ATAG Energion Nuos Plus 200 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van ATAG Energion Nuos Plus 200 (72 pagina’s), behorend tot de categorie Ketel & boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 103 mensen. Heb je een vraag over ATAG Energion Nuos Plus 200 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | ATAG |
| Categorie: | Ketel & boiler |
| Model: | Energion Nuos Plus 200 |
Foutcodes ATAG Energion Nuos Plus 200
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing | Pagina |
|---|---|---|---|
| 007 | NTC Condenser: Open or Short Circuit | Verify NTC Condenser proper functioning | 33 |
| 008 | NTC Discharge (Compressor Outlet): Open or Short Circuit | Verify NTC Discharge proper functioning | 33 |
| 009 | NTC Air: Open or Short Circuit | Verify NTC Air proper functioning | 33 |
| 010 | NTC Evap: Open or Short Circuit | Verify NTC Evap proper functioning | 33 |
| 012 | NTC Suction (Compressor Inlet): Open or Short Circuit | Verify NTC Suction proper functioning | 33 |
| 021 | Gas Leak | Verify compressor inlet sensor proper functioning. If error persists, recover residual gas; find leak in cooling circuit; repair it; make vacuum and recharge circuit with 1100g of refrigerant gas | 33 |
| 032 | Compressor Issue | Check power voltage on compressor connector. Turn off the appliance | 33 |
| 042 | Evaporator Obstructed | Check that the evaporator and the external unit casing is not obstructed | 33 |
| 044 | Fan Issue | Check power voltage on fan connector. Control the proper functioning of sensor at compressor inlet | 33 |
| 051 | High Pressure | Check pressure switch wiring. Verify gas quantity | 33 |
| 053 | Compressor Thermal Protector: KO | Check compressor connector | 33 |
| 081 | Electronic Expansion Valve Issue | Verify expansion valve cables. Verify NTC suction and NTC Evap correct functioning | 33 |
| 218 | Dome NTC sensor (hot water): Open or Short Circuit | Verify NTC sensor (hot water) proper functioning | 33 |
| 230 | Water Temperature Sensor (Heating Element Zone): Open or Short Circuit | Check the correct assembly of sensor wiring on related mainboard connector. Verify sensor proper functioning | 33 |
| 231 | Water Temperature sensor (Heating Element Zone): safety intervention (1st level) | Verify sensor proper functioning | 33 |
| 232 | Water Temperature sensor (Heating Element Zone): safety intervention (2nd level) | Verify sensor proper functioning | 33 |
| 233 | Relay blocked | Reset the appliance by pressing the ON/OFF button twice. If the error persists, replace the motherboard | 33 |
| 241 | Impressed Current Anode: Open Circuit | Check the presence of water inside the product. If the error persists, verify the anode proper functioning. Check the correct assembly of anode wiring on related mainboard connector. If the error persists, replace mainboard | 33 |
| 314 | ON / OFF repeated | Wait 15 minutes before unlocking the product with ON/OFF button | 34 |
| 321 | Corrupted data | Reset the product by pressing the ON / OFF button twice. If the error persists, replace the motherboard | 34 |
| 331 | Missing communication between Main Board and HMI | Reset the product by pushing the ON/OFF button twice. If the error persists, replace the mainboard-display communication wiring | 34 |
| 332 | Mainboard – WiFi board missing communication | Check cables between motherboard and HMI. If the error persists, replace the HMI module. If WiFi not present: Enter to the Installer Menu and set P31 OFF. If the error occurs again, replace the Main Board | 34 |
| 333 | Mainboard – WiFi board missing communication | Check cables between motherboard and HMI. If the error persists, replace the HMI module. If WiFi not present: Enter to the Installer Menu and set P31 OFF. If the error occurs again, replace the Main Board | 34 |
| 334 | Missing Communication between Inverter and main board | Check the communication cable and the related motherboard and TDC cables. If the error persists, replace the TDC | 34 |
| 335 | Safety board communication failure | Reset the product by pressing the ON / OFF button twice. If the error persists, replace the motherboard | 34 |
| 336 | Touch screen not working | Reset the product by pressing the ON / OFF button twice. If the error persists, replace the HMI | 34 |
| 337 | Cascade master missing | Check that at least one of the products in the cascade is set as Master, otherwise set one | 34 |
Alle foutcodes ATAG Ketel & boiler 53 / NL ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES1. Lees de instructies en waarschuwingen in deze handleiding aandachtig: zij geven u be-langrijke aanwijzingen voor een veilige instal-latie en een veilig gebruik en onderhoud. Deze handleiding maakt integraal en wezen-lijk deel uit van het product. De handeling moet altijd bij het toestel blijven, ook wan-neer het toestel aan een andere eigenaar of gebruiker wordt doorgegeven en/of naar een andere installatie wordt overgebracht2. De Fabrikant wordt niet verantwoordelijk ge-acht voor eventuele schade aan personen, dieren en voorwerpen voortvloeiend uit onei-genlijk, verkeerd en onredelijk gebruik of ten gevolge van het niet naleven van de instructies in deze handleiding. 3. Het installeren en het onderhoud van het toe-stel moeten door professioneel gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd volgens de aan-wijzingen in de betreende paragrafen. Ge-bruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Wanneer bovenstaande voorschriften niet wor-den nageleefd, kan dit de veiligheid in gevaar brengen en alle verantwoordelijkheid vervaltvan de Fabrikant. 4. Verpakkingsmateriaal (nietjes, plastic zakjes, piepschuim, enz. ) mag niet binnen bereik van kinderen worden gelaten omdat dit een bron van gevaar kan zijn. 5. Het toestel mag door kinderen vanaf 8 jaar en door mensen met beperkte lichamelijk en zintuiglijke of geestelijke capaciteiten, of zon-der ervaring of de nodige kennis, worden ge-bruikt, mits zij onder toezicht staan, of nadat zij instructies hebben gekregen betreende een veilig gebruik van het toestel en de geva-ren inherent aan dit gebruik ten volle hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het toe-stel spelen. De reiniging en het onderhoud, bedoeld om door de gebruiker te worden uit-gevoerd, mag niet door kinderen worden uit-gevoerd als zij niet onder toezicht staan6. Het is verboden om het toestel op blote voe-ten of met natte lichaamsdelen aan te raken. 7. Vooraleer het toestel te gebruiken en na een interventie voor gewoon of buitengewoon on-derhoud, is het aanbevolen om de tank van het toestel met water te vullen en daarna volledig leeg wegspoelen. 8. Als het toestel met een elektrische voedings-kabel is uitgerust, dient u zich tot een erkend assistentiecentrum of tot professioneel gekwa-lificeerd personeel te wenden indien deze ka-bel moet worden vervangen. 9. Het is verplicht om een inlaatcombinatie op de waterinlaatleiding aan te schroeven, die con-form is met de nationale normen. In landen waar de norm EN 1487 van kracht is, moet de maximale druk van de veiligheidsgroep 7 bar-bedragen. Bovendien moet de groep minstens een afsluitkraan, een terugslagklep, een over-drukbeveiliging en een voorziening voor on-derbreking van de hydraulische belasting be-vatten. 10. Er mag niet met de beveiliging tegen overdruk (klep of inlaatcombinatie) worden geknoeid en u moet deze beveiliging regelmatig laten wer-ken om te controleren of die niet geblokkeerd is en om eventuele kalkaanslag te verwijderen. 11. Druppelverlies uit de beveiliging tegen over-druk is tijdens de fase waarin het wa-normaal ter wordt opgewarmd. Om deze reden is het noodzakelijk om de afvoer aan te sluiten, die evenwel open moet worden gelaten, met een drainagebuis die continu schuin naar beneden moet aflopen en ijsvrij is. 12. Het is absoluut noodzakelijk om het toestel leeg te maken en van het elektriciteitsnet los te koppelen indien het gedurende lange tijd on-gebruikt in een ruimte blijft waar vorst optreedt. 13. Warm water dat met een temperatuur van meer dan 50° C uit de kranen stroomt, kan onmid-dellijk ernstige brandwonden veroorzaken. Kinderen, mensen met een handicap en be-jaarden zijn meer aan dit risico blootgesteld. Het is daarom aanbevolen om een thermo-statische mengkraan te gebruiken, die u moet aanschroeven op de leiding waar het water uit het toestel komt. Deze leiding is met een rode kraag gemarkeerd. 14. Er mogen geen ontvlambare elementen in con-tact met het toestel en/of in de buurt ervan aan-wezig zijn. 15. Vermijd om onder het toestel te gaan staan en om er voorwerpen te plaatsen die schade kun-nen oplopen in geval er bijvoorbeeld water uit het toestel lekt. 16. De boiler wordt geleverd met een hoeveelheid koelvloeistof R134a of R513a die voldoende is voor de werking ervan. Deze koelvloeistof beschadigt de ozonlaag in de atmosfeer niet, hij is niet ontvlambaar en kan geen explosies veroorzaken. De installatie, het onderhoud en de ingrepen op het koelcircuit moeten echter uitsluitend worden uitgevoerd door gespecia-liseerde vaklui die beschikken over de juiste uitrusting. 54 / NL VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENLegenda van de symbolen: Niet-naleving van deze waarschuwing leidt tot risico op lichamelijk letsel, dat in bepaalde omstandighe-den zelfs dodelijk kan zijn. Niet-naleving van deze waarschuwing kan leiden tot ernstige schade aan eigendommen, planten of dieren. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit verkeerd gebruik van het product of niet-naleving van de vermelde installatie-instructies. Installeer het apparaat op een stevige ondergrond die niet aan trillingen onderhevig is. Geluidshinder tijdens de werking. Wanneer u gaten in de muur boort voor de instal-latie, moet u ervoor zorgen dat u geen elektrische bedrading of bestaande buizen beschadigt. Elektrische schokken door het aanraken van stroom-voerende kabels. Beschadiging aan bestaande installaties. Overstroming door water dat uit beschadigde bui-zen lekt. Realiseer alle elektrische aanslui- tingen met be-hulp van draden met een aangepaste diameter. De elektrische aansluiting van het product moet uitgevoerd worden in overeenstemming met de instructies in de desbe- treende paragraaf. Brand als gevolg van oververhitting door elektrische stroom die door te kleine kabels stroomt. Bescherm alle verbindingsbuizen en draden om schade te vermijden. che schokken door het aanraken van stroomvoe-rende kabels. Overstroming door water dat uit beschadigde bui-zen lekt. Controleer of het vertrek waar men de installatie uitvoert en het net waar men het apparaat op aan-sluit aan alle voorschriften voldoen. Elektrische schokken door aanraken van niet goed geïnstalleerde geleiders, die onder spanning staan. Beschadiging van het apparaat door verkeerde be-drijfsomstandigheden. Zorg ervoor dat de plaats van installatie en even-tuele systemen waarmee het toestel moet worden verbonden, conform zijn met de geldende normen. Elektrische schokken door het aanraken van stroom-voerende kabels die niet correct gelegd zijn. Schade aan het toestel door onaangepaste ge-bruiksomstandigheden. Gebruik de juiste handwerktuigen en uitrusting (zorg er vooral voor dat het gereedschap niet ver-sleten is en dat de handgreep goed bevestigd is); gebruik ze correct en laat ze niet naar beneden vallen. Vervang ze na gebruik. Lichamelijk letsel door vallende splinters of brok-stukken, inademing van stof, schokken, snij-, steek- en schaafwonden. Schade aan het apparaat of de omliggende voorwer-pen door vallende splinters, stoten en insnijdingen. Controleer dat verplaatsbare trappen op de juiste manier neer worden gezet, dat ze van degelijke kwaliteit zijn, dat de treden heel zijn en niet glad, dat niemand er tegenaan kan lopen of rijden ter-wijl er iemand op staat. Laat eventueel iemand dit controleren. Persoonlijk letsel door vallen of door beklemming (bij een vouwtrap). Zorg ervoor dat de werkplaats gezonde condities biedt voor wat betreft verlichting, ventilatie en stevigheid. Persoonlijk letsel door stoten, struikelen, enz. Gebruik geschikt materiaal voor de bescherming van het apparaat en de omgeving rond de werk-plek. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden. Behandel het apparaat met de juiste bescher-mingsmaatregelen en voorzichtigheid. Beschadiging van het apparaat zelf of nabije voor-werpen door stoten, klemmen en snijden. Organiseer de verplaatsingen van materiaal en ge-reedschappen zodanig dat dit op een veilige ma-nier kan gebeuren. Voorkom dat materiaal wordt opgestapeld en kan vallen of schuiven. Beschadiging van het apparaat zelf of nabije voor-werpen door stoten, klemmen en snijden. Heractiveer alle veiligheidsvoorzieningen en con-troles die u gedurende een ingreep op het ap-paraat heeft moeten uitschakelen en controleer, voordat u het apparaat weer inschakelt, dat deze voorzieningen weer werken. Beschadiging of blokkering van het apparaat door ongecontroleerde werking. Leeg de onderdelen die warm tapwater kunnen bevatten door eventuele ontluchtingsgaten te ac-tiveren voordat u ze aanraakt. Persoonlijk letsel door brandwonden. Ontkalk onderdelen waar kalk op is afgezet vol-gens de specificaties in de veiligheidskaart van het gebruikte product. Het vertrek moet geventi-leerd zijn, u moet beschermende kleding dragen, geen verschillende producten mengen en het ap-paraat en omliggende voorwerpen beschermen. Persoonlijk letsel door contact van huid of ogen met zuurhoudende substanties, inademen of inslikken van schadelijke chemische stoen. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen vanwege corrosie door zuurhoudende stoen. Let op dat de dielektrische koppeling juist toege-past wordt. Hierbij is met name van belang dat het minimale (15 Nm) en maximale 25 Nm) aanhaalmoment aan-gehouden wordt voor de optimale werking van de koppeling. 55 / NL Voorschriften en technische normenDe installatie is voor rekening van de koper en moet worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel, overeen-komstig de geldende nationale installatienormen en eventuele voorschriften van de lokale autoriteiten en van instellingen voor de volksgezondheid, volgens de specifieke aanwijzingen die de fabrikant in de huidige handleiding beschrijft. De fabrikant is ver-antwoordelijk voor de conformiteit van het product aan de richtlijnen, wetten en constructienormen die het product aan-gaan en die gelden op het moment dat het product voor de eerste keer op de markt wordt gebracht. De kennis en het naleven van de wets-bepalingen en de technische normen betreende het ontwerp van de installaties, de plaatsing, de werking en het onderhoud zijn een exclusieve taak van de ontwerper, de installateur en de gebruiker, ieder voor hun specifieke taken. De verwijzingen naar wetten, normen of technische regels wor-den in de huidige handleiding puur ter informatie geciteerd. Het in werking treden van nieuwe bepalingen of wijzigingen op de gel-dende normen verplicht de fabrikant op geen enkele wijze t. o. v. derden. U dient zich ervan te verzekeren dat het elektriciteitsnet waarop het apparaat wordt aangesloten conform is aan de norm EN 50160 (indien dit niet het geval is, vervalt de garantie). Voor Frankrijk: controleer of de installatie conform is aan de norm NFC 15- 100. Bij het aanbrengen van onprofessionele wijzigingen aan de producten en/of aanhorige onderdelen vervalt de garantie. ToepassingDit apparaat dient voor het verwarmen van tapwater, dus tot een temperatuur die lager is dan het kookpunt, in een huiselijke of soortgelijke omgeving. Het apparaat moet een hydraulische aan-sluiting hebben op een tapwaternet en een elektrische voeding. Het kan toevoer- en afvoerleidingen hebben voor de in- en uit-gang van de gebruikte lucht. Het is verboden om het apparaat voor andere doeleinden te gebruiken dan hetgeen wordt beschreven in deze handleiding. Elk ander oneigenlijk gebruik is niet toegestaan. Het is in het bij-zonder verboden het apparaat te gebruiken in industriële instal-laties en/of het apparaat te installeren in een corrosieve of ex-plosieve omgeving. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die voortkomt uit een foute instal-latie, oneigenlijk gebruik, irrationeel gedrag en van een niet com-plete of onnauwkeurige toepassing van de aanwijzingen in deze handleiding. WerkingsprincipeDe eciëntie van een cyclus met een warmtepompboiler wordt gemeten met behulp van een performance coëciënt COP, die het verband uitdrukt tussen de energie die door het ap-paraat wordt geleverd (in dit geval de warmte die wordt afgege-ven aan het water dat moet worden verwarmd) en de verbruikte elektrische energie (van de compressor en van de hulpapparaten van het product). De COP varieert naar gelang het type warm-tepomp en de omstandigheden waar de werking betrekking op heeft. Bv. , een COP waarde van 3 geeft aan dat voor iedere 1 kWh ver-bruikte elektrische energie de warmtepomp 3 kWh warmte af zal geven aan het te verwarmen element, waarvan 2 kWh worden onttrokken aan de gratis bron. Verpakking en bijgeleverde accessoiresHet apparaat is bevestigd op een houten pallet en wordt beschermd door elementen van piepschuim, hoekstukken van hout en karton aan de buitenkant. ProductcertificeringenDe CE markering op het apparaat garandeert de conformiteit aan de volgende EU Richtlijnen, aan wiens fundamentele vereisten het voldoet:- 2014/35/EU inzake de elektrische veiligheid LVD (EN/IEC 60335-1; EN/IEC 60335-2-21; EN/IEC 60335-2-40); - 2014/30/EU inzake de elektromagnetische compatibiliteit EMC (EN 55014-1; EN 55014-2; EN 61000-3-2; EN 61000-3-3); - RoHS3 (2015/863) betreende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoen in elektrische en elektronische apparatuur (EN 50581). - Verordening (UE) n. 814/2013 inzake het ecologisch ontwerp (n. 2014/C 207/03 - transitional methods of measurement and calculation))De controle van de prestaties wordt uitgevoerd in navolging van de volgende technische normen: - EN 16147; - CAHIER DE CHARGE_103-15/C_2018 Chaue-eau Thermody-namiques pour la marque NF électricité performance;Dit product is conform:- REACH verordening 1907/2006/EC;- Verordening (UE) n. 812/2013 (labelling)- (Italiaans) Ministerieel Besluit 174 van 06/04/2004 voor de ten-uitvoerlegging van de Europese richtlijn 98/83 inzake de kwa-liteit van drinkwater. - Richtlijn betreende radio-apparatuur (RED): ETSI 301489-1, ETSI 301489-17. Identificatie van het apparaatDe voornaamste informatie voor de identificatie van het apparaat staat op het typeplaatje dat op de mantel van de boiler is beves-tigd. 56 / NL BESCHRIJVING VAN HET PRODUCTDe vloerstaande boiler bestaat uit een bovendeel met de warmtepompgroep en een onderste deel met het opslagreservoir. In het voorste gedeelte bevindt zich het bedieningspaneel, voorzien van een display.AfmetingenAIngangsleiding ¾” koud tapwaterBUitgangsleiding ¾” warm tapwaterCAansluiting condensafvoerDIngangsleiding ¾” hulpcircuit (alleen SYS- en TWIN SYS-versie)EUitgangsleiding ¾” hulpcircuit (alleen SYS- en TWIN SYS-versie)FSchacht voor bovenste sensor (S3) (alleen SYS- en TWIN SYS-versie)GIngangsleiding ¾” hulpcircuit (alleen TWIN SYS-versie)HUitgangsleiding ¾” hulpcircuit (alleen TWIN SYS-versie)ISchacht voor bovenste sensor (S4) (alleen TWIN SYS-versie)LLeiding ¾” voor recirculatiecircuit (alleen SYS- en TWIN SYS-versie)MSchacht voor onderste sensor (S2) (alleen SYS- en TWIN SYS-versie)NDisplayOTiptoetsenMODE M EN USET376 550 (200L) - 810 (250L)1737 (200L) - 1997 (250L)1220 (200L) - 1480 (250L)371 2909801074 113204680650600371OUT IN OUT INAAMFFBBLGHLIIDCEON1213141516119876543211017181Ventilator2Heetgasklep3Veiligheidspressostaat4Elektronische smoorklep5NTC-sonde ingangstemperatuur verdamper6Elektronicakast7Lage NTC-sensor (zone verwarmingselement)8Elektrisch element9Actieve anode10 Hoge NTC-sensor (warm water)11 Compressor12 Afvoerbuis condenswater13 Zij-aansluitingen14 Lagedrukaansluiting15 NTC-sensor luchttemperatuur16 NTC-sensor aanzuigtemperatuur compressor17 Verdamperfilter18 VerdamperBouwkundige eigenschappen watertemperatuur met elektrisch element°C 75Maximum opgenomen stroomA 11,48ELEKTRISCHE VOEDINGSpanning / Maximum opgenomen vermogenV / W Raadpleeg het typeplaatje van het productFrequentieHz 50BeschermingsgraadIPX4LUCHTZIJDEStandaard luchtaanvoer (modulerende automatische regeling)m³/h 650Beschikbare statische drukPa 230Minimum inhoud van het vertrek waar de installatie wordt uitgevoerd (D)m³ 30Minimum hoogte plafond van het vertrek waar de installatie wordt uitgevoerd (D)m 1,940 2,200 2,200 2,200Min. temperatuur vertrek waar installatie wordt uitgevoerd°C 1Max. temperatuur vertrek waar installatie wordt uitgevoerd°C 42Minimum temperatuur lucht (NB bij 90% RV) (E)°C -10Maximum temperatuur lucht (NB bij 90% RV) (E)°C 42Verdere energiegegevens staan vermeld in het productinformatieblad (Bijlage A) dat onlosmakelijk bij dit boekje hoort. Producten zonder etiket en bijhorende fiche voor waterverwarmergroepen en systemen met zonnepanelen, voorzien door de verordening 812/2013, zijn niet bestemd voor de uitvoering van dergelijke installaties. (A) Waarden verkregen bij een externe luchttemperatuur van 7°C en een relatieve luchtvochtigheidsgraad van 87%. Temperatuur van water bij ingang 10°C en ingestelde temperatuur van 55°C (volgens de voorschriften van de normen EN 16147 en CDC 103-15/C-2018). Gekanaliseerd product Ø200 mm. (B) Waarden verkregen bij een externe luchttemperatuur van 7°C en een relatieve luchtvochtigheidsgraad van 87%. Temperatuur van water bij ingang 10°C en ingestelde temperatuur van 55°C (volgens de voorschriften van de normen 2014/C 207/03 - transitional methods of measurement and calculation). Gekanaliseerd product Ø200 mm. (C) Waarden verkregen uit het gemiddelde van de resultaten van drie tests, uitgevoerd volgens de voorschriften van de norm EN 12102-2. Gekanaliseerd product Ø200 mm. (D) Deze waarde garandeert de juiste werking en gemakkelijk onderhoud, in het geval het product niet gekanaliseerd is. 59 / NL INSTALLATIE VAN HET PRODUCT OPGELET. De installatie en de eerste inbedrijfstelling van de ketel moe-ten door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, in over-eenkomst met de geldige nationale normen voor instal-latie en eventuele voorschriften van de lokale autoriteiten en van overheidsinstellingen voor de volksgezondheid. De installateur moet de instructies in deze handleiding nauw-keurig in acht nemen. De installateur moet aan het einde van de werkzaamheden de gebruiker nauwkeurige instructies ge-ven betreende het gebruik van de boiler en betreende de correcte uitvoering van de voornaamste handelingen. Transport en behandelingControleer bij het afleveren van het apparaat of het tijdens het transport geen zichtbare schade heeft ondervonden, zowel op de verpakking als op het product zelf. In het geval u schade waar-neemt dient u direct een klacht in te dienen bij het transportbedrijf. OPGELET. Het is van fundamenteel belang dat u het apparaat in verticale posi-tie verplaatst en opbergt. Een horizontaal transport is alleen toegestaan voor zeer korte tra-jecten en alleen als het apparaat op de achterzijde ligt, zoals aan-gegeven. In dit geval dient u minstens 3 uur te wachten voor u het apparaat inschakelt, mits het opnieuw verticaal staat en/of is geïn-stalleerd. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat de smeerolie in het koelcircuit goed wordt verdeeld en om te vermijden dat de com-pressor schade lijdt. Het ingepakte apparaat kan met de hand worden verplaatst of met een vorkheftruck. Zorg ervoor bovenstaande aanwijzingen op te volgen. We raden u aan het apparaat in zijn originele verpakking te laten totdat het op de gewenste plek wordt geïnstalleerd, in het bijzonder wanneer het een bouwterrein betreft. «Voor het eventuele bewegen of vervoeren van het apparaat na de eer-ste installatie, dient u dezelfde raadgevingen op te volgen betreende de toegestane helling. U dient zich er bovendien van te verzekeren dat het water in het reservoir volledig is verwijderd. Bij afwezigheid van de originele verpakking dient u voor een evenwaardige bescherming van het apparaat te zorgen om schade te vermijden waarvoor de fabrikant niet verantwoordelijk»Plaatsing apparaata) het vertrek waar men de boiler zonder luchtafvoerbuis wenst te gaan gebruiken moet een volume van niet minder dan 30 m³ hebben, met voldoende luchtverversing. Vermijd het apparaat te gebruiken in vertrekken waar ijsvorming kan plaatsvinden. Installeer het appa-raat niet in een vertrek waar een ander apparaat staat dat lucht ver-bruikt tijdens de werking (bv. gasketel met open systeem, gasboiler met open systeem, enz. ) behoudens afwijkende lokale normen. De fabrikant garandeert de prestaties en de veiligheid van het product niet wanneer het buitenshuis wordt geïnstalleerd. b) Het is noodzakelijk vanaf het punt van plaatsing de buitenkant van het gebouw te kunnen bereiken met een luchttoevoer- of luchtafvoerka-naal, mits het gebruik hiervan is voorzien. De plaatsing van de koppe-lingen voor de toe- en afvoerkanalen zijn aan de bovenzijde van het apparaat geplaatst. c) Controleer of het vertrek waar men de installatie uitvoert en het elek-trische net en het waternet waar men het apparaat op aansluit aan alle geldende voorschriften voldoen. d) Er moet op de gekozen installatieplek een elektrische voedingsbron aanwezig zijn, eenfase 220-240 Volt ~ 50 Hz. Als die bron niet aan-wezig is moet hij kunnen worden aangemaakt. e) Het moet mogelijk zijn om op het gekozen punt vanaf de speciale aansluiting aan de zijkant van het apparaat met een geschikte sifon een condensafvoer te creëren;f) Op de gekozen installatieplek moet het mogelijk zijn om de voorge-schreven minimale afstanden aan te houden;g) De installatie van de kanalen dient onderhoud op de verdamperfilter mogelijk te maken; h) De ondergrond moet zodanig vlak zijn dat de het apparaat volledig verticaal staat;i) de gekozen installatieplek moet conform zijn aan de IP graad (bescherming tegen het binnendringen van vloeistoen) van het apparaat, volgens de geldende normen. j) het apparaat mag niet rechtstreeks worden blootgesteld aan zonne-stralen, ook niet bij aanwezigheid van ramen. k) het apparaat mag niet blootgesteld worden aan agressieve stoen zoals zure damp, stoen of verzadigd gas. l) het apparaat mag niet direct op elektrische leidingen worden geïn-stalleerd die niet zijn beschermd tegen spanningsschommelingen. m) het apparaat moet zo dicht mogelijk bij de gebruikspunten worden geïnstalleerd om zo warmtedispersie via de buizen tegen te gaan. n) de lucht die door het apparaat wordt aangezogen moet vrij zijn van stof, zuurdampen en oplosmiddelen. Zorg voor voldoende ruimte rond het apparaat om een goede toegan-kelijkheid te garanderen en onderhoudswerkzaamheden te vergemak-kelijken. Zorg voor een minimale afstand van 50 cm aan beide kanten van het apparaat en voor een minimale hoogte van het plafond van ca. 20 cm voor werking zonder luchtkanalen en 23 bij werking met luchtkanalen. V > 30m3200min. 500min. 500min. 60 / NL AANSLUITING LUCHTOPGELET. Een niet passend type van luchtkanalisering heeft invloed op de prestatie van het product en verlengt de opwarmtijd significant. Houd er rekening mee dat het gebruik van lucht uit verwarmde vertrekken de verwarmingsprestaties van het gebouw zouden kun-nen benadelen. Het apparaat heeft aan de bovenzijde een luchttoe-voeropening en twee openingen voor de afvoer van de lucht. Het is belangrijk dat de luchtinlaat- en uitlaatroosters niet worden verwijderd, stuk gaan of op welke manier dan ook worden gemani-puleerd ( ). Fig. ADe temperatuur van de uitgaande lucht van het product kan tempera-turen bereiken van 5-10°C minder dan de binnenkomende lucht. Als deze niet gekanaliseerd wordt kan de temperatuur van het vertrek aanzienlijk dalen. Als de lucht die door de warmtepomp wordt bewerkt naar buiten toe wordt afgevoerd of vanuit buiten naar binnen wordt aangezogen (of vanuit een ander vertrek), moeten er geschikte kanalen worden gebruikt voor de luchtdoorvoer. BELANGRIJK: om condensvorming te voorkomen wordt geadvi-seerd om geïsoleerde leidingen te gebruiken. Controleer of de kanalen goed zijn aangesloten en bevestigd op het apparaat, om te voorkomen dat ze per ongeluk plotseling losschie-ten of lawaai maken. Installeer de kanaliseringen in overeenstem-ming met alle hoogtes, zoals weergegeven in ( ). Zorg voor een Fig. Bminimale afstand tussen het product en de kanaliseringen om het verdamperfilter te kunnen verwijderen. LET OP: gebruik geen externe roosters die hoge belastingsverlie-zen met zich meebrengen, zoals bijvoorbeeld insectenroosters. De gebruikte roosters moeten een goede luchtdoorgang toestaan; de af-stand tussen de luchtingang en -uitgang mag niet kleiner zijn dan 37 cm. Be-scherm de externe kanaliseringen tegen wind. Het uitstoten van lucht op een schoorsteen is alleen toegestaan als er voldoende trek is, bovendien is peri-odiek onderhoud van de schoorsteen en bijbehorende accessoires verplicht. 61 / NL HYDRAULISCHE AANSLUITINGVooraleer het toestel te gebruiken, moet u de tank van het toestel met water vullen en daarna volledig leeg laten lopen zodat eventueel achtergebleven onzuiverheden wegspoelen. Vooraleer het toestel te gebruiken, moet u de tank van het toestel met water vullen en daarna volledig leeg laten lopen zodat eventueel achtergebleven onzuiverheden wegspoelen. Sluit zowel de in- als de uitgang van de boiler aan d. m. v. buizen of verbindingsstukken die zowel bestand zijn tegen de bedrijfsdruk als tegen de temperatuur van het warme water dat de 75°C / 7 bar kan bereiken. We raden u daarom aan materialen te gebruiken die tegen die temperaturen bestand zijn. Voor u de aansluiting uitvoert, moet u het diëlektrische verbindingselement (bij het pro-duct geleverd) aan de warmwater toevoerbuis bevestigen. Het is verplicht om de diëlektrische verbindingsstukken met pakkingen te gebruiken (die bij het product geleverd zijn) op de uitgangsleiding van het warme water, alvorens de verbinding tot stand te brengen. Het toestel mag niet werken met water waarvan de hardheid lager is dan 12°F, of met water met zeer grote waterhardheid (meer dan 25°F), in dit geval is het aanbevolen om een waterverzachter te gebruiken die correct gekali-breerd en gecontroleerd is, zodat de resterende waterhardheid onder 15°F daalt. Op de waterinlaatleiding van het toestel, gemarkeerd met een blauwe kraag, sluit u een T-koppeling aan. Op deze koppeling schroeft u aan de ene kant een kraan om de waterverwarmer leeg te laten lopen, die enkel kan worden bediend met behulp van een gereedschap, en aan de andere kant een beveiliging tegen overdruk. Het is de taak van de gekwalificeerde installateur, belast met het installeren van het product, om te beoordelen of de te gebruiken beveiliging geschikt is volgens de geldende voorschriften. De codes voor deze accessoires zijn:Hydraulische veiligheidsgroep 1/2” Cod. 877084(voor producten met toevoerleidingen met een diameter 1/2”)Hydraulische veiligheidsgroep 3/4” Cod. 877085(voor producten met toevoerleidingen met een diameter3/4”)Sifon 1 Cod. 877086Het is verboden om afsluiters (kleppen, kranen, enz. ) tus-sen de beveiliging en de waterverwarmer te plaatsen. De afvoer van het systeem moet verbonden worden aan een afvoerbuis met een diameter die niet minder is dan die van de aansluiting aan het apparaat (3/4”), door middel van een sifon die een beluchtingsopening van minstens 20 mm mogelijk maakt en die een visuele controle toestaat. Sluit de ingang van het mechanisme ter voorkoming van de overdruk m. b. v. een flexi-bele buis aan op de koudwaterkraan. Indien noodzakelijk kunt u een afsluitkraan gebruiken. Indien de leegloopkraan wordt opengedraaid dient u bovendien te zorgen voor een afvoerbuis die aan de uitgang wordt verbonden. Als u het mechanisme tegen de overdruk vastschroeft moet u deze op het einde niet forceren en er niet aan sleutelen. Een licht druppelen van het mechanisme tegen de overdruk is normaal in de verwarmingsfase, daarom raden wij u aan de afvoer aan te sluiten (deze moet altijd in verbinding staan met de atmosfeer) op een draineerbuis die in een doorlopende helling naar beneden is geïnstalleerd, in een omgeving vrij van ijs. Op dezelfde buis is het bovendien wenselijk een condensdrainage aan te sluiten d. m. v. de speciale koppeling aan de onderzijde van de boiler. Mocht de waterdruk dichtbij de ijkingwaarden van de klep liggen, dan moet een drukverlager worden aan-gebracht, zo ver mogelijk van het apparaat. Bij de modellen SYS en TWIN SYS is het mengventiel verplicht. In de versies SYS en TWIN SYS is een ¾”G-aansluiting aanwezig voor re-circulatie van de hydraulische installatie (indien aanwezig). In de SYS-versie zijn twee ¾”G-aansluitingen aanwezig, boven (ingang) en onder (uitgang) de spiraal, waarop een hulpbron kan worden aangesloten. In de TWIN SYS-ver-sie zijn twee spiralen aanwezig waarop twee verschillende hulpgeneratoren kunnen worden aangesloten. Bij de TWIN SYS-versie wordt aanbevolen een eventueel zonne-energiesys-teem te verbinden met de onderste spiraal, en de andere warmtegenerator met de bovenste. OPGELET. Spoel de leidingen van de installatie grondig door, zodat even-tuele resten van gesneden schroefdraden, soldeerwerk of ander vuil, die de normale werking van het apparaat kunnen verhinderen, verwijderd worden. ANTILEGIONELLAFUNCTIELegionella is een soort bacterie in de vorm van een staa e, die on alle bronwater op natuurlijke wijze aanwezig is. De “legionairsziekte” bestaat uit een bepaalde vorm van longontsteking, veroorzaakt door het inademen van waterdamp die deze bacterie bevat. In deze optiek is het noodzakelijk om te vermijden dat het water lange tijd in de waterverwarmer stagneert; dit betekent dat de waterverwarmer minstens elke week moet worden gebruikt of leeggemaakt. De Europese norm CEN/TR 16355 levert aanwijzingen watde goede praktijken betreft die men moet toepassen om de proliferatie van legionella in drinkbaar water te voorkomen. Wanneer er lokale normen bes-taan die andere beperkingen opleggen wat het thema legionella betreft, dan moeten die eveneens worden toegepast. Deze opslagboiler wordt verkocht met een thermische desinfectiecyclus die standaard uitgeschakeld is. Telkens wanneer het product wordt ingescha-keld en om de 30 `dagen wordt de thermische desinfectiecyclus uitgevoerd om de boiler te verwarmen tot 60°C. Aandacht: de temperatuur van het water in de tank kan onmiddellijk ernstige brandwonden veroorzaken. Kinderen, mensen met een han-dicap en bejaarden zijn het meest aan dit risico voor brandwonden blootgesteld. Controleer de temperatuur van het water vooraleer een bad of een douche te nemen. S3MAX 75°CS4MAX 75°CS2MAX 75°CSYS / TWIN SYS25 N m MAX(2. 5 kg m)1 2 1 2 1 2A B CINOUT12ABC12BCLET OP. (alleen voor de versie SYS en TWIN SYS)Verzeker u ervan dat de temperatuur die gedetecteerd wordt door de sensoren S2, S3 en S4 van de besturingseenheid van de hulp-bron, in de boiler, niet hoger wordt dan 75°C. 62 / NL ELEKTRISCHE AANSLUITING WAARSCHUWING:Voordat u toegang tot terminals, moeten alle voedingsstroomkringen worden losgekoppeld. Het apparaat wordt geleverd met een voedingskabel (wanneer deze vervangen moet worden, dient men een originele vervangingskabel te gebruiken die door de fabrikant wordt geleverd). Het is noodzakelijk een controle uit te voeren van de elektrische in-stallatie en de conformiteit te toetsen aan de geldende normen. Con-troleer of de installatie geschikt is voor het maximaal opgenomen ver-mogen van de boiler (kijk op het typeplaatje), zowel voor wat betreft de doorsnede van de kabels als voor wat betreft hun conformiteit aan de geldende normen. Meervoudige stekkers, verlengsnoeren of adapters zijn verboden. Het is verboden om de leidingen van het hydraulische systeem, het verwar-mingssysteem en het gas te gebruiken voor de aardaansluiting van het apparaat. Vóór de inbedrijfstelling moet u controleren of de netspanning overeen-komt met de waarde op het typeplaatje van de apparaten. De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele schade veroorzaakt door afwezigheid van een aardaansluiting of vanwege problemen in de elektriciteitstoe-voer. Voor het van het net uitschakelen van het apparaat gebruikt u een tweepolige schakelaar die voldoet aan de geldende normen CEI-EN (min. afstand tussen de contactpunten 3 mm, beter indien voorzien van zekeringen). Het apparaat moet voldoen aan de Europese en nationale normen, en moet worden beschermd door een 30mA aardlekschake-laar. Op de hoofdprintplaat van het apparaat zit een aardingscontact, dat uitsluitend functionele doelen heeft en niet bedoeld is voor beveiliging. Om toegang te krijgen tot de aansluitkaart op de achterkant rechts van het product, maakt u het betreende deksel open en voert u de aanslui-tingen uit volgens de gekozen configuratie:PERMANENTE ELEKTRISCHE AANSLUITING (24h/24h) Als u niet beschikt over een elektrisch tarief met dal- en piekuren ge-bruikt u deze configuratie. De boiler zal altijd op het elektrische net zijn aangesloten, waardoor het 24 uur per dag zal werken. NLNSG1SG2AUXAELEKTRISCHE AANSLUITING MET DAL- EN PIEKTARIEF EN HC-HP SIGNAAL (24h/24h)Dit heeft dezelfde economische voordelen als de configuratie met dal- en piekuren. Het is bovendien mogelijk een directe verwarming te heb-ben m. b. v. de BOOST-modus die de verwarming ook activeert tijdens het HPtarief. 1) Sluit een tweepolige kabel aan op de speciale signaalcontacten op de meter. 2) Sluit de tweepolige signaalkabel ( ) aan op de EDF-connector “B SIG1” die zich in de schakeldoos rechts van het product bevindt (doorboor de rubbertjes om een doorsnede te krijgen die geschikt is voor door-voer van de kabel). het EDF-signaal heeft een spanning van 230V. LET OP:3) Activeer de HC-HP-functie door middel van parameter P1 van het in-stallatiemenu. SG1SG2AUXNEDFNBNLHULPVERBINDINGENAls er een FV-systeem moet worden verbonden of een SG-signaal be-schikbaar is, is het mogelijk een tweepolige kabel vanaf de inverter of de kabel van het SG-signaal (de ene of de andere) te verbinden met de schakelkast op de rechterkant van het product (bevestig de kabel in de hiervoor bestemde kabeldoorgang). Verbind de genoemde kabel ( ) met de connector met het opschrift C“SIG2” en activeer de functie PV (P11) of SG (P13) via het installatiemenu. Let op: signaal 230 V. Alleen voor de modellen SYS of TWIN SYS, in het geval er een hulp-warmtegenerator is (bv. ketel) en de aanvulling die wordt geleverd door het verwarmingselement ervan moet worden vervangen, is het mogelijk een tweepolige kabel ( ) te verbinden tussen de warmtegenerator (in-Ddien hiervoor geschikt) en de elektronicakast op de rechterkant van het product (bevestig de kabel in de hiervoor bestemde kabeldoorgang). Verbind de kabel met de connector met het opschrift “AUX” en stel de parameter P14 in op 1 via het installatiemenuSG1SG2AUXNLCADNIn het geval van aansluiting van de SYS-versie op de ketel/kachel, raden wij u aan de bovenste sondehouder S3 te gebruiken. In het geval van aansluiting van de TWIN SYS-versie op de ketel/kachel, raden wij u aan de sondehouders te gebruiken voor de onderste warm-tewisselaar S4 en voor de bovenste S3. In het geval van aansluiting van de SYS- of TWIN SYS-versie op de zon-necentrale (onderste warmtewisselaar), kunt u ofwel alleen de onderste sondehouder gebruiken (S2) ofwel beide (S2) en (S3/S4). KABEL ZekeringPermanente voeding (kabel wordt bij het apparaat geleverd) 3G ø min. 1. 5 mm² H05VV-F B 16ASignaal HC-HP (kabel wordt niet bij het apparaat geleverd) 2G ø min. 1 mm² H05VV-FSignaal AUX/PV/SG (kabel wordt niet bij het apparaat geleverd) 2G ø min. 1 mm² H05VV-FSignaal BUS* (kabel wordt niet bij het apparaat geleverd) max. 50 m - 2G ø min. 1 mm²* BELANGRIJK: om interferentieproblemen bij de BUS-aansluiting te voorkomen, dient u een afgeschermde kabel of een getwist paar te gebruiken. 16 A16 A2 A16 A. 63 / NL Bij inschakeling van het product om te werken op de BUS voorziet het product de BUS niet van stroom, om het risico op overbelasting van het vermogen te voorkomen (parameter P33 van het installatiemenu ingesteld op OFF), behalve als het product een MASTER van een cascadesysteem is. Daarom moet er ten minste één andere generator zijn die de BUS van stroom voorziet om de startfa-se te voltooien. Wanneer het product geïnstalleerd is op de BUS, worden alle parameters voor het beheer van warm sanitair water gedeeld met de andere producten, zowel de speciale parameters als de systeempa-rameters, en kan er één enkele bedieningspaneel worden gebruikt. INSTALLATIETYPEN MET ANDERE WARMTEGENERATOREN1. Boiler met warmtepomp en aparte verwarmingsgenerator (cv-ketel, warmtepomp of hybride systeem). De producten zijn niet geïntegreerd, maar kunnen bediend wor-den met één bedieningspaneel. 2. Boiler met warmtepomp met ondersteunende hulpgenerator (cv-ketel en/of zonnepanelen) op de spiraal. In geval van installatie met cv-ketel als ondersteunende genera-tor: om de boiler met warmtepomp de cv-ketel te laten gebrui-ken in plaats van het verwarmingselement, via de BUS, dient u parameter P14 op waarde 3 in te stellen (raadpleeg de paragraaf INSTALLATIEMENU). Indien niet anderszins gespecificeerd in de handleiding van de hulpgenerator, leest de hulpgenerator de sensoren van de boiler niet uit; er zijn daarom aanvullende sensoren nodig, aankelijk van het hydraulische schema. 3. Boiler met warmtepomp in voorverwarming van de combi-ver-warmingsgenerator (cv-ketel of hydride combi-ketel). Om het beheer van voorverwarming in te schakelen bij de leve-ring van warm sanitair water, stelt u parameter P14 in op 2. De temperatuur van de boiler kan worden verlaagd in vooraf ingestelde tijdperiodes met para-meter T MIN of worden verhoogd met parameter PV SET in geval van fotovoltaïsche aansluiting. De combi-ketel leest de sensoren van de boiler niet. Er zijn aan-vullende sensoren nodig, aankelijk van het hydraulische sche-ma. SETSET SETSETINITIALIZATIONINITIALIZATIONINITIALIZATIONSETSETSETINITIALIZATIONMENU * 1. 2. 3. Bus BridgeNet® STARTWIZARDDit product is compatibel met Bus BridgeNet®. Voor een correcte installatie op de BUS dient u tijdens de startfase de parameters SYSTEM en CASCADE als volgt in te stellen:• SYSTEM = NO Het product is niet aangesloten op de BUS of is uitsluitend aange-sloten op een bedieningspaneel. • SYSTEM = YES Cascade = NO Het product is geïnstalleerd in een bus-systeem met andere compati-bele warmtegeneratoren (zonnepanelen, cv-ketel, hybride systeem of warmtepomp), waarvan tenminste één de BUS voedt. Als er een wifi-ga-teway op de BUS aanwezig is (geïnstalleerd op de bedieningspaneel of op een verwarmingsgenerator), kunnen de verwarming en levering van warm sanitair water worden beheerd vanaf één app op de smartphone• SYSTEM = YES Cascade = YES Het product is geïnstalleerd in een cascadesysteem (max. 8) voor commer-cieel of collectief gebruik. Nadat u de optie CASCADE heeft ingesteld, dient u te bevestigen of het product de MASTER of een van de SLAVES van de cascade is. Met de BUS kunnen alle werkingsparameters voor de gebruiker van het MASTER-product worden uitgelijnd met de SLAVE-producten. De parameters SYSTEM en CASCADE zijn van invloed op de para-meters P33 en P34 van het installatiemenu. AANSLUITING BUSSluit een kabel op de “BUS”-aansluiting aan zodat de boiler met warmtepomp bediend kan worden met één bedieningspaneel op de BUS, samen met andere warmtegeneratoren. SG1SG2BUS BUSAUXNLA16 AN* DRUK OP DE MENUTOETS EN HERHAAL DE CONFIGURATIEPROCEDURE. 64 / NL EERSTE INBEDRIJFSTELLING OPGELET. Het apparaat moet geïnstalleerd worden door een gekwalificeerdtechnicus die over de wettelijk vereiste vaardigheden beschikt. BEDIENINGSPANEELDe gebruikersinterface omvat een lcd-display en 7 aanraakknoppen. Er zijn 2 blauwe leds: ON (wanneer het apparaat ingeschakeld is) en BOOST (wanneer BOOST geactiveerd is). MODE MENUSETElenco icone visulaizzate sul display:Instelbare parameter. Wi-Fi actief (alleen indien aanwezig)Tijdsprogrammering actiefDag van de week (1 = Zondag)Warmtepomp actiefIntegratie elektrisch verwarmingselement actiefgeeft aan dat de ontsmettingsfunctie geactiveerd is. geeft aan dat de PV- of SG-modus is geactiveerd (indien aanwezig)Als de overeenkomstige modus actief is, wordt dit aangege-ven door de secundaire reeks. geeft aan dat de SILENT modus geactiveerd is. geeft aan dat de vorstbeveiligingsfunctie geactiveerd is. geeft aan dat de watertemperatuur hoger is dan de weerge-geven gewenste temperatuur > T SETPOINT + 5°Cgeeft aan dat er minstens één douche beschikbaar is. geeft de geschatte energie-inhoud aan op basis van de ingestelde temperatuur. Voor u de boiler in werking stelt moet u controleren of de installateur alle handelingen heeft uitgevoerd die tot zijn bevoegdheid behoren. Verzeker u ervan alle uitleg van de installateur te hebben begrepen betreende de werking van de boiler en de correcte uitvoering van de belangrijkste handelingen van het apparaat. De wachttijd bij de eerste inschakeling van de warmtepomp is 5 mi-nuten. OPGELET. Het warme water dat met een temperatuur van meer dan 50°C uit de kranen komt kan ernstige verbrandingen veroor-zaken. Kinderen, gehandicapten en ouderen lopen de meeste ri-sico’s. Handleiding ATAG Energion Nuos Plus 200 – volledige tekst
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met ATAG Energion Nuos Plus 200 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Ketel & boiler ATAG
Alle ATAG Ketel & boiler handleidingen