Aston Martin DB9 (2009) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Aston Martin DB9 (2009) (352 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 6 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Aston Martin DB9 (2009) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Aston Martin |
| Categorie: | Auto |
| Model: | DB9 (2009) |
Handleiding Aston Martin DB9 (2009) – volledige tekst
1.2Aston Martin Owners Club (AMOC)Word lid van de AMOCDe sportieve geest van de dertiger jaren heerst nog steeds in een van de meest exclusieve autoclubs ter wereld. AMOC is een vereniging van enthousiastelingen in bijna 60 landen met een gedeelde interesse in iconische auto’s van een legendarisch merk.Geniet van het gezelschap van geestverwante eigenaars tijdens diverse activiteiten: gezelschapsavonden, weekendjes weg of autoritten.Toe aan iets spannenders? AMOC-concours zijn dé evenementen voor kenners van prachtige auto’s.Kan het u niet snel genoeg gaan? We organiseren zowel rallydagen, sprints en heuvelbeklimmingen als autoraces op racebanen zoals Silverstone en Goodwood in het Verenigd Koninkrijk en Lime Rock in de Verenigde Staten.9G43-19A321-SC.book Page 2 Wednesday, December 10, 2008 4:09 PM
1.3De Aston Martin Heritage Trust is een educatieve liefdadigheidsinstelling, die vanaf het allereerste begin, nu bijna een eeuw geleden, is toegewijd aan de geschiedenis van het merk. Met de AMOC deelt zij een prachtige 15e-eeuwse schuur in Oxfordshire, die fungeert als internationaal hoofdkwartier, museum en archief. Bezoek vooral onze website om meer over deze unieke organisaties te ontdekken. We heten u er graag hartelijk welkom.The Aston Martin Owners ClubDrayton St. Leonard, Wallingford, Oxford, Verenigd Koninkrijk, OX10 7BGTelefoon: +44 (0) 1865 400 400Fax: +44 (0) 1865 400 200E-mail: [email protected]: www.amoc.org9G43-19A321-SC.book Page 3 Wednesday, December 10, 2008 4:09 PM
1. 4Handleiding voor de eigenaar1. Inleiding2. Voertuigbeveiliging3. Vóór het rijden4. Bedieningselementen5. Rijden6. Softtop (Volante)7. Klimaatregeling8. Geluidsinstallatie9. Handenvrij bellen10. Satellietnavigatie11. Onderhoud12. SpecificatiesA. ServiceB. Hulpdienst van Aston MartinC. GarantieD. DealerlijstE. Alfabetische indexAlhoewel alles in het werk is gesteld om de nauwkeurigheid van de gegevens in deze handleiding voor de eigenaar te waarborgen, nemen noch de fabrikant noch de dealer, die deze handleiding voor de eigenaar geleverd hebben, onder geen enkele voorwaarde enige verantwoordelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden of de gevolgen daarvan. Alle rechten voorbehouden.
Geen enkel deel van deze publicatie mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Aston Martin Lagonda Limited in welke vorm dan ook, zij het elektronisch, mechanisch, door fotokopiëren, opnamen of een andere manier, verveelvoudigd, in een automatisch gegevensbestand opgeslagen of verzonden worden. De fabrikant behoudt zich het recht voor om de specificaties zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen in het kader van voortdurende productverbetering. Uitgegeven door de afdeling Technical PublicationsASTONMARTINLAGONDALIMITEDBanbury Road,Gaydon,WARWICKWarwickshire,CV35 0DB,Verenigd KoninkrijkTelefoon: (+44) 01926 644644Fax: (+44) 01926 644733Versie 10 – januari 2009Onderdeelnummer: 9G43–19A321–SC9G43-19A321-SC. book Page 4 Wednesday, December 10, 2008 4:09 PM.
Inleiding1.6Welkomin uw nieuwe Aston Martin.Deze handleiding voor de eigenaar en de ander publicaties in uw documentatiepakket verstrekken informatie die het bezit van en het rijden met uw Aston Martin een stuk aangenamer maken.Deze handleiding voor de eigenaar is niet alleen bedoeld om de werking van het voertuig uit te leggen, maar de voertuigsystemen tevens begrijpelijk en eenvoudig bedienbaar te maken.Aston Martin beveelt alle nieuwe eigenaren aan de inhoud van deze handleiding voor de eigenaar vóór het rijden zorgvuldig te bestuderen.Deze handleiding voor de eigenaar maakt deel uit van de onontbeerlijke voertuiguitrusting t.b.v. gerechtelijke erkenning en moet te allen tijde in het voertuig worden bewaard.Beknopte handleidingIn de beknopte handleiding vindt u een overzicht van de meest gebruikte bedieningselementen in het voertuig.
Inleiding1.7Locatie van onderdelenDe locatie van alle onderdelen is omschreven zoals gezien vanaf de bestuurdersstoel, m.a.w. de locatie van de in deze afbeelding aangegeven brandstofdop is omschreven als ‘links aan de achterkant van het voertuig’.VoertuigidentificatieHet voertuigidentificatienummer (VIN) bevindt zich in de linkeronderhoek van de voorruit.Afhankelijk van het model en de markt is er een voertuigidentificatieplaatje gemonteerd op het voorste hulpframe achter de voorste dwarsbalk van de motorruimte (van bovenaf gezien):Het voertuigidentificatie-nummer is tevens in het vloerpaneel rechts in de been-ruimte geponst.U kunt het in het vloerpaneel geponste voertuigidentificatienummer bekijken door eerst de vloerbedekking vanaf de voorkant op te tillen en daarna het geluiddempende materiaal op te tillen.9G43-19A321-SC.book Page 7 Wednesday, December 10, 2008 4:09 PM
Inleiding1.8GegevensopslagDe computers in uw voertuig kunnen gedetailleerde gegevens opslaan, zoals (maar niet beperkt tot):• het gebruik van de beveiligingssystemen, waaronder de veiligheidsgordels van zowel de bestuurder als de passagiers;• informatie over de prestaties van diverse systemen en modules in het voertuig;• informatie m.b.t. de status van de motor, gasklep, stuurinrichting, remmen of andere systemen.Tot deze gegevens behoort mogelijk informatie over hoe de bestuurder het voertuig bedient, zoals (maar niet beperkt tot) informatie m.b.t. de rijsnelheid en het gebruik van de remmen, het gaspedaal en het stuur.
Deze informatie kan worden opgeslagen bij normaal gebruik, een botsing of een bijna-botsing.Deze informatie kan in principe uitgelezen en gebruikt worden door:•AstonMartin• Onderhouds- en reparatiebedrijven• Wetshandhavers of overheidsinstellingen• Derden die rechten doen gelden of uw toestemming verkrijgen om dergelijk informatie te weten te komenDefecten m.b.t. veiligheid rapporterenAls u denkt dat uw voertuig een defect m.b.t. veiligheid vertoont, dat een ongeluk kan veroorzaken of letstel of zelfs een fatale afloop tot gevolg kan hebben, dient u onmiddellijk uw Aston Martin-dealer of de afdeling Service Operations van de fabrikant op de hoogte te stellen.
Voertuigbeveiliging2. 2InleidingDit voertuig is beveiligd met een elektronisch beveiligingssysteem. Er zijn twee alarmsysteemniveaus beschikbaar:• Standaard• Hoogwaardig (optie) – bevat een bewegingssensor in de passagiersruimte en een hellingshoekdetectorDe voertuigbeveiliging wordt verhoogd door een passief antidiefstalsysteem (PATS), dat de startmotor blokkeert als iemand de verkeerde voertuigsleutel gebruikt.
Het volledige voertuigbeveiligingssysteem omvat:• In- en uitschakeling op afstand van het alarm• Omtrekaftasting• Ver- en ontgrendeling op afstand van de portieren, het kofferdeksel en de brandstofvulklep• Gedeeltelijke beveiligingsfunctie• Noodstroomsirene (in markten waar hoorbare sirenes zijn toegestaan)• Codering met een steeds veranderende code om elektronisch scannen of stelen van de identiteitscode van de voertuigsleutel te voorkomen• Bewegingssensor in de passagiersruimte (alleen hoogwaardig alarmsysteem)• Hellingshoekdetector (alleen hoogwaardig alarmsysteem)• Passief antidiefstalsysteem (PATS) (startmotorblokkering)Terwijl het voertuigalarmsysteem is ingeschakeld, zal het alarm afgaan zodra iemand een portier, het kofferdeksel of de motorkap open probeert te forceren.
Aston Martin-voertuigvolgsysteem(optie [niet in alle markten beschikbaar])(standaard op het vasteland van het Verenigd Koninkrijk)Het Aston Martin-voertuigvolgsysteem werkt net als een elektronisch peilbaken, en zendt de locatie van een gestolen voertuig uit. Het systeem, dat zich op een verborgen locatie in het voertuig bevindt, is zeer gebruiksvriendelijk en heeft de volgende belangrijke functies:• Het schakelt automatisch het beveiligingssysteem is, zodra u de voertuigsleutel verwijdert en uit het voertuig stapt. • Het detecteert uw aanwezigheid (d. m. v. een bestuurdersidentificatielabel) en schakelt het systeem automatisch uit wanneer u terugkomt.
Voertuigbeveiliging2. 3• Het detecteert pogingen om de motor te starten, zonder dat u aanwezig bent. • Het detecteert pogingen om het voertuig weg te slepen of te verplaatsen. • Het detecteert pogingen om met het voertuigvolgsysteem te knoeien of de voertuigaccu los te koppelen. • Het verzendt stille alarmsignalen naar een 24-uurbewakingsdienst. • Het geeft u met prioriteit toegang tot de politie in meer dan 30 landen. • Het voldoet aan alle verzekeringsvereisten. Raadpleeg voor instructies de gebruiksaanwijzing van het Aston Martin-voertuigvolgsysteem. Raadpleeg uw Aston Martin-dealer voor bijzonderheden en abonnementsprijzen. U mag de gebruiksaanwijzing van het Aston Martin-voertuigvolgsysteem niet in het voertuig bewaren. Mocht uw voertuig gestolen worden, dan kunt u het niet raadplegen. Het voertuigvolgsysteem verbruikt veel stroom als het is ingeschakeld.
Dit zal de stand-bytijd van de voertuigaccu verkorten (raadpleeg ’Acculading’ op bladzijde 11. 25). Waarschuwing voor ontbreken van identificatielabelMocht het bestuurdersidentificatielabel zich niet binnen het bereik van het voertuigvolgsysteem bevinden, dan zal het PATS-symbool (raadpleeg ’PATS’ op bladzijde 4. 6) blijven branden nadat u de motor ingeschakeld hebt. Als dit gebeurt schakelt u de motor uit, verwijdert u de voertuigsleutel uit het contactslot en controleert u dat het identificatielabel aanwezig is. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het Aston Martin-voertuigvolgsysteem. Emotion Control UnitHet voertuig wordt geleverd met twee voertuigsleutels1 (Emotion Control Units), een glazen sleutel en een reservesleutel, en een sleutelblad voor noodgevallen.
Er wordt een leren hoesje meegeleverd waarin u de in gebruik zijnde voertuigsleutel kunt bewaren, wanneer hij niet in het contactslot zit. Bewaar de reservesleutel op een veilige plaats. Laat de voertuigsleutel niet in het voertuig achter wanneer u het voertuig onbeheerd achterlaat.
Voertuigbeveiliging2.4Beveiligingsfuncties van de voertuigsleutelRaad voor Samenwerking van de Arabische GolfstatenDit apparaat voldoet aan SASO 1322/1997 voor radiofrequentie-apparatuur met een laag vermogen. Het gebruik van dit apparaat is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: 1) Het apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken. 2) Alle door het apparaat ontvangen interferentie moet geaccepteerd worden.Elke wijziging of modificatie waardoor het apparaat buiten de toegestane grenzen van de norm gaat werken, kan het gebruiksrecht van het apparaat teniet doen.De betreffende overheidsinstellingen hebben het recht om het apparaat te inspecteren. Mochten er klachten binnenkomen over schadelijke interferentie veroorzaakt door het apparaat, dan kan het in beslag worden genomen.1 VERGRENDELEN – Eenmaal indrukken om de portieren te vergrendelen en het alarm in te schakelen.
Het systeem slaat de standen van de stoelen en de buitenspiegels op. Na 25 seconden wordt het voertuig dubbelvergrendeld.(Raadpleeg ’Vergrendelen’ op bladzijde 2.7.)(Raadpleeg ’Stoelgeheugen’ op bladzijde 3.5.)(Raadpleeg ’Dubbelvergrendelen’ op bladzijde 2.10.)2 ONTGRENDELEN – Eenmaal indrukken om het voertuig in een stap te ontgrendelen. De stoelen en de buitenspiegels nemen hun opgeslagen standen in.(Raadpleeg ’Ontgrendelen en openen’ op bladzijde 2.6.)(Raadpleeg ’Stoelgeheugen’ op bladzijde 3.5.)3 KOFFERDEKSEL OPENEN – Eenmaal indrukken om het kofferdeksel te vergrendelen.
Voertuigbeveiliging2.5Sleutelblad voor noodgevallenIn het onwaarschijnlijke geval dat of de voertuigsleutel niet werkt of de voertuigaccu helemaal leeg is, gebruikt u het sleutelblad voor noodgevallen om het voertuig te ver- of ontgrendelen.Steek het sleutelblad voor noodgevallen in het portierslot, draai het helemaal naar de voorkant van het voertuig en laat het vervolgens los om het voertuig centraal te vergrendelen en zowel de kofferdekselschakelaar als de knop voor de brandstofvulklep te blokkeren. Het alarm wordt niet ingeschakeld.Om het voertuig centraal te ontgrendelen en zowel de kofferdekselschakelaar als de knop voor de brandstofvulklep te deblokkeren, draait u het sleutelblad helemaal naar de achterkant van het voertuig en laat u het vervolgens los.
Als het alarm was ingeschakeld, zal het alarm afgaan.U kunt het alarm uitschakelen door de voertuigsleutel in het contactslot te steken (zelfs wanneer de voertuigsleutelbatterij helemaal leeg is) en hem naar stand II te duwen (contact ingeschakeld).Als de voertuigaccu helemaal leeg is, kunt u met het sleutelblad voor noodgevallen alleen een portier ver- of ontgrendelen.Mocht de voertuigsleutelbatterij helemaal leeg zijn, dan kunt u er zo nodig toch de motor mee inschakelen.De voorstoelen en de buitenspiegels zullen niet een vooraf ingestelde stand innemen als u het voertuig met het sleutelblad voor noodgevallen ontgrendelt.De passagiersairbag uitschakelenMet het sleutelblad voor noodgevallen kunt u ook de passagiersairbag in- of uitschakelen (raadpleeg ’De passagiersairbag uitschakelen’ op bladzijde 3.21).Mocht u het sleutelblad voor noodgevallen kwijtraken, neem dan contact op met uw Aston Martin-dealer.9G43-19A321-SC.book Page 5 Wednesday, December 10, 2008 4:09 PM
Voertuigbeveiliging2. 6Ontgrendelen en openenRicht de voertuigsleutel op het voertuig en druk op de toets. De richtingaanwijzers zullen nu tweemaal knipperen om aan te geven dat het alarm is uitgeschakeld. De beide voertuigportieren zullen ontgrendeld worden (raadpleeg ’Persoonlijke instellingen’ op bladzijde 2. 19). Het systeem zal zowel de kofferdekselschakelaar als de knop voor de brandstofvulklep deblokkeren. Ga binnen een afstand van 5 m (16 voet) van het voertuig staan. Druk op punt A en grijp de losgesprongen portierhendel vast. Trek aan de portierhendel om het portier te openen. U kunt desgewenst alleen het bestuurdersportier openen door de toets eenmaal in te drukken en de rest van het voertuig door de toets een tweede keer in te drukken (raadpleeg ’Persoonlijke instellingen’ op bladzijde 2. 19). Voor gebruiksgemak ‘s nachts zijn er in de portierkrukken witte lampjes gemonteerd.
Wanneer u het voertuig ontgrendelt, zal er in beide portierkrukken een lampje gaan branden. Zodra het portier geopend wordt, zal het lampje weer uitgaan. Als u geen portier opent, zullen de lampjes na twee minuten uitgaan. Als u het voertuig met de reservesleutel hebt geopend en u de stoelen of buitenspiegels hebt versteld, zullen de stoelen en buitenspiegels de standen innemen die in de gebruikte sleutel zijn opgeslagen (raadpleeg ’Stoelgeheugen’ op bladzijde 3. 5). Zodra u het voertuig ontgrendelt, zal de binnenverlichting vijf minuten gaan branden. De verlichting gaat 30 seconden nadat u de portieren hebt gesloten of zodra u het voertuig start weer uit. Mocht u een portier openlaten, dan zal het uitstaplicht in het portier na 30 seconden uitgaan. Ontgrendelen vanuit het voertuigAls u gedeeltelijke beveiliging (raadpleeg ’Gedeeltelijke beveiliging’ op bladzijde 2.
Voertuigbeveiliging2. 7Wanneer iemand een portier opent vanuit het voertuig na het inschakelen van de gedeeltelijke beveiliging, zal het voertuigalarm afgaan. Druk de toets op de voertuigsleutel in om het alarm te allen tijde tijdens het afgaan uit te schakelen (er treedt een vertraging op van ongeveer tien seconden voordat het systeem het alarm annuleert). Als u niet op de knop voor gedeeltelijke beveiliging drukt voordat u het voertuig op slot doet, zijn dubbelvergrendeling, de bewegingssensor in de passagiersruimte (optie) en de hellingshoekdetector (optie) ingeschakeld. De passagiers zullen nu geen portier vanuit het voertuig kunnen ontgrendelen (raadpleeg ’Gedeeltelijke beveiliging’ op bladzijde 2. 12). VergrendelenZorg dat de beide portieren, het kofferdeksel en de motorkap dicht zijn.
Richt de voertuigsleutel op het voertuig en druk de toets eenmaal in om de portieren te vergrendelen, de kofferdekselschakelaar en de knop voor de brandstofvulklep te blokkeren en het voertuigalarm in te schakelen. De richtingaanwijzers zullen eenmaal knipperen om aan te geven dat het alarm is ingeschakeld (raadpleeg ’Persoonlijke instellingen’ op bladzijde 2. 19). Het systeem slaat de standen van zowel de stoelen als de buitenspiegels op en zal hen oproepen wanneer u het voertuig met dezelfde voertuigsleutel opent (raadpleeg ’Stoelgeheugen’ op bladzijde 3. 5). Als er passagiers in het voertuig moeten achterblijven nadat u het voertuig vergrendeld hebt, zult u de gedeeltelijke beveiliging moeten inschakelen voor het vergrendelen. Hierdoor kunnen de passagiers de portieren vanuit het voertuig openen (raadpleeg ’Gedeeltelijke beveiliging’ op bladzijde 2. 12).
Laat de voertuigsleutel niet achter in de kofferruimte. Als u het kofferdeksel hebt dichtgedaan, is de kofferruimte niet meer toegankelijk. Ga binnen een afstand van 5 m (16 voet) van het voertuig staan.
Na 25 seconden wordt het alarm ingeschakeld en het voertuig dubbelvergrendeld (raadpleeg ’Dubbel-vergrendelen’ op bladzijde 2. 10). Als u het voertuig vergrendelt terwijl het kofferdeksel open staat, zal het systeem het voertuig wel vergrendelen en het alarm inschakelen, maar zullen de dubbelvergrendeling, de hellingshoekdetector (optie) en de bewegingssensor in de passagiersruimte (optie) niet worden ingeschakeld. Doe het kofferdeksel dicht om de volledige beveiliging te activeren. Automatisch opnieuw vergrendelenAls u het voertuig vergrendelt en daarna ontgrendelt, maar binnen twee minuten geen portier of het kofferdeksel opent, zal het systeem het voertuig automatisch opnieuw vergrendelen en het alarm opnieuw inschakelen. 9G43-19A321-SC. book Page 7 Wednesday, December 10, 2008 4:09 PM.
Trek de schakelaar naar achteren om het voertuig te ontgrendelen.Als u het voertuig met de hoofdvergrendelschakelaar vergrendelt, kunt u door een keer aan een portierkruk te trekken beide portieren centraal ontgrendelen en het portier openen door een tweede keer aan de portierkruk te trekken.De hoofdvergrendelschakelaar werkt niet als u het voertuig van buitenaf hebt vergrendeld.Het gebruik van de hoofdvergrendelschakelaar zal de functie ‘op slot bij wegrijden’ opheffen (raadpleeg ’Op slot bij wegrijden’ op bladzijde 2.11).Als u de hoofdvergrendelschakelaar een keer naar achteren trekt, gaan de lampjes in de portierkrukken 10 seconden branden (of totdat u het portier opent).
Hierdoor wordt het instappen ‘s nachts vergemakkelijkt.Bij een ongeluk zullen de portieren automatisch ontgrendeld worden.Knop voor de brandstofvulklepDruk op de knop voor de brandstofvulklep om de klep te openen.Wanneer het voertuig wordt vergrendeld of zodra het voertuig wegrijdt, wordt de knop voor de brandstofvulklep geblokkeerd.9G43-19A321-SC.book Page 8 Wednesday, December 10, 2008 4:09 PM
Voertuigbeveiliging2.9KofferdekselHet kofferdeksel openenAls u de toets op de voertuigsleutel één keer indrukt, zal het systeem het kofferdekselslot ontgrendelen. Nadat u het kofferdekselslot ontgrendeld hebt, drukt u op de schakelaar (A) om het kofferdeksel te openen.Drukt u de toets op de voertuigsleutel twee keer in (binnen drie seconden), dan zal het systeem het kofferdekselslot ontgrendelen en het kofferdeksel openen. Zet het kofferdeksel omhoog.Als het voertuig is vergrendeld en het alarm is ingeschakeld, zal het alarm worden uitgeschakeld en zullen de richtingaanwijzers twee keer knipperen (raadpleeg ’Persoonlijke instellingen’ op bladzijde 2.19). De portieren blijven vergrendeld.KofferdekselschakelaarTrek de kofferdekselschakelaar (B) naar achteren. Het kofferdekselslot zal ontgrendeld worden.
Zet het kofferdeksel omhoog.Het kofferdeksel sluitenTrek aan het leren hengsel om het kofferdeksel omlaag te doen en zorg dat het kofferdeksel in het slot valt.Vergrendel het kofferdeksel door de toets op de voertuigsleutel in te drukken. De richtingaanwijzers zullen eenmaal knipperen om aan te geven dat het alarm is ingeschakeld (raadpleeg ’Persoonlijke instellingen’ op bladzijde 2.19).Controleer altijd dat het kofferdeksel goed dicht zit na gebruik. De binnenverlichting van de kofferruimte blijft 30 minuten branden als u het kofferdeksel open laat staan.A9G43-19A321-SC.book Page 9 Wednesday, December 10, 2008 4:09 PM
Als u het kofferdeksel hebt dichtgedaan, is de kofferruimte niet meer toegankelijk.U kunt de acculader (raadpleeg ’Acculader’ op bladzijde 11.26) alleen gebruiken wanneer u de kofferruimte ontgrendeld laat (kofferdeksel omlaag, maar niet op slot).Als u het voertuig vergrendelt terwijl het kofferdeksel open staat, zal het systeem het voertuig wel vergrendelen en het alarm inschakelen, maar zullen de dubbelvergrendeling, de hellingshoekdetector (optie) en de bewegingssensor in de passagiersruimte (optie) niet worden ingeschakeld.Als u het kofferdeksel vervolgens sluit en op slot doet, zal het systeem de dubbelvergrendeling, de hellingshoekdetector (optie) en de bewegingssensor in de passagiersruimte (optie) inschakelen en zal het hele voertuig worden vergrendeld en het alarm worden ingeschakeld.Het kofferdeksel openen in noodgevallenU kunt het kofferdeksel van binnenuit openen door aan de lichtgevende noodhendel (A) te trekken.DubbelvergrendelenAls er passagiers in het voertuig moeten achterblijven nadat u het voertuig vergrendeld hebt, zult u de gedeeltelijke beveiliging moeten inschakelen voor het vergrendelen (raadpleeg ’Gedeeltelijke beveiliging’ op bladzijde 2.12).Het systeem zal het voertuig 25 seconden na het inschakelen van het alarm automatisch dubbelvergrendelen.
Wanneer het voertuig is dubbelvergrendeld, kunnen de portieren niet vanuit het voertuig worden geopend door aan de binnenportierkruk te trekken.Om de portieren te openen drukt u op de voertuigsleutel.9G43-19A321-SC.book Page 10 Wednesday, December 10, 2008 4:09 PM
Voertuigbeveiliging2. 11Op slot bij wegrijdenWanneer op slot bij wegrijden is ingeschakeld, zal het voertuig automatisch centraal vergrendeld worden zodra het wegrijdt. Zowel de beide portieren als het kofferdeksel zullen vergrendeld worden. Met deze functie voorkomt u dat iemand ongewenst het voertuig kan binnendringen wanneer u bijvoorbeeld stilstaat bij een verkeerslicht. Door een keer aan een portierkruk te trekken kunt u beide portieren centraal ontgrendelen en u kunt het portier openen door een tweede keer aan de portierkruk te trekken. Alle markten, behalve Japan: op slot bij wegrijden (automatisch vergrendelen) wordt in de fabriek geactiveerd. Alleen de Japanse markt: op slot bij wegrijden (automatisch vergrendelen) wordt in de fabriek gedeactiveerd (raadpleeg ’Persoonlijke instellingen’ op bladzijde 2. 19). Bij een ongeluk zullen de portieren automatisch ontgrendeld worden.
NaderingsverlichtingWanneer u het voertuig nadert, kunt u de stadslichten en de binnenverlichting inschakelen door de toets op de voertuigsleutel in te drukken. U kunt programmeren hoe lang de stadslichten blijven branden (raadpleeg ’Persoonlijke instellingen’ op bladzijde 2. 19). Homesafe-functieAls u de Homesafe-functie inschakelt terwijl de hoofdverlichtingsschakelaar in stand 3 staat (koplampen ingeschakeld), zullen de koplampen blijven branden. Zorg dat de hoofdverlichtingsschakelaar in stand 1 staat voordat u uitstapt (raadpleeg ’HOOFDVERLICHTINGS-SCHAKELAAR’ op bladzijde 4. 3). Wanneer u uit het voertuig stapt en nadat u de voertuigsleutel hebt verwijderd, knippert u met het grootlicht (trek de linkerstuurkolomhendel naar voren en laat hem weer los) om de Homesafe-functie in te schakelen.
Voertuigbeveiliging2. 12AlarmWanneer het alarm afgaat, zal er 25 seconden lang een sirene loeien (maximaal tien cycli) en zullen de richtingaanwijzers vijf minuten blijven knipperen, waarna het beveiligingssysteem weer naar de ingeschakelde stand terugkeert. Gedurende deze periode blijven de portieren en het kofferdeksel vergrendeld. Alleen in markten waar zichtbare alarmsignalen en hoorbare sirenes zijn toegestaan. Schakel het alarm op elk moment tijdens het afgaan uit door de toets op de voertuigsleutel in te drukken of de voertuigsleutel in het contactslot te steken (stand II). Er is een vertraging van ongeveer tien seconden voordat het systeem het alarm annuleert. Bewegingssensor in de passagiersruimte (optie)Wanneer het voertuig is vergrendeld en het alarm is ingeschakeld, detecteert de bewegingssensor in de passagiersruimte elke beweging binnenin het voertuig.
Als de sensor beweging detecteert, zal het voertuigalarm afgaan (raadpleeg ’Gedeeltelijke beveiliging’ op bladzijde 2. 12). Hellingshoekdetector (optie)Wanneer het voertuig is vergrendeld en het alarm is ingeschakeld, zal de hellingshoekdetector het schuinzetten van het voertuig detecteren, bijvoorbeeld als iemand het voertuig opkrikt. Als de sensor het schuinzetten van het voertuig detecteert, zal het voertuigalarm afgaan (raadpleeg ’Gedeeltelijke beveiliging’ op bladzijde 2. 12). Gedeeltelijke beveiligingWanneer de gedeeltelijke beveiliging is ingeschakeld, zijn dubbelvergrendeling, de bewegingssensor in de passagiersruimte (optie) en de hellingshoekdetector (optie) uitgeschakeld. Hierdoor kunnen passagiers de portieren vanuit het voertuig openen door aan de binnenportierkruk te trekken en kunt u passagiers of dieren in het voertuig achterlaten zonder dat het alarm afgaat.
Voertuigbeveiliging2.13Druk op de knop voor gedeeltelijke beveiliging (A) om deze functie in te schakelen (het lampje in de knop gaat branden). De gedeeltelijke beveiliging blijft in werking totdat u de voertuigsleutel in het contactslot hebt gestoken en naar stand II (contact ingeschakeld) hebt geduwd.Als er passagiers in het voertuig moeten achterblijven nadat u het voertuig vergrendeld hebt, zult u de gedeeltelijke beveiliging moeten inschakelen voor het vergrendelen. Hierdoor kunnen de passagiers de portieren vanuit het voertuig openen.Wanneer iemand een portier opent vanuit het voertuig, zal het voertuigalarm afgaan.
Druk de toets op de voertuigsleutel in om het alarm te allen tijde tijdens het afgaan uit te schakelen (er treedt een vertraging op van ongeveer tien seconden voordat het systeem het alarm annuleert).Passief antidiefstalsysteemHet passieve antidiefstalsysteem (PATS) is een volledig automatische startmotorblokkering.Mocht u de voertuigsleutel kwijtraken, dan kan uw Aston Martin-dealer een duplicaat-voertuigsleutel maken van de reservesleutel en deze programmeren.De motor startenWanneer u het alarmsysteem hebt uitgeschakeld en u de voertuigsleutel in het contactslot hebt gestoken, verstuurt de PATS-regelmodule een signaal naar de voertuigsleutel. De voertuigsleutel moet met een geldige code antwoorden om de startmotor te deblokkeren.
Ontvangt de regelmodule een geldige code, dan zal het contactsysteem normaal werken.Wordt de voertuigsleutelcode niet ontvangen, of is de code ongeldig, dan blijft de startmotor geblokkeerd.PATS-statusDe status van het PATS-systeem wordt aangegeven door een rood symbool in de instrumentengroep (A).9G43-19A321-SC.book Page 13 Wednesday, December 10, 2008 4:09 PM
Voertuigbeveiliging2. 14StoringsfunctieAls het statussymbool blijft knipperen nadat u het contact hebt ingeschakeld, blijft de startmotor geblokkeerd. Mocht dit gebeuren, probeer dan eerst de voertuigsleutel te verwijderen, daarna weer in te steken en tenslotte naar stand II van het contact terug te duwen. Als dit niet lukt, probeert u de reservesleutel. Lukt het nu wel, dan bestelt u een vervanging voor de defecte voertuigsleutel. Als de problemen met de voertuigsleutel blijven optreden, vraagt u bij uw Aston Martin-dealer om advies. Garagedeuropener (optie)De bedieningstoetsen en het zendontvangapparaat van de garagedeuropener (universeel HomeLink®-zendontvangapparaat) bevinden zich in de binnenspiegel.
U kunt het zendontvangapparaat programmeren voor het verzenden van radiofrequenties naar maximaal drie verschillende zenders, die worden gebruikt voor het activeren van garagedeuren, hekken, huisverlichting, beveiligingssystemen of andere radiografisch bestuurde apparatuur. Neem voor informatie of andere hulp contact op met uw Aston Martin-dealer. Als tweede mogelijkheid kunt u direct contact opnemen met HomeLink op www. homelink. com of u kunt de telefonische hulpdienst van HomeLink bellen:Gratis: 008000 466 354 65of+49 6838 907–277 (in sommige landen kunt u problemen ondervinden als u via bepaalde netwerken het gratis nummer probeert te bellen). Waarschuwingen* U mag het zendontvangapparaat niet gebruiken voor een garagedeuropener waarbij de door de veiligheidsnormen vereiste stop- en omkeerfunctie ontbreekt.
Een garagedeuropener dat geen voorwerp kan detecteren en aan de deur geen signaal doorgeeft om te stoppen en om te keren, voldoet niet aan de huidige veiligheidsnormen. Het gebruik van een garagedeuropener zonder deze functies vergroot het risico op ernstig letsel met een mogelijk fatale afloop. Contact Actie (geldige code)Contact ingeschakeld. Het symbool gaat drie seconden branden. Contact uitgeschakeld. Het symbool knippert.
Voertuigbeveiliging2.15* Als u het zendontvangapparaat voor een garagedeuropener gaat programmeren, dient u ervoor te zorgen dat personen, het voertuig en voorwerpen uit de buurt zijn. Hiermee voorkomt u potentieel letsel of schade omdat het hek of de garagedeur tijdens het programmeren in beweging komt.Als veiligheidsvoorzorgsmaatregel moet u alle in het HomeLink-systeem geprogrammeerde functies wissen voordat u het voertuig doorverkoopt.Een volledige lijst met compatibele radiografisch bestuurde apparatuur is verkrijgbaar via de telefonische hulpdienst van HomeLink of via de HomeLink-compatibiliteitslijst, die u op de HomeLink-website kunt vinden.Bewaar de originele zender voor toekomstig gebruik of programmeerprocedures, bijvoorbeeld als u een nieuw voertuig koopt.Bij gebruik van dit apparaat in de buurt van een mobiele of vast opgestelde zender kunt u last hebben van storing.
Deze storing zal waarschijnlijk zowel de handzender als het zendontvangapparaat in het voertuig beinvloeden.De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enige radio- of tv-storing, die door onbevoegde modificaties aan deze apparatuur veroorzaakt wordt. Dergelijk modificaties kunnen het gebruiksrecht van de apparatuur teniet doen.ProgrammerenStap 1 wist alle programmering. U hoeft dit alleen te doen wanneer u het HomeLink-zendontvangapparaat voor het eerst programmeert of alle bestaande programmering wilt wissen. U hoeft dit niet te doen als u de overige HomeLink-toetsen wilt programmeren.U kunt de HomeLink-toetsen wel afzonderlijk programmeren, maar niet afzonderlijk wissen. Stap 1 moet worden uitgevoerd om alle programmering te wissen.1.
Voertuigbeveiliging2.16Alle drie de toetsen zijn nu gewist. Het HomeLink-systeem staat nu in de instelfunctie.2. Houd de originele afstandsbediening van het te programmeren apparaat op een afstand van 10 – 30 cm (4 – 12 inch) uit de buurt van de HomeLink-zender. U moet het lampje te allen tijde kunnen blijven zien.De afstand tussen de afstandsbediening en de zender hangt af van het systeem dat u aan het programmeren bent. U zult misschien diverse pogingen op verschillende afstanden moeten doen. Probeer elke instelpositie minstens 15 seconden uit, voordat u overgaat naar een andere positie.3. Gebruik beide handen en houd tegelijkertijd de toets van de afstandsbediening en de gewenste toets (1, 2 of 3) ingedrukt.4. Het lampje zal eerst langzaam en daarna snel gaan knipperen. Zodra het lampje snel knippert, laat u de beide toetsen los.
Het snel knipperende lampje geeft aan, dat het nieuwe frequentiesignaal met succes is geprogrammeerd.BedieningHet voertuig moet binnen het werkbereik van het hek of de garagedeuropener zijn en het contact moet zijn ingeschakeld.Het HomeLink-systeem bedient de garagedeuropener (of ander apparaat) op precies dezelfde manier als de originele afstandsbediening.Nadat u het HomeLink-systeem geprogrammeerd hebt, drukt u op de betreffende toets 1, 2, of 3 op het bedieningspaneel om de garagedeuropener te activeren.71809G43-19A321-SC.book Page 16 Wednesday, December 10, 2008 4:09 PM
Voertuigbeveiliging2. 17Zodra u de toets op het bedieningspaneel indrukt, gaat het lampje branden. Om het u gemakkelijk te maken kunt u de originele afstandsbediening van het apparaat ook te allen tijde gebruiken. Bij een standaardcode brandt het HomeLink-lampje tijdens het zendproces voortdurend. Voor gebruik bij compatibele systemen hoeft u verder niets te doen. Mocht het HomeLink-zendontvangapparaat de garagedeuropener (of ander apparaat) nu niet kunnen bedienen, dan heeft de originele afstandsbediening mogelijk een functie voor een steeds veranderende code (raadpleeg ’Synchronisatie van een steeds veranderende code’ op bladzijde 2. 17). Synchronisatie van een steeds veranderende codeControleer aan de hand van de nu volgende stappen of de garagedeuropener (of ander apparaat) wel of niet met een functie voor een steeds veranderende code is uitgerust.
• Kijk of u in de gebruiksaanwijzing van de garagedeuropener een uitleg kunt vinden. • De afstandsbediening lijkt het HomeLink-zendontvang-apparaat te programmeren, maar het HomeLink-zendontvangapparaat bedient de garagedeuropener niet. • Houd de geprogrammeerde HomeLink-toets ingedrukt. Bij een systeem met een steeds veranderende code knippert het HomeLink-lampje even snel en blijft daarna twee seconden voortdurend branden. Dit patroon herhaalt zichzelf maximaal 20 seconden lang. Als het HomeLink-zendontvangapparaat voor een systeem uitgerust met een steeds veranderende code was geprogrammeerd, moet het aan het eind van de programmeerperiode opnieuw met dit systeem gesynchroniseerd worden voordat het naar behoren kan functioneren. Volg de aanwijzingen hieronder voor het synchroniseren van de steeds veranderende code (de procedure neemt minder tijd in beslag als iemand u hierbij helpt).
Het voertuig moet binnen het werkbereik van de garagedeuropener zijn en het contact moet zijn ingeschakeld. Zorg dat u de veiligheidsvoorschriften in acht neemt, zelfs bij het synchroniseren van de steeds veranderende code.
Druk de HomeLink-toets een tweede keer kortstondig in om het leerproces af te sluiten (bij sommige garagedeuropeners moet u deze procedure soms een derde keer uitvoeren ter afsluiting van het inleren).De garagedeuropener behoort nu het HomeLink-signaal te herkennen en in werking te treden zodra u op de HomeLink-toets drukt.U kunt nu de laatste twee toetsen programmeren, mocht u dit nog niet eerder hebben gedaan (raadpleeg ’Programmeren’ op bladzijde 2.15).Opnieuw programmerenAls u een HomeLink-toets geprogrammeerd hebt om een apparaat te activeren, en u met deze toets nu een ander apparaat wilt bedienen, gaat u als volgt te werk. Met deze procedure wist u de bestaande programmering van de betreffende HomeLink-toets.1.
Druk op de betreffende HomeLink-toets 1, 2, of 3 die u opnieuw wilt programmeren en houd de toets ongeveer 20 seconden ingedrukt, totdat het lampje langzaam begint te knipperen. Laat de toets niet los totdat stap 4 is uitgevoerd.2. Zodra het lampje langzaam begint te knipperen (na ongeveer 20 seconden), houd u de afstandsbediening van het apparaat dat u wilt inleren ongeveer 10 – 30 cm (4 – 12 inch) uit de buurt van de HomeLink-zender. Houd hierbij het lampje in de gaten.9G43-19A321-SC.book Page 18 Wednesday, December 10, 2008 4:09 PM
Voertuigbeveiliging2.19De afstand tussen de afstandsbediening en de HomeLink-zender hangt af van het systeem dat u aan het programmeren bent. U zult misschien diverse pogingen op verschillende afstanden moeten doen. Probeer elke instelpositie minstens 15 seconden uit, voordat u overgaat naar een andere positie.3. Druk nu op de knop op de afstandsbediening en blijf erop drukken.4. Het HomeLink-lampje zal eerst langzaam en daarna snel gaan knipperen. Zodra het lampje snel knippert, laat u de beide toetsen los.Persoonlijke instellingenU kunt een aantal van de beveiligingsfuncties naar wens aanpassen. De functies worden ingesteld m.b.v. het SCHERM van het infotainmentsysteem.1 AAN/UIT – Het infotainmentsysteem in- en uitschakelen.2 SCHERM – Hierop verschijnen keuzemogelijkheden, menu’s en informatie.3 AFSTEMMEN – Alternatieve methode om door de menu’s te bladeren.
Links- of rechtsom draaien om door de menu’s te bladeren.4 MENU – Opent het hoofdmenu.5 ENTER – Een optie in het menu selecteren/een keuze activeren.6 JOYSTICK – In de menu’s terug of verder bladeren.7 BACK (terug) – Naar het vorige menu-onderdeel teruggaan/een keuze annuleren.9G43-19A321-SC.book Page 19 Wednesday, December 10, 2008 4:09 PM
Vóór het rijden3.2Controles vóór het rijdenControleer uw voertuig om er zeker van te zijn dat alles overeenkomt met de informatie en specificaties in deze handleiding voor de eigenaar.Buitenkant van het voertuig:• Kijk of de wielen, moeren en banden in orde zijn.• Controleer dat alle ruiten, spiegels en lichten schoon en onbelemmerd zijn.• Controleer dat het kofferdeksel, de motorkap en de brandstofvulklep goed dicht zitten.• Controleer dat alle lichten werken.Zodra u bent ingestapt:• Controleer dat alle portieren helemaal dicht zitten.• Controleer dat de verstellingen van de stoelen, de spiegels en het stuurwiel in orde zijn.• Controleer dat alle meters en waarschuwings- en controlelampjes de juiste waarden aangeven (raadpleeg ’Bedieningselementen’ op bladzijde 4.1).• Controleer dat de rugleuningen rechtop staan en de stoelen op hun plaats vergrendeld zijn.• Controleer dat alle inzittenden hun veiligheidsgordels hebben omgedaan.Bedieningselementen van de stoelenWaarschuwing* Verstel de stand van de stoelen niet tijdens het rijden.De stand van de stoelen kan worden aangepast wanneer de voertuigsleutel in het contactslot is gestoken.
Duw de voertuigsleutel voorzichtig naar stand I (duw hem in het contactslot totdat de verlichting van zowel de instrumentengroep als het infotainmentsysteem gaat branden) en laat hem weer los.U mag de voertuigsleutel alleen met de twee inkepingen naar voren gericht in het contactslot steken, zoals in de afbeelding. Als u de sleutel met het brede uiteinde naar voren gericht in het contactslot probeert te steken, kan de sleutel het contactslot beschadigen.9G43-19A321-SC.book Page 2 Wednesday, December 10, 2008 4:09 PM
Vóór het rijden3.3U kunt de stoelen tevens verstellen:• tot zes minuten nadat u een portier ontgrendeld hebt en voordat u de voertuigsleutel in het contactslot hebt gestoken;• tot zes minuten nadat u de voertuigsleutel uit het contactslot verwijderd hebt.Als de stoelbedieningstijd verstreken is:• Steek de voertuigsleutel in het contactslot.• Doe een portier open of dicht.De bedieningselementen van de stoelen bevinden zich aan weerskanten van de middenconsole (A).9G43-19A321-SC.book Page 3 Wednesday, December 10, 2008 4:09 PM
Als u de rugleuning achterover kantelt, zal de stoelzitting naar voren schuiven zodra de rugleuning bekledingspanelen nadert.ZitcomfortHet contact moet zijn ingeschakeld om de schakelaars van de stoelverwarming en de lendensteunen te kunnen gebruiken.1 De voorkant van de stoel omhoog of omlaag zetten2 De stoel naar voren of naar achteren schuiven3 De achterkant van de stoel omhoog of omlaag zetten4 De hoek van de rugleuning vergroten of verkleinen5 Naar voren of naar achteren duwen om de onderste lendensteun te vergroten of verkleinen.6 Naar voren of naar achteren duwen om de bovenste lendensteun te vergroten of verkleinen.12347 Naar achteren duwen voor de lagere verwarmings-tand, naar voren duwen voor de hogere verwarming-stand. Er brandt een lampje om te laten zien welk verwarmingsniveau in gebruik is.
Vóór het rijden3.5De rugleuning loszettenHoud knop A ingedrukt om de rugleuning los te zetten. Zodra u de stoel naar voren hebt geschoven, laat u de knop weer los en klapt u de rugleuning naar voren.Voor het onwaarschijnlijke geval dat de stroom uitvalt, is er in de rugleuning een riempje aangebracht om de rugleuning handmatig los te kunnen zetten. Trek aan het riempje om de rugleuning los te zetten en klap de rugleuning daarna naar voren.StoelgeheugenWaarschuwingen* Zorg dat er zich niets vóór, achter of onder de stoelen bevindt voordat u deze gaat verstellen.* Voorkom letsel door ervoor te zorgen dat kinderen niet met de bedieningselementen spelen.* Als de stoel per ongeluk begint te bewegen, drukt u op een willekeurige stoelbedieningstoets om deze beweging te stoppen.U kunt de standen van de bestuurders- en voorpassagiersstoel in een geheugen opslaan en weer oproepen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Aston Martin DB9 (2009) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Aston Martin
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto