Aston Martin DBS (2012) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Aston Martin DBS (2012) (358 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Aston Martin DBS (2012) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Aston Martin |
| Categorie: | Auto |
| Model: | DBS (2012) |
Handleiding Aston Martin DBS (2012) – volledige tekst
Word lid van de Aston Martin Owner’s Club (AMOC)De sportieve geest van de dertiger jaren heerst nog steeds in een van de meest exclusieve autoclubs ter wereld. AMOC is een vereniging van enthousiastelingen in bijna 60 landen met een gedeelde interesse in iconische auto’s van een legendarisch merk.Geniet van het gezelschap van geestverwante eigenaars tijdens diverse activiteiten: gezelschapsavonden, weekendjes weg of autoritten.Toe aan iets spannenders? AMOC-concours zijn dé evenementen voor kenners van prachtige auto’s.Kan het u niet snel genoeg gaan? We organiseren zowel rallydagen, sprints en heuvelbeklimmingen als autoraces op racebanen zoals Silverstone en Goodwood in het Verenigd Koninkrijk en Lime Rock in de Verenigde Staten.BD33-19A321-SA.book Page 2 Tuesday, April 27, 2010 9:30 PM
De Aston Martin Heritage Trust is een educatieve liefdadigheids-instelling, die vanaf het allereerste begin, nu bijna een eeuw geleden, is toegewijd aan de geschiedenis van het merk. Met de AMOC deelt zij een prachtige 15e-eeuwse schuur in Oxfordshire, die fungeert als internationaal hoofdkwartier, museum en archief. Bezoek vooral onze website om meer over deze unieke organisaties te ontdekken. We heten u er graag hartelijk welkom.The Aston Martin Owners ClubDrayton St. Leonard, Wallingford, Oxford,Engeland, OX10 7BGTelefoon: +44 (0) 1865 400 400Fax: +44 (0) 1865 400 200E-mail: [email protected]: www.amoc.orgBD33-19A321-SA.book Page 3 Tuesday, April 27, 2010 9:30 PM
1. Inleiding2. Voertuigbeveiliging3. Vóór het rijden4. Bedieningselementen5. Rijden6. Softtop7. Klimaatregeling8. Geluidsinstallatie9. Handenvrij bellen10. Satellietnavigatie11. Onderhoud12. SpecificatiesA. ServiceB. AssistanceC. GarantieD. DealerlijstE. Erkende carrosseriereparateursF. Erkende servicecentraG. Alfabetische indexAlhoewel alles in het werk is gesteld om de nauwkeurigheid van de gegevens in deze handleiding voor de eigenaar te waarborgen, nemen noch de fabrikant noch de dealer, die deze handleiding voor de eigenaar geleverd hebben, onder geen enkele voorwaarde enige verantwoordelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden of de gevolgen daarvan. Alle rechten voorbehouden.
Geen enkel deel van deze publicatie mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Aston Martin Lagonda Limited in welke vorm dan ook, zij het elektronisch, mechanisch, door fotokopiëren, opnamen of een andere manier, verveelvoudigd, in een automatisch gegevensbestand opgeslagen of verzonden worden. De fabrikant behoudt zich het recht voor om de specificaties zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen in het kader van voortdurende productverbetering. Uitgegeven door de afdeling Technical PublicationsASTON MARTIN LAGONDA LIMITEDBanbury Road,Gaydon,WARWICKWarwickshire,CV35 0DB,EngelandTelefoon: (+44) 01926 644300Fax: (+44) 01926 644733Uitgave 7 - Januari 2011Onderdeelnummer – BD33-19A321-SBBD33-19A321-SA. book Page 4 Tuesday, April 27, 2010 9:30 PM.
Inleiding1.6Welkomin uw nieuwe Aston Martin.Deze handleiding voor de eigenaar en de ander publicaties in uw documentatiepakket verstrekken informatie die het bezit van en het rijden met uw Aston Martin een stuk aangenamer maken.Deze handleiding voor de eigenaar is niet alleen bedoeld om de werking van het voertuig uit te leggen, maar tevens om de voertuigsystemen begrijpelijk en eenvoudig bedienbaar te maken.Wij bevelen alle nieuwe eigenaren aan de inhoud van deze handleiding voor de eigenaar vóór het rijden zorgvuldig te bestuderen.Deze handleiding voor de eigenaar maakt deel uit van de onontbeerlijke voertuiguitrusting t.b.v.
gerechtelijke erkenning en moet te allen tijde in het voertuig worden bewaard.Waarschuwingen, aanmaningen tot voorzichtigheid en opmerkingenDe nu volgende waarschuwingen, aanmaningen tot voorzichtigheid en opmerkingen worden in deze handleiding voor de eigenaar gebruikt om uw aandacht te vestigen op specifieke informatie.WaarschuwingenWaarschuwing: dit zijn procedures die u nauwkeurig dient op te volgen om de kans op letsel te verkleinen.Aanmaningen tot voorzichtigheidDeze verschijnen bij procedures die u nauwkeurig dient op te volgen om de kans op schade aan uw voertuig te verkleinen.OpmerkingenDeze verschijnen bij procedures die problemen bij de bediening van uw voertuig helpen vermijden.Locatie van onderdelenDe locatie van alle onderdelen is omschreven zoals gezien vanaf de bestuurdersstoel, m.a.w.
de locatie van de in deze afbeelding aangegeven brandstofdop is omschreven als ‘links aan de achterkant van het voertuig’.De afbeeldingen en omschrijvingen in deze handleiding voor de eigenaar zijn gebaseerd op een voertuig met het stuurwiel rechts.BD33-19A321-SA.book Page 6 Tuesday, April 27, 2010 9:30 PM
1.7InleidingVoertuigidentificatieHet voertuigidentificatienummer (VIN) bevindt zich in de linkeronderhoek van de voorruit.Afhankelijk van het model en de markt is er een VIN-plaatje gemonteerd op het voorste hulpframe achter de voorste dwarsbalk van de motorruimte (van bovenaf gezien):Het voertuigidentificatie-nummer is tevens in het vloerpaneel rechts in de beenruimte geponst.U kunt het in het vloerpaneel geponste VIN bekijken door eerst de vloerbedekking vanaf de voorkant op te tillen en daarna het geluiddempende materiaal op te tillen.GegevensopslagDe computers in uw voertuig kunnen gedetailleerde gegevens opslaan, zoals (maar niet beperkt tot):• het gebruik van de beveiligingssystemen, waaronder de veiligheidsgordels van zowel de bestuurder als de passagiers• informatie over de prestaties van diverse systemen en modules in het voertuig• informatie m.b.t.
de status van de motor, gasklep, stuurinrichting, remmen of andere systemenTot deze gegevens behoort mogelijk informatie over hoe de bestuurder het voertuig bedient, zoals (maar niet beperkt tot) informatie m.b.t. de rijsnelheid en het gebruik van de remmen, het gaspedaal en het stuur. Deze informatie kan worden opgeslagen bij normaal gebruik, een botsing of een bijna-botsing.BD33-19A321-SA.book Page 7 Tuesday, April 27, 2010 9:30 PM
Gebruik in het laatste geval het onderstaande adres:AstonMartinLagondaLimitedService Operations DepartmentBanbury RoadGaydonWARWICKCV35 0DBEngelandTelefoon:(Internationaal) ++44 1926 644700(Verenigd Koninkrijk) 01926 644700Fax (++44) 1926 644733VoertuigherkomstModel:Bijvoorbeeld handgeschakelde of automatische transmissieKleur van carrosserie:Kleur van passagiersruimte:Kleur van dashboard:Voertuigidentificatienummer:Zoals op het VIN-plaatjeBD33-19A321-SA.book Page 8 Tuesday, April 27, 2010 9:30 PM
Hierbij kan worden gekozen tussen een standaarduitvoering en een hoogwaardige uitvoering.De voertuigbeveiliging wordt verhoogd door een passief antidiefstalsysteem (PATS), dat de startmotor blokkeert als iemand de verkeerde voertuigsleutel gebruikt.Het volledige beveiligingssysteem omvat:• In- en uitschakeling op afstand van het alarm•Omtrekaftasting• Ver- en ontgrendeling op afstand van de portieren, het kofferdeksel en de brandstofvulklep• Gedeeltelijke beveiligingsfunctie• Noodstroomsirene1• Codering met een steeds veranderende code om elektronisch scannen of stelen van de identiteitscode van de voertuigsleutel te voorkomen• Bewegingssensor in de passagiersruimte2• Hellingshoekdetector2• Passief antidiefstalsysteem (PATS) (startmotorblokkering)Terwijl het beveiligingssysteem is ingeschakeld, zal het alarm afgaan zodra iemand een portier, het kofferdeksel of de motorkap open probeert te forceren.Aston Martin-voertuigvolgsysteem(Indien gemonteerd [niet in alle markten beschikbaar])(Standaard op het vasteland van het Verenigd Koninkrijk)Het Aston Martin-voertuigvolgsysteem werkt net als een elektronisch peilbaken en zendt de locatie van een gestolen voertuig uit.Het systeem, dat zich op een verborgen locatie in het voertuig bevindt, is zeer gebruiksvriendelijk en heeft de volgende belangrijke functies:• Het schakelt automatisch het beveiligingssysteem in, zodra u de voertuigsleutel verwijdert en uit het voertuig stapt.• Het detecteert uw aanwezigheid (d.m.v.
een bestuurdersidentifi-catielabel) en schakelt het systeem automatisch uit wanneer u terugkomt.In het deksel van het opbergvak in de armsteun zit een vakje, waar u het bestuurdersidentificatielabel gemakkelijk kunt opbergen.1. In markten waar hoorbare sirenes zijn toegestaan.2. Alleen hoogwaardig beveiligingssysteem.BD33-19A321-SA.book Page 2 Tuesday, April 27, 2010 9:30 PM
2. 3Voertuigbeveiliging• Het detecteert pogingen om de motor te starten, zonder dat u aanwezig bent. • Het detecteert pogingen om het voertuig weg te slepen of te verplaatsen. • Het detecteert pogingen om met het voertuigvolgsysteem te knoeien of de voertuigaccu los te koppelen. • Het verzendt stille alarmsignalen naar een 24-uurbewakingsdienst. • Het geeft u met prioriteit toegang tot de politie in meer dan 30 landen. • Het voldoet aan alle verzekeringsvereisten. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het Aston Martin-voertuigvolgsysteem voor instructies. Raadpleeg uw Aston Martin-dealer voor bijzonderheden en abonnementsprijzen. U mag de gebruiksaanwijzing van het Aston Martin-voertuigvolgsysteem niet in het voertuig bewaren. Mocht uw voertuig gestolen worden, dan kunt u de gebruiksaanwijzing niet meer raadplegen. Het voertuigvolgsysteem verbruikt veel stroom als het is ingeschakeld.
Dit zal de stand-bytijd van de voertuigaccu verkorten (raadpleeg ’Acculading’ op bladzijde 11. 21). Waarschuwing voor het ontbreken van het identificatielabelMocht het bestuurdersidentificatielabel zich niet binnen het bereik van het voertuigvolgsysteem bevinden, dan zal het PATS-symbool (raadpleeg ’ PATS’ op bladzijde 4. 6) blijven branden nadat u de motor ingeschakeld hebt. Als dit gebeurt schakelt u de motor uit, verwijdert u de voertuigsleutel uit het contactslot en controleert u dat het identificatielabel aanwezig is. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het Aston Martin-voertuigvolgsysteem. Emotion Control UnitHet voertuig wordt geleverd met twee voertuigsleutels1 (Emotion Control Units), een glazen sleutel en een reservesleutel, en een sleutelblad voor noodgevallen.
Er wordt een leren hoesje meegeleverd, waarin u de in gebruik zijnde voertuigsleutel kunt bewaren wanneer deze niet in het contactslot zit. Bewaar de reservesleutel op een veilige plaats. Laat de voertuigsleutel niet in het voertuig achter wanneer u het voertuig onbeheerd achterlaat.
Voertuigbeveiliging2.4Beveiligingsfuncties van de voertuigsleutel[1] VERGRENDELEN – Eenmaal indrukken om het voertuig in één stap te vergrendelen en het beveiligingssysteem in te schakelen. Het systeem slaat de standen van de stoelen en de buitenspiegels op. Na 25 seconden wordt het voertuig dubbelvergrendeld.(Raadpleeg ’Vergrendelen’ op bladzijde 2.7).(Raadpleeg ’Stoelgeheugen’ op bladzijde 3.7).(Raadpleeg ’Dubbelvergrendelen’ op bladzijde 2.11).[2] ONTGRENDELEN – Eenmaal indrukken om het voertuig in één stap te ontgrendelen (raadpleeg ’Ontgrendelen en openen’ op bladzijde 2.6). De stoelen en de buitenspiegels nemen hun opgeslagen standen in (raadpleeg ’Stoelgeheugen’ op bladzijde 3.7).[3] HET KOFFERDEKSEL OPENEN – Eenmaal indrukken om het kofferdeksel te vergrendelen.
Tweemaal indrukken binnen drie seconden om het kofferdeksel te ontgrendelen (raadpleeg ’Kofferdeksel’ op bladzijde 2.9).[4] NADERINGSVERLICHTING – Indrukken om zowel de stadslichten voor en achter als de binnenverlichting in te schakelen (raadpleeg ’Naderingsverlichting’ op bladzijde 2.12).Raad voor Samenwerking van de Arabische GolfstatenDit apparaat voldoet aan SASO 1322/1997 voor radiofrequentie-apparatuur met een laag vermogen. Het gebruik van dit apparaat is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: 1) Het apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken. 2) Alle door het apparaat ontvangen interferentie moet geaccepteerd worden.Elke wijziging of modificatie waardoor het apparaat buiten de toegestane grenzen van de norm gaat werken, kan het gebruiksrecht van het apparaat teniet doen.De betreffende overheidsinstellingen hebben het recht om het apparaat te inspecteren.
Mochten er klachten binnenkomen over schadelijke interferentie veroorzaakt door het apparaat, dan kan het in beslag worden genomen.BD33-19A321-SA.book Page 4 Tuesday, April 27, 2010 9:30 PM
2.5VoertuigbeveiligingSleutelblad voor noodgevallenIn het onwaarschijnlijke geval dat de voertuigsleutel niet werkt of de voertuigaccu helemaal leeg is, gebruikt u het sleutelblad voor noodgevallen om het voertuig te ver- of ontgrendelen.Steek het sleutelblad voor noodgevallen in het portierslot, draai het helemaal naar de voor-kant van het voertuig en laat het vervolgens los om het voertuig centraal te vergrendelen en zowel de kofferdekselschakelaar als de knop voor de brandstofvulklep te blokkeren. Het beveiligingssysteem wordt niet ingeschakeld.Om het voertuig centraal te ontgrendelen en zowel de kofferdekselschakelaar als de knop voor de brandstofvulklep te deblokkeren, draait u het sleutelblad helemaal naar de achterkant van het voertuig en laat u het vervolgens los.
Als het beveiligingssysteem was ingeschakeld, zal het alarm afgaan.U kunt het alarm uitschakelen door de voertuigsleutel in het contactslot te steken (zelfs wanneer de voertuigsleutelbatterij helemaal leeg is) en hem naar stand II te duwen (contact ingeschakeld).Als de voertuigaccu helemaal leeg is, kunt u met het sleutelblad voor noodgevallen alleen een portier ver- of ontgrendelen.Mocht de voertuigsleutelbatterij helemaal leeg zijn, dan kunt u er zo nodig toch de motor mee inschakelen.De voorstoelen en de buitenspiegels zullen niet een vooraf ingestelde stand innemen als u het voertuig met het sleutelblad voor noodgevallen ontgrendelt.Mocht u het sleutelblad voor noodgevallen kwijtraken, neem dan contact op met uw Aston Martin-dealer.De passagiersairbag uitschakelenMet het sleutelblad voor noodgevallen kunt u de passagiersairbag in- of uitschakelen (raadpleeg ’De passagiersairbag uitschakelen’ op bladzijde 3.25).BD33-19A321-SA.book Page 5 Tuesday, April 27, 2010 9:30 PM
Voertuigbeveiliging2. 6Ontgrendelen en openenRicht de voertuigsleutel op het voertuig en druk op de knop. De richtingaanwijzers zullen nu tweemaal knipperen om aan te geven dat het beveiligingssysteem is uitgeschakeld. De beide voertuigportieren zullen ontgrendeld worden (raadpleeg ’Persoonlijke instellingen’ op bladzijde 2. 19). Het systeem zal zowel de kofferdekselschakelaar als de knop voor de brandstofvulklep deblokkeren. Ga binnen een afstand van 5 m (16 ft) van het voertuig staan. Druk op punt A en grijp de losgesprongen portierhendel vast. Trek aan de portierhendel om het portier te openen. U kunt desgewenst alleen het bestuurdersportier openen door de knop eenmaal in te drukken en de rest van het voertuig door de knop een tweede keer in te drukken (raadpleeg ’Persoonlijke instellingen’ op bladzijde 2. 19).
Voor gebruiksgemak als het donker is, zijn er in de portierkrukken witte lampjes gemonteerd. Wanneer u het voertuig ontgrendelt, zal er in beide portierkrukken een lampje gaan branden. Zodra het portier geopend wordt, gaat het lampje weer uit. Als u geen portier opent, gaan de lampjes na twee minuten uit. Als u het voertuig met de reservesleutel hebt geopend en u de stoelen of buitenspiegels hebt versteld, zullen de stoelen en buitenspiegels de standen innemen die in de gebruikte sleutel zijn opgeslagen (raadpleeg ’Stoelgeheugen’ op bladzijde 3. 7). Zodra u het voertuig ontgrendelt, zal de binnenverlichting vijf minuten gaan branden. De verlichting gaat 30 seconden nadat u de portieren hebt gesloten of zodra u het voertuig start weer uit. Mocht u een portier openlaten, dan gaat het uitstaplicht in het portier na 30 seconden uit.
Ontgrendelen vanuit het voertuigAls u gedeeltelijke beveiliging of op slot bij wegrijden hebt ingeschakeld voordat u het voertuig op slot deed, kunt u door een keer aan de portierkruk te trekken beide portieren centraal ontgrendelen en het portier openen door een tweede keer aan de portierkruk te trekken.
2. 7VoertuigbeveiligingWanneer iemand een portier opent vanuit het voertuig na het inschakelen van de gedeeltelijke beveiliging, zal het alarm afgaan. Druk de knop op de voertuigsleutel in om het alarm te stoppen (er treedt een vertraging op van ongeveer tien seconden voordat het systeem het alarm annuleert). Als u niet op de knop voor gedeeltelijke beveiliging drukt voordat u het voertuig op slot doet, zijn dubbelvergrendeling, de bewegingssensor in de passagiersruimte en de hellingshoekdetector1 ingeschakeld. De passagiers zullen nu geen portier vanuit het voertuig kunnen ontgrendelen (raadpleeg ’Gedeeltelijke beveiliging’ op bladzijde 2. 13). VergrendelenZorg dat de beide portieren, het kofferdeksel en de motorkap dicht zijn.
Richt de voertuigsleutel op het voertuig en druk de knop eenmaal in om de portieren te vergrendelen, de kofferdekselschake-laar en de knop voor de brandstofvulklep te blokkeren en het beveiligingssysteem in te schakelen. De richtingaanwijzers zullen eenmaal knipperen om aan te geven dat het beveiligingssysteem is in-geschakeld (raadpleeg ’Persoonlijke instellingen’ op bladzijde 2. 19). Het systeem slaat de standen van zowel de stoelen als de buitenspiegels op en zal hen oproepen wanneer u het voertuig met dezelfde voertuigsleutel opent (raadpleeg ’Stoelgeheugen’ op bladzijde 3. 7). Laat de voertuigsleutel niet achter in de kofferruimte. Als u het kofferdeksel hebt dichtgedaan, is de kofferruimte niet meer toegankelijk. Als er passagiers in het voertuig moeten achterblijven nadat u het voertuig vergrendeld hebt, zult u de gedeeltelijke beveiliging moeten inschakelen voor het vergrendelen.
Instapfunctie (alleen lichtgewicht stoelen): als een stoel met de instapfunctie naar voren is verplaatst, drukt u tweemaal op de knop om het voertuig te vergrendelen en de stoel weer in de rijstand te zetten (raadpleeg ’Instapfunctie’ op bladzijde 3. 4). Ga binnen een afstand van 5 m (16 ft) van het voertuig staan. Na 25 seconden wordt het beveiligingssysteem ingeschakeld en het voertuig dubbelvergrendeld (raadpleeg ’Dubbelvergrendelen’ op bladzijde 2. 11). Als u het voertuig vergrendelt terwijl het kofferdeksel openstaat, zal het systeem het voertuig wel vergrendelen en het alarm inschakelen, maar zullen de dubbelvergrendeling, de hellingshoekdetector en de bewegingssensor in de passagiersruimte2 niet worden ingeschakeld. Doe het kofferdeksel dicht om het volledige beveiligingssysteem te activeren. 1. Indien gemonteerd. 2. Indien gemonteerd. BD33-19A321-SA.
Voertuigbeveiliging2.8Automatisch opnieuw vergrendelenAls u het voertuig vergrendelt en daarna ontgrendelt, maar binnen twee minuten geen portier of het kofferdeksel opent, zal het systeem het voertuig automatisch opnieuw vergrendelen en het alarm opnieuw inschakelen.HoofdvergrendelschakelaarDe portieren, de knop voor de brandstofvulklep en de kofferdekselschakelaar kunt u ver- en ontgrendelen met de hoofdvergrendelschakelaar (A). Druk op de schakelaar om het voertuig te vergrendelen.
Trek de schakelaar naar achteren om het voertuig te ontgrendelen.Als u het voertuig met de hoofdvergrendelschakelaar vergrendelt, kunt u door een keer aan een portierkruk te trekken beide portieren centraal ontgrendelen en het portier openen door een tweede keer aan de portierkruk te trekken.De hoofdvergrendelschakelaar werkt niet als u het voertuig van buitenaf hebt vergrendeld.Het gebruik van de hoofdvergrendelschakelaar heft de functie 'Automatische vergrendeling' op (raadpleeg ’Automatische vergrendeling’ op bladzijde 2.11)Als u de hoofdvergrendelschakelaar een keer naar achteren trekt, gaan de lampjes in de portierkrukken tien seconden lang branden (of totdat u het portier opent). Hierdoor wordt het instappen ’s nachts vergemakkelijkt.Bij een ongeluk zullen de portieren automatisch ontgrendeld worden.BD33-19A321-SA.book Page 8 Tuesday, April 27, 2010 9:30 PM
2.9VoertuigbeveiligingKnop voor de brandstofvulklepDruk op de knop voor de brandstofvulklep (A) om de klep te openen.Wanneer het voertuig wordt vergrendeld of zodra het voertuig wegrijdt, wordt de knop voor de brandstofvulklep geblokkeerd.KofferdekselHet kofferdeksel openenAls u de knop op de voertuigsleutel één keer indrukt, zal het systeem het kofferdekselslot ontgrendelen. Nadat u het kofferdekselslot ontgrendeld hebt, drukt u op de schakelaar (A) om het kofferdeksel te openen. Drukt u de knop op de voertuigsleutel twee keer in (binnen drie seconden), dan zal het systeem het kofferdekselslot ontgrendelen en het kofferdeksel openen.
Zet het kofferdeksel omhoog.Als u het voertuig hebt vergrendeld en het beveiligingssysteem hebt ingeschakeld, zal het systeem worden uitgeschakeld en zullen de richtingaanwijzers twee keer knipperen wanneer u het kofferdeksel opent (raadpleeg ’Persoonlijke instellingen’ op bladzijde 2.19). De portieren blijven vergrendeld.Openen vanuit het voertuig (alleen coupé)Trek de kofferdekselschakelaar (B) naar achteren. Het systeem zal het kofferdekselslot ontgrendelen en het kofferdeksel openen. Zet het kofferdeksel omhoog.De kofferdekselschakelaar is bij de Volante de schakelaar voor het openen en sluiten van de softtop.BD33-19A321-SA.book Page 9 Tuesday, April 27, 2010 9:30 PM
Voertuigbeveiliging2.10Het kofferdeksel sluitenPak het leren hengsel vast en trek het kofferdeksel omlaag. Druk vervolgens op het deksel om ervoor te zorgen dat het in het slot valt. Gooi het kofferdeksel niet met kracht dicht.Vergrendel het kofferdeksel door de knop op de voertuigsleutel in te drukken. De richtingaanwijzers zullen eenmaal knipperen om aan te geven dat het beveiligingssysteem is ingeschakeld (raadpleeg ’Persoonlijke instellingen’ op bladzijde 2.19).Controleer altijd dat het kofferdeksel goed dicht zit na gebruik. De binnenverlichting van de kofferruimte blijft 30 minuten lang branden als u het kofferdeksel open laat staan.Voertuig vergrendeld – kofferdeksel openLaat de voertuigsleutel niet achter in de kofferruimte.
Als u het kofferdeksel hebt dichtgedaan, is de kofferruimte niet meer toegankelijk.U kunt de acculader (raadpleeg ’Acculader’ op bladzijde 11.22) alleen gebruiken wanneer u de kofferruimte ontgrendeld laat (kofferdeksel omlaag, maar niet op slot).Als u het voertuig vergrendelt terwijl het kofferdeksel openstaat, zal het systeem het voertuig wel vergrendelen en het alarm inschakelen, maar zullen de dubbelvergrendeling, de hellingshoekdetector en de bewegingssensor in de passagiersruimte1 niet worden ingeschakeld.
Als u het kofferdeksel vervolgens sluit en op slot doet, zal het systeem de dubbelvergrendeling, de hellingshoekdetector en de bewegingssensor in de passagiersruimte inschakelen en zal het hele voertuig worden vergrendeld en het alarm worden ingeschakeld.Het kofferdeksel openen in noodgevallenU kunt het kofferdeksel van binnenuit openen door aan de lichtgevende noodhendel (A) te trekken.1. Indien gemonteerd.BD33-19A321-SA.book Page 10 Tuesday, April 27, 2010 9:30 PM
2. 11VoertuigbeveiligingDubbelvergrendelenAls er passagiers in het voertuig moeten achterblijven nadat u het voertuig vergrendeld hebt, zult u de gedeeltelijke beveiliging moeten inschakelen voordat u het voertuig vergrendelt (raadpleeg ’Gedeeltelijke beveiliging’ op bladzijde 2. 13). Het systeem zal het voertuig 25 seconden na het inschakelen van het beveiligingssysteem automatisch dubbelvergrendelen. Wanneer het voertuig is dubbelvergrendeld, kunnen de portieren niet vanuit het voertuig worden geopend door aan de binnenportierkruk te trekken. Om de portieren te openen drukt u op de voertuigsleutel. Automatische vergrendelingWanneer de automatische vergrendeling AAN staat, wordt het voertuig bij het wegrijden automatisch centraal vergrendeld. Zowel de portieren als het kofferdeksel worden vergrendeld.
Met deze functie voorkomt u dat iemand ongewenst het voertuig kan binnenkomen wanneer u bijvoorbeeld stilstaat bij een stoplicht. Druk op MENU (A) en ga naar (Enter) (Enter). Kies of. Druk op ENTER om de functie AAN ( ) of UIT te zetten. Houd vervolgens de toets BACK (terug) ingedrukt om uw keuze te bevestigen en naar het hoofdscherm terug te keren. – Op AAN: De portieren en het kofferdeksel worden bij het wegrijden automatisch vergrendeld. Op UIT: De portieren en het kofferdeksel worden bij het wegrijden niet automatisch vergrendeld. – Op AAN: De portieren en het kofferdeksel worden automatisch ontgrendeld wanneer de voertuigsleutel uit het contactslot wordt gehaald. Op UIT: Door een keer aan een portierkruk te trekken kunt u beide portieren centraal ontgrendelen en u kunt het portier openen door een tweede keer aan de portierkruk te trekken.
Alle markten, behalve Japan: Automatisch vergrendelen wordt in de fabriek geactiveerd. Alleen Japan: 'Automatisch vergrendelen' wordt in de fabriek op UIT gezet (raadpleeg ’Persoonlijke instellingen’ op bladzijde 2. 19)Bij een ongeluk zullen de portieren automatisch ontgrendeld worden. ABD33-19A321-SA.
Voertuigbeveiliging2.12NaderingsverlichtingWanneer u het voertuig nadert, kunt u de stadslichten en de binnenverlichting inschakelen door de knop op de voertuigsleutel in te drukken.U kunt programmeren hoe lang de lichten blijven branden (raadpleeg ’Persoonlijke instellingen’ op bladzijde 2.19).Homesafe-functieAls u de Homesafe-functie inschakelt terwijl de koplampen zijn ingeschakeld, zullen de koplampen blijven branden. Zorg dat de koplampen zijn uitgeschakeld wanneer u de Homesafe-functie inschakelt.Wanneer u uit het voertuig stapt en nadat u de voertuigsleutel hebt verwijderd, knippert u met het grootlicht (trek de linkerstuurkolom-hendel naar voren en laat hem weer los) om de Homesafe-functie in te schakelen. De koplampen en de achterlichten zullen dan voor een ingestelde tijd blijven branden, waarna zij vanzelf uitgaan.
U kunt programmeren hoe lang de koplampen en de achterlichten blijven branden (raadpleeg ’Persoonlijke instellingen’ op bladzijde 2.19).AlarmWanneer het alarm afgaat, zal er 25 seconden lang een sirene loeien (maximaal tien cycli) en zullen de richtingaanwijzers vijf minuten lang blijven knipperen, waarna het beveiligingssysteem weer naar de ingeschakelde stand terugkeert. Gedurende deze periode blijven de portieren en het kofferdeksel vergrendeld.Alleen in markten waar zichtbare alarmsignalen en hoorbare sirenes zijn toegestaan.Schakel het alarm op elk moment tijdens het afgaan uit door de knop op de voertuigsleutel in te drukken of de voertuigsleutel in het contactslot te steken (stand II).
Er is een vertraging van ongeveer tien seconden voordat het systeem het alarm annuleert.Leg uw vinger plat op de sleutel om deze in stand II te plaatsen, zoals in de afbeelding.BD33-19A321-SA.book Page 12 Tuesday, April 27, 2010 9:30 PM
2. 13VoertuigbeveiligingBewegingssensor in de passagiersruimte(Indien gemonteerd)Wanneer het voertuig is vergrendeld en het alarm is ingeschakeld, detecteert de bewegingssensor in de passagiersruimte elke beweging binnenin het voertuig. Als de sensor beweging detecteert, zal het alarm afgaan (raadpleeg ’Gedeeltelijke beveiliging’ op bladzijde 2. 13). Hellingshoekdetector(Indien gemonteerd)Wanneer het voertuig is vergrendeld en het alarm is ingeschakeld, zal de hellingshoekdetector het schuinzetten van het voertuig detecteren, bijvoorbeeld als iemand het voertuig opkrikt. Als de detector constateert dat de hellingshoek van het voertuig verandert, zal het alarm afgaan (raadpleeg ’Gedeeltelijke beveiliging’ op bladzijde 2. 13).
Gedeeltelijke beveiligingAls er passagiers in het voertuig moeten achterblijven nadat u het voertuig vergrendeld hebt, zult u de gedeeltelijke beveiliging moeten inschakelen voor het vergrendelen. Hierdoor kunnen de passagiers de portieren vanuit het voertuig openen. Wanneer de gedeeltelijke beveiliging is ingeschakeld, zijn dubbelvergrendeling, de bewegingssensor in de passagiersruimte en de hellingshoekdetector1 uitgeschakeld. Hierdoor kunnen passagiers de portieren vanuit het voertuig openen door aan de binnenportierkruk te trekken en kunt u passagiers of dieren in het voertuig achterlaten terwijl het alarm is ingeschakeld. Als een portier vanuit het voertuig wordt geopend terwijl de gedeeltelijke beveiliging AAN staat, wordt het beveiligingssysteem geactiveerd.
Druk toets op de voertuigsleutel in om het alarm te stoppen (er treedt een vertraging op van ongeveer tien seconden voordat het systeem het alarm annuleert). Gedeeltelijke beveiliging wordt geactiveerd via het Car Settings (voertuiginstellingen) menu. Druk op MENU (A) en ga naar (Enter). Kies of en druk op ENTER om over te schakelen tussen AAN ( ) en UIT. Houd vervolgens de toets BACK (terug) ingedrukt om uw keuze te bevestigen en naar het hoofdscherm terug te keren. 1.
Voertuigbeveiliging2.14 – Op AAN: telkens wanneer de sleutel van positie AAN op stand I of 0 wordt gezet, verschijnt het bericht 'Press ENTER to reduce guard until engine is started. Press EXIT to cancel' (druk op ENTER om de bescherming te verminderen, totdat de motor is gestart. Druk op EXIT om dit te annuleren) op het display (rechts). Het bericht verdwijnt na één minuut en Reduced Guard (gedeeltelijke beveiliging) gaat niet AAN. Op UIT: Er wordt geen bericht weergegeven en Reduced Guard (gedeeltelijke beveiliging) gaat niet AAN. – Op AAN: Reduced Guard (gedeeltelijke beveiliging) gaat eenmaal AAN. Zet op AAN telkens wanneer Reduced Guard (gedeeltelijke beveiliging) nodig is.
Op UIT: Reduced Guard (gedeeltelijke beveiliging) gaat niet AAN.Reduced Guard (gedeeltelijke beveiliging) blijft AAN totdat de voertuigsleutel in het contact is gestoken en op II wordt gezet (ontsteking AAN).Passief antidiefstalsysteemHet passieve antidiefstalsysteem (PATS) is een volledig automatische startmotorblokkering.Mocht u een voertuigsleutel kwijtraken, dan kan uw Aston Martin-dealer een duplicaat-voertuigsleutel maken van de reservesleutel en deze programmeren.De motor startenWanneer u het beveiligingssysteem hebt uitgeschakeld en u de voertuigsleutel in het contactslot hebt gestoken, verstuurt de PATS-regelmodule een signaal naar de voertuigsleutel. De voertuigsleutel moet met een geldige code antwoorden om de startmotor te deblokkeren. Ontvangt de regelmodule een geldige code, dan zal het contactsysteem normaal werken.
Wordt de voertuigsleutelcode niet ontvangen, of is de code ongeldig, dan blijft de startmotor geblokkeerd.PATS-statusDe status van het PATS-systeem wordt aangegeven door een rood symbool in de instrumen-tengroep (A).BD33-19A321-SA.book Page 14 Tuesday, April 27, 2010 9:30 PM
2. 15VoertuigbeveiligingStoringsfunctieAls het statussymbool blijft knipperen nadat u het contact hebt ingeschakeld, blijft de startmotor geblokkeerd. Mocht dit gebeuren, probeer dan eerst de voertuigsleutel te verwijderen, daarna weer in te steken en tenslotte naar stand II van het contact terug te duwen. Als dit niet lukt, probeert u de reservesleutel. Lukt het nu wel, dan bestelt u een vervanging voor de defecte voertuigsleutel. Als de problemen met de voertuigsleutel blijven optreden, vraagt u bij uw Aston Martin-dealer om advies. GaragedeuropenerAlleen beschikbaar in combinatie met de automatisch dimmende binnenspiegel. De bedieningsknoppen en het zendontvangapparaat van de garagedeuropener (universeel HomeLink®-zendontvangapparaat) bevinden zich in de binnenspiegel.
U kunt het zendontvangapparaat programmeren voor het verzenden van radiofrequenties naar maximaal drie verschillende zenders, die worden gebruikt voor het activeren van garagedeuren, hekken, huisverlichting, beveiligingssystemen of andere radiografisch bestuurde apparatuur. Een volledige lijst met compatibele radiografisch bestuurde apparatuur is verkrijgbaar via de telefonische hulpdienst van HomeLink of via de HomeLink-compatibiliteitslijst, die u op de HomeLink-website kunt vinden. Neem voor informatie of andere hulp contact op met uw Aston Martin-dealer. Als tweede mogelijkheid kunt u direct contact opnemen met HomeLink op www. homelink. com of u kunt de telefonische hulpdienst van HomeLink bellen:Gratis: 008000 0466 354 65of+49 6838 907-277 (in sommige landen kunt u problemen ondervinden als u via bepaalde netwerken het gratis nummer probeert te bellen).
Waarschuwing: u mag het zendontvangapparaat niet gebruiken voor een garagedeuropener waarbij de door de veiligheidsnormen vereiste stop- en omkeerfunctie ontbreekt. Een garagedeuropener dat geen voorwerp kan detecteren en aan de deur geen signaal doorgeeft om te stoppen en om te keren, voldoet niet aan de huidige veiligheidsnormen.
Het gebruik van een garagedeuropener zonder deze functies vergroot het risico op ernstig letsel met een mogelijk fatale afloop. Contact Actie (geldige code)Ingeschakeld Het symbool gaat drie seconden lang branden. Uitgeschakeld Het symbool knippert. Uitgeschakeld en de voertuigsleutel is uit het contactslot verwijderdHet symbool blijft vijf minuten lang knipperen of tot een minuut nadat u het voertuig met de voertuigsleutel vergrendeld hebt. BD33-19A321-SA. book Page 15 Tuesday, April 27, 2010 9:30 PM.
Voertuigbeveiliging2. 16Waarschuwing: als u het zendontvangapparaat voor een garagedeuropener gaat programmeren, dient u ervoor te zorgen dat personen, het voertuig en voorwerpen uit de buurt zijn. Hiermee voorkomt u potentieel letsel of schade omdat het hek of de garagedeur tijdens het programmeren in beweging komt. Bewaar de originele zender voor toekomstig gebruik of programmeerprocedures, bijvoorbeeld als u een nieuw voertuig koopt. Bij gebruik van dit apparaat in de buurt van een mobiele of vast opgestelde zender kunt u last hebben van storing. Deze storing zal waarschijnlijk zowel de handzender als het zendontvangapparaat in het voertuig beïnvloeden. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enige radio- of tv-storing die door onbevoegde modificaties aan deze apparatuur veroorzaakt wordt. Dergelijk aanpassingen kunnen het gebruiksrecht van de apparatuur teniet doen.
ProgrammerenStap 1 wist alle programmering. U hoeft dit alleen te doen wanneer u het HomeLink-zendontvangapparaat voor het eerst programmeert of de bestaande programmering wilt wissen. U hoeft dit niet te doen als u de overige HomeLink-knoppen wilt programmeren. U kunt de HomeLink-knoppen wel afzonderlijk programmeren, maar niet afzonderlijk wissen. Stap 1 moet worden uitgevoerd om alle programmering te wissen. 1. Houd de twee buitenste HomeLink-knoppen ingedrukt en laat deze pas los als het HomeLink-lampje na 20 seconden begint te knipperen. Alle drie de knoppen zijn nu gewist. Het HomeLink-systeem staat nu in de instelfunctie. Als veiligheidsvoorzorgsmaatregel moet u alle in het HomeLink-systeem geprogrammeerde functies wissen voordat u het voertuig doorverkoopt. 2.
Houd de originele afstandsbediening van het te programmeren apparaat op een afstand van 10 – 30 cm (4 – 12 inch) uit de buurt van de HomeLink-zender. U moet het lampje te allen tijde kunnen blijven zien. De afstand tussen de afstandsbediening en de zender hangt af van het systeem dat u aan het programmeren bent.
2.17Voertuigbeveiliging3. Gebruik beide handen en houd tegelijkertijd de knop van de afstandsbe-diening en de gewenste knop (1, 2 of 3) ingedrukt.4. Het lampje zal eerst langzaam en daarna snel gaan knipperen. Zodra het lampje snel knippert, laat u de beide knoppen los.
Het snel knipperende lampje geeft aan dat het nieuwe frequentiesignaal met succes is geprogrammeerd.BedieningHet voertuig moet binnen het werkbereik van het hek of de garagedeuropener zijn en het contact moet zijn ingeschakeld.Het HomeLink-systeem bedient de garagedeuropener (of ander apparaat) op precies dezelfde manier als de originele afstandsbediening.Nadat u het HomeLink-systeem geprogrammeerd hebt, drukt u op de betreffende knop 1, 2, of 3 op het bedieningspaneel om de garagedeuropener te activeren.Zodra u de knop op het bedieningspaneel indrukt, gaat het lampje branden.Om het u gemakkelijk te maken kunt u de originele afstandsbediening van het apparaat ook te allen tijde gebruiken.Bij een standaardcode brandt het HomeLink-lampje tijdens het zendproces voortdurend.
Voor gebruik bij compatibele systemen hoeft u verder niets te doen.Mocht het HomeLink-zendontvangapparaat de garagedeuropener (of ander apparaat) nu niet kunnen bedienen, dan heeft de originele afstandsbediening mogelijk een functie voor een steeds veranderende code (raadpleeg ’Synchronisatie van een steeds veranderende code’ op bladzijde 2.17).Synchronisatie van een steeds veranderende codeControleer aan de hand van de nu volgende stappen of de garagedeuropener (of ander apparaat) wel of niet met een functie voor een steeds veranderende code is uitgerust.• Kijk of u in de gebruiksaanwijzing van de garagedeuropener een uitleg kunt vinden.• De afstandsbediening lijkt het HomeLink-zendontvangapparaat te programmeren, maar het HomeLink-zendontvangapparaat bedient de garagedeuropener niet.7180BD33-19A321-SA.book Page 17 Tuesday, April 27, 2010 9:30 PM
Voertuigbeveiliging2. 18• Houd de geprogrammeerde HomeLink-knop ingedruktBij een systeem met een steeds veranderende code knippert het HomeLink-lampje even snel en blijft het daarna twee seconden lang voortdurend branden. Dit patroon herhaalt zichzelf maximaal 20 seconden lang. Als het HomeLink-zendontvangapparaat was geprogrammeerd voor een systeem met een steeds veranderende code, moet het apparaat aan het einde van de programmeerperiode opnieuw met dit systeem worden gesynchroniseerd voordat het naar behoren kan functioneren. Volg de aanwijzingen hieronder voor het synchroniseren van de steeds veranderende code (de procedure neemt minder tijd in beslag als iemand u hierbij helpt). Het voertuig moet binnen het werkbereik van de garagedeuropener zijn en het contact moet zijn ingeschakeld.
Zorg dat u de veiligheidsvoorschriften in acht neemt, zelfs bij het synchroniseren van de steeds veranderende code. 1. Zoek de leerknop (programmeerknop) op, die zich op de motorhoofdeenheid van de garagedeuropener bevindt. De exacte locatie en kleur van de knop kan per merk hek of garagedeuropener verschillen (raadpleeg het hoofdstuk ‘Extra afstandsbedieningen inleren’ in de gebruiksaanwijzing van de garagedeuropener). 2. Druk de leerknop (programmeerknop) op de motorbehuizing van de garagedeuropener in (hierna gaat meestal een ‘leer-lampje’ branden). Na stap 2 hebt u meestal 30 seconden de tijd om met stap 3 te beginnen. 3. Druk de geprogrammeerde HomeLink-knop kort stevig in. Druk de HomeLink-knop een tweede keer kort in om het leerproces af te sluiten (bij sommige garagedeuropeners moet u deze procedure soms een derde keer uitvoeren ter afsluiting van het inleren).
De garagedeuropener behoort nu het HomeLink-signaal te herkennen en in werking te treden zodra u op de HomeLink-knop drukt. U kunt nu de laatste twee knoppen programmeren, mocht u dit nog niet eerder hebben gedaan (raadpleeg ’Programmeren’ op bladzijde 2. 16).
Opnieuw programmerenAls u een HomeLink-knop geprogrammeerd hebt om een apparaat te activeren, en u met deze knop nu een ander apparaat wilt bedienen, gaat u als volgt te werk. Met deze procedure wist u de bestaande programmering van de betreffende HomeLink-knop. 1. Druk op de betreffende HomeLink-knop 1, 2 of 3 die u opnieuw wilt programmeren en houd de knop ongeveer 20 seconden lang ingedrukt, totdat het lampje langzaam begint te knipperen. Laat de knop niet los totdat stap 4 is uitgevoerd. 2. Zodra het lampje langzaam begint te knipperen (na ongeveer 20 seconden), houd u de afstandsbediening van het apparaat dat u wilt inleren ongeveer 10 – 30 cm (4 – 12 inch) uit de buurt van de HomeLink-zender. Houd hierbij het lampje in de gaten. BD33-19A321-SA. book Page 18 Tuesday, April 27, 2010 9:30 PM.
2.19VoertuigbeveiligingDe afstand tussen de afstandsbediening en de HomeLink-zender hangt af van het systeem dat u aan het programmeren bent. U zult misschien diverse pogingen op verschillende afstanden moeten doen. Probeer elke instelpositie minstens 15 seconden lang uit, voordat u overgaat naar een andere positie.3. Druk nu op de knop op de afstandsbediening en blijf erop drukken.4. Het HomeLink-lampje zal eerst langzaam en daarna snel gaan knipperen. Zodra het lampje snel knippert, laat u de beide knoppen los.Persoonlijke instellingenU kunt een aantal van de beveiligingsfuncties naar wens aanpassen. De functies worden ingesteld m.b.v.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Aston Martin DBS (2012) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Aston Martin
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto