Ambrogio Twenty 25 Elite Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Ambrogio Twenty 25 Elite (36 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Ambrogio Twenty 25 Elite of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Ambrogio |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | Twenty 25 Elite |
Handleiding Ambrogio Twenty 25 Elite – volledige tekst
21Verplichtingen voor het gebruik. 21Beschrijving van het bedieningspaneel en overzicht van de menu’s. 21Inbedrijfstelling. 22Gebruik van de robot in gesloten gebieden, zonder laadstation. 23Toegang tot het menu via de app. 23Instellingen van het gebruikersmenu via de mobiele app. 23Menu-instelling - programmeermodus. 24De “connectmodule” congureren. 26Veilig stoppen van de robot. 27Langdurige stilstand en weer-in-bedrijfstelling. 27Batterijen opladen voor lange stilstand. 28Suggesties voor het gebruik. 29Gewoon onderhoud. 29Aanbevelingen voor het onderhoud. 29Tabel intervallen voor geprogrammeerd onderhoud. 29Reiniging robot. 30Defecten opsporen. 31Defecten, oorzaken en oplossingen. 31Vervanging onderdelen. 33Suggestie voor de vervanging van onderdelen. 33Vervanging batterijen. 33Vervanging mes. 33De robot afdanken. 34Eg-verklaring van overeenstemming. 35Garantienormen.
De constructeur zet zich in voor een constante verbetering van het product en behoudt zich het recht voor om dit document zonder waarschuwing te wijzigen, mits dit geen risico’s voor de veiligheid inhoudt. © 2008 - Auteur van de teksten, de tekeningen en de lay-out: Tipolito La Zecca. De teksten mogen volledig of gedeeltelijk gereproduceerd worden mits de auteur wordt aangeduiMD-CT-RO-21-R2. 0 - NL- 07-2021.
2GebruiksvoorschriftenNLALGEMENE INFORMATIEDOEL VAN DE HANDLEIDING• Deze handleiding, die een integrerend deel is, van het toestel werd door de Fabrikant opgesteld om de nodige informatie te verschaffen aan de personen die toestemming hebben om met dit product te werken in de loop van zijn voorziene levensduur.• Naast de toepassing van een goede gebruikstechniek, moeten de bestemmelingen deze informatie aandachtig lezen en strikt toepassen.• Deze informatie is origineel geleverd door de fabrikant.• Het lezen van deze informatie staat toe risico’s voor de gezondheid en de veiligheid van personen en economische schade te voorkomen.• Bewaar deze handleiding gedurende de hele levensduur van het toestel op een bekende en gemakkelijk toegankelijke plaats, om hem steeds ter beschikking te hebben wanneer raadpleging nodig is.• Sommige informatie en afbeeldingen die in deze handleiding zijn aangegeven kunnen mogelijk niet perfect overeenstemmen met het product dat u bezit, maar dit compromitteert de functie er niet van.• De Fabrikant behoudt zich het recht voor wijzigingen aan te brengen zonder voorafgaande verwittiging.• Om de aandacht te trekken op enkele delen van de tekst die bijzonder belangrijk zijn, of om belangrijke wijzigingen aan te geven, heeft men enkele symbolen gebruikt, waarvan de betekenis hierna beschreven wordt.Gevaar – Let opDit symbool wijst op ernstig gevaar dat, indien het verwaarloosd wordt, tot een ernstig risico kan leiden voor de gezondheid en de veiligheid van de personen.Waarschuwing - VerwittigingDit symbool wijst erop dat men een geschikt gedrag moet aanhouden om de gezondheid en de veiligheid van de personen niet in gevaar te brengen en geen economische schade te veroorzaken.BelangrijkDit symbool wijst op bijzonder belangrijke technische informatie die niet verwaarloosd mag worden.
3GebruiksvoorschriftenNLIDENTIFICATIE FABRIKANT EN TOESTELHet afgebeelde identicatieplaatje bevindt zich direct op het toestel. Hierop zijn de referenties en alle aanwijzingen aangegeven die nodig zijn voor een veilig gebruik. Richt u tot het Assistentiecentrum van de Fabrikant of tot een van de geautoriseerde centra voor eender welke behoefte. Gelieve bij iedere aanvraag voor technische service, de gegevens mee te delen die aangegeven zijn op het identicatieplaatje, het benaderende aantal werkuren en het type aangetroffen defect. A. Identicatie Fabrikant. B. CE-Conformiteitsmarkering. C. Model en Versie / serienummer / bouwjaar. D.
Technische gegevens: Spanning, Stroom, Beschermingsgraad, Massa, MaaibreedteSorozatszám:Manufactured byXxxxxxxxxxxxxxxxxx, XxxxxxxxxxxxxxxxxXXXXX Xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx (XX) - XXXXXXXXXXXXXXXXXXMODELTYPE MFG(C) Bouwjaar(C) Model(B) CEConformiteitsmarkering(A) Identificatie fabrikant(D) Technische gegevens(C) SerienummerIDENTIFICATIEPLAATJE(C) VersieINFORMATIE IN VERBAND MET DE VEILIGHEIDDe constructeur heeft speciale aandacht geschonken aan de aspecten die risico’s kunnen veroorzaken voor de veiligheid en de gezondheid van de personen die met de apparatuur werken. Het doel van deze informatie is de gebruiker te sensibiliseren, zodat aandacht wordt geschonken om eender welk risico te voorkomen. VEILIGHEIDSNORMENDIT PRODUCT IS VOORZIEN VAN EEN MES, EN IS GEEN SPEELGOED.
• Lees aandachtig de ganse handleiding door, en vooral de informatie over de veiligheid, en controleer dat alles is begrepen. Gebruik de apparatuur enkel voor het gebruik dat voorzien wordt door de fabrikant. Respecteer nauwgezet alle aanwijzingen voor de werking, het onderhoud en de herstellingen. • Controleer gedurende de werking van de robot dat in de werkzone geen personen aanwezig zijn, en vooral geen kinderen, bejaarden, mindervaliden en huisdieren.
Anders wordt aanbevolen om de werkzaamheden van de robot te programmeren tijdens de uren dat in die zone niemand aanwezig is. Bewaak het toestel als huisdieren, kinderen of andere personen in de buurt aanwezig zijn. Als een persoon of een dier zich binnen het traject van de robot bevindt, moet deze onmiddellijk gestopt worden. • In werkgebieden die niet zijn afgebakend met een omheining die moeilijk kan overschreden worden, moet het apparaat gecontroleerd worden tijdens de werking. • De waarschuwingssignalen moeten rond het werkgebied van de maaier voorzien worden, indien gebruikt in openbare zones. De signaleringen moeten de volgende tekst bevatten: “Opgelet. Automatische maaier. Uit de buurt van de machine blijven. Toezicht houden op kinderen.
”• Deze robot is niet bedoeld voor gebruik door kinderen en personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of met gebrek aan ervaring en/of kennis, tenzij onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of indien aanwijzingen werden gekregen over het gebruik van het toestel. Kinderen moeten bewaakt worden om te garanderen dat ze niet met het toestel spelen. • Sta niet toe dat de robot wordt gebruikt door personen die de werking en het gedrag ervan niet kennen. • De operatoren die het onderhoud en de herstelling uitvoeren, moeten volledig vertrouwd zijn met de specieke kenmerken en de veiligheidsvoorschriften. Voordat de robot wordt gebruikt, moet de gebruiksaanwijzing doorgelezen worden en moeten de instructies begrepen worden.
4GebruiksvoorschriftenNL• Gebruik alleen originele onderdelen; het ontwerp van de robot mag niet veranderd worden, en de geïnstalleerde veiligheidsvoorzieningen mogen niet geforceerd, omzeild, geëlimineerd of verwijderd worden. De fabrikant wijst elke aansprakelijkheid af als niet-originele onderdelen worden gebruikt. Het niet nakomen van deze verplichting kan ernstige risico’s veroorzaken voor de veiligheid en de gezondheid van de personen. • Controleer of geen speelgoed, gereedschappen, takken, kleding of andere voorwerpen op het grasveld liggen die de messen kunnen beschadigen. Eventuele voorwerpen op het gras kunnen de robot beschadigen of blokkeren. • Ga niet op de robot zitten. Til de robot nooit op om hem te transporteren of het mes te inspecteren wanneer het toestel in werking is. Houd de handen en de voeten uit de buurt van het toestel wanneer het in werking is.
• Gebruik de robot niet wanneer het irrigatiesysteem in werking is. In dit geval moet de programmering zodanig uitgevoerd worden dat de robot en het irrigatiesysteem niet gelijktijdig werken. Was de robot niet met hogedruk waterstralen, en dompel hem niet geheel of gedeeltelijk onder in water, omdat hij niet waterdicht is. • Schakel de stroomtoevoer uit en activeer de beveiliging voordat eender welke afstelling of onderhoudshandeling wordt uitgevoerd die kan worden uitgevoerd door de gebruiker. Gebruik de persoonlijke beschermingsmiddelen die worden voorzien door de fabrikant, en draag beschermende handschoenen wanneer het mes wordt gehanteerd. • De reiniging en de onderhoudshandelingen die mogen uitgevoerd worden door de gebruiker mogen niet worden uitgevoerd door kinderen zonder toezicht. • Gebruik de robot niet wanneer het mes is beschadigd. Het mes moet worden vervangen.
• Gebruik de robot niet wanneer de stroomkabel van de transformator is beschadigd. Een beschadigde stroomkabel kan leiden tot contact met onder spanning staande delen. De kabel moet worden vervangen door de fabrikant of zijn assistentiedienst of een gelijkwaardig gekwaliceerde persoon, om eender welk risico te vermijden. • Als de stroomkabel wordt beschadigd gedurende het gebruik, moet op de toets “STOP” gedrukt worden om de robot te stoppen en moet de stekker uit het stopcontact gehaald worden. • Controleer visueel, aan regelmatige intervallen, dat het mes, de montageschroeven en het snijmechanisme niet versleten of beschadigd zijn. Zorg er voor dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vastgedraaid zodat de goede werkcondities van de robot worden gegarandeerd.
• In geval van abnormale trillingen van de robot gedurende het gebruik, moet op de toets “STOP” gedrukt worden om de robot te stoppen en moet de stekker uit het stopcontact gehaald worden. • Het is absoluut verboden om de robot te gebruiken en op te laden in explosieve en ontvlambare omgevingen. • Gebruik alleen de batterijlader en het stroomvoorzieningstoestel die worden geleverd door de leverancier. Oneigenlijk gebruik kan leiden tot elektrische schokken, oververhitting of lekken van corrosieve batterijvloeistof. In geval van vloeistoekken moet de batterij worden gereinigd met water/neutralisator; raadpleeg een arts in geval van contact met de ogen. VEILIGHEIDSUITRUSTINGEN1. ObstakelsensorWanneer de robot in botsing komt met een vast voorwerp met een hoogte van meer dan 10 cm (3.
94 ") wordt de stootsensor ingeschakeld, de robot blokkeert de beweging in deze richting en gaat achteruit om de hindernis te vermijden. 2. HellingmeterIndien de robot werkt op een vlak dat sterker helt dan aangegeven is in de technische specicaties, of indien hij omgekanteld wordt, zet de robot het snijmes stil. 3.
Schakelaar voor noodstopDeze bevindt zich op het bovenste deel van de robot met de tekst “STOP” en is groter dan de andere commando’s op het toetsenbord. Door op deze toets te drukken tijdens de werking, zal de grasmaairobot onmiddellijk stoppen en het mes zal geblokkeerd worden. 4. Bescherming tegen overbelasting.
5GebruiksvoorschriftenNLElke motor (mes en wielen) wordt tijdens de werking voortdurend gemonitoreerd voor alle situaties die tot oververhitting kunnen leiden. Indien er zich een overbelasting voordoet in de motor van de wielen, doet de robot enkele pogingen om in de tegenovergestelde richting te gaan. Als de overbelasting blijft, stopt de robot en wordt het defect gesignaleerd. Als de overbelasting zich in de motor van het snijmes voordoet, zijn er twee mogelijke reacties. Als de parameters binnen de eerste range liggen, zal de robot enkele manoeuvres uitvoeren om het snijmes vrij te zetten. Als de overbelasting onder de beschermingrange is, stopt de robot en wordt het defect van de motor gesignaleerd. 5. Sensor signaal afwezigIndien het signaal afwezig is, zal de robot onmiddellijk gestopt worden.
VEILIGHEIDSSIGNALENLees aandachtig de gebruiksaanwijzingen en zorg ervoor dat U de betekenis ervan begrepen hebt alvorens de machine te gebruiken. STOPRaak het mes niet aan, steek geen handen en voeten onder het toestel wanneer dit in werking is. Wacht tot het mes en de draaiende delen volledig stilstaan alvorens ze te benaderen. Klim niet op de machine. STOPSchakel de veiligheidsinrichting aan alvorens aan de machine te werken of ze op te tillen. Houd een geschikte veiligheidsafstand van de machine tijdens de werking. Tijdens de werking van de robot dient men zich ervan te verzekeren dat er in de werkzone geen personen (in het bijzonder kinderen, ouderen of mindervalieden) of huisdieren aanwezig zijn. Houd de kinderen, de huisdieren en de andere personen op veiligheidsafstand wanneer de machine in bedrijf is.
In geval van regelmatige grasvelden.20% nabij de externe boord of de perimetrische draad.Omgevingstemperatuur werking Max °CROBOT: -10°(14 F.) (Min) +50° (122 F.) (Max)LAADSTATION: -10°(14 F.) (Min) +45° (113 F.) (Max)BATTERIJLADER: -10°(14 F.) (Min) +40° (104 F.) (Max)Gemeten niveau akoestisch vermogendB(A) 60 63Beschermingsgraad tegen water IPROBOT: IPx5LAADSTATION: IPx4BATTERIJLADER: IPx4Elektrische kenmerkenToevoereenheid (voor lithiumbatterij)SOY-2940230Ingang: 100-240 V~; 1.8A; 50/60Hz; Klasse 1Uitgang: 29.4V ; ; 2.3A- Alternatieve code -Mean Well OWA-60E-30ZCTIngang: 100-240 V~; 1.2A; 50/60 Hz; Klasse 2Uitgang: 29.4V ; 2.0AMean Well ELG-150-30ZCTE Ingang: 100-240 V~; 2A; 50/60 Hz; Klasse 1Uitgang:29.4V ; 5.0AMean WellELG-240-30ZCTEIngang:100 - 240 V~; 2.2 A;50/60 Hz; Klasse 1Uitgang:29.4 V ; 8.0 AType accu’s en laadeenhedenHerlaadbatterij Lithium-Ione(nominale spanning)25.9V - 5.0 Ah 25.9V - 10.0 AhType lading met contact Gemiddelde laadduur hh:mm 1:30Gemiddelde bedrijfsduur na een volledige oplaadcyclus (*)hh:mm 03:00 06:00(*) Op basis van de condities van het gras, het type van grasveld en de aard van het te maaien gebied.
7GebruiksvoorschriftenNLFrequentiesZender voor geleider robotWerkfrequentieband (Hz) 500 - 60000Maximum vermogen met radiofrequentie (dBm) < 10Bluetooth Werkfrequentieband (MHz) 2402 - 2480Maximum vermogen met radiofrequentie (dBm) < 14GSMWerkfrequentieband (MHz) 850/900/1800/1900Maximum vermogen met radiofrequentie (dBm) < 33Uitrustingen / accessoires / functiesBeheerde zones inclusief dehoofdzone4 8 8 8Regensensor standaard voorzienEco-mode - Autoprogrammering(gepatenteerd)standaard voorzienModule Connect (GPS, GPRS) Optionalstandaard voorzienOptionalstandaard voorzienMethode voor terugkeer naar hetherlaadstation“V-Meter” - “Volg de kabel”“V-Meter” - “Volg de kabel” GPS Assisted“V-Meter” - “Volg de kabel”“V-Meter” - “Volg de kabel” GPS AssistedMaximale lengte perimetrische draad (indicatief, berekend op de basis van een regelmatige perimeter)m (') 1000 (3280 ')(*) Op basis van de condities van het gras, het type van grasveld en de aard van het te maaien gebied.
ALGEMENE BESCHRIJVING TOESTELHet toestel is een robot ontworpen en gebouwd om automatisch het gras van tuinen en gazons van woningen op eender welk uur van de dag en van de nacht te maaien. Het is klein, compact, stil en gemakkelijk vervoerbaar. In functie van de verschillende kenmerken van de te maaien oppervlakte, kan de robot geprogrammeerd worden om op meerdere zones te werken: een hoofdzone en meerdere secundaire zones (in functie van de kenmerken van de verschillende modellen). Tijdens de werking, maait de robot het gras van de zone binnen de perimetrische zone. Wanneer de robot de perimetrische draad vindt of een hindernis tegenkomt, verandert hij zijn baan op willekeurige wijze en vertrekt hij weer in de nieuwe richting. De robot overschrijdt de omtrekdraad niet voor een afstand die groter is dan de helft van zijn lengte.
De robot kan de aanwezigheid van hoger en/of dichter gras herkennen in een zone van de tuin en, indien nodig, automatisch de spiraalbeweging aanschakelen voor een perfecte afwerking van het maaien. De oppervlakte van het gazon die de robot kan maaien, is afhankelijk van een reeks factoren:• model van de robot en geïnstalleerde batterijen;• kenmerken van de zone (onregelmatige perimeters, niet gelijkvormige oppervlakte, indeling van de zone, enz. );• kenmerken van het gazon (type en hoogte van het gras, vochtigheid, enz. );• condities van het mes (goed geslepen, zonder resten en incrustaties, enz. ). RANDOM WERKING.
9GebruiksvoorschriftenNLINSTALLATIEVERPAKKING EN UITPAKKENHet toestel wordt degelijk verpakt geleverd. Bij het uitpakken, moet men uiterst voorzichtig te werk gaan en de integriteit van de onderdelen nagaan. Waarschuwing - VerwittigingHoud de plastic lm en de plastic zakjes buiten bereik van pasgeboren kinderen en kleine kinderen, gevaar op verstikking. BelangrijkBewaar het verpakkingsmateriaal voor toekomstig gebruik. PLANNING INSTALLATIE SYSTEEMDe installatie van de robot vereist geen moeilijke ingrepen, maar wel een minimale voorafgaande planning om de beste zone te bepalen voor de installatie van het herlaadstation, de toevoereenheid en om de baan van de perimetrische draad af te tekenen. • Het herlaadstation moet aan de rand van het gazon geplaatst worden, bij voorkeur in de grootste zone en van waaruit de eventuele andere zones van het gazon bereikt kunnen worden.
De zone waar het herlaadstation geïnstalleerd is, wordt hierna “Hoofdzone” genoemd. Waarschuwing - VerwittigingPlaats de toevoereenheid in een zone die niet toegankelijk is voor kinderen. Bijvoorbeeld op een hoogte van meer dan 160 cm. (63 "). Waarschuwing - VerwittigingZorg ervoor dat de toegang tot de toevoereenheid enkel toegestaan is aan geautoriseerde personen. groep toevoereenheidperimetrische draadherlaadstationH. min. 160 cm/ 63 "zenderWaarschuwing - VerwittigingOm de elektrische verbinding te kunnen uitvoeren, moet er nabij de zone van installatie een stekker voorzien zijn. Verzeker u ervan dat de verbinding aan het toevoernet overeenstemt met de geldende wetten. Om in volledige veiligheid te kunnen werken, moet de elektrische installatie waaraan de toevoereenheid verbonden wordt, voorzien zijn van een correct werkzame aardingsinstallatie.
BelangrijkMen raadt aan de groep te plaatsen in een kast voor elektrische onderdelen (voor binnen of buiten), voorzien van een slot met sleutel en goed verlucht om een correcte luchtstroom te verzekeren. • Na iedere werkcyclus, moet de robot gemakkelijk het herlaadstation kunnen vinden; dit herlaadstation is het vertrekpunt voor een nieuwe werkcyclus en om eventuele andere werkzones te bereiken, die hierna “Secundaire Zones” genoemd worden.
• Plaats het herlaadstation met inachtneming van de volgende regels: -vlakke zone; -compact en stabiel terrein, dat een goede drainage kan garanderen; -bij voorkeur in de zone van het gazon met de grootste afmetingen; -verzeker u ervan dat eventuele irrigatietoestellen hun waterstraal niet binnenin het herlaadstation richten; -de ingang van het herlaadstation moet geplaatst zijn zoals aangegeven op de afbeelding, zodat de robot het herlaadstation kan bereiken door de perimetrische draad met de klok mee te volgen; -vòòr de basis moet er een rechtlijnige baan van 200 cm (78,74 ") zijn; -eventuele metalen stangen of randen, die het grasperk afbakenen nabij de basis, kunnen interferenties van het signaal creëren. Positioneer de basis op een andere plaats in de tuin, of uit de buurt van de stang/rand.
10GebruiksvoorschriftenNL• Het herlaadstation moet goed aan de grond bevestigd zijn. Vermijd dat er zich voor de basis een drempel kan vormen, plaats eventueel een klein tapijtje van plastiek gras voor de ingang om de eventuele drempel te compenseren.
Verwijder anders het gazon gedeeltelijk en plaats het herlaadstation direct op de hoogte van het gras.• Het herlaadstation is aan de toevoereenheid verbonden met een koord die zich langs de externe kant van de maaizone van het herlaadstation moet verwijderen.• Plaats de toevoereenheid met inachtneming van de volgende regels: -in een verluchtte zone, beschermd tegen de weersomstandigheden en tegen het directe zonlicht; -bij voorkeur binnenin de woning, een garage of een bergruimte; -als de eenheid buiten geplaatst moet worden, mag ze niet blootgesteld zijn aan het directe zonlicht en aan water: Daarom is het noodzakelijk het in een geventileerde doos te plaatsen. Ze mag niet in directe aanraking met de grond of in een vochtige omgeving geplaatst worden; -plaats ze buiten het gazon en niet binnenin; -leg de resterende koord die het herlaadstation aan de toevoereenheid verbindt opzij.
Verkort of verleng de koord niet.NEEOK OKNEE NEENEE• Het stuk inkomende draad moet rechtlijnig zijn en loodrecht uitgelijnd zijn op het laadstation over een lengte van minstens 200 cm (78,74 ") en het uitkomende stuk moet van het herlaadstation weggaan zoals aangegeven in de afbeelding; dit staat de robot toe correct binnen te komen.NOOK groep toevoereenheidherlaadstationH. min. 160 cm/ 63 "Min. afstand200 cm/ 78,74 "perimetrische draadperimetrische draadZenderNEEIn geval de robot geïnstalleerd wordt nabij een zone waar er een andere robot geïnstalleerd is (hetzelfde type of van een andere fabrikant), moet men tijdens de installatie een wijziging uitvoeren opdat de frequenties van de twee robots elkaar onderling niet storen. Contacteer in dit geval het meest nabij dienstcentrum.
11GebruiksvoorschriftenNLINSTALLATIE HERLAADSTATION EN TOEVOEREENHEIDWaarschuwing - VerwittigingSchakel de algemene elektrische toevoer uit vooraleer eender welke ingreep uit te voeren. Plaats de toevoereenheid in een zone die niet toegankelijk is voor kinderen. Bijvoorbeeld op een hoogte van meer dan 160 cm. (63.00 ").De kabel die naar het laadstation gaat, mag niet verkort of verlengd worden, het teveel aan kabel moet opgewikkeld worden in een 8-vorm (zie afbeelding). De omtrekdraad die wordt gebruikt voor de installatie mag niet korter zijn dan 50m, contacteer het dichtst bijzijnde assistentiecentrum.bescherming (L)stroomtoevoereenheid (A)zender (B)H. min. 160 cm(63.00 ")1. Plaats de laadstation op de vooraf bepaalde zone.2. Plaats de perimetrische draad (M) langs de geleider in het de laadstation. Snijd het teveel aan omtrekdraad ongeveer 5cm boven de connectoren af.3.
12GebruiksvoorschriftenNL5. Installeer de toevoereenheid (A).6. Verbind de toevoerkabel (E) van de herlaadstation (N) aan de toevoereenheid (A).7. Verbind de stekker van de toevoereenheid (A) aan het stopcontact.8. Als het led van de zender knippert, is de verbinding correct uitgevoerd. Als dit niet zo is, moet men het defect identiceren (zie “Defecten opsporen”).9. Monteer de bescherming (L).stroomtoevoereenheid (A)toevoerkabel (E)perimetrische draadlaadstation (N)zender (B)H. min. 160 cm(63.00 ")bescherming (L)DEFINITIE BAAN PERIMETRISCHE DRAADVooraleer de installatie van de perimetrische draad uit te voeren, moet men de hele oppervlakte van het gazon controleren. Evalueer eventuele wijzigingen aan het gazon of maatregelen die getroffen moeten worden tijdens de plaatsing van de perimetrische draad voor de goede werking van de robot.1.
Evalueer welke wijze van terugkeer naar het herlaadstation te verkiezen is, volgens de aanwijzingen in het hoofdstuk “WIJZE TERUGKEER NAAR HET HERLAADSTATION”.2. Voorbereiding en afgrenzing werkzones.3. Installatie perimetrische draad.4. Installatie herlaadstation en toevoereenheid. Tijdens de plaatsing van de perimetrische draad, moet men de richting van installatie (met de klok mee) en de richting van rotatie rond de perken (tegen de klok in) respecteren. Zoals aangegeven op de afbeelding.baan voor plaatsingvan de perimetrische draad
13GebruiksvoorschriftenNLMETHODE VOOR TERUGKEER NAAR HET HERLAADSTATIONDe robot kan volgens twee verschillende methodes naar het herlaadstation terugkeren, in functie van de conguratie van het gebruikersmenu onder het punt “Instellingen” – “Terugkeer naar de Basis”. Gebruik de methode “Volg de kabel” enkel wanneer er veel interne hindernissen zijn in de tuin en nabij de perimetrische draad (minder dan 1 Mt. ). In alle andere gevallen is het verkiesbaar de methode “V-Meter” te gebruiken, voor een snellere terugkeer naar het herlaadstation. “Volg de kabel”. Deze methode voor de terugkeer naar het herlaadstation geeft de robot aan de perimetrische draad te volgen door de wielen op de draad zelf te plaatsen. Als deze methode aangeschakeld wordt, is het niet nodig de (“Terugkeer op draad”) zoals hierna beschreven, aan te schakelen. “V-Meter”.
Wanneer deze methode van terugkeer naar het herlaadstation ingesteld wordt, zal de robot de perimetrische draad volgen op een afstand van enkele cm tot 1Mt (3. 2 '), en deze van tijd tot tijd gaan aanraken, vooral bij niet rechtlijnige stukken, totdat hij de totdat hij die het signaal dat wordt geproduceerd door het laadstation voor de draad en om het laadstation correct te bereiken. Doorgang van minder dan 1 mt. 5 cm. 1 mt. 2 mt. 2 mt. 10 mt. 1,5 mt. herlaadstationAls nauwe doorgangen aanwezig zijn, moet de draad met een speciale vorm gelegd worden die “Oproep op draad” wordt genoemd. Zodra een “Oproep” wordt herkend, zal de robot de omtrekdraad voor ongeveer 10 m (33 ‘) volgen om daarna terug te keren naar de basis met de methode “V-Meter” als het laadstation niet werd tegengekomen.
Respecteer de volgende regels voor de installatie van de “Oproep”:• “Oproep” is een stuk draad dat over ongeveer 1 Mt (3,3 ‘) in de tuin uitgestrekt wordt en met een afstand tussen de twee draden van 5 cm.
14GebruiksvoorschriftenNLVOORBEREIDING EN AFGRENZING WERKZONESVoorbereiding van het te maaien gazon1. Controleer of het gazon dat gemaaid moet worden gelijkvormig is en zonder gaten, stenen of andere hindernissen. Indien dit niet zo is, moeten de nodige saneringswerken uitgevoerd worden. Indien het niet mogelijk is sommige hindernissen te verwijderen, moet men deze zones op geschikte wijze afgrenzen met de perimetrische draad.2. De robot kan oppervlakken maaien binnen het werkgebied met een maximum helling van 45% (45 cm per meter in de lengte) in geval van een regelmatig en droog grasperk, waar geen risico’s op het slippen van de wielen aanwezig zijn en op basis van de geïnstalleerde accessoires.
In alle andere gevallen is de maximum helling 35%.De omtrekdraad moet op het terrein gelegd worden met een helling van maximum 20% (20 cm per meter in de lengte), door er rekening mee te houden dat de robot - tijdens de terugkeer naar het laadstation - een betere hechting aan het terrein nodig heeft. De condities van het terrein moeten dus gecontroleerd worden, en de limieten moeten nauwkeurig gerespecteerd worden.De helling mag minstens 35cm binnen en buiten de omtrekdraad niet vergroten.
Als de aanwijzingen niet worden gerespecteerd, kunnen, tijdens normale werkzaamheden op hellingen, wanneer de robot de draad detecteert, de wielen beginnen te slippen zodat de robot het werkgebied verlaat.Indien obstakels aanwezig zijn op hellingen die de bovenvermelde limieten bereiken, moet het terrein minstens 35cm vóór het obstakel vereffend worden zodat de helling wordt verminderd.BelangrijkDe zones met niet toegestane hellingen kunnen niet met de robot gemaaid worden. Plaats de perimetrische draad dus vòòr de helling en sluit deze zo buiten uit het gazon.NEE35 cm(13,78 ")100 cm (39,3 ") 45 cm(17,71 ")45 %35 cm(13,78 ")0-20%0-20%0-45%0-20%21-45%21-45%perimetrische draadperimetrische draadOKOKOKOKNEENEE
15GebruiksvoorschriftenNLAfgrenzing werkzone3. Controleer de hele oppervlakte van het gazon en evalueer of het nodig is deze in meerdere afzonderlijke werkzones te verdelen volgens de hierna beschreven criteria. Vooraleer de handelingen voor de installatie van de perimetrische draad aan te vangen, om deze gemakkelijk te kunnen uitvoeren, raadt men aan de hele baan te controleren. De afbeelding geeft een voorbeeld van een gazon met de baan voor de plaatsing van de perimetrische draad. Tijdens de montage van de installatie moeten eventuele secundaire gebieden geïdenticeerd worden. Met secundaire zone bedoelt men een deel van het gazon dat aan de hoofdzone verbonden is met een smalle doorgang die moeilijk bereikbaar met de random beweging van de robot. De zone moet bereikbaar zijn zonder drempels en niveauverschillen die de toegestane kenmerken overschrijden.
Of de zone als “secundaire zone” geïdenticeerd moet worden, is ook afhankelijk van de afmetingen van de primaire zone. Des te groter de primaire zone, des te moeilijker zullen de smalle doorgangen te bereiken zijn. Meer in het algemeen, moet een doorgang van minder dan 200 cm (78,74 ") beschouwd worden als secundaire zone. Het aantal secundaire zones dat de robot kan beheren, is afhankelijk van de kenmerken van het model (Zie “Technische Gegevens”). De minimaal toegestane doorgang is 70 cm (27,56 ") tussen de draad en de perimetrische draad de perimetrische draad moet geplaatst worden op een afstand die later bepaald zal worden, van eventuele voorwerpen buiten het gazon; De totale benodigde doorgang moet 130 cm (51,18”) zijn indien er aan beide kanten een muurtje of struik aanwezig is.
Tijdens de programmering is het noodzakelijk om de afmetingen van de gebieden en de richting om ze zo snel mogelijk te bereiken (Rechtsom / Linksom) te congureren, evenals het noodzakelijke aantal meter draad om het secundaire gebied te bereiken. baan voor plaatsing vande perimetrische draadmin. 70 cm / 27,56 "min. 70 cm / 27,56 "min. 70 cm / 27,56 "minimale doorgang 70 cm / 27,56 "van draad tot draad. HOOFDZONESECUNDAIRE ZONEIndien de minimale vereisten die hierboven beschreven zijn niet gerespecteerd worden en indien er dus een zone is die gescheiden is door een drempel, een niveauverschil dat de kenmerken van de robot overschrijdt of door een doorgang (gang) met een breedte van minder dan 70 cm (27,56 ") tussen de draad en de perimetrische draad, moet deze zone van het gazon beschouwd worden als een “Gesloten Zone”.
Om een “Gesloten Zone” te installeren, moet men de heen- en terugloop van de perimetrische draad in dezelfde baan leggen op een afstand van minder dan 1 cm (0,40 "). In dit geval kan de robot de zone niet autonoom bereiken, en moet men te werk gaan zoals beschreven is in het hoofdstuk “Beheer Gesloten Zones”. Het beheer van de “Gesloten Zones” reduceert de vierkante meters die autonoom door de robot beheerd kunnen worden. doorgang< 70 cm / 27,56 "HOOFDZONEGESLOTENZONE.
16GebruiksvoorschriftenNL4. Indien er binnen of buiten de werkzone een vloering aanwezig is of een straatje dat zich op hetzelfde niveau als het gazon bevindt, dient men de perimetrische draad op 5 cm (1,96 ") van de boord van de vloering te leggen. De robot zal net buiten het gazon gaan en al het gras zal gemaaid worden. Als de vloering van een metalen type is, of als er een metalen mangat, een doucheplaat of een plaat met elektrische kabels aanwezig is, moet men de perimetrische draad op minstens 25 cm (9,84“) plaatsen om defecten van de robot en storingen aan de perimetrische draad te vermijden. BelangrijkDe afbeelding toont een voorbeeld van interne en periferische elementen van de werkzone en de afstanden die gerespecteerd moeten worden voor de plaatsing van de perimetrische draad. Grens alle ijzeren elementen of elementen van andere metalen (mangaten, elektrische verbindingen, enz.
). af om interferenties met het signaal van de perimetrische draad te vermijden. 25cm9,84''25cm9,84''5 cm1,97 "25cm9,84''Als er binnen of buiten de werkzone een hindernis aanwezig is, bijvoorbeeld een stoeprand, een wand of een muurtje, plaats dan de perimetrische draad op minstens 30 cm (11,81 “) van de hindernis; om te vermijden dat de robot botst, moet de omtrekdraad op minstens 35 cm (13,78 “) gelegd worden. Het gras nabij de boord waar men besloten heeft de robot niet te laten werken, kan met een trimmer of bosmaaier gemaaid worden.
30 cm (11,81 ")30 cm (11,81 ")30 cm (11,81 ")30 cm (11,81 ")Als er binnen of buiten de werkzone een perk, een haag, een plant met uitstekende wortels, een kleine put van 2 cm of een kleine stoep van 2 cm aanwezig is, dient men de perimetrische draad op minstens 25 cm (9,84 “) te plaatsen om te vermijden dat de robot de aanwezige hindernissen beschadigt of erdoor beschadigt wordt. Het gras nabij de boord waar men besloten heeft de robot niet te laten werken, kan met een trimmer of bosmaaier gemaaid worden.
17GebruiksvoorschriftenNLAls binnen of buiten het werkgebied een zwembad, een meertje, een ravijn, een put, trappen of openbare wegen aanwezig zijn, moet de omtrekdraad op minstens 90 cm (35,43 “) gelegd worden. Om de omtrekdraad zo dicht mogelijk nabij de rand van het maaigebied te leggen, wordt aanbevolen om een moeilijk overschrijdbare omheining te voorzien, indien in de buurt van openbare zones, of een omheining van minstens 15cm in de andere gevallen. Op deze manier kan de omtrekdraad gelegd worden op de afstanden die worden beschreven in de vorige punten. BelangrijkHet nauwgezet respect van de afstanden en van de hellingen die in de handleiding aangegeven zijn, garandeert een optimale installatie en een goede werking van de robot. Bij hellingen of gladde terreinen, dient men de afstand te verhogen met minstens 30 cm / 11,81 ". 90 cm. / 35,44 “90 cm. / 35,44 “90 cm.
/ 35,44 “Als er in de werkzone hindernissen aanwezig zijn die bestendig zijn tegen stoten, zoals bijvoorbeeld bomen, struiken of palen zonder scherpe hoeken, moeten deze niet afgegrensd worden. De robot stoot tegen de hindernis en verandert van richting. Indien men verkiest dat de robot niet tegen de hindernissen stoot en op een veilige en stille wijze werkt, raadt men aan alle hindernissen af te grenzen. Licht hellende hindernissen zoals bloemvazen, stenen of bomen met uitstekende bomen, moeten afgegrensd worden om eventuele schade aan het snijmes of aan de hindernissen zelf te vermijden.
Om de hindernis af te grenzen, vertrekkende van het punt van de externe perimeter dat zich het dichtst nabij het af te grenzen voorwerp bevindt, moet men de perimetrische draad tot aan de hindernis plaatsen, er omheen draaien, met inachtneming van de normale afstanden die hierboven beschreven zijn, en de kabel weer langs de vorige baan terugbrengen. Plaats de heen- en terugdraad boven op elkaar onder dezelfde spijker; de robot zal zo over de perimetrische draad gaan.
18GebruiksvoorschriftenNLINSTALLATIE PERIMETRISCHE DRAADDe perimetrische draad kan ondergronds of boven op het terrein geplaatst worden. Indien men over een machine beschikt voor het plaatsen van de draad, is het verkiesbaar deze ondergronds te plaatsen om een betere bescherming van de draad zelf te garanderen. Anders moet men de draad op het terrein plaatsen met de daarvoor bestemde spijkers, zoals hierna beschreven is. BelangrijkBegin de plaatsing van de perimetrische draad in de zone waar het herlaadstation geïnstalleerd is en laat er enkele meters over om deze vervolgens op maat te snijden in de laatste fase van de verbinding aan de groep. Max. 5 cm (1,96 ")perimetrische draadOp de grond geplaatste draadVerwijder het gras met behulp van een trimmer langs het ganse traject waar de kabel zal gepositioneerd worden.
Op deze manier kan de kabel gemakkelijker op het terrein gelegd worden, en wordt vermeden dat de grasmaaier de kabel of de isolatiekous beschadigt. 1. Positioneer de draad, rechtsom, langs het ganse traject, en bevestig hem met de daarvoor bestemde spijkers op een tussenafstand van ongeveer 100 cm (39,37”). De draad moet het terrein raken om te vermijden dat hij wordt beschadigd met de grasmaaier voordat het gras opnieuw groeit. -Tijdens de plaatsing van de perimetrische draad, dient men de rotatierichting rond de perken te respecteren, die tegen de klok in moet zijn. -In de niet-rechtlijnige stukken, moet men de draad zodanig bevestigen dat hij niet oprolt maar een regelmatige bocht vormt (straal 20cm). > 70 cm (27,56 ")30 cm(11,81")0 cm (0,0 ")NEEspijkers bevestigingdraadperimetrische draadstraal 20cmOnderaardse draad1. Maak een regelmatige groef in het terrein (ongeveer 2÷3 cm (0.
787÷ 1. 181")). 2. Plaats de draad, met de klok mee, langs de hele baan op een diepte van enkele centimeters. Leg de draad niet meer dan 5 cm onder de grond om de kwaliteit en de intensiteit van het signaal dat door de robot wordt opgevangen niet te verminderen. 3.
19GebruiksvoorschriftenNLKoppeling perimetrische draad.Gebruik een originele koppeling wanneer nog omtrekdraad noodzakelijk is om de installatie te beëindigen.Plaats elk uiteinde van de kabel in de koppeling, en controleer dat de kabels helemaal zijn ingevoerd zodat de uiteinden zichtbaar zijn aan de andere zijde. Druk, met behulp van een tang, de knop bovenaan helemaal in.Belangrijk -Gebruik enkel originele koppelingen, die een veilige en waterdichte elektrische verbinding garanderen. -Gebruik geen isolatieband of andere types van koppelingen die geen correcte isolatie garanderen (kabelschoenen, klemmen, enz.); de vochtigheid van het terrein veroorzaakt in de loop van de tijd oxidaties en de onderbreking van de omtrekdraad.35641 2BATTERIIJEN OPLADEN BIJ HET EERSTE GEBRUIK1. Plaats de robot binnenin het herlaadstation.2.
Druk op de toets “ON / OFF” en wacht enkele seconden tot de robot helemaal is ingeschakeld.3. De led van de batterij licht enkele seconden vast oranje op wanneer het laadstation wordt herkend. 4. Controleer dat de led ‘AUTO’ uit is, druk eventueel op de toets “AUTO” om de led uit te schakelen.5. Nadat het laden is uitgevoerd, kan de robot gebruikt worden of geprogrammeerd worden voor de inbedrijfstelling (zie “Programmeringsmodaliteit”)..BelangrijkBij de eerste lading moeten de batterijen minstens 4 uur verbonden blijven.auto homestartpause ONOFF autoALERTTOETS “ON”TOETS “PLAY/PAUSE”
20GebruiksvoorschriftenNLAFSTELLINGENAANBEVELINGEN VOOR DE AFSTELLINGENBelangrijkDe gebruiker moet de afstellingen volgens de in de handleiding beschreven instructies uitvoeren. Voer geen enkele regeling uit die niet uitdrukkelijk in de handleiding beschreven is. Eventuele buitengewone regelingen, die niet uitdrukkelijk in de handleiding aangegeven zijn, mogen enkel door het personeel van de Geautoriseerde Dienstcentra van de Fabrikant uitgevoerd worden. DE MAAIHOOGTE AFSTELLEN BIJ ROBOTS UITGERUST MET GEMOTORISEERDE MESAFSTELLINGDe maaihoogte wordt met behulp van de APP op uw smartphone afgesteld, zoals beschreven in het hoofdstuk TOEGANG TOT HET MENU MET DE APP. SETUPMENU ->DE MAAIHOOGTE AFSTELLEN. BelangrijkGebruik de robot niet om gras te maaien dat meer dan 1 cm (0,40 “) hoger is dan het snijmes. Verminder de maaihoogte geleidelijk aan.
Men raadt aan de hoogte minder dan 1 cm (0,40 “) te om de 1-2 dagen verminderen tot de ideale hoogte bereikt wordt. DE MAAIHOOGTE AFSTELLEN BIJ ROBOTS UITGERUST MET HANDMATIGE MESAFSTELLINGVooraleer de maaihoogte van het mes in te stellen, moet men zich ervan verzekeren dat de robot stilstaat in veilige omstandigheden (zie “Veilig stoppen van de robot”). BelangrijkGebruik beschermende handschoenen om snijgevaar aan de handen te voorkomen. 1. Kantel de robot om en plaats hem zodat het deksel niet beschadigd wordt. 2. Verdraai de staaf (E) met de daarvoor bestemde sleutel met de klok mee. 3. Hef de snijgroep (D) op of breng hem omlaag om de gewenste maaihoogte te bepalen. De waarde kan afgelezen worden aan de hand van een schaal op de meegeleverde sleutel. BelangrijkGebruik de robot niet om gras te maaien dat meer dan 1 cm (0,40 ") hoger is dan het snijmes.
21GebruiksvoorschriftenNLGEBRUIK EN WERKINGVERPLICHTINGEN VOOR HET GEBRUIKBelangrijk -Bij het eerste gebruik van de robot wordt aanbevolen om de volledige handleiding door te lezen en om te controleren of alles, en vooral de informatie in verband met de veiligheid, werd begrepen. -Gebruik de robot enkel voor het gebruik dat wordt voorzien door de constructeur, en forceer geen enkel mechanisme om andere prestaties te verkrijgen. -Gebruik de robot en zijn randapparatuur niet in geval van slechte weersomstandigheden, en vooral niet wanneer gevaar voor bliksem aanwezig is. BESCHRIJVING VAN HET BEDIENINGSPANEEL EN OVERZICHT VAN DE MENU’SDe afbeelding toont de positie en de fucntie van de bediening van de machine.STOPSTOP. Indrukken om de maaier in veiligheid te stellen.
Gebruiken in geval van dreigend gevaar en om de onderhoudshandelingen van de robot uit te voeren.Indrukken om de robot in of uit te schakelen.auto homestartpause ONOFF auto ALERTActiveert of deactiveert de automatische werking.Wanneer de automatische werking is geactiveerd, is de robot geprogrammeerd voor de werking volgens de programmering die is beschreven op de volgende pagina’s. AUTOUit: handmatige werking.Vast aan : automatische werking.Laadniveau batterij.Werkingsfout. Raadpleeg het hoofdstuk “PROBLEEMOPLOSSING”Robot in laadstation (Led AUTO uit)Indrukken om een handmatige cyclus te starten. Als de batterij voldoende is opgeladen en de led AUTO uit is, begint de robot een werkcyclus.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Ambrogio Twenty 25 Elite stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Niet gecategoriseerd Ambrogio
Handleiding Niet gecategoriseerd
Nieuwste handleidingen voor Niet gecategoriseerd