Atlas w 2010 Handleiding


Pagina's 23 Nederlands Wasmachine

Bekijk de handleiding van Atlas w 2010 gratis online of download de PDF. 94 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

124973540
SYNTHETICA + VOORWAS
SYNTHETICA
WOL
FIJNE WAS
SPOELEN
CENTRIFUGEREN
POMPEN
W 2010
60º- 95º
60º- 95º
30º- 60º
30º- 60º
WITTE WAS + VOORWAS
WITTE WAS
BONTE WAS + VOORWAS
BONTE WAS
SPOELEN
CENTRIFUGEREN
1
2
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
1000
30º- 60º
30º- 60º
- 40º
- 40º
TEMPERATUURPROGRAMMA
KORTREDUCTIE
AAN/
UIT
GEBRUIKSAANWIJZING
WasautomaatW 2010
W 2020
W 2040

Beoordeel deze handleiding


Foutcodes Atlas w 2010

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing Pagina
P0042 Onbekende fout Raadpleeg de servicedienst 22

Product specificaties

Merk: Atlas
Categorie: Wasmachine
Model: w 2010

Handleiding Atlas w 2010 – volledige tekst

3InhoudWaarschuwingen 4-5Afvalverwerking 5Milieutips 5Technische gegevens 6Installatie 7lTransportbeveiliging 7lPlaatsen 7lWatertoevoer 8lWaterafvoer 8lElektrische aansluiting 8Uw nieuwe wasautomaat 9Beschrijving van de machine 9lWasmiddellade 9Gebruik 10lBedieningspaneel 10lBeschrijving van de bedieningselementen 10lAdviezen en tips voor het wassen 11Was niet te lang opsparen 11Sorteren 11Temperaturen 11Hoeveel wasgoed in de trommel? 11Vóór u het wasgoed in de trommel doet 12Welke wasmiddelen gebruiken? 12Traditionele poeder-wasmiddelen 13Vloeibare wasmiddelen 13Geconcentreerde poeder-wasmiddelen 13Wasverzachter 13Waterontharder 13lVolgorde van handelen 14-15Programmatabel 16-17Textielbehandelingssymbolen 18Onderhoud 19lDe buitenkant 19lDe wasmiddellade 19lHet toevoerfilter 19lHet afvoerfilter 19lWaterafvoer in noodgevallen 20lVoorzorgsmaatregelen bij vorst 20Eenvoudige storingen 21-22

4Aanwijzingen m. b. t. de veiligheidInstallatielAlle delen die tot de transportbeveiliging behorenmoeten beslist zijn verwijderd, alvorens hetapparaat in gebruik te nemen. Ernstige schadeaan het apparaat of andere zaken kan het gevolgzijn van het niet of niet geheel verwijderen van detransportbeveiliging. lEen eventueel noodzakelijke wijziging aan deelektrische huisinstallatie ten behoeve van deinstallatie van dit apparaat, mag uitsluitend dooreen daartoe bevoegd persoon uitgevoerdworden. lEen eventueel noodzakelijke wijziging van dewatertoe- en/of afvoervoorzieningen ten behoevevan de installatie van dit apparaat mag uitsluitenddoor een daartoe bevoegd persoon uitgevoerdworden. lOvertuig u ervan dat het apparaat na deinstallatie of het verplaatsen niet op hetaansluitsnoer staat. GebruiklWas geen artikelen in de wasautomaat die hierniet voor geschikt zijn.

Raadpleeg hettextielonderhoudsetiket. lOverlaad het apparaat niet. Raadpleeg debetreffende adviezen in de gebruiksaanwijzing. lMet vluchtige stoffen, zoals spiritus, benzine,terpentine en dergelijke, gereinigde artikelenmogen niet in de wasautomaat. Indien zulkereinigingsmiddelen gebruikt werden om voortijdsvlekken te verwijderen, dan moet met het wassenin de wasautomaat gewacht worden tot hetartikel volledig uitgedampt is. lWas kleine artikelen, zoals babysokjes, ceintuursen dergelijke in een sloop. Zulke kleine artikelenkunnen tussen de trommel en de kuip slippen. lOvertuig u ervan dat, vóór u een kledingstuk in dewasautomaat doet, de borst- en broekzakkenleeg zijn, ritssluitingen zijn gesloten en eventueelloshangende knopen verwijderd of eerstaangenaaid zijn. Was geen rafelig of gescheurdgoed; herstel het voortijds. Verwijder voortijdsverf-, inkt-, roest- en grasvlekken.

lWees voorzichtig met wasverzachter. Een tegrote dosering kan schade aan het wasgoedtoebrengen. Raadpleeg de instructies van defabrikant van de wasverzachter. lKijk, vóór u de vuldeur (voorlader) opent, altijdeerst of het water weggepompt is. Indien dat niethet geval is, laat de machine dan eerst het waterafpompen. Raadpleeg in twijfelgeval degebruiksaanwijzing. lLaat de vuldeur (voorlader) op een kier staanindien het apparaat niet gebruikt wordt. Dat isbeter voor de rubbermanchet en u voorkomt hetontstaan van een muffe lucht. lSchakel na het gebruik altijd de stroomtoevoer afdoor, afhankelijk van de wijze van installatie, destekker uit het stopcontact te nemen of debadkamertrekschakelaar op de UlT-stand teschakelen. Draai na het gebruik altijd dewatertoevoerkraan dicht. Algemene veiligheidlTracht, in geval van een storing of defect, ditapparaat niet zelf te repareren.

Reparaties welkedoor niet-deskundige personen uitgevoerdworden, kunnen tot schade of letsel leiden. Raadpleeg ELGROEP FABRIEKSSERVICE. lNetsnoer nooit aan het snoer uit het stopcontacttrekken, maar aan de steker. Deze aanwijzingen zijn bedoeld voor uw en andermans veiligheid. U wordt geacht ze gelezen tehebben, alvorens u het apparaat installeert en/of in gebruik neemt.

5MilieutipslNormaal verontreinigd wasgoed hoeft u niet voorte wassen. Zo bespaart u wasmiddel, water entijd (en u ontziet het milieu).lDe wasautomaat werkt het zuinigst met een volletrommel.lDoor een geschikte voorbehandeling kunnenvlekken en lichte verontreinigingen verwijderdworden. Dan kunt u op een lagere temperatuurwassen.lDoseer het wasmiddel altijd volgens deaanwijzingen van de wasmiddelenfabrikant.lWas licht verontreinigde was met een kortprogramma.Veiligheid van kinderenlKinderen zien de gevaren niet die ontstaan doorondeskundige omgang met elektrische toestellen.Zorg daarom voor het nodige toezicht als demachine aanstaat en laat kinderen niet met demachine spelen - ze zouden zichzelf of anderekinderen in de machine kunnen opsluiten.lHoud de verpakking uit de buurt van kinderen;vooral folie en styropor kunnen gevarenopleveren.

Verstikkingsgevaar!lZorg ervoor dat kinderen of kleine huisdieren nietin de trommel van de wasautomaat kunnenklimmen.lAls u het toestel afdankt, maak het dan dadelijkonbruikbaar: stekker uit het stopcontact trekken,aansluitsnoer afsnijden en weggooien. Maakbovendien het deurslot onbruikbaar. Zo kunnenkinderen zichzelf of andere kinderen niet in demachine opsluiten.VerpakkingsmateriaalAlle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn niet milieu-onvriendelijk en kunnen zonder gevaar bij het afvalworden gezet.De kunststoffen kunnen hergebruikt worden enhebben de volgende aanduidingen:>PEPSPP

7InstallatieTransportbeveiligingWij adviseren u de verwijderde delen te bewaren; ingeval van verhuizing moeten ze wederomaangebracht worden. U gaat als volgt te werk:1. Schroef met de sleutel de rechter schroef aan deachterkant van de machine los. 2. Leg de machine voorzichtig op z’n achterkant;zodanig dat de slangen niet kunnen beschadigen. 3. Verwijder het polystyrene vulblok uit de onderkantvan de machine en het plakband waarmee de 2plastic zakken aan de voorkant van het apparaatbevestigd zijn. 4. Trek voorzichtig de rechter plastic zak (1) uit demachine, terwijl hij naar het midden van demachine getrokken wordt. Trek nu ook de linker plastic zak (2) uit demachine. 5. Zet de machine rechtop en verwijder de 2 overigeschroeven uit de achterwand. 6. Verwijder de drie plastic afstandshulzen uit degaten waar de schroeven in zaten.

P023321P0234P0255Het is beslist noodzakelijk dat u detransportbeveiligingen verwijdert voor u demachine in gebruik neemt. 7. Dicht de vrijgekomen gaten af met demeegeleverde stopsels. U vindt deze stopsels opde achterkant van de machine. PlaatsenPlaats de machine op een vlakke, harde vloer. Laateen houten vloer met een 5 cm dikkehardhoutenplaat versterken, over tenminste tweedraagbalken. De verstevigingsplaat moet aan allekanten enkele centimeters buiten de machinesteken. Indien de machine op een bovenverdieping geplaatstwordt, neem dan zodanige maatregelen dat bij eeneventuele lekkage het water niet naar de verdiepingeronder kan lekken. Raadpleeg uw leverancier/installateur. Zorg ervoor dat de machine niet tegen de muur ofandere keukenmeubels kan leunen.

Wij gaan er van uit dat de waterkraan, deafvoermogelijkheid en de elektriciteitsvoorzieningzich binnen het bereik van de machineslangen enhet aansluitsnoer bevinden. Als dat niet zo is, danadviseren wij u uw installateur de kraan en/of deafvoer en/of het stopcontact te laten verplaatsen. Stel de machine waterpas op. Dat doet u doormiddel van het in- of uitdraaien van de verstelbarevoetjes.

8WatertoevoerDraai, nadat u eerst het filter (A) in de wartel hebtgelegd, de wartel van de toevoerslang stevig op de3/4" schroefdraad van de kraan. Het andere eind van de toevoerslang, aan demachinekant, kan naar alle richtingen wordenverdraaid. Wartel iets losdraaien, haakse bochtverdraaien en wartel weer stevig vastdraaien. De toevoerslang mag niet verlengd worden. Mochtde slang te kort zijn en wilt u de kraan niet latenverplaatsen, koop dan een langere, complete,hogedrukslang welke speciaal voor dit doel gemaaktis. WaterafvoerDe bocht, aan het eind van de afvoerslang, kunt u opdrie manieren plaatsen:Over de rand van een wasbak. U moet er danvoor zorgen dat de bocht niet, door het snel uitstromende water, van de rand kan schieten. Bijvoorbeeld door de bocht met een touwtje aan dekraan of aan een haak in de muur op te hangen. In een aftakking van de wasbakafvoer.

Dieaftakking moet boven de sifon (stankafsluiter) zittenen zodanig dat de bocht van de slang zich optenminste 60 cm van de vloer bevindt. In een afvoerpijp. Wij adviseren een standpijp van65 cm hoogte; in ieder geval niet lager dan 60 cm enniet hoger dan 90 cm. P0022P0021AP0003Het eind van de afvoerslang moet altijd beluchtzijn, dat wil zeggen dat de binnendiameter van depijp groter moet zijn dan de buitendiameter van hetslangeind. De afvoerslang legt u vanaf de machinekant over devloer en laat u pas bij de afvoermogelijkheid omhooglopen. Elektrische aansluitingDe machine is voor 220-230V / 50Hz gemaakt. De machine is voorzien van een drie-aderigaansluitsnoer en stekker met randaarde. De stekker mag u uitsluitend plaatsen in eenstopcontact met randaarde; de machine dientdeugdelijk geaard te zijn. Het aansluitsnoer mag u niet verlengen.

Indien hetsnoer te kort blijkt te zijn, laat uw installateur dan ofeen langer snoer aan de machine monteren of hetstopcontact verplaatsen. Het gebruik van een verlengsnoer of kabelhaspel isniet toegestaan.

In bad- of doucheruimten moet doorgaans eenzogeheten «vaste aansluiting» gemaakt worden;raadpleeg uw installateur. De fabrikant is niet aansprakelijk voorschade of letsel, ontstaan door het nietvoldoen aan bovenstaande veiligheids-voorschriften. Het aansluitsnoer mag uitsluitend door deELGROEP FABRIEKSSERVICE vervangenworden. P0023.

10Gebruik1 Programmakaart2 Controlelampje “lichtnet”Het lampje gaat branden bij het starten van hetprogramma (AAN/UIT-toets ingedrukt) en gaat uitdoor nogmaals indrukken van deze toets.3 Toets “AAN/UIT” Door het indrukken van deze toets schakelt u demachine AAN en UIT.4 Toets “reductie”Door deze toets in te drukken verlaagt u hetcentrifugeertoerental als volgt:n voor katoen en linnen:- van 1000 t/min tot 650 t/min voor het model W 2010;- van 1200 t/min tot 650 t/min voor het model W 2020;- van 1400 t/min tot 1000 t/min voor het model W 2040;n voor synthetica en fijne was (progr. 10):- van 900 t/min tot 650 t/min;n voor wol (progr. 10):- van 1000 t/min tot 650 t/min.5 Toets “kort” Voor weinig vuil wasgoed kunt u, bij het programma1,2,5, en 6 voor een verkorte wastijd kiezen. U drukt dan voortijds deze toets in.

Kies eentemperatuur van 30° tot 60°C max.6 Draaiknop voortemperatuurkeuze Met de knop voor de temperatuurregeling kiest ude gewenste wastemperatuur.Knop links- of rechtsom instellen.U kunt ook met detemperatuur van het ingekomen leidingwaterwassen, door de knop op in te stellen.7 Draaiknop voorprogrammakeuzeMet de programmaknop kiest u rechtsom draaiend,het gewenste programma.Belangrijk!De draaiknop moet alleen bij uitgeschakeldeapparaat gedraaid worden.Bedieningspaneel12345 67SYNTHETICA + VOORWASSYNTHETICAWOLFIJNE WASSPOELENCENTRIFUGERENPOMPENW 201060º- 95º60º- 95º30º- 60º 30º- 60ºWITTE WAS + VOORWASWITTE WASBONTE WAS + VOORWASBONTE WASSPOELENCENTRIFUGEREN12123456789101130º- 60º30º- 60º- 40º - 40ºTEMPERATUUR PROGRAMMAKORTREDUCTIEAAN/UIT1000

1130°C: alhoewel machine-wasbare wol als regelzondermeer op 40°C gewassen mag worden, zult uop het etiket, voorzichtigheidshalve, toch vaak 30°Ctegenkomen. Ook bij teer wasgoed, de fijne was, isdat vaak het geval. Wij adviseren u zich altijd aan de etiket-temperatuurte houden. Hoeveel wasgoed in de trommel. Wilt u optimale resultaten bereiken, dan adviserenwij u, naast het kiezen van het juiste programma,ook de maximaal toegestane belading van detrommel niet te overschrijden. Wasgoed droog wegen voor u het in de trommeldoet, is erg omslachtig, dus helpen wij u op eenandere manier op weg:lVolle belading (maar niet proppen) voor katoen enlinnen. lHalfvolle of iets meer dan halfvolle belading voorsterke synthetica en mengsels. Ook zogeheten“kreukherstellende stoffen” vallen ondersynthetica. lEenderde van de trommel voor fijne was enmachine-wasbare wol.

In onderstaande tabel geven wij u een indruk watwasgoed, bestaande uit katoen en linnen, ongeveerweegt. Voor synthetica, mengsels en fijne was is hetonmogelijk om gewichten op te geven, daar dezestoffen zeer verschillend van aard zijn. Voor machine-wasbare wol geven wij doorgaans eenmaximum van 1 kilogram op, maar feitelijk bedoelenwe dat u wol in “ruim sop” moet wassen. Tweepersoons laken 700 - 1000 gKussensloop 125 - 0200 gTafellaken 350 - 0500 gServet 70 - 0120 gTheedoek 75 - 0100 gBadhanddoek 150 - 0200 gBadlaken 700 - 1000 gOverhemd 200 - 0300 gSchort 150 - 0200 gAdviezen en tips voor hetwassenWas niet te lang opsparenIn de eerste plaats adviseren wij u wasgoed niet al telang op te sparen, in ieder geval niet als het vochtigis want het gaat dan schimmelen en veroorzaakt eenmuffe geur. Men zegt ook wel dat «het weer er in gekomen is»;weervlekken krijgt u er niet meer uit.

12Vóór u het wasgoed in de trommeldoetHerstel scheuren, gaten en halen voortijds. Naai loshangende knopen eerst aan of knip ze af. Sluit drukknopen en ritssluitingen. Was geen rafelig goed; herstel eerst de zomen. Haal de haken uit vitrage en doe de vitrage in eensloop of linnen zak. Verwijder voortijds achtergebleven kleinevoorwerpen uit borst- en broekzakken. Behandel voortijds vlekken die er in de wasautomaatmoeilijk of in het geheel niet uit zullen gaan:Was- en kaarsvet. Zoveel mogelijk met een botmes voorzichtig afschrapen. Tussen twee papierenzakdoekjes de overgebleven was met de warmestrijkbout er uit strijken. Niet te heet bij synthetischestoffen. Inkt en ballpoint: Deppen met spiritus. De kleurvan de stof kan aangetast worden door zowel de inktals de spiritus. Weer- en schroeivlekken. Bleken met eenverdunde oplossing van bleekwater ofchloorbleekmiddel. Roest.

Verwijderen met citroenzuur of een speciaalbehandelingsmiddel. Eerst koud spoelen en daarnawassen. Geen wasmiddel met bleekmiddelgebruiken. Kauwgom. Wegwrijven met ijsblokjes. Restantverwijderen met nagellak-remover. Pas op metremover bij synthetische stoffen. Verf. Geef de vlek geen kans om op te drogen. Metwitte schone katoenen doek en een oplosmiddel(terpentine, wasbenzine of thinner) behandelen. Lippenstift. Deppen met spiritus. Metfijnwasmiddel nawassen. Nagellak. Verwijderen met nagellak-remover. Dit isniet mogelijk bij stoffen als acetaat, triacetaat enchloorvezel. Olie en teer. Met boter insmeren en latenintrekken. Daarna met terpentine deppen. Gras. Met spiritus vochtig maken en met eenzeepoplossing deppen. Als de kleur of de stof ertegen kan, nableken met bleekwater. Chocolade, thee, wijn, koffie en vruchtensap. Voorweken in warm water met een biologischvoorweekmiddel.

Verse vlekken met lauw water uitspoelen. Oude vlekken voorweken met een biologischvoorweekmiddel. Transpiratie- en deodorantvlekken. Versevlekken met sodawater deppen. Oude vlekken metazijn of spiritus deppen. Hars. Met een speciale vlekkenoplosserbehandelen. Sterke stoffen, zoals katoen en linnen,met terpentine, wasbenzine of spiritus behandelen. Het gebruik van verdampende middelen, zoalsterpentine, wasbenzine, spiritus, thinner, aceton endergelijke is gevaarlijk; niet roken en geen open vuurgebruiken. Doe het karweitje buiten en laat het kledingstuk eerstuitdampen voor u het in de wasautomaat of dedroogautomaat doet. De fabrikant van uw was- of droogautomaat is nietaansprakelijk voor schade of letsel ontstaan door hetgebruik van gevaarlijke stoffen. Welke wasmiddelen gebruiken. Een gouden regel is: gebruik altijd machine-wasmiddelen, dus nooit handwasmiddel of zeep inde machine.

Een nauwelijks minder belangrijke regel is: probeergewoon uit welk wasmiddel u het beste bevalt. Houdt u aanvankelijk aan de doseringen die defabrikant van het wasmiddel op z'n verpakkingaangeeft en let daarbij op de waterhardheid (kunt uopvragen bij het waterleidingbedrijf). Het is demoeite waard om daarna uit te proberen of bijminder doseren uw wasgoed ook nog voldoendeschoon wordt. In ieder geval kunt u bij een kleinwasje aanzienlijk minder doseren. Er zijn totaal-wasmiddelen voor witte of bonte was,bleekvrije wasmiddelen voor bonte was, specialefijnwasmiddelen, machine-wolwasmiddelen enbiologische voorwas- of voorweekmiddelen. LET OPObjecten zoals flippo’s, munten,veiligheidsspelden, schroeven en andereharde materialen behoren niet in dewasautomaat; zij kunnen aanzienlijkeschade veroorzaken. Was bh’s met beugels niet in dewasautomaat.

EigenschapFranseschaal13Kalk slaat uit het water neer op zowel het wasgoedals op machinedelen. Bekend is onder andere hetstug worden van wasgoed en het verkalken van hetverwarmingselement. Om dat te voorkomen doet de wasmiddelfabrikanteen «kalkbindende» stof in het wasmiddel. Voorheenwas dat fosfaat. Tegenwoordig, om redenen vanmilieutechnische aard, een fosfaatvervanger. Het wasmiddel bestaat echter uit vele ingrediënten. Gaat u meer doseren, dan doet u dat feitelijk slechtsom meer kalkbindende stoffen aan het water toe tevoegen. Automatisch doseert u dan eigenlijk teveel van al dieandere actieve stoffen. U kunt dat verhelpen doorminder wasmiddel te doseren en het verschil op tevangen door een onthardingsmiddel, zoals Calgon,mee te doseren. Houdt u zich aan de aanwijzingenvan de fabrikant van het onthardingsmiddel.

Bereik1234zachtgemiddeldhardzeer hard00-0708-1415-21meer dan 210,0-1,31,4-2,52,6-3,8meer dan 3,8DuitseschaalWaterhardheidTraditionele poeder-wasmiddelenDeze wasmiddelen doet u in de vakjes voor devoorwas en voor de hoofdwas. Vloeibare wasmiddelenGebruikt u een vloeibaar wasmiddel, dan mag u dat,mits u geen voorwas doet, direct in het vakje voor het hoofdwasmiddel gieten. Wel meteen daarnade machine starten. Vloeibare wasmiddelen zijn zeer geschikt voor lagewastemperaturen, dus 30°C en 40°C. Voor hogeretemperaturen, 60°C tot 95°C, adviseren wij u eenpoedervormig wasmiddel te gebruiken. Geconcentreerde poeder-wasmiddelen(ULTRA’s, MICRO’s en dergelijke). Geconcentreerde wasmiddelen kunt u op dezelfdemanier als vloeibare wasmiddelen doseren. Uiteraard past u de hoeveelheid aan, omdat u vandeze wasmiddelen minder nodig hebt.

Uw nieuwe machine is van een sopcirculatie-systeem voorzien, waardoor het wasmiddeluitstekend en zonder verspilling verdeeld wordt. WasverzachterTijdens de laatste spoelgang doseert de machineautomatisch een hoeveelheid vloeibarewasverzachter. U hoeft geen wasverzachter tegebruiken maar dit kan soms toch wenselijk zijn.

14Volgorde van handelenVoer een wasgang zonder wasgoed uit, opdatvetresten (die bij de fabricage zijn ontstaan) uit dewastrommel en de kuip worden verwijderd.Programma: bonte was 60°C, met een halvemaatbeker wasmiddel.1. Doe het wasgoed in de trommelOpen de vuldeur . Doe de stukken wasgoed éénvoor één in de trommel. Haal opgevouwen wasgoedeerst uit elkaar. Sluit de vuldeur; druk hem goed inhet slot.2. Doe wasmiddel in het vakjeTrek de wasmiddellade uit het bedieningspaneel tothij stuit.Meet de gewenste hoeveelheid wasmiddel in eenmaatbekertje af en giet het in het vakje voor hethoofdwasmiddel .Gaat u ook voorwassen, doe dan een biologischvoorwasmiddel in het vakje .3. Doe, eventueel, wasverzachter in het vakjeGiet, indien gewenst, wasverzachter in het daarvoorbestemde vakje .Overschrijd het niveau MAX niet.C0024C0025P00044. Kies, indien gewenst, extrafuncties “reductie” en/of “kort” 5.

Stel de temperatuur inDraai de knop voor temperatuurregeling op degewenste temperatuur.6. Kies het gewenste programma en start de machineDraai de programmaknop rechtsom op het gewensteprogramma.Druk op de AAN/UIT-toets: het lichtnet-controlelampje licht op en de machine start naongeveer 10 seconden.T0003SAAN/UIT295REDUCTIE KORT

157. De machine is klaarDe machine stopt automatisch.Heeft u de machine een programma voor synthetica,fijne was of wol laten doen, dan moet het laatstespoelwater afgepompt worden.Wacht één tot twee minuten alvorens de vuldeur teopenen; die tijd heeft de elektrischedeurvergrendeling nodig om te ontgrendelen.Schakel de machine UIT door de AAN/UIT-toets in tedrukken. Het lichtnet-controlelampje gaat uit.Draai de kraan dicht en neem de steker uit hetstopcontact of trek de badkamertrekschakelaar opUIT.Open de vuldeur en neem het wasgoed uit detrommel.Controleert u of de trommel helemaal leeg is, anderszou wasgoed bij de volgende wasbeurt kunnenbeschadigen (bijv. doorlopen) of op ander wasgoedkunnen afgeven.Laat de vuldeur enige tijd op een kier staan, zodatde machine uit kan dampen.

Witgoed,bijvoorbeeld werkkledingdie sterk verontreinigd is,bedde-, tafel- enondergoed, handdoekenREDUCTIEKORTHet programma 2 “Bonte was 60°C” is het referentie programma voor de gegevens op het verbruiksetiket,volgens EEGnorm 92/75.* De verbruikswaarden zijn indicatieve waarden en hangen af van het type en de hoeveelheid wasgoed, vande temperatuur van het waterleidingwater en van de omgevingstemperatuur. Deze waardan hebbenbetrekking op de hoogste soptemperatuur welke voor het programma voorzien is.

beladingEnergiekWhWaterliterTijdmin.Verbruikswaarden*30°- 60°SYNTHETICA ZONDERVOORWASNormaal vervuildwasgoed (no-ironoverhemden, ondergoed,blouses)KORT2 kg1,053852 kg0,549502 kg1,2 63 1051 kg 0,45 49 507- 40°WOL Wolwasprogramma voortextiel met het wolmerken de aanduiding“krimpvrij” of“wasmachine veilig”8- 40°FIJNE WASVoor alle fijne textiel,bijvoorbeeld gordijnen2 kg 0,02 37 209SpoelenkoudVoor het spoelen van opde hand gewassen goed2 kg - - 5Aparte centrifugegangvoor synthetica, fijne wasen wol10CentrifugerenREDUCTIE2 kg--1,5Waterafvoer van delaatste spoelgang voor dewasprogramma’s dieeindigen met water in detrommel (van 5 tot 9)11Pompen5 30°- 60°SYNTHETICA METVOORWASSynthetica, ondergoed,gekleurde textiel, no-iron overhemden diesterk verontreinigd zijnKORT* De verbruikswaarden zijn indicatieve waarden en hangen af van het type en de hoeveelheid wasgoed, vande temperatuur van het waterleidingwater en van de omgevingstemperatuur.

Deze waardan hebbenbetrekking op de hoogste soptemperatuur welke voor het programma voorzien is.Het laatste spoelwater wordt niet automatisch afgepompt (spoelstop), teneinde kreukvorming te voorkomenindien het wasgoed niet direkt na het beëindigen van het programma uit de machine zou worden genomen.Om het water af te pompen kiest u het programma 10 of 11.

18TEXTIELBEHANDELINGSSYMBOLENi40404060609595GewoonprogrammaAnti-kreuk-programmaDe getallen in de tobben geven de hoogst toelaatbare temperaturen aan: deze niet overschrijden.Tot de gewone wasprogramma's behoren ook E-, spaar- en halve wasprogramma's.Anti-kreukprogramma's: voor artikelen die synthetische vezels bevatten en/of kreukherstellend zijn gemaakt; machinebeladen met de helft van het maximale gewicht. Handwas lauw of koud.Wolwas in de machine: uitsluitend Superwash en alleen met door het internationaal Wol Secretariaat (IWS) goedgekeurdeprogramma's. Belading:1/3tot 1/4van het maximale gewicht.Artikelen met P of F in de cirkel kunnen meestal niet worden ontvlekt met tetra of tri.De letters zijn vooral bestemd voor de chemisch reiniger. Zij geven het te gebruiken oplosmiddel aan.

Reiniging met F is nauwelijks mogelijk.De streep onder de cirkel betekent: lichte belading, hoge vlotverhouding, weinig mechanische beweging, korte reinigings, -spoel- encentrifugeertijden; en vooral: geen water toevoegen.Koud bleken met bleekwater of geconcentreerd chloorbleekmiddel in verdunde oplossing mogelijk Niet mogelijkNiet strijkenLauw strijkenWarm strijkenHittegevoelige textielHeet strijkenGewone reinigingNormale textielSpeciale reiniging Niet chemisch reinigenNiet drogen in droogtrommelDe punten verwijzen naar de punten op de regelknop van het strijkijzer.GewoonprogrammaAnti-kreuk-programmaGewoonprogrammaAnti-kreuk-programmaWolwas-programmaAlleen snellehandwasNiet wassen,ook niet wekenWASSENBLEKENSTRIJKENCHEMISCHREINIGEN=STOMEN=DRY CLEANINGTROMMEL-DROGENAPFPFMeer informatie in het boekje «Textiel ABC», te verkrijgen door overmaking van f 16,25 op gironummer 666402 van VTWS, Delft.Telefoon (015) 261 12 05

19Onderhoud1. De buitenkantDe buitenkant van de machine kunt u, naar behoefte,reinigen met een vochtige doek en een neutraalhuishoudschoonmaakmiddel. Moderneschoonmaakmiddelen drogen doorgaans streeploosop.Nalappen met schoon water en daarna droogzemen.Belangrijk: Gebruik nooit spiritus, terpentine endergelijke oplosmiddelen.2. De wasmiddelladeWasmiddelen en wasverzachter koeken na verloopvan tijd aan.Maak de wasmiddellade af en toe schoon onder destromende kraan. U kunt daartoe de lade geheel uitde machine nemen door op de pal, links achterin, inte drukken.De bovenkant van het vakje voor de wasverzachterkunt u, ten behoeve van het schoonmaken,verwijderen.Ook in de behuizing van de wasmiddellade kan zichop den duur wasmiddel verzamelen.

Maak debinnenkant met een oude tandenborstel schoon.Plaats de lade terug in z'n behuizing en laat demachine, zonder wasgoed, een spoelgang doen.P0038C0027C00233. Het toevoerfilter Wanneer u merkt dat de machine langer over hetwateropnemen gaat doen, verdient het aanbevelingom het toevoerfilter te controleren op verstopping.Daartoe draait u eerst de kraan dicht en vervolgensdraait u de slangwartel van de kraan af.Trek nu het filter uit z’n behuizing.Reinig het met een borsteltje en plaats het weerterug.Draai de wartel weer stevig op de kraan.4. Het afvoerfilterHet afvoerfilter is bedoeld voor het opvangen vangrove pluis en rafels.

Raakt het filter verstopt, danzal onherroepelijk programmastoring optreden.Controleer regelmatig of het filter schoon is.Open het klepje.Plaats een schaaltje onder het filter en schroef hetfilter linksom los.Trek het filter uit het filterhuis.Reinig het filter onder de stromende kraan.P0040P0133P0132P0011P0041

205. Waterafvoer in noodgevallenAls de machine niet leegpompt (afvoerpompgeblokkeerd of afvoerleiding verstopt) moet u alsvolgt te werk gaan om het water uit de machine telozen:lhaal de steker uit het stopcontactldraai de waterkraan dichtlwacht (indien nodig) totdat het zeepsopafgekoeld islplaats een bakje onder het filter om het water opte vangenldraai het filter voorzichtig los zodat het waterrustig uit de machine kan stromen.6.

Voorzorgsmaatregelen bijvorstIndien de wasautomaat wordt blootgesteld aantemperaturen onder 0°C moeten enkelevoorzorgsmaatregelen worden getroffen.l Draai de waterkraan dicht en schroef detoevoerslang los.l Leg het uiteinde van de toe- en afvoerslang ineen bak.l Stel het programma “POMPEN” in en laat demachine tot aan het einde draaien.l Schakel de machine uit.l Draai de wartel van de toevoerslang weer stevigop de kraan en breng ook de afvoerslang weerop zijn plaats aan.Het water dat in de leidingen is achtergebleven,wordt op deze manier afgevoerd en hiermee wordtvoorkomen dat er ijsvorming optreedt die demachine kan beschadigen.Controleer, wanneer u de wasautomaat opnieuw wiltgebruiken, of de omgevingstemperatuur hoger dan0°C is.

21Eenvoudige storingenStoringen Mogelijke oorzakenl De machine start niet:lIs de vuldeur goed gesloten. lIs de betreffende groepzekering heel. lIs de AAN/UIT-toets ingedrukt. lIs de programmakiezer juist ingesteld. l De machine neemt geen waterop:lStaat de waterkraan open. lGeeft de kraan water. Probeert u dat even uit. lToevoerslang bekneld of geknikt geraakt. lToevoerfilter verstopt. lVuldeur goed gesloten. l De machine neemt wel water op,maar dat stroomt er door deafvoer weer uit:lHet uitstroomeind van de afvoerslang bevindtzich op een te laag punt, ten opzichte van devloer waarop de machine staat. Raadpleeg hetbetreffende hoofdstuk. l De machine pompt niet af en/ofcentrifugeert niet:lAfvoerslang bekneld of geknikt geraakt. lProgramma met spoelstop gekozen. Waterwegpompen. lWasgoed niet goed verdeeld in de trommel. l Er ligt water op de vloer:lTeveel wasmiddel gebruikt.

lWasmiddel is ongeschikt omdat het teveelschuimt. Teveel schuim veroorzaakt lekkage. lEen van de toevoerslangwartels lekt. U zietnauwelijks dat er water langs de slang loopt;voelt u dus even of de slang nat is. lIs de wasmiddellade schoon. Ga, alvorens de Servicedienst in te schakelen, eerst even na of u de storing zelf kunt verhelpen. l De machine dreunt of is ergluidruchtig:lZijn alle transportbeveiligingen verwijderd. lLeunt de machine ergens tegenaan. lStaan alle stelvoeten stevig op de vloer. lWasgoed niet goed verdeeld in de trommel. l De deur kan niet geopendworden:lIs de machine in bedrijf. lIs de deur nog vergrendeld. lHet elektronische stabilisatie-controlesysteem isin werking getreden. Het wasgoed wordt, doordatde draairichting van de trommel gewijzigd wordt,losgemaakt, beter verdeeld en er wordt opnieuwmet centrifugeren begonnen.

Dit kan herhaaldelijkhet geval zijn, totdat de onbalans opgeheven isen het centrifugeren definitief afgewerkt kanworden. Indien het wasgoed na 10 minuten nietlosgemaakt is, wordt het niet gecentrifugeerd.

22lDe machine heeft een modern aandrijfsysteem,dat in vergelijking met oudere wasautomaten eenafwijkend geluid maakt. Het nieuweaandrijfsysteem maakt de trage aanloop bijcentrifugeren mogelijk. Hierdoor wordt destabiliteit verbeterd.lDe machine maakt eenongewoon geluid:lModerne wasmachines werken heel zuinig metlage waterniveaus.

Was- en spoelresultaat zijndesondanks uitstekend.lIn de trommel is geen water tezien:l Het wasresultaat is niet alsgewoonlijk:lMisschien hebt u te weinig of te veel wasmiddelgedoseerd.Onderdosering leidt tot vergrauwing van hetwasgoed en tot kalkaanslag in het toestel.Nauwkeuriger doseren!lHebt u bijzondere vlekken voorbehandeld?lHebt u het juiste programma en de juistetemperatuur gekozen?lIs de machine overbeladen?l Na beëindiging van hetprogramma zijn op het wasgoedwitte wasmiddelresten te zien:lHierbij gaat het meestal om onoplosbarebestanddelen van moderne wasmiddelen. Ze zijnniet het gevolg van een onvoldoende spoeleffect.Mogelijke oplossingen: uitborstelen ofuitschudden, evt.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Atlas w 2010 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden