Alfa Romeo MiTo (2016) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Alfa Romeo MiTo (2016) (280 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 85 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Alfa Romeo MiTo (2016) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Alfa Romeo |
| Categorie: | Auto |
| Model: | MiTo (2016) |
Handleiding Alfa Romeo MiTo (2016) – volledige tekst
De Alfa Romeo garages staan altijd tot uw beschikking voor het periodieke onderhoud, de seizoenscontroles en voor praktische adviezen door onze deskundigen.Met de Originele Alfa Romeo-onderdelen behoudt u steeds de betrouwbaarheid, het comfort en de prestaties van uw nieuwe wagen: daarvoor heeft u ook voor deze wagen gekozen.Vraag altijd om Originele Onderdelen voor de componenten in onze auto's; wij bevelen u deze aan omdat ze het resultaatzijn van ons engagement bij de research en de ontwikkeling van uiterst innovatieve technologieën.Vertrouw daarom op Originele Onderdelen omdat zij alleen specifiek door Alfa Romeovoor uw auto ontworpen zijn.VEILIGHEID: REMSYSTEEMECOLOGIE: ROETFILTERS, ONDERHOUD AIRCONDITIONINGCOMFORT: WIELOPHANGING EN RUITENWISSERS PERFORMANCE: BOUGIES,INSPUITVENTIELEN EN ACCU'SLINEACCESSORI: STANGEN IMPERIAAL, VELGENWAAROM KIEZEN VOOR ORIGINELE ONDERDELEN
Beste klant,Wij feliciteren u en bedanken u dat u voor een Alfa Romeo hebt gekozen.Wij hebben dit boekje opgesteld om u de kwaliteiten van deze auto volledig te laten waarderen. Wij raden aan het meteen door te lezen voordat uvoor de eerste keer gaat rijden.Dit boekje bevat informatie, tips en belangrijke waarschuwingen voor een juist gebruik van de auto, zodat u het maximum uit de technologischeeigenschappen van uw Alfa Romeo kunt halen.
Dit boekje geeft tevens een beschrijving van de speciale kenmerken, essentiële informatie over hetcorrecte onderhoud van uw Alfa Romeo, alsmede tips voor veilig rijden.Lees aandachtig de waarschuwingen en aanwijzingen voorafgegaan door de volgende symbolen:veiligheid van de inzittenden;conditie van de auto;milieubescherming.Het bijgevoegde garantieboekje geeft een opsomming van de diensten die Alfa Romeo aan haar klanten biedt:❒het garantiecertificaat met termen en voorwaarden om de geldigheid ervan te behouden;❒een serie aanvullende diensten die voor Alfa Romeo klanten beschikbaar zijn.Wij zijn ervan overtuigd dat u met behulp van deze middelen spoedig vertrouwd zult raken met uw nieuwe auto en de service van de mensen bij AlfaRomeo zult waarderen.Veel leesplezier gewenst. .. en goede reis!Dit instructieboek beschrijft alle versies van de Alfa MiTo.
Derhalve dient uitsluitend de informatie inbeschouwing te worden genomen die betrekking heeft op het uitrustingsniveau, de motor en de versiedie u gekocht hebt. De gegevens in deze publicatie zijn slechts indicatief. Fiat Group Automobiles kanop elk moment de in deze publicatie beschreven specificaties van het automodel om technische ofcommerciële redenen wijzigen. Neem voor meer informatie contact op met het Alfa RomeoServicenetwerk.
SNELHEIDSMETERGeeft de snelheid van het voertuig weer. TOERENTELLERGeeft het motortoerental aan. BRANDSTOFMETERGeeft de hoeveelheid brandstof in de tank aan. Het reservelampje op de meter gaat branden wanneer er nog 5 à 7liter brandstof in de tank is; tank in dat geval brandstof bij zodradit mogelijk is. Rijd niet met een bijna lege tank: een onregelmatige brandstoftoevoerkan de katalysator schade toebrengen. KOELVLOEISTOFTEMPERATUURMETERDe wijzer geeft de koelvloeistoftemperatuur aan en meldt de gebruikerwanneer de koelvloeistoftemperatuur hoger is dan circa 50°C. Bij normaal gebruik kan de wijzer op verschillende standen staan,afhankelijk van de gebruiksomstandigheden. Het waarschuwingslampje gaat branden wanneer dekoelvloeistoftemperatuur te hoog is; zet in dat geval onmiddellijk demotor uit en raadpleeg het Alfa Romeo Servicenetwerk.
LAMPJES OP INSTRUMENTENPANEELAlgemene waarschuwingenWanneer het waarschuwingslampje brandt, worden bij sommigeversies ook specifieke berichten weergegeven en/of geluidssignalenvoortgebracht. Deze meldingen zijn korte waarschuwingen en mogen door hunbeknopt karakter niet worden beschouwd als volledig en/of eenalternatief voor de informatie die is opgenomen in het Instructieboek. Het is daarom raadzaam het instructieboek altijd aandachtig te lezen. Raadpleeg bij melding van een storing steeds de informatie in dezeparagraaf. Remvloeistofniveau te laag(rood)Door de contactsleutel in de stand MAR te draaien, gaat het lampje ophet instrumentenpaneel branden. Enkele seconden na het starten vande motor moet dit lampje doven.
Het lampje (of symbool op de display) gaat branden wanneer hetremvloeistofniveau in het reservoir zich onder het minimumpeilbevindt, bijvoorbeeld door een lek in het remcircuit. De display toont een speciale melding. Als het lampje tijdens het rijden gaat branden, zet dan demotor onmiddellijk af en neem contact op met het AlfaRomeo Servicenetwerk.
Aangetrokken handrem (rood)Door de contactsleutel in de stand MAR te draaien, gaat het lampje ophet instrumentenpaneel branden. Enkele seconden na het starten vande motor moet dit lampje doven. Het lampje (of symbool op de display) gaat branden wanneer dehandrem wordt ingeschakeld. Als de auto in beweging is, wordt ookeen geluidssignaal voortgebracht. 6WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER.
BELANGRIJK Controleer of de handrem is ingeschakeld als het lampjetijdens het rijden gaat branden. Storing EBDWanneer bij draaiende motor de lampjes (rood), (amber)gelijktijdig branden, dan is er een storing in het EBD-systeem of is hetsysteem niet beschikbaar. In dergelijke gevallen kunnen deachterwielen bij hard remmen vroegtijdig blokkeren waardoor de autokan beginnen slippen. De display toont een speciale melding. Rijd zeer voorzichtig naar het dichtstbijzijnde Alfa RomeoServicenetwerk om het systeem onmiddellijk te laten controleren. STORING ABS (geel)Door de contactsleutel in de stand MAR te draaien, gaat het lampje ophet instrumentenpaneel branden. Enkele seconden na het starten vande motor moet dit lampje doven. Het lampje (of symbool op de display) gaat branden wanneer er eenstoring in het systeem is.
In dergelijke gevallen blijft het remsysteemnormaal werken, maar met uitsluiting van het ABS systeem. Rijd voorzichtig veder en laat het systeem onmiddellijk door hetdichtstbijzijnde Alfa Romeo Servicenetwerk controleren. De display toont een speciale melding. Remblokslijtage (geel)(voor bepaalde versies/markten)Het lampje (of symbool op de display) gaat branden wanneer deremblokken voor en achter versleten zijn. Laat ze in dat geval zo snelmogelijk vervangen. De display toont een speciale melding. Storing airbag (rood)Door de contactsleutel in de stand MAR te draaien, gaat het lampje ophet instrumentenpaneel branden. Enkele seconden na het starten vande motor moet dit lampje doven. Als het lampje vast blijft branden, dan is er een storing in hetairbagsysteem. De display toont een speciale melding.
Als de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid en hetlampje gaat niet branden of blijft vast brandentijdens het rijden (samen met het bericht op hetdisplay), dan is er mogelijk een storing in deveiligheidssystemen.
In dat geval kunnen de airbags ofgordelspanners niet geactiveerd worden bij een botsing of, ineen zeer beperkt aantal gevallen, per ongeluk geactiveerdworden. Laat het systeem onmiddellijk controleren door het AlfaRomeo Servicenetwerk alvorens verder te rijden. 7WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER.
Bij storing waarschuwingslampje , ondanks hetknipperen van het waarschuwingslampje in hetframe op de achteruitkijkspiegel en het uitschakelen(daar waar aanwezig) van de passagiersairbag, bij versies metmultifunctioneel display op het instrumentenpaneel, gaat ook hetlampje knipperen en wordt een speciaal berichtweergegeven. Bij versies met herconfigureerbaar multifunctioneeldisplay verschijnt daarentegen het symbool en een berichtop het displayLaadstroom accu onvoldoende(rood)(voor bepaalde versies/markten)Wanneer de contactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid, gaat hetlampje branden. Het moet doven nadat de motor is gestart (als demotor stationair draait, is het normaal dat het lampje iets later dooft). Raadpleeg het Alfa Romeo Servicenetwerk als het lampje (of hetsymbool op de display) continu of knipperend gaat branden.
Storing elektrischestuurbekrachtiging (rood)(voor bepaalde versies/markten)Door de contactsleutel in de stand MAR te draaien, gaat het lampje ophet instrumentenpaneel branden. Enkele seconden na het starten vande motor moet dit lampje doven. Als het lampje (of het symbool op de display) blijft/blijven branden,zou de elektrische stuurbekrachtiging niet meer kunnen werkenwaardoor aanzienlijk meer inspanning nodig is om de auto tebesturen. Het sturen blijft echter wel mogelijk. De display toont een speciale melding. Raapleeg in zo'n geval het Alfa Romeo Servicenetwerk. Start&Stop systeemuitschakelen (amber)Wanneer het Start&Stop systeem wordt uitgeschakeld via de knop ophet extra bedieningspaneel nabij het stuurwiel, gaat het controlelampjebranden. Bij sommige versies verschijnt een speciale melding op de display.
CONTINU BRANDEND:Motoroliedruk te laag (rood)KNIPPEREND: Motorolie verslechterd(voor bepaalde versies/markten - rood)Wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat het lampjebranden maar moet het doven zodra de motor is gestart. 1.
Wanneer het lampje tijdens het rijden gaatbranden (bij sommige versies verschijnt ook een bericht ophet display), zet dan de motor onmiddellijk af en neemcontact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk. 2. Motorolie verslechterd(voor bepaalde versies/markten)Het lampje gaat knipperend branden en bij sommige versies verschijnteen speciaal bericht op het display. Afhankelijk van de versie kan het lampje kan op verschillendemanieren knipperen:❒elke twee uur 1 minuut;❒cycli van 3 minuten met intervallen van 5 seconden waarin hetlampje niet brandt totdat de olie wordt ververst. Na de eerste melding zal, bij elke start van de motor, het lampjeblijven knipperen zoals voorheen beschreven totdat de olie wordtververst. Bij sommige versies verschijnt ook een speciaal bericht op hetdisplay wanneer het lampje brandt.
Het knipperen van het lampje moet niet als een storing wordenbeschouwd, maar wil de bestuurder erop wijzen dat de motorolie moetworden ververst na een normaal gebruik van het voertuig. Vergeet niet dat verslechtering van de motorolie wordt versneld door:❒overwegend stadsgebruik van de auto, waardoor het DPF-regeneratieproces vaker moet worden uitgevoerd;❒gebruik van de auto voor korte ritten, waardoor de motor niethelemaal op bedrijfstemperatuur kan komen;❒herhaald onderbreken van het regeneratieproces, hetgeen wordtaangegeven door het branden van het DPF-lampje. Wanneer het lampje gaat branden, moet deafgewerkte motorolie zo spoedig mogelijk, en elkgeval binnen 500 km na ontsteking van het lampje,worden ververst. Veronachtzaming van bovenstaandeaanwijzingen kan leiden tot ernstige schade aan de motor en degarantie doen vervallen.
Vergeet niet dat het branden van ditlampje niets te maken heeft met het oliepeil in de motor. Voegdus absoluut geen motorolie toe als het lampje begint teknipperen. Koelvloeistoftemperatuur tehoog (rood)Door de contactsleutel in de stand MAR te draaien, gaat het lampje ophet instrumentenpaneel branden.
Enkele seconden na het starten vande motor moet dit lampje doven. Het lampje gaat branden wanneer de motor oververhit is. De display toont een speciale melding. Ga als volgt te werk wanneer het lampje tijdens het rijden gaatbranden:❒tijdens een normale rit: breng de auto tot stilstand, zet demotor af en controleer of het koelvloeistofniveau in het reservoir zichniet onder het MIN-teken bevindt. Als dit het geval is, wacht dantot de motor is afgekoeld, draai vervolgens langzaam en voorzichtigde dop open, vul koelvloeistof bij en controleer of het peil zichtussen het MIN- en MAX-teken op het reservoir bevindt. Controleerook op de aanwezigheid van vloeistoflekken. Als het lampje bijde volgende start weer gaat branden, neem dan contact op met het9WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERAlfa Romeo Servicenetwerk.
❒wanneer het voertuig onder veeleisendeomstandigheden wordt gebruikt (bijvoorbeeld bij hetbergop trekken van een aanhanger of wanneer de auto volgeladenis): snelheid minderen en, als het lampje blijft branden, het voertuigtot stilstand brengen. Wacht 2 of 3 minuten met draaiende motoren geef ietwat gas om de koelvloeistofcirculatie te bevorderen. Zet vervolgens de motor af. Controleer het vloeistofpeil zoalshiervoor beschreven. BELANGRIJK Het is raadzaam om onder zwarebedrijfsomstandigheden de motor voor het afzetten enkele minuten telaten draaien met het gaspedaal iets ingetrapt. Portieren niet goed gesloten(rood)(voor bepaalde versies/markten)Het lampje (of symbool op de display) gaat branden wanneer een ofmeer portieren of de achterklep niet goed gesloten zijn. Bij geopendeportieren en als de auto rijdt wordt een geluidssignaal voortgebracht.
Bij sommige versies gaat ook het lampje (of symbool op de display)branden wanneer de motorkap niet goed gesloten is. Storing EOBD/inspuitsysteem(geel)Onder normale omstandigheden, wanneer de contactsleutel naar MARwordt gedraaid, gaat het lampje branden maar dit moet doven zodrade motor is gestart. Wanneer het lampje blijft branden of tijdens het rijden gaat branden,wijst dit op een onjuiste werking van het inspuitsysteem; met nameduidt een vast brandend lampje op een storing in hetbrandstoftoevoer-/inspuitsysteem die overmatige uitlaatgasemissies,mogelijk prestatieverlies, slechte rijeigenschappen en een hoogbrandstofverbruik kan veroorzaken. Bij sommige versies verschijnt een speciale melding op de display. Onder deze omstandigheden kan men met gematigde snelheid verderrijden zonder te veel eisen aan de motor te stellen.
Het langdurigrijden met brandend lampje kan schade aan de motor veroorzaken. Raadpleeg zo snel mogelijk het Alfa Romeo Servicenetwerk. Het lampje dooft nadat de storing is verdwenen, maar de storingwordt door het systeem in het geheugen bewaard.
OPMERKING (alleen voor benzinemotoren)Als het lampje knippert, kan dit op een mogelijk defect van dekatalysator wijzen. Als het lampje knippert, moet het gaspedaal worden losgelaten om hetmotortoerental te verlagen totdat het lampje niet meer knippert. Rijdverder met gematigde snelheid en voorkom rijomstandigheden diekunnen leiden tot het opnieuw gaan knipperen van het lampje. Neemzo spoedig mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk. 10WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER.
Wanneer, als de sleutel in de stand MAR wordt gedraaid,het lampje niet gaat branden of wanneer tijdens hetrijden het lampje continu of knipperend gaat branden (bijsommige versies verschijnen ook een melding op de display), ga danonmiddellijk naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk. De verkeerspolitie beschikt over speciale apparatuur waarmeede werking van het lampje kan worden gecontroleerd. Neem inelk geval de wettelijke voorschriften in acht van het land waarinwordt gereden. ESC systeem (geel)(voor bepaalde versies/markten)Door de contactsleutel in de stand MAR te draaien, gaat het lampje ophet instrumentenpaneel branden. Enkele seconden na het starten vande motor moet dit lampje doven. Als het lampje (met bericht + symbool op het display bij sommigeversies) niet dooft of tijdens het rijden blijft branden, neem dan contactop met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
Het lampje gaat tijdens het rijden knipperen om aan te geven dat etESC systeem werkt. Storing ASRDoor de contactsleutel in de stand MAR te draaien, gaat het lampje ophet instrumentenpaneel branden. Enkele seconden na het starten vande motor moet dit lampje doven. Als het lampje (of het symbool op de display) continu blijft branden enniet dooft, neem dan contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk. Bij sommige versies verschijnt een speciale melding op de display. Het lampje gaat tijdens het rijden knipperen om aan te geven dat hetVDC-systeem werkt. Storing Hill HolderDit lampje gaat branden (bij sommige versies verschijnen ook eenmelding en een symbool op de display) als er een storing in hetHill Holder systeem optreedt. Raapleeg in zo'n geval het Alfa Romeo Servicenetwerk.
Storing Alfa Romeo CODEsysteem/Storing alarm (geel)(voor bepaalde versies/markten)Het lampje (of het symbool op het display) gaat branden (en bijsommige versies verschijnt ook een bericht op het display) wanneereen Alfa Romeo CODE systeemfout of alarmfout is waargenomen(voor bepaalde versies/markten).
Raadpleeg in dat geval zo snel mogelijk het Alfa RomeoServicenetwerk. InbraakpogingAls het lampje knippert of, bij sommige versies, als het symbool op dedisplay (samen met een melding) verschijnt, wordt een inbraakpogingaangegeven. Raadpleeg zo snel mogelijk het Alfa RomeoServicenetwerk. 11WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER.
De motor kan worden gestartzodra het lampje gedoofd is.BELANGRIJK Als de buitentemperatuur erg hoog of gematigd is, kanhet lampje al na zeer korte tijd doven.Storing voorgloeibougies(dieselversies)Het lampje knippert (en bij sommige versies verschijnen een meldingop de display) om een storing in het voorgloeisysteem aan te geven.Raadpleeg het Alfa Romeo Servicenetwerk om de storing zo spoedigmogelijk te laten verhelpen.Water in het dieselfilter(dieselversies) (geel)Het lampje brandt continu tijdens het rijden (er verschijnt ook eenmelding op de display) als er water in het brandstoffilter iswaargenomen.Water in het brandstofcircuit kan het inspuitsysteem ernstigbeschadigen en de motor onregelmatig doen draaien.
Alshet lampje op het display gaat branden (er verschijntook een bericht op het display), raadpleeg dan zo snel mogelijk hetAlfa Romeo Servicenetwerk om het systeem te laten aftappen. Als hetlampje onmiddellijk na het tanken gaat branden, kan het zijn dat ertijdens het tanken water in de tank terecht is gekomen: zet de motoronmiddellijk uit en neem contact op met het Alfa RomeoServicenetwerk.Brandstofreserve – Beperkteactieradius (geel)Dit lampje gaat branden wanneer er nog circa 5 à 7 liter brandstof inde tank is.Wanneer het bereik minder is dan ongeveer 50 km (of het equivalentin mijl) is, verschijnt bij sommige versies een waarschuwing op dedisplay.Wanneer het lampje tijdens het rijden gaat knipperen,neem dan contact op met het Alfa RomeoServicenetwerk.12WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER
Cruise control (groen)(voor bepaalde versies/markten)Wanneer de contactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid, gaat ditlampje branden. Het moet doven kort nadat de Cruise Control functieis uitgeschakeld. Het lampje gaat branden wanneer de draaiknop van de cruise controlin de stand ON wordt gedraaid (zie de paragraaf “Cruise Control”in dit hoofdstuk). De display toont een speciale melding. bezig met regeneratie DPF(roetfilter) (alleendieselmotoren met DPF) (geel)Door de contactsleutel in de stand MAR te draaien, gaat het lampje ophet instrumentenpaneel branden. Enkele seconden na het starten vande motor moet dit lampje doven. Het lampje gaat continu branden om de bestuurder te waarschuwendat het DPF systeem bezig is met het verwijderen van de opgehooptevervuilende deeltjes (roet) middels regeneratie.
Het lampje zal niet bij elk DPF-regeneratieproces branden, maaralleen als de rijomstandigheden van die aard zijn dat de bestuurderhiervan op de hoogte zou moeten zijn. De auto moet tot aan het eindevan het regeneratieproces in beweging blijven opdat het lampjedooft. Een regeneratieproces duurt gemiddeld 15 minuten. De optimaleomstandigheden om het proces te voltooien worden bereikt door terijden aan 60 km/h en met een toerental van meer dan 2000 tpm. Als dit lampje gaat branden, wijst dit niet op een storing in hetvoertuig en dus hoeft het niet naar een werkplaats worden gebracht. Bij sommige versies verschijnt ook een melding op de display wanneerhet lampje brandt. Pas de rijsnelheid aan de verkeerscondities enweersomstandigheden aan en neem dewegenverkeerswetgeving in acht.
De motor afzettenterwijl het DPF lampje brandt is toegestaan, maar het meermaalsonderbreken van het regeneratieproces kan leiden tot voortijdigkwaliteitsverlies van de motorolie. Daarom wordt aanbevolenaltijd te wachten tot het lampje is gedoofd alvorens de motor afte zetten, zoals hierboven is beschreven. Het wordt sterkafgeraden de DPF-generatie bij stilstaand voertuig te voltooien.
Algemene storingsmelding(geel)(voor bepaalde versies/markten)Het lampje (of het symbool op het display) gaat branden onder devolgende omstandigheden.Raadpleeg in dergelijke gevallen het Alfa Romeo Servicenetwerk omde storing zo spoedig mogelijk te laten verhelpen.Controlelampje storing airbag(versies met multifunctioneel display)Het lampje knippert (er verschijnt ook een bericht op het display)wanneer een storing is waargenomen met het airbag controlelampje.Storing buitenverlichtingZie beschrijving voor het controlelampje.Storing remlichtenZie beschrijving voor “Storing remlichten”.Afsluiter van de brandstoftoevoerHet lampje gaat branden wanneer de brandstofnoodschakelaar wordtingeschakeld.
Op de display verschijnt een speciale melding.Storing Start&Stop(voor bepaalde versies/markten)Het lampje gaat branden wanneer een storing is het Start&Stopsysteem wordt vastgesteld.Storing regensensor(voor bepaalde versies/markten)Zie beschrijving voor het controlelampje.Storing parkeersensor(voor bepaalde versies/markten)Zie beschrijving voor het controlelampje.Storing schemersensor(voor bepaalde versies/markten)Het lampje gaat branden wanneer een storing is de schemersensorwordt vastgesteld.Storing motoroliedruksensorHet lampje gaat branden wanneer een storing in demotoroliedruksensor wordt gedetecteerd.
Water in dieselfilter(voor bepaalde versies/markten)Het lampje brandt als er water in het dieselfilter is waargenomen.Snelheidslimiet overschreden(voor bepaalde versies/markten)Het lampje gaat branden als de in het Setup-menu ingesteldesnelheidslimiet wordt overschreden.Bij sommige versies verschijnen er bij het overschrijden van deze limieteen bericht en een symbool op het display en klinkt er eengeluidssignaal.Mistachterlicht (geel)Het lampje gaan branden wanneer het mistachterlicht wordtingeschakeld.Mistlampen voor (groen)Het lampje gaan branden wanneer de mistlampen voor wordeningeschakeld.Parkeerverlichting (groen)Dit lampje gaat branden wanneer de parkeerverlichting wordtingeschakeld.Follow me home (groen)Dit lampje gaat branden (en er verschijnt ook een melding op dedisplay) als deze functie wordt ingeschakeld (zie de paragraaf “Followme home” in dit hoofdstuk).2Dimlicht (groen)Het lampje gaan branden wanneer het dimlicht wordt ingeschakeld.Grootlicht (blauw)Het lampje gaan branden wanneer het grootlicht wordt ingeschakeld.Linker richtingaanwijzer(groen)Het lampje gaat branden wanneer de richtingaanwijzer-hendelomlaag wordt verplaatst of wanneer de drukknop voor dealarmknipperlichten wordt ingedrukt.15WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER
Rechter richtingaanwijzer(groen)Het lampje gaat branden wanneer de richtingaanwijzerhendelomhoog wordt verplaatst of wanneer de drukknop voor dealarmknipperlichten wordt ingedrukt. Lage bandenspanning(voor bepaalde versies/markten)Dit lampje (of symbool op de display) gaat branden (bij sommigeversies verschijnt ook een melding op de display) (alsook eengeluidsignaal) als de bandenspanning van een of meerdere bandenonder een bepaalde grenswaarde komt. Zo wordt de bestuurder door de TPMS op de hoogte gebracht wanneerde bandenspanning gevaarlijk laag is en het risico op lekkageoptreedt. BELANGRIJK Rijd niet verder met een of meerdere banden met te lagespanning, dit kan de wendbaarheid van de auto nadelig beïnvloeden. Breng de auto tot stilstand, voorkom bruusk remmen en sturen. Vervang het wiel meteen door het noodreservewiel (voor bepaaldeversies/markten) of repareer het m. b. v.
de speciale reparatiekit (zie“Een wiel vervangen” in hoofdstuk “Noodgevallen” en raadpleeg hetAlfa Romeo Servicenetwerk zo spoedig mogelijk. Storing TPMSDit lampje (of symbool op de display) gaat branden (en bij sommigeversies verschijnt ook een melding op de display) wanneer een foutin de TPMS is waargenomen. Raadpleeg in dat geval zo snel mogelijk het Alfa RomeoServicenetwerk. Als een of meerdere wielen niet met sensoren wordt gemonteerd,verschijnt een melding op de display tot de oorspronkelijke conditieszijn hersteld. Bandenspanning controlerenDe lampje (of symbool op de display) gaat branden (bij sommigeversies verschijnt ook een melding op de display) wanneer debandenspanning onder de aanbevolen waarde voor een langelevensduur van de band en een zuinig brandstofverbruik komt. Hetlampje kan ook wijzen op drukverlies.
Start&Stop systeem uitschakelen❒Versies met multifunctionele display: er wordt een bericht getoondwanneer het Start&Stop-systeem wordt uitgeschakeld. ❒Versies met herconfigureerbare multifunctionele display: het symboolen een bericht worden getoond wanneer het Start&Stop-systeemwordt uitgeschakeld. Storing Start&Stop-systeemAls er een storing optreedt in het Start&Stop systeem, knippert hetsymbool (versies met multifunctioneel display) of (versies metherconfigureerbaar multifunctioneel display) op de display. Voor bepaalde versies/markten, indien aanwezig, wordt er ook eenbericht weergegeven. Raapleeg in zo'n geval het Alfa Romeo Servicenetwerk. Bagageruimte openBij sommige versies wordt een melding + symbool op de displayweergegeven wanneer de bagageruimte open is. Motorkap openBij sommige versies wordt een melding + symbool op de displayweergegeven wanneer de motorkap open is.
Mogelijke aanwezigheid van ijsop de wegBij versies met "Herconfigureerbare multifunctionele display"verschijnen er een bericht en een symbool wanneer debuitentemperatuur 3°C of lager bedraagt. Bij versies met multifunctioneel display, wordt alleen een meldingweergegeven. BELANGRIJK Bij een storing van de buitentemperatuursensor, wordenstreepjes i. p. v. temperatuurwaarden op de display weergegeven. Afsluiter van debrandstoftoevoerBij sommige versies verschijnt een melding + symbool op de displaywanneer de afsluiter van de brandstoftoevoer inschakelt. Voor het opnieuw inschakelen van de afsluiter van debrandstoftoevoer, zie de paragraaf “Afsluiter van de brandstoftoevoer”in dit hoofdstuk.
Storing buitenverlichtingBij sommige versies verschijnt een melding + symbool op de displaywanneer een storing in een van de volgende lichten optreedt:❒dagverlichting (DRL)❒stadslicht❒richtingaanwijzers❒mistachterlicht❒kentekenverlichting.
De storing kan de volgende oorzaken hebben: een of meer lampendoorgebrand, de betreffende zekering(en) doorgebrand of elektrischeverbinding onderbroken. Storing remlichtenBij sommige versies verschijnt een melding + symbool op de displaywanneer een storing in de remlichten optreedt. De storing kan de volgende oorzaken hebben: lamp doorgebrand,zekering doorgebrand of elektrische verbinding onderbroken. Storing schemersensor(voor bepaalde versies/markten)Bij sommige versies verschijnt een melding + symbool op de displaywanneer een storing in de schemersensor optreedt. Storing regensensor(voor bepaalde versies/markten)Bij sommige versies verschijnt een melding + symbool op de displaywanneer een storing in de regensensor optreedt.
Storing parkeersensor(voor bepaalde versies/markten)Bij sommige versies verschijnt een melding + symbool op de displaywanneer een storing in de parkeersensoren optreedt. Storing dynamic suspension (actiefschokdempersysteem)(voor bepaalde versies/markten)Bij sommige versies, wordt het symbool + op de display weergegevenin geval van een storing in het actief schokdempersysteem. Raadpleeg in dat geval zo snel mogelijk het Alfa RomeoServicenetwerk. Weergave van de gekozen rijmodus(“Alfa DNA”-systeem)(voor bepaalde versies/markten)Bij versies met een "Herconfigureerbare multifunctionele display",wordt een + symbool samen met de gekozen rijmodus weergegeven“DYNAMIC”, “NATURAL” of “ALL WEATHER”. Er verschijnt eenwaarschuwingsbericht op het display wanneer een van deze rijmodiniet beschikbaar is.
Bij versies met multifunctionele display, wordt samen met het specialebericht ook een letter ("d" of "a") in functie van de gekozen rijmodusweergegeven. Weergave motorolieniveau(voor bepaalde versies/markten)Wanneer de contactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid, verschijnthet motorolieniveau enkele seconden op het display. Als hetmotorolieniveau onvoldoende is, wordt een bericht op het displayweergegeven.
BELANGRIJK Controleer voor het juiste olieniveau steeds deoliepeilstok (zie paragraaf “Niveaus controleren” in het hoofdstuk“Onderhoud en zorg”). BELANGRIJK Controleer het oliepeil met de auto op een vlakkeondergrond voor een juiste aflezing. BELANGRIJK Om het olieniveau juist af te lezen, wacht ongeveer 2seconden na de sleutel in de stand MAR-ON te hebben gezet alvorensde motor aan te zetten. 18WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERBELANGRIJK Het olieniveau kan toenemen na een lange stilstand.
CONTROLELAMPJES IN HET FRAME OPDE ACHTERUITKIJKSPIEGELPassagiersairbag/zijairbag uitgeschakeld (geel)Het lampje in het frame op de achteruitkijkspiegel (zie fig. 4) gaatbranden wanneer de frontairbag en de zijairbag aan passagierszijdeworden uitgeschakeld.Wanneer bij ingeschakelde frontairbag aan passagierszijde decontactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid, gaat het lampjeeerst enkele seconden continu branden en vervolgens enkeleseconden knipperen. Hierna zou het lampje moeten doven.Wanneer het lampje defect is, gaat het lampjeop het instrumentenpaneel branden. Ook zorgt hetairbagsysteem voor de automatische uitschakelingvan de airbags aan passagierszijde (frontairbag enpassagiersairbag, voor bepaalde versies/markten).
Laat hetsysteem onmiddellijk controleren door het Alfa RomeoServicenetwerk alvorens verder te rijden.Veiligheidsgordels niet omgelegd (rood) (groen)De lampjes in het frame op de achteruitkijkspiegel gaan branden(zie fig. 5) om de passagiers voor en achter te waarschuwen dathun veiligheidsgordel niet is omgelegd.De lampjes kunnen rood en groen branden: zie paragraaf "SBR-systeem" in het hoofdstuk "Veiligheid" voor de inschakelwijzen van delampjes.fig. 4 A0J0402 fig. 5 A0J041319WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER
DISPLAYDe auto kan uitgerust zijn met een multifunctionele/herconfigureerbaredisplay die tijdens het rijden nuttige informatie op basis van wateerder is ingesteld aan de bestuurder toont.Bij verwijderde contactsleutel, schakelt de display in en toont enkeleseconden de tijd en de totaalstand van de kilometerteller (in km ofmijlen) wanneer een portier wordt geopend/gesloten."STANDAARD" SCHERMMULTIFUNCTIONEEL DISPLAYDe volgende informatie wordt op de display getoond fig.
6 :ADatumBKilometerteller (afgelegde afstand in km of mijlen)CDe rijmodus die is gekozen met het "Alfa DNA"-systeem(dynamische controle van de auto) (bij bepaalde versies/markten):DTijd (altijd weergegeven, ook bij verwijderde contactsleutel engesloten portieren)EAanduiding Start&Stop-functie (voor bepaalde versies/markten)FBuitentemperatuurGGear Shift Indicator (voor bepaalde versies/markten)HStand hoogteregeling koplampen (alleen bij ingeschakeld dimlicht)."STANDAARD" SCHERMHERCONFIGUREERBAARMULTIFUNCTIONEEL DISPLAYDe volgende informatie wordt op de display getoond fig. 7 :fig. 6 A0J1270 fig. 7 A0J033320WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERd= Dynamic; n = Natural; a = All WeatherATijdBReisteller (in km of mijlen)CKilometerteller (afgelegde afstand in km of mijlen)
Daarom is het, bij sommige versies, normaal dathet einde van de schaal bereikt wordt.GEAR SHIFT INDICATOR(voor bepaalde versies/markten)De "GSI" (Gear Shift Indicator) adviseert de bestuurder een andereversnelling in te schakelen via een speciale melding op de display fig.9.Via de GSI wordt de bestuurder gewaarschuwd dat een andereversnelling brandstofbesparing kan opleveren.Daarom is het voor een zuinig brandstofverbruik raadzaam om derijmodus "Natural" of "All Weather" te selecteren, en om deaanwijzingen van de Gear Shift Indicator op te volgen wanneer deverkeersomstandigheden dit toelaten.Wanneer het pictogram SHIFT UP ( SHIFT) op de display wordtgetoond, geeft de GSI het advies om een hogere versnelling in teschakelen, terwijl wanneer het pictogram SHIFT DOWN ( SHIFT)wordt getoond, de bestuurder wordt geadviseerd een lagereversnelling in te schakelen.fig. 8 A0J0228 fig.
Opmerking De aanduiding op het instrumentenpaneel blijft brandenzolang de bestuurder niet schakelt of zolang de rijomstandighedenniet terugkeren naar een situatie waarin schakelen niet nodig is om hetverbruik te optimaliseren. WELCOME MOVEMENTBij sommige versies gebeurt het volgende wanneer de sleutel in destand MAR-ON wordt gezet:❒snelle beweging (op en neer) van de wijzers van de snelheidsmeteren de toerenteller;❒verlichting van grafische symbolen/display;❒weergave van een grafische animatie van het autoprofiel. Wijzerbewegingen❒Als de sleutel uit het contactslot wordt verwijderd terwijl de wijzersbewegen, keren ze onmiddellijk naar hun beginstand terug. ❒Nadat de wijzers de maximum schaalwaarden hebben bereikt,keren ze terug naar de door de auto aangegeven waarde. ❒De beweging van de wijzers stopt wanneer de motor is gestart.
Verlichting van grafische symbolen/displayEnkele seconden nadat de sleutel is ingebracht, worden de meters, degrafische symbolen en de display achter elkaar verlicht. Weergave van een grafische animatieWanneer de sleutel uit het contactslot wordt verwijderd (bij geslotenportieren), blijft de display branden en wordt een grafische animatieweergegeven. De displayverlichting wordt geleidelijk aan gedimd en tenslottevolledig uitgeschakeld. BEDIENINGSKNOPPEN"+" of (versies met Start&Stop systeem): om naar boven tebladeren door het scherm en de bijbehorende optie of om deweergegeven waarde te verhogen fig. 10. SET/ : kort indrukken om het menu te openen en/of naar hetvolgende scherm te gaan of de keuze te bevestigen. Lang indrukkenom naar het standaardscherm terug te keren.
SETUP-MENUHet menu bestaat uit een serie opties die gekozen kunnen worden metde knoppen "+" en "–" (of en voor versies metStart&Stop systeem), om toegang te krijgen tot onderstaandeverschillende keuze- en instellingsmogelijkheden (Setup).Sommige opties hebben een submenu.
Het menu wordt geactiveerddoor de knop SET/ kort in te drukken.Het menu bestaat uit de volgende opties:❒MENU❒PIEP SNELHEID❒SENSOR KOPLAMPEN (voor bepaalde uitvoeringen/markten)❒REGENSENSOR (voor bepaalde versies/markten)❒ACTIVERING TRIP B❒STEL UUR (tijd) IN❒STEL DATUM IN❒EERSTE PAGINA (voor bepaalde versies/markten)❒ZIE RADIO❒AUTOCLOSE❒MEETEENHEID❒TAAL❒GELUIDSSTERKTE WAARSCHUWINGEN (zoemervolume)❒GELUIDSSTERKTE TOETSEN❒PIEP VEILIGHEIDSGORDELS/CONTROLEZOEMER❒SERVICE❒AIRBAG/PASSAGIERSAIRBAG❒"DAYTIME RUNNING LIGHTS"❒INSTAPVERLICHTING❒MENU VERLATENEen optie in het hoofdmenu zondereen submenu kiezen:❒druk kort op de SET/ knop om de instelling van het hoofdmenudie gewijzigd moet worden te selecteren;❒druk op de knoppen "+" of "–" (deze telkens indrukken) om denieuwe instelling te selecteren;❒druk kort op de SET/ knop om de nieuwe instelling op te slaanen terug te gaan naar de eerder geselecteerde optie in hethoofdmenu.Een optie in het hoofdmenu met eensubmenu kiezen:❒druk kort op de SET/ knop om de eerste optie uit het submenuweer te geven;❒druk op de knoppen "+" of "–" (deze telkens indrukken) om deopties van het submenu te doorlopen;❒druk kort op de SET/ knop om de getoonde submenu-optie teselecteren en het betreffende setup-menu te openen;❒druk op de knoppen "+" of "–" (deze telkens indrukken) om denieuwe instelling voor deze submenu-optie te selecteren;❒druk kort op de SET/ knop om de nieuwe instelling op te slaanen terug te gaan naar de eerder geselecteerde optie in het submenu.23WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER
MENUOPTIESBELANGRIJK Bij het ™ 5" radiosysteem (voor bepaaldeuconnectversies/markten), of het ™ 5" Radio Nav systeem (vooruconnectbepaalde versies/markten), worden sommige menuopties op hetdisplay van het systeem en niet op het display van hetinstrumentenpaneel weergegeven (zie de betreffende supplementen). MenuMet deze functie kan toegang tot het Setupmenu worden verkregen. Druk op de knop "+" of "−" om de verschillende Menuopties teselecteren. Houd de SET/ knop lang ingedrukt om naar hetstandaardscherm terug te keren. Piep snelheid (Snelheidslimiet)Deze functie wordt gebruikt om de snelheidslimiet van de auto (km/hof mph) in te stellen; de bestuurder wordt gewaarschuwd wanneerdeze limiet wordt overschreden.
Ga als volgt te werk om de instelling te annuleren:❒druk kortstondig op de SET/ knop, op het display knippert"On";❒druk op de knop − , de display knippert ("Off");❒druk kort op de SET/ knop om terug te keren naar hetmenuscherm of druk langdurig op de knop om terug te keren naarhet standaardscherm zonder op te slaan. Sensor koplampen (Gevoeligheidschemersensor/automatischeinschakeling koplampen instellen)(voor bepaalde versies/markten)Deze functie wordt gebruikt om de koplampen in of uit te schakelen infunctie van de sterkte van het buitenlicht. De gevoeligheid van de schemersensor kan worden ingesteld op 3niveaus (niveau 1 = minimum gevoeligheid, niveau 2 = gemiddeldegevoeligheid, niveau 3 = maximum gevoeligheid). 24WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER.
Hoe hoger de gevoeligheid, des te minder buitenlicht er nodig is omde buitenverlichting in te schakelen (bijv. bij een lichtgevoeligheid vanniveau 3 zullen de koplampen bij zonsondergang vroeger aangaandan bij de niveaus 1 en 2). Ga als volgt te werk om de gewenste lichtgevoeligheid in te stellen:❒druk op de SET/ knop, op het display verschijnt het eerderingestelde niveau;❒druk op de knop "+" of "−" om te kiezen;❒druk kort op de SET/ knop om terug te keren naar hetmenuscherm of druk langdurig op de knop om terug te keren naarhet standaardscherm zonder op te slaan. Regensensor (Afstelling gevoeligheidregensensor)(voor bepaalde versies/markten)Met deze functie kan de gevoeligheid van de regensensor op 4niveaus worden ingesteld.
Ga als volgt te werk om het gewenste gevoeligheidsniveau in te stellen:❒druk kortstondig op de SET/ knop, op het display begint heteerder ingestelde gevoeligheidsniveau te knipperen;❒druk op de knop "+" of "−" om aan te passen;❒druk kort op de SET/ knop om terug te keren naar hetmenuscherm of druk langdurig op de knop om terug te keren naarhet standaardscherm zonder op te slaan. Activering trip B/gegevens(Trip B inschakelen)Met deze optie kan de weergave van Trip B (dagteller) ingeschakeld(On) of uitgeschakeld (Off) worden. Zie voor meer informatie "Tripcomputer".
Ga als volgt te werk om deze functie in- en uit te schakelen:❒druk kortstondig op de SET/ knop om "On" of "Off" op hetdisplay te doen knipperen in functie van wat eerder is ingesteld;❒druk op de knop "+" of "−" om te kiezen;❒druk kort op de SET/ knop om terug te keren naar hetmenuscherm of druk langdurig op de knop om terug te keren naarhet standaardscherm zonder op te slaan. Tijd instellen (Klok instellen)Met deze functie kan de klok ingesteld worden via twee submenu’s:"Tijd" en "Formaat".
Ga als volgt te werk om in te stellen:❒druk kort op de SET/ knop en de twee submenu's ("Uur" en"Formaat") worden weergegeven;❒druk op de knop "+" of "–" om een van beide submenu's teselecteren;❒druk na selectie van het te wijzigen submenu kort op SET/ ;❒als het submenu "Tijd" is gekozen en er wordt kort op de knopSET/ gedrukt, dan knipperen de uren op de display. ❒druk op de knop "+" of "−" om aan te passen;❒druk kortstondig op de SET/ knop, op het display knippert"minuten";❒druk op de knop "+" of "−" om aan te passen. BELANGRIJK Met elke druk op de knop "+" of "−" wordt de waardemet een eenheid verhoogd of verlaagd. Houd de knop ingedruktom de waarde automatisch snel te verhogen/verlagen. Wanneer degewenste waarde wordt bereikt, kan men de instelling afronden dooropnieuw de knop kortstondig in te drukken.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Alfa Romeo MiTo (2016) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Alfa Romeo
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto