Bosch 29 VRC Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Bosch 29 VRC (20 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 174 mensen. Heb je een vraag over Bosch 29 VRC of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 13/20
Bedieningsvoorschrift
Gaswandketel
BOSCH VRC
BOSCH
6 7201 610 823 -00.1O
Bosch VRC
Best. Nr. 7 713 224 99X
NL/ Kat. II2L 3B/P /C
FABR.NR./BOUW.829 FD
Aardgastoestel ingericht voor G25
230V ~ 50Hz
160W
MAX. TOEL. WATERVOORDR.
MAX. WATERDRUK C.V.
MAX. WATERTEMP.
NOM. VERMOG C.V./TAPW.
BRANDERDRUK MAX.
NOM. BELAST. MAX. (o.w.)
CE 0085 XXX
NOx AQ 056
SPECIFIEKE DOORSTROMING
IP X4D
XX,X kW
Robert Bosch GmbH
GB Thermotechnik
X,X mbar
XX kW
87°C
3 bar
12 bar
11,9 l/min
CE XX-0085
s.v.p. volledig
invullen!
s.v.p. volledig
invullen!
XXX XXXX XXX XXXX
MIN. VERMOG.
MIN. BELAST.(o.w.)X.X kW
X.X kW
Aansluitdruk 25 mbar
Bosch 25 VRC
Bosch 29 VRC
Deze gegevens haalt u van het
typeplaatje of van de typestikker,
blz 5, pos. 295.
Installatiedatum:_________________
Installateur:_____________________
6 720 610 823 NL (02.07) OSW

Beoordeel deze handleiding


Foutcodes Bosch 29 VRC

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing Pagina
A7 Warmwatervoeler heeft onderbreking of kortsluiting. 1. Schakel het toestel uit en weer in om het systeem opnieuw in te stellen. 2. Controleer de warmwatervoeler op fysieke schade of losse verbindingen. 3. Indien de storing zich niet laat resetten, waarschuw uw installateur of servicebedrijf. 13
AC Geen elektrische verbinding tussen inschhuifmodule en Heatronic. 1. Schakel het toestel uit en weer in. 2. Controleer de verbindingen tussen de inschuifmodule en Heatronic op losheid. 3. Zorg ervoor dat alle connectoren goed zijn aangesloten. 4. Indien het probleem aanhoudt, waarschuw uw installateur of servicebedrijf.
b1 Codeerstekker. 1. Schakel het toestel uit. 2. Controleer de codeerstekker op juiste positie en aansluiting. 3. Zorg ervoor dat de stekker correct is geïnstalleerd volgens de handleiding. 4. Schakel het toestel in en controleer of de storing is verholpen.
C1 Drukschakelaar is tijdens de werking geopend. 1. Schakel het toestel uit. 2. Controleer de gasdruk in het systeem. 3. Controleer de drukschakelaar op juiste werking. 4. Zorg ervoor dat de druk binnen de toegestane waarden ligt. 5. Schakel het toestel in. Indien het probleem aanhoudt, waarschuw uw installateur.
C4 Drukschakelaar opent tijdens de ruststand niet. 1. Schakel het toestel uit en weer in. 2. Controleer of de druk voldoende is afgebouwd. 3. Inspecteer de drukschakelaar op vervuiling of defecten. 4. Indien de storing aanhoudt, waarschuw uw installateur of servicebedrijf.
C6 Drukschakelaar sluit niet. 1. Schakel het toestel uit. 2. Controleer of er voldoende waterdruk in het systeem aanwezig is. 3. Inspecteer de drukschakelaar op defecten of vervuiling. 4. Zorg ervoor dat alle verbindingen goed zijn aangesloten. 5. Schakel het toestel in. Indien het probleem aanhoudt, waarschuw uw installateur.
CC Buitenvoeler van een TA 211 E heeft onderbreking. 1. Schakel het toestel uit en weer in. 2. Controleer de buitenvoeler TA 211 E op fysieke schade. 3. Controleer alle verbindingen van de buitenvoeler op losheid. 4. Zorg ervoor dat de voeler goed is aangesloten. 5. Indien de storing aanhoudt, waarschuw uw installateur.
d1 Geen terugmeldspanning van LSM. 1. Schakel het toestel uit en weer in. 2. Controleer de verbinding met de LSM-module op losheid. 3. Inspecteer alle kabels op beschadigingen. 4. Zorg ervoor dat de LSM correct is geïnstalleerd. 5. Indien het probleem aanhoudt, waarschuw uw installateur.
E0 Interne fout op printplaat. 1. Schakel het toestel uit en wacht 30 seconden. 2. Schakel het toestel weer in. 3. Druk op de toets en houd deze vast tot in het display – wordt weergegeven. 4. Indien de storing zich niet laat resetten, waarschuw uw installateur of servicebedrijf. 13
E2 Aanvoer NTC heeft onderbreking of kortsluiting. 1. Schakel het toestel uit en weer in. 2. Controleer de aanvoer NTC-voeler op fysieke schade. 3. Inspecteer de verbindingen op losheid. 4. Controleer de bedrading op beschadigingen. 5. Indien de storing aanhoudt, waarschuw uw installateur. 13
E9 Veiligheidstemperatuurbegrenzer is geactiveerd. 1. Schakel het toestel uit. 2. Laat het toestel afkoelen totdat het veilig is. 3. Controleer of er geen blokkade in het watercircuit is. 4. Controleer of de pomp correct werkt. 5. Wacht enkele minuten en schakel het toestel in. 6. Indien het probleem aanhoudt, waarschuw uw installateur. 13
EA Geen ionisatiestroom. 1. Schakel het toestel uit en weer in. 2. Controleer of de brander correct wordt ontstoken. 3. Inspecteer de ionisatie-elektrode op vervuiling of beschadigingen. 4. Maak de ionisatie-elektrode schoon indien nodig. 5. Indien de storing aanhoudt, waarschuw uw installateur.
F7 Verkeerd ionisatiesignaal. 1. Schakel het toestel uit en weer in. 2. Controleer of de ionisatie-elektrode correct is gepositioneerd. 3. Inspecteer de elektrode op vervuiling, roet of beschadigingen. 4. Maak de ionisatie-elektrode voorzichtig schoon. 5. Controleer de verbinding van de ionisatie-elektrode. 6. Indien het probleem aanhoudt, waarschuw uw installateur. 13
FA Ionisatiestroom blijft in stand na regeluitschakeling. 1. Schakel het toestel uit en weer in. 2. Controleer of de brander correct wordt uitgeschakeld. 3. Inspecteer de ionisatie-elektrode en schakeling op defecten. 4. Controleer alle verbindingen van de ionisatie-circuit. 5. Indien de storing aanhoudt, waarschuw uw installateur of servicebedrijf.

Product specificaties

Merk: Bosch
Categorie: Verwarmingsketel
Model: 29 VRC

Handleiding Bosch 29 VRC – volledige tekst

3Voor uw veiligheid6 720 610 823 NL (02.07)Voor uw veiligheidBij gaslucht:BSluit de gaskraan, blz. 6 pos. 172.BRamen openen.BGeen elektriciteitsschakelaars gebruiken.BOpen vuur doven.BDirect energiebedrijf, erkend gastechnisch installateur waar-schuwen.Bij afgaslucht:BToestel buiten bedrijf stellen.BRamen en deuren openen.BErkend gastechnisch installateur waarschuwen.Opstelling, wijzigingenBToestel alleen door een erkend installateur laten monteren c. q. ombouwen.BRookgasafvoer voerende delen mogen niet veranderd worden.BBij montage van het rookgas afvoertraject volgens B32 mogen be- en ontluchtingsopeningen in deuren, ramen en muren niet afgesloten worden. Bij kierdichte ramen dient de verbrandingslucht zeker gesteld te worden.OnderhoudBAanbeveling voor de gebruiker: wij raden u aan een onder-houdscontract met uw installateur af te sluiten. Een jaarlijkse controle c. q.

onderhoudsbeurt is aan te bevelen.BDe gebruiker is verantwoordelijk voor het milieu en de veilig-heid van de installatie.BAlleen originele onderdelen monteren!Explosieve en licht-ontvlambare materialenBPlaats en gebruik geen licht-ontvlambare materialen (papier, oplosmiddelen, verf enz.) in de nabijheid van het toestel.

In bijzonder zware gevallen bestaat er levensgevaar.Aanwijzingen: betekent belangrijke informatie welke in die geval-len geen gevaar voor mens of toestel oplevert.Veiligheidsaanwijzingen in de tekst worden door middel van een grijs vlak en een gevaren driehoek aangeduid.iAanwijzingen in de tekst met hiernaast aangege-ven symbool worden begrenst met een lijn boven en onder de tekst.

7Inbedrijfname6 720 610 823 NL (02.07)Verwarmingswaterdruk controlerenBDe wijzer op de manometer (8.1) moet tussen de 1 bar en 2 bar staan.BStaat de wijzer onder de 1 bar (in koude toestand) dan moet u bijvullen totdat de wijzer weer tussen de 1 bar en 2 bar staat.BWanneer een hogere druk gewenst wordt, dan wordt dit door uw installateur aangegeven.BMax. druk van 3 bar bij een hogere aanvoertemperatuur mag niet overschreden worden (anders opent het veiligheidsven-tiel).Afb. 301234bar8.14 178-4.1 R

8Inbedrijfname6 720 610 823 NL (02.07)2.2 Toestel in/uitschakelenInschakelenBToestel met hoofdschakelaar inschakelen (I).Het controlelampje brandt groen en op de display verschijnt de actuele aanvoertemperatuur van de verwarming.Afb. 4UitschakelenBToestel met de hoofdschakelaar uitschakelen (0).Het groene controlelampje gaat uit, de schakelklok gaat na de gangreserve stilstaan.iNa het inschakelen wordt gedurende ca. 10 seconden P2, P3, P4 of P6 in de display weer-gegeven.Gevaar: door een stroomschok!BMaak de aansluiting voor werkzaamheden aan het elektrische gedeelte altijd spanningsvrij (ze-kering of aardlekschakelaar).6 720 610 333-04.1O

10Inbedrijfname6 720 610 823 NL (02.07)2.5 Warmwater temperatuur De warmwater temperatuur kan met de temperatuur regelaar tussen ca. 40 °C en 60 °C ingesteld worden. De ingestelde temperatuur wordt niet in de display getoond.Afb. 7ECO toetsDoor de toets te drukken en kort vast te houden kunt u kiezen tussen het comfortbedrijf en het spaarbedrijf.Comfortbedrijf, toets brandt niet (fabrieksinstelling)Het toestel wordt voortdurend op de ingestelde temperatuur gehouden. Daardoor is er een korte wachttijd bij een warmwater-afname. Het toestel wordt daarom ingeschakeld, ook wanneer er geen warmwater wordt afgenomen.ECO-bedrijf, toets brandtHet toestel wordt niet voortdurend op de ingestelde tempera-tuur gehouden. De voorrang voor warmwater blijft actief.Regelaar stand Warmwater temperatuurLinker aanslag ca. 40°C!ca. 55°CRechter aanslag ca. 60°CTabel 16 720 610 333-07.1O

11Inbedrijfname6 720 610 823 NL (02.07)2.6 Zomerbedrijf (alleen warmwater)Met weersafhankelijke regelaarBTemperatuurregelaar op het toestel niet verstellen.De regelaar schakelt bij een bepaalde buitentemperatuur auto-matisch de verwarmingspomp en daarmee ook de verwarming uit.Met ruimtetemperatuurregelaarBDe temperatuurregelaar op het toestel geheel naar links draaien.De verwarming is uitgeschakeld. De warmwatervoorziening, de verzorging van de spanning voor de verwarmingsregelaars en schakelklokken blijven gehandhaafd.2.7 VorstbeveiligingBVerwarming moet in bedrijf blijven.-of-BAntivriesmiddel FSK (Schilling Chemie) of Glythermin N (BASF) met een aandeel van 20 % - 50 % toevoegen aan het verwarmingswater (vorstbeveiliging alleen voor de verwar-ming).

12Inbedrijfname6 720 610 823 NL (02.07)2.8 StoringTijdens bedrijf kunnen storingen ontstaan.In het display wordt een storing weergegeven en de toets kan knipperen.Wanneer de toets knippert:BDruk op de toets houd deze vast tot in de display –– wordt weergegeven.Het toestel treedt weer in werking en de aanvoertemperatuur wordt weergegeven.Wanneer de toets niet knippert:BSchakel het toestel uit en weer in.Het toestel treedt weer in werking en de aanvoertemperatuur wordt weergegeven.Wanneer de storing zich niet laat resetten:BWaarschuw dan uw installateur of servicebedrijf.OpmerkingBij het optreden van een storing is de installateur de eerst aangewezen persoon voor het oplossen van de storing.

14Energie besparen6 720 610 823 NL (02.07)3 Energie besparen Zuinig verwarmenDe gaswandketel is zo geconstrueerd dat het gasverbruik en de belasting voor het milieu zo laag mogelijk is en het comfort zo groot mogelijk is. De gastoevoer naar de brander wordt geregeld al naar gelang de warmtebehoefte van de desbetreffende installa-tie. De gaswandketel werkt verder met een lage vlam wanneer de warmtebehoefte kleiner wordt. In vaktaal heet dit proces „module-rend regelen“.Door de continue regeling worden temperatuurschommelingen gering en wordt de warmte in de ruimtes gelijkmatig verdeeld.

Zo kan het gebeuren dat het apparaat gedurende een lange tijd werkt, maar toch minder gas verbruikt dan een apparaat dat voor-durend wordt in- en uitgeschakeld.VerwarmingsregelingWij adviseren een verwarmingsregeling met ruimtetemperatuurre-gelaar of weersafhankelijke regelaar in kombinatie met thermosta-tische radiatorkranen.Verwarmingsinstallaties met ruimtetemperatuurregelaar TR...De ruimte waarin de kamertemperatuurregelaar is ingebouwd (representatieve ruimte) bepaalt ook de temperatuur voor de andere ruimtes. In deze ruimte mag geen thermostatische radia-torkraan ingebouwd zijn.De temperatuurregelaar van de gaswandketel dient te worden ingesteld op de maximale ontwerptemperatuur van de verwar-mingsinstallatie. In stand E wordt een maximale aanvoertempera-tuur van 75 °C bereikt.

15Energie besparen6 720 610 823 NL (02.07)Verwarmingsinstallaties met weersafhankelijke regelaar TA 211 EBij deze wijze van regeling wordt de buitentemperatuur geregis-treerd en de verwarmingsaanvoertemperatuur overeenkomstig de ingestelde verwarmingskurve door de regelaar gewijzigd. De tem-peratuurregelaar van de verwarmingsketel dient te worden inge-steld op de maximale ontwerptemperatuur van de verwarmingsinstallatie. Wanneer de temperatuurregelaar op E staat, wordt een maximale aanvoertemperatuur van 75 °C bereikt.NachtverlagingDoor het verlagen van de omgevingstemperatuur overdag en ’s nachts kunt u aanzienlijk bezuinigen op het brandstofverbruik. Ver-laging van de temperatuur met 1 K kan een energiebesparing van maar liefst 5 % opleveren. Het is echter niet aan te bevelen de temperatuur te laten dalen tot beneden de +15 K.

Handel over-eenkomstig de bedieningsaanwijzing in het bedieningsvoorschrift van de regelaar.WarmwaterLagere instelling van de temperatuur regelaar geeft een grotere energie besparing.De ECO-functie (zie pagina 10) maakt een maximale gas- en waterbesparing mogelijk.Door deze tips weet u hoe u energie kunt besparen met de Bosch gaswandketel. Mochten er nog vragen overblijven wendt u zich dan tot uw installateur.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bosch 29 VRC stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden