Bernette bb48 FunLock Handleiding

Bernette Naaimachine bb48 FunLock

Bekijk gratis de handleiding van Bernette bb48 FunLock (76 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Bernette bb48 FunLock of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/76
Handleiding

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Bernette
Categorie: Naaimachine
Model: bb48 FunLock

Handleiding Bernette bb48 FunLock – volledige tekst

Ter bescherming tegen brandwonden, brand, elektrische schokken en letsel van personen: 1. Gebruik deze machine alleen voor de doeleinden die in deze handleiding worden beschreven. Gebruik uitslui-tend accessoires en onderdelen die door de fabrikant worden aanbevo-len. 2. De machine mag niet als speelgoed worden gebruikt. Let extra goed op wanneer de machine door kinderen of in de buurt van kinderen wordt gebruikt. De machine is niet bedoeld voor gebruik door mensen (en kinde-ren) met een lichamelijke, sensori-sche of geestelijke beperking of met onvoldoende kennis of ervaring om de machine te bedienen. In dat geval mag de machine alleen worden gebruikt onder toezicht van degene die verantwoordelijk is voor de veilig-heid, of nadat hen is uitgelegd hoe de machine veilig wordt gebruikt.

Er moet toezicht worden gehouden op Neem altijd de hier genoemde veilig-heidsvoorschriften in acht, waaronder:Lees voor het gebruik van deze machine alle instructies door. Koppel de machine altijd los van de netvoeding wanneer u deze niet gebruikt. kinderen om te voorkomen dat ze met de machine spelen. Deze machine mag onder geen enkele voorwaarde worden gebruikt wanneer: ⦁de kabel of stekker is beschadigd; ⦁de machine niet goed werkt; ⦁de machine is gevallen of bescha-digd is geraakt; ⦁de machine in het water is gevallen. 3. Laat de machine in al deze gevallen controleren en zo nodig repareren door een geautoriseerde lokale BERNINA-dealer. 4. Gebruik de machine nooit als de ven-tilatieopeningen geblokkeerd zijn. Zorg ervoor dat de ventilatieope-ningen vrij zijn van pluisjes, stof- en draadresten. 5. Let erop dat uw vingers niet tussen bewegende delen komen.

Pas vooral op in de buurt van naalden en mes-sen. 6. Steek geen voorwerpen in de ope-ningen van de machine. 7. Gebruik de machine niet in de open-lucht. 8. Gebruik de machine niet in een omgeving waar drijfgasproducten (sprays) of zuurstof worden gebruikt. 9. Trek of schuif niet aan de stof tijdens het naaien.

Hierdoor kan de naald breken. 10. Schakel de machine uit door de hoofdschakelaar op "O" te zetten wanneer u iets aanpast in de buurt van de naald, zoals het inrijgen van de naald, het verwisselen van de naald, het inrijgen van de grijper of het verwisselen van de naaivoet. 11. Haal de stekker van de machine altijd uit het stopcontact als u de behuizing van de machine verwijdert, afdekkin-gen opent (bijvoorbeeld om het mes omhoog te zetten of de grijper in te rijgen), als u de machine smeert of als u andere aanpassingen doet die in deze handleiding worden beschre-ven en die door de gebruiker kunnen worden uitgevoerd. Ter bescherming tegen elektrische schok-ken: 1. Laat de machine nooit onbeheerd achter terwijl deze op de netvoeding is aangesloten. 2. Koppel de machine altijd onmiddel-lijk na gebruik of voordat u deze reinigt los van de netvoeding. 3. LED-straling.

12. Gebruik geen kromme naalden. 13. Gebruik altijd de originele BERNINA steekplaat. Bij gebruik van de ver-keerde steekplaat kan de naald bre-ken. 14. Deze machine is dubbelgeïsoleerd (niet in de VS en Canada). Gebruik uitsluitend originele onderdelen. Zie de instructies voor het onderhoud van dubbelgeïsoleerde producten. 15. Gebruik uitsluitend het pedaal dat bij deze machine is geleverd. (Type 4C–316B alleen voor de VS en Canada). Een dubbelgeïsoleerd product is uitge-rust met twee isolatie-eenheden in plaats van een aarding. In een dubbelgeïso-leerd product bevinden zich dus geen aardingselementen, en deze mogen ook niet worden toegevoegd. Bij het onder-houd van een dubbelgeïsoleerd product moet uiterst voorzichtig en met kennis van zaken te werk worden gegaan. Dit mag daarom uitsluitend door gekwalificeerd onderhoudspersoneel worden gedaan.

Voor een dubbelgeïso-leerd product mogen alleen reserveon-derdelen worden gebruikt die identiek zijn aan de originele onderdelen in het product. Een dubbelgeïsoleerd product is gemarkeerd met de aanduiding: "Dub-bele isolatie" of "Dubbelgeïsoleerd". Een dergelijk product kan ook zijn gemar- keerd met het symbool. Om technische redenen en om het product te verbeteren kunnen er altijd zonder vooraf-gaande kennisgeving wijzigingen worden aangebracht aan de eigenschappen, onder-delen en accessoires van de machine. Mee-geleverde accessoires kunnen per land verschillen.

Alleen voor Europa: Kinderen ouder dan 8 jaar en mensen met een lichamelijke, sensorische of geestelijke beperking of met onvoldoende kennis of ervaring om d e m a c h i n e t e bedienen, mogen de machine alleen gebruiken onder toezicht en alleen nadat hen is uitgelegd hoe de machine veilig wordt gebruikt en wanneer ze de moge-lijke risico's hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Rei-niging en onderhoud mogen door kinde-ren alleen onder toezicht worden uitge-voerd.

Buiten Europa (met uitzondering van de VS en Canada): Mensen (en kinderen) met een lichamelijke, sensorische of geestelijke beperking of met onvoldoende kennis of ervaring om de machine te bed ienen, mo gen de machine alleen gebruiken onder toezicht van iemand die verantwoordelijk is voor de veiligheid, en nadat hen is uitgelegd hoe de machine veilig wordt gebruikt. Er moet toezicht worden gehouden op kin-deren om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen. Als de machine in een koude ruimte is opgeslagen, moet deze circa 1 uur vóór gebruik in een warme ruimte worden geplaatst. Deze machine is uitsluitend bedoeld voor huishoudelijk gebruik. Bij intensief of com-mercieel gebruik moet de machine regel-matig worden gereinigd en vooral zorg-vuldig worden onderhouden.

Sporen van slijtage als gevolg van inten-sief of commercieel gebruik vallen niet automatisch onder de garantie, zelfs niet wanneer deze binnen de garantieperiode optreden. De beslissing hoe in dergelijke gevallen wordt gehandeld, wordt uitslui-tend genomen door de lokale onderhoud-smonteur.

13 14 15127 111069854321 Schroevendraaier (groot) Oliespuitje Garenklosnetje (5x) Reservebovenmes Garengeleidingsschijf(5x) Kwastje Naaldenset (ELx705) Naaldinrijger/-inzetter Inbussleutel(klein) Pincet Bovengrijperafdekking (ULC) Garenklosstabilisator (5x) Stofkap Afvalbakje Afdekking voor coversteek/kettingsteekIn deze overlockmachine wordt gebruikgemaakt van een industriële naald met een platte kolf (ELx705).Bij de machine wordt een naald ELx705 in de maat 80/12 meegeleverd.

OFFON2151237486(1) Bovengrijper(2) Bovenmes (verplaatsbaar)(3) Standaardnaaivoet voor overlock/cover(4) Vast ondermes(5) Ondergrijper(6) Grijper voor kettingsteek/coversteek(7) Rolzoomhendel(8) Hendel voor bovengrijper – Bevestig het pedaal en de stekker van de machine in de aansluiting van de machine. – Steek het netsnoer in het stopcontact. – Zet de hoofdschakelaar op "l" om de machine in te schakelen. – Zet de hoofdschakelaar op "O" om de machine uit te schakelen. 1. Schuif het deksel zover mogelijk naar rechts. 2. Klap het deksel naar voren. Schakel de hoofdschakelaar uit.Zorg ervoor dat het grijperdeksel tijdens het naaien is gesloten.Gebruik uitsluitend het pedaal dat bij deze machine is geleverd. (Type 4C–316B alleen voor de VS en Canada). Lees beslist ook de twee waarschuwingen hieronder. – Gebruik het pedaal om de machine te bedienen en de snelheid te bepalen.

(ALLEEN VOOR DE VS EN CANADA)Dit apparaat is voorzien van een gepoolde stekker (de pennen zijn niet even breed). Om het risico op een elektrische schok te verkleinen kan deze stekker maar op één manier in een gepoold stopcontact worden gestoken. Draai de stekker dus om als deze niet hele-maal in het stopcontact past.Als de stekker dan nog steeds niet past, moet u door een gekwalificeerd elektricien een geschikt stopcon-tact laten installeren. U mag de stekker in geen geval vervormen of veranderen. – Controleer of de spanning van het stopcon-tact (wandcontactdoos) overeenkomt met de nominale spanning van de motor. – Ga voorzichtig om met het pedaal en laat het niet op de grond vallen. Leg tijdens het gebruik geen voorwerpen op het pedaal. – Haal altijd de stekker uit het stopcontact voor-dat u naalden of naaivoeten verwisselt of wanneer u de machine onbeheerd achterlaat.

Dit voorkomt dat de machine ineens start, als het pedaal per ongeluk wordt ingedrukt. – Hang het afvalbakje (1) onder het grijperdeksel. – .Druk het afvalbakje hiervoor naar onder (2) – Zorg ervoor dat de linkerkant van het afvalbakje (3) is bevestigd in de buurt van het mes, op de plaats waar de afgesneden stof naar beneden valt. – Trek het afvalbakje omhoog zoals afgebeeld (4). – Houd het afvalbakje vast zoals in de afbeelding en trek het naar buiten (5).51342

– Haal de uittrekbare garengeleiding van boven uit het piepschuim en zet deze op zijn plaats zoals in de afbeelding hiernaast. – Trek de uittrekbare garengeleiding helemaal uit. – De twee koppelingen van de telescoopstang klikken vast zodra ze correct zijn geplaatst. – Centreer de uittrekbare garengeleiding met behulp van de garenkloshouders. – Plaats de draadconussen op de garenkloshou-ders.Als u synthetisch garen gebruikt dat gemakkelijk van de conus glijdt, haalt u het garenklosnetje van (1) onder over de garenklos en laat u het uiteinde van de draad aan de bovenkant van het netje vrij hangen.Bevestig bij gebruik van een normale garenklos de meegeleverde garengeleidingsschijf op de garen-(2)klos (3).321

– Open het grijperdeksel (zie pagina 10). – Trek de houder van het bovenmes (1) zover mogelijk naar rechts. – Draai de houder linksom totdat het mes (2) vastklikt in de vergrendelstand. – Open het grijperdeksel. – Trek de houder van het bovenmes (1) zover mogelijk naar rechts. – Draai de houder rechtsom totdat het mes (2) vastklikt in de werkstand.2121Schakel de hoofdschakelaar uit.Sluit altijd eerst het grijperdeksel, voordat u de machine aanzet.

Als de bovengrijper niet wordt ingeregen, moet de bovengrijperafdekking in het oog van de bovengrijper worden geplaatst. – Bevestig de bovengrijperafdekking door het scherpe deel ervan in het oog van de van de (1)bovengrijper te plaatsen. – Plaats het lipje van de bovengrijperafdekking in het oog van de bovengrijperafdekking en zet dit vast (2).123Schakel de hoofdschakelaar uit.Bij het inrijgen van de bovengrijper moet de bovengrij-perafdekking worden verwijderd. – Zet de beugel (3) van de bovengrijper omhoog zoals in de afbeelding om de bovengrijperafdek-king los te maken. Zet de instelknop van de naadbreedteschuif op "N" om deze in de naaipositie voor de standaardoverlock te zetten.RNControleer of de instelknop van de naaibreedte-schuif zo ver mogelijk in de richting van de instel-ling "N" staat.

Zet de rolzoom-keuzehendel op "R" voor rolzoom.RNControleer of de instelknop van de naaibreedte-schuif zo ver mogelijk in de richting van de instel-ling "R" staat. – Op deze machine kunt u drie naalden in de naaldhouder plaatsen. U mag voor het naaien alleen een, twee of drie naalden gebruiken. – Probeer niet met vier of vijf naalden te naaien. – In het stekenoverzicht staan de diverse naald-posities in de naaldhouder aangegeven.AA BBBCCDDEEABCDEDAls zowel de linker als de rechter overlocknaald zijn geplaatst, staat de linkernaald iets hoger dan de rechter.Als alle coversteeknaalden zijn geplaatst, staat de linkernaald iets hoger dan de andere. (A) Linkernaald (LN) (B) Rechternaald (RN) (C) Linker coversteeknaald (LC) (D) Middelste coversteeknaald (CC) (E) Rechter coversteeknaald (RC)

– Draai het handwiel linksom totdat de naalden in de hoogste positie staan. – Pak de naald die u wilt verwijderen vast met de naaldinzetter (deze is in het grijperdeksel opge-borgen). – Draai de naaldschroef los en verwijder de naald. (A) Linkernaald (LN) (B) Rechternaald (RN) (C) Linker coversteeknaald (LC) (D) Middelste coversteeknaald (CC) (E) Rechter coversteeknaald (RC) – Houd de naald met de platte kant (1) naar ach-teren. – Steek de naald zo hoog mogelijk in de naald-houder. – Als u de naald bij het inzetten eerst in het gat in de steekplaat laat zakken, staat deze gericht op de naaldhouder.

Zet de naald vervolgens rechtop.1ABCDE23Bij het inzetten van naalden in de houders (A, B) of (C, D, E) moeten alle inbusschroeven worden losgedraaid (3).Na het inzetten van de naalden draait u alle schroeven (2) gelijkmatig vast.Haal de stekker van de machine altijd uit het stopcontact voordat u een of meer naalden ver-wijdert.

Afhankelijk van de naaldpositie, de inrijgmethode, de ingestelde spanning en het gebruik van bovengrijperafdek-king (ULC) kunt u met deze machine diverse soorten steken maken. 4–draads overlock met geïntegreerde veiligheidsnaad2-naalds 4-draads steek is ideaal voor middel-zware tot zware stretchstoffen, zoals breisels en badkleding. 493-draads super stretch2–naalds 3–draads steek is ideaal voor lichte stoffen met hoog stretchgehalte, zoals tricot en spandex. 483-draads overlock breed3-draads overlock smal1-naalds 3-draads steek wordt gebruikt om nor-male stoffen af te werken en te naaien. Al naar gelang de gekozen naaldpositie kan de overlocknaad een breedte van 4,0 of 6,0 mm hebben. 463-draads platte naad breed3-draads platte naad smal1-naalds 3-draads steek wordt voor platte en kapnaden gebruikt en voor siernaden met sierga-ren.

Al naar gelang de gekozen naaldpositie kan de platte naad een breedte van 4,0 of 6,0 mm heb-ben. 473-draads rolnaad 1–naalds 3-draads steek om lichte stoffen af te werken. 593-draads rolzoom1-naalds 3-draads steek wordt gebruikt om smalle rolzomen te naaien. Voor prachtige rolzomen rijgt u siergaren in de bovengrijper in en normaal licht garen in de naald en ondergrijper. 592–draads overlock breed (random-slag)2–draads overlock smal (randomslag)1-naalds 2-draads steek wordt gebruikt om lichte stoffen of stretchstoffen af te werken. Al naar gelang de gekozen naaldpositie kan de overlocknaad een breedte van 4,0 of 6,0 mm hebben. 432-draads platte naad breed2-draads platte naad smal1-naalds 2-draads steek wordt voor platte en kapnaden gebruikt en voor siernaden met sierga-ren. Al naar gelang de gekozen naaldpositie kan de platte naad een breedte van 4,0 of 6,0 mm heb-ben.

Al naar gelang de gekozen naaldpositie kan de overlocknaad een breedte van 4,0 of 6,0 mm hebben. 442-draads kettingsteek1-naalds 2-draads rechte steek wordt ter verste-viging of voor versiering gebruikt. Naden kunnen op de gewenste afstand van de stofrand worden genaaid door de bovenste grij-per en de verplaatsbare messen te deactiveren. 41.

3-draads overlock breed en kettingsteek3-draads overlock smal en kettingsteekDe 5-draads naad is een veiligheidssteek die bestaat uit een combinatie van een 3-draads overlock met een dubbele kettingsteek.

Een brede naad ontstaat door gebruik van de linkernaald.Hiermee is het dus mogelijk om overlock en zomen in één stap op niet-elastische stoffen aan te brengen.512-draads overlock breed en kettingsteek 2-draads overlock smal en kettingsteekDe 4-draads naad is een veiligheidssteek die bestaat uit een combinatie van een 2-draads overlock met een dubbele kettingsteek.Een brede naad ontstaat door gebruik van de linkernaald.Hiermee is het dus mogelijk om overlock en zomen in één stap op niet-elastische stoffen aan te brengen.504-draads coversteek3-naalds 4-draads coversteek is geschikt voor elastische weefsels zoals breisels.Een drievoudige naad ontstaat door gebruik van de linker-, midden- en rechternaald.553-draads coversteek breed3-draads coversteek smal2-naalds 3-draads coversteek is geschikt voor elastische weefsels zoals breisels.Een brede naad ontstaat door gebruik van de linker- en rechternaald.Een smalle naad ontstaat door gebruik van de linker- en middennaald.54

Afhankelijk van de gebruikte naaldpositie kunt u met deze machine 2-/3-draads en 4-draads standaardoverlock-steken met een breedte van 4 mm of 6 mm maken.Om zware stoffen af te werken kan de naadbreedte nog verder worden vergroot door aan het wiel voor de mes-positie te draaien.

(Zie pagina 36) SL = Steeklengte DF = Instelling differentieel transport SB = Snijbreedte MA = Mesafdekking (voor overlocksteken) CSI = Afdekking coversteek/kettingsteek (voor coversteek/kettingsteek) RHP = Rolzoomhendelpositie Geel = (LN, LC, CC) Groen = (RN, LN) Blauw = (UL, RC) Rood = LL Paars = (CL) LN = Linkernaald RN = Rechternaald LC = Linker coversteeknaald voor CS CC = Middelste coversteeknaald voor CS RC = Rechter coversteeknaald voor CS CS = Coversteek/kettingsteek UL = Bovengrijper ULC = Bovengrijperafdekking LL = Ondergrijper CL = Grijper voor coversteek/kettingsteekDe draadspanning neemt toe als u met de instelwiel-tjes een hogere waarde instelt. Bij de spanningsinstel-lingen op deze pagina en in de rest van de handleiding gaat het om aanbevolen basiswaarden. Pas de draadspanning aan de stof en de dikte van de gebruikte stof aan.

Voor de beste resultaten is het raadzaam om de spanning in stapjes van maximaal een halve waarde aan te passen. – Stel voor kettingsteken een steeklengte van meer dan 2 mm in. – Stel voor coversteken een steeklengte van meer dan "•" (2,5 mm) in.

– Een in kleur gecodeerd inrijgschema is in het grijperdeksel opgeborgen. – Rijg de machine in de volgorde (1) 5)–( in. – Een in kleur gecodeerd inrijgschema is in het grijperdeksel opgeborgen. – Rijg de machine in de volgorde (1)–(4) in. – Een in kleur gecodeerd inrijgschema is in het grijperdeksel opgeborgen. – Rijg de machine in de volgorde (1)–(4) in.

– Zet de naaivoet omhoog om de spanschijven te openen. – Rijg de bovengrijper in zoals weergegeven (1)–(8).2138645722133Schakel de hoofdschakelaar uit. – Haal de draad van achteren naar voren door de garengeleiding .(1) – Rijg de voorspanning in door de draad naar rechts te trekken totdat deze onder de geleider schuift (2). Trek de draad dan rechts langs de voorspanning zoals in de afbeelding. – Leid de draad terwijl u deze met de vingers vasthoudt tussen de spanschijven door en trek deze omlaag om ervoor te zorgen dat deze cor-rect tussen de spanschijven zit (3).

– Zet de naaivoet omhoog om de spanschijven te openen. – Rijg de bovengrijper in zoals weergegeven (1)–(9). – Haal de draad van achteren naar voren door de garengeleiding .(1) – Rijg de voorspanning in door de draad naar rechts te trekken totdat deze onder de geleider schuift (2). Trek de draad vervolgens rechts langs de voorspanning zoals afgebeeld. – Rijg het grijpergebied van de machine in langs de blauw gemarkeerde garengeleidingen (4)–(8). – Rijg de draad van voor naar achter door het bovengrijperoog (8).878410cm(4")6557891623475122Zorg ervoor dat de draad achter de ondergrijper langs loopt.Met behulp van het pincet uit het grijperdeksel kunt u de draad gemakkelijker door het naaldoog halen.

– Leid de draad terwijl u deze met de vingers vasthoudt tussen de spanschijven door en trek deze omlaag om ervoor te zorgen dat deze cor-rect tussen de spanschijven zit (3). – Draai het handwiel naar u toe totdat de onder-grijper 5 –10 mm boven de rand van de steek-plaat uitsteekt. – Rijg het grijpergedeelte van de machine in langs de rood gemarkeerde garengeleidingen (4) (9)–. – Beweeg de draad met de punt van de pincet van de linker- naar de rechterkant van de garenge-leiding .(4) – Rijg de draad van voor naar achter door het grijperoog(A). – Trek circa 10 cm van de draad door de grijper. – Leg de draad in de V-vormige opening (B) van de inrijger. – Houd het uiteinde van draad met de linkerhand goed vast en trek de inrijghendel (C) naar boven in stand (D).3398456754556789498ABCDMet behulp van het pincet uit het grijperdeksel kunt u de draad gemakkelijker door de grijper halen.

– Zet de naaivoet omhoog om de spanschijven te openen. – Rijg de grijper voor de kettingsteek/coversteek in zoals afgebeeld (1) (11)– .123456789111012233Schakel de hoofdschakelaar uit. – Haal de draad van achteren naar voren door de garengeleiding .(1) – Rijg de voorspanning in door de draad naar rechts te trekken totdat deze onder de geleider schuift (2). Trek de draad dan rechts langs de voorspanning zoals in de afbeelding. – Leid de draad terwijl u deze met de vingers vasthoudt tussen de spanschijven door en trek deze omlaag om ervoor te zorgen dat deze cor-rect tussen de spanschijven zit (3).

45987610 1111C10DBA – Draai het handwiel naar u toe totdat de ket-tingsteekgrijper 10 mm boven de rand van de steekplaat uitsteekt. – Rijg het grijpergebied van de machine in langs de paars gemarkeerde garengeleidingen (4)–(11). – Haal de draad met de punt van het pincet door de garengeleiding (4). – Haal de draad met de punt van het pincet door de voorste gleuf van de garengeleiding (5). – Haal de draad met de punt van het pincet door de garengeleiding (6) (7) (8) (9), , en . – Rijg de draad van voor naar achter door het grijperoog(A). – Trek circa 10 cm van de draad door de grijper. – Leg de draad in de V-vormige opening (B) van de inrijger. – Houd het uiteinde van draad met de linkerhand goed vast en trek de inrijghendel (C) naar boven in stand (D).Met behulp van het pincet uit het grijperdeksel kunt u de draad gemakkelijker door de grijper halen.

– Zet de naaivoet omhoog om de spanschijven te openen. – Rijg de rechternaald in zoals afgebeeld (1)–(10).8457632911012233Schakel de hoofdschakelaar uit. – Haal de draad van achteren naar voren door de garengeleiding .(1) – Rijg de voorspanning in door de draad naar rechts te trekken totdat deze onder de geleider schuift (2). Trek de draad dan rechts langs de voorspanning zoals in de afbeelding. – Leid de draad terwijl u deze met de vingers vasthoudt tussen de spanschijven door en trek deze omlaag om ervoor te zorgen dat deze cor-rect tussen de spanschijven zit (3).

– Ga nu door met de garengeleidingen (4)–(10). – Zet de naaivoet omhoog om de spanschijven te openen. – .Rijg de linkernaald in zoals afgebeeld (1)–(10) – De draad moet zich achter de garengeleiding bevinden. – Trek circa 10 cm van de draad door het naal-doog in de richting van de achterkant van de machine. – Trek de draad dan naar achter onder de naai-voet.Controleer voordat u de draad door het naaldoog haalt of deze zich achter de garengeleiding onder op de (9)naaldhouder bevindt. – .Rijg het rechternaaldoog in (10)67895410109845763291011Schakel de hoofdschakelaar uit.Schuif de draad door de achterste gleuf van de garengeleiding (5) en de gleuf van de afdekking van de draadaanvoer .(6). Schuif de draad in de rechtergleuf van de garengeleidingen (7) en (8).Met behulp van het pincet uit het grijperdeksel kunt u de draad gemakkelijker door het naaldoog halen.

– Ga nu door met de garengeleidingen (4) 10).–( – De draad moet zich achter de garengeleiding bevinden. – Trek circa 10 cm van de draad door het naal-doog in de richting van de achterkant van de machine. – Trek de draad dan naar achter onder de naai-voet.Controleer voordat u de draad door het naaldoog haalt of deze zich achter de garengeleiding onder op de (9)naaldhouder bevindt. – .Rijg het linker naaldoog in (10)109Schuif de draad door de middelste gleuf van de garengeleiding (5) en de gleuf van de afdekking van de draadaanvoer .(6). Schuif de draad door de middelste gleufop de garengeleidingen (7) en (8).Met behulp van het pincet uit het grijperdeksel kunt u de draad gemakkelijker door het naaldoog halen.223376489510 – Rijg de voorspanning in door de draad naar rechts te trekken totdat deze onder de geleider schuift (2).

Trek de draad dan rechts langs de voorspanning zoals in de afbeelding. – Leid de draad terwijl u deze met de vingers vasthoudt tussen de spanschijven door en trek deze omlaag om ervoor te zorgen dat deze cor-rect tussen de spanschijven zit (3).

12233 – Rijg de voorspanning in door de draad naar rechts te trekken totdat deze onder de geleider schuift (2). Trek de draad dan rechts langs de voorspanning zoals in de afbeelding. – Leid de draad terwijl u deze met de vingers vasthoudt tussen de spanschijven door en trek deze omlaag om ervoor te zorgen dat deze cor-rect tussen de spanschijven zit (3). – Zet de naaivoet omhoog om de spanschijven te openen. – Rijg de rechter coversteeknaald in (1)–(10).84576310192Schakel de hoofdschakelaar uit. – Haal de draad van achteren naar voren door de garengeleiding .(1)

1010 – Ga nu door met de garengeleidingen (4)–(10).Controleer voordat u de draad door het naaldoog haalt of deze zich achter de garengeleiding onder op de (9)naaldhouder bevindt. – De draad moet zich achter de garengeleiding bevinden. – Trek circa 10 cm van de draad door het naal-doog in de richting van de achterkant van de machine. – Trek de draad dan naar achter onder de naai-voet. – Rijg het rechternaaldoog in (10).Schuif de draad door de achterste gleuf van de garengeleiding (5) en de gleuf van de afdekking van de draadaanvoer .(6).Voer de draad vervolgens in de linkergleuf op de garengeleiding (7) en de linkergleuf op de garengeleiding (8).Met behulp van het pincet uit het grijperdeksel kunt u de draad gemakkelijker door het naaldoog halen. – Zet de naaivoet omhoog om de spanschijven te openen.

67810549 – Ga nu door met de garengeleidingen (4)–(10).Controleer vooordat u de draad door het naaldoog haalt of deze zich vóór de garengeleiding onder op de naaldhouder voor de coversteek bevindt (9).Schuif de draad door de middelste gleuf van de garengeleiding (5) en de onderste gleuf van de afdekking van de draadaanvoer .(6).Voer de draad vervolgens in de middelste gleuf op de garengeleiding (7) en de linkergleuf op de garengeleiding (8).22133 – Rijg de voorspanning in door de draad naar rechts te trekken totdat deze onder de geleider schuift (2). Trek de draad dan rechts langs de voorspanning zoals in de afbeelding. – Leid de draad terwijl u deze met de vingers vasthoudt tussen de spanschijven door en trek deze omlaag om ervoor te zorgen dat deze cor-rect tussen de spanschijven zit (3). – Haal de draad van achteren naar voren door de garengeleiding .(1)

10 – De draad moet zich achter de garengeleiding bevinden. – Trek circa 10 cm van de draad door het naal-doog in de richting van de achterkant van de machine. – Trek de draad dan naar achter onder de naai-voet. – Rijg het middelste naaldoog in (10).Met behulp van het pincet uit het grijperdeksel kunt u de draad gemakkelijker door het naaldoog halen. – Haal de draad van achteren naar voren door de garengeleiding .(1) – Zet de naaivoet omhoog om de spanschijven te openen. – Rijg de linker coversteeknaald in zoals afge-beeld .(1)– (10)184576321019Schakel de hoofdschakelaar uit.

22336781054910 – Ga nu door met de garengeleidingen (4)–(10).Controleer voordat u de draad door het naaldoog haalt of deze zich achter de garengeleiding onder op de (9)naaldhouder voor de coversteek bevindt.Schuif de draad door de voorste gleuf van de garengeleiding (5) en de onderste gleuf van de afdekking van de draadaanvoer .(6).Voer de draad vervolgens in de linkergleuf op de garengeleiding (7) en de linkergleuf op de garengeleiding (8). – Rijg de voorspanning in door de draad naar rechts te trekken totdat deze onder de geleider schuift (2). Trek de draad dan rechts langs de voorspanning zoals in de afbeelding. – Leid de draad terwijl u deze met de vingers vasthoudt tussen de spanschijven door en trek deze omlaag om ervoor te zorgen dat deze cor-rect tussen de spanschijven zit (3). – De draad moet zich achter de garengeleiding bevinden.

– Trek circa 10 cm van de draad door het naal-doog in de richting van de achterkant van de machine. – Trek de draad dan naar achter onder de naai-voet. – .Rijg het linker naaldoog in (10)Met behulp van het pincet uit het grijperdeksel kunt u de draad gemakkelijker door het naaldoog halen.

– Als u een andere soort of kleur garen wilt gebruiken, knipt u de draad bij het spoeltje door. – Zet de nieuwe garenklos op de garenkloshou-der. – Knoop de oude en nieuwe draad aan elkaar. Knip de draden bij de uiteinden op een lengte van 2-3 cm af. Als u de uiteinden te kort afknipt, kan de knoop losgaan. – Trek flink aan beide uiteinden om te testen of de knoop houdt. – Zet de naaivoet omhoog om de spanschijven te openen. – Trek de draden per stuk door de machine. – Als de draden maar moeilijk door de machine kunnen worden getrokken, controleert u of ze in de garengeleidingen vastzitten of dat er zich misschien lussen rond de garenkloshouder heb-ben gevormd. – Als de knoop zich vóór de naalden bevindt, , aan de draden te trekken. – Knip de knoop af en rijg de draad door het naal-doog.

123abc(15/64")6.0 mm(10/64")4.0 mm 8.8 mm(11/32")a b c(3/8")9.8 mm7.8 mm(5/16")(13/64")7 mm(17/64")5 mm 3 mm(1/8")5 mm(3/16") – De steeklengte moet meestal op " = 2.5" staan. – Stel de steeklengte op • 2.5 – 4 in als u met een zware stof werkt. – Stel voor rolzomen en rolnaden de steeklengte tussen 1 en 2 in. – Gebruik een kortere steeklengte om rimpelen van de naad te voorkomen.

– Stel de steeklengte op 2 – 4 als u met een zeer rekbare stof werkt.De overlocksnijbreedte wordt door het gebruik van de linker- of rechternaald bepaald, en door het instellen van de coupebreedte/messtand.De overlocknaadbreedte kan door het wijzigen van de naaldpositie worden aangepast.(a) Als de linkernaald wordt gebruikt 6 mm (15/64")(b) Als de rechternaald wordt gebruikt 4 mm (10/64")(c) Als de kettingsteeknaald wordt gebruikt 8,8 mm (11/32")Door de messtand/coupebreedte te verstellen kan ook de snijbreedte worden gewijzigd.(a) Als de linkernaald wordt gebruikt 5-7 mm (15/64")(b) Als de rechternaald wordt gebruikt 3–5 mm (1/8"-3/16")(c) Als de kettingsteeknaald wordt gebruikt 7,8–9,8 mm (5/16"–3/8")

6.5N5.5De naaivoetdruk van deze machine is af fabriek zo ingesteld, dat er middelzware stoffen mee kunnen wor-den genaaid.Voor de meeste materialen hoeft de naaivoetdruk niet te worden aangepast. Soms is er echter toch een aan-passing nodig, bijvoorbeeld om zeer lichte of zware stoffen te naaien.Selecteer in dat geval " " voor de normale druk, "L" voor de lichtste en "H" voor de hoogste druk. – Voor lichte stoffen zet u de druk lager. – Voor zware stoffen zet u de druk hoger. – Naai een stukje als proef om de optimale druk voor het werk te bepalen. – Draai het wiel voor de mespositie linksom voor een grotere snijbreedte en rechtsom voor een kleinere snijbreedte.

Overlock met rimpeleect (1–2.0 – Het differentieel transport is een systeem waar-door de stof wordt uitgerekt of gerimpeld als de hoeveelheid stof die op de voorste transporteu-ren wordt aangevoerd, ten opzichte van de achterste transporteuren wordt gewijzigd. – De verhouding van het differentieel transport ligt tussen 0,6-2,0. Dit kan met de instelling van het differentieel transport worden aangepast. – Het differentieel transport is bij uitstek effectief voor het afwerken van jersey en schuin geknipte stoffen. – De instelling "1" is de differentieel transport-in-stelling voor de verhouding 1:1.De overlock met rimpeleffect is vooral geschikt voor het rimpelen van mouwen, halzen, voor- en achterpan-den, rokzomen enz.

van stretchstoffen, breisels en jersey, voordat ze aan het kledingstuk vast worden genaaid.Instelling dierentieel transport voor rimpeleect – Stel het differentieel transport tussen "1" en "2" in. – Welke instelling u kiest, is afhankelijk van het soort stof dat u naait en hoeveel u de stof wilt laten rimpelen. – Kies daarom de juiste instelling voor de stof en probeer de instelling uit op een proeflapje, voor-dat u direct op het kledingstuk naait.Stel het differentieel transport op "1" in voor nor-male overlocksteken.

Overlock met rekeect (1–0.6De overlock met rekeffect is ideaal voor het naaien van decoratieve kragen, mouwen, rokzomen enz. met los gebreide stoffen en weefsels.Instelling dierentieel transport voor rekeect – Stel het differentieel transport tussen "0,6" en "1" in voor een rekeffect. – Span de stof licht op als u een naad naait, door de naad voor en achter de naaivoet iets vast te houden.Als er nog geen juiste stand is ingesteld voor het rekken van de stof die u naait, heeft de stof de neiging van de naald weg te glijden, waardoor de overlocknaad verkeerd wordt genaaid.Stel in dat geval het differentieel transport weer dichter bij een waarde in het midden in.Stel het differentieel transport op "1" in voor nor-male overlocksteken.

5~7.5cm(2~3") 1 1 – Leg zodra de machine volledig is ingeregen, alle draden over de steekplaat en iets naar links onder de naaivoet. – Zet de naaivoet omlaag. De draadspanningen zijn actief. – Houd de draden vast en span ze lichtjes. – Draai het handwiel 2 tot 3 volledige omwentelin-gen linksom om te beginnen met het maken van de draadketting. – Houd de ketting vast en druk het pedaal in tot de ketting 5-7,5 cm lang is. – Plaats de stof voor onder de naaivoet en test dit. – Laat de machine nadat u klaar bent met de test een stukje met ingedrukt pedaal een stukje doorlopen totdat de ketting 15-20 cm lang is. – Knip de draden af.Trek tijdens het naaien niet aan de stof, omdat de naald hierdoor kan verbuigen en breken.De volgende instructies gelden niet voor de coversteek.

Zie "Coversteek naaien" op pagina 51 voor instructies voor de coversteek.Trek bij problemen met afhechten de stof voor-zichtig terug.Telkens wanneer u de machine opnieuw hebt ingeregen moet u afhechten en een test uitvoe-ren om de spanning te controleren en de instel-lingen waar nodig aan te passen.Op de naaivoet van deze machine bevindt zich een markering (1) die de stand van de naald laat zien. Gebruik deze markering als hulpmiddel bij het naaien.

1653 – Stel elke draadspanning op de aanbevolen waarde in en probeer eerst een stukje uit op een proeflapje van de stof.Als de naalddraad voor de kettingsteek te los is: – Stel de draadspanning van de naalddraad (groen) op een hogere waarde in. – Of stel de draadspanning van de grijperdraad voor de kettingsteek (paars) op een lagere waarde in. – Bij de hier genoemde spanningsinstellingen gaat het alleen om een advies. – De juiste spanning is afhankelijk van: 1. Het soort en de dikte van de stof 2. Naalddikte 3. Maat, soort en vezelgehalte van de draad – Voor de kettingsteek moet een steeklengte boven 2 mm worden ingesteld.Zie pagina 21 voor de kleurencode voor draden.Middelzware stof Geel Groen Blauw Rood PaarsNP Zie pagina 15N/R RZie pagina 14/15SL 3–4 Zie pagina 33CL/UL CL Zie pagina 42ULC – Zie pagina 14

25 mm(1")1 223456CCCSIKGCLL21AB34 – Zie pagina 13 voor instructies om het bovenmes in de rustpositie te zetten. – Draai het handwiel om de naalden in de laagste positie te zetten. – Zet de hendel (A) naar achteren op "C" voor een coversteek/kettingsteek. – Trek de hendel naar voren voor overlockste-(A)ken "L". – Draai het handwiel om de naalden in de laagste positie te zetten. – Zet de hendel (A) naar achteren op "C" voor een coversteek/kettingsteek. – Trek de hendel naar voren voor overlockste-(A)ken "L". – Open het grijperdeksel. – Verwijder de mesafdekking (KG) en bevestig de afdekking van de coversteek/kettingsteek (CSI). – Op de schaal op de afdekking ziet u de afstand van de middelste coversteeknaald. Gebruik deze schaal als hulpmiddel om de afstand tus-sen de coversteeknaald en de stofrand te con-troleren.

– Trek voordat u met naaien begint de draden voorzichtig naar de achterkant van de machine tot de naald in de stof zakt. – Naai na het inrijgen van de machine eerst 2-3 cm op een proeflapje en hecht af. – Trek na het naaien de stof voorzichtig naar de achterkant van de naaimachine en hecht af.De kettingsteek wordt met twee draden, een naald en de grijper voor de coversteek/kettingsteek genaaid. Een kettingsteek kan op elke willekeurige afstand ten opzichte van de stofrand of de zoom worden genaaid. Zet het mes in de ruststand, maak de bovengrijper los en bevestig de afdekking van de cover-/kettingsteek (pagina 9).

6523434265 – Stel elke draadspanning op de aanbevolen waarde in en probeer eerst een stukje uit op een proeflapje van de stof.Als de onderste grijperdraad te strak of de naaddraad te los zit: – Stel de draadspanning van de onderste grijper-draad (rood) op een lagere waarde in. – Of stel de draadspanning van de naalddraad (geel of groen) op een hogere waarde in.Als de onderste grijperdraad te los zit: – Stel de draadspanning van de onderste grijper-draad (rood) op een hogere waarde in. – Bij de hier genoemde spanningsinstellingen gaat het alleen om een advies. – De juiste spanning is afhankelijk van: 1. Het soort en de dikte van de stof 2. Naalddikte 3. Maat, soort en vezelgehalte van de draadZie pagina 21 voor de kleurencode voor draden.

6523 465234 – Stel elke draadspanning op de aanbevolen waarde in en probeer eerst een stukje uit op een proeflapje van de stof.Als de onderste grijperdraad zichtbaar is aan de onderkant van de stof: – Stel de draadspanning van de onderste grijper-draad (rood) op een hogere waarde in. – Bij de hier genoemde spanningsinstellingen gaat het alleen om een advies. – De juiste spanning is afhankelijk van: 1. Het soort en de dikte van de stof 2. Naalddikte 3. Maat, soort en vezelgehalte van de draadZie pagina 21 voor de kleurencode voor draden.Middelzware stof Geel Groen Blauw Rood PaarsMiddelzware stof Geel Groen Blauw Rood PaarsNP Zie pagina 15N/R NZie pagina 14/15SL 2.5-4 Zie pagina 33CL/UL UL Zie pagina 42ULC Zie pagina 14Als de naalddraad te los is: – Stel de draadspanning van de naalddraad (geel of groen) op een hogere waarde in.

23 46523465 – Stel elke draadspanning op de aanbevolen waarde in en probeer eerst een stukje uit op een proeflapje van de stof.Als de onderste grijperdraad te strak of de naalddraad te los is gespannen:: – Stel de draadspanning van de onderste grijper-draad (rood) op een lagere waarde in. – Bij de hier genoemde spanningsinstellingen gaat het alleen om een advies. – De juiste spanning is afhankelijk van: 1. Het soort en de dikte van de stof 2. Naalddikte 3. Maat, soort en vezelgehalte van de draadZie pagina 21 voor de kleurencode voor draden.Middelzware stof Geel Groen Blauw Rood PaarsMiddelzware stof Geel Groen Blauw Rood PaarsNP Zie pagina 15N/R NZie pagina 14/15SL 2.5–4 Zie pagina 33CL/UL UL Zie pagina 42ULC Zie pagina 14Als de onderste grijperdraad te los zit: – Stel de draadspanning van de onderste grijper-draad (rood) op een hogere waarde in.

134265134265134265 – Stel elke draadspanning op de aanbevolen waarde in en probeer eerst een stukje uit op een proeflapje van de stof.Als de bovenste grijperdraad zichtbaar is aan de onderkant van de stof: – Stel de draadspanning van de bovenste grijper-draad (blauw) op een hogere waarde in. – Of stel de draadspanning van de onderste grij-perdraad (rood) op een lagere waarde in. – Bij de hier genoemde spanningsinstellingen gaat het alleen om een advies. – De juiste spanning is afhankelijk van: 1. Het soort en de dikte van de stof 2. Naalddikte 3.

Maat, soort en vezelgehalte van de draadZie pagina 21 voor de kleurencode voor draden.Middelzware stof Geel Groen Blauw Rood PaarsMiddelzware stof Geel Groen Blauw Rood PaarsNP Zie pagina 15N/R NZie pagina 14/15SL 2.5–4 Zie pagina 33CL/UL UL Zie pagina 42ULC – Zie pagina 14Als de onderste grijperdraad zichtbaar is aan de bovenkant van de stof: – Stel de draadspanning van de onderste grijper-draad (rood) op een hogere waarde in. – Of stel de draadspanning van de bovenste grij-perdraad (blauw) op een lagere waarde in.Als de naalddraad te los is: – Stel de draadspanning van de linker naalddraad (geel of groen) op een hogere waarde in.

Middelzware stof Geel Groen Blauw Rood PaarsMiddelzware stof Geel Groen Blauw Rood Paars13 426513 426513 4265 – Stel elke draadspanning op de aanbevolen waarde in en probeer eerst een stukje uit op een proeflapje van de stof.Als de onderste grijperdraad te los zit: – Stel de draadspanning van de onderste grijper-draad (rood) op een hogere waarde in. – Bij de hier genoemde spanningsinstellingen gaat het alleen om een advies. – De juiste spanning is afhankelijk van: 1. Het soort en de dikte van de stof 2. Naalddikte 3. Maat, soort en vezelgehalte van de draadAls de bovenste grijperdraad te los zit: – Stel de draadspanning van de bovenste grijper-draad (blauw) op een hogere waarde in.Als de naalddraad te los is: – Stel de draadspanning van de naalddraad (geel of groen) op een hogere waarde in.

342653 42653 4265 – Stel elke draadspanning op de aanbevolen waarde in en probeer eerst een stukje uit op een proeflapje van de stof.Als de onderste grijperdraad te los zit: – Stel de draadspanning van de onderste grijper-draad (rood) op een hogere waarde in. – Bij de hier genoemde spanningsinstellingen gaat het alleen om een advies. – De juiste spanning is afhankelijk van: 1. Het soort en de dikte van de stof 2. Naalddikte 3. Maat, soort en vezelgehalte van de draadAls de linker naalddraad te los is: – Stel de draadspanning van de linker naalddraad (geel) op een hogere waarde in.Als de rechter naalddraad te los zit: – Stel de draadspanning van de naalddraad (groen) op een hogere waarde in.Zie pagina 21 voor de kleurencode voor draden.NP Zie pagina 15N/R NZie pagina 14/15SL 2.5–4 Zie pagina 33CL/UL UL Zie pagina 42ULC Zie pagina 14 Middelzware stof Geel Groen Blauw Rood Paars

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bernette bb48 FunLock stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden