Bartscher E500 LPR Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bartscher E500 LPR (32 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 69 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Bartscher E500 LPR of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bartscher |
| Categorie: | Vaatwasser |
| Model: | E500 LPR |
| Apparaatplaatsing: | Vrijstaand |
| Soort bediening: | Buttons, Rotary |
| Ingebouwd display: | Nee |
| Gewicht: | 53600 g |
| Breedte: | 600 mm |
| Diepte: | 640 mm |
| Hoogte: | 820 mm |
| Netbelasting: | 3400 W |
| Aantal couverts: | - couverts |
| Deurkleur: | Roestvrijstaal |
| Duur cyclus: | - min |
| Geluidsniveau: | - dB |
| Waterconsumptie per cyclus: | - l |
| Zelfreinigend: | Ja |
| Productafmeting: | Volledige grootte (60 cm) |
| Doseringsassistent: | Ja |
| Afwasprogramma's: | Spoelen |
| Energieverbruik per cyclus: | - kWu |
| AC-ingangsspanning: | 220-230 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
Handleiding Bartscher E500 LPR – volledige tekst
SNELSTART 110510 Werkcycli Legen en reinigen Vullen en verwarmen 1. Draai de functie draaiknop (1) naar de instelling 120 (afb. 1). Het controlelampje AAN (2) brandt. 2. Wacht tot het apparaat de juiste parameters bereikt en het werkcontrolelampje (3) brandt. Wassen 1. Voor het plaatsen van de vaat in de vaatwasmacine, de etensresten verwijderen. 2. Open de deur van het apparaat, plaats de vaat in de korf en sluit de opnieuw de deur van het apparaat. 3. Druk de knop START (4) in om de wascyclus te starten. Het controlelampje in de schakelaar brandt tot het einde van de wascyclus. 4. Na het beë digen kan het wasproces worden inherhaald. Legen 1. Draai de functie draaiknop (1) naar de instelling UIT afb. 1). „0“ ( 2. Open de deur van het apparaat, verwijder het inzetfilter (afb. 2) en de overloop (afb. 3). In geen geval het filter (afb.
3) verwijderen en ervoor zorgen geen pakkingen van het type O-ring kwijt raken. 3. Sluit de deur van het apparaat en draai de functie draaiknop (1) om weg te pompen naar de instelling (Afb. 1) 4. Druk de knop START (4) in om de wascyclus te starten. Het controlelampje in de schakelaar brandt tot het einde van de wascyclus (afb. 1). 5. Draai de functie draaiknop (1) in de positie UIT „0“ (afb. 1). Reinigen 1. Open de deur van het apparaat, verwijder het filter (afb. 4) en het inzetfilter (afb. 2) en reinig ze. 2. Opnieuw het filter, de overloop met de pakking type O-ring en het inzetfilter plaatsen. 3. Het apparaat reinigen en drogen met een zacht doekje. De deur van het apparaat open laten tot het opnieuw gebruiken van het apparaat. 4. Draai de functie draaiknop (1) in de positie UIT afb. 1).
„0“ ( Ontkalken In de spoelruimte het ontkalkingsmiddel plaatsen en het vereiste aantal wascycli uitvoeren (volgens de aanwijzingen in de gebruiksinstructie). Wasproducten De doseerpomp voor het wasmiddel en de doseer-pomp voor het glansspoelmiddel zijn op een standaardmanier uitgevoerd.
De aanwijzingen in de handleiding betreffende de instelling en de werking opvolgen wat betreft deze doseerinrichtingen. Het wasmiddel moet bestemd zijn voor industrieel gebruik, geschikt voor hoge temperaturen en niet schuimen. Uitsluitend vloeibare wasmiddelen gebruiken. Afb 1 Afb. 2Afb. 3Afb. 4Filter Filter Overloop pakking / type O-ring JA NE E. Inzetfilter 1 2 3 4.
3 Het vulproces en opwarmproces. 174 6. 1. 4 Het voorbereiden van keukengerei. 175 6. 1. 5 Het starten van het wasproces. 175 6. 1. 6 Onderbreken en het einde van het wasproces. 175 6. 1. 7 Het legen van het apparaat. 176 6. 1. 8 Het uitschakelen van het apparaat. 176 6. 1. 9 Reiniging aan het eind van de werkdag. 176 6. 2 Raadgevingen en aanwijzingen. 177 6. 2. 1 Reiniging en onderhoud. 177 6. 2. 2 Verzachter en afwasmiddel. 177 6. 2. 3 Hygiëne voorschriften. 178 6. 2. 4 Optimale resultaten. 178 6. 2. 5 Onderbreking in de exploitatie. 178 7. Storingen en alarmen. 179 8. Afvalverwijdering. 182 NL/B.
- - 158 Lees voor het gebruik de gebruiksaanwijzing door en bewaar hem op een goed bereikbare plaats! Deze gebruiksaanwijzing bevat de beschrijving van de installatie, de bediening en het onderhoud van het apparaat en dient als belangrijke informatiebron en naslagwerk. De kennis en het in acht nemen van alle hier beschreven veiligheidsvoorschriften en instructies is een voorwaarde voor veilig en juist gebruik van het apparaat. Daarom moeten de voor het toepassingsgebied van het apparaat geldende lokale voorschriften inzake ongevallenpreventie en algemene veiligheidsvoorschriften worden opgevolgd. De gebruiksaanwijzing is een integraal onderdeel van het product en moet altijd binnen handbereik bewaard worden, zodat deze installatie-, bedienings-, onderhouds- en reinigingspersoneel er gebruik van kan maken.
Als u het apparaat overdraagt aan een derde dient u deze gebruiksaanwijzing ook mee te geven. 1. Veiligheid Het apparaat is gemaakt volgens de laatste stand der techniek. Het kan echter een bron van gevaar vormen als het apparaat niet in overeenstemming met zijn bestemming gebruikt wordt. Alle personen die het apparaat gebruiken, moeten zich houden aan de aanbevelingen en aanwijzingen uit deze gebruiksaanwijzing. 1.1 Symboolverklaring Belangrijke veiligheids- en technische instructies zijn in deze gebruiksaanwijzing aangeduid door symbolen. Deze instructies moeten bij het gebruik van dit apparaat absoluut in acht worden genomen om ongelukken, gevaar voor personen of materiële schade te vermijden. GEVAAR! Dit symbool wijst op direct gevaar dat kan leiden tot ernstig lichamelijk letsel of de dood. WAARSCHUWING!
- - 159 VOORZICHTIG! Dit symbool wijst op de mogelijkheid van het ontstaan van onveilige situaties die kunnen leiden tot lichte verwondingen of beschadiging, storingen in de werking of vernietiging van het apparaat. TIP! Dit symbool wijst op adviezen en informatie waarmee de bediening van het apparaat efficiënt en storingsvrij blijft. 1.2 Veiligheidsaanwijzingen Het apparaat is niet bestemd voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met een fysieke, sensorische of geestelijke handicap en/of met onvoldoende ervaring en/of onvoldoende kennis, tenzij deze personen onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of van die persoon voldoende uitleg hebben gekregen betreffende het gebruik maken van het apparaat. Kinderen moeten zich onder toezicht bevinden om er zeker van te zijn dat zij niet met het apparaat spelen en hem ook niet aan zetten.
Gebruik het apparaat uitsluitend in gesloten ruimten. Het apparaat mag alleen worden gebruikt als hij in perfecte staat is en veilig in gebruik. In geval van defecten in de werking, het apparaat van het lichtnet halen (de stekker uit het stopcontact halen) en contact opnemen met de service. Voorkom dat kinderen in contact kunnen komen met verpak-kingsmaterialen als plastic zakken en elementen van polystyreen. Verstikkingsgevaar!
- - 160 Onderhoud- en reparatiewerkzaamheden mogen alleen door gekwalificeerde vaklui worden uitgevoerd, onder gebruikmaking van originele reserveonderdelen en accessoires. Probeert u nooit zelf het apparaat te repareren! Gebruik uitsluitend accessoires en onderdelen die door de fabrikant worden aanbevolen. De garantie vervalt als er andere accessoires worden gebruikt, ze kunnen gevaarlijk zijn voor de gebruiker, schade aan het apparaat veroorzaken en leiden tot lichamelijke letsel. Om gevaren te vermijden en om de optimale werking te garanderen mag het apparaat zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant niet veranderd of omgebouwd worden. GEVAAR! Gevaar voor elektrische schokken! Houd u aan onderstaande veiligheidsaanwijzingen om het gevaar te voorkomen. Let erop dat de voedingskabel niet in contact komt met warmtebronnen en scherpe randen.
Laat de voedingskabel niet van de tafel of het aanrecht naar beneden hangen. Zorg ervoor dat niemand op de kabel kan stappen of erover kan struikelen. De voedingskabel niet knikken, pletten of knopen en altijd volledig uitrollen. Plaats het apparaat of andere voorwerpen nooit op de voedingskabel. De voedingskabel niet bedekken. Houd de voedingskabel verwijderd van de werkplek en dompel hem niet onder in water of andere vloeistoffen. Controleer de voedingskabel regelmatig op beschadigingen. Het apparaat niet gebruiken wanneer de voedingskabel beschadigd is. Laat een beschadigde voedingskabel vervangen door de servicedienst of een gekwalificeerde elektricien om gevaar te voorkomen.
- - 161 Trek de voedingskabel altijd aan de stekker uit het stopcontact. Het apparaat nooit aan de voedingskabel verplaatsen, optillen of voortbewegen. Maak de behuizing onder geen enkel beding open. Bij aanraking van de elektrische aansluitingen of veranderingen van de elektrische of mechanische constructie bestaat gevaar voor elektrische schokken. Gebruik geen bijtende reinigingsmiddelen en zorg ervoor, dat er geen water in het apparaat komt. Het apparaat bedienen met natte of vochtige handen nooitof terwijl u op een natte vloer staat. Trek de stekker uit het stopcontact - als u het apparaat niet gebruikt; - als er tijdens het gebruik storingen optred en;- vóór reiniging van het apparaat. VOORZICHTIG!
Om eventuele beschadiging van het apparaat te voorkomen dienen de volgende aanwijzingen te worden opgevolgd: Voor het reinigen van het apparaat IN GEEN GEVALreinigingsmiddelen gebruiken zoals zuren, oplosmiddelen of afwasmiddelen op chloorbasis, om de elementen van de vaatwasmachine niet te beschadigen. Het apparaat is ontworpen voor het werk in omgevingstemperaturen tussen 5 C en 40 C, waaraan gedacht ° °moet worden bij het kiezen van de installatielocatie. Uitsluitend de door de producent aanbevolen korf voor vaat, afwasmiddel en glansspoelmiddel gebruiken.
- - 1621.3 Reglementair gebruik VOORZICHTIG! Het apparaat is ontworpen en gemaakt voor industrieel gebruik en mag in keukens alleen worden bediend door gekwalificeerd personeel. Veilige exploitatie van het apparaat is uitsluitend gewaarborgd bij gebruik dat in overeen-stemming is met zijn bestemming en in lijn met de gegevens uit de gebruiksaanwijzing. Alle technische handelingen, inclusief montage en onderhoud, mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerde klantenservice. De vaatwasmachine is uitsluitend bestemd vor het wassen van borden, glazen en kookgerei (pannen, koekenpannen etc.). Het wassen van andere, niet eerder genoemde voorwerpen is uitdrukkelijk verboden. VOORZICHTIG! Elk gebruik van het apparaat voor andere en/of afwijkende doeleinden dan waarvoor het bestemd is, is verboden en wordt aangemerkt als niet in overeenstemming met zijn bestemming.
- - 1632. Algemeen 2. 1 Aansprakelijkheid en vrijwaring Alle gegevens en tips die zijn opgenomen in deze gebruiksaanwijzing zijn samengesteld rekening houdend met de geldende voorschriften, de actuele technische stand van zaken en onze langdurige inzichten en ervaring. Ook de tekst van deze gebruiksaanwijzing is zo goed mogelijk vertaald. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor eventuele fouten in de vertaling. Doorslaggevend is de bijgevoegde Duitse versie van deze gebruiksaanwijzing. Het geleverde apparaat kan bij speciale bestellingen, aanvullende bestelopties of vanwege de nieuwste technische ontwikkelingen afwijken van de hier beschreven regels en grafische afbeeldingen. VOORZICHTIG. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door, voordat u handelingen verricht met het apparaat, met name voordat u het in gebruik neemt.
De producent is niet aansprakelijk voor de schade en gebreken die zijn ontstaan als gevolg van: - het niet in acht nemen van de aanwijzingen voor bediening en reiniging; - oneigenlijk gebruik; - het aanbrengen van wijzigingen door de gebruiker; - de toepassing van ongeoorloofde reserveonderdelen. Wij behouden ons het recht voor om technische veranderingen in het product aan te brengen die leiden tot verbetering van de gebruikseigenschappen en de verdere ontwikkeling van het apparaat. 2. 2 Auteursrecht De gebruiksaanwijzing en de erin opgenomen teksten, tekeningen, foto’s en andere afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets (ook gedeeltelijk) uit deze uitgave mag in ongeacht welke vorm worden verveelvoudigd, verwerkt en/of gepubliceerd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de fabrikant. Overtreding van het bovenstaande verplicht tot schadevergoeding.
Wij behouden ons het recht voor tot verdere vorderingen. TIP. De inhoudelijke gegevens, teksten, tekeningen, foto’s en andere afbeeldingen vallen onder het auteursrechten het recht op de bescherming van de industriële eigendom. Ieder misbruik is strafbaar. 2. 3 2.
- - 1643. Transport, verpakking en bewaring 3.1 Controle bij aflevering Als het apparaat afgeleverd is, onm llijk controleren of het compleet en zonder iddetransportschade is. Als er duidelijk zichtbare transportschade is, het geleverde apparaat niet of alleen onder voorbehoud aannemen. De schade opschrijven op de transportdocumenten/ het leveringsdocument van de leverancier. Vervolgens reclameren. Verborgen gebreken onmiddellijk nadat ze zijn geconstateerd, reclameren, omdat eisen tot schadevergoeding alleen binnen de reclamatieperiode mogelijk zijn. 3.2 Verpakking Gooi het verpakkingsmateriaal van het apparaat niet weg. U kunt het eventueel gebruiken voor het bewaren van het apparaat, bij een verhuizing of als u het apparaat bij eventuele schade aan ons servicepunt moet sturen. Verwijder voor de ingebruikname het buitenste en binnenste verpakkingsmateriaal volledig van het apparaat.
Indien u de verpakking wilt weggooien, let dan op de in uw land geldende regels. Lever het verwerkbare verpakkingsmateriaal aan voor recycling. Controleer of het apparaat en de accessoires compleet zijn. Indien er onderdelen ontbreken, neem dan contact op met onze Klantenservice. 3.3 Bewaring Bewaar de gesloten verpakking tot de installatie en volgens de op de buitenkant aangebrachte plaats- en bewaringsmarkering. Verpakte apparaten alleen als volgt bewaren: - niet buitenshuis bewar en,- droog en stofvrij bewaren, - niet blootstellen aan agressieve middelen, - t straling van de zon beschermen, egen- mechanische schokken vermijden, - bij langere bewaring (> 3 maanden) regelmatig de algemene toestand van alle bestanddelen en van de verpakking controleren ndien nodig verbeteren of vernieuwen. , i
- - 167Beschrijving afbeeldingen op pagina 166 1 Bedieningspaneel 8 Deurblokkade 2 Spoelruimte 9 Glansspoelarm boven 3 Spoelkorf 10 Spoelarm boven 4 Ombouw 11 Spoelarm onder 5 In hoogte verstelbare poten 12 Glansspoelarm onder 6 Deurhandgreep 13 DVGW-ventiel 7 Deur 5. Aanwijzingen betreffende de installatie VOORZICHTIG! De plaatsing en de installatie, alsook reparaties en veranderingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een geautoriseerde technische service volgens de geldende voorschriften in het land van plaatsing. In het geval van onjuiste installatie, bediening, onderhoud of bij het niet juist hanteren van het apparaat kan dat leiden tot letsel en beschadigingen. 5.1 Uitpakken Het apparaat uitpakken en zich ervan verzekeren dat het tijdens het transport geen beschadigingen heeft opgelopen.
Als dat het wel het geval is, onmiddellijk de leverancier en de vervoerder inlichten over de schade. In het geval van twijfel, het apparaat niet gebruiken tot de omvang van de schade is vastgesteld. VOORZICHTIG! Al het verpakkingsmateriaal (kunststof, polystyreen, klemmen etc.) buiten bereik van kinderen houden, omdat zij een potentieel gevaar zijn. Het apparaat kan alleen worden geplaatst met behulp van een vorkheftruck of een apparaat dat voor dit doel geschikt is, om geen beschadigingen in de constructie van het apparaat te veroorzaken. Het apparaat plaatsen op de installatielocatie en pas dan uitpakken. Al het verpakkingsmateriaal dat zich leent voor recycling, in de juiste vuilcontainers gooien.
- - 1685.2 Plaatsing en nivelleren VOORZICHTIG! Voor het installeren van het apparaat, zorgvuldig de eigenschappen van de installatielocatie controleren, om latere beschadigen tijdens de exploitatie te voorkomen. Plaats het apparaat op een vlakke, stabiele, droge en watervaste ondergrond die bestand is tegen hoge temperaturen. Zet het apparaat op een brandbare ondergrond. nooit Plaats het apparaat nooit in de buurt van open vuur, elektrische kachels, verwarmingsketels of andere warmtebronnen. Plaats het apparaat in een vochtige of natte omgeving. nooit Plaats het apparaat zodanig dat de stekker altijd bereikbaar is om het apparaat indien nodig snel uit te kunnen schakelen. Vóór de ingebruikname het veiligheidsfolie van het apparaat halen. Het folie langzaam verwijderen, zodat er geen lijmresten achterblijven.
Eventuele lijmresten verwijderen met behulp van het juiste oplosmiddel . VOORZICHTIG! Verwijder nooit het typeplaatje en de waarschuwingstekens. Het apparaat is uitgerust met in hoogte verstelbare poten. Het nivelleren gebeurd door het draaien van de poten tot het verkrijgen van de gewenste hoogte. De juiste nivellering is nodig voor het verkrijgen van een optimale functionaliteit van het apparaat. De draagcapaciteit van de grond waarop het apparaat zal worden geplaatst moet voldoende zijn om het gewicht van het apparaat te dragen. Afb. 8
- - 1695.3 Elektrische aansluiting GEVAAR! Gevaar voor elektrische stroom! In het geval van onjuiste installatie kan het apparaat letsel veroorzaken! Voor de installatie van het apparaat, de stroomparameters van het lokale lichtnet vergelijken met de stroomtoevoer van het apparaat (kijk naar het typeplaatje). Het apparaat alleen aansluiten als de bovenstaande gegevens overeenstemmen! De elektrische aansluiting mag uitsluitend worden uitgevoerd door een geautoriseerde professionele installateur rekening houdend met de geldende normen van het land van installatie. Het apparaat is fabrieksmatig klaar om te installeren, uitgerust met een aansluitkabel van 1,3 m. In de buurt van het apparaat, op een gemakkelijk bereikbare plaats, moet een onderbrekingsschakelaar worden aangesloten op alle fasen met minimale afstand tussen de contacten van 3 mm.
De schakelaar dient voor het uitschakelen van het apparaat in het geval van installatiewerkzaamheden, reparaties, reiniging of onderhoudswerkzaamheden die aan het apparaat worden uitgevoerd. Deze schakelaar moet worden uitgerust met een zekering die geschikt is voor de nominale spanning van het apparaat. Als alternatief kan een goed passende magnetothermische schakelaar worden gebruikt. Het apparaat moet juist worden aangesloten op het potentiële vereveningssysteem. De producent aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor eventuele schade die voortvloeit uit het niet naleven van deze voorwaarde. O Het elektrische circuit van het stopcontact moet een 16A-beveiliging hebben. Sluit het apparaat rechtstreeks aan op een enkel stopcontact met een veiligheidspin; Gebruik geen of verdeler of meervoudige contactdozen. VOORZICHTIG!
De producent aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor eventueel letsel of schade aan het apparaat die voortvloeit uit het niet naleven van de gegeven fabrieksspecificaties en onjuiste installatie.
- - 1705.4 Wateraansluiting Gebruik uitsluitend slangen die bij het apparaat geleverd zijn (in geen geval opnieuw gebruikte slangen gebruiken). Voor het aansluiten van het apparaat op het waterleidingnetwerk, dient de waterkwaliteit te worden gecontroleerd. De producent beveelt de volgende parameters voor de waterkwaliteit aan: Watertemperatuur (T):max. 60 Totale waterhardheid: 5 10 - °fH (Franse hardheidsgraad) pH waarde: 6,5 7,5 – 7 14 - °fH (Engelse hardheidsgraad) Fysieke vervuiling: Ø < 0,08 mm 9 18 - °fH (Duitse hardheidsgraad) Chloride: max. 150 mg/l Geleidings-vermogen: 400 - 1.000 S/cm Chloor: 0,2 - 0,5 mg/l Als de hardheid van het water 9 - dH overschrijdt (Duitse hardheidsgraad), is het 18 °vereist waterverzachters te gebruiken. Bovendien moet bij het controleren van de waterkwaliteit rekening worden gehouden met parameters als de druk in het waterleidingnetwerk.
Juist deze parameter is cruciaal in de werking van het apparaat. De vereiste waterdruk moet overeenkomen met de volgende waarden: Waterdruk MIN MAX. bar kPa kg/cm2 psi bar kPa kg/cm2 psi 2 200 2,03 29 3,5 350 3,56 50,76 Als de waterdruk boven de aanbevolen waarde ligt, is het vereist een drukreductor te installeren tussen het waterleidingnetwerk en de wateraansluiting van het apparaat ( afb. 2 aan het begin van de instructie). Als de waterdruk onder de aanbevolen waarde ligt, is het vereist een hulppomp te plaatsen tussen het waterleidingnetwerk en de wateraansluiting van het apparaat (afb. 3). Afb. 2. Directe aansluiting van de slang op de installatie van de watertoevoer. Afb. 3 Aansluiting van de hulppomp S Onderbrekingsventiel H Slang E Elektroventiel B Hulppomp F Filter
- - 171Om het apparaat juist te installeren is het noodzakelijk volgens de volgende vereisten te handelen: De wateraansluiting moet uitgerust zijn met een onderbrekingsventiel voor het blokkeren van de watertoevoer; De druk van het waterleidingnetwerk moet zich binnen de gegevens waarden bevinden; Om het werk van het apparaat te optimaliseren, beveelt de producent aan om de watertemperatuur bij toevoer en afvoer in het apparaat zich binnen de waarden bevindt die gegeven is in de volgende tabel; Koud water Warm water 5 °C en 25 °C / 41 °CF en 95 °F 40 °C en 60 °C / 122 °F en 140 °F In het geval van het gebruik van warm water, mag de temperatuur niet de 60 °C / 140 °F overschrijden; Het apparaat is uitgerust met een schroefkoppeling (¾"). 5.5 Aansluiting afvoer Het afvoeren van water moet zonder storingen kunnen stromen.
Daarom moet de waterafvoer zich iets onder het apparaat bevinden, om op deze manier de afvoer mogelijk te maken (afb. 4). Het apparaat is uitgerust met een afvoerpomp, die het afwaswater wegpompt wanneer de functie draaiknop is ingesteld in de positie (G) (afb. 7 pagina 1 66).In dit geval mag de hoogte van 800 mm ( ) niet worden overschreden. afb. 5Afb. 4. Bevestiging van de afvoer. Afb. 5. Het instellen van de hoogte van de afvoer met behulp van de afvoerpomp. 5.6 Doseerpomp afwasmiddel Het apparaat is uitgerust met een doseerpomp voor het afwasmiddel. De doseerpomp zorgt ervoor dat er in het spoelruim iedere keer genoeg afwasmiddel komt. Werking: de doseerpomp voor het afwasmiddel wordt geactiveerd als het apparaat water toegevoerd krijgt tijdens het vulproces.
Instelling: de hoeveelheid afwasmiddel moet tijdens de installatie worden ingesteld, omdat alleen op deze manier van het begin af aan er optimaal gebruik kan worden gemaakt van alle wasmogelijkheden.
- - 172 VOORZICHTIG! De keuze voor het afwasmiddel en de instelling van de doseerpomp voor het afwasmiddel dient te worden gedaan door een hiervoor gekwalificeerde technicus die kennis heeft van chemische producten, om het meest efficiënte reinigingseffect te verkrijgen. 5.7 Doseerpomp glansspoelmiddel Het apparaat is uitgerust met een doseerpomp voor het glansspoelmiddel. Dit apparaat zorgt ervoor dat in de spoelruimte iedere keer een juiste hoeveelheid glansspoelmiddel belandt. Werking: Dankzij deze doseerpomp wordt het vloeibare glansspoelmiddel geabsor-beerd zodra de elektronische programmeur het spoelcommando afgeeft. Het vloeibare glansspoelmiddel wordt in een APARTE TANK gegoten om vervolgens te worden gemengd met het heldere spoelwater dat uit de boiler komt.
Plaatsing: de doseerpomp moet tijdens de installatie worden ingesteld, omdat alleen op deze manier van het begin af aan er optimaal gebruik kan worden gemaakt van alle wasmogelijkheden. De plaatsing moet precies passend zijn. Afhankelijk van het gekozen glansspoelmiddel en de hardheid van het beschikbare water. VOORZICHTIG! De keuze van het glansspoelmiddel en de instelling van de doseerpomp voor het glansspoelmiddel moet worden gedaan door een in deze richting gespecialiseerde technicus, die kennis heeft van chemische producten, om het meest efficiënte reinigingseffect te verkrijgen.
- - 1736. Gebruiksinstructie en onderhoud VOORZICHTIG! Voor het in bedrijf stellen dient deze gebruiksinstructie zorgvuldig te worden gelezen omdat er aanwijzingen in staan die de veiligheid en het gebruik van de vaatwasmachine betreffen. De gebruiksinstructie dient zorgvuldig te worden opgeborgen bij het apparaat zodat er altijd gebruik van kan worden gemaakt. Onjuiste installatie, fouten in de bediening, onderhoud en reiniging als ook eventuele veranderingen en modificaties kunnen de oorzaak zijn van onjuiste werking, beschadigingen en letsel. 6.1 Werkwijze 6.1.1 Bedieningselementen Afb. 9 A Functie draaiknop B Controlelampje Aan (oranje) C Werkcontrolelampje (groen) D Schakelaar START met controlelampje E Positie UIT F Instelling van de wascyclus 120 sec. G Instelling van de wegpomp functie A B DC E F G
- - 1746.1.2 Inschakelen van het apparaat Voor het inschakelen van het apparaat zich ervan verzekeren dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: - Het onderbrekingsventiel voor het water is open. - De watertoevoer is zeker gesteld. - Alle filters zitten op hun plaats. - De overloop zit op zijn plaats. - De deur van het apparaat is gesloten. Om het apparaat in te schakelen, de functie draaiknop van positie draaien „0“ (E)naar positie . (afb. 9, pagina 173). Het controlelampje Aan (oranje) brandt.„F“ 6.1.3 Het vulproces en opwarmproces Het vulproces begint na het inschakelen van het apparaat. Eerst vult de boiler voor het spoelen en vervolgens de spoelruimte. Het vulproces duurt enige minuten. Als de spoelruimte vol is, begint het opwarmproces van zowel de boiler als de spoelruimte.
Hoewel het nu mogelijk is om het wasproces te starten, wordt dit door de producent afgeraden, omdat het water in het apparaat nog niet de ideale temperatuur bereikt heeft. Als het apparaat de ideale temperatuur voor het wassen bereikt heeft, wordt de gebruiker hierover ingelicht door het branden van het werkcontrolelampje (C). Het apparaat moet een temperatuur bereiken van 85 °C / 185 °F in de boiler voor het spoelen en 60 °C / 140 °F in de spoelruimte. Het wordt aanbevolen het water in het apparaat iedere 40/50 spoelbeurten te vervangen, of twee tot drie keer per dag. AANWIJZING! De deur van het apparaat moet geheel dicht zijn om het vulproces te starten. Vanwege de veiligheid kan het apparaat niet worden gevuld met open deur. Uw apparaat is uitgerust met een veiligheidsthermostaat die geplaatst is in de boiler en nog een veiligheidsthermostaat in de spoelruimte.
- - 175AANWIJZING! Na langere onderbreking in het gebruik, kan bij het eerste opwarmen van die dag het voorkomen dat de temperatuurwaarde voor het apparaat de waarden die eerder waren opgegeven overschrijdt, wat echter geheel normaal is. Maar wanneer er tijdens het opwarmen uit de sproeiers van de spoelarm stoom komt, dient contact te worden opgenomen met de service. 6.1.4 Het voorbereiden van keukengerei Het keukengerei dat moet worden gewassen moet op de volgende manier worden voorbereid: - Voor het plaatsen in de korf de grootste etensresten verwijderen. - Eerst glazen wassen. - Glazen altijd met de opening naar beneden plaatsen. - De borden in de bordenkorf plaatsen. - Het bestek in de bestekkorf plaatsen met de handgrepen naar beneden. Het bestek moet gemengd zijn. - De bestekkorf in de universele korf plaatsen.
Tijdens het vullen van de korven zorg dragen dat: De hoogte van de glazen max. 20 mm, en de borden max. 320 mm hoog zijn. 6.1.5 Het starten van het wasproces Voor het wasproces de korven in het apparaat plaatsen. Om het wasproces te starten, de functie draaiknop instellen in positie , pagina 173 (wascyclus 120 seconden).„F“, afb. 9 De deur van het apparaat sluiten en om de wascyclus te starten op de knop START (D) drukken. 6.1.6 Onderbreken en het einde van het wasproces Het wasproces kan worden onderbroken door n van de volgende twee methoden: éé- Het apparaat uitschakelen (de functie draaiknop in de positie UIT draaien „0“ →het wasproces wordt geheel onderbroken. - De deur van het apparaat openen het wasproces is onderbroken, om het →wasproces te continueren, de deur van het apparaat sluiten en de knop START indrukken.
- - 176Het drogen van het keukengerei gebeurt door verdamping. Het keukengerei alleen uit de korf halen met schone handen. Ervoor zorgen dat uw handen niet verbranden, omdat het keukengerei nog heet is. 6.1.7 Het legen van het apparaat Het apparaat is uitgerust met een afvoerpomp. De volgende, hieronder beschreven, stappen uitvoeren om het apparaat te legen met behulp van de afvoerpomp: - De overloop eraf nemen. - Met behulp van de functie draaiknop de functie wegpompen (G) (afb. 9, pagina 173) kieze n.- De deur van het apparaat sluiten en de cyclus starten door de knop START (D) (afb. 9, pagina 173) in te drukken, het proces van het wegpompen begint automatisch. - Na het eindigen van het proces van het wegpompen (duur ong. 160 seconden) kan het apparaat worden uitgeschakeld. AANWIJZING!
Om het proces van het wegpompen met behulp van de afvoerpomp juist te laten verlopen, moet de afvoerslang zich op de juiste hoogte bevinden (niet hoger dan 800 mm). 6.1.8 Het uitschakelen van het apparaat Om het apparaat uit te schakelen, de functie draaiknop in de positie UIT draaien. „0“Het apparaat niet uitschakelen tijdens het wasproces, omdat het keukengerei dat zich in de vaatwasmachine bevindt, niet goed wordt gewassen. 6.1.9 Reiniging aan het eind van de werkdag Aan het eind van de werkdag de filters, spoelarmen, glansspoelarmen en andere accessoires zorgvuldig reinigen. Het zorgvuldig reinigen is de belangrijkste voorwaarde voor het behouden van een lange levensduur van het apparaat. De juiste reiniging en desinfectie van de vaatwasmachine zijn de basisvoorwaarden van het effectief wassen van keukengerei.
- - 1776. 2 Raadgevingen en aanwijzingen Om optimaal gebruik te kunnen maken van alle mogelijkheden die de vaatwasmachine geeft, dienen de volgende raadgevingen en aanwijzingen zorgvuldig te worden gelezen en opgevolgd. 6. 2. 1 Reiniging en onderhoud Om de lange levensduur van het apparaat te garanderen, dienen de vereiste reinigingswerkzaamheden te worden uitgevoerd. o Aan het eind van de werkdag het apparaat reinigen van etensresten. o Voor het reinigen geen schuurmiddelen, bijtende middelen of middelen die loog, oplosmiddelen bevatten of middelen op basis van chloor of benzinederivaten. o Het apparaat niet reinigen met behulp van een waterstroom onder druk. o Uitsluitend keukengerei, glazen of pannen en koekenpannen etc. wassen. o De spoelarmen/glansspoelarmen iedere dag controleren met het oog op het juiste bewegen ervan.
o Voor het beginnen met het wasproces altijd het niveau van het zout, glansmiddel en wasmiddel controleren. Twee keer per jaar dient een service de volgende controles uit te voeren: - Reiniging van waterfilters; - Ontkalking van verwarmingsresistoren; - Controle van de pakkingen; - Controle van de staat van alle andere elementen; - Instelling van de doseerinrichtingen; - Controle van de druk van de doseerinrichtingen; - Controle van de elektrische kabel. Om gevaar te voorkomen, kan een beschadigde kabel uitsluitend worden vervangen door een gekwalificeerde elektricien die alle veiligheidsvoorwaarden in acht neemt. Ontkalking In de spoelruimte een geschikte hoeveelheid ontkalkingsmiddel plaatsen (op 25 liter water) en 1-2 wascycli uitvoeren. Het apparaat legen (Hoofdstuk 6. 1. 7). Opnieuw de spoelruimte vullen en vervolgens 2-3 cycli uitvoeren zonder keukengerei.
Zodat er geen enkele restjes van het ontkalkingsmiddel achterblijven. 6. 2. 2 Verzachter en afwasmiddel Alleen speciale afwasmiddelen gebruiken voor het wassen in een vaatwasmachine voor industrieel gebruik. Geen schuimende afwasmiddelen gebruiken.
- - 178Bij het vervangen van het glansmiddel of afwasmiddel moet de instelling opnieuw worden ingesteld, wat uitsluitend kan worden gedaan door een gekwalificeerd technicus. WAARSCHUWING! Bij het gebruik van chemische substanties de juiste veiligheidsvoorschriften in acht nemen. Beschermde kleding dragen, veiligheidshandschoenen en veiligheidsbril. Geen afwasmiddelen met elkaar mengen. 6.2.3 Hygiëne voorschriften o Schone vaat niet aanraken met vieze of vette handen om vervuiling van de vaat te voorkomen. o Voor de uiteindelijke droging van de vaat kan een droge, gesteriliseerde keukendoek worden gebruikt. o Het wordt aanbevolen het apparaat altijd na het bereiken van de optimale temperatuur te gebruiken, zodat het wassen en de desinfectie ook optimale resultaten geven. o De spoelruimte tenminste twee keer per dag of iedere 40/50 wascycli legen.
6.2.4 Optimale resultaten Om optimale resultaten te verkrijgen bij het wassen van de vaat, dienen de volgende aanwijzingen te worden opgevolgd: - De vaat alleen dan wassen, als het apparaat werkbereid is. - De doseerinrichting juist instellen. - De vaatwasmachine altijd in onberispelijke, schone staat houden. 6.2.5 Onderbreking in de exploitatie Als het apparaat langere tijd niet zal worden gebruikt (vakantie, werkonderbrekingen etc.), dienen de onderstaande aanwijzingen te worden opgevolgd: - Het apparaat geheel legen, inclusief de boiler. - Het apparaat zorgvuldig reinigen. - De deur van het apparaat open laten staan. - Het onderbrekingsventiel voor het water sluiten. - De hoofdschakelaar uitschakelen. - Bij het gevaar van temperaturen onder het vriespunt, de service vragen het apparaat op de juiste manier te beveiligen tegen vorst.
- - 1797. Storingen en alarmen WAARSCHUWING! In geen geval ingrijpen in de elektrische elementen omdat ze onder stroom staan en er levensgevaar bestaat bij een elektrische schok. In het geval van storingen onmiddellijk het apparaat van het lichtnet halen. Voor het opnemen van contact met de klantenservice of verkoper, eerst controleren of met behulp van de tabel de storing kan worden verholpen. Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Het apparaat kan niet worden ingeschakeld. Geen netspanning. Controleer of de veiligheidsautomaat in werking is gesteld. De stoppen zijn doorgeslagen. Neem contact op met de service. Het apparaat is niet over de hoofdschakelaar ingeschakeld. De hoofdschakelaar sluiten. Het apparaat neemt geen water op. Gesloten invoerventiel water. Open invoerventiel water. Verstopte sproeier spoelarmen. De sproeier reinigen en de spoelarm controleren met het oog op kalkaanslag.
Verstopte filter van het elektroventiel. Een service bestellen voor het reinigen. Storing in de spoelpomp. Neem contact op met de service. Fout bij drukschakelaar. Neem contact op met de service. De waseffecten zijn niet bevredigend. De spoelarmen zijn verstopt. Reinig zorgvuldig de spoelarmen. Niet genoeg wasmiddel toegevoegd. Neem contact op met de service, om de doseerinrichting opnieuw in te laten stellen. Filters zijn vervuild. Het filter zorgvuldig reinigen
- - 180 Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing De waseffecten zijn niet bevredigend. Er ontstaat schuim. Onjuist afwasmiddel. Contact opnemen met de service over een juist afwasmiddel. De temperatuur in de spoelruimte is lager dan 50 °C / 122 °F. Storing van de thermostaat of de thermostaat is niet juist ingesteld. Neem contact op met de service om de reparatie te laten uitvoeren. De wascyclus is te kort voor het vervuilingsniveau van de vaat. Een langere wascyclus uitkiezen. Het water is sterk vervuild. Leeg de spoelruimte en vul met schoon water. De vaat (pannen en koekenpannen etc.) droogt niet goed. Geen glansspoelmiddel. Vul de tank met vloeibaar glansspoelmiddel. Te weinig vloeibaar glansspoelmiddel. Neem contact op met de service, om de doseerpomp voor het glansspoelmiddel te laten instellen. De vaat bevond zich te lang in de vaatwasmachine.
Meteen na het eindigen van de wascyclus de vaat uit de vaatwasmachine halen en aan de lucht laten drogen. De spoeltemperatuur bevindt zich onder de 80 °C / 176 °F.Neem contact op met de service en laat het probleem oplossen. Vegen en vlekken op de vaat. Te veel glansspoelmiddel. Neem contact op met de service, om de doseerpomp voor het glansspoelmiddel in te laten stellen. Het water bevat te veel kalk. De hardheid van het water controleren en als dat mogelijk is onmiddellijk een regeneratiecyclus uitvoeren.
- - 181 Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Het apparaat staat stil tijdens het werk. Overbelasting van de elektrische aansluiting. Neem contact op met de service, om de elektrische aansluiting te laten aanpassen. De veiligheidsinrichting is in werking getreden. De veiligheidsinrichting opnieuw inschakelen en als hij opnieuw in werking treedt dan contact opnemen met de service. Het apparaat staat stil en neemt water op tijdens het wasproces. Verstopte drukschakelaar. Leeg de spoelruimte en maakhem zorgvuldig schoon. Storing drukschakelaar. Neem contact op met de service, om de vervanging ervan te laten uitvoeren. De overloop is niet juist geplaatst. De overloop juist plaatsen. De wascyclus start niet. De deur van het apparaat is niet juist gesloten. De deur van het apparaat sluiten.
Neem contact op met de service, als de deur niet goed gesloten kan worden en laat vervolgens de spaninrichting afstellen. Storing microschakelaar van de deur van het apparaat. Neem contact op met de service, om de vervanging te laten uitvoeren. Het legen van het apparaat eindigt niet juist. Het apparaat is niet juist geplaatst. Plaats het apparaat juist, en in geval van twijfel contact opnemen met de service. Storing van de drukschakelaar. Neem contact op met de service, om de vervanging ervan te laten uitvoeren. Indien de functiestoornissen niet verwijderd kunnen worden: - Behuizing openen, niet- Klantendienst informeren of contact opnemen met verkoper waarbij het volgende dient te worden opgegeven: de aard van de werkingsstoornis; het artikel- en serienummer (af te lezen op het typeplaatje aan de achterzijde van het apparaat).
- - 1828. Afvalverwijdering Oude apparaten Het gebruikte apparaat moet worden verwijderd in overeenstemming met in uw land geldende voorschriften. Aanbevolen wordt om contact op te nemen met een bedrijf dat gespecialiseerd is in verwijdering. WAARSCHUWING! Om misbruik en de daaraan verbonden gevaren te voorkomen, maakt u uw oude apparaat vóór de verwijdering onbruikbaar. Het apparaat uit het stopcontact halen en de aansluitkabel uit het apparaat verwijderen. VOORZICHTIG! Bij de verwijdering van het apparaat dient u de in uw land geldende voorschriften in acht te nemen. Bartscher GmbH Tel.: +49 5258 971-0 Franz-Kleine-Str. Fax: +49 5258 971- 28 12033154 Salzkotten +49 5258 971- Service-hotline: 197Duitsland www.bartscher.com
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bartscher E500 LPR stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Vaatwasser Bartscher
Handleiding Vaatwasser
Nieuwste handleidingen voor Vaatwasser