Ariston Thermo Nuos 150 Split Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Ariston Thermo Nuos 150 Split (102 pagina’s), behorend tot de categorie Ketel & boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 36 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Ariston Thermo Nuos 150 Split of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/102
Chaffe-eau à pompe de chaleur
Heat pump water heater
Scaldacqua a pompa di calore
Warmtepompboiler
FR
EN
IT
NL

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Ariston Thermo
Categorie: Ketel & boiler
Model: Nuos 150 Split

Handleiding Ariston Thermo Nuos 150 Split – volledige tekst

73 Geachte klant, wij danken u voor de aanschaf van onze warmtepompboiler. Wij hopen dat dit apparaat aan uw verwachtingen voldoet, u een maximale energiebesparing zal verschaffen en wensen dat u er voor vele jaren plezier aan zult beleven. Ons bedrijf wijdt veel tijd, energie en financiële middelen aan het realiseren van innovatieve oplossingen die de energiebesparing van de producten kan bevorderen. Uw keuze zal ertoe bijdragen dat er minder energie zal worden verbruikt, hetgeen op zijn beurt weer zal bijdragen tot een vermindering van algemene milieuproblemen. Onze voortdurende inzet om moderne en efficiënte producten te produceren en uw verantwoordelijke gedrag in het rationele gebruik van de energie kunnen dus actief bijdragen aan het behoud van het milieu en de natuurlijke energiebronnen. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Hij is ontwikkeld om u te informeren, m. b. v.

waarschuwingen en raadgevingen, betreffende het juiste gebruik van het apparaat zodat u al zijn kwaliteiten zult kunnen waarderen. Onze technische dienst in uw woongebied staat altijd voor u klaar. INLEIDING Deze handleiding is gericht tot de installateur en de eindgebruiker, die respectievelijk de warmtepompboiler moeten installeren en gebruiken. Het niet opvolgen van de aanwijzingen in deze handleiding heeft het vervallen van de garantie als gevolg. Dit boekje is een integraal en essentieel deel van het product zelf. Het moet met zorg door de gebruiker worden bewaard en altijd bij het apparaat blijven, ook als dit aan een nieuwe eigenaar wordt gegeven of verkocht en/of op een andere installatie wordt gemonteerd. Teneinde een correct en veilig gebruik van het apparaat te kunnen waarborgen moeten de installateur en de gebruiker, m. b. t.

hun respectievelijke bevoegdheden, de instructies en de aanwijzingen in deze handleiding aandachtig doorlezen aangezien zij belangrijke gegevens bevatten betreffende de veiligheid van de installatie, het gebruik en het onderhoud.

Deze handleiding is in drie verschillende secties verdeeld: - ALGEMENE INFORMATIE Deze sectie bevat nuttige algemene informatie zoals de beschrijving van de boiler en zijn technische eigenschappen en informatie betreffende de symbolen, de meeteenheden en de technische terminologie. In deze sectie vindt u technische gegevens terug en de afmetingen van de boiler. - INSTALLATIE Deze sectie is gericht tot de installateur. Het is een verzameling van aanwijzingen en voorschriften die het gekwalificeerde professionele personeel moet navolgen voor een optimale verwezenlijking van de installatie. - GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD Deze sectie is gericht tot de eindgebruiker en bevat alle nodige informatie voor de juiste werking van het apparaat, de periodieke controles en het onderhoud dat door de gebruiker zelf kan worden uitgevoerd.

Teneinde de kwaliteit van zijn producten te verbeteren behoudt het bedrijf zich het recht voor de gegevens en de inhoud van deze handleiding zonder voorafgaande waarschuwing te wijzigen. Teneinde de inhoud beter te kunnen begrijpen, en aangezien deze handleiding in meerdere talen, en voor verschillende landen is samengesteld heeft men besloten alle afbeeldingen aan het einde van de gebruiksaanwijzing samen te vatten, aangezien deze hetzelfde zijn voor alle talen.

INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK 7.1 Beschrijving van het bedieningspaneel 7.2 Het in- en uitschakelen van de boiler 7.3 Instellen van de temperatuur 7.4 Bedrijfsmodus 7.5 Instellen van de tijd 7.6 Informatiemenu 7.7 Installatiemenu 7.8 Controleprocedure elektrische aansluitingen “Check” 7.9 Anti legionella bescherming 7.10 Fabrieksinstellingen 7.11 Werking met twee verschillende tijdstarieven 7.12 Antivriesfunctie 7.13 Storingen 8. ONDERHOUD 8.1 Legen van het apparaat 8.2 Normaal onderhoud 8.3 Probleemoplossing 8.4 Normaal onderhoud t.b.v. de gebruiker 8.5 Verwijdering van de boiler ILLUSTRATIES

warmtepompboiler – ALGEMENE INFORMATIE 75 ALGEMENE INFORMATIE 1. 1 Betekenis van de gebruikte symbolen Voor wat betreft de veiligheidsaspecten van installatie en gebruik, en teneinde de aanwijzingen betreffende de risico's te benadrukken, worden een aantal symbolen gebruikt wiens betekenis in de hier volgende tabel wordt uitgelegd. Symbool Betekenis Het niet opvolgen van deze aanwijzing leidt tot risico van verwondingen van personen, die in bepaalde omstandigheden zelfs dodelijk kunnen zijn. Het niet opvolgen van deze aanwijzingen leidt tot risico van beschadiging van voorwerpen, planten of dieren, die in bepaalde omstandigheden zelfs ernstig kunnen zijn. Verplichting om zich aan de algemene veiligheidsvoorschriften en productspecificaties te houden. 1.

2 Toepassing Dit apparaat dient voor het verwarmen van tapwater, dus tot een temperatuur die lager is dan het kookpunt, in een huiselijke of soortgelijke omgeving. Het apparaat moet een hydraulische aansluiting hebben op een tapwaternet en een elektrische voeding. Het kan toevoer- en afvoerleidingen hebben voor de in- en uitgang van de gebruikte lucht. Het is verboden om het apparaat voor andere doeleinden te gebruiken dan hetgeen wordt beschreven in deze handleiding. Elk ander oneigenlijk gebruik is niet toegestaan. Het is in het bijzonder verboden het apparaat te gebruiken in industriële installaties en/of het apparaat te installeren in een corrosieve of explosieve omgeving.

De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die voortkomt uit een foute installatie, oneigenlijk gebruik, irrationeel gedrag en van een niet complete of onnauwkeurige toepassing van de aanwijzingen in deze handleiding.

Dit apparaat is niet geschikt voor het gebruik door personen (inclusief kinderen) met een beperkt lichamelijk of sensorieel vermogen of door personen zonder de nodige ervaring of kennis, tenzij zij worden gecontroleerd of onderwezen betreffende het gebruik van het apparaat door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Kinderen moeten worden gecontroleerd door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid en die zich ervan verzekeren dat zij niet met apparaat spelen. 1. 3 Voorschriften en technische normen De installatie is voor rekening van de koper en moet worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel, overeenkomstig de geldende nationale installatienormen en eventuele voorschriften van de locale autoriteiten en van instellingen voor de volksgezondheid, volgens de specifieke aanwijzingen die de fabrikant in de huidige handleiding beschrijft.

De fabrikant is verantwoordelijk voor de conformiteit van het product aan de richtlijnen, wetten en constructienormen die het product aangaan en die gelden op het moment dat het product voor de eerste keer op de markt wordt gebracht. De kennis en het naleven van de wetsbepalingen en de technische normen betreffende het ontwerp van de installaties, de plaatsing, de werking en het onderhoud zijn een exclusieve taak van de ontwerper, de installateur en de gebruiker, ieder voor hun specifieke taken. De verwijzingen naar wetten, normen of technische regels worden in de huidige handleiding puur ter informatie geciteerd. Het in werking treden van nieuwe bepalingen of wijzigingen op de geldende normen verplicht de fabrikant op geen enkele wijze t. o. v. derden.

U dient zich ervan te verzekeren dat het elektriciteitsnet waarop het apparaat wordt aangesloten conform is aan de norm EN 50160 (indien dit niet het geval is, vervalt de garantie). Voor Frankrijk: controleer of de installatie conform is aan de norm NFC 15-100.

Bij het aanbrengen van onprofessionele wijzigingen aan de producten en/of aanhorige onderdelen vervalt de garantie. 1. 4 Certificaties - CE Markering De plaatsing van de CE markering op het apparaat garandeert de conformiteit aan de volgende EU Richtlijnen, aan wiens fundamentele rekwisieten het voldoet: - 2006/95/EC betreffende de elektrische veiligheid - 2004/108/EC betreffende de elektromagnetische compatibiliteit.

warmtepompboiler – ALGEMENE INFORMATIE 76 De controle wordt uitgevoerd in navolging van de volgende technische normen: EN 255-3; EN 60335-1; EN/IEC 60335-2-21; EN 60335-2-40; EN 55014-1; EN 61000-3-2; EN 61000-3-3; EN 50366. 1. 5 Verpakking en bijgeleverde accessoires Het apparaat bestaat uit een externe eenheid (warmtepomp) en een interne eenheid (boiler); laatstgenoemde kan worden bevestigd op een houten pallet (alleen mod. 300 L). Beide eenheden worden beschermd door buffers van piepschuim en een kartonnen doos aan de buitenkant; alle materialen zijn recyclebaar en milieuvriendelijk.

De inbegrepen accessoires zijn: - Afgeschermde kabel voor verbinding van de sondes tussen de interne en de externe eenheid; - Connector afvoerbuis voor condenswater voor de externe eenheid; - Connector afvoerbuis voor condenswater voor de interne eenheid; - Gatenbedekking voor de doorgang van de buis; - Handleiding en garanties; - 1 Diëlektrisch verbindingsstuk van 3/4'; - Rubbertjes en draadleiders met schroeven. 1. 6 Transport en behandeling Controleer bij het afleveren van het apparaat of het tijdens het transport geen zichtbare schade heeft ondervonden, zowel op de verpakking als op het product zelf. In het geval u schade waarneemt dient u direct een klacht in te dienen bij het transportbedrijf. OPGELET.

De externe eenheid moet verplicht in verticale stand verplaatst en opgeslagen worden, dit teneinde een goede verdeling van de olie in de binnenkant van het koelcircuit te garanderen en schade aan de compressor te voorkomen. De interne eenheid mag zowel in verticale als in horizontale stand verplaatst worden. Het ingepakte apparaat kan met de hand worden verplaatst of met een vorkheftruck. Zorg ervoor bovenstaande aanwijzingen op te volgen. We raden u aan het apparaat in zijn originele verpakking te laten totdat het op de gewenste plek wordt geïnstalleerd, in het bijzonder wanneer het een bouwterrein betreft.

Nadat u de verpakking heeft verwijderd moet u controleren of het apparaat in orde is en of alle onderdelen die erbij horen aanwezig zijn. Als het apparaat niet in orde is dient u contact op te nemen met de verkoper. Zorg ervoor dat deze signalering plaatsvindt binnen de door de wet vastgestelde termijnen. OPGELET. De verschillende delen van de verpakking mogen niet in het bereik van kinderen worden gelaten, aangezien ze een bron van gevaar zijn. Voor het eventuele bewegen of vervoeren van het apparaat na de eerste installatie, dient u dezelfde raadgevingen op te volgen betreffende de toegestane helling. U dient zich er bovendien van te verzekeren dat het water in het reservoir volledig is verwijderd. Bij afwezigheid van de originele verpakking dient u voor een evenwaardige bescherming van het apparaat te zorgen om schade te vermijden waarvoor de fabrikant niet verantwoordelijk is. 1.

7 Identificatie van het apparaat De voornaamste informatie voor de identificatie van het apparaat staat op het typeplaatje dat op de mantel van de boiler is bevestigd. Interne eenheid technische label beschrijving A model B inhoud in liters van het reservoir C registratienummer D voedingsspanning , frequentie, maximum opgenomen vermogen E maximale/minimale druk van het koelcircuit F bescherming reservoir G opgenomen vermogen in weerstand modus H merken en symbolen I verwarmingsvermogen in pompmodus L gemiddeld/maximaal vermogen in pompmodus M type koelmiddel en vulling N maximum druk reservoir.

warmtepompboiler – ALGEMENE INFORMATIE 77 externe eenheid technische label Description External unit 0811 model voedingsspanning frequentie van de netvoeding thermisch vermogen van de warmtepomp gemiddeld geabsorbeerd vermogen van de warmtepomp gemiddeld geabsorbeerde stroom van de warmtepomp maximaal geabsorbeerd vermogen van de warmtepomp maximaal geabsorbeerde stroom van de warmtepomp beschermingsgraad: gewicht van de externe eenheid type/hoeveelheid koelgas type bescherming tegen elektrische shocks maximale/minimale druk van het koelcircuit registratienummer 2. TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN 2.1 Werkingsprincipe De warmtepompboiler gebruikt geen elektrische energie om het water direct te verwarmen maar maakt er een rationeler gebruik van. Hetzelfde resultaat wordt zo op een efficiëntere manier bereikt, d.w.z. door 2/3 energie minder te gebruiken.

De efficiëntie van een cyclus met een warmtepompboiler wordt gemeten met behulp van een performance coëfficiënt COP, die het verband uitdrukt tussen de energie die door het apparaat wordt geleverd (in dit geval de warmte die wordt afgegeven aan het water dat moet worden verwarmd) en de verbruikte elektrische energie (van de compressor en van de hulpapparaten van het product). De COP varieert naar gelang het type warmtepomp en de omstandigheden waar de werking betrekking op heeft. Bv., een COP waarde van 3 geeft aan dat voor iedere 1 kWh verbruikte elektrische energie de warmtepomp 3 kWh warmte af zal geven aan het te verwarmen element, waarvan 2 kWh worden onttrokken aan de gratis bron.

SYMBOOL BESCHRIJVING A Elektrische voeding, kabel niet bij het product geleverd B Batterijen C Interface kaart D Elektrische weerstand E NTC sonde weerstand zone F Titanium anode met stroomopdruksysteem Aarding H Kaart seriële aansluiting I Printplaat (mainboard) L Continucondensator M Compressor N Ventilator O Vierwegs hot-gas klep P Veiligheidspressostaat Q NTC sonde warm water R NTC sonde verdamper en luchtingang S Kabel voor aansluiting sonde, kabel bij het product geleverd T Anti-storing elektronisch filter EDF HCHP Signaal (EDF) kabel niet bij het product geleverd

watertemperatuur met elektrische weerstand °C 75 (65 vanuit fabriek) 75 (65 vanuit fabriek) 75 (65 vanuit fabriek) QPr (per 24hr) KWh 0,49 0,52 0,63 Elektrische voeding Spanning / Maximaal geabsorbeerd vermogen (A) V / W 220-240 eenfase / 2500 Frequentie Hz 50 Maximum opgenomen stroom A 10,8 (A) waarden verkregen bij luchttemperatuur van 7 °C en relatieve vochtigheid van 87%, temperatuur van het water bij ingang 15 °C (volgens hetgeen wordt voorgeschreven door de NF Cahier de Charge). lengte koelmiddelleiding 6 m. (B) Performance gemeten voor een verwarming van het water van 15 °C tot 51 °C, met een temperatuur van de inlaat van 15 °C RV 70%, volgens cahier des charges merk NF Electricité performance N°LCIE 103-15 van autonome thermodynamische boilers met reservoir.

(C)Buiten het interval van de bedrijfstemperaturen van de warmtepomp wordt de verwarming van het water gegarandeerd door de elektrische weerstand. (D) Getest in dode kamer op een standaard van de meting ISO 3744/94 en ISO 3745/03. Gemiddelde waarde verkregen op een groot aantal producten.

warmtepompboiler – INSTALLATIE 81 INSTALLATIE 3. VOORSCHRIFTEN 3. 1 Kwalificatie van de installateur OPGELET. De installatie en de eerste inbedrijfstelling van de ketel moeten door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, in overeenkomst met de geldige nationale normen voor installatie en eventuele voorschriften van de locale autoriteiten en van overheidsinstellingen voor de volksgezondheid. De boiler wordt geleverd met een hoeveelheid koelvloeistof R134a die voldoende is voor de werking ervan. Deze koelvloeistof beschadigt de ozonlaag in de atmosfeer niet, hij is niet ontvlambaar en kan geen explosies veroorzaken. Het onderhoud en de ingrepen op het koelcircuit moeten echter uitsluitend worden uitgevoerd door gespecialiseerde vaklui die voorzien zijn van de juiste uitrusting. 3. 2 Gebruik van de instructies OPGELET.

Een verkeerde installatie kan schade veroorzaken aan personen, dieren of dingen, waarvoor de fabrikant niet verantwoordelijk kan worden gesteld. De installateur moet de instructies in deze handleiding nauwkeurig in acht nemen. De installateur moet aan het einde van de werkzaamheden de gebruiker nauwkeurige instructies geven betreffende het gebruik van de boiler en betreffende de correcte uitvoering van de voornaamste handelingen. 3. 3 Veiligheidsnormen Voor de betekenis van de symbolen die in de volgende tabel worden gebruikt dient u paragraaf 1. 1 na te slaan, onder het hoofdstuk ALGEMENE INFORMATIE. Ref. Waarschuwing Risico Symbool 1 Bescherm leidingen en verbindingskabels om ze voor beschadiging te behoeden. Elektrocutie door het aanraken van geleiders die onder spanning staan. Overstroming door waterlek uit beschadigde leidingen.

2 Controleer of het vertrek waar men de installatie uitvoert en het net waar men het apparaat op aansluit aan alle voorschriften voldoen. Elektrische schokken door aanraken van niet goed geïnstalleerde geleiders, die onder spanning staan. Beschadiging van het apparaat door verkeerde bedrijfsomstandigheden.

3 Gebruik geschikt gereedschap en werktuig. Controleer in het bijzonder of het gereedschap niet beschadigd of versleten is en dat het handvat in orde is en er stevig opzit. Verder moet u het gereedschap op de juiste manier gebruiken, voorkomen dat het valt en het na gebruik weer opbergen. Persoonlijk letsel door rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken of schaven. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden. 5 Gebruik geschikte elektrische apparatuur op de juiste wijze. Belemmer de doorgang niet met de voedingskabel. Zorg dat de apparatuur niet naar beneden kan vallen. Haal de voedingskabel aan het einde uit de contactdoos en berg alle apparatuur weer op.

Persoonlijk letsel door rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken of schaven. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden. 6 Ontkalk onderdelen waar kalk op is afgezet volgens de specificaties in de veiligheidskaart van het gebruikte product. Het vertrek moet geventileerd zijn, u moet beschermende kleding dragen, geen verschillende Persoonlijk letsel door contact van huid of ogen met zuurhoudende substanties, inademen of inslikken van schadelijke chemische stoffen.

warmtepompboiler – INSTALLATIE 82 producten mengen en het apparaat en omliggende voorwerpen beschermen. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen vanwege corrosie door zuurhoudende stoffen. 7 Controleer dat verplaatsbare trappen op de juiste manier neer worden gezet, dat ze van degelijke kwaliteit zijn, dat de treden heel zijn en niet glad, dat niemand er tegenaan kan lopen of rijden terwijl er iemand op staat. Laat eventueel iemand dit controleren. Persoonlijk letsel door vallen of door beklemming (bij een vouwtrap). 8 Zorg ervoor dat de werkplaats gezonde condities biedt voor wat betreft verlichting, ventilatie en stevigheid. Persoonlijk letsel door stoten, struikelen, enz. 9 Trek, voordat u aan het werk gaat, beschermkleding aan en gebruik de speciale individuele veiligheidsvoorzieningen.

Persoonlijk letsel door schokken, rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken, schaven, lawaai of vibraties. 10 De werkzaamheden aan de binnenkant van het apparaat moeten zeer voorzichtig worden uitgevoerd om niet plotseling tegen scherpe of snijdende delen aan te stoten. Persoonlijk letsel door snijden, prikken, schaven. 11 Leeg de onderdelen die warm tapwater kunnen bevatten door eventuele ontluchtingsgaten te activeren voordat u ze aanraakt. Persoonlijk letsel door brandwonden. 12 Voer de elektrische aansluitingen uit met behulp van geleiders die een juiste diameter hebben. Brand door oververhitting als gevolg van het passeren van elektrische stroom in te smalle kabels. 13 Gebruik geschikt materiaal voor de bescherming van het apparaat en de omgeving rond de werkplek.

Bij het ophijsen van voorwerpen met hijskranen of dergelijke moet men controleren dat deze stabiel staan opgesteld en in een goede toestand verkeren, gezien het te verplaatsen gewicht en de noodzakelijke bewegingen. Tuig de lading op de juiste manier in de banden, bevestig extra koorden om slingerbewegingen te kunnen dempen, zorg dat men een goed uitzicht heeft over het gehele gebied van de beweging en verbied dat iemand onder de lading loopt of staat. Beschadiging van het apparaat zelf of nabije voorwerpen door stoten, klemmen en snijden. 15 Organiseer de verplaatsingen van materiaal en gereedschappen zodanig dat dit op een veilige manier kan gebeuren. Voorkom dat materiaal wordt opgestapeld en kan vallen of schuiven. Beschadiging van het apparaat zelf of nabije voorwerpen door stoten, klemmen en snijden.

16 Heractiveer alle veiligheidsvoorzieningen en controles die u gedurende een ingreep op het apparaat heeft moeten uitschakelen en controleer, voordat u het apparaat weer inschakelt, dat deze voorzieningen weer werken. Beschadiging of blokkering van het apparaat door ongecontroleerde werking.

warmtepompboiler – INSTALLATIE 83 4. INSTALLATIE WAARSCHUWING. Let op de algemene waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften die in de vorige leden en zich strikt aan de aanwijzingen daarin. 4. 1 Plaatsing apparaat OPGELET. Voor u overgaat tot de installatie moet u controleren of, op de plaats waar u de boiler wenst te installeren, de volgende voorwaarden worden voldaan: a) De minimale installatieafmetingen die in afbeelding 5 aangegeven zijn in acht nemen, b) Vermijd het apparaat te gebruiken in vertrekken waar ijsvorming kan plaatsvinden. Het product is ontworpen installatie binnen: de prestaties en veiligheid van het product kunnen worden niet gegarandeerd als het product buiten geïnstalleerd wordt; c) controleer of het vertrek waar men de installatie uitvoert en het elektrische net en het waternet waar men het apparaat op aansluit aan alle geldende voorschriften voldoen.

d) er moet op de gekozen installatieplek een elektrische voedingsbron aanwezig zijn, eenfase 220-240 Volt ~ 50 Hz. Als die bron niet aanwezig is moet hij kunnen worden aangemaakt. e) het vlak moet perfect horizontaal zijn en moet bestand zijn tegen het gewicht van een boiler vol water; f) de gekozen installatieplek moet conform zijn aan de IP graad (bescherming tegen het binnendringen van vloeistoffen) van het apparaat, volgens de geldende normen. g) het apparaat mag niet rechtstreeks worden blootgesteld aan zonnestralen, ook niet bij aanwezigheid van ramen. h) het apparaat mag niet blootgesteld worden aan agressieve stoffen zoals zure damp, stoffen of verzadigd gas. i) het apparaat mag niet direct op elektrische leidingen worden geïnstalleerd die niet zijn beschermd tegen spanningsschommelingen.

Plaatsing model 300 liter op de grond a) Zodra u de geschikte plek voor de installatie heeft gevonden verwijdert u de verpakkingsmaterialen en verwijdert u de zichtbare bevestigingen van de pallet waarop het apparaat rust. (zie afb. 6) b) Bevestig de voetjes (d. m. v. de speciale gaten) aan de grond m. b. v. de geschikte schroeven en pluggen. Plaatsing model 150-200 liter op de muur a) Het product op een dragende muur bevestigen m. b. v. de beugels, met gebruik van het installatiepatroon dat afgedrukt is op de verpakkingsdoos. Voor elke beugel gebruiken: 2 pluggen, 2 verchroomde schroeven type Fischer M10, M12 of M14; 2 moeren M10, M12 of M14, 2 sluitringen M10, M12 of M14. Controleren of de schroeven en schroefbouten goed aangedraaid zijn. (zie afb.

7) b) Dit model kan geïnstalleerd worden op een driepootsteun; uitsluitend het hiervoor bedoelde model gebruiken dat door de producent van de boiler geleverd wordt. In dit geval is het verplicht om het product m. b. v. de bovenste beugel of beide beugels op een dragende muur te bevestigen. 4. 2 Plaatsing externe eenheid OPGELET. Voor u overgaat tot de installatie moet u controleren of, op de plaats waar u de externe warmtepomp wenst te installeren, de volgende voorwaarden worden voldaan: a) Bij het kiezen van een geschikte positie op de muur moet men tenslotte ook denken aan de ruimte die nodig is om gemakkelijk eventuele onderhoudsingrepen uit te kunnen voeren (zie afb. 3); b) Installeer de externe eenheid op een zeer degelijke wijze aan een stevige muur. Kies een positie waar het geproduceerde geluid en de uitkomende lucht geen hinder kunnen veroorzaken.

De uitgekozen plaats moet ook voldoende ruimte overlaten voor langskomende personen en het geproduceerde condenswater moet gemakkelijk kunnen worden afgevoerd. c) Het werkvlak moet perfect horizontaal zijn: controleer dit met een waterpas (zie afb. 3). d) Men moet zich aan de beschreven procedure houden en daarna pas de elektrische en andere leidingen aansluiten.

e) maak de beugels vast aan de muur, gebruik hierbij pluggen die geschikt zijn voor het betreffende type muur (voorzichtig met elektrische en andere leidingen die door de muur heen lopen); gebruik pluggen met grotere afmetingen dan voor dat gewicht noodzakelijk is: tijdens de werking zal het apparaat gaan trillen. Het product moet jaren geïnstalleerd blijven zonder dat de schroeven losraken.

warmtepompboiler – INSTALLATIE 84 4. 3 Afvoer van het condenswater van de externe eenheid Het condens of het water dat zich tijdens het verwarmingsbedrijf in de externe eenheid vorm, moet vrij of via het via het verbindingsstuk voor afvoer worden afgevoerd. Het verbindingsstuk voor afvoer bevestigen in het gat aan de onderkant van de eenheid en de plastic buis aansluiten op het verbindingsstuk. Dit zo doen dat het water in een geschikte afvoerplaats loopt en controleren of de afvoer zonder belemmeringen plaatsvindt. 4. 4 Instrumenten voor het aansluiten van de koelleidingen a) Manometer-unit geschikt voor het gebruik met R134A, met leidingen voor vullen en vacuüm zuigen; b) Vacuümpomp; c) Momentsleutels voor nominale ø van 1/4” en 3/8” , verschillende afmetingen aan beide zijden teneinde te voldoen aan de verschillende afmetingen van de uiteinden.

d) De tangvormige handschroef voor nominale ø van 1/4 ” e 3/8” is voorzien van een klem die een aanpak- opening heeft zodat de projectie van de kopenen buis kan worden geregeld op 0-0,5 mm bij de bewerking van de buisaansluiting; e) Buissnijder; f) Buisafbramer; g) Lekzoeker voor de R134a, er wordt een speciale lekzoeker voor HFC koelgassen gebruikt. Deze moet een hoge detectie-sensibiliteit hebben, minimaal 5g/jaar. 4. 5 Voorbereiding van de koelleidingen OPGELET.

Voordat u begint met de installatiewerkzaamheden, controleren of aan de volgende voorwaarden voldaan wordt: a) Uitsluitend koperen buizen voor airconditioners van het type ACR gebruiken (koperen buizen bestemd voor koeling en airconditioning) of koperen buizen met voldoende isolatie (minstens 6 mm dikte) die geschikt zijn voor gebruik met R134a-gas; b) Gebruik nooit buizen van een dikte die minder is dan 0,8mm; c) Zorg ervoor dat het traject van de buizen zo kort en eenvoudig mogelijk is (maximale lengte 8m met 3m niveauverschil). Ervoor zorgen dat het traject de toegang tot de kap en het demonteren van de flens niet belemmert. Zie afbeelding 9.

d) Bescherm buizen en verbindingskabels om schade te voorkomen; OPGELET. De koelleidingen en de verbindingsstukken moeten thermisch geïsoleerd zijn om gevaarlijke verbrandingen, prestatieverlies en slechte werking van het product te voorkomen. De isolatiekous van de buizen vastzetten door middel van klemschroeven om te voorkomen dat deze van zijn plaats kan raken. Verwijder de afsluiters van de leidingen pas op het laatste moment, wanneer men de aansluiting legt: men moet absoluut voorkomen dat er vochtigheid of vuil kan binnendringen. Als een leiding te vaak wordt gebogen, dan wordt deze hard: buig deze niet meer dan 2 keer op dezelfde plek. Rol de leiding af zonder te trekken (zie afb. 8). 4.

6 Aansluitingen op de interne eenheid a) Leid de elektrische en andere leidingen goed langs alle bochten heen; b) De messing afsluitingen van de interne eenheid afnemen en deze bewaren (controleren of er aan de binnenkant geen vuil is achtergebleven); c) De buizen op de vooraf bepaalde lengte afsnijden met de buissnijder en ervoor zorgen dat er geen vervormingen ontstaan; d) De bramen met de buisafbramer verwijderen en ervoor zorgen dat er geen vuil naar binnen gaat (de buis naar beneden gericht houden). e) De getapte messing mondstukken in de juiste richting op de buizen aanbrengen; f) Het uiteinde van de buis in de handschroef doen en de flens aanbrengen op het uiteinde van de aansluitbuis: hierbij de aanwijzingen uit de tabel volgen (zie afb. 10); ø NOMINAAL ø EXTERN DIKTE mm HOOGTE “ ” mm AHANDSCHROEF HOOGTE “L” mm VERWIJDING 1/4 6. 35 0. 8 0 ÷ 0. 5 1. 8 ÷ 2. 0 3/8 9. 52 0. 8 0 ÷ 0.

5 2. 5 ÷ 2. 7 g) Na gecontroleerd te hebben dat de handschroef niet beschadigd of gevouwen is, de buizen met gebruik van de twee sleutels verbinden, en er hierbij op letten de buizen niet te beschadigen. Als u niet hard genoeg aandraait, dan zullen lekkages heel waarschijnlijk het gevolg zijn. Ook als de kracht te groot is kunnen er lekkages.

warmtepompboiler – INSTALLATIE 85 optreden, omdat de flens gemakkelijk beschadigd kan worden. De veiligste manier om ze aan te draaien is om aan een kant een gewone steeksleutel te gebruiken en aan de andere kant een momentsleutel: in dat geval moet men de tabel raadplegen: ø Buis Aandraaimoment [Kg x cm] Overeenkomende kracht (indien men een sleutel van 20 cm gebruikt) 6,35 mm (1/4”) 160 - 200 polskracht 9,5 mm (3/8”) 300 - 350 armkracht i) Aangeraden wordt om enkele centimeters koperen buis over te laten, voor eventuele toekomstige ingrepen bij de kranen 4. 7 Aansluitingen op de externe eenheid Verwijder de plastic deksel van de behuizing voor de gasaansluitingen, de mondstukken aan de aansluitingen van de externe eenheid vastdraaien met hetzelfde aandraaimoment als voor de interne eenheid aangegeven is. 4.

8 Vacuüm zuigen, de aansluiting tot stand brengen en de controleren of er geen lekken zijn (zie afb. 11). De lucht wordt uit het circuit verwijderd met behulp van een vacuüm pomp en de manometer-unit die geschikt zijn voor R134A. Zorg ervoor dat de vacuumpomp met olie is gevuld tot aan het niveau dat is aangegeven door de olieniveau-controle. a) schroef de doppen van op de kranen van de twee- of driewegkleppen (E) en van de serviceklep (C) los en controleer of de twee kranen op de externe eenheid gesloten zijn (D); b) sluit de vacuümpomp (B) met de aansluiting voor lage druk van de manometer (A) op de serviceklep (C) aan. c) nadat u de betreffende kleppen van de vacuümpomp (B) heeft geopend moet u deze starten en een tijdje laten lopen.

Als de wijzer van waarde verandert betekent het dat er ergens lucht naar binnen komt, men moet dan alle aansluitingen en de uitvoering van de verwijdingen controleren,daarna weer opnieuw beginnen vanaf punt c; f) de vacuümpomp loskoppelen; (voor het toevoegen van koelgas, zie de volgende paragraaf); g) draai de kranen van de twee- en driewegkleppen wijd open (D); h) de dop op de service-toegang (C) en de kranen (E) stevig vast; i) nadat u alle doppen heeft aangeschroefd, met de lekzoeker controleren of er geen gaslekken zijn. OPGELET: Bescherm altijd de verbindingskabels en leidingen, omdat beschadigingen een oorzaak kunnen zijn van gaslekken (persoonlijk letsel door brandwonden door koudvuur). 4. 9 Vulling met koelgas (afb. 11) De koelmiddel verbindingsleiding tussen binnen- en buitenunit mag tot 8m oplopen, bij overschrijding vervalt de garantie.

De aangegeven prestaties zijn op basis van koelmiddel verbindingsleidingen van 6m; installatie-verschillen kunnen leiden tot verschillende prestatiewaarden. In het geval dat men R134a-gas in het circuit wil toevoegen, is naast de reeds vermelde materialen het volgende nodig: - Fles met koelgas R134a. in dit geval is het noodzakelijk een aansluitstuk van de toevoer van 1/2 UNF 20 schroefdraden/inch en corresponderende pakking te gebruiken; - Elektronische weegschaal voor het vullen met koelgas met een gevoeligheid van 10g. Tijdens de installatie Reeds geïnstalleerd apparaat Via het installatiemenu de functie C2 (Charge) activeren: er is dan 30 minuten tijd voor het vullen met het circuit op lage druk a) De procedure uitvoeren van paragraaf 4.

Open de fles met koelgas en vervolgens de dop op de middelste klep van de manometer, de naaldklep losdraaien totdat men het koelgas naar buiten hoort komen, daarna de naald loslaten en de dop weer aandraaien; a) Sluit op de lage drukkant van de manometer de serviceklep (C) aan, en de fles met koelgas aansluiten op de middelste aansluiting van de manometer. Open de fles met koelgas en vervolgens de dop op de middelste klep van de manometer, de naaldklep losdraaien totdat men het koelgas naar buiten hoort komen, daarna de naald loslaten en de dop weer aandraaien; b) Het gewicht van de fles met koelgas door middel van de elektronische weegschaal onder controle houden; c) De kraan van de buis openen en het koelgas geleidelijk naar binnen laten stromen;.

warmtepompboiler – INSTALLATIE 86 c) Het gewicht van de fles met koelgas door middel van de elektronische weegschaal onder controle houden; d) De kraan van de buis openen en het koelgas geleidelijk naar binnen laten stromen; e) Nadat de fles met de juiste hoeveelheid gas gevuld is, de kraan weer dichtdraaien; f) De manometer en de vulbus van de klep (C) losmaken; g) De kranen van de twee- en driewegskleppen (D) volledig openen, het product in de warmtepomp-modus aanzetten en met de lekzoeker controleren of er geen lekken van koelgas zijn; h) Maak de fles met koelgas los van de manometer en sluit alle doppen weer (E). d) Nadat de fles met de juiste hoeveelheid gas gevuld is, de kraan weer dichtdraaien; e) De manometer en de vulbus van de klep (C) losmaken; f) met de lekzoeker controleren of er geen lekken van koelgas zijn.

g) De fles met koelgas van de manometer loskoppelen; h) Nadat de beschikbare tijd voor de “Charge” functie verlopen is, controleren of het apparaat goed werkt. 4. 10 Hydraulische aansluiting Sluit zowel de in- als de uitgang van de boiler aan d. m. v. buizen of verbindingsstukken die zowel bestand zijn tegen de bedrijfsdruk als tegen de temperatuur van het warme water dat de 75°C / 7 bar kan bereiken. We raden u daarom aan materialen te gebruiken die tegen die temperaturen bestand zijn. Voor u de aansluiting uitvoert, moet u het diëlektrische verbindingselement (bij het product geleverd) aan de warmwater toevoerbuis bevestigen. Schroef op de toevoerbuis van het apparaat, waar een blauw bandje om zit, een “T” verbindingsstuk aan. Het is vereist op de buis voor de watertoevoer van het apparaat een veiligheidsklep aan te sluiten. Het apparaat moet de norm EN 1487:2000 respecteren, d. w. z.

een maximale druk hebben van 0,7 Mpa (7 bar) en minstens beschikken over: een afsluitkraan, een terugslagklep, een regelmechanisme van de terugslagklep, een veiligheidsklep en een mechanisme voor de onderbreking van de hydraulische belasting.

De afvoer van het systeem moet verbonden worden aan een afvoerbuis met een diameter die niet minder is dan die van de aansluiting aan het apparaat (3/4”), door middel van een sifon die een beluchtingsopening van minstens 20 mm mogelijk maakt en die een visuele controle toestaat, om te vermijden dat in het geval van het in werking treden van het systeem zelf, schade wordt veroorzaakt aan personen, dieren of voorwerpen, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld. Sluit de ingang van het mechanisme ter voorkoming van de overdruk m. b. v. een flexibele buis aan op de koudwaterkraan. Indien noodzakelijk kunt u een afsluitkraan gebruiken. Indien de leegloopkraan wordt opengedraaid dient u bovendien te zorgen voor een afvoerbuis die aan de uitgang wordt verbonden. Als u het mechanisme tegen de overdruk vastschroeft moet u deze op het einde niet forceren en er niet aan sleutelen.

Een licht druppelen van het mechanisme tegen de overdruk is normaal in de verwarmingsfase, daarom raden wij u aan de afvoer aan te sluiten (deze moet altijd in verbinding staan met de atmosfeer) op een draineerbuis die in een doorlopende helling naar beneden is geïnstalleerd, in een omgeving vrij van ijs. Op dezelfde buis is het bovendien noodzakelijk een condensdrainage aan te sluiten d. m. v. de speciale koppeling aan de onderzijde van de boiler. Het apparaat mag niet werken met water waarvan de hardheid lager is dan 12°F. Aan de andere kant wordt bij extreem hard water het gebruik van een ontharder aangeraden die correct is afgesteld en gecontroleerd; (meer dan 25°F); In dit geval mag de resterende hardheid niet onder de 15°F raken. Mocht de waterdruk dichtbij de ijkingwaarden van de klep liggen, dan moet een drukverlager worden aangebracht, zo ver mogelijk van het apparaat. AFB 12.

warmtepompboiler – INSTALLATIE 87 4. 11 Elektrische aansluiting Beschrijving Beschikbaarheid Kabel Type Bescherming Permanente voeding kabel wordt niet bij het apparaat geleverd 3G 1. 5mm2 H05VV-F 16A EDF-signaal kabel wordt niet bij het apparaat geleverd 2G 0. 5mm2 H05VV-F 2A Voedingskabel externe eenheid kabel wordt niet bij het apparaat geleverd 5G 0. 75÷1. 5 mm2 H05RN-F Aansluitkabel sondes interne eenheid-externe eenheid kabel wordt bij het apparaat geleverd 4G afgeschermd - UL2464 WAARSCHUWING: Voordat u toegang tot terminals, moeten alle voedingsstroomkringen worden losgekoppeld. De corrosiebescherming van het apparaat wordt door batterijen gegarandeerd wanneer dit niet wordt gevoed. Het apparaat wordt geleverd met een voedingskabel (wanneer deze vervangen moet worden, dient men een originele vervangingskabel te gebruiken die door de fabrikant wordt geleverd).

Het is noodzakelijk een controle uit te voeren van de elektrische installatie en de conformiteit te toetsen aan de geldende normen. Controleer of de installatie geschikt is voor het maximaal opgenomen vermogen van de boiler (kijk op het typeplaatje), zowel voor wat betreft de doorsnede van de kabels als voor wat betreft hun conformiteit aan de geldende normen. Meervoudige stekkers, verlengsnoeren of adapters zijn verboden. Het is verboden om de leidingen van het hydraulische systeem, het verwarmingssysteem en het gas te gebruiken voor de aardaansluiting van het apparaat. Vóór de inbedrijfstelling moet u controleren of de netspanning overeenkomt met de waarde op het typeplaatje van de apparaten. De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele schade veroorzaakt door afwezigheid van een aardaansluiting of vanwege problemen in de elektriciteitstoevoer.

Voor het van het net uitschakelen van het apparaat gebruikt u een tweepolige schakelaar die voldoet aan de geldende normen IEC-EN (min. afstand tussen de contactpunten 3 mm, beter indien voorzien van zekeringen).

Het apparaat moet voldoen aan de Europese en nationale normen, en moet worden beschermd door een 30mA aardlekschakelaar. LET OP de verbindingskabels tussen de twee eenheden mogen niet in de buurt van aftakdozen, draadloze systemen voor gegevensuitwisseling (wi-fi routers) of in de buurt van andere kabels lopen. PERMANENTE ELEKTRISCHE AANSLUITING (24h/24h) Afb. 11 Als u niet beschikt over een elektrisch tarief met dal- en piekuren gebruikt u deze configuratie. De boiler zal altijd op het elektrische net zijn aangesloten, waardoor het 24 hr per dag zal werken. ELEKTRISCHE AANSLUITING MET DAL- EN PIEKTARIEF (8h/24h) Afb. 12 Als u beschikt over een elektrisch tarief met dal- en piekuren en over een geschikte elektriciteitsmeter kunt u beslissen het apparaat alleen op te laden tijdens de daluren.

Tijdens de uren waarin het apparaat niet wordt gevoed zal de corrosiebescherming met titanium anode met stroompodruksysteem worden gegarandeerd door oplaadbare batterijen. ELEKTRISCHE AANSLUITING MET DAL- EN PIEKTARIEF EN HC-HP SIGNAAL (24h/24h) Afb. 13 Dit heeft dezelfde economische voordelen als de configuratie met dal- en piekuren. Het is bovendien mogelijk een directe verwarming te hebben m. b. v. de BOOST modus die de verwarming ook activeert tijdens het HP tarief. 1) Sluit een tweepolige kabel aan op de speciale signaalcontacten op de meter. 2) Sluit de tweepolige kabel van het signaal aan op het betreffende klemmetje dat zich aan de binnenkant van het apparaat bevindt, naast het klemmetje van de voeding. OPGELET: De signaalkabel moet in de opening worden gestoken onder de voedingskabel. Hij moet worden bevestigd m. b. v.

speciale draadleiders in het product en het traject van de voedingskabel volgen. Hij moet bovendien worden vastgemaakt in de kabelwartels vlakbij de speciale klem. Maak een opening in de rubbertjes om een geschikte diameter voor de doorvoering te verkrijgen. 3) Activeer de HC-HP functie d. m. v. het installatiemenu. (Zie paragraaf 7. 6). 5.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Ariston Thermo Nuos 150 Split stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden