AWB ThermoMasterVR 24 Solo Handleiding

AWB Ketel & boiler ThermoMasterVR 24 Solo

Bekijk gratis de handleiding van AWB ThermoMasterVR 24 Solo (24 pagina’s), behorend tot de categorie Ketel & boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 76 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over AWB ThermoMasterVR 24 Solo of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/24
Bewaar dit installatievoorschrift
goed in de buurt van het cv-toestel.
Bij onderhoud of reparatie kan
het belangrijk zijn, dat dit boekje
voorhanden is.
voorschrift
Installatie
24 / 24T
24 / 24T
AAN DE INSTALLATEUR
Met het toestel dat u gaat plaatsen,
installeert u een kwaliteitsproduct.
Ondanks de bekendheid met het AWB-
concept heeft deze ketel zaken die nieuw
voor u zullen zijn. Lees daarom goed de
bijgevoegde instructies. De tijd die u
daaraan besteedt wint u terug bij het
installeren. Daarnaast kan een goede
uitleg aan de bewoner, over de werking
en bediening van de cv-installatie,
u veel werk en hem veel ongenoegen
besparen. Zijn er problemen of vragen,
neem dan contact op met AWB.
Met vriendelijke groeten,
AWB CV-KETELS
www.awb.nl
AWB|ThermoMasterVR24_24T|iv|00201 1
AWB|ThermoMasterVR24_24T|iv|00201 1
AWB|ThermoMasterVR24_24T|iv|00201 1
AWB|ThermoMasterVR24_24T|iv|00201 1AWB|ThermoMasterVR24_24T|iv|00201 127-04-2007 12:46:17
27-04-2007 12:46:17
27-04-2007 12:46:17
27-04-2007 12:46:1727-04-2007 12:46:17

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: AWB
Categorie: Ketel & boiler
Model: ThermoMasterVR 24 Solo
Kleur van het product: Wit
Gewicht: 32000 g
Breedte: 450 mm
Diepte: 365 mm
Hoogte: 798 mm
Internationale veiligheidscode (IP): IPX4
Ondersteuning voor plaatsing: Verticaal
Maximaal vermogen: - W
Efficientie: 90 procent
AC-ingangsspanning: 230 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz
Verwamingslocatie: Binnen
Brandstof: Natuurlijk gas
Boiler systeem: Solo-boilersysteem
Warmwatercapaciteit: - l/min
Minimum vermogen: 10500 W
Type boiler (NL-label): VR

Handleiding AWB ThermoMasterVR 24 Solo – volledige tekst

Bewaar dit installatievoorschrift goed in de buurt van het cv-toestel. Bij onderhoud of reparatie kan het belangrijk zijn, dat dit boekje voorhanden is.voorschriftInstallatie24 / 24T24 / 24TAAN DE INSTALLATEURMet het toestel dat u gaat plaatsen, installeert u een kwaliteitsproduct. Ondanks de bekendheid met het AWB-concept heeft deze ketel zaken die nieuw voor u zullen zijn. Lees daarom goed de bijgevoegde instructies. De tijd die u daaraan besteedt wint u terug bij het installeren. Daarnaast kan een goede uitleg aan de bewoner, over de werking en bediening van de cv-installatie, u veel werk en hem veel ongenoegen besparen.

21 BELANGRIJKE INFORMATIE. 3 1. 1 Inschakelen van de ketel. 3 1. 2 Instellen temperatuur sanitair circuit. 3 1. 3 Instellen temperatuur verwarmingscircuit. 3 1. 4 Keuze van de functioneringswijze. 3 1. 5 Vullen van de installatie. 3 1. 6 Storingssymbolen. 3 1. 7 In geval van storingen. 3 1. 8 Overzicht van de verwarmingsketel. 32 GEBRUIKER. 4-6 2. 1 Welkomswoord voor de gebruiker. 4 2. 2 Onderhoud: wat u moet weten. 4 2. 3 De juiste afstelling: een bron van besparing. 5 2. 4 Veel gestelde vragen. 6 2. 5 Persoonlijke aantekeningen. 6 3 INSTALLATEUR. 7-15 3. 1 Afmetingen. 7 3. 2 Technische gegevens. 7 3. 3 Ontwerp van het verwarmingscircuit. 8 3. 4 Hydraulisch circuit. 8 3. 5 Printplaat. 9 3. 6 Ontwerp van het sanitair circuit. 9 3. 7 Plaatsing van de ketel. 10 3. 8 Aansluiten van de leidingen. 10 3. 9 Uitmondingen RGA. 10 3. 10 Ophangen van de verwarmingsketel. 12 3.

11 Elektrische aansluiting. 12 3. 12 Kamerthermostaten. 12 3. 13 Voorraadboiler. 12 3. 14 Buitenvoeler AWB. 12 3. 15 Aanbrengen van de verwarmingsketel. 12 3. 16 Vullen van de installatie. 12 3. 17 Afstellingen. 13 3. 18 Menu-uitleg. 14 3. 19 Parameterlijst. 16 3. 20 Aftappen. 16 3. 21 Aansluiting van een boiler. 17 3. 22 Veiligheidsvoorzieningen. 174 FOUTCODELIJST. 18 EG-VERKLARING. 21Deze AWB-installatie is zodanig ontwikkeld en gefabriceerd dat hij voldoet aan alle veiligheids-standaards. Neem altijd de richtlijnen in dit voorschrift in acht, om ervoor te zorgen dat de in deze AWB-installatie aangebrachte veiligheidsvoorzieningen intact blijven. AWB is niet aansprakelijk voor welke schade dan ook, ontstaan door het onjuist of onoordeelkundig installeren, gebruiken, onderhouden en repareren van de installatie.

1. 6 StoringssymbolenIn geval van storingen, wordt er een storingssymbool weergegeven en gaat het lampje 5 rood knipperen. Storing ontsteking. > voer een reset uit. Storing luchtdebiet> voer een reset uit. Onvoldoende water. > vul de installatie bij. Overige storingen. > waarschuw uw installateur. 1. 7 In geval van storingen• Voer een reset uit met : Schakel de reset knop geduren-1de 5 seconden in en laat deze vervolgens weer los. Schakel daarna de verwarmingsketel weer door middel van de keuzeschakelaar in. Neem als de storing aanhoudt contact op met uw installateur. 1. 8 Overzicht van de verwarmingsketel• De ThermoMaster VR 24 en VR 24T zijn gesloten modu-lerende toestellen met electronische ontsteking • De ThermoMaster VR 24 is een CV-ketel zonder warm-water. • De ThermoMaster VR 24 T is een CV-ketel met warm-water. 31.

1 Inschakelen van de ketelControleer of:• de spanning aangesloten is. • de gaskraan open staat. 1. 2 Instellen temperatuur sanitair circuit• Druk op om het instellingsmenu te openen van de warm water temperatuur van het sanitair circuit. • Stel de gewenste warmwater temperatuur in met behulp van de knoppen en + -. 1. 3 Instellen temperatuur verwarmingscircuit• Druk twee maal op de knop om het instellingsmenu te openen van de temperatuur van het verwarmingscircuit. • Stel de gewenste CV-temperatuur in met behulp van de knoppen. + en -1. 4 Keuze van de functioneringswijze• Druk drie maal op de knop om het instellingsmenu van de temperatuur van het verwarmingsmenu te openen. • Door achtereenvolgens op of - te drukken, verschuift +de cursor naar het gewenste symbool:4 Verwarming en warm water Alleen warm water Alleen verwarming Ketel uit, Vorstbeveiliging aktief1.

5 Vullen van de installatieWanneer de installatie onvoldoende water heeft, wordt het symbool weergegeven. Vul in dat geval water bij door de daartoe bestemde kraan op de installatie te openen tot op het display 6 een druk tussen 1,5 en weergegeven wordt.

2. 1 Welkomswoord voor de gebruikerTegenover de installateur hebben wij ons verplicht tot verle-ning van garantie met inachtneming van de hieronder ver-melde voorwaarden: 1 De garantie heeft alleen betrekking op de tijdens de garantieperiode aan het licht getreden gebreken voor zover deze gebreken berusten op materiaal- en/of fabrieksfouten. 2 Garantieperiodes: CV-ketels • 12 maanden garantie op arbeidsuren en voorrijkosten en 24 maanden garantie op onderdelen. 3 Van garantie zijn uitgesloten: thermokoppels, ontsteek-elektroden, glaszekeringen en/of gebreken als gevolg van: • Achterstallig onderhoud of nalatigheid, blikseminslag, vervuiling t. g. v. stof en vette aangevoerd door de verbrandingslucht. • Aantasting en/of vervuiling vanuit de installatie zowel tapwater- als CV-zijdig. • PH-waarden van het CV-water kleiner dan 3,5 of groter dan 8,5.

• Toevoegingen aan het CV-water zonder schriftelijke toestemming van AWB. • Oneigenlijk gebruik. • Slijtage. 4 De vervangen onderdelen worden eigendom van AWB. 5 Het AWB-product dient geïnstalleerd te zijn door een erkend installateur met inachtneming van het installa-tievoorschrift en de geldende wettelijke voorschriften. 6 Het recht op garantie vervalt indien niet kan worden aangetoond dat het AWB-product na ingebruikname ten minste een keer per twee jaar door een erkend installateur aan een onderhoudsbeurt is onderworpen. De aansprakelijkheid van de fabrikant voor gebreken is uitdrukkelijk beperkt tot nakoming van de hiervoor omschreven garantieverplichtingen. Elke vordering tot schadevergoeding uit welke hoofde dan ook, behoudens deze ter zake van het nakomen van garantieverplichting, is uitgesloten. N. B.

Indien het installatiebedrijf voor het verstrijken van de garantieperiode beëindigd is, kan de gebruiker een beroep doen op onze garantieverplichtingen bij een ander erkend installateur. 2. 2 Onderhoud: wat u moet wetenDoor een goed onderhoud van de ketel verhoogt u de levensduur ervan.

Regelmatig onderhoud van de ketel is noodzakelijk voor een goede werking van de installatie. Hierdoor wordt de levens-duur van de ketel verhoogd. Dit onderhoud dient uitgevoerd te worden door een erkende vakman bij wie u een kunt afsluiten SERVICECONTRACTvoor de volgende aspecten:• reiniging van het verwarmingshuis, de brander en de luchtventilator. • controle van de pomp. • controle en afstelling van de regelsytemen. • controle van de veiligheidsvoorzieningen. • controle van de gastoevoer en afstelling van de verbran-ding met rookgasanalyse. 2 GEBRUIKER4AWB|ThermoMasterVR24_24T|iv|00204 4AWB|ThermoMasterVR24_24T|iv|00204 4AWB|ThermoMasterVR24_24T|iv|00204 4AWB|ThermoMasterVR24_24T|iv|00204 4AWB|ThermoMasterVR24_24T|iv|00204 4 27-04-2007 12:46:2227-04-2007 12:46:2227-04-2007 12:46:2227-04-2007 12:46:2227-04-2007 12:46:22.

Afstelling van de temperatuur van het verwarmings-circuit:1 Door twee maal op te drukken, verschijnt het regelings-menu van de temperatuur van het verwarmingscircuit. 2 Door middel van de knoppen kunt u de tempera-+ en –tuur tussen de minimumwaarde (38°C) en de door uw installateur ingestelde maximumwaarde instellen. U kunt van deze regeling gebruik maken als uw installatie niet over een kamerthermostaat beschikt, of wanneer men wil dat de radiatoren niet te heet worden. 2. 3 De juiste afstelling: een bron van besparingDe Thermomaster is in de fabriek afgesteld voor een alge-meen gangbare installatie.

Omdat veel installaties specifiek zijn, raden wij u echter aan om advies aan uw installateur te vragen, die door een aanpassing van de instellingen van uw verwarmingsketel (maximale temperatuur of maximaal vermogen van het verwarmingscircuit) ervoor kan zorgen dat uw installatie optimale prestaties levert. Nadat deze afstellingen uitgevoerd zijn, beschikt u vervolgens nog altijd over de mogelijkheid om de temperaturen naar uw persoonlijke wensen af te stellen. Het Gaskeur CW-label is een prestatielabel voor gasge-stookte warmwaterbereiders en geeft aan dat het betreffen-de toestel bij de bereiding van warm tapwater voldoet aan specifieke eisen met betrekking tot een aantal doelmatig-heids- en comfortaspecten.

Toepassingsklasse 3:Geschikt voor:• het voeden van een keukentappunt met tenminste 3,5 l/min van 60°C• een douchefunctie van 6 l/min tot tenminste 10 l/min van 40°C• het vullen van een klein bad van 100 liter met 10 l/min van gemiddeld 40°C• het tegelijk kunnen gebruiken van deze functies is niet vereist. Effectieve toestel wachttijdDe effectieve toestel wachttijd is de tijd die het duurt vanaf het openen van de tapkraan tot het bereiken van een tem-peratuurverhoging van 40 K, gemeten aan de toesteluitlaat, met het CW tapdebiet.

Afstelling van de temperatuur van het sanitair circuit:1 Door eenmaal op te drukken, verschijnt het regelings-menu van de temperatuur van het sanitair circuit. 2 Door middel van de knoppen en heeft u de mogelijk-+ –heid de temperatuur naar wens instellen tussen 38°C en 65°C. N. B. :• De indicatie ECO wordt weergegeven tot een tempera-tuur van 49°C. • Bij een temperatuur instelling lager dan 60°C zal de ketel niet aan het CW-3 warmwater-label vol-doen, dit geldt tevens wanneer de pomp wordt ingesteld op stand 1 en 2. 563 C°21Figuur 2. 73 C°21Figuur 3. LET OP:Indien de ketel gebruikt wordt in combinatie met een zonneboiler-systeem dan mag in de zomer- periode de gasgestookte naverwarmer (ketel) niet lager dan 60°C worden ingesteld of worden uit-geschakeld aangezien er een risico voor de legionella-bacterie kan ontstaan.

2. 4 Veel gestelde vragen Ik hoor een borrelend geluid in de radiatoren. Er bevindt zich wellicht lucht in de leidingen. Ontlucht uw radiatoren door de ontluchtingsschroef op het uiteinde ervan los te draaien. Herstel na het ontluchten altijd de druk op de hierna aange-geven wijze. 5barNeem als het probleem voortduurt contact op met uw installateur. De verwarmingsketel is gestopt, het rode lampje en de drukindicator knipperen. De veiligheid van de ketel is in werking getreden, omdat er een watertekort gedetecteerd is. Men dient in dit geval water bij te vullen tot er een druk weergegeven wordt van 1,5 tot 2 bar op het display. Als men te vaak moet bijvullen, kan dit betekenen dat er een lek is. Neem in dat geval contact op met uw installateur. Als ik enkele dagen van huis moet, kan mijn instal-latie dan beschadigd worden door vorst.

Wanneer men enkele dagen van huis moet, kan men een-voudig de instructietemperatuur op de kamerthermostaatverlagen. Stel de temperatuur zodanig in, dat u bij thuiskomst weer snel een behaaglijke temperatuur verkrijgt. Indien uw installatie niet uitgerust is met een kamerthermos-taat, dient men de minimale verwarmingstemperatuur in te stellen op het bedieningspaneel van de ketel. Wanneer de woning lange tijd onbewoond blijft, wordt het aanbevolen om de installatie af te tappen of om deze te be-schermen door toevoeging van een speciaal antivriesmiddel. 2.

3 Ontwerp van het verwarmingscircuitDe ThermoMaster verwarmingsketel kan in alle soorten installaties geïntegreerd worden: met dubbele of enkelvoudi-ge buis, seriële of afgetakt systemen, vloerverwarming…De doorsneden van de leidingen dienen bepaald te wor-den volgens de gebruikelijke methoden aan de hand van de debiet/druk kromme. Het verdeelcircuit dient berekend te worden volgens het met het werkelijk benodigde vermogen corresponderende debiet, zonder rekening te houden met het maximale vermogen dat de ketel kan leveren. Het wordt echter aanbevolen om een voldoende debiet te voorzien opdat het temperatuurverschil tussen het vertrek en de retour lager of gelijk is aan 20°C. Het minimale debiet bedraagt 400 l/uur. Het leidingstelsel dient zodanig ontworpen te worden dat de vorming van luchtzakken wordt voorkomen en de per-manente ontluchting van het systeem vergemakkelijkt wordt.

De installatie dient goed ontlucht te (kunnen) worden. Breng een aftapkraan aan op het laagste punt van de installatie. Een overstortventiel dient in de installatie te worden opgenomen, geplaatst in de retour zo dicht mogelijk bij de ketel. Dit ventiel dient te openen bij een druk van 3 bar (1/2”, ontlastcapaciteit 100 kW)Rust in geval van gebruik van thermostatische kranen niet alle radiatoren hiermee uit: breng deze kranen aan in de sterk te verwarmen ruimten, maar nooit in de ruimte waar de kamerthermostaat aangebracht is. Indien het een oude installatie betreft, indien het een oude installatie betreft is het mogelijk dat deze vervuild kan zijn. Wij adviseren u dan ook de installatie te spoelen of om een vuilafscheider voor de ketel te plaatsen. Houd rekening met de plaatselijk geldende voorwaarden van Brandweer, Nutsbedrijven en Gemeente.

- maximaal thermostaatNTC3 - sanitair sensorVM - spoel gasblokDb - volumestroom sensorTRA - transformatorF1 - glaszekering 160 mA9in de meest recente uitgave van het bouwbesluit, NEN 1078, NPR 3378, NEN 1087, NPR 1088, NEN 2757, NEN 3028, NEN 1010 en NEN 1006; AVWI of de meest recente van toepassing zijnde normen. De tapwaterinlaat dient te worden aangesloten middels een KIWA-gekeurde inlaat-combinatie op het waterleidingnet. 3. 6 Ontwerp van het sanitair circuitHet verdeelcircuit dient zodanig uitgevoerd te worden, dat er zo weinig mogelijk weerstandsverlies optreedt: beperk het aantal bochtstukken, gebruik kranen met een grote doorstromingsdiameter om verzekerd te zijn van en voldoende debiet. De ketel kan werken op een minimale toevoerdruk van 0,5 bar, maar met een laag debiet. Men verkrijgt een beter gebruikscomfort met een toevoerdruk vanaf 1 bar.

3. 7 Plaatsing van de ketelBepaal de plaats van de ketel op basis van de volgende aanwijzingen: • Houd een minimale zijruimte over van circa 50 mm aan weerszijden van het apparaat om de toegang hiertoe te vergemakkelijken. • Breng het apparaat niet aan op te lichte tussenwanden. 3. 8 Aansluiten van de leidingen1 Verwarmingsbuizen Moer 20 x 27 (3/4" gas) met geknikte bus 20 x 22. ∅ABCDE102 70 3870199,57745,5A - Retour verwarmingscircuitB - Ingang koud waterC - Aanvoer verwarmingscircuitD - Uitgang warm waterE - Ingang gasDoorstroombegrenzer6,5 l/min. Figuur 11. Leidingsweerstand oppegeven in Pa (Pascal) voor zowel dunwandige als dikwandige toe-en afvoerpijp. 3. 9 Uitmondingen RGAEr zijn op uw verwarmingsketel van meerdere mogelijkheden voor de uitvoering van de LTV. Hieronder volgen enkele voorbeelden.

Vraag gerust om advies aan uw verkoper voor nadere inlichtingen over andere mogelijkheden en bijbehorende accessoires. Voor andere opstellingen, dan in figuur 10 en 11 afgebeeld, gelieve contact op te nemen met AWB. Beschikbare druk voor leiding-en uitmondingsweerstanden bij 100% belasting is (Pa) (fabrieksinstelling: 98 Pascal37 Pascal. Voor overige instellingen zie pagina 14, menu 2)1 Pa = 1N/m² ≈≈≈≈≈ 0,1 mm WKUitmondingen van gastoestellen moeten voldoen aan het bouwbesluit. Verloop altijd in de richtingvan de stroom dus aanvoer in de richting naar de ketel en afvoer in de richting van alvoer opening. Voor detaillering zie figuren 11, 12, 13 en 16. 1 2 3 4 6 9102 Sanitaire buizen Moer 15 x 21 (1/2" gas) met geknikte bus 13 x 15. ∅3 "Gas" buizen Moer 15 x 21 (1/2" gas) met geknikte bus 13 x15. ∅Belangrijk: • Gebruik uitsluitend de origineel bij het apparaat meegeleverde pakkingen.

Niet de buizen solderen wanneer deze op hun plaats gemonteerd zijn, want hierdoor kunnen de pakkingen en de afdich-tingen van de kranen beschadigd raken. • In de installatie dient een overstort van 3 bar aan-gebracht te worden voor het verwarmingscircuit. Figuur 10.

Uitmondingen Rookgasafvoer/LuchttoevoerØ 80Ø 80Uitmondingen RGA & luchttoevoer 2 x Ø 80 mm(installatie van het type C6)Maximaal weerstandsverlies : 98 Pa. RookgasmeetpuntAansluitpuntcondensafvoerLuchtmeetpuntBIj alle toepassingen van een verbrandingsgasafvoerkap (TREGA-KAP) mag de bovenste schotel niet zijn voorzien vaneen omgezette rand naar beneden, i. v. m. recirculatie. Enkel Gastec QA gekeurde afvoermaterialen, dakdoorvoeren en/of geveldoorvoeren kunnen worden aangesloten welke zijn gekeurd volgens keuringseis nr. 83.

11Uitvoering nummmer fabrikaat doorlaat Ø mm weerstand totaal Pa Burgerhout / Ubbink/Keppel / Cox-Geelen / Muelink & Grol / Interactive / Metallotherm 80/125 24 ALLEN DUBBELWANDIG Burgerhout / Ubbink/Keppel / Cox-Geelen / Muelink & Grol 80/80 11 Burgerhout / Ubbink/Keppel / Cox-Geelen / Muelink & Grol / Interactive / Metallotherm 80/125 24 ALLEN DUBBELWANDIG Alle uitmondingen moeten uitgevoerd worden 80/80 11 met GASTEC QA kap m. u. v. 90/90 7 Deze moet voorzien worden van AWB rooster. 100/100 4 110/110 3 Universele verticale dakdoorvoer met GASTEC QA merk 80/125 24 DUBBELWANDING Enkelvoudige muurdoorvoer met GASTEC QA-kap Adaptator voor parallele aansluiting 80/80 207123684 45 54 7+++Bij toepassingen van een concentrische toe- en afvoerleidin-gen dient de rookgas afvoer van RVS of Aluminium 1,5 mm dik te zijn en dubbelwandig.

NTCNTCCCKTOpenThermof Aan/UitVoorraadboilerBuitenvoelerTA 110 MAOranjeGeelBlauwRoodWitBlauw3. 15 Aanbrengen van de verwarmingsketelGastoevoer• Open de kraan van de meter. • Controleer de afdichting van de gasaansluiting. Elektrische voeding• Controleer of de netspanning van de ketel 230 V bedraagt. 3. 16 Vullen van de installatie1 - Reset de CV-ketel2 - Open de ontluchtingsdop op de pomp (zie figuur 14). 3 - Vul de installatie bij, tot op het display een druk van 2 bar weergegeven wordt. 4 - Ontlucht elke radiator tot er normaal water uit-stroomt, en sluit vervolgens de ontluchtingskranen. Open de diverse warmwaterkranen om de installa-tie te ontluchten. 5 - Controleer of op het display een druk weerge-geven wordt tussen 1,5 en 2 bar. Zo niet dient er water bijgevuld te worden. 3. 10 Ophangen van de verwarmingsketel• Breng de bovenlippen van de ketel aan op de bevesti-gingsstrip.

• Laat de ketel zodanig zakken dat deze correspondeert met de koppelstukken van het ophangframe. • Breng de pakkingen aan en draai vervolgens de diverse koppelstukken aan tussen de ketel en de aansluitplaat. 3. 11 Elektrische aansluitingDe electrische installatie dient te worden aangelegd inovereenstemming met de bepalingen zoals die vermeldstaan in NEN 1010. VoedingHet toestel is voorzien van een snoer met een randgeaardestekker voor 230V~ / 50 Hz aansluiting op een randgeaardewandcontactdoos. Deze aansluiting dient vanaf het toestelgoed toegankelijk te zijn. De buiten het toestel liggendelengte van het snoer bedraagt 1 meter. Om gevaarlijkesituaties te vermijden, dient dit snoer, indien het beschadigdwordt, vervangen te worden door een erkend installateur. 3.

Mechanische kamerthermos-taten dient men aan te sluiten op de kroonstenen voor anti-cipatiestroom van 110 mA (geel en blauwe draad). De anticipatiestroom dient, indien men gebruik maakt van een mechanische thermostaat, op een waarde van 0,11 A ingesteld te worden. OpenTherm-thermostaatDe aansluitingen voor de communicerende (OpenTherm) kamerthermostaat dienen op de 6-polige kroonsteen die zich aan de achterzijde van de control-box bevindt, aange-sloten te worden (zie figuur 13). Als de OpenTherm-thermostaat een instelling heeft voor warm water is het raadzaam om deze op 63 graden in te stellen. Voor het aansluiten van de OpenTherm-thermostaat dient het toestel spanningsloos gemaakt te worden. Bij een OpenTherm (modulerende) kamerthermostaat, ver-vallen de instelfuncties op de ketel. Deze zijn instelbaar op de kamerthermostaat (afhankelijk van het model kamerther-mostaat).

Let op:Vanuit de fabriek worden de gele en oranje draad op de kroonsteen kortgesloten met een blauwe draad. De ketel zal dus altijd direct warmtevraag voor CV waarnemen. De blauwe draad dient dus verwijderd te worden om te voorkomen dat de ketel continu op CV gaat branden. 123. 13 VoorraadboilerVoor Thermomaster VR 24 kunt u de draden van de NTC, welke u in de dompelbuis van de voorraadboiler plaatst, op de aansluitdoos aansluiten zoals getoond in de afbeelding. Bestelnummer van een losse 10 kOhm NTC is A000331010. Voor inbedrijfstelling dient u parameter 9 (zie parameterlijst op pagina 15) op “1” in te stellen. 3. 14 Buitenvoeler AWB n° A000035027 (accessoire) De buitenvoeler dient aangesloten te worden het kroon-steentje aan de binnenzijde van de ketel. Voor het verder instellen van de stooklijn: zie pagina 14. Figuur 13.

Kies wanneer het menu verschijnt de toegangs-code met behulp van de toetsen of + -. Door te bevestigen op verschijnt het eerste instel-lingsmenu, namelijk het maximale vermogen van het verwarmingscircuit.Opmerking: het display keert naar de normale weergave terug wan-neer gedurende 1 minuut geen handelingen uitgevoerd worden of wanneer men een tweede keer gedurende 10 sec. op drukt.De bedrijfsinstellingen van de ketel dienen door de installateur rechtstreeks via het display bepaald te worden.Belangrijk: De toegang tot de technische instellingen van de ketel dient voorbehouden te blijven aan erkende installatie en service bedrijven. Druk gedurende 10 seconden op om het instel-lingsmenu te openen.

14 Menu 4Maximale temperatuur verwarmingscircuitDeze waarde kan gekozen worden tussen 3 standen door middel van het menu 4: 53°C, 73°C en 87°C.87 C°4Standaard instelling Menu 3Minimale temperatuur verwarmingscircuitDeze waarde kan de gekozen worden tussen standen door 2middel van het menu 3: 38°C - 50°C.38 C°3Standaard instelling Menu 1Aanpassing van het verwarmingsvermogenHet maximale vermogen van de ketel voor het verwar-mingscircuit kan op elke waarde ingesteld worden tussen worden tussen 8 en 24 kW.Dankzij deze mogelijkheid kan men het afgegeven vermo-gen aanpassen aan de werkelijke behoefte van de installatie en een overmatig vermogen voorkomen en toch verzekerd blijven van een hoog rendement.• Druk wanneer 1 knippert op als u de waarden in dit menu wilt veranderen.• Voer het gewenste vermogen in door te drukken op + of -.Opmerking:Een verlaging van het vermogen van het verwar-mingssysteem is van geen enkele invloed op het vermogen van het sanitaire warm water systeem.Standaard instelling24122Standaard instelling Menu 2Configuratie RGA/LTVDoor middel van deze functie kan de ketel optimaal worden aangepast aan de uitvoering van de RGA/LTV van de instal-latie.• Kies een waarde tussen 0 en aan de hand van de 10onderstaande tabel.Configuratie ∅∅∅∅∅ 60/100 ∅∅∅∅∅ 80/125 paralelle aansluiting (C6) setwaarde (m) (m) (Pa)0 0,5 1 291 0,7 2,1 292 1 3,2 373 1,3 4,3 444 1,6 5,4 525 1,9 6,5 596 2,2 7,6 687 2,6 8,7 758 2,9 9,8 839 3,2 10,9 9010 3,5 12 983.18 Menu-uitlegAWB|ThermoMasterVR24_24T|iv|002014 14AWB|ThermoMasterVR24_24T|iv|002014 14AWB|ThermoMasterVR24_24T|iv|002014 14AWB|ThermoMasterVR24_24T|iv|002014 14AWB|ThermoMasterVR24_24T|iv|002014 14 27-04-2007 12:47:1727-04-2007 12:47:1727-04-2007 12:47:1727-04-2007 12:47:1727-04-2007 12:47:17

Opmerking :- De regelingen van de menu's 6 en 7 zijn van geen invloed als de installatie niet over een buitenvoeler beschikt.- Het gebruik van de bovenstaande menu's is uitsluitend voorbehouden aan de erkende installateur.Buitentemperatuur in °CVerwarmingstemperatuur in °C15 Menu 5PompwerkingMenu 5 biedt 3 functionerings-wijzen van de pomp:1 - onderbroken (met kamerthermostaat)2 - onderbroken (met brander)3 - continue15Standaard instelling Menu 6BuitenvoelerHet menu biedt 16 regelingen genummerd van 00 t/m 15 6(zie grafiek).Voorbeeld: met de kromme 10, is de verwarmingstemperatuur maximaal bij een buiten-temperatuur van –5,5°C.106Standaard instelling Menu 7BuitenvoelerHet beginpunt van de regelingslijnen kan verschoven worden door middel van de instelling van - tot 9 10.07Standaard instellingFiguur 18.

163. 20 AftappenIndien tijdens uw afwezigheid kans op vorst bestaat, dient de installatie afgetapt te worden. • Open de daartoe bestemde aftapkraan op het lage punt van de installatie. • Zorg voor een luchtopening door bijvoorbeeld een ont-Nr. Functiebeschrijving Set waarde Instelbereik1 Maximale CV-instelling 15 24 kW toestellen installateur 8 - 242 Rookkanaallengte parameter 2 0 - 10 installateur3 Minimum setpunt CV-temperatuur 38 38 - 50 installateur4 Maximum setpunt CV-temperatuur 80 50 - 73 - 80 - 87 installateur5 Pompmode 1 1 = met kamerthermostaat installateur 2 = met brander 3 = continu in de winter6 Stooklijn 5 0 - 15 installateur7 Buitenvoeler voetpunt t. o. v.

uitleesbaar17 Ventilatorsnelheid / 100 (omw/min) uitleesbaar18 Gevraagde vermogen (kW) uitleesbaar19 Functie van de software (onbruikbaar) uitleesbaar20 Berekende aanvoer temperatuur, uitleesbaar met buitenvoeler (°C) 21 Buitenvoeler temperatuur (°C) uitleesbaar22 Displayrevisie uitleesbaar23 Productcode t/m 2004 vanaf 2005 fabrikant VR 24 VR 24 T VR 24 VR 24 T 116 114 126 12524 Minimale opbrengst van zie bedieningspaneel 0 t/m 199 fabrikant het gasmechanisme 25 Maximale opbrengst van zie bedieningspaneel 0 t/m -199 fabrikant het gasmechanisme 27 Niet in gebruik – – fabrikant28 Niet in gebruik – – fabrikant29 Branduren X x 99 0 99 uitleesbaar30 Branduren X x 1000 0 99 uitleesbaar31 Laatste fout F1 uitleesbaar32 1 na laatste fout F2 uitleesbaar33 2 na laatste fout F3 uitleesbaar34 3 na laatste fout F4 uitleesbaar35 4 na laatste fout F5 uitleesbaar36 Resetten alle fouten Tegelijk + 1 en - indrukken3.

FFF173. 21 Aansluiting van een boiler op een Thermomaster VR 24Uw Thermomaster VR 24 ketel is ontworpen om eenvoudig aangesloten te kunnen worden op een voorraadboiler. Door middel van de twee bochtstukken aan de achterzijde van de ketel kan het hydraulisch circuit van de boiler aange-sloten worden. Bestelnummer van een losse 10 kOhm NTC is A000331010. 1 - bochtstukken 3/4" vertrek (1b) en retour (1a) verwarmingswater2 - 3-weg klep3 - steunplaat4 - elektrische kabel41a1b32Retour boilerAanvoer boilerFiguur 20. rFiguur 19. 3. 22 VeiligheidsvoorzieningenVorstbeveiligingStel wanneer men enkele dagen van huis moet de minimale temperaturen in op het bedieningspaneel van uw ketel of verlaag eenvoudigweg de instructie temperatuur op de kamerthermostaat. Raadpleeg in geval van langdurige afwezigheid het hoofd-stuk "Aftappen" op bladzijde 16.

Veiligheid op de ketelAls er een storing gedetecteerd wordt aan de luchtextractie of aanzuiging, wordt door het veiligheids systeem de werking van de ketel onderbroken: het hiernaast aangegeven sym-bool wordt weer gegeven en het rode lampje van het bedienings paneel knippert. In dit geval dient men contact op te nemen met uw installateur. In geval van een onder breking van de gastoevoerDe veiligheidsstand van de ketel wordt ingeschakeld en het hiernaast aangegeven symbool wordt weergegeven en het rode lampje van het bedienings paneel knippert. In dit geval dient men contact op te nemen met uw installateur. In geval van een onderbreking van de stroomvoedingDe werking van de ketel stopt. Zodra de stroomvoeding weer terug is, stelt de ketel zich weer automatisch in werking.

Beveiliging tegen oververhittingIndien door een storing de ketel uitgeschakeld wordt door de werking van de veiligheidsvoorziening (bimetalen ther-mostaat met handmatige reset), het hiernaast aangegeven symbool wordt weergegeven en het rode lampje van het bedienings paneel knippert. In dit geval dient men contact op te nemen met uw installateur.

Lucht in de leidingen Onlucht de radiatoren en vul eventueel de installatie bij. Indien men te vaak water moet bijvullen, dient men contact op te nemen met uw installateur, want er kan sprake zijn van: - kleine lekken in de installatie waarvan de oorzaak opge-spoord dient te worden. - corrosie van het verwarmingscircuit, hetgeen tegenge-gaan dient te worden door de juiste behandeling van het circuitwater. BELANGRIJK: Een centrale verwarmingsinstallatie kan niet goed werken, als deze niet gevuld is met water en volle-dig ontlucht is. Als niet aan deze voorwaarden voldaan is, kan men gelui-den van kokend water in de ketel horen en van borrelend water in de radiatoren.

18VERGRENDELENDE STORINGEN, STORINGSTABELNaam storing Omschrijving storing Waarneming Mogelijke oorzaak Oplossingweergave display storing tijdens storing 01 Ontsteekfout Geen vlamdetectie Geen gas/ Controleer de gas- gaskraan gesloten aansluiting/ gaskraan en de voordruk Geen ontsteking Controleer de ontsteekpen en bedrading02 Ventilator fout Ventilator blijft Bedrading niet Controleer de draaien beneden in orde bedrading het starttoerental Luchtdrukschakelaar Controleer de niet in orde luchtdrukschakelaar03 Herhaalde luchtfout zie F 2 04 Zie F 105 Pomp draait niet, Pomp vast of Pomp gangbaar maken wel spanning defect of vervangen Pomp draait niet, Branderautomaat of Branderautomaat of geen spanning pompkabel defect pompkabel vervangen Pomp draait wel Radiatoren staan Radiatoren openen dicht of lucht in Ontluchters openen ketel of installatie en/of ontluchten.

Indien nodig ketel bijvullen Pompstand te laag Zet pomp op stand 3 Aanvoertemperatuur Aanvoer NTC wijkt Aanvoer NTC herstellen, is niet hoog af of zit los zonodig vervangen06 Aanvoer NTC fout NTC is kapot, of Controleer bedrading of bedrading niet in orde vervang NTC07 Tap NTC fout NTC is kapot, of Controleer bedrading of bedrading niet in orde vervang NTC08 Boiler NTC fout bij gebruik NTC is kapot, of Controleer bedrading of van een externe boiler bedrading niet vervang NTC in orde Controleer parameter 909 Waterdruk sensor kapot of Is deze in orde, vervang Controleer de bedrading bedrading niet in orde dan de sensor 10 Niet in gebruik11 Geen signaal Controleer bedrading en op hoofdboard user interface. Indien in orde vervang dan het hoofdboard Ventilatordefect Vervang ventilator12 Geen signaal Controleer bedrading en op user interface hoofdboard.

73/23/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der Lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen.89/336/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der Lidstaten inzake elektromagnetische compatibiliteit.Elke aanpassing aan toestel(len) en/of gebruik welke niet in overeenstemming is met de voorschriften daarvan, zullen leiden tot schending van deze verklaring van overeenstemming.Helmond, juli 2005V.P.M.M.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met AWB ThermoMasterVR 24 Solo stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden