Ariston Thermo NUOS PRIMO HC 200 Handleiding

Ariston Thermo Ketel & boiler NUOS PRIMO HC 200

Bekijk gratis de handleiding van Ariston Thermo NUOS PRIMO HC 200 (116 pagina’s), behorend tot de categorie Ketel & boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 44 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Ariston Thermo NUOS PRIMO HC 200 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/116
FR
NL
EN
DE
Chauffe-eau thermodynamique
Warmtepompboiler
Heat pump water heater
Warmwasser-W
rmepumpe

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Ariston Thermo
Categorie: Ketel & boiler
Model: NUOS PRIMO HC 200
Kleur van het product: Wit
Gewicht: 87000 g
Diepte: 551 mm
Hoogte: 1706 mm
Jaarlijks energieverbruik: 1175 kWu
Soort: Hybride (met & zonder tank)
Capaciteit watertank: 200 l
Ondersteuning voor plaatsing: Verticaal
Instelbare thermostaat: Ja
Temperatuur (max): 75 °C
Bereik thermostaat: -5 - 42 °C
Maximaal vermogen: 2000 W
Stroomverbruik (typisch): 2000 W
Energie-efficiëntieschaal: A+ tot F
Verwamingslocatie: Binnen
Brandstof: Electric, Natural gas
Boiler systeem: Combi-boilersysteem
Warmwatercapaciteit: - l/min
Minimum operating pressure: 6 bar

Handleiding Ariston Thermo NUOS PRIMO HC 200 – volledige tekst

27 Geachte klant, wij danken u voor de aanschaf van onze warmtepompboiler. Wij hopen dat dit apparaat aan uw verwachtingen voldoet, u een maximale energiebesparing zal verschaffen en wensen dat u er voor vele jaren plezier aan zult beleven. Ons bedrijf wijdt veel tijd, energie en financiële middelen aan het realiseren van innovatieve oplossingen die de energiebesparing van de producten kan bevorderen. Uw keuze zal ertoe bijdragen dat er minder energie zal worden verbruikt, hetgeen op zijn beurt weer zal bijdragen tot een vermindering van algemene milieuproblemen. Onze voortdurende inzet om moderne en efficiënte producten te produceren en uw verantwoordelijke gedrag in het rationele gebruik van de energie kunnen dus actief bijdragen aan het behoud van het milieu en de natuurlijke energiebronnen. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Hij is ontwikkeld om u te informeren, m. b. v.

waarschuwingen en raadgevingen, betreffende het juiste gebruik van het apparaat zodat u al zijn kwaliteiten zult kunnen waarderen. Onze technische dienst in uw woongebied staat altijd voor u klaar. INLEIDING Deze handleiding is gericht tot de installateur en de eindgebruiker, die respectievelijk de warmtepompboiler moeten installeren en gebruiken. Het niet opvolgen van de aanwijzingen in deze handleiding heeft het vervallen van de garantie als gevolg. Dit boekje is een integraal en essentieel deel van het product zelf. Het moet met zorg door de gebruiker worden bewaard en altijd bij het apparaat blijven, ook als dit aan een nieuwe eigenaar wordt gegeven of verkocht en/of op een andere installatie wordt gemonteerd. Teneinde een correct en veilig gebruik van het apparaat te kunnen waarborgen moeten de installateur en de gebruiker, m. b. t.

hun respectievelijke bevoegdheden, de instructies en de aanwijzingen in deze handleiding aandachtig doorlezen aangezien zij belangrijke gegevens bevatten betreffende de veiligheid van de installatie, het gebruik en het onderhoud.

Deze handleiding is in vier verschillende secties verdeeld: - ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Deze sectie bevat alle veiligheidsinformatie die u in acht moet nemen. - ALGEMENE INFORMATIE Deze sectie bevat nuttige algemene informatie zoals de beschrijving van de boiler en zijn technische eigenschappen en informatie betreffende de symbolen, de meeteenheden en de technische terminologie. In deze sectie vindt u technische gegevens terug en de afmetingen van de boiler. - TECHNISCHE GEGEVENS VOOR DE INSTALLATEUR Deze sectie is gericht tot de installateur. Het is een verzameling van aanwijzingen en voorschriften die het gekwalificeerde professionele personeel moet navolgen voor een optimale verwezenlijking van de installatie. - GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T. B. V.

DE GEBRUIKER Deze sectie is gericht tot de eindgebruiker en bevat alle nodige informatie voor de juiste werking van het apparaat, de periodieke controles en het onderhoud dat door de gebruiker zelf kan worden uitgevoerd. Teneinde de kwaliteit van zijn producten te verbeteren behoudt het bedrijf zich het recht voor de gegevens en de inhoud van deze handleiding zonder voorafgaande waarschuwing te wijzigen. Teneinde de inhoud beter te kunnen begrijpen, en aangezien deze handleiding in meerdere talen, en voor verschillende landen is samengesteld heeft men besloten alle afbeeldingen aan het einde van de gebruiksaanwijzing samen te vatten, aangezien deze hetzelfde zijn voor alle talen.

VOORSCHRIFTEN 6.1 Eerste inbedrijfstelling 6.2 Advies 6.3 Veiligheidsnormen 6.4 Aanbevelingen om de ontwikkeling van de Legionella-bacterie tegen te gaan 7. INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK 7.1 Beschrijving van het bedieningspaneel 7.2 Het in- en uitschakelen van de boiler 7.3 Instellen van de temperatuur 7.4 Bedrijfsmodus 7.5 Instellen van de tijd 7.6 Informatiemenu 7.7 Installatiemenu 7.8 Anti legionella bescherming 7.9 Fotovoltaïsche modus 7.10 Fabrieksinstellingen 7.11 Werking met twee verschillende tijdstarieven 7.12 Antivriesfunctie 7.13 Storingen 8. ONDERHOUD 8.1 Legen van het apparaat 8.2 Normaal onderhoud 8.3 Probleemoplossing 8.4 Normaal onderhoud t.b.v. de gebruiker 8.5 Verwijdering van de boiler ILLUSTRATIES

warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T. B. V. DE GEBRUIKER 29 ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES AANDACHT. 1. Deze handleiding maakt integraal en wezenlijk deel uit van het product. Bewaar de handeling met zorg en laat die altijd bij het toestel, ook wanneer het toestel aan een andere eigenaar of gebruiker wordt doorgegeven en/of naar een andere installatie wordt overgebracht. 2. Lees de instructies en waarschuwingen in deze handleiding aandachtig: zij geven u belangrijke aanwijzingen voor een veilige installatie en een veilig gebruik en onderhoud. 3. Het installeren en de eerste indienststelling van het toestel moeten door professioneel gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, in overeenstemming met de nationale installatienormen die van kracht zijn en conform met eventuele voorschriften van plaatselijke overheden en instanties die instaan voor de openbare gezondheid.

Alle voedingscircuits moeten in ieder geval worden losgekoppeld vooraleer naar de klemmen te gaan. 4. Het is verboden om dit toestel voor andere doeleinden te gebruiken dan de gespecificeerde doeleinden. De constructeur wordt niet verantwoordelijk geacht voor eventuele schade voortvloeiend uit oneigenlijk, verkeerd en onredelijk gebruik of ten gevolge van het niet naleven van de instructies in deze handleiding. 5. Een foutieve installatie kan lichamelijke letsels voor mens en dier en materiële schade veroorzaken, waarvoor de constructeur niet verantwoordelijk is. 6. Verpakkingsmateriaal (nietjes, plastic zakjes, piepschuim, enz. ) mag niet binnen bereik van kinderen worden gelaten omdat die een bron van gevaar kunnen betekenen. 7.

Het toestel mag door kinderen vanaf 8 jaar en door mensen met beperkte lichamelijk en zintuiglijke of geestelijke capaciteiten, of zonder ervaring of de nodige kennis, worden gebruikt, mits zij onder toezicht staan, of nadat zij instructies hebben gekregen betreffende een veilig gebruik van het toestel en de gevaren inherent aan dit gebruik ten volle hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud, bedoeld om door de gebruiker te worden uitgevoerd, mag niet door kinderen worden uitgevoerd als zij niet onder toezicht staan. 8. Het is verboden om het toestel op blote voeten of met natte lichaamsdelen aan te raken. 9. Eventuele reparaties, onderhoud, hydraulische en elektrische aansluitingen mogen alleen door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, dat hiervoor.

warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T. B. V. DE GEBRUIKER 30 uitsluitend oorspronkelijke reserveonderdelen dient te gebruiken. Wanneer bovenstaande voorschriften niet worden nageleefd, kan dit de veiligheid in gevaar brengen en vervalt alle verantwoordelijkheid van de constructeur. 10. De temperatuur van het warme water wordt door een thermostaat geregeld, die dient als veiligheidsvoorziening die gereset kan worden, om gevaarlijke temperatuurstijgingen te vermijden. 11. De elektrische aansluiting moet uitgevoerd worden zoals in de betreffende paragraaf is aangegeven. 12. Wanneer het toestel met een voedingskabel is uitgerust, dient u zich tot een erkend assistentiecentrum of tot professioneel gekwalificeerd personeel te wenden indien deze kabel moet worden vervangen. 13. Het is verplicht een overdrukbeveiliging op de waterinlaatleiding van het apparaat vast te schroeven.

Deze mag niet onklaar gemaakt worden en moet regelmatig in werking moet worden gesteld om na te gaan of hij niet geblokkeerd is, en om eventuele kalkafzettingen te verwijderen. Voor landen die de norm EN 1487 hebben overgenomen, is het verplicht op de waterinlaatleiding een veiligheidsgroep conform deze norm te schroeven; de groep moet een maximumdruk hebben van 0,7 MPa en moet minstens een afsluitkraan, een terugslagklep, een veiligheidsklep en een onderbrekingsmechanisme van de hydraulische belasting bevatten. 14. Een licht druppelen uit de overdrukbeveiliging of uit de veiligheidsgroep volgens EN 1487 is normaal in de verwarmingsfase. Daarom raden wij u aan de afvoer aan te sluiten (deze moet altijd in verbinding staan met de atmosfeer) op een afvoerbuis die in een doorlopende helling naar beneden is geïnstalleerd, in een omgeving zonder ijs.

U dient het apparaat te legen indien het ongebruikt in een vertrek wordt geplaatst waar het mogelijk kan vriezen en/of als de boiler lang niet gebruikt wordt. Maak het leeg zoals in het desbetreffende hoofdstuk is beschreven. 16. Warm water dat met een temperatuur van meer dan 50° C uit de kranen stroomt, kan onmiddellijk ernstige brandwonden veroorzaken. Kinderen, mensen met een handicap en bejaarden zijn meer aan dit risico blootgesteld. Het is daarom aanbevolen om een thermostatische mengkraan te gebruiken, die u moet aanschroeven op de leiding waar het water uit het toestel komt. 17. Er mogen geen ontvlambare voorwerpen in contact met het toestel en/of in de buurt ervan aanwezig zijn. 18. Het apparaat is niet voorzien van batterijen. Adviseerde gebruik de batterijen uit de catalogus die worden geleverd door de fabrikant van het product.

warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER 31 Neem bij de plaatsing zorgvuldig de polariteiten in acht. Bij de afvoer als afval van de batterijen aan het einde van de bedrijfsduur moeten de geldende normen in acht worden genomen en moeten de speciale verzamelbakken worden gebruikt. Voordat de batterijen geplaatst of verwijderd worden, moet het apparaat worden afgekoppeld van het elektriciteitsnet.

warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T. B. V. DE GEBRUIKER 32 ALGEMENE INFORMATIE 1. 1 Betekenis van de gebruikte symbolen Voor wat betreft de veiligheidsaspecten van installatie en gebruik, en teneinde de aanwijzingen betreffende de risico's te benadrukken, worden een aantal symbolen gebruikt wiens betekenis in de hier volgende tabel wordt uitgelegd. Symbool Betekenis Het niet opvolgen van deze aanwijzing leidt tot risico van verwondingen van personen, die in bepaalde omstandigheden zelfs dodelijk kunnen zijn. Het niet opvolgen van deze aanwijzingen leidt tot risico van beschadiging van voorwerpen, planten of dieren, die in bepaalde omstandigheden zelfs ernstig kunnen zijn. Verplichting om zich aan de algemene veiligheidsvoorschriften en productspecificaties te houden. 1.

2 Toepassing Dit apparaat dient voor het verwarmen van tapwater, dus tot een temperatuur die lager is dan het kookpunt, in een huiselijke of soortgelijke omgeving. Het apparaat moet een hydraulische aansluiting hebben op een tapwaternet en een elektrische voeding. Het kan toevoer- en afvoerleidingen hebben voor de in- en uitgang van de gebruikte lucht. Het is verboden om het apparaat voor andere doeleinden te gebruiken dan hetgeen wordt beschreven in deze handleiding. Elk ander oneigenlijk gebruik is niet toegestaan. Het is in het bijzonder verboden het apparaat te gebruiken in industriële installaties en/of het apparaat te installeren in een corrosieve of explosieve omgeving.

De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die voortkomt uit een foute installatie, oneigenlijk gebruik, irrationeel gedrag en van een niet complete of onnauwkeurige toepassing van de aanwijzingen in deze handleiding.

Dit apparaat is niet geschikt voor het gebruik door personen (inclusief kinderen) met een beperkt lichamelijk of sensorieel vermogen of door personen zonder de nodige ervaring of kennis, tenzij zij worden gecontroleerd of onderwezen betreffende het gebruik van het apparaat door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Kinderen moeten worden gecontroleerd door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid en die zich ervan verzekeren dat zij niet met apparaat spelen. 1. 3 Voorschriften en technische normen De installatie is voor rekening van de koper en moet worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel, overeenkomstig de geldende nationale installatienormen en eventuele voorschriften van de locale autoriteiten en van instellingen voor de volksgezondheid, volgens de specifieke aanwijzingen die de fabrikant in de huidige handleiding beschrijft.

De fabrikant is verantwoordelijk voor de conformiteit van het product aan de richtlijnen, wetten en constructienormen die het product aangaan en die gelden op het moment dat het product voor de eerste keer op de markt wordt gebracht. De kennis en het naleven van de wetsbepalingen en de technische normen betreffende het ontwerp van de installaties, de plaatsing, de werking en het onderhoud zijn een exclusieve taak van de ontwerper, de installateur en de gebruiker, ieder voor hun specifieke taken. De verwijzingen naar wetten, normen of technische regels worden in de huidige handleiding puur ter informatie geciteerd. Het in werking treden van nieuwe bepalingen of wijzigingen op de geldende normen verplicht de fabrikant op geen enkele wijze t. o. v. derden.

U dient zich ervan te verzekeren dat het elektriciteitsnet waarop het apparaat wordt aangesloten conform is aan de norm EN 50160 (indien dit niet het geval is, vervalt de garantie). Voor Frankrijk: controleer of de installatie conform is aan de norm NFC 15-100.

warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T. B. V. DE GEBRUIKER 33 1. 4 Productcertificeringen De CE markering op het apparaat garandeert de conformiteit aan de volgende EU Richtlijnen, aan wiens fundamentele vereisten het voldoet: - 2006/95/EG inzake de elektrische veiligheid LVD (EN/IEC 60335-1; EN/IEC 60335-2-21; EN/IEC 60335-2-40); - 2004/108/EG inzake de elektromagnetische compatibiliteit EMC (EN 55014-1; EN 55014-2; EN 61000-3-2; EN 61000-3-3); - RoHS2 2011/65/EU betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (EN 50581). - Verordening (EU) nr 814/2013 inzake het ecologisch ontwerp (nr.

2014/C 207/03 - transitional methods of measurement and calculation) De controle van de prestaties wordt uitgevoerd in navolging van de volgende technische normen: - EN 16147; - 2014/C 207/03 - transitional methods of measurement and calculation Dit product is conform: - REACH-verordening 1907/2006/EG; - Verordening (EU) nr. 812/2013 (labelling) 1. 5 Verpakking en bijgeleverde accessoires Het apparaat is bevestigd op een houten pallet en wordt beschermd door hoekvormige piepschuim beschermelementen, karton en doorzichtig plastic folie aan de buitenkant. Alle materialen kunnen worden gerecycled en zijn milieuvriendelijk. De inbegrepen accessoires zijn: - Riem voor het bewegen van de boiler (moet worden verwijderd na de installatie van het apparaat); - Verbindingsbuis condenswater; - Handleiding en garanties; - 2 Diëlektrisch verbindingsstuk van ¾” en pakkingen.

- Energie-etiket en productinformatieblad. - 2 verbindingen voor lucht 1. 6 Transport en behandeling Controleer bij het afleveren van het apparaat of het tijdens het transport geen zichtbare schade heeft ondervonden, zowel op de verpakking als op het product zelf. In het geval u schade waarneemt dient u direct een klacht in te dienen bij het transportbedrijf. OPGELET.

Het is van fundamenteel belang dat u het apparaat in verticale positie verplaatst en opbergt. Een horizontaal transport is alleen toegestaan voor zeer korte trajecten en alleen als het apparaat op de achterzijde ligt, zoals aangegeven. In dit geval dient u minstens 3 uur te wachten voor u het apparaat inschakelt, mits het opnieuw verticaal staat en/of is geïnstalleerd. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat de smeerolie in het koelcircuit goed wordt verdeeld en om te vermijden dat de compressor schade lijdt. Het ingepakte apparaat kan met de hand worden verplaatst of met een vorkheftruck. Zorg ervoor bovenstaande aanwijzingen op te volgen. We raden u aan het apparaat in zijn originele verpakking te laten totdat het op de gewenste plek wordt geïnstalleerd, in het bijzonder wanneer het een bouwterrein betreft.

Nadat u de verpakking heeft verwijderd moet u controleren of het apparaat in orde is en of alle onderdelen die erbij horen aanwezig zijn. Als het apparaat niet in orde is dient u contact op te nemen met de verkoper. Zorg ervoor dat deze signalering plaatsvindt binnen de door de wet vastgestelde termijnen. OPGELET. De verschillende delen van de verpakking mogen niet in het bereik van kinderen worden gelaten, aangezien ze een bron van gevaar zijn. Voor het eventuele bewegen of vervoeren van het apparaat na de eerste installatie, dient u dezelfde raadgevingen op te volgen betreffende de toegestane helling. U dient zich er bovendien van te verzekeren dat het water in het reservoir volledig is verwijderd. Bij afwezigheid van de originele verpakking dient u voor een evenwaardige bescherming van het apparaat te zorgen om schade te vermijden waarvoor de fabrikant niet verantwoordelijk is.

warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER 34 Toegestane standen Niet toegestane standen 1.7 Identificatie van het apparaat De voornaamste informatie voor de identificatie van het apparaat staat op het typeplaatje dat op de mantel van de boiler is bevestigd. A model B inhoud in liters van het reservoir C registratienummer D voedingsspanning , frequentie, maximum opgenomen vermogen E maximale/minimale druk van het koelcircuit F bescherming reservoir G opgenomen vermogen in weerstand modus H merken en symbolen I gemiddeld/maximaal vermogen in pompmodus L type koelmiddel en vulling M maximum druk reservoir N het aardopwarmingsvermogen GWP / Gefluoreerde broeikasgassen 2. TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN 2.1 Werkingsprincipe te gebruiken.

De efficiëntie van een cyclus met een warmtepompboiler wordt gemeten met behulp van een performance coëfficiënt COP, die het verband uitdrukt tussen de energie die door het apparaat wordt geleverd (in dit geval de warmte die wordt afgegeven aan het water dat moet worden verwarmd) en de verbruikte elektrische energie (van de compressor en van de hulpapparaten van het product). De COP varieert naar gelang het type warmtepomp en de omstandigheden waar de werking betrekking op heeft. Bv., een COP waarde van 3 geeft aan dat voor iedere 1 kWh verbruikte elektrische energie de warmtepomp 3 kWh warmte af zal geven aan het te verwarmen element, waarvan 2 kWh worden onttrokken aan de gratis bron.

warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T. B. V. DE GEBRUIKER 37 Laadprofiel (B) L XL XL Intern geluidsvermogen (C) dB(A) 53 53 53 Verwarmingselement Vermogen weerstand W 2000 Max. watertemperatuur met elektrische weerstand °C 75 (65 vanuit fabriek) Maximum opgenomen stroom A 8,7 Elektrische voeding Spanning / Maximum opgenomen vermogen V / W 220-230 eenfase / 2750 Frequentie Hz 50 Beschermingsgraad IPX4 Luchtzijde Standaard luchtaanvoer (modulerende automatische regeling) m3/h 400 Beschikbare statische druk Pa 55 Minimum inhoud van het vertrek waar de installatie wordt uitgevoerd (D) m3 20 Minimum hoogte plafond van het vertrek waar de installatie wordt uitgevoerd (D) m 2,06 2,28 2,28 Min. temperatuur vertrek waar installatie wordt uitgevoerd °C 1 Max.

temperatuur vertrek waar installatie wordt uitgevoerd °C 42 Minimum temperatuur lucht (NB bij 90% RV) (E) °C -5 Maximum temperatuur lucht (NB bij 90% RV) (E) °C 42 (A) Waarden verkregen bij een externe luchttemperatuur van 7°C en een relatieve vochtigheidsgraad van 87%. Temperatuur van water bij ingang 10°C en ingestelde temperatuur van 49°C (volgens hetgeen wordt voorgeschreven door EN 16147). Gekanaliseerd product Ø200 onbuigzaam. (B) Waarden verkregen bij een externe luchttemperatuur van 7°C en een relatieve vochtigheidsgraad van 87%. Temperatuur van water bij ingang 10°C en ingestelde temperatuur van 49°C (volgens hetgeen wordt voorgeschreven door 2014/C 207/03 - overgangsmeet- en -berekeningsmethoden). Gekanaliseerd product Ø200 onbuigzaam.

(C) Waarden verkregen door het gemiddelde van de resultaten van drie proeven uitgevoerd bij een externe luchttemperatuur van 7°C en een relatieve vochtigheidsgraad van 87%. Temperatuur van water bij ingang 10°C en ingestelde temperatuur volgens hetgeen wordt voorgeschreven door 2014/C 207/03 - overgangsmeet- en -berekeningsmethoden en EN 12102. Gekanaliseerd product Ø200 onbuigzaam.

(D) Deze waarde garandeert de juiste werking en het eenvoudige onderhoud, in het geval het product niet is gekanaliseerd is. (E) Buiten het interval van de bedrijfstemperaturen van de warmtepomp wordt de verwarming van het water gegarandeerd door de integratie. Gemiddelde waarde verkregen op een groot aantal producten. Verdere energiegegevens staan vermeld in het productinformatieblad (Bijlage A) dat onlosmakelijk bij dit boekje hoort. Producten zonder etiket en bijhorende fiche voor waterverwarmergroepen en systemen met zonnepanelen, voorzien door de verordening 812/2013, zijn niet bestemd voor de uitvoering van dergelijke installaties. TECHNISCHE GEGEVENS VOOR DE INSTALLATEUR 3. VOORSCHRIFTEN 3. 1 Kwalificatie van de installateur OPGELET.

warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T. B. V. DE GEBRUIKER 38 De boiler wordt geleverd met een hoeveelheid koelvloeistof R134a die voldoende is voor de werking ervan. Deze koelvloeistof beschadigt de ozonlaag in de atmosfeer niet, hij is niet ontvlambaar en kan geen explosies veroorzaken. Het onderhoud en de ingrepen op het koelcircuit moeten echter uitsluitend worden uitgevoerd door gespecialiseerde vaklui die voorzien zijn van de juiste uitrusting. 3. 2 Gebruik van de instructies OPGELET. Een verkeerde installatie kan schade veroorzaken aan personen, dieren of dingen, waarvoor de fabrikant niet verantwoordelijk kan worden gesteld. De installateur moet de instructies in deze handleiding nauwkeurig in acht nemen.

De installateur moet aan het einde van de werkzaamheden de gebruiker nauwkeurige instructies geven betreffende het gebruik van de boiler en betreffende de correcte uitvoering van de voornaamste handelingen. 3. 3 Veiligheidsnormen Voor de betekenis van de symbolen die in de volgende tabel worden gebruikt dient u paragraaf 1. 1 na te slaan, onder het hoofdstuk ALGEMENE INFORMATIE. Ref. Waarschuwing Risico Symbool 1 Bescherm leidingen en verbindingskabels om ze voor beschadiging te behoeden. Elektrocutie door het aanraken van geleiders die onder spanning staan. Overstroming door waterlek uit beschadigde leidingen. 2 Controleer of het vertrek waar men de installatie uitvoert en het net waar men het apparaat op aansluit aan alle voorschriften voldoen. Elektrische schokken door aanraken van niet goed geïnstalleerde geleiders, die onder spanning staan.

Beschadiging van het apparaat door verkeerde bedrijfsomstandigheden. 3 Gebruik geschikt gereedschap en werktuig. Controleer in het bijzonder of het gereedschap niet beschadigd of versleten is en dat het handvat in orde is en er stevig opzit. Verder moet u het gereedschap op de juiste manier gebruiken, voorkomen dat het valt en het na gebruik weer opbergen.

Persoonlijk letsel door rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken of schaven. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden. 4 Gebruik geschikte elektrische apparatuur op de juiste wijze. Belemmer de doorgang niet met de voedingskabel. Zorg dat de apparatuur niet naar beneden kan vallen. Haal de voedingskabel aan het einde uit de contactdoos en berg alle apparatuur weer op. Persoonlijk letsel door rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken of schaven. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden. 5 Ontkalk onderdelen waar kalk op is afgezet volgens de specificaties in de veiligheidskaart van het gebruikte product.

Het vertrek moet geventileerd zijn, u moet beschermende kleding dragen, geen verschillende producten mengen en het apparaat en omliggende voorwerpen beschermen. Persoonlijk letsel door contact van huid of ogen met zuurhoudende substanties, inademen of inslikken van schadelijke chemische stoffen. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen vanwege corrosie door zuurhoudende stoffen.

warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T. B. V. DE GEBRUIKER 39 6 Controleer dat verplaatsbare trappen op de juiste manier neer worden gezet, dat ze van degelijke kwaliteit zijn, dat de treden heel zijn en niet glad, dat niemand er tegenaan kan lopen of rijden terwijl er iemand op staat. Laat eventueel iemand dit controleren. Persoonlijk letsel door vallen of door beklemming (bij een vouwtrap). 7 Zorg ervoor dat de werkplaats gezonde condities biedt voor wat betreft verlichting, ventilatie en stevigheid. Persoonlijk letsel door stoten, struikelen, enz. 8 Trek, voordat u aan het werk gaat, beschermkleding aan en gebruik de speciale individuele veiligheidsvoorzieningen. Persoonlijk letsel door schokken, rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken, schaven, lawaai of vibraties.

9 De werkzaamheden aan de binnenkant van het apparaat moeten zeer voorzichtig worden uitgevoerd om niet plotseling tegen scherpe of snijdende delen aan te stoten. Persoonlijk letsel door snijden, prikken, schaven. 10 Leeg de onderdelen die warm tapwater kunnen bevatten door eventuele ontluchtingsgaten te activeren voordat u ze aanraakt. Persoonlijk letsel door brandwonden. 11 Voer de elektrische aansluitingen uit met behulp van geleiders die een juiste diameter hebben. Brand door oververhitting als gevolg van het passeren van elektrische stroom in te smalle kabels. 12 Gebruik geschikt materiaal voor de bescherming van het apparaat en de omgeving rond de werkplek. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden. 13 Behandel het apparaat met de juiste beschermingsmaatregelen en voorzichtigheid.

Gebruik de speciale riem voor de verplaatsing van het apparaat. Beschadiging van het apparaat zelf of nabije voorwerpen door stoten, klemmen en snijden. 14 Organiseer de verplaatsingen van materiaal en gereedschappen zodanig dat dit op een veilige manier kan gebeuren.

Voorkom dat materiaal wordt opgestapeld en kan vallen of schuiven. Beschadiging van het apparaat zelf of nabije voorwerpen door stoten, klemmen en snijden. 15 Heractiveer alle veiligheidsvoorzieningen en controles die u gedurende een ingreep op het apparaat heeft moeten uitschakelen en controleer, voordat u het apparaat weer inschakelt, dat deze voorzieningen weer werken. Beschadiging of blokkering van het apparaat door ongecontroleerde werking. 4. INSTALLATIE WAARSCHUWING. Let op de algemene waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften die in de vorige leden en zich strikt aan de aanwijzingen daarin. 4. 1 Plaatsing apparaat OPGELET.

Voor u overgaat tot de installatie moet u controleren of, op de plaats waar u de boiler wenst te installeren, de volgende voorwaarden worden voldaan: a) het vertrek waar men de boiler zonder luchtafvoerbuis wenst te gaan gebruiken moet een volume van niet minder dan 20 m3 hebben, met voldoende luchtverversing. Vermijd het apparaat te gebruiken in vertrekken waar ijsvorming kan plaatsvinden. Installeer het apparaat niet in een vertrek waar een ander apparaat staat dat lucht.

warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T. B. V. DE GEBRUIKER 40 verbruikt tijdens de werking (bv. gasketel met open systeem, gasboiler met open systeem, enz. ). De fabrikant garandeert de prestaties en de veiligheid van het product niet wanneer het buitenshuis wordt geïnstalleerd. b) Het is noodzakelijk vanaf het punt van plaatsing de buitenkant van het gebouw te kunnen bereiken met een luchttoevoer- of luchtafvoerkanaal, mits het gebruik hiervan is voorzien. De plaatsing van de koppelingen voor de toe- en afvoerkanalen zijn aan de bovenzijde van het apparaat geplaatst. c) Controleer of het vertrek waar men de installatie uitvoert en het elektrische net en het waternet waar men het apparaat op aansluit aan alle geldende voorschriften voldoen. d) Er moet op de gekozen installatieplek een elektrische voedingsbron aanwezig zijn, eenfase 220-230 Volt ~ 50 Hz.

Als die bron niet aanwezig is moet hij kunnen worden aangemaakt. e) Het moet mogelijk zijn om op het gekozen punt vanaf de speciale aansluiting aan de zijkant van het apparaat met een geschikte sifon een condensafvoer te creëren. ; f) het moet mogelijk zijn in de gekozen plek de voorziene afstanden te respecteren van wanden en plafond, voor een correcte werking en een toegankelijker onderhoud. g) de ondergrond moet zodanig plat zijn dat de het apparaat volledig horizontaal is (verwijzing afb. 2). h) de gekozen installatieplek moet conform zijn aan de IP graad (bescherming tegen het binnendringen van vloeistoffen) van het apparaat, volgens de geldende normen. i) het apparaat mag niet rechtstreeks worden blootgesteld aan zonnestralen, ook niet bij aanwezigheid van ramen. j) het apparaat mag niet blootgesteld worden aan agressieve stoffen zoals zure damp, stoffen of verzadigd gas.

l) het apparaat moet zo dicht mogelijk bij de gebruikspunten worden geïnstalleerd om zo warmtedispersie via de buizen tegen te gaan. m) de lucht die door het apparaat wordt aangezogen moet vrij zijn van stof, zuurdampen en oplosmiddelen. In het geval van een niet gekanaliseerde installatie dient u de afstanden van de wanden respecteren, zoals aangegeven in afbeelding 4. 4. 2 Plaatsing op de grond 1) Zodra u de geschikte plek voor de installatie heeft gevonden verwijdert u de verpakkingsmaterialen en schroef het product van de pallet. 2) M. b. v. de speciale riem schuift u het apparaat van de pallet. 3) Bevestig de voetjes (d. m. v. de speciale gaten) aan de grond m. b. v. geschikte schroeven en pluggen. Zodra het apparaat geplaatst is verwijdert u de stoffen riem door de bouten los te schroeven. 4.

3 Aansluiting lucht Houd er rekening mee dat het gebruik van lucht uit verwarmde vertrekken de verwarmingsprestaties van het gebouw zouden kunnen benadelen. Het apparaat heeft aan de bovenzijde een luchttoevoeropening en twee openingen voor de afvoer van de lucht. Het is belangrijk de twee roosters niet te verwijderen of te bewegen. De temperatuur van de uitgaande lucht van het product kan temperaturen bereiken van 5-10°C minder dan de binnenkomende lucht. Als deze niet gekanaliseerd wordt kan de temperatuur van het vertrek aanzienlijk dalen. Als de lucht die door de warmtepomp wordt bewerkt naar buiten toe wordt afgevoerd of vanuit buiten naar binnen wordt aangezogen (of vanuit een ander vertrek) kunnen er geschikte buizen worden gebruikt voor de luchtdoorvoer.

Controleer of de buizen goed zijn aangesloten en bevestigd op het apparaat om te voorkomen dat ze plotseling per ongeluk losschieten (gebruik bijvoorbeeld geschikte silicone). Zelfs in het geval van een product zonder leiding is het raadzaam om een bocht in de aanzuiging te installeren om by-pass tussen de aanzuiging en afvoer van lucht te voorkomen (fig. 4).

In het geval van een product dat geleid wordt met onbuigzame leidingen, tijdens de installatie alle nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat onderhoudswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd (fig. 4). OPGELET: Gebruik geen buiten roosters met grote druk verliezen, bv anti insecten gaas. De roosters moeten een grote luchtdoorlaat hebben, en de afstand tussen de twee verschillende roosters moet minimaal 26cm bedragen. Bescherm de leidingen tegen de buitenwind. Lucht uit de schouw gebruiken is toegelaten wanneer de toevoer van deze schouw voldoende is, en periodiek onderhoud van de schouw en de bijbehorende toebehoren wordt uitgevoerd. De totale drukverliezen is de som van alle drukverliezen van alle componenten van aan en afvoer van de lucht, en moet kleiner zijn dan de maximale statische druk van de ventilator ( 55 Pa ). Zie schema op de laatste pagina.

warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T. B. V. DE GEBRUIKER 41 OPGELET. Wanneer gebruikte toebehoren voor de lucht aan en afvoer kunnen de performantie van het toestel veranderen en de opwarmtijd verlengen. VOORBEELDEN Afbeelding 5 Inkomende lucht: niet gekanaliseerd / Uitgaande lucht: aan de buitenkant gekanaliseerd Afbeelding 6 Inkomende lucht: aan de binnenkant gekanaliseerd / Uitgaande lucht: aan de buitenkant gekanaliseerd Afbeelding 7 Inkomende lucht: aan de buitenkant gekanaliseerd / Uitgaande lucht: aan de buitenkant gekanaliseerd Afbeelding 8 Installatie zonder kanalisering 4. 4 Hydraulische aansluiting Vooraleer het toestel te gebruiken, moet u de tank van het toestel met water vullen en daarna volledig leeg laten lopen zodat eventueel achtergebleven onzuiverheden wegspoelen. Sluit zowel de in- als de uitgang van de boiler aan d. m. v.

buizen of verbindingsstukken die zowel bestand zijn tegen de bedrijfsdruk als tegen de temperatuur van het warme water dat de 75°C / 7 bar kan bereiken. We raden u daarom aan materialen te gebruiken die tegen die temperaturen bestand zijn. Voor u de aansluiting uitvoert, moet u het diëlektrische verbindingselement (bij het product geleverd) aan de warmwater toevoerbuis bevestigen. Het is vereist op de buis voor de watertoevoer van het apparaat een veiligheidsklep aan te sluiten. Op de waterinlaatleiding van het toestel, gemarkeerd met een blauwe kraag, sluit u een T-koppeling aan. Op deze koppeling schroeft u aan de ene kant een kraan om de waterverwarmer leeg te laten lopen, die enkel kan worden bediend met behulp van een gereedschap, en aan de andere kant een beveiliging tegen overdruk.

Voor landen waar de Europese norm EN 1487 van toepassing is, is de beveiliging tegen overdruk die eventueel bij het product is meegeleverd niet in overeenstemming met deze norm.

De beveiliging in overeenstemming met deze norm moet een maximale druk van 0,7 MPa (7 bar) hebben en minstens volgende elementen bevatten: een afsluitkraan, een terugslagklep, een voorziening voor controle van de terugslagklep, een veiligheidsklep en een voorziening voor onderbreking van de hydraulische belasting. Zie afbeelding 9. De codes voor deze accessoires zijn: - Hydraulische veiligheidsgroep 3/4" voor horizontale installatie (voor producten met toevoerbuizen met een diameter van 3/4") - Sifon 1" Sommige landen vereisen het gebruik van alternatieve hydraulische beveiligingen, in overeenstemming met de vereisten van plaatselijke wetten. Het is de taak van de gekwalificeerde installateur, belast met het installeren van het product, om te beoordelen of de te gebruiken beveiliging geschikt is volgens de geldende voorschriften. Het is verboden om afsluiters (kleppen, kranen, enz.

) tussen de beveiliging en de waterverwarmer te plaatsen. De afvoer van het systeem moet verbonden worden aan een afvoerbuis met een diameter die niet minder is dan die van de aansluiting aan het apparaat (3/4”), door middel van een sifon die een beluchtingsopening van minstens 20 mm mogelijk maakt en die een visuele controle toestaat, om te vermijden dat in het geval van het in werking treden van het systeem zelf, schade wordt veroorzaakt aan personen, dieren of voorwerpen, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld. Sluit de ingang van het mechanisme ter voorkoming van de overdruk m. b. v. een flexibele buis aan op de koudwaterkraan. Indien noodzakelijk kunt u een afsluitkraan gebruiken. Indien de leegloopkraan wordt opengedraaid dient u bovendien te zorgen voor een afvoerbuis die aan de uitgang wordt verbonden.

Een licht druppelen van het mechanisme tegen de overdruk is normaal in de verwarmingsfase, daarom raden wij u aan de afvoer aan te sluiten (deze moet altijd in verbinding staan met de atmosfeer) op een draineerbuis die in een doorlopende helling naar beneden is geïnstalleerd, in een omgeving vrij van ijs. Op dezelfde buis is het bovendien noodzakelijk een condensdrainage aan te sluiten d. m. v. de speciale koppeling aan de achterkant van de boiler. Het apparaat mag niet werken met water waarvan de hardheid lager is dan 12°F. Aan de andere kant wordt bij extreem hard water het gebruik van een (>25°F) ontharder aangeraden die correct is afgesteld en gecontroleerd. In dit geval mag de resterende hardheid niet onder de 15°F raken. Mocht de waterdruk dichtbij de ijkingwaarden van de klep liggen, dan moet een drukverlager worden aangebracht, zo ver mogelijk van het apparaat.

warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T. B. V. DE GEBRUIKER 42 OPGELET. Spoel de leidingen van de installatie grondig door, zodat eventuele resten van gesneden schroefdraden, soldeerwerk of ander vuil, die de normale werking van het apparaat kunnen verhinderen, verwijderd worden. 4. 5 Elektrische aansluiting Kabel Maximale stroom Permanente voeding (kabel wordt bij het apparaat geleverd) 3G 1. 5mm2 16A EDF signaal (kabel wordt niet bij het apparaat geleverd) H05V2V2-F 2G min. 75mm2 2A WAARSCHUWING: Voordat u toegang tot terminals, moeten alle voedingsstroomkringen worden losgekoppeld. De corrosiebescherming van het apparaat wordt door batterijen gegarandeerd wanneer dit niet wordt gevoed. OPGELET. : Het is verboden voor niet gekwalificeerd personeel deksels te verwijderen of onderhoudsoperaties en/of elektrische aansluitingen uit te voeren.

Het apparaat wordt geleverd met een voedingskabel (wanneer deze vervangen moet worden, dient men een originele vervangingskabel te gebruiken die door de fabrikant wordt geleverd). Het is noodzakelijk een controle uit te voeren van de elektrische installatie en de conformiteit te toetsen aan de geldende normen. Controleer of de installatie geschikt is voor het maximaal opgenomen vermogen van de boiler (kijk op het typeplaatje), zowel voor wat betreft de doorsnede van de kabels als voor wat betreft hun conformiteit aan de geldende normen. Meervoudige stekkers, verlengsnoeren of adapters zijn verboden. Het is verboden om de leidingen van het hydraulische systeem, het verwarmingssysteem en het gas te gebruiken voor de aardaansluiting van het apparaat. Vóór de inbedrijfstelling moet u controleren of de netspanning overeenkomt met de waarde op het typeplaatje van de apparaten.

Voor het van het net uitschakelen van het apparaat gebruikt u een tweepolige schakelaar die voldoet aan de geldende normen CEI-EN (min. afstand tussen de contactpunten 3 mm, beter indien voorzien van zekeringen). Het apparaat moet voldoen aan de Europese en nationale normen, en moet worden beschermd door een 30mA aardlekschakelaar. PERMANENTE ELEKTRISCHE AANSLUITING Afb. 10 Als u niet beschikt over een elektrisch tarief met dal- en piekuren gebruikt u deze configuratie. De bo7iler zal altijd op het elektrische net zijn aangesloten, waardoor het 24 hr per dag zal werken. Verwijder de 3 NI-MH batterijen als u niet beschikt over een tweeledig tarief met HC/HP-signaal (zie fig. 13). ELEKTRISCHE AANSLUITING MET DAL- EN PIEKTARIEF Afb.

11 Als u beschikt over een elektrisch tarief met dal- en piekuren en over een geschikte elektriciteitsmeter kunt u beslissen het apparaat alleen op te laden tijdens de daluren. Tijdens de uren waarin het apparaat niet wordt gevoed zal de corrosiebescherming met titanium anode met stroompodruksysteem worden gegarandeerd door oplaadbare batterijen. ELEKTRISCHE AANSLUITING MET DAL- EN PIEKTARIEF EN HC-HP SIGNAAL Afb. 12 Dit heeft dezelfde economische voordelen als de configuratie met dal- en piekuren. Het is bovendien mogelijk een directe verwarming te hebben m. b. v. de BOOST modus die de verwarming ook activeert tijdens het HP tarief. 1) Sluit een tweepolige kabel aan op de speciale signaalcontacten op de meter. 2) Sluit de tweepolige kabel van het signaal aan op het met "EDF" gemarkeerde klemmetje dat zich aan de binnenkant van de elektricteitskast rechts van het product bevindt.

OPGELET: De signaalkabel moet in de opening worden gestoken onder de voedingskabel. Hij moet worden bevestigd m. b. v. speciale draadleiders in het product. Hij moet bovendien worden vastgemaakt in de kabelwartels vlakbij de speciale klem. Maak een opening in de rubbertjes om een geschikte diameter voor de doorvoering te verkrijgen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Ariston Thermo NUOS PRIMO HC 200 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden