Bernina Bernette 12 Handleiding

Bernina Naaimachine Bernette 12

Bekijk gratis de handleiding van Bernina Bernette 12 (136 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 56 mensen. Heb je een vraag over Bernina Bernette 12 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/136
my
world
my
bernette
502020.75.24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Bernina
Categorie: Naaimachine
Model: Bernette 12

Handleiding Bernina Bernette 12 – volledige tekst

Aanwijzing:Deze handleiding beschrijft drie verschillende bernette modellen. Linksboven op elke bladzijde staat het model aangegeven waarop de betreffende bladzijde betrekking heeft.Attentie:Deze naaimachine is uitsluitend voor huishoudelijk gebruik bestemd. Indien de naaimachine zeer intenstief of voor commerciële doeleinden wordt gebruikt, dient deze zeer regelmatig en zorgvuldig gereinigd en onderhouden te worden. Slijtageverschijnselen door intensief of commercieel gebruik zijn, ook als de garantie nog niet is verlopen, niet automatisch in de garantieregeling ingesloten. Dit beslist per geval een geautoriseerde BERNINA dealer.Remarque:Ces directives englobent un descriptif des trois modèles "bernette". Le modèle évoqué ressort en haut à gauche.Attention:Cette machine à coudre est destinée exclusivement à l'usage domestique.

5BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENBij het gebruik van een elektrisch apparaat dienen de gebruike lijkeen navolgende veiligheidsvoorschriften altijd in acht te worden genomen. Lees voor het gebruik van deze naaimachine alle veiligheidsvoorschriften zorgvuldig door. Bewaar de handleiding op een geschikte plaats in de buurt van het apparaat. Indien u dit apparaat aan derden overhandigd, gelieve de handleiding eveneens bij te sluiten. GEVAAR - Om het risico van een elektrische schok tevermijden:1. Laat de naaimachine nooit onbeheerd staan, zolang deze nog op het elektriciteitsnet is aangesloten. 2. Trek na gebruik en voordat u de naaimachine reinigt altijd de stekker uit het stopcontact van het elektriciteitsnet. 3. Trek voor het verwisselen van het gloeilampje altijd de stekker uit het stopcontact van het elektriciteitsnet. Gebruik alleen gloeilampjes van hetzelfde type, d. w. z.

12V/ 5Watt (bij 220-240V). WAARSCHUWING - Om het risico van verbrandingen, brand, elektrische schok of verwondingen vanpersonen te vermijden:1. Personen (inclusief kinderen) die naar aanleiding van hun physische, sensorische of psychische bekwaamheid, onervarenheid of onwetendheid niet in staat zijn de naaimachine veilig te gebruiken, mogen deze niet zonder toezicht of anders alleen onder aanwijzing van een verantwoordelijke persoon bedienen. 2. Laat niet toe, dat de naaimachine als speelgoed wordtgebruikt. Voorzichtigheid is vooral vereist, wanneer de naaimachine door of in de nabijheid van kinderen wordt gebruikt. 3. Gebruik de naaimachine alleen voor de in de handleiding beschreven doeleinden. Gebruik alleen toebehoren, dat doorde producent wordt aanbevolen. 4. Laat de naaimachine nooit onbeheerd in de buurt van kinderen staan.

Laat niet toe, dat kinderen de naaimachine als speelgoed gebruiken. 5. Gebruik de naaimachine niet als de kabel of stekker is beschadigd, als de naaimachine niet storingvrij naait, als deze gevallen of beschadigd is, als deze met water in aanraking is gekomen.

Laat uw naaimachine in dit geval door een geautoriseerde specialist controleren, repareren of opnieuw instellen (elektrisch of mechanisch). 6. Let erop, dat de ventilatie-openingen tijdens het gebruik van de naaimachine en het pedaal nooit geblokkeerd zijn. Verwijder pluisjes, stof- en draadresten regelmatig uit de openingen. 7. Houd uw vingers op voldoende afstand van alle bewegende delen. Let vooral op de naald. 8. Gebruik altijd originele steekplaten. Een verkeerde steekplaat kan veroorzaken, dat de naald breekt. 9. Gebruik geen kromme naalden. 10. Duw niet tegen en trek nooit aan de stof tijdens het naaien. Dit kan veroorzaken, dat de naald breekt. 11. Zet voor alle handelingen binnen het bereik van de naald, bijv. inrijgen, vervangen van de naald, onderdraad inrijgen of naaivoet verwisselen, de hoofdschakelaar altijd op "O". 12.

613. Steek geen voorwerpen in de openingen van de naaimachine en zorg ervoor, dat er geen voorwerpen in de openingen vallen. 14. Gebruik de naaimachine nooit buiten. 15. Gebruik de naaimachine niet in ruimtes waar aërosolproducten (sprays) worden gebruikt. 16. Schakel de naaimachine uit door de hoofdschakelaar op "O" te zetten en de stekker uit het stopcontact van het elektriciteitsnet te trekken. 17. Trek bij het uitschakelen altijd aan de stekker, nooit aan dekabel. 18. Als de kabel is beschadigd, moet deze door uw BERNINA dealer worden vervangen om schade te vermijden. 19. Zet nooit iets op het pedaal. 20. Deze naaimachine is dubbel geïsoleerd. Gebruik a. u. b. alleen originele onderdelen. Raadpleeg altijd de aanwijzingen voor het onderhoud van dubbel geïsoleerde producten. ONDERHOUD DUBBELGEISOLEERDEPRODUCTENEen dubbel geïsoleerd product is van twee isoleereenheden, i. p. v.

een aarding, voorzien. Een dubbel geïsoleerd product bevat geen aardingsmiddel. Dit middel dient ook niet te worden gebruikt. Het onderhoud van een dubbel geïsoleerd product vereist grote zorgvuldigheid en een uitstekende kennis van het systeem en dient derhalve alleen door vakkundig personeel te worden uitgevoerd. Voor service en reparaties mogen alleen originele onderdelen worden gebruikt. Een dubbel geïsoleerd product is op de volgende wijze gekenmerkt: "dubbele isolatie" of "dubbel geïsoleerd". Het symbool kan eveneens aangeven, dat een product dubbel geïsoleerd is. BEWAAR DEZEHANDLEIDINGZORGVULDIGDeze naaimachine is alleen voor huishoudelijk gebruik bestemd. Milieubescherming BERNINA streeft ernaar de beste voorzieningen ter bescherming van het milieu te treffen en de schade aan het betrekking tot onze producten zo gering nnmogelijk te houden.

Wij dragen derhave uiterste zorg voor het verbeteren en veraardigen van producten onder dit aspect. Gooi elektrische apparaten nooit met het normale huishoudafval weg, maar breng deze naar een ofcieel afvaldepot van uw gemeente.

Uw gemeente geeft u informatie waar zich dergelijke afvaldepots bevinden. Indien elektrische apparaten ongecontroleerd worden weggegooid, kunnen tijdens de verwering gevaarlijke stoffen in het grondwater en zodoende ook in de voedselketen geraken, waardoor de ora en fauna eventueel gedurende vele jaren worden vergiftigd. Als u uw naaimachine door een nieuw apparaat vervangt, is de verkoper wettelijk verplicht, de oude naaimachine gratis terug te nemen en deze bij een ofcieel afvaldepot af te geven. Het onderhoud van een dubbel geïsoleerd product vereist grote zorgvuldigheid en bekwaamheid en mag daarom alleen door een gekwaliceerde monteur worden uitgevoerd. NL 502020. 75. 24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR.

Voor uw persoonlijke veiligheid en om de vele voordelen en het gemakkelijke gebruik van uw naaimachine te leren kennen, adviseren wij, alle in deze handleiding beschreven belangrijke veiligheidsvoor-schriften, aanwendings-mogelijkheden en onder-houdsinstructies zorgvuldig door te lezen.

Ritsvoet voor onzichtbare ritssluitingen21. Quiltvoet 1/4”22. Stop-/borduurvoet23. Boventransportvoet24. Tweelingnaald25. Borduurvoet (transparant)* Speciale accessoires worden niet standaard bij de naaimachine geleverd, maar kunnen apart tegen meerprijs worden gekocht. ** Speciale accessoires voor de bernette 10AccessoiresFR 502020. 75. 24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR.

FR21Den Nähtisch zum Einschnappen horizontal halten und in Pfeilrichtung drücken. (1)Das Innere des Nähtisches kann als Zubehörbox verwendet werden.Maintenir la table rallonge à l'horizontale et encliqueter dans le sens de la èche. (1)L'intérieur de la table sert de coffret d'accessoires.DE Nähtisch NLHoud het aanschuifwerkblad voor het bevestigen horizontaal en druk het in de richting van de pijl vast (1).Het binnengedeelte van het aanschuifwerkblad kan als accessoirebox worden gebruikt.Open het deksel door dit naar beneden te klappen (2).Aanschuifwerkblad Table rallonge 502020.75.24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR

DE Maschine ans Stromnetz anschliessen NL Naaimachine op hetelektriciteitsnet aansluitenSluit de naaimachine zoals afgebeeld op het elektriciteitsnet aan. Attentie:Trek de stekker uit het stopcontact van het elektriciteitsnet als de naaimachine niet in gebruik is.

NaailichtDruk op de hoofdschakelaar om de stroomvoorziening en het naailicht in te schakelen (1). Positie 0 – de naaimachine is uitgeschakeld. Positie I – de naaimachine is ingeschakeld. Het naailicht is geactiveerdPedaalDe naaisnelheid wordt m. b. v. het pedaal geregeld (2). Attentie:Bij twijfels m. b. t. het aansluiten op het elektriciteitsnet dient u zich tot een geautoriseerde electricien te wenden. Trek de stekker uit het stopcontact van het elektriciteitsnet als de naaimachine niet in gebruik is. De naaimachine mag alleen met pedaal KD-1902 (bij 100-120V) / KD-2902 (bij220/240V) worden gebruikt. Deze wordendoor ZHEJIANG FOUNDER MOTOR Co. , Ltd. (China) vervaardigd. Belangrijk:De optimale buitentemperatuur voor een storingvrij gebruik van de naaimachine is 20°C +/- 10°C. Raccordement de lamachine 502020. 75. 24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR.

Wind de draad een paar keer met de hand met de wijzers van de klok mee om het lege spoeltje. Of trek de draad door één van de gaatjes in het spoeltje en houd het garen vast. Duw de spoel naar rechts in de opspoelpositie.

Druk zachtjes op het pedaal. Het spoelen stopt als de spoel vol is. Duw de spoel naar links in de naaipositie en neem hem weg. Voordat het spoeltje in de grijper wordt ingezet, moet het resterende garen bij het gaatje van de spoel worden afgeknipt. Attentie: Als de garenwinderas in de opspoelpositie staat, lopen de naaimachine en het handwiel niet. Druk voor het naaien de garenwinderas naar links (naaipositie). Remplissage de la canette 502020. 75. 24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR.

Le côté plat doit toujours être dirigé vers l'arrière.C/D.Repousser l'aiguille vers le haut jusqu'à la butée.L'aiguille doit être neuve et ne présenter aucun défaut. (2)La couture ne sera pas parfaite si:A. L'aiguille est tordueB. L'aiguille est émousséeC. La pointe de l'aiguille est abîméeDE Nadel einsetzen NL Naald inzettenAttentie:Zet de hoofdschakelaar voor het inzetten of verwijderen van de naald op "O".Vervang de naald regelmatig, vooral bij slijtageverschijnselen of problemen bij het naaiwerk.Zet de naald zoals afgebeeld in:A. Draai de naaldbevestigsschroef los en na het inzetten van de nieuwe naaldweer vast (1).B. De platte kant van de naald moet naar achteren wijzen.C/D.Schuif de naald naar boven tot hij niet verder kan.Naalden moeten altijd in onberispelijke staat zijn (2). Problemen bij het naaiwerk ontstaan door:A. kromme naaldenB. botte naaldenC.

DE Oberfaden einfädeln NL Bovendraad inrijgenAttentie:- Zet de hoofdschakelaar voor het in- of uitrijgen van de machine op "O". - Zet de naaivoethevel omhoog om de bovendraadspanning uit te schakelen. - Bij het inrijgen van de machine moet de draadhevel in de hoogste stand staan. 1. Zet het naaigaren met de passende garengeleidingsschijf op de garenkloshouder (draad moet met de wijzer van de klok mee van de klos lopen). Houd de draad vast en trek deze in de achterste draadgeleiding (A) en naar voren door de gleuf in de bovendraadspanning. 2. Trek de draad rechts langs de afdekking naar beneden om punt (B). 3. Trek de draad links langs de afdekking naar boven in draadhevel (C). 4. Trek de draad naar beneden in de draadgeleiding (D). Rijg de draad van voor naar achter door het oog van de naald (naaldinrijger blz. 36). 5. Laat ong.

Bovendraadspanning te hoog - instelling verlagen (B1)Attentie:In de fabriek werd de draadspanning optimaal ingesteld. Hiervoor werd zowel in de spoel als ook voor de bovendraad speciaal naaigaren (Metrosene 100/2) gebruikt. Bij het gebruik van ander of verschillende garens kunnen afwijkingen op de optimale draadspanning ontstaan. Derhalve is het noodzakelijk, de draadspanning aan het naaiwerk en de gewenste steek te kunnen aanpassen. Tension du l supérieur 502020. 75. 24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR.

(2)Remarque:Dès que le l qui dépasse a été coupé, on peut, seulement si souhaité, faire remonter le l de canette.Attention:Ne pas tirer le l qui repose sous le pied en commençant la couture.DE Unterfaden heraufholen NL Onderdraad omhooghalenHoud de bovendraad met de linkerhand vast. Draai het handwiel naar voren, tot de naald weer omhoogstaat (1).Trek aan de bovendraad om de onderdraad door het steekgat omhoog te halen. Leg beide draden onder de naaivoet naar achteren (2).Attentie:Als de overtollige onderdraad werdafgesneden, kan de draad naar boven worden gehaald, dit is echter niet noodzakelijk. Attentie:Bij naaibegin mag er niet aan de strak onder de naaivoet liggende draad worden getrokken.Remonter le l de canette 502020.75.24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR

(1)Adapter des motifs de points stretch décalésSi le motif est trop écarté, tourner la vis en sens antihoraire. (2) "-"Si le motif est trop étroit, tourner la vers dans le sens horaire. (2) "+"Adapter la densité des points des boutonnièresSi les points sont trop larges sur le côté droit de la boutonnière, tourner la vis en sens antihoraire. (3) "-"Si les points sont trop étroits sur le côté droit de la boutonnière, tourner la vis dans le sens horaire. (3) "+"DE Einstellung der Stichmuster-Balance NL Steekbalans instellenAls decoratieve steken en knoopsgaten er op speciale stoffen niet regelmatig uitzien, moet de balansknop m. b. v. een muntje of schroevendraaier anders worden ingesteld. * Deze knop moet gewoonlijk in de normale stand staan (1). Vervormde stretchsteken aanpassenDraai de knop naar links "-" als de steken te ver uit elkaar liggen (2).

52DENL NAALD-, STOF- EN GARENTABELAttentie:1. Er zijn tweelingnaalden voor nuttige en decoratieve steken verkrijgbaar. 2. Bij het naaien met de tweelingnaald mag de steekbreedte niet groter dan "2,5". (Model 15)3. Europese naalddiktes zijn 65, 70, 80, enz. Amerikaanse en Japanse naalddiktes zijn 9, 11, 12, enz. 4. Vervang de naald regelmatig (ong. om het andere naaiproject) en/of bij de eerste draaNAALDENHA×115×115×1/130/705H15×1/130/705H (SUK)130 PCL/130/705H-LR/LLBESCHRIJVINGScherpe standaardnaald. Naalddikte van dun tot dik. 9 (65) tot 18 (110)Halfronde punt (universeel). 9 (65) tot 18 (110) Ronde punt (ballpoint). 9 (65) tot 18 (110) Leernaald. 12 (80) tot 18 (110)SOORT STOFNatuurlijke geweven stoffen: wol, katoen, zijde, enz. Qiana. Niet voor dubbelgebreide stoffen.

De meeste garens zijn van middelzware kwaliteit en voor deze stoffen en naalddiktes geschikt. Gebruik voor een optimaal resultaat polyester garen voor sythetische stoffen en katoenen garen voor natuurlijke geweven stoffen. Gebruik voor de boven- en onderdraad altijd hetzelfde garen. Dik garen, tapijtgaren. (Stel de naaivoetdruk hoger in-hoger getal.

)NAALD- en STOFKEUZEBELANGRIJK: Het garen wordt overeenkomstig de werkzaamheid gekozen. Voor een perfect resultaat speelt ook kwaliteit en materiaal een belangrijke rol. Het is raadzaam om kwaliteitsgaren van een goed merk te gebruiken. Naald en garen moeten zorgvuldig op elkaar worden afgestemd. De juiste naalddikte hangt zowel van het gekozen garen als ook van de stof die hiermee wordt verwerkt af. Hierbij bepaalt het stofgewicht en de stofsoort de dikte van het garen en van de naald en de vorm van de naaldpunt. 502020. 75. 24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR.

Il n’est pas posible de modier le longeur des points de motifs des números marqués en vert. (Modèle 12/15)DE Stichwahl SteekkeuzeKies de rechte steek met de steekkeuzeknop " " of " ". Stel de steeklengte met behulp van de steeklengteknop in. Kies de zigzagsteek met de steekkeuzeknop " " of " ". Stel de steeklengte en steekbreedte afhankelijk van het materiaal in. De andere steken in de bovenste rij van de steektabel worden m. b. v. de steekkeuzeknop gekozen. Stel de steeklengte en steekbreedte d. m. v. de instelknoppen afhankelijk van het gewenste resultaat in. Draai voor de steken in de tweede rij de steeklengteknop op "S", kies de gewenste steek m. b. v. de steekkeuzeknop en stel de steekbreedte met de steekbreedteknop in. De Positie "S" wordt ingesteld door de steeklengte m. b. v. de steeklengteknop op 0 te reduceren en de knop nog verder in dezelfde richting te draaien.

Attentie:Tussen "0" en "S" moet een kleine mechanische weerstand worden overwonnen. Bij de groene afgebeelde steken is de steeklengte vastgelegd. Deze kan niet worden veranderd. (Model 12/15)NL Sélection des points 502020. 75. 24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR.

Généralités: plus le tissu est n, plus le l doit être n et la longueur de pointréduite, plus le tissu est épais, plus le l doit être épais et la longueur de point augmentée. Si la longueur de point se trouve sur "0", le tissu n'avance pas et l'aiguille pique toujours au même endroit. Attention:Dans le modèle 10 il n’y a pas de "S" marquée sur le bouton de réglage de la longueur du point. DEGeradstich und NadelpositionPoint droit et position de l'aiguilleRechte steek en naaldpositieSteeklengteknop-functie voor de rechte steekZet de steekkeuzeknop op " " of op " ". De steeklengte wordt met de steeklengteknop ingesteld. De juiste steeklengte voor het gebruikelijke naaiwerk ligt tussen "2" - "3" (op de knop weergegeven). Gewoonlijk geldt: hoe lichter de stof, des te dunner het garen en korter de steeklengte; hoe zwaarder de stof, des te dikker het garen en langer de steeklengte.

Sélectionner la position de l'aiguille du centre vers le gauche avec le bouton de réglage de la largeur de point.DEGeradstich und NadelpositionRechte steek en naaldpositieSteeklengteknop-functie voor de rechte steekZet de steekkeuzeknop op " " of op " ".De steeklengte wordt met de steeklengteknop ingesteld. De juiste steeklengte voor het gebruikelijke naaiwerk ligt tussen "2" - "3" (op de knop weergegeven).Gewoonlijk geldt: hoe lichter de stof, des te dunner het garen en korter de steeklengte; hoe zwaarder de stof, des te dikker het garen en langer de steeklengte.Bij steeklengte "0" wordt de stof niet getransporteerd en de naald steekt steeds op dezelfde plaats in de stof.Kies de naaldstand (midden tot links) met behulp van de steekbreedteknop.Point droit et position de l'aiguille 502020.75.24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR

Diese wird verwendet, um Knopöcher und Dekorstiche zu erstellen.Bitte beachten!Beim Modell 10 bendet sich am Stichlängenknopf keine Position "S".DE Zickzackstich Point zigzagZigzagsteekZet de steekkeuzeknop op " " of op " ".Steeklengteknop-functie bij de zigzagsteekNaarmate de steeklengte dichter bij "0" wordt ingesteld, wordt de dichtheid van de zigzagsteken verhoogd. De mooiste zigzagsteken ontstaan gewoonlijk bij "2,5" of bij een lagere instelling.KordonnaadAls de steeklengte tussen "0" - "1" is ingesteld, liggen de steken heel dicht tegen elkaar en vormen zo een "kordonnaad".Deze wordt gebruikt voor knoopsgaten of als siernaad.Attentie!Bij het model 10 staat op de steeklengteknop geen positie "S". 502020.75.24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR

Steeklengteknop-functie bij de zigzagsteekNaarmate de steeklengte dichter bij "0" wordt ingesteld, wordt de dichtheid van de zigzagsteken verhoogd. De mooiste zigzagsteken ontstaan gewoonlijk bij "2,5" of bij een lagere instelling.

Attentie:Het vereist enige oefening voordat het naaien van een blindzoom exact lukt. Maak altijd eerst een proeapje. Vouw de stof zoals afgebeeld zodat deze met de achterkant naar boven ligt (1). Leg de stof onder de naaivoet. Draai het handwiel met de hand naar voren tot de naald geheel links staat. De naald mag maar net in de stofvouw steken. Pas anders de steekbreedte overeenkomstig aan (2). Pas de randgeleider (3) m. b. v. de knop (4) aan, zodat hij tegen de stofvouw ligt. Druk zachtjes op het pedaal en naai langzaam. Laat de stof langs de randgeleider lopen. Attentie. Bij het model 10 staat op de steeklengteknop geen positie "S". Ourlet à jour/ point de lingerie 502020. 75. 24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR.

Alle overlocksteken zijn geschikt voor het naaien en afwerken van randen, resp. het naaien van zichtbare zomen in één handeling. Bij het afwerken van randen mag de naald maar net in de rand van de stof steken.

Zet de steeklengteknop op "0". Leg het naaiwerk onder de naaivoet. Leg de knoop op de gewenste plaats en zet de naaivoet omlaag. Zet de steekkeuzeknop op " " of op " "en naai enkele afhechtsteken. Stel de steekbreedte afhankelijk van de afstand tussen de beide gaatjes van de knoop in. Draai aan het handwiel om te controleren of de naald rechts en links exact in de gaatjes van de knoop steekt. Naai de knoop langzaam met ong. 10 steken vast. Zet de steekkeuzeknop op " " en naai enkele afhechtsteken. Als een "steel" noodzakelijk is, moet een stopnaald op de knoop worden gelegd voordat deze wordt vastgenaaid (1). Bij knopen met vier gaatjes moeten eerst de voorste twee gaatjes worden genaaid (2). Schuif het naaiwerk naar voren en naai daarna de achterste twee gaatjes (3). Attentie. Bij het model 10 staat op de steeklengteknop geen positie "S". Knopen aanzetten Couture de boutons 502020. 75.

Zet de steekkeuzeknop op zigzag en naai de knoop langzaam met ong. 10 steken vast. Zet de steekkeuzeknop op de rechte steek en naai enkele afhechtsteken. Als een steel nodig is, moet er een stopnaald op de knoop worden gelegd. Naai over de stopnaald (3). Naai bij knopen met vier gaatjes eerst de voorste twee gaatjes (2), schuif het naaiwerk dan naar voren en naai dan de achterste twee gaatjes (3). Schuif de transporteurhendel voor normaal naaiwerk naar links. Couture de boutons 502020. 75. 24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR.

Zet de naaivoet omlaag. Let erop, dat de middellijn van het knoopsgat op de stof en het midden van de opening in de naaivoet overeenstemmen. Stel de steeklengte tussen "0,5 - 1" in (= steekdichtheid). Attentie: De steekdichtheid varieert afhankelijk van de stof. Maak altijd een proefknoopsgat. Volg de vier stappen (zie afbeelding) en wissel m. b. v. de steekkeuzeknop van één stap naar de andere. Let erop, dat in stap 1 en 3 niet te veel steken worden genaaid. Snij het knoopsgat m. b. v. het tornmesje vanaf beide kanten naar het midden toe open. Tip:- Stel de bovendraadspanning iets lager in voor een beter resultaat. - Gebruik bij dunne of rekbare stoffen vlieseline. - Naai bij rekbare of gebreide stoffen een stevige draad of vuldraad in het knoopsgat. - De zigzagsteek moet over de vuldraad vallen. Attentie. Bij het model 10 staat op de steeklengteknop geen positie "S".

Knoopsgat naaien1. Markeer de plaats van het knoopsgat met kleermakerskrijt op de stof. 2. Monteer de naaivoet en zet de steekkeuzeknop op " ". 3. Zet de naaivoet omlaag en positioneer de markering op de naaivoet overeenkomstig demarkering op de stof (afb. A). (Eerst wordt de voorste trens genaaid. )4. Open het knoopsgatplaatje en leg de knoop in de opening (afb. B). 5. Zet de knoopsgathendel omlaag en schuif hem iets naar achteren, zoals in afb. (C). 6. Start de naaimachine en houd de bovendraad losjes vast. 7. Het knoopsgat wordt in de volgorde zoals op afbeelding (D) weergegeven genaaid. 8. Stop de naaimachine als het knoopsgat af is. Knoopsgat in stretchstof naaien (afb. E)Leg bij het naaien van knoopsgaten in stretch-stoffen een vuldraad onder de knoopsgatvoet. 1. Markeer de plaats van het knoopsgat metkleermakerskrijt op de stof, monteer de naaivoet en zet de steekkeuzeknop op " ".

Om langs het lipje van de rits te kunnen naaien, moet de naald in de stof worden gezet, de naaivoet omhoog worden gezet en het lipje achter de naaivoet worden geschoven. Zet de naaivoet omlaag en naai verder.

Als de steken dicht op elkaar moeten liggen, kan de steeklengte worden verminderd (1). Bij het verstellen van scheuren is het raadzaam een lapje als versteviging onder de stof te leggen. De steekdichtheid kan door het instellen van de steeklengte worden veranderd. Naai eerst over hetmidden, naai daarna aan beide kanten net over de rand van de eerste rij steken. Naai, afhankelijk van de stof en de beschadiging, 3-5 rijen (2). Attentie. Bij het model 10 staat op de steeklengteknop geen positie "S". Point zigzag triple 502020. 75. 24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR.

Zet de steekkeuzeknop op " ". Stel de steeklengte tussen "1" - "4" in. Stel de steekbreedte tussen "3" - "5" in. (model 15)Leg het koord onder de veer van de koordvoet. Het koord moet in de gleuf lopen. Er kunnen één, twee of drie koorden worden vastgenaaid.

Bevestig de stopvoet aan de naaivoetstang. De hendel (A) moet achter de naaldhouderschroef zitten (B). Druk de stopvoet met de wijsvinger van achteren goed aan en draai de schroef (C) vast (3). Naai eerst om de rand van het gat (om de draden af te hechten) (4). Eerste rij: werk altijd van links naar rechts. Draai het werk 1/4 slag en naai nogmaals over het gat. Het is raadzaam een stopring te gebruiken. Dit vergemakkelijkt het naaiwerk en zorgt voor een mooier resultaat. Verwijder de stopplaat bij normale naaiwerk zaamheden. Attentie. Bij het model 10 staat op de steeklengteknop geen positie "S". NL Reprisage à mains libres 502020. 75. 24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR.

Schuif de transporteurhendel naar rechts om de transporteur omlaag te zetten (1). Verwijder de naaivoethouder (2). (zie blz. 27)Zet de steekkeuzeknop op " ". Stel de steeklengte op "0" in. Stel de steekbreedte op "0" in. Bevestig de stopvoet aan de naaivoetstang. De hendel (A) moet achter de naaldhouderschroef zitten (B). Druk de stopvoet met de wijsvinger van achteren goed aan en draai de schroef (C) vast (3). Naai eerst om de rand van het gat (om de draden af te hechten) (4). Eerste rij: werk altijd van links naar rechts. Draai het werk 1/4 slag en naai nogmaals over het gat. Het is raadzaam een stopring te gebruiken. Dit vergemakkelijkt het naaiwerk en zorgt voor een mooier resultaat. Schuif de transporteurhendel voor normaal naaiwerk naar links. Attentie. Bij het model 10 staat op de steeklengteknop geen positie "S". Stoppen uit de vrije handNL Reprisage à mains libres 502020. 75.

Decoratieve verbindingsnaad voor een compact effect. Naai een koordje of elastiek mee. Festonsteek (4)Zet de steekkeuzeknop op " ". Als jne, decoratieve afwerking van een rand. Attentie. Bij het model 10 staat op de steeklengteknop geen positie "S". Points utilitaires 502020. 75. 24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR.

Als de maximale steekbreedte wordt ingesteld, krijgt u een mooi, decoratief resultaat. Borduurgaren geeft het geheel ook een bijzonder decoratief effect.Bloksteek (1)Zet de steekkeuzeknop op " ".Voor alle stoffen en werkzaamheden.Decoratieve steken (2)Zet de steekkeuzeknop op " ".Voor alle stoffen en werkzaamheden.Decoratieve stekenNL Points décoratifsRégler la machine comme illustré.Régler le bouton de réglage de la largeur et de la longueur de point selon le genre du tissu.Régler le bouton de la longueur de pointentre "0.5" et "1".Régler la largeur de point entre "3" et "5".Pour des nitions de bordures, torchons, nappes et serviettes en lin, manchettes, points décoratifs.

Kies de middelste naaldstand.- Leg de stof die gestopt moet worden samen met de onderlaag onder de naaivoet.- Zet de naaivoet omlaag en naai afwisselend vooruit en achteruit, gebruik hierbij de achteruitnaaitoets.- Herhaal deze bewegingen tot het gedeelte dat gestopt moet worden met rijen van steken is bedekt.Achteruitnaaien zie blz. 43, afb. "A".Attentie!Bij het model 10 staat op de steeklengteknop geen positie "S".- Régler le bouton de réglage de la longueur de point à la longueur voulue.- Régler le bouton sélecteur de point sur " " ou " ". - Positionner l'aiguille au milieu.- Glisser sous le pied le tissu à repriser avecl a garniture de renfort.- Abaisser le pied et coudre d'avant en arrière (utiliser la touche de marche arrière).- Répéter ces mouvements jusqu'à ce que la surface endommagée soit remplie.Touche de marche arrière, consultez la page 43, ill.

6 mm).- Leg het kant onder de omgevouwen stofrand, zodat dit een stukje onder de stof komt te liggen, afhankelijk van het motief in het kant.- Naai over de rand van de stof.- Als extra decoratief effect kan het kant met een kordonnaad worden vastgenaaid.Attentie!Bij het model 10 staat op de steeklengteknop geen positie "S".DE Spitze einnähen NL Kant aanzetten Couture de dentelles 502020.75.24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR

Darauf achten, dass in keine Stiche geschnitten wird.- Heftfaden entfernen.- Ober- und Unterfaden unter der Applikation verknoten, um das Auftrennen zu verhindern.Bitte beachten!Beim Modell 10 bendet sich am Stichlängenknopf keine Position "S".Applikation Appliqueren- Stel de steeklengte op de gewenste lengte in.- Zet de steekkeuzeknop op " " of " ".- Stel de steekbreedte klein in.- Knip het applicatiemotief uit en rijg het op de stof.- Naai langzaam over de randen van het motief.- Knip de overtollige stof langs de steken af. Let erop, dat u niet in de steken knipt. - Verwijder de rijgdraden.- Knoop de boven- en onderdraad onder de applicatie aan elkaar, zodat het naaiwerk is afgehecht. Attentie!Bij het model 10 staat op de steeklengteknop geen positie "S".NL Appliqué 502020.75.24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR

2 mm Zwischennadelabstand verwenden. (d. h. bernette - Artikelnummer 502020. 62. 91) Bitte beachten. Beim Modell 10 bendet sich am Stichlängenknopf keine Position "S". a. Modell 10/12b. Modell 15DE Zwillingsnadel Tweelingnaald- Stel de steeklengte op de gewenste lengte in. - Zet de steekkeuzeknop op " " of " ". Kies de middelste naaldstand. - Let erop, dat de beide draden, die voor de tweelingnaald worden gebruikt, even dik zijn. U kunt één of twee kleuren gebruiken. - Zet de tweelingnaald net als een normale naald in de naaimachine. De platte kant moet naar achteren wijzen. - Volg de aanwijzingen voor het inrijgen van een normale naald. Rijg elke naald apart in. Attentie:Naai bij het gebruik van een tweelingnaald altijd langzaam en let erop, dat deze snelheid onveranderd blijft, zodat de steekkwaliteit optimaal is.

Let er bij het gebruik van een tweelingnaald voor de zigzagsteek op, dat de steekbreedte tussen "0" en "2,5" is ingesteld. Gebruik de tweelingnaald niet als de instelling groter dan "2,5" is.

- Für Normales Nähen Stopfplatte entfernen. (Modell 10/12)- Hebel für Transporteur für normalen Gebrauch nach links schieben. (Modell 15)Bitte beachten. Beim Modell 10 bendet sich am Stichlängenknopf keine Position "S". DEMonogramm und Sticken mit StickrahmenMonogram / borduren met het borduurraamNLborduurraam als speciaal accessoire verkrijgbaar. - Stel de naaimachine zoals afgebeeld in. - Zet de steekkeuzeknop op " " of " ". - Verwijder de naaivoet en naaivoethouder. - Bevestig de stopplaat zoals afgebeeld. (1) (Model 10/12)- Schuif de transporteurhendel naar rechts om de transporteur omlaag te zetten. (2) (Model 15)- Zet de naaivoethendel voor naaibegin omlaag. - Stel de steeklengte op "0" in. - Stel de steekbreedte overeenkomstig de grootte van de letters of het motief in. Voorbereiding voor monogrammen en borduren- Teken de gewenste letter of het motief op de bovenkant van de stof.

Quiltsteek (1)Zet de steekkeuzeknop op " ".Voor alle stoffen en werkzaamhedenQuiltsteek (2)Zet de steekkeuzeknop op " ".Voor alle stoffen en werkzaamhedenDe onderdraad moet naar de goede kant van de stof worden getrokken. Verhoog de bovendraadspanning afhankelijk van de stof. Gebruik monolgaren =“handgemaakt“ effect (bovendraad). Pas de balans, indien nodig, aan. Quiltstich Quiltsteek Point quilt 502020.75.24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR

Achtung:Dieser Fuss darf nur mit Geradstich in der Nadel-Mitte-Position verwendet werden. Bitte beachten. Beim Modell 10 bendet sich am Stichlängenknopf keine Position "S". De quiltvoet 1/4" is als speciaal accessoire verkrijgbaar. - Stel de steeklengte tussen "2" - "4" in. - Zet de steekkeuzeknop op " " of " ". - Middelste naaldstand. Werkwijze:Naadbreedte 1/4 inch (6 mm)Leg het naaiwerk onder de naaivoet, zodat de rand van de stof tegen de randgeleider ligt. Naai de naad, laat de stof langs de randgeleider lopen, zodat de naad precies 1/4 inch breed is. Naadbreedte 1/8 inch (3 mm)Leg het naaiwerk onder de naaivoet, zodat de rechter buitenrand van de naaivoet precies op de rand van de stof ligt (zie pijl). De naadis dan precies 1/8 inch breed. De inkepingen aan de rand van de naaivoet zijn op een afstand van 1/4 inch voor en achter de naald aangebracht.

Leg de stofrand op de markering 5/8 inch. Leg de ritssluiting op de stof, zodat de tandjes onder de rechter inkeping van de ritsvoet liggen en deritssluiting 1/4 inch van de bovenkant vande stof af ligt. Naai de rits tot waar het lipje wordt vastgezet in de stof. Neem het naaiwerk weg. Om de andere kant van de rits in te zetten, moet de stofrand (afb. 2) op de 5/8 inch markering van de steekplaat worden gelegd. Plaats de tandjes onder de linker inkeping van de ritsvoet en naai de rits tot waar het lipje wordt vastgezet in de stof. Neem het naaiwerk weg. Sluit de rits. Vouw de stof, zodat het einde van de rits (afb. 2) naar rechts ligt. Fixeer het einde met een veiligheidsspeld. Vervang de ritsvoet door de normale naaivoet en naai met een rechte steek zo dicht mogelijk langs de rits. Afhechten. Attentie. Bij het model 10 staat op de steeklengteknop geen positie "S".

Unterfaden heraufholen und beide Fäden hinter, unter den Obertransportfuss legen. a Gabelb Befestigungskopfc Nadelstanged Nadelbefestigungsschraube & Haltere Nähfussbefestigungsschraubef NähfussstangeNL BoventransportvoetNaaivoet als speciaal accessoire verkrijgbaar. Probeer altijd eerst zonder de boventransportvoet te naaien en gebruik deze alleen indien dit noodzakelijk is. De boventransportvoet is als speciaal accessoire verkrijgbaar. Dit accessoire brengt het transport van de boven- en onderlaag in evenwicht en verhindert, dat moeilijk te verwerken stoffen onregelmatig worden getransporteerd. Met deze naaivoet kunnen bovendien strepen, ruiten en motieven exact op elkaar worden afgestemd. 1. Zet de naaivoetstang omhoog. 2. Verwijder de naaivoethouder door de schroef (3) los te draaien (zie blz. 27). 3.

Trek de stekker van de naaimachine uit het stopcontact van het elektriciteitsnet voordat onderdelen worden bevestigd of verwijderd of voordat de naaimachinewordt gereinigd. ReinigenSteekplaat verwijderen:Zet de naald in de hoogste stand. Verwijder het werkblad en open het klapdeksel aan de voorkant van de vrije arm. Draai beide schroeven los, verwijder daarna de steekplaat (1). Reinigen en oliën van de grijper:Verwijder de spoelhuls door deze aan het geopende klepje uit de grijper te trekken (3). Klap beide grijperarmhouders (a) naar buiten. Verwijder het grijperbaandeksel (b) en degrijper (c). Reinig eerst de transporteur met een kwastje (2), reinig daarna de grijper (c), de grijperbaan (d) en het grijperbaandeksel (b) met een zachte doek. Breng op de plaats (d) 1-2 druppels naaimachineolie aan. Draai aan het handwiel, tot de drijver (e) in de linkerstand staat.

Zet de grijper (c) en het grijperbaandeksel (b) weer in de naaimachine en klap beide grijperarmhouders (a) terug. Bevestig spoel, spoelhuls en steekplaat. Attentie:Als de naald omlaagstaat, kan de grijper niet worden verwijderd. Belangrijk:Stof- en draadresten moeten regelmatigworden verwijderd.

DENL Storingen opheffenStoringBovendraad breektSteekfoutenNaaldbreukLosse stekenDe nadentrekken of destof rimpelttSteken en transport zijn onregelmatigNaaimachine is te luidruchtigNaaimachine is geblokkeerdDe naaimachine naait achteruitOorzaak1. De naaimachine is niet correct ingeregen2. De draadspanning is te hoog3. Het garen is te dik voor de naald4. De naald is niet correct ingezet5. Het garen is om de garenklospen gewikkeld6. De naald is beschadigd1. De naald is niet correct ingezet2. De naald is beschadigd3. Er werd een verkeerde naalddikte gebruikt4. De naaivoet is niet correct bevestigd1. De naald is beschadigd2. De naaivoet is niet correct bevestigd3. Verkeerde naalddikte voor de stof4. Verkeerde naaivoet bevestigd1. De naaimachine is niet correct ingeregen2. De spoelhuls is niet correct ingeregen3. Verhouding naald/garen/stof onjuist4. Verkeerde draadspanning1.

De naald is te dik voor de stof2. De steeklengte is verkeerd ingesteld3. De draadspanning is te hoog1. Slechte garenkwaliteit2. De spoelhuls is verkeerd ingeregen3. Er werd aan de stof getrokken1. De naaimachine moet worden geolied2. Stof of olie aan de grijper of naaldstang3. Olie is van slechte kwaliteit4. De naald is beschadigd1. Garen zit klem in de grijper1. De naaimachine naait achteruitOplossing1. Rijg de naaimachine opnieuw in2. Verminder de draadspanning (kleiner getal)3. Gebruik een dikkere naald4. Verwijder de naald en zet hem opnieuw in (platte kant naar achteren)5. Verwijder het garen en wikkel dit op een spoel6. Vervang de naald 1. Verwijder de naald en zet hem opnieuw in (platte kant naar achteren)2. Zet een nieuwe naald in3. Pas de naald aan het garen en de stof aan4. Controleer de naaivoet en bevestig hem opnieuw1. Zet een nieuwe naald in 2.

De naald moet aan de stof en het garen worden aangepast4. Corrigeer de draadspanning1. Gebruik een dunnere naald2. Stel de steeklengte opnieuw in3. Verminder de draadspanning1. Gebruik een betere kwaliteit garen2. Verwijder de spoelhuls, rijg hem opnieuw in en bevestig hem opnieuw3. Trek tijdens het naaien nooit aan de stof, maar laat deze door de naaimachine transporteren1. Olie de naaimachine zoals beschreven2. Reinig de grijper en transporteur zoals beschreven3. Gebruik uitsluitend naaimachineolie van uitstekende kwaliteit4. Vervang de naald1. Verwijder de bovendraad en spoelhuls, draai het handwiel met de handnaar achteren en naar voren en verwijder de draadresten. Olie de naaimachine zoals beschreven. 1. Draai de steekkeuzeknop tot het volgende arrêteerpunt. 126 502020. 75. 24_021V4D0101_1010_IM_bernette 10 12 15_EN_DE_NL_FR.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bernina Bernette 12 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden