Amica EHIX 30.1 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Amica EHIX 30.1 (84 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 49 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Amica EHIX 30.1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Amica |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | EHIX 30.1 |
| Deurscharnieren: | Neer |
| Timer: | Ja |
| Netbelasting: | 11000 W |
| Gewicht verpakking: | 46500 g |
| Breedte verpakking: | 670 mm |
| Diepte verpakking: | 700 mm |
| Hoogte verpakking: | 780 mm |
| Verlichting binnenin: | Ja |
| Convectie koken: | Ja |
| Vermogen brander/kookzone 2: | 1200 W |
| Vermogen brander/kookzone 3: | 2000 W |
| Aantal branders/kookzones: | 4 zone(s) |
| Type kookplaat: | Inductiekookplaat zones |
| Type brander/kookzone 2: | Regulier |
| Type brander/kookzone 3: | Groot |
| Aantal elektronische kook zones: | 4 zone(s) |
| Soort reiniging: | Stoom |
| Energieverbruik (conventioneel): | 0.99 kWu |
| Energieverbruik (geforceerde convectie): | 0.83 kWu |
| Koken: | Ja |
| Soort oven: | Elektrische oven |
| Netto capaciteit oven: | 77 l |
| Bakplaat afmetingen: | Ja |
| Zelfreinigend: | Ja |
| Koeldeur: | Ja |
| Breedte kookplaat: | 575 mm |
| Vorm gewone pit/kookzone: | Rond |
| Vorm grote pit/kookzone: | Rond |
| Boost functie: | Ja |
| Oven vermogen: | - W |
| Diameter brander/kookzone 2: | 160 mm |
| Diameter brander/kookzone 3: | 210 mm |
| Kookzone 2 vorm: | Rond |
| Kookzone 3 vorm: | Rond |
| Energie-efficiëntieklasse oven: | A |
| Kleur oven: | Zwart |
| Hoogte oven: | 595 mm |
| Breedte oven: | 595 mm |
| Diepte oven: | - mm |
| Voedingsspanning oven: | 400 V |
| Hoogte inbouwruimte oven: | 600 mm |
| Breedte inbouwruimte oven: | 560 mm |
| Diepte inbouwruimte oven: | 560 mm |
| Display van de oven: | Ja |
| Soort bediening oven: | Draaiknop |
| Kleur kookplaat: | Zwart |
| Hoogte kookplaat: | 48 mm |
| Diepte kookplaat: | 505 mm |
| Hoogte inbouwruimte kookplaat: | 38 mm |
| Breedte inbouwruimte kookplaat: | 560 mm |
| Diepte inbouwruimte kookplaat: | 490 mm |
| Soort regeling kookplaat: | Touch |
| Voedingsfrequentie oven: | 50 Hz |
| Bedieningsplaats kookplaat: | Boven-/voorkant |
Handleiding Amica EHIX 30.1 – volledige tekst
GEACHTE KLANT,De fornuizen combineren uitzonderlijk gebruiksgemak en optimale doeltreendheid. Na het le-zen van deze gebruikershandleiding zult u zonder problemen dit fornuis kunnen bedienen. Voor het ingepakt werd en de fabriek verliet, werd dit fornuis bij de controleposten grondig gecontroleerd op het gebied van veiligheid en functionaliteit. Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te lezen. De instructies uit deze handleiding helpen u om verkeerd gebruik van het toestel te voorko-men. Bewaar deze gebruikershandleiding goed en zorg dat ze altijd binnen bereik is. Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding precies nageleefd worden. Opgelet. Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft. Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden.
De producent behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen die geen invloed hebben op de werking van het toestel. INHOUDSTAFELVeiligheidsinstructies. 44Beschrijving van het toestel. 49Installatie. 51Bediening. 58Bakken in de oven – praktische tips. 72Testgerechten. 75Reiniging en onderhoud van het fornuis. 77Technische gegevens. 83 43.
44VEILIGHEIDSINSTRUCTIESAttentie. Dit apparaat en de bereikbare onderdelen ervan worden tijdens het gebruik heet. Wees bijzonder voorzichtig bij het aanraken van de verwarmingselementen. Zorg dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat kun-nen komen, tenzij ze onder permanent toezicht staan.Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met lichamelijke of geestelijke beperkingen of personen zonder ervaring met of kennis van het apparaat, als dit gebruik plaatsvindt onder toezicht of in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing van het apparaat, door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht schoonmaken of onderhoudswerkzaamheden ver-richten.Attentie.
Het koken van vetten of olie op de kookplaat zonder toezicht kan erg gevaarlijk zijn en leiden tot brand.Probeer het vuur NOOIT met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met een deksel of een niet-brandbare deken.Attentie. Brandgevaar: geen voorwerpen verzamelen op de kookoppervlakte.Attentie. Schakel de stroom uit als de oppervlakte is gebar-sten, om elektrische schokken te voorkomen.
45VEILIGHEIDSINSTRUCTIESLeg geen metalen voorwerpen als messen, vorken, lepels, deksels en aluminiumfolie op de oppervlakte van de kook-plaat, zij kunnen heet worden.Schakel de kookplaat na aoop van het gebruik uit met de regelaar, vertrouw niet op de pandetectie.Tijdens het gebruik wordt het toestel heet. Wees voorzichtig en raak de hete onderdelen in de oven niet aan.Als dit apparaat gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven komen.Attentie. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen of scherpe metalen voorwerpen voor het schoonmaken van het glas van de deur, omdat deze krassen kunnen veroorzaken op het oppervlak. Dit kan leiden tot barsten van het glas.Attentie.
Om elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt.Gebruik geen stoomreinigers voor het schoonmaken van het fornuis.Gevaar voor verbranding! Bij het openen van de ovendeur kan hete stoom ontsnappen. Wees voorzichtig met het ope-nen van de deur tijdens of na aoop van het koken. Buig u bij het openen niet over de deur. Vergeet niet dat stoom bij bepaalde temperaturen onzichtbaar kan zijn.
U laat het oppervlak van de kookplaat best eerst afkoelen voordat u het deksel sluit. Het is verboden om een fornuis met technische defecten te gebruiken. Defecten mogen enkel hersteld worden door een erkend technicus met gepaste kwalicaties. Bij problemen veroorzaakt door technische defecten, moet het fornuis van het stroomnet ontkoppeld worden en moet het defect gemeld worden voor herstelling. Er mogen geen toestellen voor reiniging met stoom gebruikt worden om het fornuis te reinigen. Personen met ingeplante toestellen die lichaamsfuncties ondersteunen (bv. een pacemaker, een insulinepomp of een hoorapparaat) moeten er zich van vergewis-sen, dat de werking van deze toestellen niet verstoord wordt door de inductieplaat (de inductieplaat werkt binnen het frequentiebereik 20-50 kHz). Het toestel is uitsluitend ontworpen voor kookdoeleinden. Elke andere toepassing (bv.
48Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriendelijke wijze.Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool. Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het be-reik van kinderen gehouden worden. UITPAKKENOp het einde van de gebruiks-periode mag dit product niet bij het gewone huisvuil geplaatst worden, maar moet afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen.
Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking.De materialen die gebruikt zijn bij de pro-ductie van het toestel, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materia-len of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de bescherming van het milieu.Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten.RECYCLAGE VAN GEBRUIKTE TO ESTELLEN
51INSTALLATIE Voorbereiding van het meubelblad om de plaat in te bouwen● De keukenruimte moet droog en goed verlucht zijn en een goed werkende ventilatie bezitten. De opstelling van het fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselementen garanderen. Het fornuis is ontworpen volgens klasse Y, d.w.z. dat het aan één zijde ingebouwd kan worden tegen een hoog meubel of een muur.● Het meubelblad moet tussen 28 en 40 mm dik en minimum 600 mm diep zijn. Het blad moet vlak zijn en goed waterpas staan. Het blad moet aan de kant van de muur afgedicht en beveiligd zijn tegen insijpelend water en vocht.● De afstand tussen de rand van de open-ing en de rand van het blad moet vooraan min. 60 mm en achteraan min. 50 mm bedragen.● De bekleding en lijm die voor de inbou-wmeubelen gebruikt zijn, moeten tegen een temperatuur van 100°C bestand zijn.
Als deze voorwaarde niet voldaan is, kan het oppervlak vervormd raken of kan de bekleding loskomen.● De randen van de opening moeten beveiligd worden met vochtbestendig materiaal.● De opening in het blad moet volgens de afmetingen op g. gemaakt worden.● In het achterste gedeelte van de be-schermplaat moet een opening worden gemaakt die minimaal 80 mm breed isMontage van de schuimrubber dichting *Inbouw van het apparaat zonder dichting is verboden.Breng de dichting als volgt op het ap-paraat aan:Plak de meegeleverde schuimrubber dicht-ing op de onderkant van het frame van de kookplaat, voordat u het apparaat in het werkblad inbouwt.- verwijder de beschermende folie van de dichting;- plak de dichting vervolgens op de onderkant van het frame (afb.).* in sommige modellen is de afdichting aan de plaat vastgelijmd
52INSTALLATIE Fig. BFig. A Montage van de oven:● bereid de montageopening voor de oven voor in het meubel volgens de afmetingen die op de guur aangeduid zijn,● sluit de oven aan op het stroomnet terwijl de stroom uitgeschakeld is,● schuif de oven gedeeltelijk in de voorbe-reide opening in het meubel en sluit de oven aan op de kookplaat (g.B). ● de aardkabel van de plaat (geel-groen) moet verbonden worden met de aardklem van de oven (aangeduid met ) die zich bij de aansluiting bevindt.● schuif de oven volledig in de opening en beveilig hem tegen uitschuiven met be-hulp van vier schroeven op de plaatsen die op de guur aangeduid zijn (g.A).
55INSTALLATIEAansluiting van het fornuis op de elektrische installatieOpgelet!De plaat mag enkel op de elektrische instal-latie aangesloten worden door een erkend installateur met de gepaste kwalificaties. Het is verboden om zelfstandig wijzigingen of aanpassingen aan te brengen aan de elektrische installatie.Instructies voor de installateurHet fornuis is in de fabriek aangepast aan voeding met driefasige wisselstroom (400V 3N~50Hz). De nominale spanning van de ver-warmingselementen van het fornuis bedraagt 230V. Het fornuis kan aangepast worden aan voeding met eenfasige stroom (230V) door een gepaste overbrugging op de contactstrip volgens het bijgevoegde aansluitschema. Er is ook een aansluitschema bij de aansluiting van het fornuis geplaatst. De contactstrip is bereikbaar nadat u het deksel van de aansluiting wegneemt door de klemmen te deblokkeren met een platte sleutel.
Vergeet niet een gepaste leiding te kiezen volgens het soort aansluiting en het nominale vermogen van het fornuis.De aansluitleiding moet gemonteerd worden op de steun voor de aansluiting van het for-nuis.Opgelet!Vergeet niet het aardingscircuit aan te sluiten op de klem van de contactstrip, die aangege-ven is met het teken . De elektrische instal-latie die het fornuis van stroom voorziet, moet beveiligd zijn met een gepaste zekering die de stroom afsluit in noodgevallen. De afstand tussen de werkcontacten van de zekering moet min. 3 mm bedragen.Voordat u het fornuis op de elektrische installatie aansluit, moet u de informatie op het typeplaatje en het aansluitschema lezen.21
56INSTALLATIEOpgelet! Bij elke aansluitingsvariant moet de aardingsleiding aangesloten zijn op de klem PEAanbevolen soort aansluit-leiding1 Bij een stroomnet van 230 V eenfa-sige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 1-2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 2 Bij een stroomnet van 400/230 V tweefasige aansluiting met een nul-leiding, de bruggen verbinden de klemmen 2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 3 Bij een stroomnet van 400/230 V drie-fasige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 4-5, de faseleidingen zijn aangesloten op 1, 2 en 3, de nulleiding op 4-5, aardingsleiding op . Faseleidingen - L1=R, L2=S, L3=T; N – nulleiding; PE – aardingsleiding H05VV-F3G4H05VV-F4G2,5H05VV-F5G1,5SCHEMA MET MOGELIJKE AANSLUITINGENOpgelet! Spanning van de verwarmingselemen-ten 230V12354PEL1N12354L1L2PEN12354L1L2PENL3
57BEDIENINGvoor u de oven voor de eerste maal aanschakelt verwijder de verpakkingselementen en de onderhoudsmiddelen die in de fabriek aangebracht werden, uit de binnenkant van de oven, neem de uitrusting uit de oven en was ze met warm water met afwasmiddel,schakel de ventilatie in de ruimte aan of open het raam,druk de draaiknop zachtjes in en draai hem naar rechts in de stand of (zie hoofdstuk: Werking van de timer en besturing van de oven), verwarm de oven (tot een temp. van 250°C, ong. 30 min.), verwijder alle vuil en was de oven grondig uit.De draaiknoppen zijn “verborgen” in het bedieningspaneel, om een functie te kiezen gaat u als volgt tewerk:1.druk zachtjes de draaiknop in en laat hem weer los,2. stel de gewenste functie in.
De aanduiding rond de draaiknop komt overeen met de opeenvolgende functies die door de oven uitgevoerd kunnen worden.12Belangrijk!Was de binnenkant van de oven en-kel met warm water met een kleine hoeveelheid afwasmiddel.Attentie!In ovens die zijn uitgerust met de elektronische programmeerfunctie Ts, verschijnt na aansluiting op het lichtnet op het display de pulserende tijdsaanduiding „0:00”. Stel de actuele tijd van de program-meerfunctie in. (Zie bediening van de programmeerfunctie) De oven werkt niet als u de actuele tijd niet instelt. Belangrijk!De elektronische programmeerfunctie Ts is uitgerust met sensors die worden geactiveerd door met de vinger een gemerkt oppervlak aan te raken (tip-toetsen). Elke aanraking van een sensor gaat gepaard met een geluidssignaal.Houd de oppervlakte van de sensors schoon.
58BEDIENING Voor de elektronische programmator Instelling van de actuele tijdNa aansluiting op het lichtnet of opnieuw inschakelen na een stroomstoring toont de display de knipperende cijfers 0.00, MENU - tiptoets voor keuze werkingsmodus> - Plus-tiptoets) ingedrukt, totdat het symbool verschijnt op de display, de punt onder het symbool gaat knipperen,stel binnen 7 s de actuele tijd in met de tiptoetsen .Ca. 7 s na het instellen van de tijd worden de nieuwe gegevens opgeslagen en stopt de punt onder het symbool met knipperen.U kunt de tijd corrigeren door later tegelijker-tijd de tiptoetsen < / > in te drukken; zolang de punt onder het symbool knippert kunt u de actuele tijd corrigeren.Attentie!U kunt de oven aanzetten nadat het symbool op de display is verschenen.KookwekkerDe kookwekker kan op ieder moment worden geactiveerd, onafhankelijk van de activiteit van andere functies.
De kooktijd kan wor-den ingesteld van 1 minuut tot 23 uur en 59 minuten.Om de kookwekker in te stellen:druk op de tiptoets MENU, op de display knippert het symbool :stel de tijd van de kookwekker in met de tiptoetsen , op de display worden de ingestelde tijd van de kookwekker en de actieve functie getoond, na het verstrijken van de ingestelde tijd klinkt een geluidssignaal en knippert ,houd de tiptoetsen of MENU ingedrukt om het signaal uit te schakelen, het sym-bool dooft en de display toont na circa 7 s de actuele tijd.Attentie!Als het geluidssignaal niet handmatig wordt uitgezet, schakelt het zichzelf na circa 7 mi-nuten automatisch uit.
59BEDIENING Halfautomatische werkingAls u wilt dat de oven op een bepaalde tijd uitschakelt, handelt u als volgt:zet de functiedraaiknop van de oven en de temperatuurregelaar in de positie waarin de oven moet werken,druk op de tiptoets MENU totdat op de dis-play kort dur verschijnt en het symbool gaat knipperen,stel de gewenste werkingstijd in met de tiptoetsen binnen een bereik van 1 minuut tot 10 uur. De ingestelde tijd wordt na circa 7 s in het geheugen opgeslagen, het display toont opnieuw de actuele tijd terwijl het symbool is verlicht.
Na het verstrijken van de ingestelde tijd schakelt de functie automatisch uit, het ge-luidssignaal klinkt en de symbolen en gaan knipperen,zet de functiedraaiknop van de oven en de temperatuurregelaar in de positie uitgeschakeld,houd de tiptoetsen of MENU ingedrukt om het signaal uit te schakelen, de sym-bolen en doven en de display toont na circa 7 s de actuele tijd.
Automatische werkingAls de oven voor een bepaalde werkings-duur moet worden ingeschakeld en op het ingestelde tijdstip moet worden uitgescha-keld, moet u de werkingsduur en de eindtijd instellen:druk op de tiptoets MENU totdat op de dis-play kort dur verschijnt en het symbool gaat knipperen,stel de gewenste werkingstijd in met de tiptoetsen als voor halfautomatische werking,druk op de tiptoets MENU totdat op de dis-play kort End verschijnt en het symbool gaat knipperen,stel de uitschakeltijd (eindtijd werking) in met de tiptoetsen , deze is beperkt tot een tijd van 23 uur en 59 minuten,zet de functiedraaiknop van de oven en de temperatuurregelaar in de gewenste positie waarin de oven moet werken. De symbolen en zijn actief, de werking van de oven start op het tijdstip dat het resultaat is van het verschil tussen de ingestelde eindtijd en de ingestelde wer-kingstijd (bv.
Na het bereiken van de ingestelde eindtijd schakelt de oven automatisch uit, het geluids-signaal klinkt en de symbolen en gaan knipperen,zet de functiedraaiknop van de oven en de temperatuurregelaar in de positie uitgeschakeld,houd de tiptoetsen of MENU ingedrukt om het signaal uit te schakelen, de sym-bolen en doven en de display toont na circa 7 s de actuele tijd.
60BEDIENING Wissen instellingenU kunt de instelling van de kookwekker of de functie automatische werking op ieder moment wissen.Wissen instellingen automatische werking:druk tegelijkertijd op de tiptoetsen ;Wissen instellingen kookwekker:kies met de tiptoets MENU de kookwek-kerfunctie,druk opnieuw op de tiptoetsen ; De toon van het geluidssignaal wijzigenU kunt de toon van het geluidssignaal als volgt wijzigen: druk tegelijkertijd op de tiptoetsen ;kies met de tiptoets MENU de functie ton, de aanduidingen gaan knipperen:kies met de tiptoetsen de gewenste toon: binnen het bereik van 1 naar 3 met de tiptoets >. binnen het bereik van 3 naar 1 met de tiptoets >.kies met de tiptoetsen de gewenste helderheid: binnen het bereik van 1 naar 9 met de tiptoets >. binnen het bereik van 9 naar 1 met de tiptoets >.Attentie!Wanneer de klok actief is (nl.
als de gebruiker de sensor binnen de afgelopen 7 seconden heeft aangeraakt), is de helderheid van het scherm maximaal.Nachtmodus Van 22:00 tot 6:00 uur vermindert de klok automatisch de helderheid. Wijzigen van de helderheid van de displayHet is mogelijk om de helderheid van de display te wijzigen in het bereik van 1 tot 9, waarbij 1 de donkerste instelling is en 9 de helderste. De ingevoerde waarde is van toe-passing wanneer de klok inactief is (nl. als de gebruiker gedurende ten minste 7 seconden geen van de tiptoetsen heeft aangeraakt).U kunt de helderheid van de display op de volgende wijze veranderen:druk tegelijkertijd op de tiptoetsen ,kies met de tiptoets MENU de functie bri (met de eerste keer indrukken krijgt u de functie ton, met de tweede de functie bri).
61BEDIENINGPrincipes van de werking van een inductieveldDe elektrische generator voedt de spoel die in het apparaat is geplaatst. Deze spoel genereert een magnetisch veld dat wordt door-gegeven aan het kookgerei. Het magnetische veld veroorzaakt dat het kookgerei opwarmt. Dit systeem vereist het gebruik van kookgerei dat gevoelig is voor de werking van een mag-netisch veld. De inductietechnologie heeft twee grote voordelen:● de warmte wordt uitsluitend door het kookgerei overgedragen, het is mogelijk de warmte maximaal aan te wenden;● het warmtetraagheidsverschijnsel treedt niet op, omdat het kookproces automatisch begint op het moment dat het kookgerei op de kookplaat wordt gezet en eindigt, zodra hij weer van de kookplaat wordt afgehaald. Bij normaal gebruik van de inductiekookplaat kunt u verschillende geluiden horen die geen invloed hebben op de werking van de kookplaat.
● Fluittoon met een lage frequentie. Dit geluid hoort u wanneer het kookgerei leeg is. Zodra u het gerei vult met water of een gerecht stopt het. ● Fluittoon met een hoge frequentie. Dit geluid ontstaat bij maximaal vermogen in kookgerei dat is opgebouwd uit meerdere lagen van verschillende materialen. Dit geluid is ook hoorbaar wanneer u tegelijkertijd twee of meer kookzones op maximaal vermogen gebruikt. Het geluid verdwijnt of wordt minder intensief zodra u het vermogen verlaagt. ● Krakend geluid. Dit geluid ontstaat in kookgerei dat is opgebouwd uit meerdere lagen van verschillende materialen. De intensiteit van het geluid hangt af van de kookwijze. ● Zoemend geluid. Dit geluid ontstaat tijdens de werking van de koelventilator voor de elektronische componenten.
De geluiden die hoorbaar kunnen zijn bij juiste exploitatie worden veroorzaakt door de wer-king van de koelventilator, de afmetingen van het kookgerei en het materiaal waarvan het is gemaakt, de bereidingswijze van het gerecht en het toegepaste vermogen.
62BEDIENINGDe display toont het symbool als er geen pan of een ongeschikte pan op de ko-okzone staat. De kookzone schakelt niet in. Indien binnen 1 minuten geen pan wordt gevonden, dan wordt het inschakelproces van de kookplaat beëindigd. U schakelt de kookzone uit met behulp van de tiptoets en niet door alleen de pan te verwijderen. Pandetectie in de inductiekookzone Pandetectie is geïnstalleerd in kookplaten met inductiekookzones. Tijdens de werking van de kookplaat schakelt de pandetectie de warmteafgifte in de kookzone automatisch in of uit op het moment dat er een pan op wordt geplaatst, respectievelijk weggenomen. Dit zorgt dus voor energiebesparing. • De display toont het warmteniveau als de kookzone wordt gebruikt in combinatie met een geschikte pan. • Inductiekoken vereist het gebruik van aangepaste pannen met een bodem van magnetisch materiaal (zie de tabel).
De pandetectie werkt niet als in-/uitschakelaar van de kookplaat. Zorg ervoor dat u bij het in- en uitschakelen en bij het instellen van het vermogen-sniveau altijd maar één tiptoets tegelijk aanraakt. Als u meerdere tiptoetsen tegelijkertijd aanraakt (uitgezonderd de klok en de sleutel), negeert het systeem de ingevoerde besturingssignalen. Bij langdurig aanraken klinkt het foutsignaal. Schakel de kookzones na aoop van het gebruik uit met de regelaar, vertrouw niet op de pandetectie. De inductiekookplaat is uitgerust met sensors die worden geactiveerd door met de vinger een gemerkt oppervlak aan te raken (tiptoetsen). Elke aanraking van een tiptoets gaat gepaard met een geluidssignaal. Veiligheidsinrichting:Bij juiste installatie en correct gebruik van de kookplaat is slechts zelden een veiligheidsin-richting noodzakelijk.
64BEDIENINGMarkering van keuken-gereiControleer of zich op het etiket een symbool bevindt, dat aangeeft dat de pan geschikt is voor inductiekookplatenGebruik magnetische pannen (van geëmailleerd staal, ferritisch roestvast staal, gietijzer), u kunt dit controleren door een magneet tegen de onderkant van de pan te houden (die moet vastkleven).RVS Aanwezigheid pan niet ontdektUitgezonderd pannen van ferromagnetisch staalAluminium Aanwezigheid pan niet ontdektGietijzer Bijzonder geschiktOpgelet: de pannen kunnen krassen op de kookplaat veroorzakenGeëmailleerd staal Bijzonder geschiktAanbevolen worden pannen met een dikke, vlakke en gladde bodemGlas Aanwezigheid pan niet ontdektPorselein Aanwezigheid pan niet ontdektPannen met een kope-ren bodemAanwezigheid pan niet ontdektGebruik voor inductiekoken uitsluitend ferromagnetisch kookgerei van materialen als:● geëmailleerd staal● gietijzer● kookgerei van roestvrij staal dat geschikt is voor inductiekoken.De grootte van het kleinste bruikbare kookgerei voor een kookzone is:De minimumdiameters voor kookgerei gemaakt van andere materialen dan geëmailleerd staal kunnen variëren.De diameter van de kook-zoneDe minimale diameter van de panbodem in geëmaille-erd staal (mm) (mm)160 - 180110180 - 200210 - 220125220 x 190260 - 280
65BEDIENINGDe kookzones hebben een variërend verwar-mingsvermogen. Het verwarmingsvermogen kan stapsgewijs worden gereguleerd door de draaiknop naar links of naar rechts te draaien.Als de kookplaat is uitgeschakeld dan zijn alle kookzones uitgeschakeld en de displays zijn donker.Verwar-mingsvermo-genGebruik0 Uitgeschakeld. Gebruikmaken van de restwarmte1-2 Opwarmen van warme gerechten.
Langzaam koken van kleinere porties3 Langzaam koken bij laag vermogen4-5 Langdurige bereiding van grotere porties en het bakken van grotere porties6 Bakken, braden7-8 Bakken9 Start van de bereiding van gerechten, bakkenA Automatische startinstellingP Boosterfunctie (versneld koken)Inschakelen van de kookplaat• Schakel de kookzone in met behulp van de draaiknop op het bedieningspaneel.• De symbolen bij de draaiknoppen geven aan welke kookzone door de knop wordt aangestuurd.• U kunt meteen het gewenste verwarmings-vermogen instellen (1-9).• Het ingestelde verwarmingsvermogen wordt ook getoond op de display van de kookplaat.De displays doven 10 seconden nadat alle kookzones zijn uitgeschakeld.[3] Kookzone linksvoor Ø 210 mm 2,0 kW / 3,0 kW [4] Kookzone linksachter Ø 160 mm 1,2 kW / 1,4 kW[5] Kookzone rechtsachter Ø 210 mm 2,0 kW / 3,0 kW[6] Kookzone rechtsvoor Ø 160 mm 1,2 kW / 1,4 kW3 4 5 63 4 5 6
66BEDIENINGRestwarmteindicatorDe kookplaat is ook uitgerust met een rest-warmteindicator “H”. Zelfs als de kookzone niet direct wordt verwarmd, neemt hij warmte op van de bodem van de pan. Zolang het symbool “H” zichtbaar is op de display, kunt u de restwarmte gebruiken voor het verwar-men van pannen of het smelten van vet. Als de indicator is gedoofd, kunt u de kookzone aanraken. Besef wel dat hij dan nog niet is afgekoeld tot omgevingstemperatuur. Attentie. Bij het ontbreken van spanning brandt de restwarmteindicator niet. Automatische vermindering van het ver-mogenAlle vier de kookzones zijn uitgerust met een speciaal mechanisme dat het mogelijk maakt om de werking van elk van de kookzones te starten bij maximaal verwarmingsvermogen, onafhankelijk van het ingestelde vermogen. Na zekere tijd keert het verwarmingsver-mogen terug naar het ingestelde vermogen (van 1 tot 8).
Om gebruik te maken van deze functie is het voldoende om het vermogen te kiezen waarmee het gerecht moet worden klaargemaakt of waarnaar de kookzone moet terugkeren. Automatische vermindering van het vermo-gen is nuttig wanneer. • de gerechten aan het begin van hun bereiding koud zijn en ze sterk verhit moeten worden, om vervolgens bij laag verwarmingsvermogen verder verwarmd te worden, waarbij het niet noodzakelijk is om ze steeds te controleren (bv. rundvle-esragout). BlokkadeDoor het activeren van de kinderbeveiliging kunt u elk gebruik van de kookzones onmoge-lijk maken. Op die manier zorgt de beveiliging voor bescherming van uw kinderen. Activering kinderbeveiliging● U kunt het kinderslot activeren als alle draaiknoppen op de positie "0" staan. ● Draai de knoppen [3] en [6] tegelijkertijd naar links en houd ze gedurende 3 secon-den vast. Op alle displays verschijnt het symbool "L".
Het kinderslot is ingescha-keld. ● Het draaien aan een willekeurige draai-knop van de kookplaat veroorzaakt dat het symbool “L” op alle displays ver-schijnt.
Uitschakelen kinderbeveiliging● Draai de knoppen [3] en [6] tegelijkertijd naar rechts tot de positie "P" en houd beide knoppen gedurende 1 seconde in deze stand. Draai beide knoppen vervolgens terug naar de positie "0". Het kinderslot-symbool "L" verdwijnt van het display en het kinderslot is uitgeschakeld. Attentie. Na afsluiting van het lichtnet is de blokkade actief.
67Aanwijzingen:• Indien de draaiknop zich direct na de keuze van automatische vermindering van het vermogen in de positie “0” bevindt (dat wil zeggen dat er geen verwarmingsver-mogen is gekozen), schakelt de automa-tische vermindering van het vermogen na 3 seconden uit. • Als u de pan van de kookzone neemt en hem binnen 10 minuten opnieuw op dezelfde kookzone plaatst, wordt het ingestelde automatisch verminderen van het vermogen niet geannuleerd.De tijd dat de kookzone op maximaal vermo-gen werkt, hangt af van het gekozen vermo-gensniveau.
Na verloop van die tijd schakelt hij terug naar dat niveau.Automatische vermindering van het vermo-gen is niet nuttig wanneer ...• u gerechten braadt of stooft die gekeerd of geroerd moeten worden, of waaraan water moet worden toegevoegd;• u noedels of pasta kookt in een grote hoeveelheid water;• u gerechten klaarmaakt die lang gekookt moeten worden in de snelkookpan.Inschakelen van de automatische verminde-ring van het vermogen:• Zet de draaiknop in de positie “A” en draai hem vervolgens terug naar het gewenste vermogensniveau. De display toont afwis-selend het symbool “A” en het gekozen vermogensniveau. Nadat de verwarmings-tijd met verhoogd vermogen (bv.
5) is verstreken, keert de kookzone terug naar het gekozen verwarmingsvermogen dat nu continu door de display getoond wordt.Op het displayOp het displayBEDIENINGNiveau verwarmingsver-mogenTijdsduur van de automatische ver-mindering van het vermogen (sec)1 482 723 1364 2085 2646 4327 1208 1929 -
68BEDIENINGBeperking van de werkingsduurOm de feilloze werking van de kookplaat te vergroten, is hij uitgerust met een beperking van de werkingsduur voor elk van de kook-zones. De maximale werkingsduur wordt vastgesteld op grond van het laatst gekozen vermogensniveau. Als u het vermogensniveau gedurende langere tijd (zie tabel) niet verandert, wordt de bijbehorende kookzone automatisch uitgeschakeld en de restwarmteindicator ingeschakeld. U kunt echter op ieder moment de respectievelijke kookzones inschakelen en bedienen volgens de gebruiksaanwijzing. Boosterfunctie “P”De boosterfunctie is gebaseerd op het ver-hogen van het vermogen van de zone ø 210 - van 2000W tot 3000W zone ø 160 - van 1200W tot 1400W. U schakelt de boosterfunctie in door de draaiknop in de positie “P” te plaatsen en gedurende 3 sec. vast te houden.
Op de indicator van de kookzone verschijnt de letter “P” als teken dat de functie is ingeschakeld. U schakelt de boosterfunctie uit door de draaiknop in een andere positie te zetten bij een actieve inductiekookzone of nadat u de pan van de inductiekookzone heeft gehaald. Voor de kookzone Ø 210 is de werkings-duur van de boosterfunctie beperkt tot 5 minuten. Na de automatische uitschake-ling van de boosterfunctie verwarmt de kookzone verder volgens het normale vermogen. De boosterfunctie kan opnieuw worden ingeschakeld, onder voorwaarde dat de temperatuurvoelers in de elektronische systemen en de spoelen dit toelaten. Als u de pan verwijdert van de kookzone als de boosterfunctie is ingeschakeld, dan blijft deze functie actief en wordt het aftellen van de tijd voortgezet.
Indien tijdens de werking van de booster-functie de temperatuur (van het elektro-nische systeem of de spoel) wordt over-schreden, dan wordt de boosterfunctie automatisch uitgeschakeld. De kookzone keert terug naar het normale vermogen. Twee verticaal geplaatste kookzones vor-men een paar. Bij ingeschakelde boosterfunctie is het totale vermogen te groot.
Het vermogen van de tweede zone uit het paar wordt automatisch gereduceerd. Niveau verwar-mingsvermogenMaximale wer-kingsduur (min)1 4802 4803 3004 3005 3006 907 908 909 90P 10Om energie te besparen een wordt het ver-mogensniveau "9" na 30 minuten automa-tisch verlaagd naar vermogensniveau "8". De kooktijd verandert niet.
69BEDIENINGFuncties en bediening van de ovenDe oven kan uitgeschakeld worden door beide draaiknoppen in de stand “”/“0”te plaatsen. De oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan, een grillelement en een verwar-mingselement voor heteluchtcirculatie. De oven kan bediend worden met behulp van de draaiknop voor de functie van de oven - draai de draaiknop naar de gewenste functie om de oven in te stellen – en met behulp van de dra-aiknop van de temperatuurregelaar – draai de draaiknop naar de gewenste temperatuur om de oven in te stellen. De draaiknoppen zijn “verborgen” in het bedieningspaneel, om een functie te kiezen gaat u als volgt tewerk:- druk zachtjes de draaiknop in en laat hem weer los,- stel de gewenste functie in. De aanduiding rond de draaiknop komt overeen met de opeenvolgende functies die door de oven uitgevoerd kunnen worden.
Oven met gedwongen luchtcirculatie (verwarmingselement hetelucht + ventilator)Opgelet. Als er een functie van de oven inge-steld is, wordt de verwarming (van een verwarmingselement enz. ) pas aangeschakeld als de temperatuur ingesteld is. 0Eco0NulstandSnel verwarmenVerwarmingselement hetelucht en gril. Toegepast voor het voorverwarmen van de oven. OntdooienAlleen de ventilator is ingeschakeld, er wordt geen enkel verwarmingselement gebruikt. Ventilator en supergrillAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de functie supergrill met ven-tilator uitgevoerd. In de praktijk laat deze functie toe om het braadproces te versnellen en de smaak van de gerechten te verbeteren. Zorg dat de deur van de oven gesloten is tijdens de bereiding. SupergrillMet de functie „supergrill” worden gerechten gegrild terwijl het ver-warmingselement bovenaan ook aangeschakeld is.
70BEDIENINGHet aanschakelen van de oven wordt aange-geven met twee controlelampjes, een R en een L. Het R controlelampje geeft aan dat de oven werkt. Als het rode controlelampje uitgaat, heeft de oven de ingestelde tempera-tuur bereikt. Als het recept aangeeft dat het gerecht in een voorverwarmde oven geplaatst moet worden, dan mag u dit pas doen als het L controlelampje voor de eerste maal uitgaat. Tijdens de bereiding zal het L lampje af en toe aan- en uitgaan (de temperatuur in de oven wordt op peil gehouden). Het R contro-lelampje kan ook branden als u de draaiknop in stand “Verlichting van de oven” plaatst. Verwarmingselement onderaan aangeschakeldBij deze stand wordt de oven enkel met het verwarmingselement onde-raan verwarmd. Bijbakken van gebak onderaan (bv. vochtig gebak en gebak met vruchten).
Heteluchtcirculatie aangeschakeldAls de draaiknop in de stand „hete-luchtcirculatie aangeschakeld” inge-steld is, wordt de verwarming van de oven op gecontroleerde wijze onder-steund met behulp van een heteluch-tventilator die op een centrale plaats in de achterwand van de kamer van de oven gemonteerd is. In vergelijking met een conventionele oven wordt een lagere baktemperatuur gebruikt. Deze verwarmingsmethode zorgt voor een gelijkmatige spreiding van de warmte rond de gerechten in de oven. Ventilator en verwarmingselement onderaan en bovenaan aange-schakeldBij deze stand van de draaiknop voert de oven de functie gebak uit. Conven-tionele oven met ventilator (functie aangeraden voor gebak).
Heteluchtcirculatie en verwarming-selement onderaan aangeschakeldBij deze stand zijn de functie hete-luchtcirculatie en het verwarming-selement onderaan aangeschakeld, waardoor de temperatuur aan de on-derkant van het gerecht verhoogt. Er wordt een grote hoeveelheid warmte onderaan het gerecht geleverd. Nat gebak, pizza. Verwarmingselement onderaan en bovenaan aangeschakeldDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de oven op conven-tionele wijze verwarmd.
Ideaal om taarten, vlees, vis, brood, pizza (vo-orverwarmen en gebruik van donkere bakplaten vereist) te bakken en om op één niveau te bakken. Onafhankelijke verlichting van de ovenDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de binnenkant van de oven verlicht. ECO-heteluchtBij gebruik van deze functie start een optimale verwarmingswijze die bedo-eld is om energie te besparen tijdens het bereiden van gerechten. Bij deze instelling van de draaiknop is de ove-nverlichting uitgeschakeld. Eco.
71BEDIENINGOm de grill aan te schakelen moet u: de draaiknop van de oven op de stand de oven ongeveer 5 minuten verwarmen (met gesloten deur)de bakplaat met het gerecht op het ge-paste niveau plaatsen, en als u gebruikt maakt van het spit een bakplaat voor het druipende vet vlak onder het spit plaat-sen.de deur van de oven sluiten.Gebruik van de grillTijdens het grillproces ondergaan de gerech-ten de inwerking van infrarood dat uitgezon-den wordt door het verhitte verwarmingsele-ment van de grill.Opgelet!Tijdens het grillen moet de deur van de oven gesloten zijn.Als de grill gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden.Laat geen kinderen bij de oven komen.Voor de grillfunctie en supergrillmoet de temperatuur ingesteld worden op 220ºC, en voor de functie grill met ventila-tor op maximum 190ºC.
72BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPSGebak het is aan te raden om gebak te bereiden op de bakplaten die deel uitmaken van de uitrusting van het fornuis, gebak kan bereid worden in bakvormen of bakplaten die op het droogrekje geplaatst moeten worden. Voor gebak worden best zwarte bakvormen gebruikt omdat deze beter de warmte geleiden en de baktijd verkorten. we raden af om bakvormen en bakplaten met een helder en blinkend oppervlak te gebruiken wanneer u gebruik maakt van de conventionele verwarmfunctie (verwar-mingselementen bovenaan + onderaan). Bij dit soort bakvormen wordt de onderkant van het gebak niet goed doorbakken. als u gebruik maakt van de functie voor heteluchtcirculatie moet u de oven niet voor-verwarmen.
Voor de andere verwarmingsfuncties moet de ovenkamer voorverwarmd worden voordat u het gebak erin plaatst, voordat u het gebak uit de oven neemt, kunt u de kwaliteit ervan controleren met een houten stokje (als het gebak gelukt is, blijft het stokje droog en zuiver wanneer u het erin steekt), het is aangeraden om het gebak nog ong. 5 min. in de oven te laten nadat u de oven uitgeschakeld heeft. de baktemperaturen bij gebruik van de functie voor heteluchtcirculatie zijn normaal gezien ong.
20-30 graden lager dan bij conventioneel bakken (met gebruik van de verwarmingselementen bovenaan en onderaan), de parameters voor gebak in tabel geven enkel aanwijzingen en kunnen gecorrigeerd worden volgens uw eigen ervaring en culinaire smaak, indien de informatie in kookboeken duidelijk afwijkt van de waarden in de handleiding van het fornuis, laat u zich best leiden door de richtlijnen in de handleiding. Vlees braden in de oven kunnen porties vlees van meer dan 1 kg bereid worden. Kleinere stukken worden beter op de gasbranders van het fornuis bereid. bij het braden worden best vuurvaste schotels gebruikt. Ook de handgrepen van deze schotels moeten bestand zijn tegen hoge temperaturen.
73BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPSVerwarmingsfunctie ECO-hetelucht bij gebruik van de functie ECO-hetelucht start een optimale verwarmingswijze die bedoeld is om energie te besparen tijdens het bereiden van gerechten; het is niet mogelijk om de kooktijd te verkorten door hogere temperaturen in te stellen; wij raden ook af om de oven voor te verwarmen; tijdens het koken mag u de temperatuurinstellingen niet wijzigen en de deur niet openen.Aanbevolen parameters bij gebruik van de functie ECO-heteluchtSoort gebakgerechtFuncties van deovenTemperatuur (0C) Niveau Tijd* [min.]BiscuittaartEco180 - 200 2 - 3 50 - 70Brioche/cakeEco180 - 200 2 50 - 70VisEco190 - 210 2 - 3 45 - 60 RundvleesEco200 - 220 2 90 - 120VarkensvleesEco200 - 220 2 90 - 160KipEco180 - 200 2 80 - 100
76TESTGERECHTEN. In overeenstemming met de norm EN 60350-1.Soort gerecht Accessoires Niveau Verwar-mingsfunc-tieTemperatuur(0C)Tijd(min.)Toast van witbroodRooster 4 220 1)3 - 7Rundvleesbur-gersRooster + bakplaat(voor het opvangen van lekkende vleessappen)4 - rooster3 - bakplaat220 1)1 pagina 13 - 182 pagina 10 -15Grillen1) Verwarm de lege oven voor door hem 8 minuten aan te zetten, de functie snel voorverwarmen niet gebruiken.Soort gerecht Accessoires Niveau Verwar-mingsfunc-tieTemperatuur(0C)Tijd(min.)Hele kipRooster + bakplaat(voor het opvangen van lekkende vleessappen)2 - rooster1 - bakplaat180 - 190 70 - 90Rooster + bakplaat(voor het opvangen van lekkende vleessappen)2 - rooster1 - bakplaat180 - 190 80 - 100BakkenIndien niet anders vermeld gelden deze tijden voor een onverwarmde ovenruimte. Voor een voorver-warmde oven moet u deze tijden met 5-10 minuten verkorten.
77REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISDe zorg waarmee de gebruiker het fornuis reinigt en onderhoudt, heeft een belangrijke invloed op zijn levensduur en probleemloze werking.Voor de reiniging moet de oven uitge-schakeld worden. Let er hierbij op dat alle draaiknopen in de stand “”/“0” staan. De oven mag pas gereinigd worden als hij afgekoeld is. Reiniging na elk gebruik• Licht, niet aangebrand vuil moet ver-wijderd worden met een vochtige doek zonder reinigingsmiddel. Bij gebruik van een afwasmiddel kan er een blauwach-tige verkleuring ontstaan. Hardnekkige vlekken laten zich niet altijd verwijderen bij de eerste reiniging, zelfs bij gebruik van een speciaal reinigingsmiddel.• Sterk aangekoekt vuil moet verwij-derd worden met een schraper. Daar-na moet het oppervlak gereinigd wor-den met een vochtige doek.Schraper om de kookplaat te reinigen
78REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISOpgelet!Gebruik geen schurende reinigings-middelen voor het reinigen en onder-houden van de glazen voorzijde. De oven moet na elk gebruik gereinigd worden.
Bij de reiniging moet de verlichting aangeschakeld worden, zodat u beter de werkruimte ziet. De kamer van de oven mag enkel met warm water met een beetje afwasmiddel gereinigd worden.Stoomreiniging – Steam Clean: - giet 0,25l water (1 glas) in een komme-tje dat u op het eerste niveau van onder in de oven plaatst, - sluit de deur van de oven, - stel de temperatuurknop in op stand 50ºC, en de functieknop op de functie verwarmingselement onderaan , - warm de ovenkamer ongeveer 30 mi-nuten op, - open de deur van de oven, reinig de binnenkant van de oven met een doek of sponsje en was de oven daarna uit met warm water met afwasmiddel. Wrijf na het wassen de ovenkamer droog.Vervanging van het verlichtingslampje van de oven*Om elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt. Stel alle draaiknoppen in op stand “”/“0” en schakel de voeding uit, Draai het omhulsel van de lamp uit, was het en wrijf het goed droog, Draai het verlichtingslampje uit en ver-vang het indien nodig door een nieuw lampje dat bestand is tegen hoge tem-peraturen (300ºC), met volgende para-meters: - spanning 230 V - vermogen 25 W - schroefdraad E14 Draai het lampje in en zorg ervoor dat het goed in de keramische tting zit, Draai het omhulsel van het lampje in.Lampje van de oven
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Amica EHIX 30.1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Niet gecategoriseerd Amica
Handleiding Niet gecategoriseerd
Nieuwste handleidingen voor Niet gecategoriseerd