Ariston Thermo Optima 16 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Ariston Thermo Optima 16 (56 pagina’s), behorend tot de categorie Ketel & boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 41 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Ariston Thermo Optima 16 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/56
Instructions techniques pour l’installation et l’entretien
Technieke instructies voor de installatie en de onderhouding
Technische Installations- und Wartungsanleitungen
NL
DE
FR

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Ariston Thermo
Categorie: Ketel & boiler
Model: Optima 16

Handleiding Ariston Thermo Optima 16 – volledige tekst

1. 32 Speciale functies van beveiliging8. 3. 2. 32 Speciale functies van werking9. INSTRUCTIES VOOR DE AANPASSING AAN DE WERKING MET GAS VERSCHILLEND VAN HET GAS VAN DE IJKING. 33 9. 1. 33 VOORSCHRIFTEN9. 2. 33 DEMONTAGE VAN DE GASUNIT. 9. 3. 34 VOEDINGSDRUK (NATUURGAS EN VLOEIBAAR GAS). 9. 4. 34 REGELING INRICHTING VAN TRAGE ONTSTEKING10. –. 34 BEWEGINGSSYSTEEM TRANSPORT - VERPAKKING 10. 1. 35 VERPAKKING11. 35 AFBRAAK EN LOZING12. 35 RAADGEVINGEN VOOR HET GEBRUIK EN HET ONDERHOUD12. 1. 35 VOOR DE INSTALLATEUR EN DE GEBRUIKER12. 2. 35 WAARSCHUWINGEN13. 36 TECHNISCHE SERVICE14. 37 ELEKTRISCH SCHEMA NL.

21 1. VOORWOORD Deze gebruikshandleiding maakt integraal en essentieel deel uit van het product. Ze moet door de gebruiker zorgvuldig bewaard worden en moet de boiler altijd vergezellen ook indien hij aan een andere eigenaar of gebruiker wordt afgestaan en/of indien hij naar een andere plaats wordt overgebracht. De instructies en de waarschuwingen bevat in deze gebruikshandleiding aandachtig lezen want ze geven belangrijke aanwijzingen m. b. t. de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud. 1. 1 ALGEMENE WAARSCHUWINGEN Dit toestel dient om warm water te leveren voor huishoudelijk gebruik aan een temperatuur onder de kooktemperatuur. Het toestel moet aangesloten worden op een net van voorziening van warm sanitair water compatibel met zijn prestaties en zijn vermogen. Het is verboden het toestel te gebruiken voor doeleinden die verschillen van hetgeen gespecificeerd werd.

De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade, rechtstreeks of onrechtstreeks, te wijten aan een onjuist, foutief gebruik dat niet conform is de goede techniek of aan een niet in acht nemen van de in deze handleiding aangegeven instructies. De technicus installateur moet gekwalificeerd zijn voor de installatie van toestellen voor de verwarming volgens de wet nr. 46 van 05/05/1990 en op het einde van het werk moet hij aan de committent de VERKLARING VAN CONFORMITEIT geven. De installatie, het onderhoud en gelijk welke ingreep moeten uitgevoerd worden conform de normen in voege en de aanwijzingen geleverd door de fabrikant. Een foutieve installatie kan schade berokkenen aan personen, dieren en dingen waarvoor het constructiebedrijf niet verantwoordelijk is. 1.

è Vervolgens in het bijzonder letten op in bold benadrukte teksten, met een groter of onderlijnd karakter, omdat deze altijd wijzen op operaties of inlichtingen van bijzonder belang. Alle aangeduide veiligheidsnormen zijn belangrijk en moeten als dusdanig strikt worden nageleefd. De technische schema’s in bijlage zijn uitsluitend te gebruiken door het gespecialiseerd technisch personeel dat door de fabrikant geautoriseerd wordt om de onderhoudsingrepen en de buitengewone controles uit te voeren. Het is strikt verboden deze te gebruiken om wijzigingen aan de boiler aan te brengen. 1. 3 IDENTIFICATIE ELEMENTEN De identificatieplaatjes van de boiler die alle desbetreffende gegevens bevatten, bevinden zich op de rechter onderste zijkant. Zie fig. 1.

In het bijzonder op het plaatje met de kenmerken staan de waarden van de voeding van het elektriciteits- en gasnet, die op het ogenblik van de ijking of van de herinstallatie geverifieerd moeten worden: het is verboden de boiler te voeden met waarden die niet op de typeplaat staan. NL.

22 2. NORMEN TEGEN ONGEVALLEN Het gebruik van de boiler is voorbehouden aan de gebruiker die de inhoud van deze handleiding gelezen en geassimileerd moet hebben. Voordat men de boiler in bedrijf stelt, moet men de integriteit en de perfecte werking van de veiligheidsinrichtingen van de installatie en van het toestel controleren; daarom is het verboden de boiler te gebruiken wanneer de veiligheidsinrichtingen defect of buiten dienst zijn. De boiler niet onderwerpen aan grotere prestaties dan hetgeen voorgeschreven is voor een normaal huishoudelijk gebruik. Geen enkele operatie van schoonmaak of onderhoud uitvoeren zonder dat men de boiler heeft uitgeschakeld en de elektrische voeding onderbroken heeft. Het is strikt verboden de boiler te laten werken met gedemonteerde beschermingen van de elektrische gedeelten of met uitgesloten veiligheidsinrichtingen.

Het is strikt verboden de veiligheidsinrichtingen te verwijderen of te forceren. De operaties van regeling met “beperkte veiligheid” of gedeeltelijk “uitgesloten veiligheid”, moeten uitgevoerd worden door gekwalificeerd en autoriseerd personeel. Nadat men deze operaties heeft uitgevoerd, moet men zo vlug mogelijk de staat van de boiler herstellen met alle beschermingen actief. Het nauwkeurig in acht nemen van de periodieke onderhoudsoperaties aangegeven in deze handleiding, is noodzakelijk zowel om veilig te kunnen werken, als om de boiler perfect efficiënt te houden. In geval van defect en/of slechte werking, het toestel uitschakelen, het kraantje van het gas afsluiten en niet proberen het toestel te repareren maar zich hiervoor wenden tot gekwalificeerd personeel.

Eventuele reparaties mogen alleen uitgevoerd worden door gekwalificeerde technici waarbij uitsluitend gebruik moet gemaakt worden van de originele reserve onderdelen.

Het niet in acht nemen van hetgeen hier gesteld wordt kan de veiligheid van het toestel compromitteren en alle verantwoordelijkheid van de fabrikant voor rechtstreekse of onrechtstreekse schade doen vervallen. In geval van ingrepen of onderhoudsoperaties op de structuren geplaatst in de nabijheid van de leidingen of van de afvoerinrichtingen van de rook en accessoires, het toestel uitschakelen en wanneer de werken voltooid zijn de efficiëntie van de leidingen of van de inrichtingen laten controleren door gekwalificeerd technisch personeel. Voor de schoonmaak van de buitenste gedeelten het toestel uitschakelen en de elektrische voeding onderbreken. De schoonmaak uitvoeren met een vochtige doek doordrongen met zeepwater. Geen agressieve wasproducten, insecticiden of toxische producten gebruiken.

Het is belangrijk te herinneren dat een voorzichtige gebruiker die de regels toepast van de “goede techniek” de beste veiligheid is tegen alle ongevallen. Om de efficiëntie en de correcte werking van het toestel te garanderen is het verplicht het jaarlijks onderhoud en de analyse van de verbranding te laten uitvoeren binnen de tijden voorzien door de wetten in voege op het territorium. Het technisch personeel moet gekwalificeerd zijn en moet zorgen voor het invullen van het boekje, zoals voorzien door de wet. 2. 1. NOODGEVALLEN In geval van brand moeten blusapparaten met poeder gebruikt worden. Geen rechtstreekse waterstralen richten tegen de boiler: dit zou kortsluitingen kunnen veroorzaken. 2. 2. VEILIGHEIDSNORMEN VOOR DE INSTALLATIE Ref. NORM RISICO 1 Het toestel installeren op een solide vloer die niet onderhevig is aan trillingen, die goed vast zit en vlak is.

3 De verbindingsbuizen en- kabels zodanig beschermen dat de beschadiging ervan voorkomen wordt. Overstromingen wegens waterlekken uit de beschadigde buizen. Blikseminslag wegens contact met geleiders onder spanning. 4 Verifiëren of het milieu van installatie en de inrichtingen waarop het toestel moet aangesloten worden conform zijn de normen in voege. Ontploffingen, brand of intoxicatie wegens gebrekkige ventilatie afvoer rook. Bij de installatie moeten de lokale normen in acht worden genomen m. b. t. : ♦ Brandweer ♦ Elektriciteitsbedrijf ♦ Gasbedrijf ♦ Dienst voor Hygiëne enGezondheid NL.

23 Ref. NORM RISICO 5 Verifiëren of het milieu van installatie en de inrichtingen waarop het toestel moet aangesloten worden conform zijn de normen in voege. Beschadiging van het toestel wegens onjuiste bedrijfsomstandigheden. Beschadiging van het toestel of van de omringende voorwerpen. è 6 Werktuigen en/of manuele en/of elektrische uitrustingen gebruiken die aangepast zijn aan het gebruik, zich in een goede staat bevinden en correct gebruikt worden. Persoonlijk letsel wegens wegschieten van splinters, inademing van stof, stoten, kneuzingen, schuringen. 7 Controleren of de draagbare ladders en/of de kasteelladders op stabiele wijze gesteund zijn, of ze voor het gebruik geschikt zijn en of de treden integer en niet glibberig zijn, of ze niet verplaatst worden wanneer er iemand op staat, en of er iemand toezicht uitoefent.

8 Controleren of voor de werken van installatie en onderhoud in quota (gewoonlijk met een niveauverschil van meer dan twee meter) kleine beweeglijke stellage gebruikt worden conform de normen en of de onderstaande ruimte vrij is tijdens de eventuele val van werktuigen of dingen. Persoonlijk letsel wegens val uit de hoogte en/of schaarwerking in geval van dubbele ladders. 9 Controleren of bij de installatie en het onderhoud de werkplaats over de adequate hygiënische condities beschikt voor wat betreft de verlichting, de verluchting en de soliditeit. Persoonlijk letsel wegens stoten, belemmeringen, enz. 10 Het toestel bewegen met de desbetreffende beschermingen en met de nodige voorzichtigheid. Beschadiging van het toestel. è 11 Tijdens de operaties van installatie en onderhoud moet men de gepaste individuele beschermende kledij en utrustingen dragen. Persoonlijk letsel.

Ontploffingen, branden of intoxicatie wegens gaslekken of een niet correcte afvoer van de rook. 12 Alle functies van veiligheid en controle herstellen die betrokken zijn bij een ingreep op het toestel en de werking ervan verifiëren vóór de in bedrijfstelling.

Beschadiging of blokkering van het toestel wegens werking buiten controle. è 13 Geen enkele operatie uitvoeren zonder een voorafgaande controle van afwezigheid van gaslekken middels een speciaal daartoe bestemde detector. 14 Verifiëren of de doorgangen voor de afvoer van de rook en de ventilatie niet verstopt zijn. 15 Verifiëren of de afvoerleidingen van de rook geen lekken vertonen. Ontploffingen, branden, intoxicatie, persoonlijk letsel. 16 De componenten die warm water zouden kunnen bevatten leegmaken en hierbij eventuele afvoeren activeren voordat men de componenten zelf manipuleert. Persoonlijk letsel.

17 Indien men scheikundige producten wenst te gebruiken om de ketel te ontkalken, moet men zich houden aan hetgeen gespecificeerd wordt in de veiligheidsfiche van het gebruikt product ; bovendien de ruimte verluchten en hierbij de geschikte beschermende kledij dragen en mengsels met verschillende producten vermijden, tevens het toestel en de omringende voorwerpen beschermen. Beschadiging van het toestel en van de omringende voorwerpen. 18 Controleren of de sproeier van de brander geschikt is voor het voedingsgas. Beschadiging van het toestel wegens een niet correcte verbranding. è 19 De gebruikte openingen hermetisch terug sluiten voor het aflezen van de druk van het gas of voor regelingen van het gas (vb. contacten van druk). Ontploffingen, branden of intoxicatie wegens uitstroming van gas uit open gelaten openingen.

20 De operaties aan de binnenkant van het toestel moeten met de grootste voorzichtigheid worden uitgevoerd teneinde bruuske contacten met de scherpe gedeelten te voorkomen. Persoonlijk letsel wegens snijden, kneuzingen, schuringen. 21 Geen enkele operatie uitvoeren zonder een voorafgaande controle van afwezigheid van vrije vlammen of ontstekingsbronnen. Ontploffingen of branden wegens gaslekken uit beschadigde/losgekoppelde buizen of wegens defecte/losgekoppelde componenten.

22 Ingeval men een reuk van verbrande elementen gewaar wordt of indien men rook uit het toestel ziet komen, of een sterke gasreuk gewaar wordt, de elektrische voeding wegnemen, het gaskraantje sluiten, de vensters openen en de technicus waarschuwen. Persoonlijk letsel wegens verbranding, inademing van rook, intoxicatie. NL.

TECHNISCHE KARAKTERISTIEKEN Het toestel bestaat uit: • Een reservoir dat aan de binnenkant beschermd is door een laag verglaasde glazuur, • Een systeem met elektronische bescherming met anoden dat, middels een elektrode in tungsteen ondergedompeld in het water van het reservoir en verbonden met een gebrevetteerd elektronisch circuit, het beschermt tegen corrosie voor een bijna onbepaalde tijdsduur, • Een buitenbekleding in poedergelakt plaatijzer, • Een isolatie in schuimpolyurethaan met een hoge densiteit (zonder CFC) die de thermische lekken wegens dispersie in het milieu beperkt, , • Een rookkap uitgerust met een beschermer tegen de reflux van de verbrandingsgassen in het milieu, • Een elektronische fiche die, naast de functies van veiligheid en werking, (aan- en uitschakeling) in de parameters voorzien door de nationale en Europese normen verschillende functies uitvoert die uiterst nuttig zijn voor de gebruiker, • Een gasklep met elektrische werking die de toestroming van gas onderbreekt volgens de controleprocedures van de elektronische fiche (vorig punt).

• Een cirkelvormige brander in roestvrij staal, geschikt voor alle types van gas (natuur-aardgas en vloeibaar) bestudeerd om een hoge efficiëntie en een geruisloosheid van de werking te garanderen, hetgeen het resultaat is van lange testactiviteiten, • Een beschermingssysteem dat alle "vitale" elementen bij de werking dekt en ze beschermt tegen mogelijke beschadigingen veroorzaakt door externe ingrepen. TECHNISCHE GEGEVENS Model Meeteenheid OPTIMA 12 OPTIMA 16 OPTIMA 20 Fysische karakteristieken Capaciteit l 110 150 185 Max. waterdruk FR bar 7,0 BE 6,0 Nominaal therm. vermogen kW 10,0 14,2 Nuttig vermogen kW 8,5 12,1 12,5 Tijd van verwarming. t 45°C 43 41 49 min. Warmteverspreiding x 60°C 270 310 340 min.

25 4. INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIE AFMETINGEN VAN PLAATSINNAME - AANSLUITINGEN Capaciteit 110 150 185 A Ø - mm 495 B mm 230 C mm 310 D mm 122 EBE / EFR Øint - mm 100 / 97 F mm 1200 1450 1700 G mm 1115 1365 1615 H mm 175 min. M mm 575min. N mm 250 min. b1 ingang water b2 uitgang water c afvoer/circulatie d voeding gas e rookafvoer 4.1. NORMEN VAN TOEPASSING VOOR DE INSTALLATIE De veiligheidsnormen voor de installatie in acht nemen die beschreven staan in de paragraaf 2.2 (Ref. 1- -4 5) Het toestel moet geïnstalleerd worden conform de nationale normen m.b.t. de verbinding van de gas- en sanitaire warm water toestellen, en de lokale beschikkingen in voege. NL

26 4. 2. PLAATSING Het toestel op de vloer plaatsen tegen een buitenwand (zie fig. 9 paragraaf 6) waarop de inrichting voor de afvoer van de rook/toevoer van de verbrandingslucht kan geïnstalleerd worden. Voor de keuze van de stand van de terminal op de buitenwand zich houden aan de normen in voege. De buizen van ingang/uitgang parallel met de wand van installatie plaatsen. Ingeval de boiler in een hoek tussen twee wanden geïnstalleerd wordt, moet men tussen de wand en het toestel voldoende afstand behouden voor de installatie en de demontage van de componenten. 4. 3. HYDRAULISCHE AANSLUITING è De veiligheidsnormen voor de installatie in acht nemen die beschreven staan in de paragraaf 2. 2 (Ref. 3-16) De aansluiting op het net van de watervoorziening moet uitgevoerd worden met een buis van 3/4" G.

De toevoer van het koud water bevindt zich rechts, terwijl de uitvoer van het warm water zich links bevindt wanneer men naar het toestel kijkt. Controleren of de druk van de installatie van de watervoorziening de 8 bar niet overschrijdt. In geval van een hogere druk, is het gebruik verplicht van een drukreductor van goede kwaliteit. Het toestel moet uitgerust zijn met een gehomologeerde hydraulische veiligheidsinrichting met een klep geijkt op 8 bar, een smoorklep, en een rationele inrichting voor het leegmaken die gemonteerd moet worden op de toevoerbuizen van het koud water. De ijking van de klep, beperkt tot 8 bar, mag op geen enkele wijze geforceerd worden, op straffe van annulering van de garantie die de boiler vergezelt. Tijdens de fase van verwarming moet de hydraulische klep noodzakelijkerwijze druppelen.

Deze druppel is normaal en moet ophouden wanneer het toestel de ingestelde temperatuur bereikt heeft. Men moet zorgen voor een trechter verbonden met de afvoer zoals hierna geïllustreerd wordt (fig. 3). Op het ogenblik van de installatie moet men deze eventualiteit voorzien en een afvoerkraantje verbinden met de aansluiting R (fig. 4).

Om de boiler leeg te maken moet men: • het kraantje stroomopwaarts het toestel sluiten • de interceptiekraantjes stroomafwaarts de boiler openen • het afvoerkraantje openen dat eerder met de aansluiting R verbonden werd. N. B. Het volledig leegmaken wordt uitgevoerd middels een sifon. Hierbij moet men een slang verbinden met de afvoeraansluiting zoals aangetoond wordt op de fig. 4. Terwijl men het water gedurende een bepaalde tijd doet lopen, controleren of er zich in de toevoerbuizen geen vreemde lichamen bevinden zoals metalen splinters, zand, hennep, enz. Indien deze lichamen in de hydraulische veiligheidsklep-smoorklep zouden komen, kan dit de goede werking ervan compromitteren en, in sommige gevallen, de breuk van de klep zelf veroorzaken.

Indien het toestel buiten werking blijft in niet verwarmde lokalen, met temperaturen onder nul, is het strikt noodzakelijk over te gaan tot het leegmaken van de boiler. (fig. 4). NL.

27 4. 4 AANSLUITING OP DE HERCIRCULATIE èDe veiligheidsnormen voor de installatie in acht nemen die beschreven staan in de paragraaf 2. 2 (Ref. 3-16) Hercircultaie Indien de gebruiksinstallatie ook het circuit bevat voor de hercirculatie van het sanitair water, kan men dezelfde aansluiting R gebruiken die gebruikt werd voor de afvoer. Het circuit hiernaast schematiseert de in dit geval uit te voeren aansluiting (fig. 5). 4. 5 AANSLUITING OP DE SCHOORSTEEN èDe veiligheidsnormen voor de installatie in acht nemen die beschreven staan in de paragraaf 2. 2 (Ref. 4 5 7 8 12- - - - -14-15) a) Het is noodzakelijk dat de verbrande gassen afgevoerd worden naar de buitenkant middels een buis met een diameter aangepast aan de diameter E Ø Int (tabelafmetingen van plaatsinname fig. 2) ingevoerd op de kap van het toestel. b) Het is belangrijk dat de schoorsteen een goede trek heeft.

c) In de evacuatieleiding lange horizontale stukken, tegenhellingen en vernauwingen vermijden, want deze kunnen een slechte verbranding veroorzaken. d) Indien de afvoerbuis door koude, niet verwarmde lokalen loopt, zorgen voor een thermische isolering teneinde de vorming van condens te voorkomen. e) In geen geval mag de rookkap geëlimineerd, gewijzigd of vervangen worden, want deze maakt integraal deel uit van heel het verbrandingssysteem van de gasboiler. f) De correcte installatie van de afvoerbuis van de rook behoort uitsluitend tot de verantwoordelijkheid van de installateur. Voor de correcte werking van de gastoestellen, wordt een perfecte plaatsing van de rookkap vereist. Strikt alle andere soorten van installatie vermijden zoals aangegeven op de voorbeelden op fig. 6. 4. 6 GASAANSLUITING èDe veiligheidsnormen voor de installatie in acht nemen die beschreven staan in de paragraaf 2.

2 (Ref. 3- -12 13) g) De aansluiting van de gasbuis op de klep moet uitgevoerd worden met een buis met 1/2"G. h) Men adviseert de invoer van een kraantje van blokkering vóór de gasunit.

28 4. 7 ELEKTRISCHE AANSLUITING èDe veiligheidsnormen voor de installatie in acht nemen die beschreven staan in de paragraaf 2. 2 (Ref. 2- -3 4) Voor een grotere veiligheid door gekwalificeerd personeel een zorgvuldige controle van de elektrische installatie doen uitvoeren, gezien de fabrikant niet verantwoordelijk is voor eventuele schade te wijten aan het ontbreken van de verbinding met een efficiënte aardeaansluiting van de installatie of aan anomalieën van de voorziening. Laten verifiëren of de installatie aangepast is aan het maximum door de boiler geabsorbeerd vermogen aangeduid op de typeplaat en controleren of de doorsnede van de kabels geschikt is voor het geabsorbeerd vermogen. (men adviseert een kabel H03 VV-F 3x1).

De verbindingen met het elektrisch net moeten uitgevoerd worden met een vaste aansluiting (niet met een mobiele stekker) en moeten uitgerust zijn met een bipolaire schakelaar met een afstand van opening van de contacten van minstens 3 mm. De boiler werkt met wisselstroom zoals aangeduid wordt in de tabel van de Technische gegevens (ref. paragraaf 3) waarin ook de maximum absorptie wordt aangegeven. Voor de verbinding van de voedingskabel, het frontaal paneel demonteren en vervolgens de beschermende kap voor de elektrische gedeelten demonteren. De voedingskabel door de kabelpers doen gaan en de geleiders verbinden met het klembord volgens hetgeen in de seriegrafie wordt aangegeven. De kabelpers vastdraaien en de beschermende kap en het frontaal paneel terug monteren. BELANGRIJK. In geval van vervanging van de elektrische voedingskabel uitsluitend kabels met dezelfde kenmerken gebruiken.

WERKING EN VERBINDING VAN DE ROOKBESCHERMER è De veiligheidsnormen voor de installatie in acht nemen die beschreven staan in de paragraaf 2. 2 (Ref. 12-14) De boilers zijn uitgerust met een inrichting die de functie heeft de toegang van het gas naar de brander te blokkeren en vervolgens de werking van het toestel te onderbreken wanneer de schoorsteenpijp gedeeltelijk of volledig verstopt is. Deze inrichting bestaat uit een thermostaat A (fig. 7) geijkt op 70°C ± 3 bevestigd op de boord van de rookkap C en verbonden, met een bekabeling van het elektrisch type, met de elektronische fiche. Deze opent, bij de activering (opening) van de thermostaat, het elektrisch circuit van de gasklep , die op deze manier de toestroming van gas blokkeert.

De inrichting mag om geen enkele reden verwijderd worden; in geval van een slechte werking van de schoorsteenpijp, kunnen de producten van de verbranding en dus ook de kooloxide zich terug in het lokaal storten en hierbij een groot gevaar voor de gebruikers veroorzaken. Omwille van dezelfde reden moet, in geval van een defect, de vervanging uitgevoerd worden met originele reserve onderdelen alleen en uitsluitend door gekwalificeerd personeel dat moet zorgen voor de correcte plaatsing van de verschillende componenten. Het geheel maakt deel uit van de kit rookkap in dotatie bij het toestel, dat geïnstalleerd moet worden volgens de volgende instructies: ü De rookkap correct plaatsen in de bijhorende behuizingen, aanwezig in het bovenste gedeelte van het toestel. ü De bovenste kleine kap wegnemen en hierbij de schroeven losdraaien, die deze aan het deksel van het toestel bevestigen (fig. 8).

Indien het toestel geblokkeerd wordt, moet men als volgt tewerk gaan: ü Verifiëren of de elektrische verbinding niet onderbroken is en of de terminals van verbinding niet geoxydeerd zijn. ü 10 Minuten wachten nadat de blokkering zich heeft voorgedaan. ü De boiler terug aanschakelen. Indien het defect zich herhaaldelijk voordoet, niet aandringen met het starten, maar de ingreep vragen van een gekwalificeerde technicus die in staat is de oorzaak van het inconveniënt op te sporen en te verwijderen. RookkapNL.

29 6. SCHEMA VERBINDING TOESTEL Rechtstreekse afvoer naar buiten Minimum helling 3% Minimum helling 3% Minimum helling 3% Minimum helling 3% Aanzuigopening Rechtstreekse afvoer in schoorsteen of in een collectieve vertakte rookpijp Voor bijkomende elementen m.b.t. de installatie de normen Voor bijkomende elementen m.b.t. de installatie de normen 7. TECHNISCHE INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIE 7.1 NORMEN VAN REFERENTIE èDe veiligheidsnormen voor de installatie in acht nemen die beschreven staan in de paragraaf 2.2 (Ref. 4-5) De installatie en de eerste start van het toestel moeten uitgevoerd worden door gekwalificeerd personeel conform de volgende referentienormen in voege. Bij de installatie moeten de normen van de Brandweer, het Plaatselijk Gasbedrijf en de Gemeentedienst van Hygiëne in acht genomen worden.

7.2 VENTILATIE LOKALEN èDe veiligheidsnormen voor de installatie in acht nemen die beschreven staan in de paragraaf 2.2 (Ref. 4- - - -12 13 14 15) De lokalen waar de toestellen van het type B geïnstalleerd worden, kunnen gebruik maken zowel van een rechtstreekse ventilatie (nl. luchttoevoer rechtstreeks van buiten) als van een onrechtstreekse ventilatie (nl. met luchttoevoer op aangrenzende lokalen) op voorwaarde dat alle hierna aangegeven condities in acht worden genomen . 7.3 RECHTSTREEKSE VERLUCHTING èDe veiligheidsnormen voor de installatie in acht nemen die beschreven staan in de paragraaf 2.2 (Ref.

4- - -13 14 15) Om de toestellen van het type B te kunnen installeren is het noodzakelijk dat de volgende condities in acht worden genomen: ü het lokaal moet een opening hebben gelijk aan 6 cm2 voor elke geïnstalleerde kW en alleszins nooit beneden de 100 cm2, rechtstreeks uitgevoerd op de muur naar de buitenkant; ü de opening moet zich zo dicht mogelijk ter hoogte van de vloer bevinden, mag niet verstopt zijn en moet beschermd zijn met een rooster die de nuttige doorsnede van de luchtdoorgang niet verkleint. NL

30 BELANGRIJK • Een correcte verluchting kan ook bekomen worden middels meerdere openingen, op voorwaarde dat de som van de verschillende doorsneden overeenstemt met de vereiste desbetreffende doorsnede. • Ingeval het niet mogelijk is de opening uit te voeren dicht bij de vloer, moet men de doorsnede van de opening met minstens 50% vergroten. • Indien er in het lokaal andere elementen zijn die lucht nodig hebben voor hun werking, moet de doorsnede van de opening adequate afmetingen hebben (vb. voor de elektrische ventilators zie de tabel hiernaast). • De aanzuigkap (vb. van de keuken) moet in alle opzichten beschouwd worden als een elektrische ventilator. • Een open haard moet een eigen luchtvoeding hebben, zoniet kan een gastoestel van het type B niet in het lokaal geïnstalleerd worden.

De opening mag niet verstopt zijn JA JA NEIN 1- De rooster is niet verstopt omdat hij achter de radiator staat. 2- - De rooster is niet verstopt omdat hij beschermd is door een deviatie element. 3- De rooster is verstopt omdat hij geen bescherming heeft. De doorsnede van de opening moet adequate afmetingen hebben De opening heeft een voldoende ruimte om een adequate verluchting van het toestel mogelijk te maken. Tabel voor de berekening van de vergroting van de opening (voor elektrische ventilators) Maximum vermogen in m3/H Snelheid ingang lucht in m/s Bijkomende netto doorsnede luchtdoorvoer in cm3 tot 50 van 50 tot 100 van 100 tot 150 1 1 1 140 280 420 NEE JA NL NEE

31 7. 4 ONRECHTSTREEKSE VERLUCHTING Ingeval het niet mogelijk is in het lokaal een rechtstreekse verluchting uit te voeren, kan men gebruik maken van de onrechtstreekse ventilatie, met een opname van de lucht uit een aangrenzend lokaal middels een adequate opening geplaatst in het laag gedeelte van de deur. Deze oplossing is echter alleen mogelijk indien:: a) het aangrenzend lokaal uitgerust is met een adequate rechtstreekse ventilatie zoals voorzien is voor de rechtstreekse ventilatie; b) het aangrenzend lokaal niet dient als slaapkamer; c) het aangrenzend lokaal een gemeenschappelijke wand van het gebouw heeft en geen ruimte met brandgevaar is (bijvoorbeeld een opslagplaats van brandstof, een garage, enz. ). d) het aangrenzend lokaal een correcte rechtstreekse verluchting heeft en indien de luchtdoorvoer van het een lokaal naar het ander gegarandeerd is. 8.

INSTRUCTIES VOOR HET AAN- EN UITSCHAKELEN èDe veiligheidsnormen voor de installatie in acht nemen die voorgeschreven worden in de paragraaf 2. 2 (Ref. 5-13) De operaties van aan- en uitschakeling worden uitgevoerd middels bedieningssequensen voorzien in de elektronische fiche waarmee de boiler uitgerust is. Eerst en vooral moet men controleren of de boiler: § correct aangesloten is op het hydraulisch net (van voeding, van gebruik en van afvoer), en hierbij het in acht nemen van de "TECHNISCHE GEGEVENS" van paragraaf 3 verifiëren, § volledig met water is gevuld, § aangesloten is op het elektrisch voedingsnet van 240 V, § verbonden is met het evacuatiesysteem van de rook zoals voorzien in de paragrafen 4.

1 AANSCHAKELING Op het ogenblik dat het toestel onder spanning wordt gezet, zal het groen licht aangaan geplaatst ter hoogte van het teken Vervolgens de drukknop "on/off" indrukken, in dit geval zal gaan branden § het GROEN licht ter hoogte van het opschrift "on", § het rood licht naast het symbool "ECO" dat overeenstemt met de temperatuur van "besparing" gelijk aan 60°C). OPMERKING Om de vooringestelde temperatuur te veranderen, kan men ingrijpen op de drukknop “ + ” ofwel op “ – “ In het bijzonder voor wat betreft de temperaturen: t "I" betekent circa 40°C, t "II" betekent circa 50°C, t “ECO” betekent circa 60°C t "IIII" betekent circa 70°C Het toestel is aangeschakeld en voert in automatisch (zonder aanschakeling van de brander) een voorafgaande evaluatie van de elektronische functies uit.

De operatie die normaal circa 15÷20 seconden duurt, gaat, indien de condities geschikt zijn, vooraf aan de fase van aanschakeling ♦ van de brander, die de start geeft aan de operatie van verwarming, ♦ van het "geel" licht ter hoogte van het opschrift "flame” De operatie van verwarming gaat verder tot de gewenste temperatuur bereikt is. In dit geval heeft men de onderbreking van de gasstroom, benadrukt op het bedieningspaneel door het uitgaan van het licht naast het "geel” opschrift "flame". NEE NEE NL.

32 8. 2 UITSCHAKELING Deze operatie kan gebeuren in elke staat van het toestel, zowel tijdens de fase van verwarming als tijdens de situatie van "stand-by". Men kan ingrijpen door te drukken op de toets "on-off", hetgeen benadrukt zal worden door het tegelijkertijd uitgaan van de lichten ♦ "rood" met verwijzing naar de temperatuur, ♦ "geel" voor de aanwijzing van "flame", ♦ "groen" naast het opschrift "on". Alleen de verlichte aanwijzing ter hoogte van het teken, dat erop wijst dat het toestel "onder spanning” staat" zal blijven branden 8. 3 SPECIALE FUNCTIES De elektronische component van het toestel staat veelzijdige speciale functies toe die aanwezig zijn tijdens de werkfasen en die onderverdeeld kunnen worden in ♦ speciale functies van beveiliging, ♦ speciale functies van werking. 8. 3.

1 Speciale functies van beveiliging Dit zijn altijd actieve functies wanneer het toestel aangesloten is op het elektrisch net en die betrekking hebben op alle controles die tot doel hebben aan het toestel beschermingen van actieve beveiliging te bieden, namelijk: a. "Onderbreking van de temperatuursonde (NTC)". Indien de elektronische sonde van detectie temperatuur binnen in het reservoir onderbroken wordt, detecteert de controlemodule (complementaire fiche) de anomalie en blokkeert het toestel Dit feit wordt gesignaleerd door het aangaan van het rood licht in de nabijheid van het teken "X". Het terug aanschakelen (zie punt 8. 1) van de boiler mag alleen worden uitgevoerd nadat het element NTC waaruit de sonde van aanschakeling bestaat hersteld is. b. "Boven-temperatuur".

Indien wegens abnormale oorzaken de temperatuur van het water bevat in de boiler de +99°C overschrijdt, grijpt er een veiligheidsthermostaat in die, door het elektrisch circuit van de gasklep te onderbreken, het toestel blokkeert en de situatie signaleert met het aangaan van het rood licht in de nabijheid van het teken "X".

Voordat men de boiler terug aanschakelt (hierbij tewerk gaan zoals aangegeven wordt in punt 8. 1) MOETEN de oorzaken van de kritieke toestand die de blokkering veroorzaakt hebben geëlimineerd zijn. 8. 3. 2 Speciale functies van werking Deze zijn actief wanneer het toestel aangesloten is op het elektrisch net (nl. 240 V) en verwijzen naar hulpfuncties voor de gebruiker, die zijn: a) "Antivries ". Indien de temperatuur van het water bevat in de boiler daalt onder de +5°C, gaat gedurende korte tijd de brander aan die, met de verwarming, de vorming van ijs en de bijhorende schade aan het reservoir voorkomt. b) "Anodisch corrosiebeschermingssysteem". De elektronische fiche genereert een anodische micro-stroom binnen in het reservoir die de bescherming verzekert tegen de corrosie van het reservoir zelf.

Indien deze situatie niet actief is, wordt het toestel geblokkeerd, en dit wordt gesignaleerd in de modaliteit "diagnostiek" met het aangaan van het rood licht in de nabijheid van het teken "I". c) "Anti-start droog". De elektrode in tungsteen (ook gebruikt voor de anodische functie), geplaatst in het hoogste gedeelte van het reservoir, detecteert de eventuele onvolledige vulling van het reservoir en blokkeert hierbij het toestel. De situatie wordt gesignaleerd in de modaliteit “diagnostiek” ,met het aangaan van het rood licht in de nabijheid van het teken "I". d) "Anti-legionella". Garandeert de maximum veiligheid voor de gezondheid van de gebruikers en voorkomt hierbij de eventuele vorming van de bacteriën van de "legionella" binnen in de boiler.

Deze operatie treedt inwerking 72 uren na de eerste start en vervolgens alle 15 dagen, waarbij de temperatuur van het water gedurende 4 uur behouden blijft op 70° C. De functie wordt benadrukt met het aangaan van het knipperend rood licht in de nabijheid van het teken "IIII". e) "boiler". Wordt geactiveerd terwijl men de drukknop “ON-OFF” continu ingedrukt houdt gedurende vier seconden.

Staat een enkele fase van manuele verwarming van het water toe; bij het bereiken van de gewenste temperatuur, gaat het toestel uit en gaat niet automatisch over tot geen enkele aanschakeling. De functie wordt benadrukt met het knipperen van de groene LED in de nabijheid van het opschrift “ON”. f) "Programmering uur". Gebruik makend van de "KIT-KLOK" (aan te vragen als "optional") kan men, dagelijks en/of wekelijks, de aan- en uitschakeling van het toestel besturen. Meerdere en gedetailleerde instructies m. b. t. de installatie en de werkingen worden samen met de kit geleverd. NL.

33 VOORBEHOUDEN AAN DE INSTALLATEUR 9. INSTRUCTIES VOOR DE AANPASSING AAN DE WERKING MET GAS VERSCHILLENDVAN HET GAS VAN DE IJKING. BELANGRIJK 9. 1 VOORSCHRIFTEN De toestellen van de categorie II2E+3+ zijn normaal geijkt voor de werking met aardgas G20/G25 en kunnen aangepast worden aan de werking met vloeibaar gas G30 en G31. ACCESSOIRES GASUNIT 1 elektrische gasklep2 aansluiting ingang gas, G1/2”3 schroeven van vasthechting gasunit4 aansluiting klep-brander 5 element NTC controle temperatuur6 thermostaat van de veiligheid7 elektronische aansteker8 terminal elektrische verbinding 9 gasbrander10 bougie van aansteking11 sproeier 12 bougie van detectie vlam13 veer blokkering sonde 9. 2 DEMONTAGE VAN DE GASUNIT. èDe veiligheidsnormen voor de installatie in acht nemen die voorgeschreven worden in de paragraaf 2. 2 (Ref.

6-10 12 13- - -18-19) Om de boiler aan te passen aan een gas verschillend van dat van de ijking moet men de sproeier van de brander vervangen, hetgeen mogelijk is wanneer men de gasunit demonteert. OPGELET; de nieuwe sproeier moet aangevraagd worden als origineel accessoire van de fabrikant en mag, om geen enkele reden, andere oorsprongen hebben.

Voor de demontage van de gasunit moet men als volgt tewerk gaan: o de frontale box openen en hierbij de desbetreffende schroeven wegnemen, o de schroeven (3) voor de vasthechting van de gasunit aan het lichaam van de boiler losdraaien, o de terminal (8) van elektrische verbinding naar de elektronische fiche loskoppelen, o de gasunit wegnemen en uit het bijhorend omhulsel geplaatst aan de binnenkant van de support, de sondes van de temperatuur (5) en van de veiligheid (6) zorgvuldig wegtrekken , nadat men de veer blokkering sonde (13) uit de bijhorende behuizing heeft losgehaakt, o de sproeier van de brander (11) losdraaien, en vervangen met die van het gas verschillend van dat van de ijking in de fabriek.

o Alles terug monteren en hierbij de voor de demontage uitgevoerde operaties in de omgekeerde volgorde uitvoeren. OPGELET: ü Verifiëren of de nieuwe sproeier overeenstemt met de afmetingen aangegeven in de tabel A (NB diameter van de opening van de gasdoorvoer aangeduid in honderdsten van een millimeter). ü De sondes volledig in het omhulsel invoeren. ü Een correcte montage van de gasunit uitvoeren. ü Een correcte herstelling van de elektrische verbindingen uitvoeren. ü Verifiëren of alle klemmen/verbindingen correct zijn aangesloten op de bijhorende connectoren. ü De, eventueel, nieuwe ijking en/of druk van de gasklep verifiëren (nota: die betreffende de G20 werd reeds in de fabriek uitgevoerd).

6 9 11 12 10 13 1 2 4 5 7 3 P 8 NL De aanpassing van het toestel om te functioneren met andere types gas dan waarvoor het toestel in de fabriek is geijkt is niet toegelaten volgens de Belgische wet, de vervanging van de originele spuitstukken door die voor een ander type gas is dus verboden.

6-18) De druk van het voedingsgas, gemeten aan het drukcontact in ingang, wordt specifiek aangeduid op de klep middels een manometer, en moet waarden hebben die overeenstemmen met diegene aangeduid in de tabel B Tabel "B " Voedingsdruk van het gas AARDGAS 20 mbarButaan 28÷30 mbar VLOEIBAAR GAS Propaan 37 mbar 9.4 REGELING INRICHTING VAN TRAGE ONTSTEKING De regeling van de inrichting van ’’trage ontsteking’’ aanwezig op de gasklep moet als volgt worden uitgevoerd : NATUURLIJK GAS (aardgas) : de inrichting wordt in de fabriek geplaatst met een rotatiehoek gelijk aan +45° VLOEIBAAR GAS: gebruikmakend van een schroevendraaier de inrichting in de richting van de wijzers van de klok draaien tot men een rotatiehoek gelijk aan +270° bekomt. 10. – BEWEGINGSSYSTEEM TRANSPORT - VERPAKKING èDe veiligheidsnormen voor de installatie in acht nemen die voorgeschreven worden in de paragraaf 2.2 (Ref.

10) Deze operatie moet uitgevoerd worden door professioneel voorbereid personeel. Controleren of het hijsmiddel en de kabels van verankering aangepast zijn aan de op te hijsen massa die ter titel van indicatie in de tabel hiernaast wordt aangegeven. OPTIMA 12 OPTIMA 16 OPTIMA 20 60,0 kg maximum 71,0 kg maximum 77,0 kg maximum NL

35 10. 1 VERPAKKING èDe veiligheidsnormen voor de veiligheid in acht nemen die voorgeschreven worden in de paragraaf 2. 2 (Ref. 10) Het toestel wordt verpakt met karton en schuimpolystyrol (zie fig. 16), om de verpakking weg te nemen moet men de steunpunten en vervolgens het bovenste gedeelte van de polystyrol wegnemen; vervolgens het beschermend karton verwijderen en het toestel lichtjes ophijsen om het onderste gedeelte van de polystyrol weg te nemen (zie fig. 17). De verpakking moet geloosd worden volgens de wetten van het land van gebruik van het toestel. fig. 16 fig. 17 11. AFBRAAK EN LOZING Het toestel bevat geen bestanddelen of componenten die schadelijk zijn voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, gezien het gebouwd is met materialen die volledig gerecycleerd of normaal geloosd kunnen worden.

Voor de operaties van afbraak zich wenden tot gespecialiseerde bedrijven of diensten met speciaal daartoe opgeleid personeel, dat zich bewust is van de mogelijke risico’s, de inhoud van deze handleiding kent en zorgvuldig toepast en dat perfect ingelicht is over de werking en de typische kenmerken van het toestel. 12. RAADGEVINGEN VOOR HET GEBRUIK EN HET ONDERHOUD èDe veiligheidsnormen voor de installatie in acht nemen die voorgeschreven worden in de paragraaf 2. 2 (Ref. 16- - - - - -17 18 19 20 21 22) 12. 1 VOOR DE INSTALLATEUR EN DE GEBRUIKER Om gas te besparen en een beter rendement van het toestel te bekomen, adviseert men de temperatuur ingesteld te laten in overeenstemming met de stand "ECO" (besparing). Boven deze temperatuur en in aanwezigheid van bijzonder hard water (met excessieve aanwezigheid van kalk) worden de bijhorende kalkafzettingen verminderd. 12.

2 WAARSCHUWINGEN 8 Erop letten dat de kraantjes van het warm water van de installatie perfect gedicht zijn, omdat alle lekken vertaald kunnen worden in een groter gasverbruik en een verhoging van de temperatuur van het water met een bijhorende vorming van stoom en gevaarlijke druk.

8 De boiler, zoals geïllustreerd werd op de vorige pagina’s, is uitgerust met een functie met anoden ter bescherming van het reservoir. De elektrode, die deze functie uitvoert, is geplaatst in het hoog gedeelte vanhet reservoir, onder het bovenste kapje. Indien er zich situaties van abnormale werking voordoen, wordt dit gesignaleerd op het controlepaneel (zie punt "b" van het hoofdstuk 6. 3. 2. Het toestel kan, geforceerd, werken, maar het is beter dat binnen de eerste 2÷3 dagen een gespecialiseerd technicus wordt geraadpleegd die zal zorgen voor het herstellen van de situatie van standaard werking.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Ariston Thermo Optima 16 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden