Bernina Activa 210 Handleiding

Bernina Naaimachine Activa 210

Bekijk gratis de handleiding van Bernina Activa 210 (36 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen. Heb je een vraag over Bernina Activa 210 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/36
Welkom bij ! Ik dank u heel hartelijk, dat uw keus op is gevallen. U heeft een BERNINABERNINA
product gekozen waarvan u jarenlang plezier zult hebben. n van onze prioriteiten is de tevreden-
heid van onze klanten. En dat al sinds meer dan honderd jaar. Het is mijn persoonlijke wens bepaalde
tradities onverminderd voort te zetten. Onze klanten bieden wij Zwitsers precisiewerk, geavanceerde
technologie en een omvangrijke klantenservice.
Met de treedt een jong en modern design op de voorgrond. Natuurlijk zijnBERNINA activa 210
onze machines net als voorheen gebruikersvriendelijk, zodat u uw creativiteit nog gemakkelijker kunt
omzetten. Geniet van het nieuwe, creatieve naaien met : onze veelzijdige accessoires en deBERNINA
diverse publicaties, rijk aan tips en iden, ondersteunen u bij het creëren van uw kunstwerken.
U kunt ook altijd gebruikmaken van de serviceverlening van onze professionele BERNINA dealers.
www.bernina.com
BERNINA International AG CH-8266 Steckborn/Zwitserland
«
Hartelijk
gefeliciteerd
met uw keuze»
H.P. Ueltschi
Eigenaar

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Bernina
Categorie: Naaimachine
Model: Activa 210

Handleiding Bernina Activa 210 – volledige tekst

Welkom bij ! Ik dank u heel hartelijk, dat uw keus op is gevallen. U heeft een BERNINA BERNINA product gekozen waarvan u jarenlang plezier zult hebben. Eén van onze prioriteiten is de tevreden-heid van onze klanten. En dat al sinds meer dan honderd jaar. Het is mijn persoonlijke wens bepaaldetradities onverminderd voort te zetten. Onze klanten bieden wij Zwitsers precisiewerk, geavanceerdetechnologie en een omvangrijke klantenservice.Met de treedt een jong en modern design op de voorgrond. Natuurlijk zijnBERNINA activa 210 onze machines net als voorheen gebruikersvriendelijk, zodat u uw creativiteit nog gemakkelijker kuntomzetten.

Geniet van het nieuwe, creatieve naaien met : onze veelzijdige accessoires en deBERNINAdiverse publicaties, rijk aan tips en ideeën, ondersteunen u bij het creëren van uw kunstwerken.U kunt ook altijd gebruikmaken van de serviceverlening van onze professionele BERNINA dealers.www.bernina.com BERNINA International AG • CH-8266 Steckborn/Zwitserland«Hartelijkgefeliciteerdmet uw keuze»H.P. UeltschiEigenaar

2 1. Laat niet toe, dat de naaicomputer als speelgoed wordt ge-bruikt. Voorzichtigheid is vooral vereist, wanneer de naaicom-puter door of in de nabijheid van kinderen wordt gebruikt; ookbij personen, die de naaicomputer niet op de juiste manier kun-nen bedienen. De naaicomputer mag niet door personen (enkinderen) met verminderde lichamelijke, sensorische en/of men-tale capaciteiten of door personen, die niet over de noodzake-lijke ervaring en kennis van de bediening van dit apparaatbeschikken, worden gebruikt. In dit geval mag de naaicompu-ter alleen worden gebruikt, als de bediening door een persoon,die voor de veiligheid van de gebruik(st)er verantwoordelijk is,werd uitgelegd. 2. Gebruik de naaicomputer alleen voor de in de handleiding beschreven doeleinden. Gebruik alleen accessoires, die door deproducent worden aanbevolen. 3.

Gebruik de naaicomputer niet wanneer• kabel of stekker zijn beschadigd• de machine niet storingvrij naait• de machine gevallen of beschadigd is• de machine met water in aanraking is gekomen. Laat uw naaicomputer door de dichtstbijzijnde BERNINA dealercontroleren of repareren. 4. Let erop, dat de ventilatie-openingen tijdens het gebruik van denaaicomputer nooit geblokkeerd zijn. Verwijder pluisjes, stof-en draadresten regelmatig uit de openingen. 5. Houd uw vingers op voldoende afstand van alle bewegendedelen. Let vooral op de naald. 6. Gebruik altijd een originele steekplaat. Een andereBERNINA steekplaat kan veroorzaken, dat de naald breekt. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENBij het gebruik van een elektrisch apparaat dienen de gebruikelijkeen navolgende veiligheidsvoorschriften absoluut in acht te wordengenomen.

Lees voor het gebruik van deze naaicomputer alle instructies zorgvuldig door. Principieel dient het apparaat, wanneer dit niet wordt gebruikt,altijd uitgeschakeld te worden door de netstekker uit het stop-contact te trekken. GEVAAROm het risico van een elektrische schok te vermijden: 1.

Laat de naaicomputer nooit onbeheerd staan, zolang deze nog op het stroomnet is aangesloten. 2. Na gebruik en voordat u de machine reinigt, dient u de netstekker uit het stopcontact te verwijderen. 3. Trek altijd de netstekker uit het stopcontact voordat u een gloeilampje verwisselt. Gebruik alleen lampjes van hetzelfde type (12 volt/5 watt). WAARSCHUWINGOm het risico van verbrandingen, brand, elektrische schok ofverwondingen van personen te vermijden. Veiligheidsvoorschriften.

3Veiligheidsvoorschriftenaardingsmiddel. Dit middel dient ook niet te worden gebruikt. Hetonderhoud van een dubbel geïsoleerd product vereist grote zorg-vuldigheid en een uitstekende kennis van het systeem en dientderhalve alleen door vakkundig personeel te worden uitgevoerd. Voor service en reparaties mogen alleen originele onderdelen worden gebruikt. Een dubbel geïsoleerd product is op de volgendewijze gekenmerkt: «dubbele isolatie» of «dubbel geïsoleerd». Het symbool kan eveneens aangeven, dat een product dubbelgeïsoleerd is. Deze naaicomputer is alleen voor huishoudelijk gebruikbestemd. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENZORGVULDIG BEWAREN. 7. Gebruik geen kromme naalden. 8. Duw niet tegen en trek nooit aan de stof tijdens het naaien. Ditkan veroorzaken, dat de naald breekt. 9. Voor alle handelingen binnen het bereik van de naald, bijv.

inrijgen, vervangen van de naald, naaivoet verwisselen, enz. dehoofdschakelaar altijd op «0» zetten. 10. Tijdens de in de handleiding beschreven onderhoudswerkzaam-heden, zoals gloeilampje verwisselen, enz. de naaicomputer uitschakelen door de netstekker uit het stopcontact te trekken. 11. Steek geen voorwerpen in de openingen van de naaicomputer. 12. Gebruik de naaicomputer nooit buiten. 13. Bedien de naaicomputer niet in ruimtes waar aërosolproducten(sprays, spuitbussen) worden gebruikt. 14. Schakel de naaicomputer uit door de hoofdschakelaar op «0» tezetten en de stekker uit het stopcontact te trekken. 15. Bij het uitschakelen altijd aan de stekker, nooit aan de kabel trekken. 16. De producent is niet aansprakelijk voor eventuele schaden diedoor een verkeerde bediening van het apparaat zijn ontstaan. 17. Deze naaicomputer is dubbel geïsoleerd. Gebruik a. u. b.

Een dubbel geïsoleerd product bevat geenBERNINA voelt zich verplicht een bijdrage aan het milieubeheerte leveren. Wij streven ernaar de invloed van onze producten ophet milieu tot een minimum te beperken. Derhalve verbeterenwij de vormgeving en productiemethode van onze productenvoortdurend. Indien u het product niet meer nodig heeft, verzoeken wij u omdit, rekening houdend met de milieueisen en overeenkomstig degeldende richtlijnen, weg te doen. Gooi dit product niet met hetnormale huishoudafval weg. Neem in geval van twijfel met uwdealer contact op.

Standaardaccessoires6 *kan per land variërenAccessoires*•stoffen etui voor standaard-accessoires•2 spoelen (+ 1 in de spoelhuls)•klikzoolhouder met 4 zolen•assortiment naalden 130/705H•tornmesje•kwastje•3 garengeleidingsschijven•rond plaatje van schuimstof•oliespuitje•handleiding•pedaal•netkabel•garantiebewijsNaaisnelheid regelen•de naaisnelheid wordt gere-geld door harder of zachterop het pedaal te drukkenPedaalKabel oprollen•kabel oprollen•kabeleinde (stekker) in dehiervoor bestemde gleuf vastzettenVoor het naaien•kabel uitrollenNetkabel Ain het stopcontact van denaaicomputer steken Bin het stopcontact van hetstroomnet stekenPedaalkabel Stekker van pedaal Cin denaaicomputer steken.KabelaansluitingACBHoofdschakelaar (D) 0de naaicomputer is ingescha-keld 1de naaicomputer is uitgescha-keldHet naailicht wordt tegelijkertijdmet de hoofdschakelaar aan-/uitgeschakeld.DLet a.u.b.

Speciale accessoires 9Onze aanbeveling voor meercomfort tijdens het naaien: hetBERNINA loepenset!LoepensetStart-Stop-UnitMet behulp van de Start-stop-unit kan de naaifunctie met dehand worden bediend.• start-stop-toets Aindrukken =naaifunctie ingeschakeld•met behulp van de snelheids- regelaar Bkan de naaisnelheidmet de hand worden inge-steld.•naaifunctie onderbreken ofbeëindigen = start-stop-toets Anogmaals indrukkenABAttentie:Als het pedaal is aangesloten,kan de naaifunctie niet met deStart-stop-unit wordenbediend.De belangrijkste kenmerkenvan het CFL-naailicht zijn, dathet, in tegenstelling tot norma-le gloeilampjes, een betere ver-lichting van het werkoppervlakgeeft en een zeer lange levens-duur heeft.Let op:Een defect CFL-naailicht magalleen door een bevoegdepersoon worden vervangen.Breng uw naaicomputer a.u.b.naar uw BERNINA dealer!Let a.u.b.

Naaicomputer voorbereiden10Onderdraad opspoelen•hoofdschakelaar aanzetten•leeg spoeltje op de as zetten•draad van de garenklos in de achterste geleiding en in de rich-ting van de pijl om de voorspanning geleiden•het garen twee tot drie maal om de lege spoel wikkelen en het restgaren met de draadafsnijder afsnijden•hendel tegen het spoeltje duwen•op het pedaal drukken•het spoelen stopt wanneer het spoeltje vol is•spoeltje wegnemenDraadafsnijder•garen over de draadafsnijdertrekkenOnderdraad opspoelenLet op:Tijdens het spoelen met deverticale garenkloshouder (blz. 13) moet de naaisnelheideventueel worden aangepast.

11Naaicomputer voorbereidenSpoelhuls verwijderen•naald omhoogzetten•hoofdschakelaar op «0» zetten•spoelhuisdeksel van de naaicomputer openen•klepje van de spoelhuls vastpakken•spoelhuls uit de naaicomputernemenSpoelhuls in de grijper zetten•klepje van de spoelhuls vastpakken•de vinger van de spoelhulsmoet naar boven wijzen•spoelhuls in de grijper drukken tot hij vastzitOnderdraadafsnijder•spoelhuls inzetten•draad over de draadafsnijder Atrekken•garen wordt afgesneden•spoelhuisdeksel sluitenLet op:De onderdraad moet niet naarboven worden gehaald,omdat het restje garen onderde steekplaat voor naaibeginvoldoende is.Let a.u.b. op de veilig-heidsvoorschriften!ASpoelhuls

Naaicomputer voorbereiden12Spoeltje inzetten... tot hij in de T-vormige gleufaan het einde van de veer ligt.Het spoeltje moet met de wij-zers van de klok meedraaien.Spoeltje inzettenHet spoeltje inzetten, zodat dedraad met de wijzers van deklok mee is opgespoeld.De draad vanaf de rechterkantin de gleuf trekken.Draad naar links onder de veertrekken, ...Naald verwijderen•naald omhoogzetten•hoofdschakelaar op «0» zetten•klikzoolhouder laten zakken•naaldbevestigingsschroef losdraaien•naald naar beneden trekkenNaald inzetten•platte kant van de naald naar achteren•naald naar boven schuiven tot hij niet verder kan•naaldbevestigingsschroef vastdraaienNaald verwisselenLet a.u.b. op de veilig-heidsvoorschriften!

13Naaicomputer voorbereidenAfzonderlijke garenkloshouderAKlikzool verwisselenKlikzool verwisselen•naald en klikzoolhouderomhoogzetten•hoofdschakelaar op «0» zet-ten•de knop op de klikzoolhouderindrukken = klikzool laat losKlikzool bevestigen•klikzool onder de klikzoolhou-der leggen, zodat de dwarspinonder de opening van destang ligt•bevestigingshendel naar bene-den duwen, de klikzool zitvast3Let a.u.b. op de veilig-heidsvoorschriften!Draaibare verticale garenkloshouder•bevindt zich aan de achterkant achter het handwiel•noodzakelijk voor het naaien met verschillende draden, bijv. bijwerkzaamheden met de tweelingnaald, enz.•voor het naaien de garenkloshouder naar boven draaien tot hijniet verder kan• bij grote garenklossen het ronde schuimstof plaatje op de Ahouder zetten, zodat de garenklos voldoende steun heeft

Naaicomputer voorbereiden14Bovendraad inrijgenGarenklos opzetten•zet de naald en naaivoet omhoog•zet de hoofdschakelaar op «0»•bevestig het plaatje van schuimstof•zet het naaigaren op de garenkloshouder (garen moet met dewijzers van de klok mee van de klos lopen)•zet de passende garengeleidingsschijf op (diameter van degarenklos = grootte van de garengeleidingsschijf); hierbij maggeen ruimte tussen de garengeleidingsschijf en de garenklosvoorhanden zijn•trek de draad in de achterste draadgeleiding A•en dan naar voren door de gleuf in de bovendraadspanning•draad rechts langs de draadhevelafdekking naar beneden om punt trekkenB•daarna links in de richting van de pijl langs de afdekking naar boven om punt (draadhevel) trekkenC• draad naar beneden in de draadgeleidingen D Een trekkenLet a.u.b. op de veilig-heidsvoorschriften!CDEBA

Naaicomputer voorbereiden16SteekplaatTransporteur en stoftransportDruktoets gelijk met het frame= transporteur omhoogDruktoets ingedrukt = transporteur omlaag•voor projecten die met dehand worden geleid (stoppen,quilten uit de vrije hand) Markeringen op de steekplaat •de steekplaat is van lengtemarkeringen in mm en inch voorzien•mm-markeringen zijn voor op de steekplaat zichtbaar•inch-markeringen zijn achter op de steekplaat zichtbaar•de lengtemarkeringen hebben betrekking op de afstand van denaald tot aan de markering•de mm- of inch-markeringen staan rechts en links aangegeven•deze dienen als hulp bij het naaien van naden, exact doorstikken,enz.•de dwarslijnen zijn praktisch voor het naaien van hoeken,knoopsgaten, enz.Aanwijzing: Steekplaat verwisselen zie blz. 31Transporteur en steeklengteBij elke steek verschuift de transporteur één stap.

De lengte vanzo’n stap hangt van de gekozen steeklengte af. Bij een korte steeklengte zijn de stappen ook heel klein. De stof glijdt heellangzaam onder de naaizool door, ook bij maximale naaisnelheid.Knoopsgaten worden bijvoorbeeld met zo’n kleine steeklengtegenaaid.

17Naaicomputer voorbereiden35ADraadspanningBasisinstelling•de rode markering op de regelschijf komt overeen met het teken A•voor normale werkzaamheden moet de draad-spanning niet worden veranderd•voor speciale werkzaamheden kan de draad-spanning m.b.v. de regelschijf aan het mate-riaal worden aangepastOptimale steekvorming•de draden zijn in het midden van de stof ver-strengeldTe hoge bovendraadspanning•de onderdraad wordt hierdoor meer in de stofgetrokken•bovendraadspanning verminderen = instelknopop 3-1 draaienTe lage bovendraadspanning•de bovendraad wordt hierdoor meer in de stofgetrokken•bovendraadspanning verhogen = instelknop op5-10 draaienIn de fabriek wordt de draadspanning optimaal ingesteld. Hiervoor wordt zowel op het spoeltje als voor de bovendraad Metro-senegaren nr.

100/2 (firma Arova Mettler,Zwitserland) gebruikt.Bij het gebruik van ander naai- of borduurgarenkunnen afwijkingen op de optimale draadspan-ning ontstaan. Daarom is het soms noodzakelijkom de draadspanning aan de stof en de gewen-ste steek te kunnen aanpassen.Voorbeeld:Draadspanning Metaalgaren ca. 3 Quiltgaren ca. 2–4

Bediening18BalansDe naaicomputer wordt voor-dat deze de fabriek verlaat, grondig getest en optimaalingesteld. Getest wordt met 2lagen Cretonne-stof en Metro-senegaren 100/2 van de firmaArova Mettler, Zwitserland. Normale stand De steken wor-den naar elkaartoegeschoven(steeklengte ver-minderen)De steken wor-den uit elkaargeschoven(steeklengte ver-groten)Verschillende soorten stof,garen en verstevigingsmateriaalkunnen de geprogrammeerdesteken in de naaicomputer dusdanig beïnvloeden, dat dezeniet meer mooi op elkaar aansluiten of over elkaar vallen(d.w.z. dat de steken te ver uitelkaar of te dicht op elkaar liggen).Let op:Zet de balans, indien dezewerd gewijzigd, na beëindi-ging van het naaiwerk altijdweer in de normale stand!M.b.v.

19BedieningSteekbreedte veranderen•linkertoets = steek smaller•rechtertoets = steek breder•de basisinstelling van de gekozen steek isaltijd zichtbaar, deze knippertNaaldstand veranderen•linkertoets = naald naar links verzetten•rechtertoets = naald naar rechts verzettenSteeklengte veranderen•linkertoets = steeklengte kleiner•rechtertoets = steeklengte groterSteek kiezen•steken 1–11:op de gewenste toets druk-ken; steeknummer en basisin-stelling van steeklengte ensteekbreedte verschijnen ophet LCD beeldscherm0 2 3 4 51 5.5123450123456Op het LCD beeldscherm verschijnt 1Steekbreedte, basisinstelling knippert (altijd zicht-baar) 2Steeklengte, basisinstelling knippert (altijd zichtbaar) 3Naaldstand (9 mogelijkheden) 4Naaldstop boven/onder 5Steeknummer 6Geeft de geschikte naaivoet voor de gekozen steekaan 7Kordonnaad; dichte, korte zigzagsteek7Tijdelijk geheugen•elke gewijzigde steeklengte en steek-breedte worden automatisch opgeslagenVoorbeeld:•een gewijzigde steek naaien (bijv.

3 mm)Gebruik:•knoopsgatlengtes programmeren •lengte van het stopprogramma programmeren•handmatig afwerken (naadbegin/naadeinde)permanent:•twee keer kort achter elkaar op de knop drukken•de naaicomputer naait de gewenste steek permanent achteruit•achteruitnaaien beëindigen: één keer op de knop drukken1/2 motorsnelheid•op de toets drukken = de naaicomputer naaitop 1/2 snelheid•nogmaals op de toets drukken = de naaicompu-ter naait weer op volle snelheidFunctiesNaaldstop-wijziging•bij de basisinstelling wijst de pijl naar boven•op de toets drukken•op het LCD beeldscherm wijst de pijl naar bene-den = de naaicomputer stopt met de naald in destof•opnieuw op de naaldstoptoets drukken•op het LCD beeldscherm wijst de pijl naar boven= de naaicomputer stopt met de naald omhoogAttentie:Toets iets langer indrukken = de naaldwordt automatisch omhoog of omlaag gezetclr/del-toets (clear/delete)•op de toets drukken = de basisinstelling wordtteruggehaald•afzonderlijk geactiveerde functies worden gewistUitzonderingen:•naaldstop onder/boven•1/2 motorsnelheid•als het handmatige knoopsgat is gekozen, knip-pert de eerste stap op het LCD beeldschermEen functie is ...geactiveerd, wanneer het overeenkomstige symbool op het LCD beeldscherm verschijntgedeactiveerd, wanneer het symbool niet meer op het LCD beeldscherm verschijnt.

1Zigzagsteek•geschikt voor alle soorten stof•voor het afwerken van randen•als siersteek voor decoratief naaiwerkSatijnsteek•dichte (korte) zigzagsteek (steeklengte 0,5–0,7 mm)•wordt gebruikt voor applicaties, borduurwerk, enz.Randen afwerken•exacte randafwerking voor de meeste soorten stof•de rand van de stof onder het midden van de naai-zool geleiden•de naald steekt aan één kant in de stof en aan deandere kant over de stof•stel de zigzag niet te breed en de steeklengte niet telang in•de rand moet plat liggen en mag niet oprollen•gebruik voor dun materiaal stopgaren Arandafwerking met zigzag-steek Bzigzagsteek met gewijzigdesteeklengte Czigzagsteek met gewijzigdesteekbreedte

23Nuttige stekenBoognaadsteek nr. 3Gebruik terugtransportzool nr. 1Breed elastiek•als afwerking bij sportkleding, ondergoedVoorbereiding •knip het elastiek op de gewenste lengte •verdeel de rand van de stof en het elastiek in viergelijke delen en markeer elk deel•speld de rand en het elastiek bij de markeringen opelkaar Naaien •rek het elastiek tijdens het vastnaaien uit•knip de overtollige stof afDrievoudige rechte steek nr. 4Gebruik terugtransportzool nr. 1Open naad •duurzame naad voor harde en dicht geweven stoffenzoals denim en ribfluweel•verstevigde naad die veel te lijden heeftDecoratief doorstikken•vergroot de steeklengte en gebruik de drievoudigerechte steek voor decoratief doorstikwerk op denimAttentie:Stel bij de drievoudige steek de steeklengte op 4 in,zodat u een optimaal resultaat krijgt.

10 cm de blindzoomaan beide kanten van de stofcontroleren, steekbreedte evt.nogmaals aanpassenNaaien•laat het staafje van de overlockvoetlangs de rand van het materiaal lopen•de steek ligt langs de stofrand en valtover het staafje van de naaivoetzool

27Nuttige stekenGebruik terugtransportzool nr. 1Stoppen met de terugtransportzool nr. 1 (stekenteller-automaat)•naald links boven de beschadigde plek in de stof zet-ten•eerste lengte naaien en naaicomputer stopzetten•op de achteruitnaaiknop boven de naald drukken: delengte is geprogrammeerd•stopprogramma verder naaien; de naaicomputerstopt automatisch•programmering uitschakelen m.b.v. de «clr/del»-toetsBij een grote oppervlakte•de oppervlakte kan door het verschuiven van de stofin de lengte en breedte worden vergrootStopprogramma, steek nr. 10Gebruik knoopsgat-sledezool nr. 3Voorbereiding•knoopsgat kiezen•op het LCD beeldscherm verschijnt het knoopsgatnummer,de aanbevolen naaizool nr.

3 en het knoopsgatsymbool (deeerste fase knippert)•onderdraad in de vinger van de spoelhuls rijgen = draad-spanning is iets hoger•markeer de knoopsgatlengte op de gewenste plaatsMaak altijd een proefknoopsgat•gebruik hiervoor de originele stof en het originele verstevi-gingsmateriaal•knoopsgat in dezelfde richting als het uiteindelijke knoops-gat op de stof naaien (in de lengte of dwars)•snijd het knoopsgat open•schuif de knoop door het knoopsgat, corrigeer de knoops-gatlengte indien noodzakelijkKnoopsgat, steek nr. 11Kies een handmatig knoopsgat als dit maar één keer voor-komt, voor het verstellen van bestaande knoopsgaten ofvoor decoratieve toepassingen. Een handmatig knoopsgatkan niet worden opgeslagen.

Nuttige steken28Let op:Zet de balans na beëindigingvan de knoopsgaten weerterug naar de normale stand!CorrectiesKordonbreedte veranderen•steekbreedte veranderen•de gewijzigde steekbreedte kan met «clr/del»worden gewistSteeklengte veranderen•een verandering van de steeklengte heeft in-vloed op beide kordons (de steken liggen dich-ter op of verder uit elkaar)•de gewijzigde steeklengte kan met «clr/del»worden gewistBalans bij automatische enhandmatige knoopsgaten•bij het handmatig knoopsgaten het knoopsgat met lengte-meting heeft de balans gelijk-tijdig invloed op beide kor-dons, omdat beide kordons indezelfde richting wordengenaaid 1Kordon tot aan de lengtemarkering vooruitnaaien; de naaicomputerstilzetten•op de achteruitnaaiknop boven de naald drukken 2Rechte steken achteruitnaaien, de naaicomputer op de hoogte van de eerste steek (knoopsgatbegin) stilzetten•op de achteruitnaaiknop boven de naald drukken 3Trens boven en tweede kordon naaien, de naaicomputer stilzetten•op de achteruitnaaiknop boven de naald drukken 4Trens onder en afhechtsteken naaienAfzonderlijke stappen kunnen worden gewist of worden herhaald.4312Handmatig knoopsgat naaienBeide knoopsgatkordons worden in dezelfde richting genaaid.Op het LCD beeldscherm wordt de knoopsgatvolgorde d.m.v.

29Naalden Naald 70 80 90 100 110 –120 Stopgaren • • Naaigaren • •katoen gemerc. Naaigaren • •synthetischNaaigaren grof katoen gemerc. • •synthetischKnoopsgatgaren voor siernaden • •(cordonnet)Belangrijke informatie over de naald Uw BERNINA naaicomputer heeft het naaldsysteem 130/705H.Naald en garenNormale naalden hebben gebruikelijk een dikte variërend van nr. 70 tot nr. 120. Hoe dunner de naald, des te lager het nummer.Welke naald bij welk garen past, kunt u uit de tabel opmaken.Naald en garen passenTijdens het naaien ligt de draadin de lange gleuf van de naald.Naald en garen passen nietAls de naald te dun is, past dedraad niet goed in de gleuf.Hierdoor ontstaan steekfouten.Naald en naaiwerkToestand van de naaldDe naald moet altijd in onberispelijke staat zijn.Problemen ontstaan wanneerde naald beschadigd is.een kromme naald een botte naald een naaldpunt methaakjes

31Reinigen en onderhoudLCD beeldscherm en naaicomputer reinigen•met een zachte, vochtige doek schoonmakenReinigenWanneer de naaicomputer in een koude ruimte staat, moet ze ongeveer 1 uur voor gebruik in een warme ruimte worden gezet.Naaicomputer na elk gebruik reinigen•hoofdschakelaar op «0» zetten en stekker uithet stopcontact trekken•naaizool en naald verwijderen•spoelhuisdeksel aan de vrije arm openen•druk de steekplaat rechtsachter naar benedenen verwijder deze•naaicomputer met het kwastje reinigen•steekplaat weer bevestigenGrijper reinigen•hoofdschakelaar op «0» zetten en stekker uithet stopcontact trekken•spoelhuls verwijderen•ontgrendelingshevel naar links drukken•afsluitbeugel met de zwarte grijperbaanringnaar beneden klappen•grijper wegnemen en grijperbaan reinigen;gebruik geen spitse voorwerpen•grijper bevestigen, indien nodig aan het hand-wiel draaien, tot de grijperdrijver links staat•grijperbaanring en afsluitbeugel sluiten, ont-grendelingshevel moet vastzitten•ter controle aan het handwiel draaien•spoelhuls inzettenLet op:Gebruik voor het schoonmaken nooit alcohol,benzine, verdunningsmiddel of bijtende vloei-stoffen!Oliën•enkele druppels olie in de grijperbaan aanbren-gen (2–3 druppels)•laat de naaicomputer kort stationair (zondergaren) lopen, zodat vervuiling van het materiaalwordt vermedenLet a.u.b.

Reinigen en onderhoud32NaailichtGloeilamp verwisselen•hoofdschakelaar op «0» zetten en netstekker uit hetstopcontact trekken•schroef op het naaicomputer-frame losdraaienLet op:Laat de gloeilamp voordat u deze verwisselt goed afkoelen!Gloeilampentype:Glasfittinglamp 12 V 5 W met fittingmaat W 2.1 x 9.5 d•gloeilamp naar beneden trekken•nieuwe gloeilamp inzetten•voorkap bevestigen en vast-schroeven Let a.u.b. op de veilig-heidsvoorschriften!•voorkap verwijderen; iets draaien en naar boven wegne-menWAARSCHUWINGTrek voor het reini-gen of onderhoudde netstekker uithet stopcontact

vervangen•steekgat door de naald beschadigd (moet door uw BERNINA dealer worden gepolijst)•naald bot of kromBovendraad breekt•bovendraadspanning te strak•naald van slechte kwaliteit(naalden koopt u het beste bij uw dealer)BERNINA•naald bot of krom•garen van slechte kwaliteit(garen met knoopjes, oud ofuitgedroogd garen)•verkeerde garengeleidings-schijf gebruikt, passendeschijf kiezen•steekgat of grijperpuntbeschadigd, naaicomputernaar uw BERNINA dealerbrengenSteekfouten•verkeerde naald; gebruik alleen naaldsysteem 130/705H•naald bot of krom; verkeerdingezet (bij het inzetten denaald helemaal naar bovendrukken)•naald van slechte kwaliteit ofslecht gepolijst•vorm van de naaldpunt pastniet bij het materiaal (indiennodig, ronde punt voorgebreide stoffen en snijpuntvoor hard leer gebruiken)Naad niet mooi•draadresten tussen de draad-spanningsschijven •draadresten onder de veer vande spoelhuls•onderdraad is nog in de vingervan de spoelhuls geregen•verkeerd ingeregen; boven- enonderdraad controleren•passende garengeleidingsschijfgebruikenAls de naaicomputer niet storingvrij naait, kunt u de oorzaak meestal herkennen wanneer u de volgende punten doorneemt.

29)•de naaicomputer schoon is (draadresten verwijderen)•de grijperbaan gereinigd is•tussen de draadspanningsschijven geen draadresten vastzitten•de spoel in de spoelhuls goed loopt en er geen draadresten vastzittenNaald breekt•naaldhouderschroef niet goedvastgeschroefd•stof werd naar voren, in plaatsvan naar achteren onder denaaizool weggetrokken•bij het naaien over dikkegedeeltes werd de stof verschoven terwijl de naald in de stof stak (jeansvoetgebruiken)•garen van slechte kwaliteit;slecht getwijnd garen of garenmet knoopjes•voor informatie over naaldenzie blz. 29, 30Naaicomputer loopt niet of telangzaam•stekker niet goed aangesloten•hoofdschakelaar op «0»•naaicomputer komt direct uiteen koude ruimte•spoelmechanisme nog inge-schakeld.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bernina Activa 210 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden