Ascot AB5-WES-20B Handleiding

Ascot Weerstation AB5-WES-20B

Bekijk gratis de handleiding van Ascot AB5-WES-20B (6 pagina’s), behorend tot de categorie Weerstation. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 31 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Ascot AB5-WES-20B of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/6
Seite 1
Radiogestuurd weerstation
Model nr. AB5-WES-20A/20B Asensor 16
Bedieningshandleiding
Editie: AA 23/15 A
Inhaltsverzeichnis
1 Toepassingsgebied............................................................ 1
2 Veiligheid en onderhoud.................................................. 1
2.1.................................... Veiligheidsaanwijzingen 1
2.2 Voorwaarden voor de bedrijfsomgeving ............ 1
2.3...................................... Omgevingstemperatuur 1
2.4 Elektromagnetische verdraagzaamheid .............. 1
2.5 Werking op batterijen ......................................... 1
2.6 Verwijdering....................................................... 1
2.7 Onderhoud.......................................................... 1
2.8 Reiniging en vrzorging....................................... 1
2.9 Opslag................................................................. 2
2.10 Aanwijzingen over deze bedieningshandleiding 2
2.11 Bij de levering inbegrepen .................................. 2
3 2Displayweergave en functietoetsen..................................
3.1 Functietoetsen..................................................... 2
3.2 Displayweergave ................................................ 2
3.2.1 Basisstation.......................................................... 2
3.2.2 Buitensensor ......................................................... 2
4 Ingebruikneming.............................................................. 3
5 Modi/functies .................................................................... 3
5.1 Tijd, datum en tijdzone ....................................... 3
5.1.1 5.1.1 Radiogestuurde tijdweergave ...................... 3
5.1.2 Handmatige instelling.......................................... 3
5.2.......................................................... Maanstand 4
5.3 Alarm.................................................................. 4
5.3.1 Alarmtijden instellen............................................ 4
5.3.2 - Alarm aan/uitzetten............................................. 4
5.3.3 Wekherhaling....................................................... 4
5.3.4 Alarm afzetten...................................................... 4
5.4 Temperatuur en luchtvochtigheid....................... 4
5.4.1 Weergave van de temperatuur en luchtvochtigheid
............................................................................ 4
5.4.2 Min/Max geheugen van de temperatuur en
luchtvochtigheid ................................................. 4
5.4.3 - Wissen van het min/maxgeheugen...................... 4
5.4.4 Keuze °Celsius/°Fahrenheit................................. 4
5.4.5 - Trendweergave van de binnenen
buitentemperatuur en de luchtvochtigheid binnen
en buiten ............................................................. 4
5.4.6 Buitensensor ......................................................... 4
5.4.7 Technische gegevens temperatuur en
luchtvochtigheid ................................................. 5
5.5 Luchtdruk........................................................... 5
5.5.1............................................. Luchtdrukweergave 5
5.5.2 Weersvoorspelling............................................... 5
5.5.3 Technische gegevens luchtdruk........................... 5
5.6 Licht................................................................... 5
6 Montage............................................................................ 5
7Indicator batterij vervangen en vervangen van de
batterij ........................................................................................ 6
7.1........................................................ Basisstation 6
7.1.1 Indicator batterij vervangen................................. 6
7.1.2 Vervangen van de batterij.................................... 6
7.2 Buitensensor ....................................................... 6
7.2.1 Indicator batterij vervangen................................. 6
7.2.2 Vervangen van de batterij.................................... 6
8Conformiteitsverklaring .................................................. 6
9 6Oplossen van problemen..................................................
1 Toepassingsgebied
Dit weerstation is alleen geconstrueerd voor gebruik als
weerstation. Weerstations leveren informatie over het
binnenklimaat, dienen voor de lokale weersvoorspelling en
worden verder gebruikt voor informatie over de
buitentemperatuur, luchtvochtigheid buiten, voor vorstinformatie
(automobilisten, boeren), enz. Het weerstation kan door de
consument gebruikt worden binnen de gegeven toleranties.
Gebruik het weerstation NIET voor een commerciële of
beroepsmatige weersvoorspelling. Een andere toepassing dan in
deze bedieningshandleiding beschreven, is niet toegestaan en kan
leiden tot beschadigingen of verwondingen. Voor schade door
onreglementair gebruik wordt geen aansprakelijkheid
geaccepteerd. In de bedieningshandleiding vindt u meer
aanwijzingen en verduidelijkingen.
2Veiligheid en onderhoud
2.1Veiligheidsaanwijzingen
Lees deze handleiding en vooral dit hoofdstuk aandachtig door en
volg alle gegeven aanwijzingen op. Zo garandeert u een
betrouwbare werking en een lange levensverwachting van uw
weerstation. Bewaar de verpakking en de bedieningshandleiding
goed om deze bij een overdracht aan de nieuwe bezitter te kunnen
geven.
Open nooit de kast van het basisstation en van de buitensensor,
deze hebben geen onderdelen die onderhoud nodig hebben (met
uitzondering van het openen van batterijvakken voor het inleggen
of vervangen van de batterijen, zie punt 7 „Indicator batterij
vervangen en vervangen van de batterij“). Leg geen voorwerpen
op het basisstation en op de buitensensor en oefen geen druk uit
op het display. Het display zou kunnen breken. Raak het display
niet aan met scherpe voorwerpen om beschadigingen te
voorkomen.
.
Gevaren voor kinderen en hulpbehoevende
persneno:
Houd verpakkingsfolie uit de buurt van baby's en kleine
kinderen. Gevaar voor verstikking!
Dit horloge mag door kinderen vanaf acht (8) jaar
en personen met beperkte fysieke, sensorische of
geestelijke vaardigheden of door personen met
gebrek aan ervaring en kennis van zaken gebruikt
worden, wanneer ze onder toezicht staan of
aanwijzingen hebben gekregen over het veilige
gehorloge bruik van het en de mogelijke gevaren
daarvan. Kinderen mogen niet met het horloge
spelen. Kinderen mogen dit niet reinigen horloge
of onderhouden zonder toezicht. Meer informatie
vindt u op www.produktservice.info.
2.2Voorwaarden voor de bedrijfsomgeving
Het basisstation is niet beschermd tegen spatwater. Let er op, dat
uw basisstation niet bloot komt te staan aan vocht of aan een te
hoge luchtvochtigheid en voorkom stof, hitte en te lang direct
zonlicht. Zet het basisstation stabiel op een niet-metalen
oppervlak om een optimale radioregistratie te garanderen. De
buitensensor is beschermd tegen spatwater. Kies voor het gebruik
buiten een plaats uit waar de buitensensor niet direct blootgesteld
wordt aan regen of zonlicht. Het niet in acht nemen van deze
aanwijzingen kan leiden tot storingen of tot beschadiging van het
basissta tion en van de buitensensor.
2.3Omgevings temperatur
Het basisstation kan continu gebruikt worden bij een
omgevingstemperatuur van 0 °C tot 50°C . Als het basisstation
buiten werking is, kan het bij - 10°C tot + 60°C opgeslagen
worden. De buitensensor kan continu gebruikt worden bij een
omgevingstemperatuur van -20 0 . °C tot +6°C Als de
buitensensor buiten wer- king is, kan hij bij 25°C tot + 70°C
opgeslagen worden.
2.4verdraagzaamheid Elektromagnetische
Zet het basisstation en de buitensensor indien mogelijk niet in de
buurt van bijv. een computer, printer, televisie, mobiele telefoon
of radio, omdat apparaten met een sterke EM
(elektromagnetische) straling of andere radiostations de radio-
ontvangst kunnen storen of beperken.
2.5 Werking op batterijen
Uw basisstation werkt op drie batterijen van 1,5 V type
LR6/R6/AA en de buitensensor werkt op twee batterijen van
1,5 V type LR6/R6/AA.
Onderstaand vindt u enkele aanwijzingen voor de omgang met de
batte rijen:
Vervang de batterijen alleen door een gelijkwaardig batterijtype.
Batterijen mogen niet opgeladen of met andere middelen
gereactiveerd worden, uit elkaar gehaald, in het vuur geworpen of
kortgesloten worden. Bewaar de batterijen altijd buiten het bereik
van kinderen. Batterijen kunnen levensgevaarlijk zijn als ze
ingeslikt worden. Bewaar de batterijen en het weerstation daarom
op een plaats waar kleine kinderen er niet bij kunnen komen. Als
er een batterij ingeslikt is, moet onmiddellijk medische hulp
gezocht worden.
Voor het inleggen van de batterijen de apparaten en
batterijcontacten indien nodig reinigen met een licht vochtige
doek en grondig droogmaken. Verwijder lege batterijen
onmiddellijk uit het apparaat om het lekken van de batterijen te
voorkomen. Verwij der eveneensde batterijen uit het apparaat
wanneer u het gedrende langere tijd niet gebruikt. (Gevaar voor u
lekken!) Voorzichtig met uitglopen batterijen! Vermijd het e
contact met huid, ogen en slijmvliezen! Bij contact met
batterijvloeistof de betreffende plekken direct met ruim water
spoelen en direct een arts raadple gen!
Batterijen verdragen geen hitte. Voorkom dat het basisstation
resp. de buitensensor en zodoende de ingelegde batterijen te heet
worden. Het niet in acht nemen van deze aanwijzingen kan leiden
tot beschadiging en in bepaalde omstandigheden zelfs tot
exploderen van de batterijen. Temperaturen onder 0°C kunnen
een negatieve uitwerking hebben op de levensduur van de
batterijen. Informatie over het vervangen van de batterijen vindt u
in punt 7 „Indicator batterij vervangen en vervangen van de
batterij“.
Aanwijzing:plaats de buitensensor zo, dat hij niet blootgesteld
wordt aan extreme hitte of kou. Bij extreme kou worden de
batte rijen en dus ook het zendsignaal zwakker.
2.6 Verwijdering
Batterijen zijn speciaal afval. Voor het op de correcte
manier verwijderen van de batterijen staan in winkels
die batterijen verkopen en in de inzamelplaatsen van
de gemeente hiervoor gschikte tonnen. e
Als u uw weerstation weg wilt doen, verwijder hem
dan volgens de huidige bepalingen. Informatie
hierover kunt u inwinnen bij een gemeentelijke
instantie.
KRIPPL- WATCHES Warenhandels GmbH
MariaTheresia--Straße 41, 4600 Wels, Österreich
Verwijder de verpakking van het weerstation volgens
de huidige bepalingen. Informatie hierover kunt u
inwinnen bij een gemeen telijke instantie.
2.7Onderhoud
Let op!Er bevinden zich geen onderdelen in de kast van het
weerstation die onderhoud nodig hebben of gereinigd moeten
worden.
2.8 Reiniging en vrzorging
Reinig het basisstation en de buitensensor alleen met een zachte,
vochtige doek zonder pluisjes. Gebruik geen oplosmiddelen of
bijtende of gasvormende reinigingsmiddelen. Let er op, dat er

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Ascot
Categorie: Weerstation
Model: AB5-WES-20B

Handleiding Ascot AB5-WES-20B – volledige tekst

Weerstations leveren informatie over het binnenklimaat, dienen voor de lokale weersvoorspelling en worden verder gebruikt voor informatie over de buitentemperatuur, luchtvochtigheid buiten, voor vorstinformatie (automobilisten, boeren), enz. Het weerstation kan door de consument gebruikt worden binnen de gegeven toleranties. Gebruik het weerstation NIET voor een commerciële of beroepsmatige weersvoorspelling. Een andere toepassing dan in deze bedieningshandleiding beschreven, is niet toegestaan en kan leiden tot beschadigingen of verwondingen. Voor schade door onreglementair gebruik wordt geen aansprakelijkheid geaccepteerd. In de bedieningshandleiding vindt u meer aanwijzingen en verduidelijkingen. 2 Veiligheid en onderhoud 2. 1 Veiligheidsaanwijzingen Lees deze handleiding en vooral dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle gegeven aanwijzingen op.

Zo garandeert u een betrouwbare werking en een lange levensverwachting van uw weerstation. Bewaar de verpakking en de bedieningshandleiding goed om deze bij een overdracht aan de nieuwe bezitter te kunnen geven. Open nooit de kast van het basisstation en van de buitensensor, deze hebben geen onderdelen die onderhoud nodig hebben (met uitzondering van het openen van batterijvakken voor het inleggen of vervangen van de batterijen, zie punt 7 „Indicator batterij vervangen en vervangen van de batterij“). Leg geen voorwerpen op het basisstation en op de buitensensor en oefen geen druk uit op het display. Het display zou kunnen breken. Raak het display niet aan met scherpe voorwerpen om beschadigingen te voorkomen. Gevaren voor kinderen en hulpbehoevende pers neno :  Houd verpakkingsfolie uit de buurt van baby's en kleine kinderen. Gevaar voor verstikking.

 Dit horloge mag door kinderen vanaf acht (8) jaar en personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vaardigheden of door personen met gebrek aan ervaring en kennis van zaken gebruikt worden, wanneer ze onder toezicht staan of aanwijzingen hebben gekregen over het veilige ge horloge bruik van het en de mogelijke gevaren daarvan. Kinderen mogen niet met het horloge spelen. Kinderen mogen dit niet reinigen horloge of onderhouden zonder toezicht. Meer informatie vindt u op www. produktservice. info. 2. 2 Voorwaarden voor de bedrijfsomgeving Het basisstation is niet beschermd tegen spatwater. Let er op, dat uw basisstation niet bloot komt te staan aan vocht of aan een te hoge luchtvochtigheid en voorkom stof, hitte en te lang direct zonlicht. Zet het basisstation stabiel op een niet-metalen oppervlak om een optimale radioregistratie te garanderen.

De buitensensor is beschermd tegen spatwater. Kies voor het gebruik buiten een plaats uit waar de buitensensor niet direct blootgesteld wordt aan regen of zonlicht. Het niet in acht nemen van deze aanwijzingen kan leiden tot storingen of tot beschadiging van het basissta tion en van de buitensensor. 2. 3 Omgevings temperaturHet basisstation kan continu gebruikt worden bij een omgevingstemperatuur van 0 °C tot 50 °C. Als het basisstation buiten werking is, kan het bij - 10 °C tot + 60 °C opgeslagen worden. De buitensensor kan continu gebruikt worden bij een omgevingstemperatuur van -20 0. °C tot +6 °C Als de buitensensor buiten wer - king is, kan hij bij 25 °C tot + 70 °C opgeslagen worden. 2. 4 verdraagzaamheid Elektromagnetische Zet het basisstation en de buitensensor indien mogelijk niet in de buurt van bijv.

5 Werking op batterijen Uw basisstation werkt op drie batterijen van 1,5 V type LR6/R6/AA en de buitensensor werkt op twee batterijen van 1,5 V type LR6/R6/AA. Onderstaand vindt u enkele aanwijzingen voor de omgang met de batte rijen:Vervang de batterijen alleen door een gelijkwaardig batterijtype. Batterijen mogen niet opgeladen of met andere middelen gereactiveerd worden, uit elkaar gehaald, in het vuur geworpen of kortgesloten worden. Bewaar de batterijen altijd buiten het bereik van kinderen. Batterijen kunnen levensgevaarlijk zijn als ze ingeslikt worden. Bewaar de batterijen en het weerstation daarom op een plaats waar kleine kinderen er niet bij kunnen komen. Als er een batterij ingeslikt is, moet onmiddellijk medische hulp gezocht worden. Voor het inleggen van de batterijen de apparaten en batterijcontacten indien nodig reinigen met een licht vochtige doek en grondig droogmaken.

Verwijder lege batterijen onmiddellijk uit het apparaat om het lekken van de batterijen te voorkomen. Verwij der eveneens de batterijen uit het apparaat wanneer u het ged rende langere tijd niet gebruikt. (Gevaar voor ulekken. ) Voorzichtig met uitg lopen batterijen. Vermijd het econtact met huid, ogen en slijmvliezen. Bij contact met batterijvloeistof de betreffende plekken direct met ruim water spoelen en direct een arts raadple gen. Batterijen verdragen geen hitte. Voorkom dat het basisstation resp. de buitensensor en zodoende de ingelegde batterijen te heet worden. Het niet in acht nemen van deze aanwijzingen kan leiden tot beschadiging en in bepaalde omstandigheden zelfs tot exploderen van de batterijen. Temperaturen onder 0°C kunnen een negatieve uitwerking hebben op de levensduur van de batterijen.

Informatie over het vervangen van de batterijen vindt u in punt 7 „Indicator batterij vervangen en vervangen van de batterij“. Aanwijzing: plaats de buitensensor zo, dat hij niet blootgesteld wordt aan extreme hitte of kou.

Bij extreme kou worden de batte rijen en dus ook het zendsignaal zwakker. 2. 6 VerwijderingBatterijen zijn speciaal afval. Voor het op de correcte manier verwijderen van de batterijen staan in winkels die batterijen verkopen en in de inzamelplaatsen van de gemeente hiervoor g schikte tonnen. e Als u uw weerstation weg wilt doen, verwijder hem dan volgens de huidige bepalingen. Informatie hierover kunt u inwinnen bij een gemeentelijke instantie. KRIPPL- WATCHES Warenhandels GmbHMaria Theresia- -Straße 41, 4600 Wels, Österreich Verwijder de verpakking van het weerstation volgens de huidige bepalingen. Informatie hierover kunt u inwinnen bij een gemeen telijke instantie. 2. 7 Onderhoud Let op. Er bevinden zich geen onderdelen in de kast van het weerstation die onderhoud nodig hebben of gereinigd moeten worden. 2.

8 Reiniging en vrzorgingReinig het basisstation en de buitensensor alleen met een zachte, vochtige doek zonder pluisjes. Gebruik geen oplosmiddelen of bijtende of gasvormende reinigingsmiddelen. Let er op, dat er.

Seite 2 geen waterdruppels op het display achterblijven. Water kan blijvende verkleuringen veroorzaken. Stel het display van het basisstation en van de buitensensor niet bloot aan fel zonlicht of ultraviolette straling. 2. 9 OpslagVerwijder de batterijen als u het weerstation gedurende langere tijd niet gebruikt. Let bij het opslaan van het weerstation op de aanwijzingen in punt 2. 2 „Voorwaarden voor de bedrijfsomgeving“ en punt 2. 3 „Omgevingstemperatuur“. Het basisstation en de buitensensor moeten veilig opgeslagen worden. Vermijd hoge temperaturen (bijv. door direct zonlicht) en een constante vocht ge omgeving. i 2. 10 - Aanwijzingen over deze bedieningshandlei dingWe hebben de bedieningshandleiding voor dit weerstation zo ingedeeld dat u altijd via de inhoudsopgave de nodige informatie over een thema na kunt lezen.

Maak als extra hulp voor uw weerstation gebruik van de FAQ’s (= veel gestelde vragen), die opgeroepen kunnen worden op onze pagina Produktservice op het Internet: http://www. produktservice. info EAN Code: 27088685 Neemt u bij verdere vragen alstublieft contact met ons op, op het volgende e- rmailadres: se vice@produktservice. info 2. 11 Bij de levering inbegrepen 1 Basisstati 5-WES-on AB 20A ( f zwart) o 5-WES- )AB 20B (grijs 1 Buitensensor A SENSOR161 Bedieningshandleiding 1 Garantiekaart 3 Displayweergave en functietoetsen 3.

1 F unctietoetsen• LIGHT/SNOOZE: Inschakelen van de displayverlichting Activering van de wekherhaling • BARO ▼: Verminderen van de luchtdrukwaarde Instelling van de weersvoorspelling • SET BARO: Instelling en bevestiging van de luchtdrukwaarde en van de weersvoorspelling • BARO ▲: Verhoging van de luchtdrukwaarde Instelling van de weersvoorspelling • MIN/MAX: Indicatie - - - van de min /max waarden van binnen en buiten temperatuur, luchtvochtigheid binnen en buiten en luchtdruk Omschakeling van °C op °F en omgekeerd • –/ /ZONE: Tijdzone-instelling Zenderoproeptoets Het zoeken naar het radiosignaal stoppen Vermindering van de - waarde in de modi tijd en alarm tijdinstelling • : Activeren of deactiveren van het alarm Verhoging van de waarde in de modi tijd- en alarminstelling • MODE/SET: Omschakeling tussen tijd en alarm tijd- modusManuele instelling van de tijd, de datum, het tijdformaat (12- - - -uurs of 24 uurs aanduiding), tijdzone, alarmtijdi stellingn • CH: Omschakeling tussen de kanalen Registratie van meer sensoren • RESET: Terugstellen (reset) van het basisstation op de fabrieks instelling 3.

5-WES- / B AB 20A 20Type 60108 Vooraanzicht basisstation - WeersvoorspellingWeertendens Weersvoorspelling met 5 verschillende pictogrammen - LuchtdrukLuchtdrukgrafiek: Weergave van het verloop van de l uchtdruk gedurende de vorige 12 uur in 5 stappen Weergave van de luchtdruk in hPa Min/max- luchtdrukgeheugen - Weergave buitentemperatuur en luchtvochtigheid buiten Weergave van het kanaal van de gekozen buitensensor of automatische omschakeling tussen de sensorkanalen Buitentemperatuur en luchtvochtigheid buiten voor maximaal drie buitensensors: - Actuele meting - - Min/Max geheugen - Indicatie van de temperatuur in °C/°F - Trendweergave Indicatie voor batterijvervanging voor de buitensensoren - Weergave binnentemperatuur en luchtvochtigheid binnen - Actuele meting - - Min/Max geheugen - Indicatie van de temperatuur in °C/°F- Trendweergave Indicatie voor batterijvervanging voor het basisstation - Tijd, alarmRadiografische tijd/kwartsklok Tijd in de 12- -of 24 uursaanduiding Tijdzone-instelling +/- 12 uur2 alarmtijden met wekherhaling (Snooze) Zender oproepfunctie voor de radiografische tijd Symbool radiotoren - M aanstand, datumMaanfase in 7 segmen ten Weer gave van dag, maand en dag van de week- Licht Achteraanzicht basisstation Functietoetsen 3.

Seite 3 4 Ingebruikneming Wij raden u aan de bedieningshandleiding aandachtig te lezen voordat u het radiogestuurde weerstation in gebruik neemt. Lees in elk geval voor de inbedrijfstelling punt 3. Functietoetsen en ”displayweergave”, om u met de functietoetsen van het radiogestuurde weerstation vertrouwd te maken. Voer de ingebruikneming op een tafel uit waar u het basisstation en de buitensensor naast elkaar kunt zetten. Op het display van het basisstation en de buitensensor bevindt zich een beschermfolie. Trek de folie eraf voor het eerste gebruik. 1. Basisstation • Verwijder het deksel van de batterijhouder van het basisstation en leg de batterijen (3 x 1,5 V type LR6/R6/AA) i - n het batterijcompartiment van het basisstation (op de +/pool letten). Sluit vervolgens het batterijcompartiment met het klep je.

• De LCD-weergave verschijnt, er klinkt een korte signaaltoon en het licht zal eventjes gaan branden. • Na het inleggen van de batterijen start het basisstation met de knipperende luchtdrukweergave. Om een zo correct mogelijke weersvoorspelling te krijgen, is het noodzakelijk de instellingen uit te voeren zoals in beschreven punt 5. 5. 1. a „Instellen van de luchtdrukwaarde“. Wij raden u aan op deze plaats de luchtdrukweergave met de „SET BARO“-toets te bevestigen en later pas de exacte waarde voor uw regio in te stellen. • Nu knippert het symbool van de weersvoorspelling. Bevestig hier de weersvoorspelling door op de “SET BARO”-toets te drukken. De instelling van het huidige weer – zoals in punt 5. 5. 2. a “Instellen van de weersvoorspelling” – beschreven is gebeurt eveneens later. • Nu knipperen de waarden voor de buitentemperatuur en de luchtvochtigheid buiten „--“.

Buitensensor • Verwijder het klepje van het batterijcompartiment aan de achterkant van de buitensensor door met de duim op de halve cirkel aan de onderkant van de behuizing te drukken. • Leg de batterijen (2 x 1,5 V Typ LR6/R6/AA) met de polen in de juiste richting in het batterijvak van de buitensensor (+/- pool in acht nemen). • De LCD- weergave verschijnt. • Controleer of de indicatie van de buitentemperatuur en de - luchtvochtigheid op het basisstation knippert. Als dit niet het geval is, houd dan de “ ”-CH toets op het basisstation ca. 3 se conden lang ingedrukt. • Druk nu kort op de „TX“-toets in het batterijvak van de buitensensor. Daardoor begint de buitensensor met de overdracht van de gemeten temperatuur en luchtvochtigheid, herkenbaar aan het knipperen van de rode indicator aan de voorkant van de buitensensor.

• De buitensensor is in de fabriek zo ingesteld dat de overdracht van het signaal op kanaal 1 plaatsvindt. Wacht een ogenblik totdat de temperatuur op kanaal 1 op het basisstation weergegeven wordt. De sensor is nu op kanaal 1 gereg streerd. i • De waarden voor de buitentemperatuur en de luchtvochtigheid buiten blijven knipperen, totdat de 3 minuten voorbij zijn. Daarna worden de waarden stabiel weergegeven. • Op dat moment ontvangt het basisstation en zendt de buitensensor het onderling gesynchroniseerde signaal. Druk niet meer op de “ ”-TX toets in het batterijcompartiment van de sensor. Daardoor zou de afstemming van het basisstation en de buitensensor verstoord worden. Aanwijzing: om een overdracht van het signaal te garanderen, mogen het basisstation en de buitensensor maximaal 100 meter van elkaar verwijderd zijn. De buitensensor zendt met een fre quentie van 433,92 MHz.

woning gebruikt worden en op dezelfde frequentie (433,92 MHz) zenden, kunnen eveneens storingen veroorzaken. Daarbij horen draadloze deurbellen, ingangscontroles, draadloze luidsprekers, draadloze koptelefoons, garagedeuropeners en huisveiligheidssystemen. Ook overlappende radiogolven kunnen de ontvangst beïnvlo den. e Aanwijzing: lees punt 5. 4. 6. c „Registratie van een tweede resp. derde buitensensor“ om een tweede resp. derde buitensensor te kunnen registreren (niet bij de levering inbegrepen). In zeldzame gevallen kan het gebeuren dat het basisstation het signaal van de buitensensor niet ontvangt (veroorzaakt door vreemde of stoorzenders). Let er bij de ingebruikneming op dat er geen ander basisstation resp. andere buitensensor in het zendbereik ligt. Als de ontvangst van het eerste signaal niet functioneert, hebt u de volgende twee mogelijkheden: 1.

Nieuwe ingebruikneming: haal de batterijen uit het basisstation en de buitensensor en begin opnieuw met de ingebruikneming. 2. Terugstellen (reset) van het basisstation: Door de RESET-toets in te drukken, wordt uw basisstation op de fabrieksinstelling teruggesteld. Voer nu de inbedrijfstelling nog eens uit. 3. Handmatig zoeken: houd de „CH“-toets op het basisstation enkele seconden lang ingedrukt, totdat de cijfers van de buitentemperatuur en van de luchtvochtigheid buiten knipperen. Druk nu kort op de „TX“ toets in het batterijvak van de -buitensensor. De overdracht van het signaal wordt daardoor één keer handmatig gea c tiveerd. BELANGRIJKE OPMERKING: Houd bij een manuele zoekbewerking altijd eerst de “ ”-CH toets op het basisstation ingedrukt.

Basisstation – zoeken radiosignaal Als de waarden voor de buitentemperatuur en de luchtvochtigheid buiten stabiel op het basisstation weergegeven worden, begint het basisstation het signaal voor de radiografische klok te zoeken, weergegeven door het knipperende symbool van de radi otoren. Funkturm-Symbol Het signaal van de radiografische klok wordt binnen 10 minuten door het basisstation ontvangen, wat weergegeven wordt door een stabiel symbool van de radiotoren. Als dit niet het geval is (herkenbaar omdat het symbool van de radiotoren niet zichtbaar is), druk dan op de „–/ /ZONE“- , toets en houd hem ingedrukt, totdat u een signaaltoon hoort. De radiotoren verschijnt en er wordt opnieuw gepro beerd een signaal van de radiografische klok te ontvangen. Als er op de standplaats geen radio-ontvangst is, kunt u de tijd ook handmatig instellen Handmatige inste(zie punt „5. 1.

2 l “ling ) of het basisstation op een andere plaats zetten (zie punt 9 „Oplossen van problemen“). Aanwijzing: het zoekproces wordt onderbroken als u de „–/ - n /ZONE“ toets i drukt. Zodra de radiografische tijd weergegeven wordt, raden wij u aan ook de volgende instellingen uit te voeren: Om een zo correct mogelijke weersvoorspelling te krijgen, is het noodzakelijk de instellingen uit te voeren zoals beschreven in punt 5. 5. 1. a „Instellen van de luchtdrukwaarde“ en punt 5. 5. 2. a “ ”Instellen van de weersvoorspelling. De ingebruikneming van het weerstation is afgesloten. U kunt de buitensensor op zijn definitieve plaats zetten of hangen (zie punt 6 „Montage“). 5 / Modi functies5. 1 Tijd, datum en tijdzone 5. 1. 1 5. 1. 1 Radiogestuurde tijdweergave De tijdbasis voor de radiogestuurde tijdweergave is een cesium atoomklok van het natuurkundig-technisch rijksinstituut Braunschweig.

Bevind uw weerstation zich binnen dit zendbereik, dan ontvangt hij dit signaal, rekent het om en geeft onafhankelijk van de zomer- of wintertijd altijd de exacte tijd en de juiste datum aan. De radiografische tijd wordt meerdere keren per dag automatisch door het basisstation gesynchroniseerd om eventuele afwijkingen te corrigeren. Mocht er op de plaats van inzet geen radio-ontvangst mogelijk zijn, kan de tijd ook handmatig ingesteld worden ( zie punt 5. 1. 2 „ “ Handmatige instelling ). 5. 1. 2 Handmatige instelling Aanwijzing: “ ”- “–/ -Houd de of /ZONE” toets ingedrukt om de cijfers elkaar snel op te laten volgen 1. Om de tijd handmatig in te stellen, drukt u op de „MO “- DE/SET toets en houdt deze ca. 3 seconden ingedrukt totdat het jaartal begint te knipperen. Druk op de „ “- of„–/ /ZONE“-toets, om het jaartal in stellen.

Seite 4 3. Druck op de „ “- „–/ -of /ZONE“ toets, om de dag in te stellen. Da dag van de week wordt automatisch berekend en weergegeven. „ “-Bevestig dit met de MODE/SET toets, het uur begint te knipperen. 4. Druck op de „ “- „–/ -of /ZONE“ toets, om het uur in te stellen. ten Bevestig dit met de toets, de min„ “-MODE/SET ubeginnen te knipperen. 5. Druck op de „ “- „–/ -of /ZONE“ Taste, om de minuten in te stellen vestig dit met de. Be „ “-MODE/SET toets, de 12/24- uursaanduiding begint te knipperen. 6. Druck op de „ “- of „–/ /ZONE“- -toets, om de 12/24uursaanduiding in te stellen. Bevestig dit met de „MO “- DE/SET toets, de tijdzone begint te knipperen. De aarde is onderverdeeld in 24 tijdzones. Een tijdzone is een deel van het aardoppervlak waar een gemeenschappelijke tijd geldt. Hij loopt in het ideale geval langs de lengtegraden vanaf de polen.

Bij de overgang naar een andere zone verspringt de tijd met een uur en wel in oostelijke richting met 1 uur vooruit en in westelijke richting met 1 uur terug. Als u bijv. de tijd van een land in wilt stellen dat 6 zones ten westen van uw land ligt, moet u 6 uur minder ingeven. 7. Druck op de „ “- of „–/ - e/ZONE“ toets, om de g wenste tijdzone in te stellen. Bevestig dit met de „MOD S “-E/ ETtoets indigd. eDe instelling is nu be. Om de tijd in de ingestelde tijdzone weer te geven, drukt u na de instelling 1 – „–/7 op de /ZONE“-toets, Naast de tijd verschijnt “ZONE”. Druk nogmaals op de „–/ /ZONE“- toets om naar de normale tijdweergave terug te gaan. 5. 2 Maanstand De maanstand hangt af van de actuele datum, wordt automatisch berekend en met de volgenden symbolen weergegeven: Volle maan Afnemende maan Nieuwe maan Nieuwe maan Wassende maan Volle maan5.

Druk 1 keer op de „ “- MODE/SET toets om de 1ste alarmtijd af te lezen (naast de alarmtijd verschijnt A1 en nog een keer om de 2de ) alarmtijd af te lezen (naast de alarmtijd verschijnt A2). Druk nog een keer op de toets om naar de tijd „ “- MODE/SET toets terug te gaan. Weergave alarmtijd 1 Weergave alarmtijd 2 5. 3. 1 Alarmtijden instellenVoor het instellen van de alarmtijd drukt u op de „ “-MODE/SET toets, om de 1ste of de 2de alarmtijd te kiezen (A1 of A2 verschijnt naast de tijd). Als u de gewenste alarmtijd 1 of 2 bereikt hebt, houdt u de ingedrukt, het uur van de „ “- MODE/SET toetsalarmtijd begint te knipperen. Stel het uur in met de „ “- of „–/ /ZONE“-. toets Ter bevestiging drukt u op de „MO “-DE/SET toets, de minuten van de alarmtijd knipperen nu. Stel de minuten ook in met de „ “- of „–/ -/ZONE“ toets. Ter bevestiging drukt u op de „ “-MODE/SET toets.

De alarmtijd is ingesteld. Door de instelling van de alarmtijd wordt het alarm gelijktijdig geactiveerd. Na het instellen van het alarmuur verschijnt het kloksymbool voor het betreffende alarm (1 of 2) rechts naast het uur. 5. 3. 2 aan-/ Alarm uitzettenOm het alarm aan resp. uit te zetten, drukt u zo vaak op de „ “- toets totdat de gewenste alarmtijd ingeschakeld is: - Eén keer indrukken: kloksymbool 1 verschijnt: alleen de 1ste alarmtijd is ingeschakeld. - Nog een keer indrukken: kloksymbool 2 verschijnt: alleen de 2de alarmtijd is ingeschakeld. - Nog een keer indrukken: kloksymbool 1 en 2 verschijnen: beide alarmtijden zijn ingeschakeld. - Nog een keer indrukken: beide kloksymbolen verdwijnen: beide alarmtijden zijn uitgeschakeld. 5. 3. 3 W ekherhaling Wanneer het alarm weerklinkt, kunt u door de “ ”-LIGHT/SNOOZE toets in te drukken een alarmherhaling bin nen vijf minuten activeren. 5.

Het alarm blijft echter geactiveerd, d. w. z. dat het op de volgende dag op hetzelfde tijdstip nog eens zal weerklinken. Om het alarm uit te schakelen, gaat u te werk zoals in punt 5. 3. 2 “ - ” Alarm in /uitschakelen is beschreven. Bij het weerklinken van het alarm wordt tegelijk het displaylicht gedurende ca. 5 seconden ingeschakeld. 5. 4 ur tvochtigheid Temperatu en luch5. 4. 1 Weergave van de temperatuur en luchtvochtigheid Na het inleggen van de batterijen worden direct de binnentemperatuur en de luchtvochtigheid binnen weergegeven. De buitentemperatuur en luchtvochtigheid buiten worden na ontvangst van het eerste signaal van de buitensensor weergegeven. Buitentemperatuur °C/°F met trendweergaveLuchtvochtigheid buiten met trendweergave Binnentemperatuur °C / °F met trendweergave Luchtvochtigheid binnen met trendweergave 5. 4.

2 Min/Max geheugen van de temperatuur en luchtvochtigheid Om de maximale en minimale waarden van de temperatuur en luchtvochtigheid af te lezen, drukt u op de „MIN/MAX“- toets - één keer om de maximale waarden af te lezen- nog een keer om de minimale waarden af te lezen en- nog een keer om naar de normale weergave terug te gaan. 5. 4. 3 Wissen van het min/max- geheugen Alle min. /max-waarden worden dagelijks automatisch om 0:00 uur gewist. 5. 4. 4 s/ Keuze °Celsiu °FahrenheitDruk op de „MIN/MAX“-toets en houd deze ingedrukt om te kiezen tussen °C en °F voor de weergave van de binnentemperatuur en de buitentemperatuur. 5. 4. 5 - Trendweergave van de binnen en buitentemperatuur en de luchtvochtigheid binnen en buiten In het veld van de binnen- en buitentemperatuur resp.

de luchtvochtigheid binnen en buiten wordt rechtsboven met een pijl telkens de ontwikkeling van de actuele waarden weergegeven. Als de waarde binnen een uur meer dan 1 graad resp. 2% verandert, wordt dit door een naar boven resp. naar beneden wijzende pijl weergegeven. Anders wordt dit getoond met een horizontale pijl. 5. 4.

6 Buitensensor Voor de overdracht van het zendsignaal van de buitensensor naar het basisstation is geen kabelverbinding nodig. De buitensensor zendt met een zendfrequentie van 433,92 MHz. De overdrachtafstand van de buitensensor naar het basisstation kan bij optimale omstandigheden in open terrein tot 100 m bedragen. De overdracht kan beïnvloed worden door objecten zoals bijv. metselwerk, betonstaal en metalen vensters evenals door mist tussen de buitensensor en het basisstation, opstelling van de buitensensor en het basisstation op de grond, enz. 5. 4. 6. a Weergave buitensensor Na het inleggen van de batterijen in de buitensensor (zie punt 4 „Ingebruikneming“) verschijnt in het display van de buitensensor de weergave van de buitentemperatuur en van de luchtvochtigheid buiten. 5. 4. 6.

b / Keuze °Celsius °Fahrenheit Om de temperatuurweergave op de buitensensor te veranderen, drukt u op de „C/F“-toets aan de achterkant van de buitensensor (verwijder hiervoor het klepje van het batterijvak). Door iedere druk op de toets wordt de weergave in °C resp. °F veranderd. 5. 4. 6. c Registratie van een tweede resp. Derde buitensensor Er zijn geen andere buitensensoren in de leveringsomvang inbe. grepenEen tweede en derde buitensensor zijn niet bij de levering inbegrepen. Neem contact op met ons serviceadres resp. onze Webshop (http://www. produktservice. info/shop/ Mode - lnr. ASENSOR16), als u meerdere buitensensoren aan wilt schaf fen. Voer de registratie van een tweede resp. derde buitensensor op een tafel uit, waar u het basisstation en de buitensensor(en) naast elkaar kunt leggen resp. op kunt stellen. Verwijder het klepje van het batterijvak van de buitensensor.

Zet de kanaalkiezer aan de achterkant van de buitensensor op het gewenste kanaal waarop de buitentemperatuur en de luchtvochtigheid buiten van deze buitensensor op het basisstation weergegeven moet worden (de eerste buitensensor wordt normaal gesproken op kanaal 1 weergegeven.

Seite 5 Het gekozen kanaalnummer wordt linksboven in het display van de buitensensor weergegeven. Stel nu met de “ ”-CH toets op het basisstation de weergave van de buitentemperatuur en -luchtvochtigheid op hetzelfde kanaal in, dat u ook bij de buitensensor gekozen hebt (2 of 3). Houd de “ ”- b eCH toets op het asisstation enkele seconden ing drukt tot een geluidssignaal weerklinkt en de weergave voor de buitentemperatuur en de -luchtvochtigheid op het basisstation knippert. Druk nu kort op de “TX”-toets in het batterijcompartiment van de buitensensor. Zodoende wordt het signaal over gedragen. Dit wordt getoond door het knipperen van de rode verklikker op de voorkant van de buiten sensor en door een geluidssignaal van het basisstation. De temperatuur en de luchtvochtigheid van de buitensensor 2 of 3 worden nu constant weergegeven op het ba sisstation.

Aanwijzing: Let op de juiste volgorde van de registratie van een nieuwe buiten sensor. Druk de “ ”-TX toets in het batterijcompartiment van de sensor alleen in wanneer de indicatie van de buitentemperatuur of -luchtvochtigheid op het basisstation knippert. 5. 4. 6. d Handmatig en automatisch vervangen van de kanaalweergave op het basisstation Als u 2 of 3 buitensensoren geregistreerd hebt, drukt u op de „CH“-toets om van het ene kanaal naar het volgende te switchen. Als er een ronde pijl in het display weergegeven wordt, worden de kanalen steeds weer automatisch na elkaar weergegeven. Automatisch switchen van de kanaalweergave 5. 4.

40 %: de waarde van de luchtvochtigheid kan tu sen 30 % en s 50 % liggen) Overdrachtafstand buitensensor tot basisstation: max. 100 meter in open terrein Zendfreqz : entie buitensensor naar het basisstation 433,92 MHz Batterijen: Basisstation: 3 x 1,5 V Typ LR6/R6/AA (3 x 1,5 V 65µA LR6/R6/AA) Buitensensor: 2 x 1,5 6 6 A V Typ LR /R /A(2 x 1,5 V 10µA LR6 6/A/R A) 5. 5 Luchtdruk 5. 5. 1 Luchtdrukweergave Luchtdrukweergave Na het inleggen van de batterijen start het basisstation met een luchtdrukweergave. De luchtdruk wordt alle 15 min gemeten, uitgaande van de tijd van het aanbrengen van de batterijen in het basisstation of een manuele instelling van de waarde van de luchtdruk. De grafiek van de luchtdruk wordt opgemaakt op basis van het gemiddelde van om het uur gemeten waarden.

Aanwijzing: om een zo nauwkeurig mogelijke weersvoorspelling te krijgen, moet u beslist de actuele relatieve luchtdrukwaarde van uw regio ingeven (zie het volgende punt 6. 5. 1. a „Instellen van de luchtdrukwaarde“). De actuele luchtdrukwaarde kunt u bijv. vinden op de weerpagina’s van Teletekst of op weerpagina’s op het Internet, bijv. : www. meteo24. de. 5. 5. 1. a Instellen van de luchtdrukwaarde Druk op de en houd deze ingedrukt, totdat „ “-SET BARO toets, de luchtdrukweergave begint te knipperen Met de. „BA “- RO ▲of „B “- ARO ▼toets kunt u de luchtdrukwaarde wijzigen, van 900 1 tot 100 hPa. Druk kort op de „ “- SET BARO toets om uw ingave tte bevestigen. Het basisstation geeft de actuele luch druk in hPa weer. Aanwijzing: “ ”- “ ”-Houd de BARO ▲ of BARO ▼ toets ing drukte om de cijfers elkaar snel op te laten volgen. 5. 5. 1.

Een schaal aan de rechterkant vergelijkt de resultaten. De „0“ in het midden van de schaal kenmerkt de actuele luchtdruk. Elke verandering geeft in hPa (+/- 2, 4, 6 en 8 hPa) aan, hoe hoog of laag de luchtdruk het vorige uur was in vergelijking met de actuele luchtdruk, die in de rechter kolom weergege ven wordt. Eén balk staat voor 2 hPa. Aanwijzing: let er op dat de luchtdrukgrafiek altijd weer van links naar rechts opnieuw opgebouwd wordt (knippert). 5. 5. 1. c Min/Max geheugen van de luchtdruk Om de maximale en minimale waarden van de luchtdruk af te lezen, drukt u één keer op de „MIN/MAX“-toets om de maximale waarde af te lezen, nog een keer om de minimale waarde af te lezen en nog een keer om naar de normale weergave terug te gaan. De maximale en minimale waarden van de luchtdruk worden dagelijks om 0. 00 uur gewist. 5. 5.

2 We ersvoorspellingDe weersvoorspelling is een ongeveer opgave, die voor de ko -mende 12 24 uur berekend wordt in een omtrek van ca. 30 tot 50 km. De weersvoorspelling wordt gebaseerd op de schommelingen van de luchtdruk en komt met een waarschijnlijkheid van ca. 70-75% overeen met het werkelijke weer. Omdat het weer echter niet met een waarschijnlijkheid van 100% voorspeld kan worden, accepteren wij geen aansprakelijkheid voor schade die kan ontstaan door een niet kloppende weersvoorspelling. De weersvoorspelling wordt met de volgende symbolen weergege ven: Z onnig Licht bewolkt Bewolkt Regen SneeuwAls de gemeten temperatuur van een buitensensor onder +1°C lig stalt, dan wordt een ijskri -symbool en een uitroepteken op het display rechts naast de weersvoorspelling getoond om voor vorst te waarschuwen.

Waarschuwing voor slecht weer/storm Wanneer de symbolen van de weersvoorspelling knipperen, dan is dit een aanwijzing van een naderend slechtweer- of stormfrontdat gepaard gaat met een luchtdrukverandering van meer dan 2,5 hPa/uur. Links bovenaan op het display wordt de weertendens getoond en elk uur geactualiseerd.

Wanneer de luchtdruk binnen het uur met meer dan 1 hPa verandert, dan wordt dit door een omhoog of omlaag wijzende pijl weergegeven. Anders is de pijl horizontaal Horizontale pijl = gelijkblijvende luchtdruk Naar boven wijzende pijl = stijgende luchtdruk Naar beneden wijzende pijl = dalende luchtdruk 5. 5. 2. a Instelling van de weersvoorspelling Na het instellen van de waarde van de luchtdruk knippert het symbool voor de weersvoorspelling. “ - Met de BARO ▲“ of “ ” - BARO ▼ toets kunt u het actuele weer instellen. Er zijn vier verschillende weersymbolen kbeschi baar. Het weersymbool met sneeuw verschijnt automatisch bij buitentemperaturen onder 0°C. Druk nu de “ ”- iSET BARO toets in om uw keuze te bevest gen. Aanwijzing: Na de basisinstelling duurt het ca. 12 tot 24 uur tot u een betrouwbare weersvoorspelling krijgt. 5. 5.

3 Technische gegevens luchtdrukMeetbereik: 1 900 tot 100 hPaResolutie: 1 hPa5. 6 LichtDoor op de „LI toets te drukken wordt het GHT/SNOOZE“-display gedurende ca. 5 seconden verlicht, zodat u ook in het donker de weergaven van uw basisstation af kunt lezen. Het constant verlichten van het display is niet mogelijk. Bedenk echter dat er voor de displayverlichting meer stroom verbruikt wordt, wat een kortere levensduur van de batterijen tot gevolg heeft. 6 Montage Het basisstation kan opgesteld worden door middel van een vaste standvoet. De buitensensor heeft een ophangmogelijkheid aan de achterkant voor wandmontage. Hij kan echter ook staand of liggend geplaatst worden. Luchtdrukwaarde in hPaKanal 1, 2 ,3 S chaalin hPa Uur Actuele luchtdrukmeting (= basis van de grafiek) Balk = 2 hPa Kolom.

Seite 6 7 Indicator batterij vervangen en vervangen van de batterij 7. 1 Basis station7. 1. 1 Indicator batterij vervangenZwakke batterijen van het basisstation worden weergegeven door de indicator batterij vervangen. Deze weergave is in het display rechts naast de weergave van de luchtvochtigheid binnen te herkennen aan een batterijsymbool. Dit verschijnt echter pas als de batterijen zwak zijn. Indicator batterij vervangen basisstation 7. 1. 2 Vervangen van de batterij Open het batterijvak aan de achterkant van de kast. 3 x 1,5 V batterijen type / LR6/R6 AA er met de polen in de juiste richting inleggen (let op de +/- pool) en het batterijvak weer sluiten met het klepje. In het geval dat na het vervangen van de batterij de buitentemperatuur en de luchtvochtigheid buiten niet weergegeven worden op het basisstation, gaat u te werk zoals beschreven in punt 4 „Ingebruikneming“.

Aanwijzing: door het vervangen van de batterijen gaan de opgeslagen gegevens verloren Het toestel moet opnieuw in bedrijf worden genomen. 7. 2 Buitensensor 7. 2. 1 Indicator batterij vervangenZwakke batterijen van de buitensensor worden weergegeven door de indicator batterij vervangen. Deze is in het display van het basisstation rechts naast de weergave van de luchtvochtigheid buiten te herkennen door een batterijsymbool en verschijnt pas als de batterijen zwak zijn. De indicator batterij vervangen op het basisstation voor de buitensensor wordt altijd alleen weergegeven voor het actueel gekozen kanaal (= buitensensor) weergegeven. Indicator batterij vervangen op het basisstation voor de buiten sensor Een zwakke batterij kan bovendien herkend worden door de indicator batterij vervangen in het display van de buitensensor. Indicator batterij vervangen buitensensor 7. 2.

Leg 2 batterijen van 1,5 V type LR6/R6/AA in het batterijcompartiment (op de +/ pool letten) en doe de - batterijafdekking weer dicht. 8 ConformiteitsverklaringR&TTE Directive 1999/5/EG Directive 2011/65/EU, , RoHS-EMV-Directive 2004/108/EG: Verkorte tekst van de conformiteitsverklaring: Hiermede ver -klaart Krippl Watches, dat 5-WES-het weerstation AB20A 20/ B nin overeenstemming is met de grondligge de eisen en de overige geldende bepalingen van de richtlijn 1999/5/EG, 2011/65/EU, 2004/108/EG. De complete tekst van de conformiteitsverklaring kunt u oproepen via onze website: http://www. produktservice. info EAN: 27088685 9 Oplossen van problemen Controleer eerst de batterijen en vervang deze eventueel voordat u een klacht indient over het weerstation.

Wanneer de buitentemperatuur/luchtvochtigheid op het a basisst tion knippert: Wanneer het basisstation langer dan een uur geen signaal van de buitensensor ontvangt, knippert de indicatie van de buitentemp basisstation. e - ratuur en luchtvochtigheid op het Voer in dit geval een manuele zoekbewerking uit na het signaal van de buitensensor, zoals in punt 4. “ ” e Inbedrijfstelling is b schreven. Ook na een kanaalwissel knippert de indicatie van de buitentem -peratuur en luchtvochtigheid bij het oorspronkelijke kanaal, aangezien dit van de buitensensor geen signaal meer ontvangt. Druk de “ ”- CH toets in om naar dit kanaal over te gaan en houd de “ ”- CH toets ca. 3 seconden lang ingedrukt. Zo worden de gegevens gewist.

Als de buitentemperatuur/de luchtvochtigheid buiten niet meer op het basisstation weergegeven worden: Als de buitensensor niet meer geregistreerd wordt, kan dit de volgende oorzaken hebben: - De batterijen van de buitensensor en/of het basisstation zijn te zwak, vervang de oude batterijen. Gebruik nooit tegelijk oude en nieuwe batterijen en voer een nieuwe registratie van de buitensensor uit zoals beschreven in punt 4 „Ingebruikneming“.

- De ontvangst van de buitensensor wordt door hindernissen gestoord, aangezien het vaak niet mogelijk is deze hindernissen te verwijderen (bv. thermisch isolerende beglazing, muren van gewapend beton of bepaalde soorten beton, stalen liggers. ). Verminder de afstand tussen de buitensensor en het basisstati on. - Bij buitentemperaturen onder de 0°C kan het batterijvermogen van de buitensensor minder worden en de radio-overdracht verzwakken. Verklein in dit geval de afstand van de buitensensor naar het basisstation. - Als er op het basisstation geen weergave van de buitentemperatuur en de luchtvochtigheid buiten te zien is, maar alleen „- -“, kan dit liggen aan het feit dat de batterijen van het basisstation al te zwak zijn en het daarom de signalen van de buitensensor niet meer ontvangen kan. Vervang de batterijen door nieuwe.

Ontvangststoringen kunnen ook veroorzaakt worden door andere huishoudelijke apparaten, stoor- - -of vreemde zenders. Ook dan is er alleen „ “, „HH“ of „LL“ in de weergave te zien. Houd in dat geval de CH toets ca. -5 seconden lang ingedrukt, totdat u een signaaltoon hoort. Wacht even. Na het volgende zendsignaal van de buitensensor moet de actuele buitentemperatuur en de luchtvochtigheid buiten weer weergegeven worden. Zwakke batterijen van het basisstation: Vervang de batterijen zodra het symbool voor het vervangen van de batterij weergegeven wordt. Wacht ca. 5 minuten met het inleggen van de nieuwe batterijen. Raak bij het inleggen van de batterijen de batterijcontacten niet aan, dit vermindert het corrosiegedrag van de contacten en verlengt zodoende de levensduur van de batterijen. Let bij het inleggen van de nieuwe batterijen altijd op de juiste poolrichting.

Zwakke batterijen van de buitensensor: Vervang de batterijen zodra het symbool voor het vervangen van de batterij weergegeven wordt (verschijnt op de buitensensor en op het basisstation). Let bij het inleggen van de nieuwe batterijen altijd op de juiste poolrichting. Daarna moet de buitensensor opnieuw geregistreerd worden Ga daarbij te werk zoals beschre ven in punt 4 „Ingebruikneming“. Temperatuurtolerantie: Het basisstation en de buitensensor hebben onafhankelijk van elkaar werkende sensoren. Temperatuurtolerantie buitensensor: +/- 1 °C Temperatuurtolerantie basisstation: +/- 1 °C (Zie daartoe punt 5. 4. 7 “Technische gegevens temperatuur, luchtvochtigheid en batteri ” jen. )Daarom kan het gebeuren dat 2 naast elkaar staande buitensensoren (resp. basisstation en buitensensor) een temperatuurverschil van 2°C weergeven.

Bij sterke temperatuurschommelingen kan het verschil nog een beetje groter zijn, omdat de buitensensor niet continu zendt. Verkeerde temperatuurweergave: Door direct zonlicht wordt de temperatuurweergave beïnvloed. Plaats de buitensensor zo dat hij aan de werkelijke weersschommelingen blootstaat, dus niet bijv. binnen of in het tuinhuis. Tolerantie luchtvochtigheid: Het basisstation en de buitensensor hebben onafhankelijk van elkaar werkende sensoren. Tolerantie luchtvochtigheid buitensensor: - +/ 10%Tolerantie luchtvochtigheid basisstation: +/- 10%(telkens met betrekking tot de gemiddelde luchtvochtigheid) Daarom kan het gebeuren dat 2 naast elkaar opgestelde buitensensoren (resp. basisstation en buitensensor) een luchtvochtigheidverschil van 20% weergeven.

Bij sterke schommelingen in de luchtvochtigheid kan het verschil nog een beetje groter zijn, omdat de buitensensor niet continu zendt. Weergave luchtvochtigheid permanent 20 %: Als de weergave van de luchtvochtigheid permanent 20% aangeeft, is de luchtvochtigheid onder het meetbare bereik of 20%. Ventileren kan helpen.

Door regelmatig te ventileren kan een hogere luchtvochtigheid bereikt worden. Vooral in de winter is de luchtvochtigheid in de woonruimtes heel laag. De radiografische klok ontvangt geen radiosignaal: Als de radiografische klok geen signaal ontvangt, probeer het dan nog een keer op een andere standplaats. Door bouwkundige en natuurlijke hindernissen (bijv. bergen) kan de ontvangst van het radiosignaal gestoord worden of niet mogelijk zijn. Hiervoor beschikt het apparaat over een kwartsklok die dan als vervanging gebruikt kan worden (zie in punt 5. 1. 2 „Handmatige instelling“). Elektromagnetische of atmosferische storingen kunnen het radiosignaal ook storen. Deze storingen kunnen echter meestal verhol pen worden door de keuze van een andere standplaats. Elektromagnetische storingen: Zet het basisstation en de buitensensor indien mogelijk niet in de buurt van bijv.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Ascot AB5-WES-20B stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden