. Afb. 78B Draai de temperatuurregelaar tot in de display 6. 8 wordt weergegeven. Na korte tijd wordt in de display de ingestelde anti-pendeltijd weergegeven. Afb. 79B Draai de temperatuurregelaar tot in de display de gewenste antipendeltijd wordt weergegeven. De display en de toetsen en knipperen. B Druk tegelijkertijd op de toetsen en en houd deze vast tot in de display [ ] wordt weergegeven. De antipendeltijd warmhouden is opgeslagen. Afb. 80B Vul de ingestelde antipendeltijd warmhouden in het bijgevoegde in gebruikname protocol in (zie blz. 37).
3)Wanneer u het toestel voor het eerst inschakelt, wordt de ontluchtingsfunctie eenmalig uitgevoerd. De verwar-mingspomp wordt in intervallen in- en uitgeschakeld. Dit duurt ca. 8 minuten. In de display wordt afwisselend „oo” en de aanvoertemperatuur weergegeven. Open de automatische ontluchter (27, blz. 30) en sluit deze na het ontluchten weer. B Toetsen en gelijktijdig indrukken en ingedrukt houden tot op de display = = verschijnt. De toetsen en branden. Afb. 81B Draai de temperatuurregelaar tot in de display 7. 3 wordt weergegeven. Na korte tijd wordt in de display „0” weergegeven. Afb. 826 720 610 332-52. 1O6 720 610 332-50. 1O6 720 610 332-53. 1OiNa onderhoudswerkzaamheden kan de ontluchtingsfunctie worden ingeschakeld. 6 720 610 332-52. 1O6 720 610 332-50. 1O6 720 610 332-55. 1O.
6 720 611 390 NL (2006/01)Individuele instelling43B Draai de temperatuurregelaar en stel „1” in. De display en de toetsen en knipperen. B Druk tegelijkertijd op de toetsen en en houd deze vast tot in de display „[ ]” wordt weergegeven. De ontluchtingsfunctie is ingeschakeld en wordt na afloop weer automatisch op „0“ teruggezet. Afb. 83B Draai de temperatuurregelaars en op de oor-spronkelijke waarden. In de display wordt de aanvoertemperatuur weerge-geven. 8. 2. 11 Sifonvulprogramma (servicefunctie 8. 5)Het sifonvulprogramma waarborgt, dat de condenswa-tersifon na het installeren of een langere stilstandsperi-ode gevuld wordt. Het sifonvulprogramma wordt geaktiveerd wanneer:• De hoofschakelaar ingeschakeld wordt• Minstens 48 uur geen warmtevraag is geweest• Van zomer- op winterbedrijf of omgekeerd gescha-keld wordt.
Na de eerste warmtevraag voor verwarming of warmwa-ter wordt het toestel 15 minuten lang op het minimale vermogen gehouden. Het sifonvulprogramma blijft zo lang in bedrijf, totdat de 15 minuten op klein vermogen bereikt is. Op de display verschijnt -ll-. in afwisseling met de relatieve aanvoertemperatuur. Werkzijdige instelling is „1“ (ingeschakeld). Uitschakelen van het sifonvulprogramma tijdens de onderhoudswerkzaamheden:B Toetsen en indrukken en ingedrukt houden tot op de display = = verschijnt. Toetsen en branden. Afb. 84B Temperatuurregelaar draaien tot op de display 8. 5 verschijnt. Na korte tijd verschijnt het ingestelde sifon vulpro-gramma (1. = ingeschakeld) op de display. Afb. 85B Temperatuurregelaar draaien tot op de display 0. (= uitgeschakelt) verschijnt. Display en toetsen en knipperen. B Toets en indrukken en ingedrukt houden tot op de display [ ] verschijnt.
Het sifonvulprogramma is uitgeschakeld. Afb. 86B Temperatuurregelaars en weer instellen op de oorspronkelijke stand. Op de display verschijnt de aanvoertemperatuur. Waarschuwing: Bij een niet gevulde condenswatersifon kunnen er rookgas-sen uit de sifon treden.
6 720 611 390 NL (2006/01)Gasinstellingen459 GasinstellingenHet toestel is fabriekszijdig ingesteld op aardgas.De fabriekszijdige instelling is afgezegeld. Een instelling op nominale of minimale belasting is niet noodzakelijk.De gas/luchtverhoudig mag alleen door middel van CO2 met een elektronisch meetapparaat op minimaal en maximaal vermogen ingesteld wor-den.Het monteren van diafragma’s en remplaatjes bij ver-schillende rookgasafvoer constructies is niet noodzake-lijk.AardgasPropaanOmbouwsets9.1 Gas/luchtverhouding instellenB Hoofdschakelaar op (0) draaien.B Mantel demonteren zie blz. 22.B Hoofdschakelaar op (I) draaien.Het groene controlelampje brandt. Op de display verschijnt de aanvoertemperatuur.B Afdekschroeven van de rookgasmeetstuts (234) ver-wijderen.B Voeler van meetapparaat ca. 135 mm in de rookgas-stuts doorvoeren en meetpunt afdichten.Afb.
6 720 611 390 NL (2006/01)46GasinstellingenB Temperatuurregelaar linksom draaien tot op de display 1. (= minimaal vermogen) verschijnt.Display en toets knipperen.Afb. 91B CO2-waarde meten.B Verzegeling van de instelschroef gashoeveelheid (64) verwijderen en CO2-waarde voor minimaal ver-mogen volgens tabel 17/ 18 instellen.Afb. 92B Draai de temperatuurregelaar tot in de display 2. (= max. nominaal vermogen (warmwater)) wordt weergegeven.Display en toets knipperen.Afb. 93B CO2-waarde meten.B Doorsteek de verzegeling van de gasinstelklep bij de sleuf en neem deze af.B Stel met de gasinstelklep (63) de CO2-waarde voor het nominale vermogen volgens tabel 17/ 18 in.Afb. 94B Controleer de instelling bij nominaal vermogen en minimaal vermogen opnieuw en stel deze indien nodig bij.B CO2-waarde invullen op het inbedrijfname protokol.B Temperatuurregelaar linksom draaien tot op de display 0.
6 720 611 390 NL (2006/01)Onderhoud479. 2 Verbrandingslucht/rookgasafvoer metingen met een ingesteld ver-warmingsvermogen9. 2. 1 O2- of CO2-metingen in de verbrandings-luchtB Toets indrukken en ingedrukt houden tot op de display – – verschijnt. Het steenvegerprogramma is actief. Toets brandt en op de display verschijnt de aan-voertemperatuur. B Afdekschroef van rookgasstuts (234. 1) afschroeven, Afb. 95. B Voeler van meetapparatuur ca. 80 mm in rookgas-stuts doorvoeren en meetopening afdichten. Afb. 95 B O2- en CO2-waarde meten. B Afdekschroef weer monteren. B Toets indrukken en ingedrukt houden tot op de display – – verschijnt. De toets gaat uit en op de display verschijnt de aanvoertemperatuur. 9. 2. 2 CO- en CO2-waarde in rookgas metenB Toets indrukken en ingedrukt houden tot op de display – – verschijnt. Het schoorsteenvegerprogramma is actief.
Toets brandt en op de display verschijnt de aan-voertemperatuur. B Afdekschroef van rookgasstuts (234) afschroeven, Afb. 95. B Voeler van meetapparatuur ca. 135 mm in rookgas-stuts doorvoeren en meetopening afdichten. B CO- en CO2-waarde meten. B Afdekschroef weer monteren. B Toets indrukken en ingedrukt houden tot op de display – – verschijnt. De toets gaat uit en op de display verschijnt de aanvoertemperatuur. 10 OnderhoudB Laat het toestel uitsluitend door een gespecialiseerd en erkend bedrijf onderhouden (zie checklist onder-houd). B Er mogen alleen originele onderdelen gemonteerd worden. B Maak voor het bestellen van vervangingsonderdelen gebruik van de onderdelenlijst. B Bij demontage van bouwdelen altijd nieuwe pakkin-gen of O-ringen monteren. B Alleen de navolgende vetsoorten gebruiken:– Waterdeel: vet L 641(8 709 918 413)– Schroefdraad: HFt 1 v 5 (8 709 918 010).
iMet een O2- of CO2-meting in de ver-brandingslucht kan bij een rookgasafvoer-systeem volgens C13, C33 en C43 de dichtheid van de rookgasafvoer ge-controleerd worden. De O2-waarde mag niet onder de 20,6 % zijn.
De CO2-waarde mag de 0,2 % niet overschrijden. iMen heeft 15 minuten de tijd om de waarde te meten, daarna schakelt het pro-gramma automatisch weer terug op nor-maal bedrijf. 6 720 610 332-65. 1R234234. 1iMen heeft 15 minuten de tijd om de waarde te meten, daarna schakelt het pro-gramma automatisch weer terug op nor-maal bedrijf. Gevaar: door stroomschok. B Bij het aansluiten en werken aan elek-trische delen altijd toestel spanningsvrij maken: stekker uit wandcontactdoos verwijderen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bosch HRC 26 Basis 1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding CV Ketel Bosch
Handleiding CV Ketel
Nieuwste handleidingen voor CV Ketel