Batavus X3 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Batavus X3 (80 pagina’s), behorend tot de categorie Crosstrainer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 64 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Batavus X3 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/80
BATAVUS X3OWNER'S MANUAL P. 2-10
BETRIEBSANLEITUNG S. 11-19
MODE D'EMPLOI P. 20-29
HANDLEIDING P. 30-38
MANUALE D'USO P. 39-47
MANUAL DEL USUARIO P. 48-56
BRUKSANVISNING S. 57-65
KÄYTTÖOHJE S. 66-74
SERIAL NUMBER
SERIENNUMMER
NUMERO DE SERIE
SERIENUMMER
NUMERO DI SERIE
NÚMERO DE SERIE
SERIENNUMMER
SARJANUMERO

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Batavus
Categorie: Crosstrainer
Model: X3

Handleiding Batavus X3 – volledige tekst

U kunt er, nu en in de toekomst, nuttige informatie uithalen die u nodig heeft voor het gebruik en het onderhoud van de apparatuur. Volg de instructies altijd met zorg op. De garantie vervalt bij schade ontstaan tijdens de verzending of door het niet volgen van de in deze handleiding gegeven instructies betreffende het monteren, afstellen en onderhoud van het apparaat. VEILIGHEID• Het doornemen en opvolgen van de onderstaande voorzorgen is uitermate belangrijk voor de veiligheid van de gebruiker. • De trainer is geschikt voor personen tot maximaal 135 kg lichaamsgewicht. • Laat uw conditie controleren bij uw huisarts voordat u begint met trainen. • Bij misselijkheid, duizeligheid of een ander lichamelijk ongemak gebruik dient de gebruiker direct te stoppen en een arts te raadplegen.

• Om spierpijn te voorkomen, begint u de training met een warming up en sluit u die af met cooling-down (langzaam trainen met geringe weerstand). U sluit de training af met stretch oefeningen. • Plaats de trainer op een vlakke en stevige ondergrond. • De trainer kan tijdens in het gebruik stof en/of smeermiddelen verliezen. De ondergrond dient hiertegen bestand te zijn. • Zorg voor voldoende ventilatie tijdens de training, maar zorg dat u niet op de tocht zit. • Houd bij het op- en afstappen de handgrepen vast. • Gebruik de trainer uitsluitend voor het doel waarvoor deze is gemaakt en zoals hierna beschreven wordt. VERDER• De trainer mag uitsluitend door één persoon tegelijk gebruikt worden. • Raak nooit bewegende delen aan. • Houd kinderen tijdens de training buiten het bereik van de trainer. Houd huisdieren uit de buurt van het toestel wanneer het gebruikt of verplaatst wordt.

• Houd hiervoor gevoelige apparatuur of dingen buiten het bereik van het magnetisch veld van het weerstandsmechanisme. • Controleer voor de training of het apparaat goed functioneert. Train nooit op een defect apparaat. • Onderhoud en afstellingen anders dan in deze handleiding beschreven dienen uitsluitend uitgevoerd te worden door deskundigen. Volg de instructies van de handleiding nauwkeurig op. • Tijdens de training is de ideale gebruikstemperatuur tussen +10º en +35°C; voor opslag gelden de temperaturen tussen de -15° en +40°C. De luchtvochtigheid in de trainings- of opslagruimte mag nooit hoger dan 90 % zijn. INHOUDDE MONTAGE. 31GEBRUIK. 33MONITOR. 35VERPLAATSEN. 37ONDERHOUD. 38GEBRUIKSSTORINGEN. 38TECHNISCHE GEGEVENS. 38 31N LH A N D L E I D I N G • B A T AV U S • Leun of steun nooit op de monitor.

• Druk op de toetsen met uw vingertoppen; nagels kunnen de mebraamtoetsen beschadigen. • Stap niet op de kunststof behuizing. • Het trainingseffect van dit toestel is afhankelijk van uw trapfrequentie. • Het apparaat is ontworpen voor thuisgebruik. De Batavus-garantie is alleen van toepassing op defecten en storingen ontstaan bij thuisgebruik (24 maanden). Voor informatie omtrent de garantie gelieve u contact up te nemen met uw eigen wederverkoper van Batavus. De voorwaarden van de garantie kunnen per land verschillen. DE MONTAGEVoor de monteren zijn twee personen nodig. De instructies links, rechts, voor en achter, zijn zittend op de trainer bepaald. 1. Frame2. Steunvoet voor3. Steunvoet achter4. Framebuis voor5. Handgrepen (2 st. )6. Pedaalbuizen (2)7. Voetsteunen (2 st. )8. Monitor9. Handsteun10. Transformator11.

nog bij de bijstelling van de apparatuur kunt gebruiken)Mocht er een onderdeel missen, neem dan contact op met uw Batavus dealer onder vermelding van het model, het serienummer van het apparaat en het nummer van het missende onderdeel. Achter in deze gids vindt u de onderdelenlijst. De verpakking bevat een zakje met korrels die de apparatuur tijdens opslag en transport, heeft beschermd tegen vocht. Dit zakje kan na het uitpakken van de trainer, weggegooid worden. Plaats de trainer op een zo vlak mogelijke ondergrond, met aan de voorkant, de achterkant en aan de zijkanten minstens 100 cm vrije ruimte. We raden ook aan dat u het toestel op een beschermde ondergrond uit de verpakking haalt en in elkaar zet. STEUNVOET ACHTER EN VOORBevestig de steunvoet achter met de twee schroeven, ringen en de moer aan het frame.

Bevestig de dwarssteun voor, die van transportwielen voorzien is, met de twee schroeven, ringen en de moer aan het frame. FRAMEBUIS VOOR 32H A N D L E I D I N G • B A T AV U SSluit de kabel van het meettoestel aan de kant van het frame aan op de kabel van het meettoestel in de buis vooraan. Duw de voorste buis in de framebuis: let erop dat u de monitorkabel niet beschadigt. Maak de voorste buis goed vast met zes bevestigingsschroeven. PEDAALBUIZENPlaats het uiteinde van de pedaalbuis op de linkeras van het vliegwiel. Plaats vervolgens een sluitring en een vergrendelingsmoer op de as. Draai de moer lichtjes aan. Doe hetzelfde voor de rechterpedaalbuis. Leid de linkervoorkant van de pedaalbuis in het ondereinde van het stuur en bevestig met vier schroeven. Doe hetzelfde voor de rechter pedaalbuis. Zet alle schroeven van de pedaalbuis goed vast en plaats doppen op de schroeven.

STUURLeid de sensorkabels van het stuur in de voorste buis en trek ze uit het boveneinde van de voorste buis. Bevestig het stuur met twee schroeven. BELANGRIJK. Let erop dat u de kabels niet beschadigt.

Plaats de plastieken afdekonderdelen van het stuurstuk op het bevestigingspunt en maak vast met een bevestigingsschroef. HANDVATENPlaats de handvaten en bevestig met in totaal vier schroeven. Bevestig de eindstoppen aan de uiteinden van de as met twee schroeven. Breng vervolgens de plastic kapjes over de schroeven aan. 33N LH A N D L E I D I N G • B A T AV U S MONITORMaak de deksel van batterijhouder op de achterkant van de monitor los en verwijder de batterijen. Plaats twee 1,5 Volt AA batterijen in de houder en sluit de deksel. Verbind de kabels uit de voorste buis met de monitor. Duw de kabels in de voorste buis en installeer de monitor op het einde van de voorste buis. BELANGRIJK. Let erop dat u de kabels niet beschadigt. Bevestig de monitor met vier schroeven. Verwijder de bescherming van het monitorscherm en toetsenbord.

VOETSTEUNENBevestig de voetsteunen op de gewenste plaats op de pedaalbuis met vier schroeven en een bevestigingsmoer. DRINKFLESHOUDERZet de drinkfleshouder met en bout op zijn plaats vast. TRANSFORMATORSteek de stekker van de transformator in het contact in het achterframe. Steek dan pas de stekker in het wandstopcontact. • Haal na het trainen altijd de stekker van de transformator uit het stopcontact. • Het snoer mag niet onder het apparaat doorlopen of op andere wijze afgeklemd worden. GEBRUIKInstabiliteit van het toestel kunt u verhelpen met behulp van de afstelschroef onder de achtersteun. Als u speling voelt in de pedaalbuizen kunt u de moeren op de voorkant van de pedaalarmen aandraaien tot de speling verdwijnt. Monteer het toestel door de vaste hendel van het toestel te grijpen. Plaats uw voet op de plaat die zich in de laagste stand bevindt en die stabiel is.

FITNESS TRAINING MET TUNTURITrainen op een fietstrainer is een uitstekende aërobe oefening, die in principe licht maar langdurig van aard is. Aërobe inspanning vergroot het zuurstofopnamevermogen van het lichaam, waardoor het uithoudingsvermogen en de conditie verbeteren. Door de verbeterde zuurstofopname neemt ook het verbrandingsvermogen van het lichaam toe. Een fit lichaam verbrandt dus ook in rust meer vet. Aërobe training is bovenal aangenaam. Transpireren is uitstekend, maar het is niet de bedoeling dat u buiten adem raakt. Tijdens de training kunt u nog normaal spreken, u gaat dus niet hijgen. Om een goede basisconditie op te bouwen moet u minstens drie keer per week dertig minuten trainen. Om een bepaald conditieniveau te handhaven zijn enkele trainingen per week 34H A N D L E I D I N G • B A T AV U Svoldoende.

De conditie kan eenvoudig verder worden verbeterd door het aantal trainingen per week te verhogen. TRAINEN OM AF TE VALLENOmdat inspanning de enige manier is om het energieverbruik (vetverbranding) van het lichaam te verhogen, wordt u voor uw training beloond met gewichtsverlies. Zeker als u de training combineert met gezonde voeding. Wie wil afvallen kan het best beginnen met een dagelijkse training van ongeveer dertig minuten en dat geleidelijk opbouwen tot hooguit een uur. Zeker bij overgewicht is het verstandig om altijd in een rustig tempo en met weinig weerstand te beginnen om het hart- en vaatsysteem niet te zwaar te belasten. Als de conditie beter wordt, kunnen trapsnelheid en weerstand geleidelijk worden verhoogd. De doelmatigheid van een training is te controleren aan de hand van de hartslag.

Met de hartslagmonitor kunt u de hartslag tijdens de training eenvoudig meten en zo controleren of de training voldoende effectief is zonder dat het lichaam te zwaar wordt belast.

Om de spieren van het bovenlichaam te ontwikkelen, moet u lichtjes voorwaarts leunen en moet u zich concentreren op het trekken en duwen van de hendels met uw handen. Als u de steunen een beetje hoger vastgrijpt, wordt de beweging intensiever, maar zorg ervoor dat u uw schouders niet bezeert. Om de spieren van uw boven- en onderlichaam gelijktijdig te trainen, kan u de belasting lichtjes vergroten en de klemtoon leggen op het gelijktijdige gebruik van de bovenste en onderste ledematen zodat u de belasting kan voelen wanneer die allebei actief werken. TRAININGS NIVEAUWat uw doel, uw streven ook met het trainen is, u bereikt het beste resultaat door te trainen op een niveau dat u aankunt. Daarvoor is, zoals gezegd, uw hartslag de beste graadmonitor.

Het meettoestel van de BATAVUS berekent uw bij benadering maximale hartfrequentie en hanteert hierbij volgende formule: 220 – DE LEEFTIJDHet maximum varieert van persoon tot persoon. De maximale hartslag daalt per jaar met gemiddeld één punt. Als u tot de risicogroepen behoort, vraag dan een arts uw maximale hartslag te bepalen. Om u te helpen met uw training, hebben wij drie verschillende hartslag niveaus geselecteerd. BEGINNER • 50 tot 60 % van de maximale hartslagDit niveau is ook geschikt voor mensen die lijnen, mensen die herstellende zijn van een ziekte en mensen die lang niet getraind hebben. Drie trainingen van tenminste een halfuur per week zijn aan te bevelen. Regelmatig trainen stimuleert bij een beginner de ademhaling en bloedsomloop in sterke mate en zorgt al snel voor een merkbaar resultaat.

GEMIDDELDE SPORTER • 60 tot 70 % van de maximale hartslagEen perfect niveau om de conditie te verbeteren en op peil te houden. Zelfs een redelijk normale inspanning - minimaal 3 trainingen van 30 minuten per week – heeft een positief effect op hart en longen. Om uw conditie verder te verbeteren kunt u het aantal keren trainen per week verhogen of de duur van uw training verlengen.

Verhoog echter nooit beide tegelijkertijd. GETRAINDE SPORTER • 70 tot 80 % van de maximale hartslagTrainen op dit niveau is alleen weggelegd voor wie écht fit is en wie gewend is aan langdurige conditie trainingen. • De polsmeting kan op 3 manieren gebeuren:A) Met de handpolssensoren op de handvatenB) met oorclip via kabel (optioneel als attribuut verkrijgbaar)C) met borstgordel (draadloos, telemetrisch), optioneel borstgordel en ontvangstadapter zijn als attribuut verkrijgbaar. Gebruik geen verschillende systemen gelijktijdig. HARTSLAGMETING MET HANDSENSORENBATAVUS meet de hartslag met sensoren die zich in de handsteunen bevinden en die de hartslag meten telkens wanneer de gebruiker beide sensoren tegelijkertijd aanraakt. Voor een betrouwbare polsmeting dient de huid onafgebroken in contact te staan met de sensoren en zou deze huid lichtjes vochtig moeten zijn.

Een te droge of te vochtige huid kan een onjuiste hartslagmeting tot gevolg hebben. Let op: het actieve gebruik van de spieren van het bovenlichaam tijdens de oefening kan een invloed uitoefenen op de meting van de hartslag: actieve spieren brengen dezelfde elektronische signalen over als de hartspier. Daarom raden we een ontspannen houding van de armen aan tijdens de hartslagmeting. GEBRUIK OORSENSOR 1. Steek de stekker van de oorsensor in het contact van de monitor. 2. Klem de oorsensor op het doorschijnende deel van de oorlel. 35N LH A N D L E I D I N G • B A T AV U S Hartslagmetingen door de oorsensor kunnen door verschillende factoren worden beïnvloed. Daar is vaak eenvoudig wat aan te doen. Soms is bijvoorbeeld de oorlel te koud, u kunt deze dan masseren zodat de bloedcirculatie in de oorlel verbetert. Ook lage spanning van de monitorbatterijen beïnvloeden de correcte meting.

Als de oorsensor op de oorlel door lichamelijke omstandigheden onregelmatige metingen levert, kan de sensor ook op de oorschelp of eventueel op een vingertop worden geplaatst. Verder kunnen de metingen beïnvloed worden door sterke bewegingen tijdens de training, en door een sterke lichtbron. De sensor meet namelijk veranderingen in de licht doorlaatbaarheid van de oorlel. Meestal is het dan voldoende om iets anders te gaan zitten, waardoor de oorsensor in de schaduw van het hoofd komt. Daarnaast kan de vergrote bloedcirculatie die voorkomt bij een hartritme boven de 150 slagen de meting beïnvloeden. Maak na gebruik de oorsensor altijd schoon, maar gebruik daarbij nooit oplosmiddelen of bijtende schoonmaakmiddelen. Recuerde limpiar el sensor de la oreja después de usarlo con un toalla húmedo. HARTSLAG METENHartslag kan telemetrisch worden gemeten.

De monitor heeft een ingebouwde hartslagontvanger voor de Batavus Pro Check borstband met ingebouwde telemetrische hartslagzender. BELANGRIJK. Als u een pacemaker gebruikt, mag u de borstband alleen met toestemming van een arts gebruiken. Dit is het meest betrouwbare systeem, dat werkt met een borstband met meerdere elektrodes waarvan de gemeten waarden draadloos doorgeseind worden naar de monitor. Als u een pacemaker gebruikt, mag u de borstband alleen met toestemming van een arts gebruiken. Wanneer u uw hartslag tijdens de training op deze manier wilt controleren, moeten de geribbelde elektroden aan de binnenzijde van de borstband vochtig gemaakt worden (water). Plaats de zender juist onder de borst met de elastische band strak genoeg om tijdens het trainen de elektroden contact te laten houden met de huid, maar niet zo strak dat normaal ademen wordt belemmerd.

De zender geeft de hartslag automatisch door aan de monitor die zich niet verder dan één meter van de borstband mag bevinden. Wanneer de zender verder van de monitor verwijderd is, wordt het signaal te zwak om te ontvangen.

Let er ook op dat niet meerdere personen met een borstband om, binnen een straal van één meter rond de monitor staan, want de monitor ontvangt dan van elke elektrode een signaal en telt deze dan bij elkaar op. Denkt u eraan wat de trainingskleding betreft, dat bepaalde in de kleding gebruikte vezels (zoals polyester of polyamide) statische electriciteit veroorzaken, wat bij de hartslagmeting problemen veroorzaken kan. Denkt u eraan dat mobiele telefoons, een tv of andere electronische apparaten een electromagnetisch MONITORTOETSEN PLUS EN MINUS (+/-)Verstelling van de afzonderlijke waarden en het trainingsniveau (1-16). MODEWanneer u eenmaal drukt, schakelt de cockpit over naar de volgende functie. PROGRAMMASelectie van de 9 ingestelde programma’s, “PO1 - PO9”. SCANSchakelt de automatische weergavewisseling aan of uit. RECOVERYSchakelt de meting van de rustpols (fitnessindex) aan of uit.

RESETWanneer u eenmaal kort drukt, wordt de huidige afzonderlijke functie gewist. Wanneer de toets langer ingedrukt wordt, worden alle functies gewist. Bemerking: Bij het wegnemen van de 36H A N D L E I D I N G • B A T AV U Stransformator worden alle gegevens, ook de opgeslagen gegevens en het tijdstip, gewist. ODOMETERDe kilometers van alle trainingseenheden worden samengeteld. UUR EN DAG INVOERENVerbind het transformator met een stopcontact.

Het tijdstip (uur) knippertAM of PM verschijnt op het beeldscherm• met de toetsen +/- het uur instellenBij overschrijding van 12:00 wordt opnieuw vanaf 01:00 aangegeven, maar de weergave “AM” (voormiddag) / “PM” (namiddag) wisselt• Druk op de toets MODEMinuten knipperen• Stel met de toetsen +/- de minuten in• Druk op de toets MODEALM = alarm verschijnt op het beeldschermHet aantal uren voor de alarmfunctie knippert• Met de toetsen +/- de alarmtijd wijzigen• Druk op de toets MODEHet aantal minuten knippert• Stel met de toetsen +/- de minuten in• Druk op de toets MODEALM blinkt• Schakel met de toetsen +/- ALM aan of uitBij ingeschakeld alarm verschijnt een grote klok op het beeldscherm• druk op de toets MODEHet jaartal knippert• Verander met de toetsen +/- het jaartal overeenkomstig• Druk op de toets MODEHet cijfer dat de maand aanduidt, knippert• Stel met de toetsen +/- de maand in• Druk op de toets MODEHet cijfer dat de dag aanduidt, wordt aangeduid• Selecteer met de toetsen +/- de dag • Druk op de toets MODEHet gebruikersnummer (user) “U01” knippertGEBRUIKERS/TRAININGSGEGEVENS INVOERENGa verder met de invoer nadat het gebruikersnummer verschijnt en knippert.

Wanneer u later de invoer van het uur enz. wilt overslagen, dan drukt u 5 seconden lang op de toets MODE totdat “U01” knippert. • Selecteer de gebruiker met de toetsen +/-• Druk op de toets MODESEX wordt weergegeven en “M” knippert• Selecteer met de toetsen +/- “M” voor man of “F” voor vrouw• Druk op de toets MODEWET (Gewicht) verschijnt op het beeldscherm• Voer met de toetsen +/- uw gewicht in• Druk op de toets MODEAGE (Leeftijd) verschijnt• Voer met de toetsen +/- de leeftijd in• Druk op de toets MODEAangezien de invoer van de persoonsgegevens nu afgesloten is, verschijnt ter controle kort op het beeldscherm de polswaarde, die ingedeeld is bij de eerder ingevoerde leeftijd.

Kies dan, wanneer de polswaarde uitdooft, met de toets “Program” uw gewenste programma uit. Druk dan op de toets MODE. Wanneer u nu met de training begint, start de tijd automatisch. Wanneer u nu zonder verdere invoer (bijv. trainingstijd / km) uw training begint, begint de tijd automatisch te lopen en start het programma. Wilt u de trainingsgegevens instellen, dan begint u niet te trainen, maar drukt u opnieuw op de toets MODE en gaat u met de volgende stappen verder:De trainingstijd (minuten) knippert• Stel met de toetsen +/- de trainingstijd in• Druk op de toets MODEHet aantal calorieën knippert• Stel met de toetsen +/- de calorieën in• Druk op de toets MODE Het cijfer dat de afstand weergeeft, knippert• Stel met de toetsen +/- de gewenste afstand in• Druk op de toets MODEVerder invoermogelijkheden:A.

In de modus Stop (geen training)• U kunt met de toetsen +/- meteen een nieuw programma kiezen, zonder dat u andere waarden hoeft te wijzigen. • Selecteer met “MODE” een functie, die u wilt veranderen. De verstelling van de waarden gebeurt met de toetsen +/-. Dan verder tot de ingestelde pols (overeenkomstig de gegevens van de gebruiker) kort verschijnt. Wanneer deze uitdooft, begint u de training. • Na het wissen van alle waarden met de toets RESET knippert de tijdinvoer voor het tijdstip enz. Activeer de invoer met de toets MODE. B. In de modus activeMet de toetsen +/- kan de intensiteit van de programma’s “P1-P9” (de basis, LD 01 - 16 wordt gewijzigd), verminderd of verhoogd worden. Evenzo wordt in het programma “PO” de intensiteit, LD 01 - 16, gekozen.

Wanneer u met andere waarden dan de vooraf ingestelde waarden wilt trainen, dan richt u zich niet naar de percentages, maar naar uw polswaarde. • De tijdweergave in de cockpit bedraagt 5 minuten. Onder 5 minuten kunnen de programma’s niet zinvol gebruikt worden. • Aan het einde van het trainingsprogramma wordt na het indrukken van de toets ODOMETER de totale afstand van alle trainingseenheden getoond. RECOVERY – METEN VAN DE HERSTELHARTSLAGMeet uw herstelhartslag bij het beëindigen van de training. Met meten kan enkel worden gestart wanneer de hartslagmeting geactiveerd werd en de hartslagwaarde wordt weergegeven. 1. U meet uw herstelhartslag door op de RECOVERY –knop te drukken. 2. De meting duurt een minut. 3. Op het einde van de meetcyclus verschijnt resultaat F1-F6 (F1 = beste resultaat) op het scherm.

Denkt u er wel om, dat het resultaat afhankelijk is van uw hartslagsnelheid bij het begin van de meting, en dat het resultaat zeer persoonlijk is en in geen geval direct vergelijkbaar met het resultaat van andere personen. Om de betrouwbaarheid van de meting van de hartslagreactie te verbeteren, moet u altijd proberen om de meting zo nauwkeurig mogelijk en altijd op dezelfde wijze uit te voeren; begin de meting zoveel mogelijk op hetzelfde hartslagniveau. 4. Met behulp van de RECOVERY–knop kunt u de meting van de herstelhartslag verwijderen. VERPLAATSENWilt u uw trainer verplaatsen, doe dat dan op de hieronder omschreven manier. Het verkeerd optillen van een zwaar apparaat, kan immers rugletsel veroorzaken. Plaats de trainer in een droge, stofvrije ruimte met minimale temperatuurverschillen. Met behulp van de transportrollen aan de voorkant is de BATAVUS eenvoudig te verplaatsen.

Pas op dat de vloer niet beschadigt wanneer u het constante waarden wordt geactiveerd, wanneer u tijdens de training de toetsen “MODE en Plus”gelijktijdig gedurende 3 seconden ingedrukt houdt. Tijdens de training kunt u nu met de toetsen +/- de intensiteit (LD 1-16) kiezen. Om uit te schakelen de toetsen “MODE en Plus” opnieuw indrukken. Verder de gebruikersgegevens invoeren met “MODE”. VERDERE BEMERKINGEN:05 03 2005 10:30 AM 13:00 PMMaand Dag Jaar AM=Voormiddag PM=Namiddag0 - 12 uur 12 - 24 uur• Gelieve erop te letten dat de cockpit voor alle berekeningen en invoeren enkele seconden tijd nodig heeft. (pols ca. 10 sec. )• Bij het programma Nieuwe start is de functie “SCAN” uitgeschakeld. De waarde van de snelheid (Speed) wordt extra groot weergegeven op het beeldscherm. Door op de toets “SCAN” te drukken wisselt de weergave voortdurend tussen “Speed/Cal. / Distance”.

De waarden worden afwisselend weergegeven. Door de toets “MODE” kunt u ook de waarden Cal of Distance, wanneer die precies getoond worden, vastzetten in het grotere venster. Door opnieuw op de toets SCAN te drukken, wordt de wisselweergave opnieuw vrijgegeven. • De omschakeltijd van de programmastappen hangt af van de lengte van de ingevoerde trainingstijd. • Tijdstip, alarm en datum worden in de internationale vorm weergegeven. VOORBEELDEN:• Wanneer verschillende aftelfuncties ingesteld werden, weerklinkt een signaal bij de functie die eerst op “nul” staat. Wanneer u nu verder traint, begint de functie automatisch opnieuw op te tellen vanaf “nul”. • Bij dit toestel wordt het energieverbruik op basis van gemiddelde waarden berekend. Aangezien evenwel iedereen een verschillend vermogen heeft om energie te produceren (zog.

rendement), kan het weergegeven energieverbruik noodzakelijk slechts een benadering zijn van het daadwerkelijke verbruik en kan het niet voor therapeutische doeleinden gebruikt worden.

Het energieverbruik tijdens de training wordt in kcal (Kilocalorieën) weergegeven. Voor de omrekening in Joule gebruikt u best deze formule: 1 kcal = 4,187 kJ. 38H A N D L E I D I N G • B A T AV U Stoestel verplaatst. Bescherm tere vloermaterialen zoals parketvloeren enz. Om schade aan het apparaat te voorkomen, is het raadzaam de trainer op een droge plek met zo min mogelijk stof en temperatuurwisselingen te plaatsen. ONDERHOUDDe Batavus apparaten hebben weinig onderhoud nodig. Het is raadzaam om zo nu en dan te controleren of alle bouten en moeren nog goed vast zitten. U kunt het apparaat schoonhouden door het af te nemen met een vochtige doek. Gebruik echter geen oplosmiddelen. • De metalen delen kunt u het beste tegen de inwerking van transpiratievocht beschermen, om regelmatig deze delen te behandelen met teflonolie. • Verwijder de kunststof behuizing van het apparaat nooit.

BATTERIJEN VERWISSELENAls het display van het meettoestel in energiespaarmodus geheel of gedeeltelijk onleesbaar wordt, moet u de batterijen vervangen. Maak de deksel van de batterijhouder op de achterkant van de monitor los en verwijder de batterijen. Plaats nieuwe batterijen in de houder en sluit de deksel. Gebruik geen oplaadbare batterijen omdat deze een afwijkend voltage hebben. GEBRUIKSSTORINGENOndanks voortdurende kwaliteitscontroles, kunnen er defecten of storingen optreden die het gevolg zijn van het niet goed functioneren van onderdelen die in de trainer zijn gebruikt. In de meeste gevallen is het onnodig om het gehele apparaat ter reparatie aan te bieden, aangezien de storing meestal kan worden opgelost door het vervangen van het defecte onderdeel. Mochten er storingen optreden bij het gebruik van de trainer, neem dan onmiddellijk contact op met uw Batavus dealer.

Vermeldt bij het bestellen van onderdelen het model, het serienummer van het apparaat en het nummer van het onderdeel. Op de laatste pagina’s van deze gids vindt u de onderdelenlijst. TECHNISCHE GEGEVENSLengte. 128 cmBreedte. 57 cmHoogte. 168 cmGewicht. 47 kgDe BATAVUS voldoet aan de eisen van EUs EMC Directieven betreffende elektromagnetische compatibiliteit (89/336/EEC). Daarom is dit product met de CE label voorzien. De BATAVUS voldoet aan EN precisie- en veiligheidsnormen (EN-957). Batavus is gerechtigd om specificaties te veranderen zonder daarover nader te berichten. BELANGRIJK. De garantie vervalt bij schade als gevolg van het niet volgen van de instructies in deze gids betreffende het monteren, het instellen en het onderhouden van de apparatuur. De instructies dienen bij het in elkaar zetten, het onderhoud en het gebruik, zo zorgvuldig mogelijk te worden gevolgd.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Batavus X3 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden