Bernette b42 FunLock Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bernette b42 FunLock (40 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Bernette b42 FunLock of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bernette |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | b42 FunLock |
Handleiding Bernette b42 FunLock – volledige tekst
Ter bescherming tegen brandwonden, brand, elektrische schokken en letsel van personen: 1. Gebruik deze machine alleen voor de doeleinden die in deze handlei-ding worden beschreven. Gebruik uitsluitend accessoires en onderde-len die door de fabrikant worden aanbevolen. 2. De machine mag niet als speelgoed worden gebruikt. Let extra goed op wanneer de machine door kinderen of in de buurt van kinderen wordt gebruikt. De machine is niet bedoeld voor gebruik door mensen (en kin-deren) met een lichamelijke, senso-rische of geestelijke beperking of met onvoldoende kennis of ervaring om de machine te bedienen.
In dat geval mag de machine alleen wor-den gebruikt onder toezicht van degene die verantwoordelijk is voor de veiligheid, of nadat hen is uitge-legd hoe de machine veilig wordt gebruikt Er moet toezicht worden Neem altijd de hier genoemde veilig-heidsvoorschriften in acht, waaronder:Lees voor het gebruik van deze machine alle instructies door. Koppel de machine altijd los van de netvoeding wanneer u deze niet gebruikt. gehouden op kinderen om te voor-komen dat ze met de machine spe-len. Deze machine mag onder geen enkele voorwaarde worden gebruikt wanneer: ⦁de kabel of stekker is beschadigd; ⦁de machine niet goed werkt; ⦁de machine is gevallen of bescha-digd is geraakt; ⦁de machine in het water is geval-len. 3. Laat de machine in al deze gevallen controleren en zo nodig repareren door een geautoriseerde lokale BERNINA-dealer. 4.
Gebruik de machine niet wanneer de ventilatieopeningen zijn geblok-keerd. Zorg ervoor dat de ventilatie-openingen vrij zijn van pluisjes, stof- en draadresten. 5. Let erop dat uw vingers niet tussen bewegende delen komen. Pas vooral op in de buurt van naalden en messen. 6. Steek geen voorwerpen in de ope-ningen van de machine. 7. Gebruik de machine niet in de open-lucht. 8. Gebruik de machine niet in een omgeving waar drijfgasproducten (sprays) of zuurstof worden gebruikt. 9. Trek of schuif niet aan de stof tijdens het naaien.
Hierdoor kan de naald breken. 10. Schakel de machine uit door de hoofdschakelaar op "O" te zetten wanneer u iets aanpast in de buurt van de naald, zoals het inrijgen van de naald, het verwisselen van de naald, het inrijgen van de grijper of het verwisselen van de naaivoet. 11. Haal de stekker van de machine altijd uit het stopcontact als u de behuizing van de machine verwij-dert, afdekkingen opent (bijvoor-beeld om het mes omhoog te zetten of de grijper in te rijgen), als u de machine smeert of als u andere aanpassingen doet die in deze Ter bescherming tegen elektrische schok-ken: 1. Laat de machine nooit onbeheerd achter terwijl deze op de netvoeding is aangesloten. 2. Koppel de machine altijd onmiddel-lijk na gebruik of voordat u deze reinigt los van de netvoeding. 3. LED-straling. Kijk nooit rechtstreeks in optische instrumenten. LED-pro-duct van klasse 1M.
Een dubbelgeïsoleerd product is uitgerust met twee isolatie-eenheden in plaats van een aarding. In een dubbelgeïsoleerd pro-duct bevinden zich dus geen aardingsele-menten, en deze mogen ook niet worden toegevoegd. Bij het onderhoud van een dubbelgeïsoleerd product moet uiterst voor-zichtig en met kennis van zaken te werk worden gegaan. Dit mag daarom uitsluitend door gekwalificeerd onderhoudspersoneel worden gedaan. Voor een dubbelgeïsoleerd product mogen alleen reserveonderdelen worden gebruikt die identiek zijn aan de ori-ginele onderdelen in het product. Een dub-belgeïsoleerd product is gemarkeerd met de aanduiding: "Dubbele isolatie" of "Dubbelge-isoleerd". Een dergelijk product kan ook zijn gemar- keerd met het symbool.
Om technische redenen en om het product te verbeteren kunnen er altijd zonder vooraf-gaande kennisgeving wijzigingen worden aangebracht aan de eigenschappen, onder-delen en accessoires van de machine. Ook kunnen meegeleverde accessoires per land verschillen. handleiding worden beschreven en die door de gebruiker kunnen wor-den uitgevoerd. 12. Gebruik geen kromme naalden. 13. Gebruik altijd de originele BERNI-NA-steekplaat. Bij gebruik van de verkeerde steekplaat kan de naald breken. 14. Deze machine is dubbel geïsoleerd (niet in de VS en Canada). Gebruik uitsluitend originele onderdelen. Zie de instructies voor het onderhoud van dubbelgeïsoleerde producten. 15. Gebruik uitsluitend het pedaal dat bij deze machine is geleverd. (Type 4C–316B alleen voor de VS en Canada).
Alleen voor Europa: Kinderen ouder dan 8 jaar en mensen met een lichamelijke, sen-sorische of geestelijke beperking of met onvoldoende kennis of ervaring om de machine te bedienen, mogen de machine alleen gebruiken onder toezicht en alleen nadat hen is uitgelegd hoe de machine veilig wordt gebruikt en wanneer ze de mogelijke risico's hebben begrepen. Kin-deren mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en onderhoud mogen door kin-deren alleen onder toezicht worden uitge-voerd. Buiten Europa (met uitzondering van de VS en Canada): Mensen (en kinderen) met een lichamelijke, sensorische of geeste-lijke beperking of met onvoldoende kennis of ervaring om de machine te bedienen, mogen de machine alleen gebruiken onder toezicht van iemand die verantwoordelijk is voor de veiligheid, en nadat hen is uitge-legd hoe de machine veilig wordt gebruikt. Er moet toezicht worden gehouden op kinderen om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen. Als de machine in een koude ruimte is opgeslagen, moet deze circa 1 uur vóór gebruik in een warme ruimte worden geplaatst. Deze machine is uitsluitend bedoeld voor huishoudelijk gebruik. Bij intensief of com-mercieel gebruik moet de machine regel-matig worden gereinigd en vooral zorg-vuldig worden onderhouden.
Sporen van slijtage als gevolg van inten-sief of commercieel gebruik vallen niet automatisch onder de garantie, zelfs niet wanneer deze binnen de garantieperiode optreden. De beslissing hoe in dergelijke gevallen wordt gehandeld, wordt uitslui-tend genomen door de lokale onderhoud-smonteur.
7 11106981 2 3 54 Schroevendraaier (groot) Oliespuitje Garenklosnetje (4x) Garengeleidingsschijf(4x) Kwastje Naaldenset (ELx705)* Naaldinrijger/-inzetter Inbussleutel (klein) Pincet Garenklosstabilisator (4x) StofkapIn deze overlockmachine wordt gebruikgemaakt van een industriële naald met een platte kolf (ELx705).Bij de machine wordt een naald ELx705 in de maat 80/12 meegeleverd.
2112OFFON(1) Standaardnaaivoet(2) Grijper voor kettingsteek/coversteek – Bevestig het pedaal en de stekker van de machine in de aansluiting van de machine. – Steek het netsnoer in het stopcontact. – Zet de hoofdschakelaar op "l" om de machine in te schakelen. – Zet de hoofdschakelaar op "O" om de machine uit te schakelen. 1. Schuif het grijperdeksel zo ver mogelijk naar rechts. 2. Klap het grijperdeksel naar voren. Schakel de hoofdschakelaar uit.Let op dat het grijperdeksel tijdens het naaien dicht is.
OFFONGebruik uitsluitend het pedaal dat bij deze machine is geleverd. (Type 4C–316B alleen voor de VS en Canada). Lees beslist ook de twee waarschuwingen hieronder.(ALLEEN VOOR DE VS EN CANADA)Dit apparaat is voorzien van een gepoolde stekker (de pennen zijn niet even breed). Om het risico op een elektrische schok te verkleinen kan deze stekker maar op één manier in een gepoold stopcontact worden gestoken. Draai de stekker dus om als deze niet hele-maal in het stopcontact past.Als de stekker dan nog steeds niet past, moet u door een gekwalificeerd elektricien een geschikt stopcon-tact laten installeren. U mag de stekker in geen geval vervormen of veranderen.. – Controleer of de spanning van het stopcon-tact (wandcontactdoos) overeenkomt met de nominale spanning van de motor. – Ga voorzichtig om met het pedaal en laat het niet op de grond vallen.
Leg tijdens het gebruik geen voorwerpen op het pedaal. – Haal altijd de stekker uit het stopcontact voor-dat u naalden of naaivoeten verwisselt of wanneer u de machine onbeheerd achterlaat. Dit voorkomt dat de machine ineens start wanneer het pedaal per ongeluk wordt inge-drukt. – Gebruik het pedaal om de machine te bedienen en de snelheid te bepalen. – Hoe dieper u het pedaal indrukt, hoe sneller de machine werkt. – Haal uw voet van het pedaal om de machine te stoppen.
– Haal de uittrekbare garengeleiding van boven uit het piepschuim en zet deze op zijn plaats zoals in de afbeelding hiernaast. – Trek de uittrekbare garengeleiding helemaal uit. – De twee koppelingen van de telescoopstang klikken vast zodra ze correct zijn geplaatst. – Centreer de uittrekbare garengeleiding met behulp van de garenkloshouders. – Plaats de draadconussen op de garenkloshou-ders.Als u synthetisch garen gebruikt dat gemakkelijk van de conus glijdt, haalt u het garenklosnetje van (1) onder over de garenklos en laat u het uiteinde van de draad aan de bovenkant van het netje vrij hangen.Bevestig bij gebruik van een normale garenklos de meegeleverde garengeleidingsschijf op de garen-(2)klos (3).321
– Op deze machine kunt u drie naalden in de naaldhouder plaatsen. – In het stekenoverzicht staan de diverse naald-posities in de naaldhouder aangegeven.CDEDDC EEDCCDE1Als alle naalden voor coversteken zijn geplaatst, is de linkernaald iets hoger dan de andere. – Draai het handwiel linksom totdat de naalden in de hoogste positie staan. – Pak de naald die u wilt verwijderen vast met de naaldinzetter (deze is in het grijperdeksel opge-borgen). – Draai de naaldschroef los en verwijder de naald.
(C) Linker coversteeknaald (LC) (D) Middelste coversteeknaald (CC) (E) Rechter coversteeknaald (RC)Nadat u een naald hebt verwijderd die u niet voor naaien gebruikt, moet u altijdde naaldstelschroef in het schroefgat van de naaldhouder vastdraaien.Draai deze niet te vast omdat de naaldhouder daardoor kan worden beschadigd.Haal de stekker van de machine altijd uit het stopcontact voordat u een of meer naalden ver-wijdert.
– Houd de naald met de platte kant (1) naar ach-teren. – Steek de naald zo hoog mogelijk in de naald-houder. – Als u de naald bij het inzetten eerst in het gat in de steekplaat laat zakken, staat deze gericht op de naaldhouder. Zet de naald vervolgens rechtop.23Bij het inzetten van naalden in de houders (C-E) moeten alle inbusschroeven worden losgedraaid (3).Na het inzetten van de naalden draait u alle schroeven (2) gelijkmatig vast.
Geel Groen Blauw PaarsTweedraads kettingsteekVierdraads coversteekDriedraads coversteek breedDriedraads coversteek smalDe draadspanning neemt toe als u met de instelwieltjes een hogere waarde instelt. Bij de spanningsinstellingen op deze pagina en in de rest van de handleiding gaat het om aanbevolen basiswaarden. Pas de draadspanning aan de stof en de dikte van de gebruikte draad aan. Voor de beste resultaten is het raadzaam om de spanning in stapjes van maximaal een halve waarde aan te passen. – Stel voor kettingsteken een steeklengte van meer dan 2 mm in. – Stel voor coversteken een steeklengte van meer dan "•" (2,5 mm) in.Afhankelijk van de naaldpositie, de inrijgmethode en de ingestelde spanning kunt u met deze machine vier soor-ten steken maken.Tweedraads kettingsteek De eennaalds tweedraads rechte steek wordt ter verste-viging of voor versiering gebruikt.
27Vierdraads coversteekDe drienaalds vierdraads coversteek is geschikt voor elastische weefsels zoals breisels. Een drievoudige naad ontstaat door gebruik van de lin-ker-, midden- en rechternaald.31Driedraads coversteek breedDe tweenaalds driedraads coversteek is geschikt voor elastische weefsels zoals breisels. Een brede naad ontstaat door gebruik van de linker- en rechternaald.30Driedraads coversteek smalDe tweenaalds driedraads coversteek is geschikt voor elastische weefsels zoals breisels. Een smalle naad ontstaat door gebruik van de linker- en middennaald.30 SL = Steeklengte DF = Instelling differentieel transport NP = Naaldpositie Geel = (LC) Groen = (CC) Blauw = (RC) Paars = (CL)
– Een in kleur gecodeerd inrijgschema is in het grijperdeksel opgeborgen. – Rijg de machine in de volgorde (1) 2)–( in. – Een in kleur gecodeerd inrijgschema is in het grijperdeksel opgeborgen. – Rijg de machine in de volgorde (1) 4)–( in. (1) Kettingsteek grijperdraad (paars) (2) Kettingsteek naalddraad (groen) (5) Bovenkant stof (6) Onderkant stof (1) Kettingsteek grijperdraad (paars) (2) Rechter coversteeknaald (blauw) (3) Middelste coversteeknaald (groen) (4) Linker coversteeknaald (geel) (5) Bovenkant stof (6) Onderkant stof2125 6114 3 25 61234
– Zet de naaivoet omhoog om de spanschijven te openen. – Rijg de grijper voor de kettingsteek/coversteek in zoals aangegeven (1) 11)–( .910 112386457112233Schakel de hoofdschakelaar uit. – Haal de draad van achteren naar voren door de garengeleiding .(1) – Rijg de voorspanningsgeleider in door de draad naar links te trekken totdat deze onder de gelei-der schuift (2). Trek de draad vervolgens rechts langs de voorspanning zoals aangegeven. – Leid de draad terwijl u deze met de vingers vasthoudt tussen de spanschijven door en trek deze omlaag om ervoor te zorgen dat deze cor-rect tussen de spanschijven zit (3).
458769101111C10DBA – Draai het handwiel naar u toe totdat de ket-tingsteekgrijper 10 mm boven de rand van de steekplaat uitsteekt. – Rijg het grijpergebied van de machine in langs de paars gemarkeerde garengeleidingen (4)–(11). – Haal de draad met de punt van het pincet door de garengeleiding (4). – Haal de draad met de punt van het pincet door de voorste gleuf van de garengeleiding (5). – Haal de draad met de punt van het pincet door de garengeleiding (6-9). – Rijg de draad van voor naar achter door het grijperoog .(A) – Trek circa 10 cm van de draad door de grijper. – Leg de draad in de V-vormige opening (B) van de inrijger. – Houd het uiteinde van draad met de linkerhand goed vast en trek de inrijghendel (C) naar boven in stand (D).Met behulp van het pincet uit het grijperdeksel kunt u de draad gemakkelijker door het naaldoog halen.
– Zet de naaivoet omhoog om de spanschijven te openen. – Rijg de rechter coversteeknaald in zoals aange-geven .(1)–(10)2341567891031223Schakel de hoofdschakelaar uit. – Haal de draad van achteren naar voren door de garengeleiding .(1) – Rijg de voorspanningsgeleider in door de draad naar rechts te trekken totdat deze onder de geleider schuift . Trek de draad vervolgens (2)rechts langs de voorspanning. – Leid de draad terwijl u deze met de vingers vasthoudt tussen de spanschijven door en trek deze omlaag om ervoor te zorgen dat deze cor-rect tussen de spanschijven zit (3).
67810549109 – Ga door langs de draadpunten (4)–(9). – Controleer voordat u de draad door het naal-doog haalt of deze zich vóór de garengeleiding onder op de naaldhouder voor de coversteek bevindt. – Rijg de draad door het rechternaaldoog (10).Haal de draad door de achterste gleuf op de garengeleiding (5).Schuif de draad in de gleuf van het kapje van de overlockdraadaanvoer (6). Schuif de draad in de rechtergleuf van de garen-geleidingen (7-9).Met behulp van het pincet uit het grijperdeksel kunt u de draad gemakkelijker door het naaldoog halen. – Trek circa 10 cm van de draad door het naal-doog in de richting van de achterkant van de machine. – Haal de draad vervolgens naar linksachter onder de naaivoet.
– Zet de naaivoet omhoog om de spanschijven te openen. – Rijg de middelste naald voor de coversteek/kettingsteek in zoals aangegeven (1) 10)–( .2341567891031223Schakel de hoofdschakelaar uit. – Haal de draad van achteren naar voren door de garengeleiding .(1) – Rijg de voorspanningsgeleider in door de draad naar rechts te trekken totdat deze onder de geleider schuift (2). Trek de draad vervolgens rechts langs de voorspanning zoals aangege-ven. – Leid de draad terwijl u deze met de vingers vasthoudt tussen de spanschijven door en trek deze omlaag om ervoor te zorgen dat deze cor-rect tussen de spanschijven zit (3).
67810549109 – Ga door langs de draadpunten (4)–(9). – Controleer vooordat u de draad door het naal-doog haalt of deze zich vóór de garengeleiding onder op de naaldhouder voor de coversteek bevindt. – Rijg het middelste naaldoog in (10).Haal de draad door de middelste gleuf op de garengeleiding (5).Schuif de draad in de gleuf van het kapje van de overlockdraadaanvoer (6). Schuif de draad in de middelste gleuf van de garengeleidingen (7-9).Met behulp van het pincet uit het grijperdeksel kunt u de draad gemakkelijker door het naaldoog halen. – Trek circa 10 cm van de draad door het naal-doog in de richting van de achterkant van de machine. – Haal de draad vervolgens naar linksachter onder de naaivoet.
– Zet de naaivoet omhoog om de spanschijven te openen. – Rijg de middelste naald voor de coversteek/kettingsteek in zoals aangegeven (1) 10)–( .2341567891012233Schakel de hoofdschakelaar uit. – Haal de draad van achteren naar voren door de garengeleiding .(1) – Rijg de voorspanningsgeleider in door de draad naar rechts te trekken totdat deze onder de geleider schuift (2). Trek de draad vervolgens rechts langs de voorspanning zoals aangege-ven. – Leid de draad terwijl u deze met de vingers vasthoudt tussen de spanschijven door en trek deze omlaag om ervoor te zorgen dat deze cor-rect tussen de spanschijven zit (3).
67810549109 – Ga door langs de draadpunten (4)–(9). – Controleer vooordat u de draad door het naal-doog haalt of deze zich vóór de garengeleiding onder op de naaldhouder voor de coversteek bevindt. – Rijg het linkernaaldoog in (10).Haal de draad door de gleuf voor op de garenge-leiding (5).Schuif de draad in de gleuf van het kapje van de overlockdraadaanvoer (6). Schuif de draad in de linkergleuf van de garen-geleidingen (7-9).Met behulp van het pincet uit het grijperdeksel kunt u de draad gemakkelijker door het naaldoog halen. – Trek circa 10 cm van de draad door het naal-doog in de richting van de achterkant van de machine. – Haal de draad vervolgens naar linksachter onder de naaivoet.
– Als u een andere soort of kleur garen wilt gebruiken, knipt u de draad bij het spoeltje door. – Zet de nieuwe garenklos op de garenkloshou-der. – Knoop de oude en nieuwe draad aan elkaar. Knip de draden bij de uiteinden op een lengte van 2-3 cm af. Als u de uiteinden te kort afknipt, kan de knoop losgaan. – Trek flink aan beide uiteinden om te testen of de knoop houdt. – Zet de naaivoet omhoog om de spanschijven te openen. – Trek de draden per stuk door de machine. – Als de draad maar moeilijk door de machine kan worden getrokken, controleert u of de draad in de garengeleidingen of onder de garenkloshou-ders in de knoop zitten. – Als de knoop zich vóór de naalden bevindt, , aan de draden te trekken. – Knip de knoop af en rijg de draad door het naal-doog.
12●3 – De steeklengte moet meestal op " " staan. – Stel de steeklengte op – 4 in als u met een zware stof werkt. – Stel de steeklengte op 2 – 4 als u met een zeer rekbare stof werkt.De naaivoetdruk van deze machine is af fabriek zo ingesteld, dat er middelzware stoffen mee kunnen wor-den genaaid.Voor de meeste materialen hoeft de naaivoetdruk niet te worden aangepast. Soms is er echter toch een aan-passing nodig, bijvoorbeeld om zeer lichte of zware stoffen te naaien.Selecteer in dat geval "•" voor de normale druk, "L" voor de lichtste en "H" voor de hoogste druk. – Voor lichte stoffen zet u de druk lager. – Voor zware stoffen zet u de druk hoger. – Naai een stukje als proef om de optimale druk voor het werk te bepalen.
– Het differentieel transport is een systeem waar-door de stof wordt uitgerekt of gerimpeld als de hoeveelheid stof die op de voorste transporteu-ren wordt aangevoerd, ten opzichte van de achterste transporteuren wordt gewijzigd. – De verhouding van het differentieel transport ligt tussen 0,6-2,0. De instelling van het differenti-eel transport kan aan de linkerkant worden aangepast. – Het differentieel transport is bij uitstek effectief voor het zomen van jersey en schuin geknipte stoffen. – De instelling "1" is de differentieel transport-in-stelling voor de verhouding 1:1.Instelling van dierentieel transport voor rimpeleect – Stel het differentieel transport op "1" in zoals hierboven aangegeven. – Welke instelling u kiest, is afhankelijk van het soort stof dat u naait en hoeveel u de stof wilt laten rimpelen.
– Selecteer de instelling die voor de stof geschikt is en test deze voordat u begint met het naaien van het kledingstuk.–Instelling van dierentieel transport voor rekeect – Stel het differentieel transport tussen "0.6" en "1" in zoals hierboven aangegeven.
2125mm(1")1223456 – Stel de draadspanning op de aanbevolen waarde in en probeer eerst een stukje uit op een proeflapje van de stof.Als de naalddraad voor de kettingsteek te los is: – Stel de draadspanning van de naalddraad (groen) op een hogere waarde in. – Of stel de draadspanning van de grijperdraad voor de kettingsteek (paars) op een lagere waarde in.De kettingsteek wordt met twee draden, een naald en een grijper genaaid. – Trek voordat u met naaien begint de draadket-ting voorzichtig naar de achterkant van de machine tot de naald in de stof zakt. – Naai na het inrijgen van de machine eerst 2-3 cm op een proeflapje en hecht af, zodat een ketting ontstaat. – Trek na het naaien de stof voorzichtig naar de achterkant van de naaimachine en hecht af. – Bij de hier genoemde spanningsinstellingen gaat het alleen om een advies. – De juiste spanning is afhankelijk van: 1.
Het soort en de dikte van de stof 2. Naalddikte 3. Maat, soort en vezelgehalte van de draad – Voor de kettingsteek moet een steeklengte boven 2 mm worden ingesteld.Middelzware stof Geel Groen Blauw PaarsPolyesterZie pagina 15 voor de kleurencode voor draden.NP Zie pagina 12SL 2–4 Zie pagina 25
EDC1( )1"25mm2 3 4265D – Op de machine kunt u een 5,6 mm brede drie-draads coversteek naaien. – U kunt de coversteek gebruiken voor zomen, afstikken van naden, afwerken van de hals van kledingstukken en decoratieve naden. – De coversteek is bij uitstek geschikt voor rek-bare stoffen zoals breisels en jersey. – U kunt de coversteek ook gebruiken voor gewe-ven stoffen zoals denim; daarbij moet u uiterst voorzichtig zijn bij het instellen van de spanning om te voorkomen dat de draden breken of ste-ken worden overgeslagen. – Als u bij het naaien van denim merkt dat steken worden overgeslagen of dat de draad breekt, verwisselt u eerst de naalden en past u de span-ning stapsgewijs aan (telkens met 1/4 hogere waarde). – Open het grijperdeksel.
(Zie pagina 9) – Bevestig voor een driedraads 5,6 mm brede coversteek de rechter coversteeknaald(E), de middelste coversteeknaald en de cover-(D)steeknaald (C). (Zie pagina 12) – , Haal de draad door de naalden (E) (D) en (C) en de kettinggrijper (paars) (zie pagina 18-23)Schakel de hoofdschakelaar uit. – De schaal op de coversteekkap heeft betrekking op de middelste coversteeknaald. – Gebruik deze om de stofrand op de juiste positie te plaatsen. – Sluit het grijperdeksel.
acbdefgh (a) Zet de naaivoet omhoog. (h) Deze instructies gelden voor het naaien van coversteken, omdat afhechten niet mogelijk is wanneer u stopt met naaien. (b) Leg de stof onder de naaivoet achter de naald. (c) Zet de naaivoet omlaag.(d) Stop aan het einde van de naad. (e) Zet de naaivoet omhoog. (f) Draai het handwiel één slag (linksom) en vervol-gens weer één slag terug in tegenovergestelde richting (rechtsom). (g) Trek de stof voorzichtig naar de achterkant van de machine en knip de draad door zodat u de stof kunt verwijderen.Als u in het midden van de stof met naaien begint, plaatst u de stof op het punt waar u wilt beginnen.
– Stel de draadspanning op de aanbevolen waarde in en probeer eerst een stukje uit op een proeflapje van de stof.Als de grijperdraad voor de coversteek te los is: – Stel de draadspanning van de grijperdraad voor de coversteek (paars) op een hogere waarde in.Als de draad van de linker coversteeknaald te los is: – Stel de draadspanning van de naalddraad van de linker coversteeknaald (geel) op een hogere waarde in. – Of stel de draadspanning van de grijperdraad voor de coversteek (paars) op een lagere waarde in.Als de draad van de rechter coversteeknaald te los is: – Stel de draadspanning van de naalddraad van de rechter coversteeknaald (groen) of (blauw) op een hogere waarde in.
– Of stel de draadspanning van de grijperdraad voor de coversteek (paars) op een lagere waarde in.Als de bovenkant van de stof tussen de naalddraden bobbelt en de naden aan de onderkant van de stof te strak worden: – Stel de draadspanning van de grijperdraad voor de coversteek (paars) op een lagere waarde in. – Bij de hier genoemde spanningsinstellingen gaat het alleen om een advies. – De juiste spanning is afhankelijk van: 1. Het soort en de dikte van de stof 2. Naalddikte 3. Maat, soort en vezelgehalte van de draad – Voor de coversteek moet een steeklengte boven "•" (2,5 mm) worden ingesteld.Stof Geel Groen Blauw PaarsPolyesterStof Geel Groen Blauw PaarsPolyesterZie pagina 15 voor de kleurencode voor draden.NP Zie pagina 12SL 3–4 Zie pagina 25231465231465231465231465
– Stel de draadspanning op de aanbevolen waarde in en probeer eerst een stukje uit op een proeflapje van de stof.Als de grijperdraad voor de coversteek te los is: – Stel de draadspanning van de grijperdraad voor de coversteek (paars) op een hogere waarde in.Als de draad van de linker coversteeknaald te los is: – Stel de draadspanning van de naalddraad van de linker coversteeknaald (geel) op een hogere waarde in. – Of stel de draadspanning van de grijperdraad voor de coversteek (paars) op een lagere waarde in.Als de draad van de middelste coversteeknaald te los is: – Stel de draadspanning van de naalddraad van de middelste coversteeknaald (groen) op een hogere waarde in.
– Of stel de draadspanning van de grijperdraad voor de coversteek (paars) op een lagere waarde in.Als de draad van de rechter coversteeknaald te los is: – Stel de draadspanning van de naalddraad van de rechter coversteeknaald (blauw) op een hogere waarde in. – Of stel de draadspanning van de grijperdraad voor de coversteek (paars) op een lagere waarde in.Als de bovenkant van de stof tussen de naalddraden bobbelt en de naden aan de onderkant van de stof te strak worden: – Stel de draadspanning van de grijperdraad voor de coversteek (paars) op een lagere waarde in. – Bij de hier genoemde spanningsinstellingen gaat het alleen om een advies. – De juiste spanning is afhankelijk van: 1. Het soort en de dikte van de stof 2. Naalddikte 3.
Maat, soort en vezelgehalte van de draad – Voor de coversteek moet een steeklengte boven "•" (2,5 mm) worden ingesteld.Stof Geel Groen Blauw PaarsPolyesterNP Zie pagina 12SL 3–4 Zie pagina 25Zie pagina 15 voor de kleurencode voor draden.214653214653214653214653
– Meestal komen de naden niet los wanneer u met naaien begint; voor de zekerheid moet u ook deze uiteinden net zo afwerken als hier-boven voor het naaien van de stofkanten wordt beschreven. – Als u klaar bent met het naaien van een cover-steek en de grijperdraad naar buiten trekt, gaan de naden waaruit een coversteek bestaat loszit-ten. U kunt de uiteinden van de naad als volgt afwerken. – Bij het naaien van de stofkanten tussen de dra-den die uit de stofkant steken, maakt u eerst een knoopje tussen de naalddraden (2 of 3 draden), zoals in de afbeelding links. Knoop deze draden en de grijperdraad vervolgens aan elkaar. – Als u in het midden met naaien stopt, trekt u de naalddraden (2 of 3 draden) aan de onderkant van de stof weg en knoopt u de draden aan elkaar zoals hierboven beschreven. – Knip de uitstekende draden af.
AOil – Verwijder met een droog zacht borsteltje vezels uit de grijper en de steekplaat. – Breng na het grondig reinigen van de machine een drupje olie aan op de gemarkeerde plaat-sen.Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de machine reinigt.Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de machine smeert.Gebruik uitsluitend naaimachine-olie. Gebruik geen andere olie, omdat hierdoor beschadigin-gen kunnen optreden.
CABDe volgende optionele naaivoeten zijn speciaal voor deze machine ontwikkeld en kunnen apart worden aangeschaft.Op deze machine worden snap-on naaivoeten gebruikt. Dit zijn naaivoeten die vastklikken, waardoor ze uiterst eenvoudig te verwisselen zijn. – Draai het handwiel om de naalden in de hoogste positie te zetten. – Zet de naaivoet omhoog. – Druk de rode hendel (A) aan de achterkant van de naaivoetschacht omhoog, waardoor de zool loskomt. Druk de naaivoetschacht in de tweede positie en trek de naaivoetzool naar links weg. – Plaats de naaivoetzool onder de naaivoet-schacht, zodat de scharnierpen (C) in de gleuf (B) van de schacht past. Zet vervolgens de naaivoetschacht omlaag. – Als de naaivoetzool niet eenvoudig onder de naaivoetschacht kan worden geplaatst, zet u de naaivoetschacht in de hoogste positie en plaatst u in deze positie de naaivoetzool onder de naai-voetschacht.
Zet vervolgens de naaivoetschacht omlaag. – Zet de naaivoetschacht omhoog en controleer of de naaivoetzool goed aan de naaivoetschacht is bevestigd. Gebruik geen naaivoeten van andere machines. Het gebruik van verkeerde naaivoeten kan tot storingen tussen de naalden en messen leiden en gevaarlijk zijn.
– Met de elastiekvoet wordt elastiek tijdens het naaien doorgevoerd en uitgerekt. Ideaal voor ondergoed, badkleding, sportkleding en huiskle-ding. – Dankzij de transparante zool hebt u perfect zicht op het naaiwerk. Deze voet is ideaal voor eerder gemarkeerde siernaden en voor het positione-ren van een naad aan het begin of einde. – Met deze naaivoet worden decoratieve en fijne koorden met een dikte van maximaal 2 mm nauwkeurig en precies onder de coversteeknaad doorgevoerd terwijl deze worden vastgenaaid. Deze voet kan ook worden gebruikt voor het maken en naaien van paspels. – Voor het naaien van kant, beleggen en banden onder zoomen. De onderkant van de stof wordt tegelijk met een smalle of brede coversteek gezoomd, waardoor een platte verbindingsnaad ontstaat. – Met de bandvoet maakt u praktische randzomen met niet-voorgeplooid schuin band met een breedte van 25 tot 28 mm.
Voor een professio-nele uitstraling kunt u ook zelf geknipt schuin band gebruiken. – Met de zoomvoet maakt u snel en eenvoudig naden met een diepte van 2,5 cm. De kniprand kan met een smalle of brede coversteek worden gezoomd. – Met de riemlusvoet voorziet u schuin band of rechte boorden van een coversteek of ket-tingsteek zodat u deze als handvat of riemlus kunt gebruiken. – Met deze naaivoet bevestigt u band of kant op de stofkant die tegelijk als zoom wordt omge-vouwen. Met een coversteek worden beide kanten tegelijk gezoomd terwijl het materiaal 1 cm wordt omgeslagen.
1. Stel een langere steeklengte in. 2. Zet bij zwaardere stoffen de naaivoetdruk hoger. 3. Zet bij lichtere stoffen de naaivoetdruk lager.252525 1. Bevestig de naald op de juiste manier. 2. Draai de verstelschroef van de naald stevig vast. 3. Gebruik voor zware stoffen een grotere naald.121212 1. Controleer het inrijgpad. 2. Controleer of de draad in de knoop is geraakt of vast is komen te zitten. 3. Plaats de naald op de juiste manier. 4. Plaats een nieuwe naald; de gebruikte naald kan verbogen of stomp zijn. 5. Gebruik alleen garen van goede kwaliteit. 6. Zet de garenspanning losser.15–2320 1212 3727–31 1. Plaats nieuwe naalden; de gebruikte naalden kunnen ver-bogen of stomp zijn. Gebruik alleen ELx705 overlocknaal-den. 2. Draai de verstelschroef van de naald stevig vast. 3. Plaats de naalden op de juiste manier. 4. Neem naalden van een andere soort of maat. 5. Controleer het inrijgpad.
6. Zet de naaivoetdruk hoger. 7. Gebruik alleen garen van goede kwaliteit.12 12121215–232537 1. Pas de draadspanning aan. 2. Controleer of de draad in de knoop is geraakt of vast is komen te zitten. 3. Controleer het inrijgpad.2720 15–23 1. Zet de draadspanning losser. 2. Controleer of de draad in de knoop is geraakt of vast is komen te zitten. 3. Gebruik licht garen van goede kwaliteit. 4. Gebruiker een kortere steeklengte. 5. Zet bij lichtere stoffen de naaivoetdruk lager.27–3120 372525 1. Sluit het grijperdeksel voordat u gaat naaien. 2. Controleer of de draad in de knoop is geraakt of vast is komen te zitten. 3. Naai dikke stoflagen eerst met een normale naaimachine vast, voordat u ze met de overlockmachine naait.920 1. Sluit de machine op de netvoeding aan en schakel deze in. 2. Sluit het grijperdeksel.9, 10
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bernette b42 FunLock stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Naaimachine Bernette
Handleiding Naaimachine
Nieuwste handleidingen voor Naaimachine